dinsdag 31 augustus 2010

Open Source Software in het onderwijs

In het onderwijs worden allerlei ict-toepassingen gebruikt. Onze overheid stimuleert scholen om Open Source Software (OSS) te gebruiken. Een aantal jaren geleden kregen de scholen een brochure en een CD-rom waarin een keur aan OSS-programma’s die in het onderwijs gebruikt konden worden. De CD ligt misschien nog in een laatje op school, maar tegenwoordig halen we toch alles van internet, niet waar?
Wat is Open Source Software?
In dit artikel wordt het toegelicht: het is software waarvan de broncode openbaar is, zodat iedereen de software kan aanpassen en verbeteren. Er zijn wel beperkingen waar men zich aan moet houden:als je aanpassingen aanbrengt in de software, moeten deze ook weer voor anderen beschikbaar zijn. In het hierboven genoemde artikel wordt heel terecht ook gesproken over de voorwaarden die aan het gebruik van OSS zijn verbonden. Dit gebeurt in de vorm van licenties, waarvan de bekendste de GPL is. In het kader van dit artikel ga ik daar niet verder op in. Dit is vooral van belang voor degenen die OSS verder willen ontwikkelen, en ik denk dat we die in het onderwijs niet zo veel vinden (en die het doen zullen in dit artikel niet zoveel toegevoegde waarde vinden).
Om misverstanden te voorkomen: OSS is er ook volop in de vorm van internet-toepassingen, zoals we ook verder in dit artikel zullen zien.

Is Freeware ook OSS?
Dat kan, maar het hoeft niet. Freeware is altijd gratis, maar de broncode hoeft niet openbaar te zijn, waardoor het freewareprogramma niet doorontwikkeld kan worden door anderen.

Is OSS gratis?
De term OSS zegt niets over de kosten. Het zegt iets over openheid en vrijheid. De meeste OSS-programma’s zijn gratis, maar er kunnen aan het gebruik van OSS wel degelijk kosten verbonden zijn. Dat zal niet zozeer gelden voor OSS in de vorm van gebruikerssoftware, zoals een tekstverwerker of een educatief programma, maar als je besluit om bijvoorbeeld Linux te gaan gebruiken als besturingssysteem, of een website wilt opzetten met Joomla, dan zijn daar wel degelijk kosten aan verbonden, zoals bijvoorbeeld opleidingskosten, kosten voor (extern) beheer en hostingkosten. In dit artikel worden enkele aspecten van de kosten op een rijtje gezet.


Waarom OSS?
Een belangrijke reden voor het gebruik van OSS kan het kostenplaatje zijn. Een school die vooral OSS gebruikt, kan daarop besparen. Maar soms wordt er niet zoveel bespaard. Een grote softwareontwikkelaar in Redmont, USA, biedt haar software voor een mooi prijsje aan aan het onderwijs. En maakt de scholen daarmee meteen afhankelijk van haar producten. En het is niet voor niets dat zowel MS als Google een werkomgeving aanbieden in de vorm van Live@Edu en GoogleApps. Want wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, nietwaar?
De overheid stimuleert het gebruik van OSS, ook in het onderwijs. Je kunt daarover lezen op de website van Nederland Open in Verbinding.
Een keuze voor OSS kan dus een heel principiële keuze zijn: we willen ons niet overleveren aan een monopolist. Op de site van NOiV las ik hier over: “Een school moet leerlingen wegwijs maken in de ICT. En omdat ICT niet equivalent is aan een collectie (commerciële) softwarepaketten, moet een school ook geen (betalende) propagandist willen zijn voor de producten van een grote monopolist.” Een uitspraak van het Barlaeus College in Amsterdam waar men heel veel werkt met OSS.

Waarom geen OSS?
Er is in het onderwijs (maar ook in het bedrijfsleven) vrij veel weerstand tegen het gebruik van OSS. Ik noem een paar argumenten en wat daar tegen in te brengen is.

  • OSS wordt niet ondersteund. Dat is soms het geval, maar veel programma’s worden wel degelijk ondersteund. En in een aantal gevallen gebeurt dat ook gratis. Denk maar aan bijvoorbeeld Joomla en Moodle, die beide een grote community hebben waar gebruikers en ontwikkelaars actief zijn.OSS wordt ook vaak doorontwikkeld. Denk maar het OpenOffice-pakket, dat inmiddels aan versie 3.2 toe is, en dat professioneel wordt doorontwikkeld. Excuus: inmiddels is er een Beta-versie 3.3 beschikbaar.
  • OSS is niet compatible (uitwisselbaar) met bijvoorbeeld Windows-programma’s, dus problemen tussen school en thuis. Dat kan soms het geval zijn. Maar vaak zijn bestanden wel degelijk uitwisselbaar. Het probleem treedt soms op als in een programma bijvoorbeeld een geavanceerde opmaak is gebruikt, die in het andere programma niet beschikbaar is.En kun je een presentatie die je gemaakt hebt in Powerpoint 2007 zonder opmaakverlies afspelen in PP2003? Ik dacht het niet! Lees deze column van Paul de Maat maar eens.
  • Gebruikers krijgen te maken met verschillende programma's, zodat ze steeds weer moeten uitzoeken hoe het werkt. Dat klopt, maar ook zonder OSS is dit het geval: op school werken de leerkrachten en leerlingen misschien met Office 2003, thuis met 2007, of andersom. Er zijn er ook die met Apple werken. Mijn stelling is: als gebruikers gewend zijn om met verschillende programma's te werken, worden ze heel flexibel en kunnen ze beter inspelen op veranderingen. Élk programma heeft z'n eigen aardigheden. Als we het onderwerp wat breder trekken moeten we (jonge) kinderen ook zeker niet in aanraking brengen met meerdere talen(!)   

Welke soorten OSS zijn er?
Ik noem er een paar, die absoluut geen uitputtende opsomming zijn:




Hier vind je nog veel meer OSS die je in het onderwijs kunt gebruiken.

Een heel bekende website met een immense hoeveelheid OSS is Sourceforge.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen