Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Sociale media vormen de basis voor toekomstige elektronische leeromgevingen”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.
Sociale media worden op steeds grotere schaal gebruikt. Het is middel om met elkaar te communiceren en te delen. Dat kan in de privésfeer, maar gebeurt ook steeds meer werkgerelateerd. Mensen zoeken elkaar op, individueel of in groepen van gelijkgestemden of gelijkgeïnteresseerden. Ook binnen het onderwijs zien we daar steeds meer voorbeelden van. In sommige gevallen wordt daar ook bewust gebruik van gemaakt en wordt het gericht als middel ingezet. De vraag is of dat ook gebeurt in de richting van leerlingen.
Zeker in het VO zien we scholen worstelen met ELO’s. Het komt niet van de grond, slechts een deel van de docenten ziet de meerwaarde ervan en datzelfde geldt voor de leerlingen. Dit kan allerlei oorzaken hebben. Is er schoolbreed visie ontwikkeld op onderwijs met ICT? Zijn docenten daar in meegenomen en gehoord? Is er een Plan van Eisen opgesteld? Is er een pilotfase geweest? Is begonnen met één of twee vakgebieden of meteen schoolbreed? Vinden er regelmatig evaluatiesessies plaats en wat wordt gedaan met de uitkomsten? Is er geïnvesteerd in de scholing en begeleiding van docenten?Hebben leerlingen de kans gehad om mee te denken? En zo zijn er nog vele vragen te stellen.
Interessante vraag is of het koppelen van sociale media aan de ELO een mogelijkheid is om een grotere betrokkenheid en meerwaarde te creëren. Met de huidige mogelijkheden van de ELO enerzijds en mogelijkheden van de sociale media anderzijds zou je dan een krachtig platform hebben. Binnen de ELO kan leerstof gestructureerd worden aangeboden, opdrachten worden ingeleverd, feedback worden gegeven op het werk van leerlingen en als leerlingen onderling, cijfers worden bekeken, samengewerkt worden aan opdrachten en presentaties, gediscussieerd worden over allerlei onderwerpen, materialen gedeeld kunnen worden, etc.
Een andere vraag betreft de te gebruiken tools. In hoeverre hebben leerlingen zelf de mogelijkheid om te kiezen welke zij gebruiken? Een heel simpel voorbeeld: Moet een presentatie in powerpoint gemaakt en ingeleverd worden of mag dat ook in Prezi, Glogster of welke andere tool dan ook? Moet er daadwerkelijk een bestandje worden ingeleverd of mag dat ook een link zijn naar bijvoorbeeld Sribd of dropbox? Is het ook mogelijk om via smartphone of tablet de ELO te benaderen, te communiceren, bestanden te delen? Kortom heeft de gebruiker iets te kiezen? En is er ruimte voor het principe van het sociale leren?
Dit alles brengt de nodige uitdagingen met zich mee, op technisch vlak, maar ook organisatorisch en ook wat betreft vaardigheden. Dat vraagt om een duidelijke visie op onderwijs, maar ook op technische mogelijkheden.
Het binnen een ELO namaken van bijvoorbeeld Facebook of Twitter zal hierbij een doodlopende weg zijn. Leerlingen willen hun eigen platform kiezen om met elkaar te communiceren en zaken met elkaar te delen. Daarmee koppelen zal meer succesvol zijn, dan het bouwen van een surrogaat. Laat hen binnen de ELO hun eigen dashboard inrichten waar ze snel van het één naar het ander kunnen schakelen. Zo zijn ze immers nu ook met hun huiswerk bezig?
Ook hier zien we weer een spanningsveld tussen doel en middel. Hoe houden we het doel voor ogen en voorkomen we dat het middel tot doel wordt verheven? Dat vraagt om afstemming binnen de school: samen de doelen bepalen, maar ook de weg er naar toe. Het vraagt om keuzes maken en niet teveel ineens willen doen. Het vraagt ook om ruimte en respect voor ieders ideeën. Om eenheid in verscheidenheid.
Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je nog enkele bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je aanvullende opmerkingen of ideeën m.b.t. dit onderwerp? Reageer onder dit blog!
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @joachimw , @GUPAGEBO , @Sjaboepaan , @jelmerevers , @mariekemove , @digikennis , @mennodevos
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!
dinsdag 28 juni 2011
dinsdag 14 juni 2011
Scholen moeten ouders ondersteunen bij mediaopvoeding
Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Scholen moeten ouders ondersteunen bij mediaopvoeding”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.
Vorige week hield Prof.Dr. Peter Nikken een pleidooi voor meer aandacht voor Mediaopvoeding. Hij roept o.a. ouders op scholen daarbij te ondersteunen. Voor de discussie hebben we het iets scherper neergezet. Toch riep de stelling weinig discussie op. Als het gaat om mediaopvoeding zullen ouders en school de handen ineen moeten slaan, zo was de algemene mening.
Wat allereerst van belang is, is de vraag hoe de school zelf met mediawijsheid om gaat en hoe de ouders daarbij worden betrokken. Wanneer bijvoorbeeld sociale media in de lessen gebruikt wordt, is er een directe mogelijkheid om met leerlingen in gesprek te gaan over de kansen die deze toepassingen bieden, maar ook voor de gevaren. Het onderwerp mediawijsheid komt zo op een natuurlijke manier aan de orde. Tegelijk biedt het ook de mogelijkheid om ouders mee te laten kijken of mee te laten doen. Maar dat staat en valt wel met een stukje openheid vanuit de school richting de ouders.
De vraag is wel of scholen daar zelf al competent genoeg in zijn en de bereidheid hebben met ouders hierover in gesprek te gaan. Er bestaan diverse mogelijkheden en instanties die daarbij kunnen ondersteunen en websites waar de nodige informatie vandaan gehaald kan worden.Ook voor de ouders is daar veel te vinden. Het belangrijkste is om als ouders interesse te tonen voor waar je kind mee bezig is, zonder direct te veroordelen. Zorgen voor een veilige basis waarbij dingen bespreekbaar gemaakt kunnen worden.
Een paar voorbeelden:
www.mediawijzer.net
mediaopvoeding.nl
www.cyberouders.nl
www.mijnkindonline.nl
In de discussie werd genoemd, dat ouders niet altijd in de gaten hebben wat hun kinderen doen op bijvoorbeeld Hyves of MSN. Daardoor voelen ze ook niet altijd de noodzaak om met mediaopvoeding aan de slag te gaan. Soms voelt dat wel eens als de kop in het zand steken, terwijl dat vaak echt onwetendheid is. Juist daarom is het zo belangrijk om het onderwerp regelmatig op de agenda te zetten om met ouders in gesprek te komen én te blijven en ze bewust te maken van mogelijke gevaren. Andersom is het van belang, dat de school andersom ook aandacht heeft voor wat er door ouders wordt aangedragen. Leren van elkaar! Maak daarbij ook gebruik van ouders, die veel expertise hebben in het gebruik van internet, sociale media of web 2.0-toepassingen. Kijk of je hen kunt inschakelen. Misschien is er een ouder die bijvoorbeeld Cyberouder wil worden of misschien is er een werkgroepje te formeren bestaande ui de ict-coördinator, een vaardige leerkracht en enkele ouders, die samen zowel richting ouders als richting leerkrachten het onderwerp warm kunnen houden, als vraagbaak kunnen dienen en activiteiten kunnen ontplooien. Gevaar is, dat anderen achterover gaan leunen. Daarom is het van belang, dat de voortrekkers alleen maar advies, tips en voorlichting geven, maar de verantwoordelijkheid bij de ouders en de leerkrachten laten liggen.
Van belang is om wel met elkaar goed te omschrijven wat ieders verantwoordelijkheid is en dat in elke geval ook bespreekbaar te maken. Het gevaar is, dat anders bepaalde verantwoordelijkheden naar elkaar toe worden geschoven zonder dat het daadwerkelijk wordt opgepakt of dat er stilzwijgend van uit wordt gegaan, dat de ander het wel zal oppakken. Mediaopvoeding moet dus regelmatig bespreekbaar worden gemaakt om drempels te verlagen, blinde vlekken weg te nemen en misverstanden te voorkomen.
Een waardevolle opmerking van een deelnemer tot slot: “de scholen moeten het gewoon gaan doen, niet wachten tot iedereen er competent voor is. Iedereen kan het...” En loop je dan tegen dingen aan, maak het dan bespreekbaar met elkaar, met de leerlingen én met de ouders. Samen op ontdekkingstocht dus!
Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je nog enkele bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je nog opmerkingen naar aanleiding van deze discussie of dit verslag? Post je reactie!
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @JelvanRijn , @joachimw , @ICTAda , @florinablokland , @iwrivaro , @GUPAGEBO , @remcopijpers , @Marathonkeje , @maritmaritmarit , @Jaapsoft
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!
Vorige week hield Prof.Dr. Peter Nikken een pleidooi voor meer aandacht voor Mediaopvoeding. Hij roept o.a. ouders op scholen daarbij te ondersteunen. Voor de discussie hebben we het iets scherper neergezet. Toch riep de stelling weinig discussie op. Als het gaat om mediaopvoeding zullen ouders en school de handen ineen moeten slaan, zo was de algemene mening.
Wat allereerst van belang is, is de vraag hoe de school zelf met mediawijsheid om gaat en hoe de ouders daarbij worden betrokken. Wanneer bijvoorbeeld sociale media in de lessen gebruikt wordt, is er een directe mogelijkheid om met leerlingen in gesprek te gaan over de kansen die deze toepassingen bieden, maar ook voor de gevaren. Het onderwerp mediawijsheid komt zo op een natuurlijke manier aan de orde. Tegelijk biedt het ook de mogelijkheid om ouders mee te laten kijken of mee te laten doen. Maar dat staat en valt wel met een stukje openheid vanuit de school richting de ouders.
De vraag is wel of scholen daar zelf al competent genoeg in zijn en de bereidheid hebben met ouders hierover in gesprek te gaan. Er bestaan diverse mogelijkheden en instanties die daarbij kunnen ondersteunen en websites waar de nodige informatie vandaan gehaald kan worden.Ook voor de ouders is daar veel te vinden. Het belangrijkste is om als ouders interesse te tonen voor waar je kind mee bezig is, zonder direct te veroordelen. Zorgen voor een veilige basis waarbij dingen bespreekbaar gemaakt kunnen worden.
Een paar voorbeelden:
www.mediawijzer.net
mediaopvoeding.nl
www.cyberouders.nl
www.mijnkindonline.nl
In de discussie werd genoemd, dat ouders niet altijd in de gaten hebben wat hun kinderen doen op bijvoorbeeld Hyves of MSN. Daardoor voelen ze ook niet altijd de noodzaak om met mediaopvoeding aan de slag te gaan. Soms voelt dat wel eens als de kop in het zand steken, terwijl dat vaak echt onwetendheid is. Juist daarom is het zo belangrijk om het onderwerp regelmatig op de agenda te zetten om met ouders in gesprek te komen én te blijven en ze bewust te maken van mogelijke gevaren. Andersom is het van belang, dat de school andersom ook aandacht heeft voor wat er door ouders wordt aangedragen. Leren van elkaar! Maak daarbij ook gebruik van ouders, die veel expertise hebben in het gebruik van internet, sociale media of web 2.0-toepassingen. Kijk of je hen kunt inschakelen. Misschien is er een ouder die bijvoorbeeld Cyberouder wil worden of misschien is er een werkgroepje te formeren bestaande ui de ict-coördinator, een vaardige leerkracht en enkele ouders, die samen zowel richting ouders als richting leerkrachten het onderwerp warm kunnen houden, als vraagbaak kunnen dienen en activiteiten kunnen ontplooien. Gevaar is, dat anderen achterover gaan leunen. Daarom is het van belang, dat de voortrekkers alleen maar advies, tips en voorlichting geven, maar de verantwoordelijkheid bij de ouders en de leerkrachten laten liggen.
Van belang is om wel met elkaar goed te omschrijven wat ieders verantwoordelijkheid is en dat in elke geval ook bespreekbaar te maken. Het gevaar is, dat anders bepaalde verantwoordelijkheden naar elkaar toe worden geschoven zonder dat het daadwerkelijk wordt opgepakt of dat er stilzwijgend van uit wordt gegaan, dat de ander het wel zal oppakken. Mediaopvoeding moet dus regelmatig bespreekbaar worden gemaakt om drempels te verlagen, blinde vlekken weg te nemen en misverstanden te voorkomen.
Een waardevolle opmerking van een deelnemer tot slot: “de scholen moeten het gewoon gaan doen, niet wachten tot iedereen er competent voor is. Iedereen kan het...” En loop je dan tegen dingen aan, maak het dan bespreekbaar met elkaar, met de leerlingen én met de ouders. Samen op ontdekkingstocht dus!
Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je nog enkele bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je nog opmerkingen naar aanleiding van deze discussie of dit verslag? Post je reactie!
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @JelvanRijn , @joachimw , @ICTAda , @florinablokland , @iwrivaro , @GUPAGEBO , @remcopijpers , @Marathonkeje , @maritmaritmarit , @Jaapsoft
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!
zaterdag 11 juni 2011
Leerlingen denken mee over mobielgebruik in de les
Naar aanleiding van #netwijs Discussie Dinsdag deze week waren we benieuwd welke ideeën leerlingen zélf zouden hebben over het gebruik van mobieltjes in de les. Vanuit hun enorme ervaring met tal van toepassingen en apps zien zij wellicht mogelijkheden, die een eye-opener zouden kunnen zijn.
Via de enquete die we hebben uitgezet kwamen ruim 50 reacties binnen in korte tijd. En zoals we al een beetje verwachtten, konden ook sommige docenten het niet laten om te reageren! Van de reacties kwam 87 % uit het VO en 13% uit het PO. Van de respondenten heeft 3% een Blackberry, 12% een Android, 14% een Iphone en 24% een ander soort telefoon. Op de vraag of mobieltjes inderdaad in de les gebruikt zouden moeten worden antwoordde 62% ja, 25 % nee en 13% wist het niet. Deze percentages zijn enigszins gekleurd, omdat ook docenten en zelfs een enkele ouder reageerden, zowel positief als negatief. Gezien het beperkte aantal reacties verwacht ik niet, dat de resultaten representatief zullen zijn.
Waar het ons met name om ging was de inhoud. Hebben leerlingen zélf goede ideeën hóe de mobiel ingezet zou kunnen worden. We geven een opsomming van de verschillende binnengekomen ideeën:
Het vereist dus zeker enig denkwerk en de nodige organisatie om daadwerkelijk de mobiel te integreren in de les. Maar bovenstaande bloemlezing geeft aan, dat er genoeg te experimenteren valt. Een zoektocht op internet zou de lijst nog veel langer kunnen maken. De website mobielleren.nl heeft ook al wat voorbeelden op een rij gezet. Meerdere van de genoemde ideeën zijn toestel-onafhankelijk. De mogelijkheden zijn er! En als de leerlingen ideeën hebben over de inhoud, dan wellicht ook over de te maken afspraken en te nemen hobbels. Welke docent gaat de uitdaging aan?
Staat je gouden idee of tip er nog niet tussen? Klik dan op ‘reacties’ onder dit blog en deel het met ons!
Via de enquete die we hebben uitgezet kwamen ruim 50 reacties binnen in korte tijd. En zoals we al een beetje verwachtten, konden ook sommige docenten het niet laten om te reageren! Van de reacties kwam 87 % uit het VO en 13% uit het PO. Van de respondenten heeft 3% een Blackberry, 12% een Android, 14% een Iphone en 24% een ander soort telefoon. Op de vraag of mobieltjes inderdaad in de les gebruikt zouden moeten worden antwoordde 62% ja, 25 % nee en 13% wist het niet. Deze percentages zijn enigszins gekleurd, omdat ook docenten en zelfs een enkele ouder reageerden, zowel positief als negatief. Gezien het beperkte aantal reacties verwacht ik niet, dat de resultaten representatief zullen zijn.
Waar het ons met name om ging was de inhoud. Hebben leerlingen zélf goede ideeën hóe de mobiel ingezet zou kunnen worden. We geven een opsomming van de verschillende binnengekomen ideeën:
- Agenda van je telefoon gebruiken. Je mobiel heb je altijd bij je en je agenda vergeet je nog wel eens.
- Aantekeningen maken op je mobiel. Heb je ze direct digitaal. Veel handiger.
- Calculator voor Wiskunde, Natuurkunde en Scheikunde
- Timer om te weten hoeveel tijd je nog hebt voor een toets
- Foto’s en filmpjes maken, bijvoorbeeld voor AK, CKV en beeldende vorming
- Bij het vak muziek is het bijvoorbeeld leuk om allerlei soorten muziek te downloaden voor een opdracht en die aan de rest van je klas te laten horen.
- Vragen stellen en antwoorden via sms'en/pingen/what's up/bellen/twitter. Een SO kan misschien ook op deze manier.
- GPS gebruiken
- WRTS app om woordjes te oefenen
- Zoeken van informatie via de apps voor Wikipedia, Van Dale, kaarten, etc
- Tools voor VTP (Virtual Terrain Project)
- Muziek luisteren voor betere concentratie
- Filmen van de uitleg door een leerling om die later nog eens terug te kunnen kijken.
- Foto's maken van het bord om die later nog eens terug te kunnen kijken.
- School zou bijvoorbeeld een app moeten maken waar huiswerk opstaat en waar je je problemen kan bespreken.
- Misschien kunnen ze i.p.v. een papieren studiewijzer, een soort mobiele agenda maken, die als een soort agenda werkt, en waar leraren dus belangrijke to do's en notities in kunnen zetten. Als leerling krijg je herinneringen, dus minder papier, meer kans op gemaakt werk. Ook huiswerk kan direct digitaal worden opgegeven.
- Interviews laten afnemen op dictafoon en foto’s maken en plaatsen in potcast
- Met apps als SCVNGR en 7scenes kan een leerkracht looproutes maken met een spel-element, of verdiepende informatie over een bepaalde plek (leuk voor excursies?).
- Mobieltjes zouden ingezet moeten worden om te gebruiken als woordenboek bij vakken als Duits, Engels en Frans. De snelheid waarmee je woorden kunt opzoeken op je mobiel is vele malen groter dan het opzoeken in een woordenboek.
- What about using stuff like World Lens in class on cellphones and then play games like translating with and without phone http://lnkd.in/sSvtGc
- Maak apps over lesstof dan snappen wij het beter.
- Wolfram Alpha voor Wis-, Natuur- en Scheikunde, Biologie. Handig voor formules etc.
- Verder zouden er gemakkelijk apps kunnen worden ontwikkeld voor interactie met het digibord/de computer van leraren zodat er bijvoorbeeld voorbeeldsommen vanaf het bord verstuurd kunnen worden, waarna ze direct op de telefoon zijn of te lossen. Het antwoord kan dan teruggestuurd worden en weergegeven worden op het bord. Dit zou van toepassing kunnen zijn bei allerlei vakken, denk aan tekeningen bij wis, natuur en scheikunde of aan invulopgaven bij talen.
- Apps voor de werkwoordspelling (Nederlands)
- App om contact te maken met bv profielwerkstukbegeleider.
Het vereist dus zeker enig denkwerk en de nodige organisatie om daadwerkelijk de mobiel te integreren in de les. Maar bovenstaande bloemlezing geeft aan, dat er genoeg te experimenteren valt. Een zoektocht op internet zou de lijst nog veel langer kunnen maken. De website mobielleren.nl heeft ook al wat voorbeelden op een rij gezet. Meerdere van de genoemde ideeën zijn toestel-onafhankelijk. De mogelijkheden zijn er! En als de leerlingen ideeën hebben over de inhoud, dan wellicht ook over de te maken afspraken en te nemen hobbels. Welke docent gaat de uitdaging aan?
Staat je gouden idee of tip er nog niet tussen? Klik dan op ‘reacties’ onder dit blog en deel het met ons!
Abonneren op:
Posts (Atom)


