maandag 11 februari 2013

Beter lesgeven deel 4

Momenteel ben ik het boek: Teach Like a Champion (door: Doug Lemov) aan het lezen. Het gaat in dit boek om 49 technieken om beter les te geven.

Toen ik de eerste hoofdstukken had gelezen, bedacht ik me allerlei ICT toepassingen die perfect aansluiten bij deze technieken. Inmiddels zijn er al drie blogjes geschreven:

Beter lesgeven deel 1 techniek 1 t/m 5, Beter lesgeven deel 2 techniek 6 t/m 10, Beter lesgeven deel 3 techniek 11 t/m 15

Hieronder de technieken 16 t/m 20, in vrije vertaling, met eigen voorbeelden en aanvullingen. Vul zelf ook gerust aan onderaan deze blogpost.

NB Er is ook een Nederlandse vertaling van Teach like a Champion, hierbij hoort een DVD met voorbeelden van de technieken. Meer informatie vindt u op: www.cedgroep.nl

Techniek 16: Onderdelen van het grote geheel
Instructies zijn vaak onder te verdelen in kleinere stappen. In het onderwijs wordt er vaak gewerkt vanuit het Directe Instructie model, waarbij eerst wordt terug gekeken naar de vorige les, waarna een introductie van het nieuwe onderwerp volgt, gevolgd door 'de nieuwe uitleg'  hierop volgt de fase van begeleide inoefening, waarna leerlingen zelfstandig verwerken. Dit wordt afgesloten met controle vragen (toetsing), waarna een evaluatie en vooruitblik volgt.

Tijdens de voorbereiding van een les is het goed om alvast te bedenken 'waar leerlingen vast zouden kunnen lopen'. Deze bouwstenen zijn een bruikbaar middel om naar terug te grijpen als een leerling vast dreigt te lopen bij het beantwoorden van een vraag.

Het is de kunst om deze instructie snel erbij te kunnen pakken (of op te kunnen schrijven) en deze zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij het niveau van de leerling, zodat het net dat stapje verder geholpen wordt om zelf tot het juiste antwoord te komen.

Je wilt leerlingen op weg helpen naar het juiste antwoord, zonder voor te zeggen. Technieken die je kunt gebruiken:

- gebruik een voorbeeld dat lijkt op … 
- plaats in een andere context of geef juist meer context (vooral bij betekenis van woorden handig)
- de regel die de leerlingen hebben geleerd erbij halen (voor spelling handig)
- geef de missende voorinformatie 
- hardop herhalen van het gegeven antwoord aan de leerling. Veelal herstellen ze zichzelf.
- samen foute antwoorden elimineren om tot het juiste antwoord te komen

Opslaan en terugvinden
Een leerling loopt bijvoorbeeld vast bij het uitspreken van een woord, hierbij wordt vaak een regel vanuit de spellingsmethode gebruikt, zoals de 'fopletter r bij -eer -oor - eur'. Veel methoden gebruiken hier hun eigen regels bij. Zorg dat je deze regels bij de hand hebt op je digibord, zodat je ze snel en makkelijk erbij kunt pakken.

Ook bij rekenen kun je de verschillende 'deelstappen' zodanig opslaan, zodat je ze er gemakkelijk bij kunt pakken. Hierbij zorg je voor een goede structuur, zodat je ze gemakkelijk kunt terugvinden. 

Bij spelling maak je een onderverdeling zoals dat ook bij Cito wordt gehanteerd. Je kunt dan deze losse onderdelen gemakkelijk toevoegen aan je totale les.

In veel online toepassingen zoals Gynzy en Prowise zijn deze 'losse onderdelen'  ook op te slaan als favoriet, zodat je ze snel bij de hand hebt.

Techniek 17: Zet ze aan het denken
De leerlingen zoveel mogelijk laten meedenken en mee laten doen! Door de juiste vragen te stellen bijvoorbeeld. Wat moet ik als eerste doen om te weten te komen hoeveel liter water er in het zwembad kan? En wat daarna? Als het zwembad steeds dieper wordt, waar moet ik dan op letten bij mijn berekeningen? Een les waarbij leerlingen en leerkracht zoveel mogelijk samen op reis gaan om kennis en vaardigheden toe te passen en om samen tot de oplossing te komen is een goede les.

Technieken die je kunt gebruiken om meer interactie te krijgen en om het denkwerk te verdelen:
  1. Vragen verdelen in kleinere deelvragen en verdelen of meerdere leerlingen. Om de inhoud te berekenen heb ik drie maten nodig. Noem één van de drie maten , noem er nog één , dan blijft er nog één maat over en dat is:
  2. Voor de helft … Laat de leerlingen je verhaal of zinnen afmaken (aanvullen). Dus als ik de persoonsvorm in een zin wil vinden, dan … 
  3. Wat komt erna? Vraag niet alleen om het product, maar stel ook vragen over het proces. Wat moet ik als eerste doen?
  4. Ik weet het niet? Doe alsof jij zelf het antwoord niet weet. Laat de leerling de leraar spelen
  5. Voorbeelden vragen. Leraren vragen vaak om een voorbeeld te noemen. Probeer daarna ook andere voorbeelden te laten geven dan de standaard vragen. Bijvoorbeeld waarin een woord heel anders gebruikt wordt.
  6. Herformuleren en toevoegen. Hardop denken en een antwoord nog completer laten maken met aanvullingen, zodat er nog een duidelijkere definitie ontstaat.
  7. Waarom en hoe? Vraag steeds hoe leerlingen aan een antwoord gekomen zijn, zodat de denkprocessen goed in gang worden gezet.
  8. Ondersteunend bewijsmateriaal, laat leerlingen argumenten en bewijzen aanvoeren waarom iets waar is of niet.
  9. Batch verwerking. Soms is het goed om als leerkracht een afzijdigere rol in te nemen en leerlingen direct op elkaar te laten reageren, alvorens je de vraag weer naar jezelf terug trekt. In de hogere groepen werkt dit erg goed en zal er meer discussie plaatsvinden.
  10. Discussie en interactie met een duidelijk doel. Als leerlingen veel aan het woord zijn of als leerlingen direct 'aan een taak'  gezet worden en er veel interactie onderling is, wil dat nog niet zeggen dat dit productief is. Als je leerlingen een boek geeft wat je straks gaat behandelen en vraagt om te bekijken en te bespreken waar het boek over gaat, zonder dat leerlingen weten hoe je dat het beste kunt doen (letten op hoofdstukken, de achterkant lezen, etc.) zal er veel tijd verloren gaan. Dan is het beter om eerst de strategie uit te leggen en hen daarna aan het werk te zetten.

Mindmapping en brainstorm tools
Om leerlingen vooraf, tijdens of na een les mee te laten denken kun je gebruik maken van diverse mindmap en brainstorm tools. In een eerder blog hebben we een aantal mindmap programma's op een rij gezet. Een krachtig instrument om te brainstormen is ook www.padlet.com (voorheen www.wallwisher.com) en uiteraard kunnen leerlingen ook verder reageren op een platform als Edmodo of Facebook.

Techniek 18: Controleer of iedereen het snapt
Als leerkracht wil je steeds weten of de leerlingen je nog kunnen bijhouden. Uiteraard zijn er diverse manieren om vragen te stellen aan een groep leerlingen door gebruik te maken van stemkastjes. Ook zijn er inmiddels op internet websites te vinden waarmee je kunt controleren of de leerlingen het nog kunnen bijhouden. Stuur dus bij op basis van verzamelde data.

Meten is weten
Wil je leerlingen snel een antwoord laten geven op een vraag? Gebruik http://mentimeter.com/ om ze te laten stemmen en ze allemaal actief te betrekken.

Wil je uitgebreidere vragen of quizen uitzetten om tussendoor te bepalen of tussendoelen zijn bereikt? Dan kun je gebruik maken van http://www.socrative.com/ of gebruik Google formulieren

Techniek 19: Herhalen, herhalen, herhalen
De tafels leer je niet door ze één keer door te lezen, maar door vaak te herhalen en ze op verschillende manieren aangeboden te krijgen. Hetzelfde geldt voor woordjes leren of het oplossen van bepaalde wiskundige problemen.
  • Zorg dat leerlingen gaan oefenen zodra ze 'het alleen kunnen' 
  • Zorg voor een gevarieerd aanbod om de herhalingen niet saai te maken
  • Zorg voor differentiatie, sommige leerlingen leren sneller dan anderen en moeten ook uitgedaagd blijven.

Educatieve software en websites
Een goed voorbeeld om woordjes te leren is de website en de app WRTS (http://netwijs.blogspot.nl/2011/04/engelse-woorden-leren-met-wrts.html
Zorg voor voldoende variatie bij het aanleren van bijvoorbeeld de tafels van  vermenigvuldiging. In onze orthotheek hadden we de tafels van vermenigvuldiging op audio cd, voor leerlingen die het beste leren door muzikale ondersteuning. We metselden tafels in Ambrasoft, maar er kon ook geoefend worden met Hoofdwerk op USB stick thuis. Tegenwoordig is er ook de Rekentuin: http://netwijs.blogspot.nl/2010/11/rekenen-met-de-rekentuin.html

Techniek 20: Eindvraag
Eindig je les met een finale vraag. Hoeveel procent van de leerlingen had deze vraag goed? Welke fout hebben de leerlingen die de vraag niet goed hebben beantwoord gemaakt?
Op deze manier heb je een mooie afsluiting van je les en ook direct weer een opening voor de volgende les. Je kunt terug grijpen op deze finale vraag bij het begin van de volgende les.

Deze finale vraag moet dan wel de kern bevatten van wat je hebt behandeld. Door dit digitaal te doen heb je vrijwel direct de uitslag. Zie ook techniek 18.

Heb je ook nog toevoegingen of suggesties? Plaats ze hieronder als reactie!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen