dinsdag 22 februari 2011

E-portfolio - meerwaarde of niet?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “E-portfolio - meerwaarde of niet?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Vandaag aandacht voor het E-portfolio. Kennisnet heeft er een aparte site over gemaakt. We citeren vanaf deze site: “Een e-portfolio is een middel om competenties te kunnen opslaan, beheren en tonen. In competentiegericht onderwijs staat de vaardigheid van het handelen voorop. De traditionele toetsvormen schieten tekort om deze vaardigheden te toetsen. Het gebruik van portfolio’s biedt de mogelijkheid om producten (werkstukken, video’s etc.), reflectie, feedback en vastgelegde sturing van leeractiviteiten op te slaan. Ter ondersteuning van competentiegericht leren en werken ontstaat steeds meer de behoefte aan een (digitaal) portfolio.”(Bron: Kennisnet – E-portfolio)

In bovenstaand citaat komt al duidelijk naar voren, dat het vraagt om een duidelijk kader en een duidelijke onderwijsvisie. Hoe ziet dat kader er uit? Waarin ligt de meerwaarde precies? Tijdens de discussie daarover kwamen verschillende aspecten naar voren.


Functie
Het eerste aspect is het doel, dat je wilt bereiken met een E-portfolio. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd. In de praktijk lijkt in het Primair Onderwijs vooral de expositiemogelijkheid het doel te zijn. Leerlingen kunnen laten zien wat ze gemaakt en gedaan hebben. In het geval van creatieve werkstukken is het leuker, zeker voor jongere kinderen, om het werkstuk zelf te laten zien in plaats van een foto ervan. Aan de andere kant is het probleem van menig ouder: Waar bewaar je al die werkstukken in huis! In dit geval is op de korte termijn het gemaakte werkstuk zelf leuker, maar op de lange termijn een foto handiger en duurzamer. Daarnaast kan in het portfolio ook meer van het proces zichtbaar gemaakt worden. Wat ging goed en wat niet en hoe is daarmee omgegaan? Welke leerpunten zijn er uit voortgekomen?
Richting Voortgezet Onderwijs en MBO/HBO zal de nadruk meer liggen op het leveren van ‘bewijs’, dat bepaalde doelen zijn behaald of aan bepaalde competenties wordt voldaan. Ook hier zal het proces meer in beeld zijn. Daarbij kan zowel de medeleerling of –student als de docent feedback geven. Richting het arbeidsproces komt dan het bekwaamheidsdossier in beeld.

Doelgroep
Voortvloeiend uit het doel, dat je voor ogen hebt, zal ook de doelgroep worden bepaald. Wie mag het E-portfolio inzien? Uiteraard de leerling zelf en de leerkracht of docent. Ook medeleerlingen kunnen een belangrijke doelgroep zijn om elkaar feedback te geven. Daarnaast kunnen ook de ouders een doelgroep zijn. In MBO en HBO kan ook gedacht worden aan bijvoorbeeld stagebedrijven en een rol spelen in beroepsoriëntatie en loopbaanbegeleiding. Maar nogmaals: de doelgroep hangt af van het doel, dat je hebt met het portfolio.

Voordelen
Een E-portfolio biedt verschillende voordelen:
  • mogelijkheid om ook video- en geluidsfragmenten toe te voegen of bijvoorbeeld presentatiebestanden
  • overal toegankelijk
  • mogelijkheden voor interactie en feedback
  • doorgaande lijn zichtbaar maken en analyseren
  • geeft inzicht in iemands kwaliteiten en competenties
  • hulpmiddel om sturing te geven aan iemands studieloopbaan
  • mogelijkheden tot meer adaptief onderwijs geven
  • overzichtelijker dan papieren portfolio
  • gevoelsmatig meer officieel karakter
Aandachtspunten
Tegelijk zijn er ook aandachtspunten wanneer je een E-portfolio wilt gaan gebruiken.
  • Privacy – Wie heeft toegang tot je portfolio? Is dit per onderdeel aan te geven? Overzien de leerlingen de consequenties van publicatie? Is dat besproken, evenals een gedragscode?
  • Inhoud – Wat zet je wel en niet in je portfolio? In hoeverre mag je dat zelf bepalen of wordt dat bepaald? Zijn er binnen de school afspraken over wat er in komt en ook hoe er feedback wordt gegeven en wordt beoordeeld volgens dezelfde normen? Welke rol speelt het leerlingvolgsysteem hierbij?
  • Visie op onderwijs – Sluit het gebruik van het portfolio aan op de visie op onderwijs en vloeit het daar uit voort? Of is het iets dat op zichzelf staat?
  • Toekomst – Is er een doorgaande lijn? Wordt er in het Voortgezet Onderwijs gevraagd naar de eventuele aanwezigheid van een portfolio? En in het MBO en HBO? Wordt er vervolgens ook echt iets mee gedaan? Of is het principe van ‘een leven lang leren’ slechts een illusie?
  • Praktisch – Wordt er regelmatig een backup gemaakt?
Tot slot nog even over het principe van ‘een leven lang leren’: Willen we dat echt waar gaan maken in het onderwijs en het E-portfolio daar een plek in geven, dan vraagt dat om een brede visie en zullen we van onze eilandjes af moeten komen en de handen ineen slaan. Het onderwijs zal gezamenlijk moeten optrekken. In elke fase van zijn studieloopbaan kan de leerling dan weer worden voorbereid op de volgende. In het PO kan het bijvoorbeeld de ICT-vaardigheden en mediawijsheid leren om met een E-portfolio te kunnen werken, in het VO de reflectie- een feedbackvaardigheden, in het MBO en HBO de procesmatige analyse. Zullen scholen en onderwijsinstellingen ooit zo samen gaan werken als zij wel van hun leerlingen vragen? En zullen de verschillende E-portfoliosystemen ooit compatible worden met elkaar?

Tot zover het verslag van de discussie. We zijn ons ervan bewust, dat slechts een beperkt aantal aspecten aan bod zijn geweest en het dus slechts een globale kijk is op het E-portfolio. Voor wie zich verder wil verdiepen verwijzen we naar de links op onze Yurls-pagina.
Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @marlijnnijboer , @FransDroog , @michelboer , @Wiswijzer2 , @jvennink , @Gijs1982 , @sienjaal , @barthoekstra , @WouterSchimmel , @priscilladens , @marbionline , @mstrmatthijs , @mevrouwtjeT , @PascalMarcelis

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

maandag 21 februari 2011

Gastblog: Wij zeggen NEE!

Martijn van der Zwan en Remko van der Zwan, twee deelnemers van de Netwijs Opleiding ICT coördinator in het Primair Onderwijs hebben meegeholpen een flashmob tegen de kabinetsplannen voor het onderwijs te organiseren.

Zaterdagmiddag 19 februari stond winkelcentrum ‘De Tuinen’ te Naaldwijk op zijn kop! Klokslag 14:00 uur schalden er tussen het niets vermoedende winkelend publiek tafelsommen uit de mond van een juf van de Ichthusschool te Monster. Passanten stonden stil en keken haar verbaasd aan.
Na een aantal sommen hard geschreeuwd te hebben, sloten zich steeds meer leerkrachten aan. Dit breidde zich uit tot een aantal van ruim 150 leerkrachten van 32 Westlandse scholen. Het resulteerde in een flitsende FLASHMOB. Na drie minuten eindigde dit plotselinge schouwspel en vervolgde iedereen zijn eigen weg alsof er niets gebeurd was.

Tussen de tafels door werd de slogan ‘Wij zeggen nee, onderwijs moet top, dat kan niet voor nop!’ geroepen. Leerkrachten konden hun stem laten horen tegen de bezuinigingen in het onderwijs door aan deze flashmob mee te doen. Ook was het doel een signaal richting de ouders af te geven, omdat scholen met hun rug tegen de muur staan. De bezuinigingen in het onderwijs hebben grote gevolgen: grotere klassen, minder personeel en geen extra zorg voor de leerlingen die dit keihard nodig hebben. De zogenaamde ‘rugzakken’ worden deze kinderen afgenomen, hierin zit het geld waarmee de extra zorg betaald wordt. Als de plannen doorgaan, wordt er bezuinigd op de meest kwetsbare kinderen in het onderwijs. De Westlanders hopen dat deze leerlingen en leerkrachten toch kunnen blijven ‘rekenen’ op het kabinet.

dinsdag 15 februari 2011

Inzet ICT in het onderwijs vaak nog veel te veel adhoc!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Inzet ICT in het onderwijs vaak nog veel te veel adhoc!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Is adhoc de computer inzetten bij voorbaat slecht? Moet je van te voren alles dichttimmeren? Is het motiverend wanneer alles is voorgestructureerd? Allemaal vragen, die opkwamen in de discussie. En helaas niet met ja of nee te beantwoorden. Want alles hangt af van de context.
Een leerkracht, die ziet dat een leerling moeite heeft met breuken, kan ter plekke het besluit nemen om deze leerling op de computer te laten oefenen met een simulatietool, dat hij ook gebruikt heeft op het digibord om de breuken uit te leggen. De leerling heeft baat bij visuele ondersteuning op dat moment. Deze leerkracht handelt adhoc, maar wel doelgericht en vanuit zijn kennis van de middelen.

Adhoc kan ook een andere lading hebben. Onlangs sprak ik op een studiedag een aantal leerkrachten. We hadden het over de inzet van ICT bij het rekenonderwijs. Ik stelde de vraag wie van hen bij het voorbereiden van de rekenles bewust ook nadenkt over de inzet van de computer. Of over het gebruik van het digibord. In beide gevallen bleek de meerderheid, dat niet vooraf te bedenken. “Onder het rekenen werken ze altijd met Ambrasoft.” Maar staat dat programma specifiek voor die leerlingen ingesteld? “Daar kijken we eigenlijk nooit naar”. Vraagt u wel eens bij het evalueren van de les aan de leerlingen, die op de computer geoefend hebben, hoe het is gegaan en of zij ook lekker hebben kunnen werken? “Nee, eigenlijk nooit.”

Ander voorbeeld: Leerlingen uit groep 8 komen om 11.30 uur de hal in om op de computer aan hun werkstuk te werken. Enkelen lopen de hele school door op zoek naar een computer. Helaas allemaal bezet. Om 11.45 komen ze de meester tegen. “Alle computers zijn bezet, meester!” “We gaan nu bijna naar huis, dus ga maar vast naar de klas om je spullen op te ruimen”.
Effectief inzetten van de computer begint met effectief lesgeven. (Zie ook: 'De negen schakels van effectief onderwijs' van Jos Cöp.) Ook de Kennisnet-brochure over TPACK is lezenswaardig in dit kader. En zo is er ongetwijfeld meer!

Over het gebruik van ICT moet je net zo nadenken als over ander didactische hulpmiddelen, opdrachten, werkvormen, etc. Dat vraagt kennis en vaardigheden van de leerkracht. Gerard Dummer beschrijft dat ook in ‘Komen tot Kernconcepten ICT’ Hij komt daarin tot een indrukwekkende opsomming. Niet alles daarin ligt bij een individuele leerkracht. Feit blijft echter, dat de leerkracht geen middelen in zal zetten, die hij niet kent. Dat vraagt om een actieve houding met betrekking van kennis vergaren. De één moet daarbij inspirerende voorbeelden zien, de ander heeft genoeg aan wat leuke linkjes en weer een ander gaat zelf op zoek. En als de kennis dan ook nog gedeeld wordt op een effectieve manier en leerkrachten elkaar aan ideeën helpen, dan gaat er vanzelf wat groeien. Van inspiratie via coöperatie naar motivatie.

Centraal staat daarbij altijd het leerproces van de leerling. Wat heeft deze leerling, op dit moment, in deze situatie nodig? Denk daarbij ook aan de PDCA-cirkel (Plan-Do-Check-Act). Deze stappen zien we in veel populaire modellen terug; denk daarbij aan bijvoorbeeld het Handelingsgericht Werken of het Opbrengsgericht Werken.

“Zou het niet mooi zijn om ICT dermate op orde te hebben dat bewuste adhoc inzet van ICT in het onderwijs mogelijk is?!”aldus één van de discussie-deelnemers. Geen methode-slaven, geen computer-slaven, maar zelf ‘meester’ zijn (of juf …).

Tot zover het verslag van de discussie. Was u niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie en aanvullingen onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @mariekemove , @sienjaal , @Gijs1982 , @mevrouwtjeT , @woutertinbergen , @pascalmarcelis

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 8 februari 2011

ICT-leerlijn bepaald door onderwijsinhoud en ervaring

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Een Leerlijn ICT is volkomen achterhaald!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting. Hoewel de gebruikte voorbeelden op het basisonderwijs zijn gericht, zijn de principes breed toepasbaar.

Veel scholen, stichtingen of verenigingen zijn weer druk bezig met hun beleidsplannen voor de komende jaren. Ze ontkomen daarbij niet aan de vraag hoe ICT daarin een plekje krijgt. Wordt het een apart plan, wordt het een paragraaf of gaan we voor volledige integratie? Al eerder voerden we er met #netwijs Discussie Dinsdag een discussie over.
Een andere vraag, daar mee samenhangend is, is de vraag hoe wordt omgegaan met de vaardigheden van leerlingen als het gaat om de inzet van ICT in het onderwijs. Wat doen we met de eisen die de Inspectie aan de scholen stelt, bijvoorbeeld in het Waarderingskader ICT? Is er naast een leerlijn rekenen, een leerlijn wereldoriëntatie ook een leerlijn ICT-vaardigheden? Of gaan we ook hier voor integratie?

De vraag laat zich niet direct met ja of nee beantwoorden, zo bleek tijdens de discussie. Dat ICT en de daarbij horende vaardigheden geen doel op zich mogen zijn, daarover is iedereen het snel eens. Toch is dat op veel scholen nog wel de praktijk. Leerlingen leren bij kleuters muisvaardigheden, gaan in groep 3 met Paint aan de slag, in groep 4 met Microsoft Word, enzovoort. het doel is uiteindelijk, dat ze in groep 8 zelfstandig werkstukken in Word en presentaties in Powerpoint kunnen maken.
Hier zijn wat vragen bij te stellen. Hoe ga je deze vaardigheden aanleren? De praktijk op veel scholen is, dat er maar een beperkt aantal computers beschikbaar zijn. Gaan ze er dan om beurten mee aan de slag? Hoe vaak is een leerling dan aan de beurt en hoe lang duurt het dan voordat hij/zij de vaardigheid beheerst? Welk materiaal wordt er voor gebruikt en staan daarin de relevante vaardigheden om het uiteindelijke doel te bereiken? En wat als de leerlingen de vastgestelde vaardigheden al beheersen? Mogen ze dan verder met de vaardigheden, die gepland staan voor een volgend schooljaar? Of gaan we verdiepen?
Gaan we voor het integreren van ICT in de dagelijkse lespraktijk, hetgeen bij alle deelnemers de voorkeur heeft, hebben we dan dat probleem niet? Feit is, dat kinderen al heel jong hun eerste ervaringen opdoen met de computer en andere (digitale) apparatuur. Ze komen dus met ervaring de school binnen.

Laten we een vergelijking maken met schrijven. Hebben we een leerlijn ‘Potlood en pen’? Als we kinderen leren schrijven, hebben ze al een heel traject achter de rug. Thuis hebben ze al heel wat ervaring achter de rug met wasco, potloden en stiften. Spelenderwijs ontdekken ze de mogelijkheden en onmogelijkheden. Eenmaal op school gaat dat proces verder. Door het aanbieden van diverse materialen wordt spelenderwijs de motoriek gestimuleerd. Zelfs het spelen met bijvoorbeeld klei is een goede oefening in dat proces, al zien kinderen daar zelf geen enkel verband tussen. Ook de ontdekking, dat je met potloden een heel ander resultaat krijgt, dan met bijvoorbeeld stiften en dat beide ook weer naders gebruikt moeten worden, zijn belangrijke leerervaringen. Langzamerhand komen dan de schrijfoefeningen, de aandacht voor de potloodhantering, enzovoort. Ook wordt de link gelegd tussen het gesproken en geschreven woord.
Het ene kind kan al wat woordjes lezen als het naar school gaat, of eigenlijk moeten we zeggen: herkent al sommige woordjes, voor het andere kind zijn niet meer dan vreemde tekentjes. Bij sommige leerlingen lijkt het allemaal vanzelf te gaan. Bij de ander moet de juf of meester regelmatig bijsturen of eens apart gaan oefenen met bepaalde vaardigheden. De leerkracht heeft daarbij altijd een hoger doel in het achterhoofd: Uiteindelijk willen we, dat kinderen leren lezen en schrijven. En dat is weer nodig om goed te kunnen communiceren.

Dit voorbeeld illustreert, dat we te maken hebben met een leerproces waarin de leerling van punt A naar B gaat. Om daar te komen, zijn er vaardigheden nodig. Soms heeft het kind zich deze spelenderwijs zelf eigen gemaakt. In andere gevallen is daar stimulans en begeleiding nodig. De leerkracht weet als professional welke middelen en werkvormen daarvoor geschikt zijn en op welk moment. Is een leerling reeds bij punt B aangekomen, dan richten we de aandacht op het volgende punt. We willen immers, dat het kind zich verder ontwikkelt?

Terug naar de ICT-vaardigheden. We willen graag, dat leerlingen in groep 6 een werkstuk digitaal inleveren. Daar stellen we uiteraard enige eisen aan. De tekst moet opgemaakt zijn, de spelling moet in orde zijn, de teksten mogen niet zomaar van internet geplukt zijn, er moeten plaatjes bij staan, enz. Dit vraagt de nodige vaardigheden. Op het gebied van tekstverwerken, maar ook op het gebied van het zoeken naar en verwerken van informatie. Hoe controleer je of de informatie die je hebt gevonden ook klopt? Zaken, die niet van elkaar te scheiden zijn. Ook hier geldt, dat de leerkracht moet kunnen beoordelen welke vaardigheden nodig zijn en of dat ook daadwerkelijk het geval is bij de leerlingen. En wanneer dat niet het geval is, welke begeleiding nodig is.
Als vervolg hierop kan ook gekeken worden naar verschillende programma’s die je kunt gebruiken om een werkstuk te maken. Of naar de mogelijkheid om de werkstukken online te publiceren. Daarbij gaat het er niet alleen om hoe je dat doet, maar ook om de zaken waar je rekening mee moet houden: bronvermelding, beeldrechten, privacy, etc. Daarmee maak je het werkstuk nog meer betekenisvol (ook mensen buiten school kunnen het lezen), maar koppel je het ook met meerdere leerdoelen. Een aardrijkskundewerkstuk komt zo in een breed kader te staan.

We bieden op school een breed pakket aan vakgebieden aan. Bij veel van die vakken kan ICT worden ingezet: om lesstof in te oefenen of die te verwerken, om informatie te zoeken, om te communiceren, enzovoort. Wil ik leerlingen een telefoongesprek laten oefenen, zoals de taalmethode voorschrijft, dan kan ik ze dat laten doen met hun hand als telefoon. Maar ik kan ook gebruik maken van bijvoorbeeld Skype. Door dat gewoon te doen, maken de leerlingen vanzelf kennis met het middel. Het kan ook zijn, dat er iets mis gaat. Een leerling sluit per ongeluk het programma af. Weet de leerling (of één van de anderen) hoe je het programma weer opstart? Dit zou aanleiding kunnen zijn om een moment te plannen om concreet met een bepaalde vaardigheid te oefenen om ervoor te zorgen, dat het de volgende keer beter loopt en mijn lesdoel (een gesprek voeren via de telefoon) niet (weer) in gevaar komt.

Zo kunnen we tal van voorbeelden noemen. Als leerkracht weet je de lesdoelen van een bepaalde les. Je kent de middelen, die je daarvoor in kunt zetten. En je kunt bepalen welke vaardigheden daarvoor nodig zijn en of de leerlingen deze beheersen. Je maakt daarbij een keuze of je dat vooraf doet of alleen wanneer dat nodig blijkt. Dat leerlingen ook zelf veel kunnen uitvogelen, blijkt uit de inmiddels steeds meer bekende experimenten van Sugatra Mitra.
Voor de meer gevorderde leerlingen kan ook gedacht worden aan de mogelijkheid om te experimenteren met Open Source-programma’s. Hoe zit de software in elkaar en hoe kunnen we die manipuleren? Leuk om eens iemand uit te nodigen, die daar in thuis is en die met een groepje leerlingen aan de slag te laten gaan.

Om de juiste middelen in te kunnen zetten, betekent het dus wel, dat kennis van ICT-middelen voor de leerkracht noodzakelijk is. Om daarin als team verder te komen, kan een leerlijn een goed hulpmiddel zijn om ervoor te zorgen, dat leerlingen een bepaald minimumaanbod krijgen. In feite is de leerlijn dan meer een stok achter de deur voor de leerkrachten, dan een weergave van de ontwikkeling die leerlingen moeten doormaken.
Gaandeweg zal in de praktijk blijken welke vaardigheden daarbij belangrijk zijn om aan te leren en ook in welk stadium. Zo kan typvaardigheid bijvoorbeeld een onderdeel zijn, dat waardevol is om een structurele plek te geven. Ook zaken die we vaak onder Mediawijsheid vatten verdienen zeker de aandacht. Maar ook hierbij geldt weer, dat telkens gezocht moet worden naar een geïntegreerde aanpak. Daarmee sla je een dubbelslag en verhoog je het rendement van je onderwijs.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @AndresProgress , @JaapSoft , @Mennovh , @olafiolio , @elkedas , @TomV , @karinwinters , @eRKa58 , @Marathonkeje , @flovanlieshout , @Wiswijzer2 , @Kletskous , @mariekemove , @ardhuizinga , @ellishouben81 , @MevrouwtjeT , @sienjaal , @PascalMarcelis , @Helikon

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 1 februari 2011

Training Onderwijs en ICT, maar waar is de directeur?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Training Onderwijs en ICT, maar waar is de directeur?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Een deelnemer aan een workshop uitte onlangs de verzuchting, dat het zo jammer was, dat de directeur er niet bij was. Vaak komen er verschillende zaken naar boven waar bijvoorbeeld afspraken over gemaakt moeten worden. Of de ontdekking dat visie op een bepaald punt ontbreekt of tekort schiet. Het gevoel als ICT-er, dat je zelf de kar moet trekken.

Enkele discussiedeelnemers gaven aan, dat de aanwezigheid van de directeur ook belemmerend kan zijn. Anderen voelen zich dan minder vrij. Daarbij kan een bepaalde angst een rol spelen, bijvoorbeeld angst om beoordeeld te worden op je prestaties. Of het gevoel teveel gepushed te worden of de neiging in je schulp te kruipen.
Vanuit de directeur bekeken is de inhoud niet altijd relevant, ondanks het feit, dat hij/zij ook gewoon teamlid is. Hij/zij staat vaak iets verder van de praktijk af.

Aan de andere kant komen tijdens workshops en trainingen vaak ook zaken naar voren, die bijvoorbeeld de visie van de school raken, het beleid op een bepaald gebied of organisatorische zaken. Daarnaast is een workshop of training ook onderdeel van een proces waar je als team in zit. Om zijn/haar teamleden te kunnen coachen of begeleiden is het volgen van dat proces, ook tijdens een workshop, zeer waardevol. Je ziet hoe collega’s bezig zijn en ziet de groei die ze doormaken. Het werkt vaak heel positief wanneer een directeur ook zelf aan den lijve ondervindt, waardoor ook begrip kan ontstaan. Interpersoonlijke competenties spelen een belangrijke rol. Goede afstemming helpt om een juiste keuze te maken.

Een paar concrete tips voor de ICT-ers:
  • Bespreek vooraf met de directie de inhoud van de training en de relevantie van zijn/haar aanwezigheid.
  • Vraag je af, wat de aanleiding was voor de training/workshop? Kwam die bij de directie vandaan, bij de ICT-er of het team?
  • Voer regelmatig een gesprek met de directie om onderlinge betrokkenheid te stimuleren.
  • Bedenk hoe je de onbevangenheid van iedereen zo goed mogelijk veilig stelt. Onderling vertrouwen.
  • Ga je in groepjes aan de slag? Denk vooraf goed na over de samenstelling van de groepjes. Laat de directeur meedoen met een groepje van de informele leiders.
  • Vraag of de directeur in elk geval tijdens de plenaire nabespreking aanwezig kan zijn, waarbij ook de vraag ‘Hoe nu verder?’ aan bod komt.
  • Zorg, dat ook tijdens een workshop of training de aandachtsgebieden van Vier in Balans in beeld komen. Dus niet alleen de deskundighied, maar ook de visie, de infrastructuur en het lesmateriaal. Laat daarin de samenhang zien.
Tot zover het verslag van de discussie. Was u niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @LadyLau, @JoriMur , @florinablokland , @GertHein1420 , @Bica10 , @marlijnnijboer, @harmhofstede , @JaapSoft , @henkheurter , @Helikon

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!