dinsdag 8 februari 2011

ICT-leerlijn bepaald door onderwijsinhoud en ervaring

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Een Leerlijn ICT is volkomen achterhaald!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting. Hoewel de gebruikte voorbeelden op het basisonderwijs zijn gericht, zijn de principes breed toepasbaar.

Veel scholen, stichtingen of verenigingen zijn weer druk bezig met hun beleidsplannen voor de komende jaren. Ze ontkomen daarbij niet aan de vraag hoe ICT daarin een plekje krijgt. Wordt het een apart plan, wordt het een paragraaf of gaan we voor volledige integratie? Al eerder voerden we er met #netwijs Discussie Dinsdag een discussie over.
Een andere vraag, daar mee samenhangend is, is de vraag hoe wordt omgegaan met de vaardigheden van leerlingen als het gaat om de inzet van ICT in het onderwijs. Wat doen we met de eisen die de Inspectie aan de scholen stelt, bijvoorbeeld in het Waarderingskader ICT? Is er naast een leerlijn rekenen, een leerlijn wereldoriëntatie ook een leerlijn ICT-vaardigheden? Of gaan we ook hier voor integratie?

De vraag laat zich niet direct met ja of nee beantwoorden, zo bleek tijdens de discussie. Dat ICT en de daarbij horende vaardigheden geen doel op zich mogen zijn, daarover is iedereen het snel eens. Toch is dat op veel scholen nog wel de praktijk. Leerlingen leren bij kleuters muisvaardigheden, gaan in groep 3 met Paint aan de slag, in groep 4 met Microsoft Word, enzovoort. het doel is uiteindelijk, dat ze in groep 8 zelfstandig werkstukken in Word en presentaties in Powerpoint kunnen maken.
Hier zijn wat vragen bij te stellen. Hoe ga je deze vaardigheden aanleren? De praktijk op veel scholen is, dat er maar een beperkt aantal computers beschikbaar zijn. Gaan ze er dan om beurten mee aan de slag? Hoe vaak is een leerling dan aan de beurt en hoe lang duurt het dan voordat hij/zij de vaardigheid beheerst? Welk materiaal wordt er voor gebruikt en staan daarin de relevante vaardigheden om het uiteindelijke doel te bereiken? En wat als de leerlingen de vastgestelde vaardigheden al beheersen? Mogen ze dan verder met de vaardigheden, die gepland staan voor een volgend schooljaar? Of gaan we verdiepen?
Gaan we voor het integreren van ICT in de dagelijkse lespraktijk, hetgeen bij alle deelnemers de voorkeur heeft, hebben we dan dat probleem niet? Feit is, dat kinderen al heel jong hun eerste ervaringen opdoen met de computer en andere (digitale) apparatuur. Ze komen dus met ervaring de school binnen.

Laten we een vergelijking maken met schrijven. Hebben we een leerlijn ‘Potlood en pen’? Als we kinderen leren schrijven, hebben ze al een heel traject achter de rug. Thuis hebben ze al heel wat ervaring achter de rug met wasco, potloden en stiften. Spelenderwijs ontdekken ze de mogelijkheden en onmogelijkheden. Eenmaal op school gaat dat proces verder. Door het aanbieden van diverse materialen wordt spelenderwijs de motoriek gestimuleerd. Zelfs het spelen met bijvoorbeeld klei is een goede oefening in dat proces, al zien kinderen daar zelf geen enkel verband tussen. Ook de ontdekking, dat je met potloden een heel ander resultaat krijgt, dan met bijvoorbeeld stiften en dat beide ook weer naders gebruikt moeten worden, zijn belangrijke leerervaringen. Langzamerhand komen dan de schrijfoefeningen, de aandacht voor de potloodhantering, enzovoort. Ook wordt de link gelegd tussen het gesproken en geschreven woord.
Het ene kind kan al wat woordjes lezen als het naar school gaat, of eigenlijk moeten we zeggen: herkent al sommige woordjes, voor het andere kind zijn niet meer dan vreemde tekentjes. Bij sommige leerlingen lijkt het allemaal vanzelf te gaan. Bij de ander moet de juf of meester regelmatig bijsturen of eens apart gaan oefenen met bepaalde vaardigheden. De leerkracht heeft daarbij altijd een hoger doel in het achterhoofd: Uiteindelijk willen we, dat kinderen leren lezen en schrijven. En dat is weer nodig om goed te kunnen communiceren.

Dit voorbeeld illustreert, dat we te maken hebben met een leerproces waarin de leerling van punt A naar B gaat. Om daar te komen, zijn er vaardigheden nodig. Soms heeft het kind zich deze spelenderwijs zelf eigen gemaakt. In andere gevallen is daar stimulans en begeleiding nodig. De leerkracht weet als professional welke middelen en werkvormen daarvoor geschikt zijn en op welk moment. Is een leerling reeds bij punt B aangekomen, dan richten we de aandacht op het volgende punt. We willen immers, dat het kind zich verder ontwikkelt?

Terug naar de ICT-vaardigheden. We willen graag, dat leerlingen in groep 6 een werkstuk digitaal inleveren. Daar stellen we uiteraard enige eisen aan. De tekst moet opgemaakt zijn, de spelling moet in orde zijn, de teksten mogen niet zomaar van internet geplukt zijn, er moeten plaatjes bij staan, enz. Dit vraagt de nodige vaardigheden. Op het gebied van tekstverwerken, maar ook op het gebied van het zoeken naar en verwerken van informatie. Hoe controleer je of de informatie die je hebt gevonden ook klopt? Zaken, die niet van elkaar te scheiden zijn. Ook hier geldt, dat de leerkracht moet kunnen beoordelen welke vaardigheden nodig zijn en of dat ook daadwerkelijk het geval is bij de leerlingen. En wanneer dat niet het geval is, welke begeleiding nodig is.
Als vervolg hierop kan ook gekeken worden naar verschillende programma’s die je kunt gebruiken om een werkstuk te maken. Of naar de mogelijkheid om de werkstukken online te publiceren. Daarbij gaat het er niet alleen om hoe je dat doet, maar ook om de zaken waar je rekening mee moet houden: bronvermelding, beeldrechten, privacy, etc. Daarmee maak je het werkstuk nog meer betekenisvol (ook mensen buiten school kunnen het lezen), maar koppel je het ook met meerdere leerdoelen. Een aardrijkskundewerkstuk komt zo in een breed kader te staan.

We bieden op school een breed pakket aan vakgebieden aan. Bij veel van die vakken kan ICT worden ingezet: om lesstof in te oefenen of die te verwerken, om informatie te zoeken, om te communiceren, enzovoort. Wil ik leerlingen een telefoongesprek laten oefenen, zoals de taalmethode voorschrijft, dan kan ik ze dat laten doen met hun hand als telefoon. Maar ik kan ook gebruik maken van bijvoorbeeld Skype. Door dat gewoon te doen, maken de leerlingen vanzelf kennis met het middel. Het kan ook zijn, dat er iets mis gaat. Een leerling sluit per ongeluk het programma af. Weet de leerling (of één van de anderen) hoe je het programma weer opstart? Dit zou aanleiding kunnen zijn om een moment te plannen om concreet met een bepaalde vaardigheid te oefenen om ervoor te zorgen, dat het de volgende keer beter loopt en mijn lesdoel (een gesprek voeren via de telefoon) niet (weer) in gevaar komt.

Zo kunnen we tal van voorbeelden noemen. Als leerkracht weet je de lesdoelen van een bepaalde les. Je kent de middelen, die je daarvoor in kunt zetten. En je kunt bepalen welke vaardigheden daarvoor nodig zijn en of de leerlingen deze beheersen. Je maakt daarbij een keuze of je dat vooraf doet of alleen wanneer dat nodig blijkt. Dat leerlingen ook zelf veel kunnen uitvogelen, blijkt uit de inmiddels steeds meer bekende experimenten van Sugatra Mitra.
Voor de meer gevorderde leerlingen kan ook gedacht worden aan de mogelijkheid om te experimenteren met Open Source-programma’s. Hoe zit de software in elkaar en hoe kunnen we die manipuleren? Leuk om eens iemand uit te nodigen, die daar in thuis is en die met een groepje leerlingen aan de slag te laten gaan.

Om de juiste middelen in te kunnen zetten, betekent het dus wel, dat kennis van ICT-middelen voor de leerkracht noodzakelijk is. Om daarin als team verder te komen, kan een leerlijn een goed hulpmiddel zijn om ervoor te zorgen, dat leerlingen een bepaald minimumaanbod krijgen. In feite is de leerlijn dan meer een stok achter de deur voor de leerkrachten, dan een weergave van de ontwikkeling die leerlingen moeten doormaken.
Gaandeweg zal in de praktijk blijken welke vaardigheden daarbij belangrijk zijn om aan te leren en ook in welk stadium. Zo kan typvaardigheid bijvoorbeeld een onderdeel zijn, dat waardevol is om een structurele plek te geven. Ook zaken die we vaak onder Mediawijsheid vatten verdienen zeker de aandacht. Maar ook hierbij geldt weer, dat telkens gezocht moet worden naar een geïntegreerde aanpak. Daarmee sla je een dubbelslag en verhoog je het rendement van je onderwijs.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @AndresProgress , @JaapSoft , @Mennovh , @olafiolio , @elkedas , @TomV , @karinwinters , @eRKa58 , @Marathonkeje , @flovanlieshout , @Wiswijzer2 , @Kletskous , @mariekemove , @ardhuizinga , @ellishouben81 , @MevrouwtjeT , @sienjaal , @PascalMarcelis , @Helikon

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen