dinsdag 20 december 2011

Deel je ICT parel! Terugblik!


Het onderwerp tijdens Discussie Dinsdag was "Geen discussie! Deel je ICT parel! Terugblik!
In dit artikel alle parels op een rij die werden getweet tijdens de discussie. Mocht je vragen hebben over één van de parels? De afzender staat erbij en de websites naar de genoemde diensten en artikelen ook.

Alle medewerkers van Station to Station wensen u hele fijne feestdagen en veel ICT successen in het nieuwe jaar toe.
  1. Gebruik www.wallwisher.com en www.mindmeister.com als je online wilt brainstormen. Erg handig, omdat je makkelijk kan structuren en aan het eind de brainstorm kan meegeven. Daar kunnen post its niet tegenop. @anthonyvdzande 
  2. Gebruik live@edu als elektronische leeromgeving voor de bovenbouw door: @kbszonnewijzer 
  3. ICT projecten eTwinning: Let’s make art  http://new-twinspace.etwinning.net/web/p22557/welcome en Be smart with your Phone door: @compie67 
  4. Digirapport zie de website: http://www.digirapport.eu/  ook met toetsregistraties voor WIG 3 door: @ictvliedberg
  5. De website met de foto's bijgehouden door de leerkrachten en de invoering van de Taalverhaal software. De leerkrachten hebben we enthousiast gekregen door elke groep een fotocamera van school te geven. Daarna een teamscholing te organiseren voor het uploaden van de foto's naar de website. Daarna positieve reacties van ouders als stimulans om door te gaan. Door: @ictvliedberg 
  6. Bekruipt je soms het gevoel dat je lessen aan een opfrissing toe zijn, of de gedachte 'Dit jaar ga ik eens iets nieuws uitproberen!'?  Haalbare technologieën die zonder al te veel voorkennis eenvoudig toepasbaar zijn in ons onderwijs. http://edutech.pen.io/ Door: @devlies
  7. Gebruik tagclouds voor goed taal onderwijs. Tagclouds maken voor zelfpresentatie of omgekeerd: als resumé tekst vooraf/achteraf als trigger voor gespreksvaardigheid. Gebruik: www.tagcrowd.com , www.wordle.net of http://www.tagxedo.com/ Door: @devlies
  8. De website: http://www.web20opschool.be/ heeft een verzameling van interessante Web2.0 toepassingen voor het onderwijs. Ze zijn gerangschikt in verschillende categorieën die je in het menu links vindt. Misschien zijn ze bruikbaar in de klas, misschien op school, misschien bij je thuis. Ze zijn soms handig, soms interessant, soms gewoon leuk. Door: @devlies
Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een parel die je wilt delen? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle linkjes van alle voorgaande discussies.

dinsdag 6 december 2011

Kinderen en sociale media? Oefenen in de echte wereld!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Kinderen en sociale media? Oefenen in de echte wereld!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Als ouder sta je geregeld voor dilemma’s bij het opvoeden van je kinderen. Eén daarvan is het gebruik van Social Media. Wanneer laat je je kind een account aanmaken? Welke afspraken maak je daar over? Welk platform laat je gebruiken?
In dat kader komt ook wel eens de vraag of je als school niet een eigen platform zou moeten hebben waar je de leerlingen naar hartenlust begeleid kunt laten experimenteren. Een soort eigen Hyves-omgeving voor de school. Anderen vragen zich echter af of dit wel zo’n goed idee is. Moeten leerlingen niet gewoon in de praktijk oefenen? Een mooi discussie onderwerp!

Eén van de discussie-deelnemers vergeleek het met leren fietsen. Dat doe je ook eerst onder begeleiding. Eerst met zijwieltjes en later zonder, maar wel op een rustig stukje zonder verkeer. Daarna samen de weg op, maar altijd met iemand naast je. En zo leer je stap voor stap eerst de vaardigheid en vervolgens de ‘toepassing’.

Hoewel deze vergelijking redelijk op gaat, gaat hij op bepaalde punten ook mank. Zo bracht een andere deelnemer in, dat je direct pijn hebt wanneer je valt met je fiets. Je hebt letterlijk te maken met vallen en opstaan! Bij het gebruik van Social Media is dat niet het geval. Je maakt vaak onbewust fouten zonder direct met de consequentie te worden geconfronteerd. Gevolgen blijken soms pas heel veel later! En de oorzaak is niet in alle gevallen te herstellen.

Los van het feit of de vergelijking wel of niet op gaat, kunnen we het er wel over eens zijn, dat kinderen in veel gevallen niet overzien welke consequenties er kunnen zitten aan het gebruiken van Sociale Media. Dit vraagt kennis van het medium, over het internet, over omgangsvormen, over de wereld om hen heen, enzovoort.

De vraag is daarbij of ze deze kennis vooraf aangedragen moeten krijgen of gaandeweg moeten leren of wellicht een combinatie daarvan. Hoe dan ook, het komt er op aan dat ze hier wel in begeleid worden. Het gebruik van het medium zelf zullen ze snel genoeg onder de knie hebben, maar of ze zich dan ook bewust zijn van de keuzes die je te maken hebt, dat is een ander verhaal.

Veel volwassenen vinden dat zelf ook nog erg lastig. Kinderen geven vaak aan, dat ze er meer van weten dan hun ouders. Niet zelden leidt dat er toe, dat kinderen maar hun gang gaan en ouders er maar op vertrouwen dat er geen gekken dingen gebeuren. Lang niet in alle gevallen hebben kinderen hierover gesprekken met hun ouders.

Het is daarom niet vreemd, dat ouders vragend naar de school kijken! Kunnen ze op school er geen aandacht aan besteden? Kunnen ze daar leerlingen niet leren omgaan met dit soort zaken? Bijvoorbeeld in een vertrouwde beschermde omgeving van de school zelf?

Probleem hierbij is echter, dat deze omgeving inderdaad ook echt een afgeschermde omgeving is, waar leerlingen niet voor de keuzes komen te staan, zoals in de echte praktijk, bijvoorbeeld over hoe je je profiel op de beste manier af kunt schermen of wie je wel en niet als vriend accepteert. Hooguit kun je aandacht besteden aan digitale omgangsvormen, aan wat je wel en niet met anderen deelt, aan geschikte of ongeschikte foto’s. Een ander nadeel is ook, dat ze op deze digitale ontmoetingsplaats alleen maar kinderen van hun eigen school treffen en niet hun vriendjes of vriendinnetjes uit de buurt. Dat is vaak ook een reden waarom kinderen al snel aangetrokken worden tot platforms waar ze wél anderen treffen en vaak ook dan nog samen allerlei games kunnen spelen e.d.

In dat opzicht is er veel voor te zeggen om toch vooral gebruik te maken van de bestaande, veel gebruikte platforms zoals Hyves of Facebook. Daarbij ligt de eerste verantwoordelijkheid bij de ouders. Zij dienen aan te geven of en wanneer hun kind hiervan gebruik mag maken. Vervolgens zijn zij ook zelf verantwoordelijk voor de begeleiding daarbij. Net zoals je mee rende met je kind toen het leerde fietsen zonder zijwieltjes, zo volg je ook nu je kind op de digitale snelweg. Ouders moeten daarbij duidelijke keuzes maken en deze ook bespreken met hun kind. Zo krijgt het kind ook zelf inzicht in de te maken keuzes en de consequenties ervan. Stapsgewijs kunnen de ouders dan meer verantwoordelijkheid aan het kind overdragen.

Ook de school kan hierin zeker wat betekenen. Allereerst door samen het onderwerp te verkennen en te bespreken. Afstemming zoeken hoe je elkaar als school en ouders aan kunt vullen. Zo gaf één deelnemer aan, dat op zijn school het onderwerp jaarlijks met de ouders wordt besproken, er duidelijke afspraken zijn gemaakt en deze ook duidelijk zichtbaar bij de computers hangen.
Daarnaast kan de school Social Media bewust inzetten als leermiddel, bijvoorbeeld tijdens een project. Daarbij ligt de nadruk dan in eerste instantie niet op de gevaren, maar op de mogelijkheden die het biedt. In de zijlijn kan echter tegelijk aandacht besteed worden aan eerder genoemde zaken op het gebied van mediawijsheid. Daarmee heb je een veel positievere insteek en vaak met veel meer resultaat. Door de positieve insteek merk je vaak bij kinderen een veel opener houding en minder de noodzaak om zich af te zetten tegen regels of om te gaan experimenteren.

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @J_Karstens , @JanWillemL , @ernomijland , @Rjoch , @Sjaboepaan , @pietvsz , @Kletskous

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 29 november 2011

Verander het onderwijs, begin bij jezelf

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Verander het onderwijs, begin bij jezelf!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Vorige week vond in Lunteren de jaarlijkse i en i-conferentie plaats met als thema Morphing my School. Eén van de keynotes werd verzorgd door Michel van Ast. Hij maakte de aanwezigen deelgenoot van zijn eigen zoektocht in zijn eigen lespraktijk om het onderwijs op een andere manier vorm te geven. Hij startte met de zin: Verander het onderwijs, begin bij jezelf. Een mooie stelling voor Discussie Dinsdag!

Het lijkt een open deur. En menig coach zal het zijn cliënten voorhouden. Wacht niet af tot de omstandigheden veranderen, tot je meer tijd hebt, tot er een budget beschikbaar is, tot je collega’s ook mee willen doen, to t … Ja tot wat eigenlijk? Wanneer is het moment daar om zelf de stoute schoenen aan te trekken en ‘gewoon’ zelf aan de slag te gaan? Zijn er niet altijd allerlei redenen om maar niet te veranderen?
Misschien goed om dan eerst eens bij jezelf te rade te gaan: Waarom heb ik er voor gekozen om het onderwijs in te gaan? Wat was daarin mijn passie en is dat nog steeds mijn passie? Hoe wil ik onderwijs geven en waarom wil ik dat? Na deze bezinning komt dan de vraag: Wat kan ik zelf doen, binnen de huidige kaders en omstandigheden om dicht bij mijn passie te blijven en mijn idealen te verwezenlijken?

Concreet: Hoe kan ik mijn leerlingen hun taalles eens op een andere manier laten doen, waarbij ze toch aan dezelfde doelen werken en misschien wel méér dan dat? Hoe kan ik mijn instructie eens op een andere manier vormgeven? Hoe kan ik leerlingen echt laten communiceren in het Engels in plaats van ze droog te laten oefenen? Hoe betrek ik alle leerlingen concreet en actief bij het onderwerp van mijn lessen? Hoe kan ik ze laten samenwerken?

Een paar voorbeelden uit de discussie: het gebruik van Skype en eTwinning tijdens de les Engels, het laten maken van een samenvatting van een hoofdstuk met behulp van Linoit bij Wereldoriëntatie en het project Reisbureau Beartravel, dat zelf internationaal in de prijzen viel! En zo zijn er nog tal van voorbeelden te noemen uit de dagelijkse praktijk.

Tijdens de discussie werd echter ook duidelijk, dat het gemakkelijker is gezegd dan gedaan. Leraren, lerarenondersteuners en ICT-coördinatoren die alles doen wat ze kunnen om collega’s enthousiast te krijgen voor het gebruik van ICT in hun les. Die kant en klare materialen delen, maar het wordt niet opgepikt. Leuke project-ideeën, maar niemand is er voor te porren.
En dan de bekende verzuchtingen: We moeten al zoveel als school en dan moeten we ook hier nog mee aan de slag. Waar moet ik die tijd vandaan halen? Als er geen budget voor is of extra uren, dan begin ik er niet aan! Laat ze eerst maar eens zorgen, dat die computer het fatsoenlijk doet! Zolang ik wordt afgerekend op toetsen, ga ik niet experimenteren!

Michel van Ast vergeleek het in zijn eerder genoemde keynote met een ‘scrum’, een horde rugby-spelers die boven op de bal duiken. Probeer je daar maar eens met de bal aan te ontworstelen! Er komt heel wat op leraren af. Er moet van alles van het ministerie en de inspectie, je wordt afgerekend op behaalde resultaten, het hele onderwijssysteem is gebaseerd op werken met methoden, alle administratieve rompslomp, alle extra activiteiten waar je aan geacht wordt mee te doen en de vergaderingen die je dient bij te wonen. Probeer je daar maar eens aan te ontworstelen en te zeggen dat jij het lekker anders gaat doen! Ook dat is de realiteit!

En toch: het kan! Er zijn voorbeelden genoeg die dat bewijzen. Door kritisch naar jezelf te kijken sta je open voor ontwikkeling. Als je je eigen weerstanden opzij zet ga je groeien. Maar het gaat niet zonder slag of stoot. Het vraagt om keuzes maken, want je kunt het inderdaad niet allemaal. Dus: Ik volg wel de doelen van de methode, maar kies mijn eigen werkvormen en lesactiviteiten. Dat hoeft niet per definitie meer voorbereidingstijd te kosten en dat hoeft geen extra geld te kosten. Het vraagt om het inzetten van ICT geïntegreerd gebruikt als middel en niet als doel. Het vraagt om minder praat-vergaderingen en meer doe-vergaderingen. Niet meer, maar anders dus! Uit je comfortzone stappen en uitdagingen aan willen gaan, leren door experimenteren.

En ook belangrijk: Deel wat je doet, maar heb daar niet direct verwachtingen bij. Jij doet het, omdat je er in gelooft, omdat je de leerlingen beter kunt activeren en motiveren! Dat moet je steeds voor ogen houden. Als 'voortrekker', aanjager moet je ook 'incasseerder' zijn. Veel geven betekent zeker niet ook veel nemen. Dat voelt niet altijd prettig, maar gemotiveerde leerlingen maken een hoop goed! En: incasseren=investeren! Maak jezelf geen 'slachtoffer' van het systeem!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @J_Karstens , @GUPAGEBO , @compie67 , @Sjaboepaan , @warempel , @florinablokland , @Kajrietberg , @daniellekooistr , @devlies , @Onderwijsin2015 , @jong_leren

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 22 november 2011

Mediawijsheid, waar heb ik dat eerder gehoord???

Wat is mediawijsheid ook alweer?
“Mediawijsheid”, het lijkt een verzamelnaam voor alles wat er rondom TV, het internet, social media, games en mobiele telefoons gebeurt. Het belang dat er aan mediawijsheid wordt gehecht wordt steeds groter. Logisch ook, want het maken, het begrijpen, het delen en het  vinden van media vinden we belangrijk om mee te doen met de maatschappij.

Mediawijzer.net (een initiatief o.a. van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) definieert mediawijsheid als volgt:

“mediawijsheid staat voor actief, bewust en kritisch meedoen aan de mediasamenleving. Het gaat om de kennis, de vaardigheden en de mentaliteit waarmee iemand bewust, kritisch en actief kan bewegen in een wereld waarin oude media (televisie, radio, pers) en nieuwe media (internettoepassingen, sms) een zeer grote rol spelen.”





Vier deelaspecten van mediawijsheid
Freek Zwanenberg en Justine Pardoen delen in hun boek “Handboek mediawijsheid” mediawijsheid op in 4 aspecten: Techniek, Creativiteit, Analyse en Reflectie.

Techniek
De beheersing van technische (computer)vaardigheden die nodig zijn om zelf mediaproducties te kunnen maken en te participeren in sociale netwerken. Hier worden de technische vaardigheden bedoeld waarmee kinderen daadwerkelijk zelf media creëren. Te denken valt aan het maken van een weblog, een eigen website, fimpjes etc. Maar ook zaken als het instellen van bepaalde privacyniveaus van een profielsite zoals Hyves of Facebook en het zoeken van informatie op internet die waardevol is voor het maken van een werkstuk.

Creativiteit
Het inzetten van media voor artistieke expressie en creatieve omgang met media voor participatie en innovatie. Hierbij kan gedacht worden aan eigen audio- of filmproducties, een digitaal stripverhaal maken. Ook bijvoorbeeld het maken van een online campagne (op Youtube) kan hieronder vallen.

Analyse
De kennis over de werking en invloed van media in het algemeen, en het zelf kunnen
interpreteren van mediaboodschappen. Bij analyse gaat het om het begrijpen van de werking en invloed van diverse media. Kritische media-analyse wordt steeds. Er is een constante stroom van allerlei informatie op het internet. Vaak is de bron van deze informatie moeilijk te verifiëren. Het is hier belangrijk dat kinderen deze informatie kunnen beoordelen op betrouwbaarheid, consistentie, onderbouwing etc.

Reflectie
Het bewust zijn van de eigen houding en gedrag tegenover anderen via media, maar ook van
de waarde van burgerrechten als privacy en vrijheid van meningsuiting en morele kwesties als online respect en tolerantie. Deze reflectie heeft vooral betrekking op het eigen mediagebruik en is gericht op het bepalen van je eigen grenzen en het ontwikkelen van een eigen standpunt over zaken als;  Online respect, Vriendschap,  Seksualiteit,  Geweld, Privacy en Zelfpresentatie.

Scholen én ouders
Scholen en ouders spelen een grote rol in het bijbrengen van mediawijsheid bij kinderen. Echter is het zaak dat beide partijen goed met elkaar communiceren. In de praktijk blijkt nog vaak dat ouders niet weten wat de visie en het beleid op school is m.b.t. mediawijsheid. Andersom geldt, dat de school vaak niet weet hoe ouders hier mee omgaan. Voor een school is het van belang dat zij een aantal zaken naar ouders communiceren rondom mediawijsheid:
·         Wat is de visie van de school?
·         Welk beleid is er?
·         Welke activiteiten vinden er plaats?
·         Hoe gaat de school om met de vier deelaspecten van mediawijsheid?

Het organiseren van bijvoorbeeld ouderavonden om de ouders te informeren over wat de school doet aan Mediawijsheid, kan hiervoor een middel zijn. Tijdens dit soort avonden kan ook aan het licht komen hoe ouders met mediawijsheid bezig zijn.

De Week van de Mediawijsheid, 21 tot en met 27 november 2011
De Week van de Mediawijsheid is een initiatief van Mediawijzer.net om meer aandacht te vragen voor mediawijsheid. Het thema van dit jaar is “ Media-opvoeding”. Hiermee wordt bedoeld de communicatie over media tussen kinderen, hun ouders en leerkrachten.
Kinderen lijken redelijk mediawijs, maar ze gebruiken niet altijd alle mogelijkheden en onderschatten hun mediagedrag. Media ervaren en er samen met hun opvoeders over praten maakt kinderen wijzer!

Hoe Mediawijs is uw school?
Station to Station helpt scholen in kaart te brengen hoe zij er op het gebied van mediawijsheid voor staan. Met behulp van een gratis quickscan, kunt u eenvoudig zicht krijgen op welke onderdelen uw school al mediawijs is. Klik hier voor de gratis quickscan.
 

dinsdag 15 november 2011

Leraar heeft geen tijd om te experimenteren met ICT-gebruik in zijn les!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leraar heeft geen tijd om te experimenteren met ICT-gebruik in zijn les!”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

‘De werknemer 2.0 trekt het werk niet naar zich toe, maar inspireert en daagt anderen uit een bijdrage te leveren’ was gisteren de spreuk van de dag op de Coachingskalender. Na de discussie viel mijn oog er op. Het sluit mooi aan op de discussie van vandaag. Of beter nog: het geeft mooi weer waar we in het onderwijs dagelijks mee bezig zijn! Kinderen inspireren en uitdagen, zodat ze zelf aan de slag gaan en daar ook gemotiveerd voor zijn. Daar ben je niet in je eentje mee bezig. Je hebt een team van collega’s om je heen, die datzelfde doen. Werknemer 2.0, of in dit kader Leraar 2.0, betekent dan ook dat je deelt met je collega’s: opgedane ervaringen, kennis, ideeën, materialen. Elkaar enthousiast maken en samen het wiel uitvinden.

Als het gaat om het gebruiken van ICT in de les valt er heel wat te delen met elkaar. Wat zijn er veel mogelijkheden en tools die je in kunt zetten! Haast oneindig veel! En dat is meteen een verzuchting die regelmatig klinkt: ‘Er zijn zoveel mogelijkheden, ik weet niet waar ik moet beginnen!’ Geen overzicht dus. Daar is prima op in te spelen in dit geval. Er zijn diverse sites met complete overzichten van zeer handige tools, programma’s, tips en trucs speciaal gericht op het onderwijs. Zelf op zoek gaan is niet nodig, dat hebben anderen al gedaan! En wil je het nog concreter? Of zelf op papier? Dat kan! Denk aan bijvoorbeeld BoekTweePuntNul of onze eigen ‘Lessen met ICT’. Je kunt zo aan de slag!

Zo gemakkelijk blijkt het echter ook weer niet. ‘Ik zal toch eerst het één en ander moeten uitproberen voordat ik het zomaar in mijn les kan gebruiken!’ zo is een veel gehoorde opmerking. En zo is het ook. Je zult je moeten voorbereiden op je les en dus zelf moeten gaan uitproberen, bijstellen, passend maken voor jouw les, jouw situatie en jouw leerlingen. Dat kost tijd!

En daarmee zijn we bij de stelling van deze discussie. Leraren hebben immers geen tijd?! Er zijn zoveel zaken, naast het lesgeven, die ook tijd kosten. Er wordt steeds meer van scholen en dus van leraren gevraagd. ‘Ik weet dat je veel met ICT kan in je les, maar het kost me zoveel tijd om me daar in te verdiepen! Die tijd heb ik gewoon niet!’
Anderen brengen daar tegen in, dat het inzetten van ICT juist ook weer tijd oplevert. Je investeert eerst tijd, maar die verdien je later weer terug! Denken op de langere termijn dus! Investeren in efficiëntie, kwaliteit en verrijking van je lessen. Helaas leeft breed het gevoel, dat het gebruik van ICT-middelen meer tijd kost, dan dat het tijd oplevert. En dus wordt er voor gekozen om de kostbare tijd maar anders in te zetten.

Dat is het conflict waar vele ICT-coördinatoren en ICT-enthousiaste leraren dagelijks tegen aan lopen. Zelf de voordelen zien, deze ook delen, maar de boodschap komt niet over! Frustraties over en weer. Is het: niet kunnen? Niet willen? Heeft het te maken met persoonlijkheid of mentaliteit? Met overvraagt worden? Faalangst? Angst om de vertrouwde werkwijze en methodes los te laten?

Móet je dan perse ICT-middelen inzetten? Het is maar één van de middelen en niet altijd per definitie beter. Toch? Aan de andere kant: kinderen groeien op in een wereld waar ICT zo in verweven is, dat je er binnen het onderwijs niet omheen kunt. Niet willen gebruiken in je les is dus eigenlijk geen optie. Tenzij goed onderbouwd! Er kunnen goede redenen zijn om de computer niet in te zetten, maar ándere middelen in te zetten. Als leraar ga je uit van je lesdoelen en de specifieke doelen voor individuele leerlingen. Op basis van zijn professionaliteit kan de leraar er voor kiezen om een ander middel te gebruiken, omdat hij/zij inschat, dat daarmee de doelen beter gehaald zullen worden. Deze keuze mag dan echter niet voortkomen uit het niet kennen van de middelen, gebrek aan eigen vaardigheden, onwil, niks met computers hebben, enzovoort. Het moet dan echt een didactische keuze zijn.

Om alle leraren op dat niveau keuzes te laten maken, zal er ruimte moeten zijn voor kennis delen, voor samen ontwikkelen, voor scholing en dat alles vanuit een duidelijke visie op onderwijs. Het vraagt om leraren, die boven de leerstof staan en het curriculum kennen. Leraren die zelf arrangeren om de leerlingen optimaal te kunnen laten leren. Die durven te experimenteren en naar nieuwe wegen durven zoeken. Daarin hoef je niet het wiel zelf uit te vinden. Maak gebruik van de kennis van je ICT-coördinator en van andere collega’s.
Terecht werd tijdens de discussie opgemerkt, dat dat niet alleen voor ICT-middelen geldt, maar voor alle middelen. Wat doe je als je zelf niet muzikaal bent, maar een collega wel? Wat kun je dan aan elkaar hebben? Heb je moed om je collega om hulp te vragen? Of de mogelijkheid te onderzoek om je collega in jouw klas muziek te laten geven en jij in zijn klas geschiedenis? Heb je het lef om eens iets nieuws uit te proberen, zonder direct zicht te hebben op het verloop en de resultaten? Durf je jezelf te ontplooien?

Experimenteren hoeft niet iets groots en geweldigs te zijn. Gebruik eens een andere tool voor je wiskundeles, laat het boekverslag eens op een andere manier doen, laat je leerlingen een presentatie maken met Prezi in plaats van Powerpoint, probeer eens een kant en klare les uit rond een web 2.0-toepassing. Ervaar eens wat het doet met jezelf en vooral ook met de leerlingen. Laat je collega’s ook zien wat leerlingen gedaan hebben of beter nog: laat het hen zelf presenteren!
Begin met wat je wilt bereiken en ga dan op zoek naar mogelijkheden om dat te bereiken. En nogmaals: Heb je zelf niet de ideeën, vraag dan je ICT-coördinator of andere collega’s om raad. Maak gebruik van andermans expertise! En wat de tijd betreft: Tijd heb je niet, maar tijd maak je!

En voor de ICT-coördinatoren en –enthousiastelingen: Waak ervoor je collega’s te overvoeren. Durf te doseren! Doe niet alsof er niets anders bestaat dan ICT, alsof ICT gebruiken in je les de zevende hemel is. LAKS dus: Langzaam Aan in Kleine Stapjes! En begin niet bij het middel, maar bij het te bereiken doel! Laat van daar uit de meerwaarde zien.

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @amberwalraven , @Sjaboepaan , @TwietAnita , @pavl , @GUPAGEBO , @jvennink , @karinwinters , @ruudleuverink , @J_Karstens , @pbkoning71 , @jelmerevers , @JannekeGielisse , @devlies , @RicardoEshuis , @dancing_prinzes, @jong_leren

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

donderdag 10 november 2011

Diploma uitreiking Netwijs Opleiding ICT coördinator Westland groep

Op 9 november 2011 was het dan zover, de diploma uitreiking van de ICT coördinatoren van de Westland groep. Tien enthousiaste ICT coördinatoren volgenden het afgelopen jaar de Post HBO opleiding van Netwijs op één van de schoollocaties in het Westland.

De eindopdracht voor de groep was als volgt  geformuleerd:
Elke deelnemer levert één foto of afbeelding aan van een ICT-parel die zij tijdens de opleiding hebben doorgevoerd in de school inclusief één zin die weergeeft wat de meerwaarde van ICT binnen hun onderwijs is.



Een greep uit de zinnen:
  • Kleuters op het digibord geen utopie meer!
  • Wie het doel niet kent, kan de weg niet weten.
  • Er is hoop ... van bijna digibeet naar 'bijna' digiwijs, ook voor 55+!
  • ICT op de Kameleon: structureel, laagdrempelig en resultaatgericht.
  • ...




Ter afsluiting van de opleiding hebben we het "Vier in Balansspel" gespeeld, met als doel om kennis over ICT te delen. De deelnemers waren erg enthousiast over het spel en wilden bijna niet stoppen met spelen.






De onderwijsadviseurs van Station to Station wensen de afgestudeerden heel veel plezier en succes als ICT inspirator in hun school.

dinsdag 8 november 2011

Eindelijk een Social Media-protocol voor het onderwijs!?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Eindelijk een Social Media-protocol voor het #onderwijs!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Vorige week publiceerde CNV Onderwijs een Social Media Protocol voor het Onderwijs. “Dit protocol heeft als doel de dialoog over het gebruik ervan op gang te brengen en een handreiking te bieden voor meer duidelijkheid in het grijze gebied tussen binnen- en buitenschools mediagebruik.” zo meldt de toelichting. Die handschoen pakken we graag op met #netwijs Discussie Dinsdag!

In kranten, op TV en radio werd er aandacht besteed aan het protocol. Veelal waren de reacties heel positief. Scholen zouden zeer geholpen zijn met dit protocol en in een behoefte voorzien. Opvallend daarbij is, dat de reacties met name afkomstig waren van leidinggevenden binnen het onderwijs en niet zozeer van leerkrachten en docenten. Hierdoor lijkt er een beeld te ontstaan, dat schooldirecteuren meer zoekende zijn met betrekking tot het gebruik van Social Media, dan de leerkrachten en docenten zelf. Of is het zoals een discussiedeelnemer aangaf: “Mensen die hun verantwoordelijkheid nemen hebben geen regels nodig.”?
Tijdens onze discussie kwamen verschillende aspecten naar voren. Verschillende mensen gaven aan, dat een protocol uit gaat van het negatieve, van de gevaren en niet van de kansen en mogelijkheden die het gebruik van Social Media biedt. Elders op dit blog hebben we daar ook al aandacht aan besteed. Laten we niet direct met het vingertje omhoog gaan waarschuwen, maar met een open blik op ontdekking gaan en experimenteren met de steeds weer nieuwe mogelijkheden en ervaringen daarmee met elkaar delen! Leerkrachten en docenten zijn voldoende professional en zijn zonder protocol, maar met een gezond verstand echt wel in staat om op een verantwoorde manier gebruik te maken van Social Media.

Aan de andere kant blijkt ook in de praktijk, dat leerkrachten en docenten het onderling niet altijd eens zijn over waar grenzen liggen, over wat wel en niet kan. Accepteer je een uitnodiging van een leerling op Facebook of Hyves wel of niet? Ja zegt de één, want wat ik op mijn profielpagina zet, zijn geen geheimen; ook niet voor leerlingen of ouders. Nee, zegt de ander. Als leerlingen met mij willen communiceren, dan kan dat op school, via de mail of via de leeromgeving. Weer een ander zit er ergens tussenin of heeft een privé-account én een ‘zakelijke’ account.
De één kent voorbeelden waarin Social Media zeer succesvol wordt ingezet door een docent of school, de ander komt met voorbeelden waarin een leerkracht over de schreef is gegaan door het plaatsen van een foto van zichzelf met een slokje teveel op, een tweet waarin frustraties worden geuit over een paar ouders of een bericht waarin bepaalde meningen worden geuit over het beleid van de school. Welk standpunt je ook inneemt, er zijn altijd wel voorbeelden bij te vinden om je gelijk te bewijzen.

Deze verschillen zijn er tussen leerkrachten en docenten in het algemeen, maar ook binnen één schoolteam. Wanneer dat naar buiten toe leidt tot een diffuus beeld is het begrijpelijk en wellicht zelfs wenselijk, dat je als directie dit aan de orde stelt. Als directie ben je immers eindverantwoordelijk voor het beeld dat men heeft van de school, zeker ouders en leerlingen. Als het gedrag van het personeel aanleiding is voor onvrede, onrust of een onduidelijkheid, dan moet je daar iets mee. “Uit het feit, dat scholen niet zelf op het idee komen een protocol en beleid op te stellen, blijkt dat ze niet Mediawijs zijn” zo merkte iemand op. “Leerkrachten hebben vooral kennis en eigen ervaring met Social Media nodig. Zodat ze weten waar ze het over hebben. Dan zijn de meesten prima in staat om zelf eigen richtlijnen te handhaven of op te stellen.” aldus een ander.

Tijdens de discussie terecht werd opgemerkt, dat dat echter niet alleen met Social Media te maken heeft, maar ook met communicatie in het algemeen. Van je personeel mag je een bepaalde basishouding verwachten als het gaat om communicatie met leerlingen, ouders en externen. Echter, elk middel heeft zo zijn specifieke aandachtspunten. Ongenuanceerde opmerkingen in een telefoongesprek hebben een andere impact dan het openbaar plaatsen van deze opmerkingen op het internet. Ook het face-to-face ontmoeten van iemand geeft een andere indruk, dan de profielpagina’s van iemand op het internet. En bovendien: geschreven communicatie is iets heel anders dan mondelinge communicatie.
Het risico van een discussie als deze is, dat verschillende zaken als snel door elkaar gaan lopen. Voor de helderheid proberen we e.e.a. van elkaar te onderscheiden. Dat leidt tot enkele vragen, die binnen een school zouden moeten worden besproken, bijvoorbeeld:
  • Met welke houding communiceren we met ouders, leerlingen en externen?
  • Waar ligt de grens tussen werk en privé? Wanneer en in hoeverre mag je je personeel of je collega’s aanspreken op hun gedrag?
  • Welke communicatiekanalen zijn er? En welke willen we als school gebruiken?
  • Welke beeld hebben ouders, leerlingen en externen van onze school? Hoe komen zij aan dit beeld?

Dit zijn min of meer ook de vragen, die in het Social Media Protocol aan bod komen, hoewel wellicht iets eenzijdiger. De vraag die echter ontbreekt in het protocol is:
  • Willen we, los van de communicatie als school, Sociale Media gebruiken als middel in onze lessen? Zo ja, is het nodig om daar gezamenlijke afspraken over te maken en welke dan?

Immers, Social Media vormen niet alleen een bedreiging, maar bieden ook kansen en mogelijkheden. Juist door ze in te zetten als middel tijdens je lessen heb je de mogelijkheid ook inhoudelijk met leerlingen in gesprek te gaan over een stukje mediawijsheid. Wat zeg je wel en niet en hoe zeg je het? Met wie deel je informatie en met wie niet? Hoe beoordeel je informatie op waarheid?

Om dat gesprek aan te gaan met je leerlingen zul je echter zelf wel over de nodige kennis en vaardigheden moeten beschikken als leerkracht of docent. Wanneer dat ontbreekt, is de kans groot, dat er een zekere angst voor het middel ontstaat of onwil om het te gebruiken. Angst uit onwetendheid. Dan is een protocol een mooie stok om de hond mee te slaan. Laten we het maar niet gebruiken, want al die gevaren, dat moeten we niet willen!

Aan de directeuren de uitdaging om dit onderwerp binnen hun team bespreekbaar te maken. Het aangereikte protocol kan daar een prima middel voor zijn. Daarbij zal de school alleen verder komen, wanneer er breder wordt gekeken naar de communicatie in het algemeen en ook naar de kennis en de vaardigheden van het personeel. Of en hoe e.e.a. vervolgens in een school-protocol wordt vastgelegd kan onderling worden afgestemd. Iets vastleggen zonder dat het bij iedereen tussen de oren zit, zal de school echter niets opleveren. Zonder achterliggend plan wordt het een papieren tijger!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @fanmeel , @Sjaboepaan , @Marathonkeje , @Tonmeijer1 , @GUPAGEBO , @compie67 , @Timgearz , @MariekeSimonis , @henkheurter , @pietvsz , @jvennink , @EllePeters , @JeroenGerth , @lighans , @florinablokland , @BaukevdL , @Lespakket , @FranciscaF

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 1 november 2011

Stemkastjes in je les: meerwaarde of niet?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Stemkastjes in je les: meerwaarde of niet?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Terwijl het digitaal stemmen in de politiek nog steeds een heikel punt is, wordt er in het onderwijs steeds meer gebruik van gemaakt. Geen discussies over de mogelijkheid om te hacken, privacy-issues of betrouwbaarheid van de uitslag. Focussen op de inhoud: wat is de meerwaarde van het laten stemmen van leerlingen tijdens de les?

Toch nog heel even ove de privacy van, in dit geval, de leerlingen: Hoewel dit natuurlijk van een heel andere orde is dan bij bijvoorbeeld landelijke verkiezingen, moet je als school hier wel over nadenken. De beschikbare mogelijkheden om leerlingen te laten stemmen, bijvoorbeeld via stemkastjes behorend bij het digibord, bieden vaak de mogelijkheid om te kiezen tussen anoniem stemmen en stemmen op naam. In dat laatste geval worden de keuzes die de leerlingen maken dus vastgelegd op naam. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een toets gedigitaliseerd is en deze dus digitaal wordt afgenomen. Laat je in zo’n geval, bijvoorbeeld bij de nabespreking, leerlingen zien wie wat heeft gekozen? Of houd je die informatie voor jezelf? Dat vraagt om een pedagogische keuze, die overigens ook geldt voor schriftelijk gemaakt werk van leerlingen.

Een bijkomende vraag is waar de resultaten worden opgeslagen. Een leerlingvolgsysteem is vaak beveiligd met een wachtwoord. Bij de software die het mogelijk maakt om digitaal te stemmen is dat vaak niet het geval. Goed om dus eens na te gaan waar de resultaten worden opgeslagen en of leerlingen daar bij kunnen.

Dan naar de inhoud: Heeft het een meerwaarde? Ja zegt de één, nee zegt de ander. Het is een optelsom van allerlei factoren. Per school en zelfs per leerkracht zal de uitkomst van die som anders zijn. We geven een opsomming van argumenten zonder volledig te willen zijn:

Betrokkenheid
Als eerste wordt vaak genoemd, dat het een uitstekende manier is om alle leerlingen te betrekken bij de les. Als de leerkracht een vraag stelt, kan iedereen antwoorden en niet alleen de leerling die de beurt krijgt. En daarbij: ook de leerlingen die hun vinger niet willen opsteken of die dat niet durven, worden via stemkastjes toch erbij betrokken. Elke leerling wordt zo aan het denken gezet en gevraagd een standpunt in te nemen. Leerkrachten zien hierdoor een betere betrokkenheid en meer motivatie bij de leerlingen tijdens de les.

Motivatie
Wat de motivatie betreft, is de andere zijde, dat ook dit middel vraagt om doordachte inzet. Zou je leerlingen bij elke les overal over laten stemmen, dan verdwijnt de motivatie en het effect. De kracht zit dus mede ook in de afwisseling in werkvormen. Motivatie is dus een tweede positieve factor, mits de leerkracht ook daadwerkelijk zorgt voor afwisseling.

Directe feedback
Meestal biedt de software bij de stemkastjes de mogelijkheid om direct de uitslag weer te geven. Leerlingen zien dus direct het resultaat en als leerkracht kun je vervolgens direct ingaan op de vraag waarom de ene keuze wel en de andere niet goed was. Ook onderling kunnen leerlinge hierover in discussie gaan.

Interactie op hoger niveau
Het inzetten van stemkastjes kan ook leiden tot een verdieping in de interactie. Dit is uiteraard wel afhankelijk van de wijze waarop de stemkastjes worden ingezet. Door leerlingen eerst een keuze te laten maken en dus een standpunt te laten innemen, kun je vervolgens ingaan op onderliggende argumenten. Interessant is vervolgens of het gesprek tussen leerlingen over deze argumenten ook leidt tot een andere keuze wanneer de vraag opnieuw wordt gesteld. Ook daar kan dan weer op in worden gegaan door de leerlingen te vragen waarom ze hun keuze hebben veranderd.
Als idee kwam nog voorbij om stemkastjes ook eens per groepje in te zetten in plaats van individueel. Leerlingen moeten dan dus eerst met elkaar overleggen en dan een gezamenlijke keuze maken. Je verplaatst dan de discussie van ná het stemmen naar vóór het stemmen. Het vraagt van de leerlingen wel enige vaardigheden, zoals het goed naar elkaar kunnen luisteren, zachtjes overleggen, respect voor elkaars mening, enzovoort.

Hoger leerrendement
Omdat leerlingen directer en actiever betrokken zijn en vanwege de directe feedback-mogelijkheden zijn leerlingen intensiever met de leerstof bezig en zal het leerrendement hoger zijn.

Tijdwinst
Een volgende positief argument zou kunnen zijn, dat de leerkracht er tijd mee wint. Dat vraagt wel om lange termijn-denken. In de voorbereiding zal een leerkracht meer tijd kwijt zijn, met name bij het digitaliseren van toetsen en dergelijke. De winst zit vervolgens in het feit, dat het nakijkwerk automatisch wordt gedaan en dus bijna geen tijd meer kost. Daarnaast is in volgende jaren het gemaakte materiaal opnieuw te gebruiken en is er dus minder voorbereiding nodig. In eerste instantie zal er echter geïnvesteerd moeten worden in het maken van de vragen en het instellen van de software. Uiteraard hangt de voorbereidingstijd mede ook af van de vaardigheden van de leerkracht. De één zal sneller een digitale vragenlijst of toets hebben gemaakt dan de ander. Daarnaast vraagt ook de techniek zelf van de één meer dan van de ander. Binnen de school zal daar aandacht voor moeten zijn.

Tijdens de discussie werd ook de vraag gesteld of je het frontaal klassikaal lesgeven niet stimuleert, net zo als dat voor het gebruik van een digibord geldt. Een terechte opmerking. Het hangt van de leerkracht af in hoeverre dit ook echt een gevaar is. Wil je niet frontaal klassikaal lesgeven, dan zul je op een andere manier met je middelen om moeten gaan. Dat vraagt dus om bewustwording, om keuzes maken en om didactische vaardigheden.

Zoals gezegd: elke school zal op basis van bovenstaande en eventuele andere factoren, bijvoorbeeld de financiën, een afweging moeten maken. Op het punt van de financiën werd de suggestie gedaan om de vragen uit methodewerkboekjes te digitaliseren en de leerlingen dan te laten stemmen. Zo hoeven ze de werkboekjes dus niet te gebruiken om te schrijven en zijn ze dus opnieuw te gebruiken. Daarmee bespaar je dus kosten. Of de uitgevers daar blij mee zijn en of je daarmee geen auteursrechten schendt is natuurlijk maar de vraag …

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:

@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @margreetpols , @HannekeMeinen , @JufBica , @RonTriCee , @Sjaboepaan , @NathanvdVelde , @pbkoning71 , @FZelders , @JongbloedEdu

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!

#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

vrijdag 28 oktober 2011

Lessen met ICT: Het nieuws van de dag met Memolane

De trainers van Station to Station publiceren iedere twee weken een complete innovatieve les om leerkrachten te stimuleren met ICT aan de slag te gaan. De lessen staan altijd in het teken van een onderwijskundig doel waarbij een gratis toepassing op internet als hulpmiddel gebruikt wordt om een les leerzamer, boeiender en interactiever te maken.

Deze week de les 'Het nieuws van de dag met Memolane'

Memolane is een website, waarmee je online alles wat je deelt via de Sociale Media op een tijdlijn kunt zetten. Het biedt ook de mogelijkheid om dat samen met anderen te doen. Bijvoorbeeld om een gezamenlijke tijdlijn te maken rond een bepaalde gebeurtenis, zoals een vakantie, een project of de actualiteit.
Deze tool hebben we ook beschreven voor BoekTweePuntNul, een boek waarin 125 web 2.0-toepassingen worden besproken, beschreven door 125 verschillende auteurs.Aanvullend hierop hebben we een lesbrief gemaakt als voorbeeld hoe de tool concreet en doelgericht ingezet kan worden als lesmiddel.

In deze les zoomen we in op het Social Media-gedrag van leerlingen. Mediawijsheid dus! De wat oudere leerlingen, vanaf zeg maar de bovenbouw van het PO, delen heel informatie met anderen via bijvoorbeeld Facebook of Twitter: over wat hen bezig houdt, over gebeurtenissen in hun dagelijkse leven of in het nieuws, over hun hobby, hun sportactiviteiten, enzovoort. De doelgroep is afhankelijk van het medium, dat gebruikt wordt. Ook de gebruikte instellingen voor privacy spelen een rol.
Niet alles wat je deelt is voor anderen waardevol.  Het ene bericht is heel persoonlijk, het andere meer algemeen.  Maar welke informatie die je deelt via de Sociale Media is wél zinvol voor anderen? Bijvoorbeeld omdat je reflecteert op het nieuws van de dag, een nieuwtje meldt over de buurt waar je woont of de school waar je op zit, de successen van je sportclub?
In deze les kijken de leerlingen kritisch naar de berichten, die ze delen via de Sociale Media. Op basis van met elkaar opgestelde criteria beoordelen ze de nieuwswaarde ervan voor anderen. De les is bedoeld voor leerlingen uit de onderbouw van het VO, maar ook geschikt voor oudere leerlingen.

Je kunt het lesmateriaal downloaden op de website van Station to Station.

Memolane zou in het PO ook gebruikt kunnen worden in combinatie met de les 'Klassendagboek met Twitter'.


Memolane - See, Search & Share from Memolane on Vimeo.

We stellen het erg op prijs als leerkrachten hun ervaringen met ons delen. Dat kan door een bericht achter te laten op ons Blog, te Twitteren naar @netwijs of te reageren via email info@stationtostation.nl
Heeft u ook een innovatieve les gemaakt of heeft u een innovatieve ICT toepassing die u geschikt vindt. Mail ons uw les of lesidee.

P.S. Wist u dat scholen die het C3LO netwerk hebben iedere twee weken een nieuwe les op het netwerk krijgen die door de leerlingen zelfstandig verwerkt kan worden? Deze wordt door onze onderwijsredactie ontwikkeld. Een voorbeeld vindt u hier

donderdag 20 oktober 2011

i-Blocks – interactief, intelligent en inspirerend leren lezen

Leren lezen. Bij het ene kind lijkt het vanzelf te gaan, bij het andere kind kost het bloed, zweet en tranen. In de loop der jaren zijn er tal van materialen ontwikkeld om kinderen in dit proces te ondersteunen. Vrij recent kwamen de i-Blocks op de markt. Een innovatief apparaat waarmee kinderen spelenderwijs leesoefeningen kunnen doen.

De basisset bestaat uit een basisstation, 8 blokken met letters, 2 boeken en een handleiding. Wanneer je een boek in de het basisstation schuift, wordt deze herkent op basis van een ingebouwde geheugenkaart. Ook herkent het basisstation bij welke bladzijde het boek open ligt. De kinderen krijgen te horen, dat ze alle blokken in het basisstation moeten leggen. Daarna geeft het apparaat met rode lampjes aan welke blokken niet nodig zijn bij betreffende bladzijde. Ze horen de opdracht, dat ze de blokken weg mogen leggen. Daarna beginne de opdrachten die bij de open liggende bladzijde horen.

Deze opdrachten variëren van het naleggen van woordjes tot het zelf bedenken van woorden en alles wat daar tussen zit. Kinderen worden gestimuleerd om te werken van links naar rechts. Legt het kind de eerste letter geheel links neer, dan gaat er een groen lampje branden en wordt de letterklank uitgesproken. Begint een kind bijvoorbeeld met de tweede letter, dan zal het lampje bij die letter oranje worden en wordt de letter ook niet uitgesproken. Ook bij een verkeerde letter wordt deze niet uitgesproken. Goed gedrag wordt dus direct visueel en auditief beloond, bij een fout krijgt het kind alleen een visuele correctie.

Kinderen kunnen geheel zelfstandig met de oefeningen aan de slag door de eenvoud van het apparaat en door de visuele en auditieve ondersteuning. Ook zijn ze voortdurend handelend bezig met de blokken en door het omslaan van de bladzijden, waarbij telkens directe feedback wordt  gegeven. Dat maakt dat de i-Blocks zich onderscheiden van andere materialen. Het maakt gebruik van verschillende zintuigen waardoor kinderen niet alleen heel betrokken, maar de letters en de woorden ook beter blijven hangen. Door kinderen niet alleen individueel, maar ook samen er mee te laten werken geef je nog weer een extra verdieping aan het proces.

Juf Henriëtte van De Schatgraver in Zwolle heeft de i-Blocks uitgeprobeerd: “Leuk dat ik de i-blocks kon proberen, ik vond het filmpje ook al heel duidelijk! Werken met i-Blocks spreekt voor de kinderen voor zich. Ze vonden het leuk om uit te proberen. Je ziet dat ze werken met computers veel vaker doen, ze zijn niet bang om gelijk uit te proberen. De snelle interactie zorgde voor een grote betrokkenheid en ze bleven geboeid verder gaan. Omdat ze aan het eind van groep 2 al 17 letters moeten kennen, volgens het dyslexieprotocol, lijkt het me een geweldig middel om te gebruiken in de klas. Spelenderwijs leren ze de letters en leren ze deze ook te gebruiken in een woord. De klanken worden ook allemaal goed uitgesproken, de meeste spelletjes hierbij in de speelgoedwinkels zijn in het Engels, of er worden blokletters uitgesproken en afgebeeld. Gebruik van een koptelefoon erbij is natuurlijk ook heel handig! Zo worden anderen niet gestoord in hun spel. Het is voor alle kinderen bruikbaar omdat er ook een goede opbouw in zit. In het begin is het de juiste letter opzoeken en later al zelf bedenken welke letter er komt. Het mooiste zou zijn als je keus had tussen heel veel boekjes met gangbare thema's in de onderbouw (bijvoorbeeld: de bakker, kleine kriebelbeestjes enz. Ook seizoenen doen het altijd goed). Ik miste nu een beetje de aansluiting met ons thema. Wie weet kunnen we ooit met een programma zelf de boekjes maken??”

Inmiddels zijn er al verschillende boekjes beschikbaar. Overigens niet alleen voor het leren lezen, maar ook voor het tellen en het benoemen van kleuren en vormen. Daarvoor is een aparte set met 8 blokken verkrijgbaar met daarop de cijfers en vormen in verschillende kleuren.

De i-Blocks zijn zeer geschikt voor oudste kleuters, die interesse krijgen voor letters en cijfers. Ook voor groep 3-leerlingen biedt het volop mogelijkheden om te oefenen met woorden en uiteraard ook voor jongere kinderen waarvoor Nederlands de tweede taal is. Het materiaal is daarmee multifunctioneel: zowel voor ontdekkend leren als voor het herhalen of remediëren. Voordeel is ook, dat het methode-onafhankelijk is en je kinderen dus kunt laten oefenen met woorden van hetzelfde type als die je in de klas behandeld, maar toch weer anders dan in de methodeboekjes.

Tot slot een filmpje waarin we kinderen in actie zien:



Meer info: http://www.biggle-toys.com

dinsdag 18 oktober 2011

Hoe vernieuwend is Het leren van de toekomst?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Hoe vernieuwend is 'Het leren van de toekomst'?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

De afgelopen weken vond op het Ichtus College in Kampen het Kennisnet-project ‘Het leren van de toekomst' plaats. “Tijdens het experiment gaat een 2e jaars VMBO-klas ervaringen opdoen met de mogelijkheden van een leeromgeving waarin innovatieve technologische oplossingen optimaal worden benut. Tijdens deze proef onderzoekt Kennisnet welke bijdragen ICT-toepassingen leveren aan de kwaliteit van het onderwijs.”, lezen we op de projectwebsite.

Hoewel het experiment nog enkele dagen loopt en de onderzoeksresultaten nog niet bekend zijn, namen we het toch alvast als onderwerp voor onze discussie. Een schot voor de boeg zullen we maar zeggen. De vraag die we centraal stelden, was de vraag in hoeverre je kunt spreken van vernieuwing of nog scherper: Zien we hier echt het leren van de toekomst?

De discussie leverde diverse reacties op die betrekking hadden op verschillende invalshoeken.

Leren van de toekomst?
Allereerst de vraag in hoeverre je echt kunt spreken over ‘leren van de toekomst’. Nemen we bijvoorbeeld mee wat Tex Gunning (lid van de Raad van Bestuur van AkzoNobel) onlangs zei in een lezing , namelijk dat we “kinderen opleiden voor de wereld van gisteren”, dan is dat een terechte vraag. Ook in de bekende filmpjes, zoals Shift Happens en Shift Up Education wordt hetzelfde gesteld. We lopen in feite altijd achter de feiten aan in ons onderwijs. Het begrip ‘leren van de toekomst’ is in die zin niet de juiste benaming. Het is eigenlijk meer het onderwijs zoals het nu overal zou moeten zijn.

Kijken we naar de middelen, die nu tijdens het experiment werden gebruikt, dan zien we dat al meer scholen hier mee aan het experimenteren zijn en vaak al verder zijn dan dit experiment. Vergelijken we het met sommige andere landen, dan geldt dat nog eens temeer. Het feit, dat wij een ander onderwijssysteem hebben zal daar ongetwijfeld mee te maken hebben.

Laten we dus zeggen, dat het experiment voor Nederlandse begrippen vernieuwend is en voor veel scholen ook inderdaad ‘leren van de toekomst’. Maar dat zegt meer over de scholen, dan over het experiment. Op de project-website wordt dat ook verwoord: “In het project willen we laten zien wat er nu al kan. Ook al noemen we het de “toekomstige” leeromgeving, gaat het eigenlijk niet over toekomst. Onze boodschap is dat het nu al kan. We kunnen nu al versnellen met behulp van ICT om betere leeropbrengsten te bewerkstelligen. Dit vraagt wel om goede balans tussen het gebruik van ICT en de manier van lesgeven. Het project biedt hiervoor een etalage.”

Visie
Daarmee komen we ook meteen bij de vraag wat je wilt bereiken met de inzet van deze innovatieve technologie. Wat zijn de motieven om deze ‘innovatieve technologische oplossingen’ te gaan gebruiken? Wat is het doel, dat je wil bereiken? Nu kan ‘het ruiken aan de mogelijkheden’ zoals iemand het tijdens de discussie noemde natuurlijk ook een doel zijn. Immers, je moet soms eerst ergens mee experimenteren en in de praktijk uitproberen wat je wel en niet kunt met een bepaalde toepassing voordat je onderwijsinhoudelijke doelen er aan kunt koppelen. Dit experiment wil daarin een bijdrage leveren voor andere scholen, die ook willen vernieuwen.

Dat betekent wel, dat je lering trekt uit deze experimentele fase en op basis daarvan vervolgstappen zet om dat wat je wilt behouden ook echt te borgen in je onderwijs. Koppelen aan langere termijn doelen en die ook steeds voor ogen houden. Die doelen moeten vervolgens ook voor iedereen helder zijn, dus voor docenten én leerlingen.

Communicatie
Dat brengt ons bij de communicatie hierover en dan met name de communicatie met leerlingen. In feite het onderwerp van Discussie dinsdag van vorige week: De behoefte van leerlingen aan het gebruik van ICT.. In hoeverre komen de ingezette innovatieve middelen tegemoet aan de behoeften van leerlingen? Een vraag die we nog wel eens vergeten te stellen.

De leerlingen die aan het experiment deel mochten nemen, hebben via een blog hun ervaringen gedeeld. Opvallend is hoe vaak het woord ‘leuk’ voorkomt in hun berichten: leuk om met de iPad te werken, leuk dat we vaker de laptop mochten gebruiken, leuk om nieuwe dingen te doen (robotica, 3D printing, augmented reality, webcam, touchtable), leuk om de instructiefilmpjes te bekijken. Het gebruik van andere of nieuwe materialen maakt dus het onderwijs leuk of in elk geval leuker. En dat is natuurlijk een belangrijk gegeven. Motivatie is een belangrijke voedingsbodem voor leren.

Er waren ook leerlingen overigens, die wat kritischer waren. Want hoewel de ene leerling stelt het heel prettig te vinden, dat er allemaal instructiefilmpjes beschikbaar waren voor de verschillende vakken, geeft een andere leerlingen aan dat super vervelend te vinden en liever gewoon uitleg te willen hebben, omdat ze dan de instructie beter begrijpen. Ook gaf een leerling aan, dat het onrustiger was in de klas en weer een ander dat de laptop zo traag werd van al die dingen die je moest downloaden. Wat de één prettig vind, is voor de ander juist niet prettig. Wat dat betreft niets nieuws onder de zon. Wel is het van belang om te constateren, dat niet elk middel voor elke leerling geschikt is. Onderwijs op maat betekent ook: middelen op maat. En dat betekent soms dus een ouderwetse mondelinge instructie! En ‘leuk’ is dus niet altijd ‘beter’.

Het is dus zoeken en uitproberen. Daarbij is ook de wet van de communicerende vaten van toepassing: Door het gebruik van andere middelen, zal ook de inhoud mee veranderen. Verander je de inhoud, dan zullen de middelen weer mee moeten veranderen. Maar in beide gevallen met als doel om de leerling zo goed mogelijk onderwijs te geven, dat bij hém past. Een docent zal dus moeten kijken naar de leerstof, de lesdoelen en de leerlingenbehoeften en op basis daarvan kiezen voor het juiste middel met als focus het leerrendement.

Vaardigheden en Mediawijsheid
Naar aanleiding van de opmerkingen van de leerlingen werd tijdens de discussie ook aangegeven, dat de vaardigheden ook een duidelijke rol blijken te spelen, zowel aan de kant van de docent als aan de kant van de leerling. Om de middelen effectief in te kunnen zetten, zal er aandacht moeten zijn voor het op peil brengen van de vaardigheden. Datzelfde geldt ook voor de mediawijsheid van betrokkenen. Tijdens de discussie waren we het er over eens, dat docenten en leerlingen daarbij veel van elkaar kunnen leren. Te weinig kennis van zaken zal leiden tot het niet (effectief) gebruiken van bepaalde middelen of het verwateren daarvan. Daarbij is het wel van belang om op te merken, dat de vaardigheden niet op zichzelf staan, maar dat er vervolgens ook aandacht is voor de toepassing van deze vaardigheden. Dat is een minstens even grote uitdaging!

En: Je hoeft niet alles te weten! Als je er maar voor open staat, een lerende houding hebt en de juiste vragen weet te stellen en niet bang bent om leerlingen verantwoordelijk te maken! Niet overal apps voor uit de kast halen, maar ze zelf kritisch leren nadenken! Oftewel: hun eigen 'apps' leren gebruiken! De docent maakt leerlingen mediawijs en de leerlingen maken de docent mediavaardig.

Dit alles geeft overigens ook aan, dat apart ICT-beleid niet meer van deze tijd is, maar verweven moet zijn in het totale onderwijsbeleid.

Tot slot een citaat van een van de deelnemers: “Leren moet steeds meer op werken lijken, want werken is steeds meer leren!” Dat is pacht echt ‘Leren van de toekomst’! We wachten met spanning op de resultaten van het experiment op het Ichtus College in Kampen!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @WouterSchimmel , @karinwinters , @FransDroog , @GUPAGEBO , @michelboer , @ruudleuverink , @Sjaboepaan , @jong_leren , @MariekeSimonis , @inabel , @M_Masselink , @ellishouben81 , @compie67 , @_JuuT_ , @jelmerevers


Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 11 oktober 2011

De behoefte van leerlingen aan het gebruik van ICT

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Welke ICT-behoeften hebben leerlingen?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Als school hebben we het beste voor met onze leerlingen. Lees de schoolgidsen er maar op na! We willen ze allemaal zorg op maat geven, onderwijs dat bij hen past, inspelen op hun leerbehoeften en ga zo maar door. Alle leerkrachten en docenten werken zich daarvoor elke dag uit de naad!

In het onderwijs wordt op steeds grotere schaal ICT ingezet: om te oefenen met bepaalde leerstof, om informatie op te zoeken en te verwerken, om instructie te geven. De mogelijkheden daarvoor worden steeds groter. Op veel scholen worden experimenten gehouden met allerlei soorten software en hardware. Over de meerwaarde van ICT komen steeds meer onderzoeksresultaten beschikbaar.

Wat in de praktijk toch nog vaak lastig blijkt, is de koppeling tussen enerzijds de mogelijkheden en anderzijds het onderwijs, dat we de leerlingen volgens onze schoolgidsen willen bieden. Daarin spelen allerlei factoren een rol: de deskundigheid van het onderwijzend personeel, de beschikbare infrastructuur en middelen, de hoeveelheid content die beschikbaar is, enzovoort.

De grote vraag tijdens de discussie van vandaag was: in hoeverre spelen de specifieke behoeften van leerlingen zelf een rol bij dit alles? We maken als school allemaal mooie plannen, maar hoe verhouden die zicht tot datgene waar leerlingen op zitten te wachten? Concreet: Ervaren zij, dat de instructie beter is en meer interactief wanneer de leerkracht het digibord of touchscreen inzet? Merken ze dat het dagelijks oefenen op de computer invloed heeft op de resultaten van hun schoolwerk? Zien ze in, dat ze door het aanleren van bepaalde vaardigheden beter in staat zijn informatie te vinden op het internet? Dat ze supersnel allerlei informatie bij de hand hebben via hun tablet en daardoor efficiënter kunnen (samen-)werken? Kortom: Ervaren zij die inhoudelijke meerwaarde, die wij zo graag zouden willen bereiken?

Of schaffen we met de beste bedoelingen allerlei software en apparatuur aan, die wellicht een aangename afwisseling opleveren, maar na verloop van tijd voor de leerlingen neerkomt op meer van hetzelfde maar dan op een andere manier. Ervaren ze misschien helemaal niet die meerwaarde. Slaan we de plank wellicht mis met onze goede bedoelingen en investeringen.

Tussen deze twee uitersten ligt een groot grijs gebied. Een paar interessante vragen: Laten we leerlingen meedenken in onze plannen? Mogen ze met hun eigen suggesties komen en nemen we die serieus in overweging? Laten we ze meedenken vóórdat we bijvoorbeeld een internetprotocol opstellen? Houden we rekening met specifieke leerbehoeften en zoeken goede mogelijkheden om daar met ICT op in te spelen?
Soms zit het in heel eenvoudige en creatieve oplossingen, die lang niet altijd veel geld kosten. Vaak zelfs te realiseren met reeds beschikbare middelen.

Even rondspeuren op het internet viel me op, dat scholen voor speciaal onderwijs dat veel specifieker lijken te benoemen op hun websites en in hun schoolgidsen. Wellicht worden zij meer geconfronteerd met de beperkingen van hun leerlingen en gaan ze van daar uit meer op zoek naar middelen om in te spelen op bijbehorende behoeften. Zijn de effecten in het speciaal onderwijs wellicht beter zichtbaar?

Soms ligt de meerwaarde erg voor de hand en zijn resultaten snel zichtbaar, ook voor de leerling zelf. Denk bijvoorbeeld aan een Daisy Speler of een AlphaSmart voor leerlingen met dyslexie, vergrotingssoftware voor leerlingen met visuele berperkingen, De Sociaal op Stap-tool voor kinderen met autisme. Helaas is dat, zeker in het reguliere onderwijs, lang niet altijd zo gemakkelijk aan te wijzen en is het echt een zoektocht met vallen en opstaan.


Uiteraard heeft het meedenken door en bevragen van leerlingen ook zo zijn beperkingen. Als leerkrachten zien we het grotere geheel, hebben we te maken met financiële en organisatorische beperkingen, hebben we juist een taak om leerlingen nieuwe dingen te laten ervaren en dus ook dingen waar ze zelf niet op zouden komen. Het bevatten van de mogelijkheden van ICT is voor lang niet alle leerlingen haalbaar.
Aan de andere kant: Leerlingen kennen vaak weer toepassingen, apps, games of gebruiksmogelijkheden waar wij als leerkracht weer niet op zouden zijn gekomen. Kinderen weten daarin vaak beter ‘out of the box’ te denken dan volwassenen, juist omdat ze minder leeuwen en beren op de weg zien.

Met het toenemen van de mogelijkheden zullen in zekere zin ook de behoeften steeds veranderen. Tegelijkertijd blijven bepaalde behoeften ook gelijk: behoefte aan begeleiding, aan een goede uitleg en wellicht nog een extra uitleg, enzovoort. daarnaast zullen als gevolg van ingezette middelen ook nieuwe behoeften ontstaan. Belangrijk om als school daar op gespitst te zijn. En voordat je allerlei plannen gaat maken of gaat aanschaffen: vraag de leerlingen eens welke mogelijkheden zij zien of probeer het eerst eens een periode uit en bespreek het dan met hen na. Misschien niet direct de leerling als ‘partner’, maar wel als denktank!

Heb je concrete ideeën over dit vraagstuk, hoe je hier mee om kunt gaan en/of heb je hier ervaring mee? Deel het met ons via een reactie op dit artikel!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @GJIB , @ruudleuverink , @Emiel2Punt0 , ThijsvandeReep , @ivehapers , @raoulteeuwen , @ReinBeilsma

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

donderdag 6 oktober 2011

Lessen met ICT: Ik ben een held.

De trainers van Station to Station publiceren iedere twee weken een complete innovatieve les om leerkrachten te stimuleren met ICT aan de slag te gaan. De lessen staan altijd in het teken van een onderwijskundig doel waarbij een gratis toepassing op internet als hulpmiddel gebruikt wordt om een les leerzamer, boeiender en interactiever te maken.

Deze week de les Ik ben een held

In het kader van de Kinderboekenweek 2011 is het een logische zaak om eens met de leerlingen te werken aan ‘heldendom’. Nagenoeg iedere school heeft in de schoolgids één of meer paragrafen staan over ‘De veilige school’. Leerlingen moeten zich op school prettig, geaccepteerd en veilig voelen. Het is een belangrijke taak van de school om dit te bewerkstelligen, niet in de laatste plaats omdat dit voorwaarde is voor een klimaat waarin iedere leerling optimaal kan leren en leven.
Er is een direct verband tussen ‘De veilige school’ en de gepresenteerde les. Leerlingen gaan in deze les na, dat iedereen een held kan worden, door eenvoudige dingen te doen of juist na te laten, waardoor het voor jezelf en anderen plezierig wordt.
Leerlingen maken een weekkalender, waarin ze per dag een heldendaad gaan plannen voor zichzelf. In de les wordt aangetoond dat ook betrekkelijk eenvoudige inzet van ICT hier kan bijdragen.

Je kunt het lesmateriaal downloaden op de website van Station to Station.

We stellen het erg op prijs als leerkrachten hun ervaringen met ons delen. Dat kan door een bericht achter te laten op ons Blog, te Twitteren naar @netwijs of te reageren via email info@stationtostation.nl
Heeft u ook een innovatieve les gemaakt of heeft u een innovatieve ICT toepassing die u geschikt vindt. Mail ons uw les of lesidee.

P.S. Wist u dat scholen die het C3LO netwerk hebben iedere twee weken een nieuwe les op het netwerk krijgen die door de leerlingen zelfstandig verwerkt kan worden? Deze wordt door onze onderwijsredactie ontwikkeld. Een voorbeeld vindt u hier

dinsdag 4 oktober 2011

Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Het onderwerp vandaag was afkomstig van een filmpje, dat gisteren werd gepubliceerd met als titel: De Digitale Uitdaging in het onderwijs. Het filmpje neemt leerlingen als uitgangspunt. Komt de school tegemoet aan hun wensen? Kan en wil de school die uitdaging aangaan? En wie moet dan specifiek die uitdaging aangaan? Wie moet er in actie komen na het zien van dit filmpje?

In onze stelling hebben we de titel van het filmpje iets aangepast en het balletje bij de leerkracht gelegd. Dat is immers degene die daadwerkelijk het onderwijs verzorgd aan de leerling? Als er iets moet veranderen in de klas, dan begin het toch bij de leerkracht.
Hoewel de stelling een inkoppertje lijkt, is er toch wel meer over te zeggen. Ja, de leerkracht is degene die bepaalde middelen wel of niet inzet in de klas. Maar deze leerkracht heeft wel te maken met het beleid dat gevoerd wordt op de school en de visie die er is. Heeft het team van de school, onder leiding van de directie, een gezamenlijk antwoord op de vragen die de leerlingen in het filmpje stellen? Zo niet, dan zal dat nog moeten gebeuren. En als die visie er wel is, dan zal de uitvoering hiervan gefaciliteerd en aangestuurd moeten worden. Niet alleen de vraag  ‘Wat willen we?’ moet beantwoord worden, maar ook ‘Wat kunnen we?’en ‘Hoe gaan we dat doen?’

Ligt dan dus het balletje bij de directie? Voor een deel wel. Daar ligt de regie. Dat betekent echter niet, dat je als leerkracht geen eigen verantwoordelijkheid hebt. Ben je als leerkracht op de hoogte van ontwikkelingen en mogelijkheden en deel je dat ook met anderen? Wie houdt je tegen om met de middelen die je ter beschikking staan te gaan experimenteren? Ga enthousiast aan de slag en deel je enthousiasme met collega’s. Wellicht slaat het vonkje over en kun je samen aan de directie laten zien waar je ambities liggen.

In de praktijk blijkt dit alles toch wat gecompliceerder. Leerkrachten die zich roepende in de woestijn voelen. Directeuren en ICT-coördinatoren, die grote weerstanden voelen. Ouders, of zoals het filmpje laat zien: leerlingen, die geen gehoor vinden. Het is echter de vraag of dat direct met het middel ICT te maken hebben. Of is dit een gemakkelijke stok om de hond te slaan en zelf buiten schot te blijven?

Weerstanden zien we ook bij de invoering van een nieuwe methode, bij de invoering van een ander onderwijsmodel of bij verandering van taken. Wil je überhaupt wel veranderen? Wil je wel weten hoe het ook ánders kan? En terug naar het filmpje: Staan je als school en als leerkracht er voor open aan leerlingen te vragen wat zij nu graag zouden willen. Dat vraagt een andere benadering, dan we vaak gewenst zijn.
Feit is, dat van de directie een stuk visie verwacht mag worden en van de leerkrachten de nodige competenties om onderwijs op een eigentijdse manier vorm te geven, passend bij de onderwijsbehoefte van hun leerlingen. Daarin kun je niet zonder elkaar. Je zult met elkaar in gesprek moeten en op zoek moeten naar mogelijkheden en manieren om zaken te organiseren.

Tegelijkertijd moet je ook wel eens even niet praten, maar doen. Gewoon eens even uitproberen en ervaren. Niet wachten tot iedereen het er mee eens is, maar de praktijk voor zich laten spreken. Goede voorbeelden zeggen vaak meer dan duizend woorden!

Een citaat uit de discussie: “Als het om een eigen telefoon gaat is men wel bereid te leren, gaat het over mogelijkheden of kansen in het onderwijs niet.” Misschien ligt daar de sleutel! Welke belang is er in het spel als het gaat om integratie van ICT in het onderwijs? Voor leerkrachten liggen die belangen wellicht weer anders, dan voor leerlingen, de directie of de ouders. De uitdaging ligt dus in het feit om samen op zoek te gaan naar de gezamenlijke belangen! Niet het balletje steeds terugschoppen naar de ander, maar samenspelen om samen te scoren!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @compie67 , @Sjaboepaan , @henkvangils , @Emiel2Punt0

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

maandag 3 oktober 2011

Interactief lesgeven met verschillende devices

Interactief lesgeven met behulp van een platform onafhankelijk response systeem
In het kader van opbrengstgericht werken en interactiever lesgeven heb ik onderzocht welke mogelijkheden  er zijn om een tablet of ander device in te zetten als response voting system (stemkastje). Ik ben er meerdere tegengekomen en degene die me het meest aansprak was het systeem van Turning Technologies.


Bring your own device
Of je nu de stemkastjes van Turning Technologies gebruikt, een gratis iPad of Android applicatie downloadt, of de website bezoekt om te stemmen, je kunt altijd deelnemen aan de sessie door de unieke code in te voeren. Hierdoor hoef je als school niet voor elke leerling een stemkastje aan te schaffen. Volgens het uitgangspunt ´Bring your own device´ kunnen leerlingen op hun eigen telefoon meedoen tijdens de les. Voor de vooruitstrevende scholen die overwegen om tablets aan te schaffen, is dit ook zeker het onderzoeken waard.

In de praktijk
Om de set uit te testen ben ik naar groep 5 van De Wegwijzer in ’s-Gravenzande geweest, waar ik een woordenschat les uit de methode heb uitgewerkt in een Powerpointpresentatie. Vooraf had ik het gratis programma TurningPoint 2008 geïnstalleerd. Dit programma voegt een knop toe aan het lint van PowerPoint, waarin de vragen worden gemaakt. De vragen zijn zo geformuleerd, dat de leerlingen de stemkastjes kunnen gebruiken. De beginvragen van de woordenschatles bleken iets te makkelijk te zijn, maar dit was ook wel weer mooi om te wennen aan het stemmen.

De kinderen kregen de beschikking over:
  • 20 ResponseCards in de eenvoudigste vorm met LCD display, waarmee ze kunnen stemmen met ja/nee, waar/niet waar, 1 t/m 10 of A t/m J.
  • 1 ResponseCard waarmwee ook open vragen beantwoord kunnen wroden
  • 1 iPad met de gratis app van Turning Technologies
  • 1 Samsung Galaxy smartphone met de gratis app  
  • 3 pc's waarmee leerlingen gebruik konden maken van de website www.rwpoll.com

De Response Cards werkten allemaal met behulp van een draadloze verbinding met de computer waarop de antwoorden geregistreerd werden. De verbinding met de iPad, de Samsung en de drie computers achter in de klas verliep via internet.

Het duurde de eerste keer vrij lang voordat alle leerlingen gestemd hadden, logisch natuurlijk, want de leerlingen moesten nog even wennen aan het stemmen. Dit ging de keer erna beter en met het 'aftelmechanisme' werden alle leerlingen gedwongen binnen de tijd te stemmen. Opvallend was dat de leerlingen met de Samsung Galaxy en de iPad de vragen het snelst beantwoordden. Blijkbaar konden zij deze apparaten snel bedienen.
Op de pc’s achter in de klas ervoeren we soms enige vertraging met het weergeven van de vragen. De Responsecards reageerden ook niet altijd even snel, waardoor het toch soms nog relatief lang duurde voordat alle antwoorden binnen kwamen.

Toch waren de leerlingen enthousiast. We ontdekten heel snel dat veel leerlingen niet wisten wat het woord ‘peinzen’ betekende en dat ze de overige onderdelen al heel goed beheersten. Hier kan je als leerkracht direct op inspelen.
De leerkracht van de groep waar ik de gastles verzorgde merkte op dat het best wat tijd kost om een dergelijke les voor te bereiden. Eigenlijk deel je nu je tijd als leerkracht anders in. De tijd die je normaal gesproken zou steken in het nakijkwerk, steek je nu in je voorbereiding, want door het stemmen wordt alles al geregistreerd. Daarnaast kun je direct reageren en anticiperen op de uitkomsten en geef je effectiever les.

Bijeenkomst ICT coördinatoren WSKO
Tijdens een inspiratiesessie over de toekomst van ICT voor alle ICT coördinatoren van WSKO op ons kantoor in Woerden, hebben we de stemkastjes ook ingezet. Je zag direct de betrokkenheid van de deelnemers groter werd toen om hun mening werd gevraagd. Dat levert meer interactie op basis van de gegenereerde gegevens op en het biedt stel je de mogelijkheid om vragen te stellen over de scores. Ook hier hebben we ervaren dat het soms enige tijd duurt voordat alle stemmen zijn doorgekomen. Toch onderkenden de meeste ICT coördinatoren de meerwaarde van een dergelijk systeem.