zaterdag 30 april 2011
23 onderwijsdingen voor het PO
Deze onderwijsdingen waren vooral toegespitst op het gebruik in het voortgezet onderwijs.
Sinds kort is er ook een versie beschikbaar voor het basisonderwijs: De 23 onderwijsdingen PO. En dat is goed nieuws voor leerkrachten die meer zicht willen hebben op het gebruik van web 2.0 toepassingen in hun onderwijs. Maar ook scholen die gezamenlijk willen werken aan het gebruik van web 2.0 in het kader van bijvoorbeeld mediawijsheid kunnen hier heel veel plezier aan beleven.
Van elk "ding" wordt uitgelegd wat het is, worden praktijkvoorbeelden getoond en zijn er oefeningen om er praktisch mee aan de slag te gaan.
In Ding 1 krijgt de leerkracht de "opdracht" om een weblog aan te maken. Dit weblog kan dan gebruikt worden om bij de volgende dingen aan te geven wat de ervaringen ermee zijn en of je van dat ding in je onderwijs gebruik wilt maken.
Op dit moment zijn 10 van de 23 dingen helemaal uitgewerkt. Hier kunnen leerkrachten dus mee aan de slag!
1 Starten met 23 Onderwijsdingen PO
2 Informatie halen
3 Informatie delen
4 Mediawijsheid
5 Sociale media
6 Kinderen 2.0
7 Veiligheid en Privacy
8 Auteursrecht
9 Invloeden media
10 Tussenevaluatie
Binnenkort zullen de overige dingen uitgewerkt worden:
11 Samenwerken
12 Informatie zoeken
13 Informatie verwerken
14 Presentatie
15 Video
16 Digitaal werken
17 Klas 2.0
18 Toetsen
19 Integreren
20 Begeleiding
21 Protocol
22 Leraar 2.0
23 Slot
donderdag 28 april 2011
Engelse woorden leren met WRTS
Met behulp van ICT kan dit een stuk leuker.

Leerlingen van de bovenbouw kun je actief bij dit proces betrekken door hen zelf de woorden te laten intypen (bijvoorbeeld uit de methode Engels). Extra boeiend is het wanneer ze er extra woorden aan toevoegen (passend bij het actuele thema), die ze op het internet kunnen laten vertalen. Dat is mogelijk op http://translate.google.nl. Leerlingen kunnen hier Nederlandse woorden intypen, welke vervolgens door de site worden vertaald en uitgesproken.
Op deze wijze ontstaan er woordenlijsten waarmee op school, maar ook thuis geoefend kan worden.
Wrts is een geheel gratis toepassing die niet op de computer geïnstalleerd wordt. Het enige dat nodig is, is een account op Wrts waarmee op elke willekeurige werkplek met internetverbinding de woordenlijst geoefend kunnen worden.
Dat betekent dat wanneer ouders thuis een account nemen op Wrts, hun kind ook thuis met de op school gemaakte woordenlijsten kunnen oefenen. De leerkracht moet in dat geval de woordenlijsten 'openbaar' zetten, waardoor gebruikers thuis de woordenlijsten in hun eigen account kunnen binnenhalen.
Overigens is Wrts niet alleen geschikt voor het leren van woorden (en ook zinnen) uit een vreemde taal, maar je kunt er ook synoniemen, werkwoordsvormen, vergelijkingen en dergelijke mee oefenen.
De gemaakte woordenlijsten blijven uiteraard beschikbaar op internet. Op deze wijze kan een archief van woordenlijsten worden aangemaakt, die ieder jaar opnieuw beschikbaar zijn.
Uitleg voor leerkracht en leerling voor deze lesactiviteit (en andere lessen) vindt u op deze site.
dinsdag 26 april 2011
Onderzoek naar Onderwijs en ICT beter afstemmen en zorgvuldiger gebruiken
Aanleiding voor de discussie was een eerdere blogpost op ons Edublog naar aanleiding van de Vlootschouw 2011 van Kennisnet. Daarin komen enkele vragen naar voren. De stelling van vandaag is één daarvan.
Even buiten de discussie om: Binnen de Netwijs Opleiding is één van de opdrachten het doen van literatuuronderzoek. Ook de deelnemers aan de opleiding geven aan, dat er zo weinig goed onderzoeksmateriaal te vinden is, althans Nederlandstalig.
Omdat van veel onderzoeken de resultaten niet (breed) bekend zijn, is overlap en herhaling ook niet te voorkomen. Een belangrijke stap die dus wellicht gezet moet worden, is het inrichten van een centraal punt waar dergelijke onderzoeksresultaten kunnen worden verzameld en waar ook een overzicht te vinden is van nog lopende onderzoeken. Deels is dat er al via SURFnet en Kennisnet, maar blijkbaar nog onvoldoende. Wellicht zou het beter in kaart brengen behulpzaam kunnen zijn bij het beter informeren van het onderwijsveld en het beter op elkaar afstemmen en/of samenwerken bij onderzoeken. Dat zou ook kostenbesparend kunnen zijn: bepaalde fasen van onderzoek zouden wellicht korter kunnen, waardoor eerder dieper kan worden onderzocht. Ook voor de kwaliteit kan dat bevorderend zijn.
Binnen de scholen ligt er ook een verantwoordelijkheid: nemen zij voldoende kennis van onderzoeken die gedaan zijn en laten zij hun visie en beleid hierdoor beïnvloeden? Hier ligt een schone taak voor de driehoek van directie – ICTcoördinator – IBer. Maar ook van de individuele leerkracht en docent mag verwacht worden dat ze bijblijven, overigens niet alleen wat betreft het gebruik van ICT. In vergelijking met het bedrijfsleven wordt daar nog wel eens te gemakkelijk en vrijblijvend mee omgegaan. Eigen ervaringen (en materialen) delen hoort daar zeker bij.
Toch is enige filtering, waarbij gekeken wordt naar wat voor de school wel en niet relevant is en past bij de visie op onderwijs, ook zeker van belang. De genoemde driehoek zou daar een belangrijke rol in kunnen spelen. Daarbij kunnen ook de drie G’s meegenomen worden, waarvoor de meeste leerkrachten en docenten gevoelig zijn: Gemak – Gewin – Genot.
Voor zowel de leerkrachten en docenten als voor de onderzoekers geldt overigens, dat de snelheid van de ontwikkelingen en mogelijkheden niet is bij te benen. De vraag is echter of dat noodzakelijk is. Niet alles hoeft onderzocht te worden om gebruikt te worden en goed te werken. Veel belangrijker is de algemene vraag, en die is eigenlijk van alle tijden: Welke zaken spelen een rol wil iets effect hebben op het leren en wanneer? Op basis daarvan in combinatie met de eigen onderwijsvisie kan de school keuzes maken in welke middelen wel en niet worden ingezet en wanneer dat gebeurt.
Een ander belangrijk punt tot slot is de zorgvuldigheid in het gebruik van onderzoeksgegevens. De resultaten komen voort uit onderzoek in vaak een beperkte periode, een beperkte groep en een beperkte onderzoeksvraag. Binnen de kaders van het onderzoek kan een positief effect blijken te hebben. Dat wil echter nog niet zeggen, dat het zomaar veralgemeniseerd kan worden. Welke rol spelen commerciële belangen daarbij een rol? Als gesteld wordt, dat iets uit onderzoek blijkt, dan is het goed ook kennis te nemen van de kaders en randvoorwaarden. Het gezond verstand gebruiken en niet alles zomaar geloven. Gelukkig zijn we in het onderwijs mediawijs genoeg, toch?
Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @jvennink , @Picture_my_day , @Sjaboepaan , @Gijs1982 , @VisieenPassie , @TanjavandenBerg , @amberwalraven , @warempel , @JaapSoft , ICTAda
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!
vrijdag 22 april 2011
Samenhang aanbrengen in onderzoek naar effect van ICT in het onderwijs
Voor wie het gemist heeft:

Een vraag, die velen bezighield, was de vraag hoe we het verhaal van al deze onderzoeken bij de leerkracht en docent krijgen. Een onderwerp, dat we ook tijdens #netwijs Discussie Dinsdag al wel eens besproken hebben. Goed om daar aandacht voor te hebben. Want het gaat er immers om wat er in de klas gebeurt. De leerkracht of docent, die met de leerlingen aan het werk is. Dat is degene die de middelen en de mogelijkheden moet kennen en ze op het juiste moment en meest effectieve wijze weet in te zetten.
Al deze onderzoeken riepen bij mij ook wel vragen op. Iets wat ik steeds weer terughoorde in de presentaties was de motivatie van de leerlingen. Vrijwel altijd blijkt deze aanzienlijk te verbeteren. Wat mij bezighoudt is de vraag waarom de motivatie van de leerlingen zo achteruit gaat in het ons onderwijs. En als het gaat om de invloed van ICT-gebruik hierop: Hoe lang is dit effect zichtbaar? Onderzoeken hebben vaak betrekking op een korte periode en een beperkte groep leerlingen. Hoe lang zouden de leerlingen gemotiveerd blijven door de inzet van dat bepaalde computerprogramma of die nieuwe applicatie of een nieuw divice. Zou het niet zo zijn, dat op de langere termijn bekeken de motivatie ook weer afneemt net als bij welke werkvorm of welk middel dan ook? In hoeverre is de toegenomen motivatie echt specifiek gevolg van de inzet van ICT en in hoeverre van de afwisseling in werkvorm?
Een andere vraag, die ik ook heb gesteld tijdens de Vlootschouw, is de vraag in hoeverre onderzoekers kijken naar elkaars onderzoek en de resultaten daarvan. Ik zie in verschillende onderzoeken overlap en dwarsverbanden. Zouden we niet veel meer winst kunnen behalen wanneer hier meer naar gekeken wordt? Nu wordt het onderwijs, of beter gezegd de leerkracht en docent geconfronteerd met tal van losse onderzoeksgegevens. Een hele lijst van zaken die een positief effect hebben op de kwaliteit van het onderwijs, de motivatie en de leerresultaten. De gereedschapskist wordt voller en voller. Aan de professional in de klas de taak om het juiste gereedschap op de juiste wijze, op het juiste moment om voor de juiste leerling in te zetten. Vanuit de onderwijsvisie van de school uiteraard! Maar zouden we de docent of leerkracht niet veel meer kunnen helpen door ook in kaart te brengen wat het effect is van de combinatie van verschillende gereedschappen?
Een concreet voorbeeld: Als we uit onderzoek weten, dat kleuters die een taalachterstand hebben, baat hebben bij de inzet van een bepaald computerprogramma waarmee leerlingen op een gerichte manier oefenen met de woordenschat en daarbij geconstateerd wordt dat het effect eigenlijk alleen dan langdurig effect heeft wanneer het op het juiste moment wordt ingezet. Bliven we dat dan binnen hetzelfde onderzoek verder onderzoeken? Of kunnen we dan met de gegevens uit ander onderzoek gaan combineren, bijvoorbeeld die waar uit blijkt, dat er een bepaalde vergeetcurve is en je op het juiste moment bepaalde leerstof moet gaan herhalen.
Zo zijn er veel meer verbanden te leggen.
Dit gezegd hebbende, voelt het ook weer als een open deur. Want we weten toch al lang, dat er voor allerlei zaken sprake is van een gevoelige periode, van een eigen leerstijl, van gevoeligheid voor afwisseling in werkvormen, enzovoort. Wat maakt, dat we bij rond de inzet van ICT in het onderwijs daar ineens allerlei nieuwe ontdekkingen zouden doen als het gaat om de wijze waarop kinderen (en volwassenen) leren? Is het het middel, dat verantwoordelijk is voor de positieve effecten of is dat de leerkracht die het middel hanteert? Hij of zij moet, zoals gezegd, de middelen en de mogelijkheden kennen, maar dan wel in samenhang. Met elkaar, maar ook in samenhang met de visie van de school en met wat de leerlingen op die school nodig hebben. Dat vraagt om een professionele ICT-coördinator, die samen met de directeur en de IB-er het team voorlicht en begeleid en hen helpt samenhang aan te brengen.
vrijdag 15 april 2011
Lessen met ICT: Een tijdlijn maken met TimeRime
In deze lesbrief wordt beschreven hoe je met de toepassing TimeRime een tijdlijn kunt maken van een gebeurtenis uit de geschiedenis. Natuurlijk kan het onderwerp ook aangepast worden, bijvoorbeeld met een tijdlijn van je eigen geschiedenis.
dinsdag 12 april 2011
Het rendement van digitale ouderbetrokkenheid
Al snel kwam er een reactie m.b.t. de techniek en de gebruikte software. En dat is zeker een punt van aandacht. De techniek mag geen drempel zijn of belemmering vormen, want anders kom je met de inhoud niet verder. Maar dat gezegd hebbende is veel meer van belang wat je als school precies voor ogen hebt, wanneer je digitale middelen gaat inzetten in de communicatie met en tussen ouders.
doelstellingen
Welke ambitie heb je als school en waar komt deze vandaan? En sluit deze aan bij de behoefte die er is bij ouders? Die vraag laat zich niet eenvoudig beantwoorden. Het heeft ook helemaal niets met techniek te maken, maar is een communicatievraagstuk. Daarvoor moet er in beeld gebracht worden wat er aan communicatie plaatsvindt tussen de school en de ouders en tussen ouders onderling. Vervolgens moet onderzocht worden waar behoeftes liggen en waar verbeterslagen gemaakt kunnen worden. Geldt het voor alle ouders of vooral voor de ouders die hun kinderen niet meer zelf naar school brengen. Daarbij moet je als school je afvragen wat het standpunt is als het gaat om ouderbetrokkenheid en hoe open en transparant je wilt zijn. In eerder genoemd artikel worden een aantal fasen van ouderbetrokkenheid genoemd. Waar sta je als school en hoe ver wil de ladder beklimmen? Wat ook meespeelt, is de vraag in hoeverre de school communicatie tussen ouders onderling wil en zou moeten faciliteren. Welke rol spelen medezeggenschapsraad of ouderraad daarin?
Vanuit deze vraagstukken worden doelen geformuleerd. Pas daarna is de vraag aan de orde welk middel dan het meest geschikt is om deze doelen te realiseren. Daarbij dient wel opgemerkt te worden, dat het ook een keuze kan zijn om de ambities iets verder te leggen dan noodzakelijk vanuit de in kaart gebrachte uitdagingen of probleemstellingen. Misschien verloopt de communicatie al goed en wil je als school op een nog hoger plan komen of aan de slag met een stuk innovatie. Maar hoe dan ook zullen er doelen gesteld moeten worden voordat het middel gekozen kan worden.
dilemma
Het kan zijn, dat het voorlopig al voldoende is om de nieuwsbrief digitaal te versturen. Voordeel voor de ouders is, dat de kinderen hem niet vergeten of laten slingeren. Voordeel voor de school is, dat het flink scheelt in de kopieerkosten en in de tijd voor distributie. En voor die ouder, die geen mailadres heeft, kan een papieren versie beschikbaar worden gesteld. Duidelijkheid is hier geboden, want wanneer ouders kunnen kiezen, blijken velen de papieren versie te nemen in plaats van de digitale. Dat stelt je soms voor een dilemma: Kiezen we voor één manier of voor meerdere? Soms is het verstandig te kiezen voor één weg, soms is het rendement groter wanneer er iets te kiezen valt.
voorbeelden
Andere voorbeelden: fotoalbums, formulieren, aanmelden voor activiteiten zoals ouderavonden of overblijven, huiswerkkalender (Daarbij werd het voorbeeld genoemd van korte instructiefilmpjes bij het huiswerk om de leerlingen en de ouders op weg te helpen.), E-portfolio van de leerlingen om digitaal inzichtelijk te maken waar ze aan hebben gewerkt en hoe dat is verlopen (met feedbackmogelijkheid), beschikbaar stellen van toetsgegevens, voorbespreken van een ouderavond-onderwerp via een forum, tevredenheidspeilingen, digitaal heen-en-weer schrift, enzovoort.

aanbevelingen
Een paar belangrijke aanbevelingen tot slot:
- Breng goed in kaart wat je wilt en niet wilt als school.
- Bevraag ouders op hun behoeften en wensen, zonder ze direct allemaal in te willigen.
- Bouw de digitale communicatie rustig en doordacht op.
- Communicatie vraagt iets van beide partijen.
- Betrek ouders in het proces, bijv. via MR of OR.
- Denk bij het opzetten niet alleen vanuit de school, maar ook vanuit de ouders.
- Denk aan de privacyregels en de beveiliging.
- Stel een gedragscode op bij de gebruikte tools en geef de mogelijkheid misbruik te melden.
- Wees realistisch: niet alle problemen kunnen worden opgelost. De roddels bij het hek zijn van alle tijden …
Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Mennovh , @Emiel2punt0 , @WillemICT , @Sas2112 , @NSteutel , @PascalMarcelis , @michelboer , @Breginas , @RonaldBuitelaar , @jan_fasen , @JelvanRijn , @manonsusan , @robertdevilee , @DeOverdracht , @rob_vandijk
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!
dinsdag 5 april 2011
ICT-inzet bij meerbegaafde leerlingen
De stelling leverde als snel de reactie op, dat ICT een goed middel is voor álle leerlingen en niet alleen de meerbegaafden onder hen. Dat is uiteraard een feit. ICT biedt de leerkracht tal van mogelijkheden als het gaat om het geven van onderwijs op maat. Dat kan met het oog op efficiëntie, het klassenmanagement, maar ook extra mogelijkheden om te oefenen met bepaalde stof, informatie te zoeken en te verwerken, creatief bezig te zijn, enzovoort. Voor elke leerling biedt ICT extra mogelijkheden. Er van uit gaande, dat alle leerlingen talenten hebben, kun je ze allemaal de ruimte geven met ICT om hun talenten te ontwikkelen. Zie daarvoor ook het verslag van een eerdere discussie.
Wanneer we specifiek kijken naar de begaafde leerlingen, dan gelden er niet ineens hele nieuwe principes. Wel bestaan er misverstanden als het gaat om deze groep. Deze leerlingen hebben vaak minder en een andere vorm van instructie nodig (divergente instructie). Vervolgens kunnen ze aan de slag. Het misverstand is daarbij, dat ze dan ook minder begeleiding nodig hebben; de ‘laat ze maar zwemmen’-gedachte. Hoewel de vorm van begeleiden anders kan zijn, is deze wel degelijk nodig. Ook deze leerlingen hebben gerichte feedback nodig om de voor hen gestelde doelen te behalen of net even een stapje verder te komen. Ook moeten zij net zo goed leren om te reflecteren op hun eigen werk en strategieën, te zoeken naar oplossingen en te overleggen met elkaar.
Laten we deze leerlingen met ICT-middelen werken, dan is er eerst een duidelijke opdracht of probleemstelling nodig. Ook moet duidelijk zijn wat de kaders zijn waarbinnen gewerkt moet worden en welke eisen er aan het proces en het resultaat worden gesteld. Beheersen de leerlingen de te gebruiken tools of programma’s al of moeten ze nog op verkenning? Of hebben ze wellicht eerst uitleg van het programma nodig van een leerkracht of een medeleerling? Ook het uitzoeken naar de mogelijkheden van een programma via bronnen en experts op internet kan deel (gaan) uitmaken van de opdracht.
Naast de gebruikelijke programma’s, die vaak op school op de computer staan, zijn er tal van web2.0-toepassingen, die goed te gebruiken zijn en waarmee je leerlingen uitdagende opdrachten kunt geven. Ook OpenSource-programma’s mogen daarbij niet vergeten worden. Al eerder hebben we het over dergelijke programma’s gehad. Wat betreft de Open Source Software kunnen leerlingen ook daadwerkelijk een bijdrage leveren aan het programma zelf, door suggesties door te geven aan de ontwikkelaars of als ze zelf kunnen programmeren, door zelf de code aan te passen.
Waar het in alle gevallen om gaat, is dat eerst gezocht en in beeld gebracht moet worden waar de uitdaging voor betreffende leerling ligt. Vervolgens worden er doelen opgesteld en opdrachten geformuleerd of opgezocht. Het beoordelen van beschikbaar materiaal vraagt om een kritisch en kundig oog en wellicht enig advies. Van daar uit moet gekeken worden welke middelen daarvoor ingezet kunnen worden, waarvan ICT er slechts één is, waarbij voor sommige leerlingen juist verstandig is dit middel juist even niet in te zetten. En vergeet tot ook de organisatie niet!
Kijk ook eens naar bijvoorbeeld de bruikbaarheid van Acadin of inititieven op die andere scholen hebben genomen. Zie de links op de Yurls-pagina.
Tot slot nog even concreet: Laat deze leerlingen creatief aan de slag gaan met TuxPaint, een presentatie maken met Prezi, een procesverslag maken met WordPress, een poster maken met Glogster, een verhaal maken met PhotoStory. Of laat ze zelf met een vorm komen. Stel daarbij niet het middel centraal, maar het doel, dat je wilt bereiken, zorg voor goede en regelmatige begeleiding en stel eisen aan het proces en het resultaat. En mis je zelf de kennis van bepaalde programma’s? Help dan de leerlingen om op zoek te gaan naar een antwoord op hun vragen. Zo ben je als leerkracht samen met je leerlingen aan het leren.
Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Mennovh , @jufamy75 , @robertdevilee , @wwwonderwijs , @kletskous , @DeOverdracht , @RubenHaan , @Marlijnnijboer , @Sjaboepaan
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!