dinsdag 30 november 2010

De meerwaarde van digitale methodische materialen

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “De meerwaarde van digitale methodische materialen”. In dit artikel een eigen reflectie op het onderwerp aangevuld met opmerkingen vanuit de discussie.

Het begrip ‘digitale methodische materialen’ vraagt eerst om een toelichting. Het meest bekend en ingeburgerd is de methodegebonden educatieve oefensoftware. Daarnaast zijn er de aanvullende digitale opdrachten, al dan niet webbased. En tot slot de digitale versie van de boeken en werkboeken, al dan niet interactief. Bij deze laatste rekenen we ook de methodegebonden instructiesoftware voor leerkrachten.


De methodegebonden oefensoftware is op veel scholen al lange tijd in gebruik. Voordeel is, dat het aansluit op de methode wat betreft aanpak, onderwerp en lay-out. Vaak ook is de registratie van het werk van de leerlingen goed op orde. Uiteraard ook hier weer de nodige accent- en kwaliteitsverschillen. Met de komst van internet ontstond ook de mogelijkheid om online aanvullingen te plaatsen. Te denken valt daarbij aan uit te printen materialen, maar ook aan online opdrachten. Voordeel was, dat het snel aan te vullen en actueel te houden was door de uitgevers.

Met name door de komst van de digitale schoolborden ontstond er vanuit de scholen een toenemende vraag naar digitale materialen passend bij de methode. Scholen gingen zelf aan de slag met het inscannen van hun methodematerialen. Uitgeverijen waren daar niet blij mee, immers de copyright was in het geding. Het duurde dan ook niet lang of de uitgevers boden zelf de digitale versie aan van de materialen. Sommigen zetten daarbij ook meteen de stap naar een wat meer interactieve versie, waarbij bijvoorbeeld instructietools, links, aanvullende afbeeldingen, etc. direct vanuit het materiaal waren te openen.

Met de komst van Classmates en Ipads en dergelijke neemt de vraag naar digitaal materiaal toe. De vraag bij deze materialen is: Wat voegen ze toe aan het papieren materiaal, zoals we dat jarenlang hebben gebruikt. Deze vraag was min of meer ook de aanleiding voor de stelling. In de praktijk komen we regelmatig leerkrachten en docenten tegen, die het materiaal, dat methodeuitgevers aanbieden aan scholen, een aanfluiting vinden. “Het is niets meer, dan een ingescande versie met soms wat extra toeters en bellen, maar echt meerwaarde heeft het nauwelijks, behalve dan financieel voor de uitgevers zelf.” Zo maar een gehoorde opmerking. De vraag is dan in hoeverre een opmerking als deze terecht is.

vier in balans
We moeten hierbij onderscheid maken tussen enerzijds de meerwaarde van het digitale materiaal zelf en anderzijds de meerwaarde van het gebruik ervan. Uiteraard heeft het één daarbij invloed op het ander. In dit proces hebben we te maken met de mogelijkheden en onmogelijkheden van het digitale lesmateriaal, de kwaliteit en de mogelijkheden van de ICT-infrastructuur, de deskundigheid van de leerkracht en last but not least met visie oftewel met de Vier in Balans (Kennisnet).

In de discussie werd aangegeven, dat het begint met de vraag wat de school nu eigenlijk wil. Wat is je visie op onderwijs, wat zijn je lesdoelen, wat wil je bereiken met je leerlingen? Daarna komt pas de vragen waarmee en hoe. Als school zet je de lijnen uit en vervolgens ga je op zoek naar daarvoor geschikte wegen en materialen. De materialen van educatieve uitgeverijen zijn daarbij een mogelijkheid, maar niet dé mogelijkheid.

Kies je voor digitale materialen, al of niet methodegebonden, dan dient vervolgens de vraag zich aan of wat betreft organisatie haalbaar is. Zijn er voldoende computers, laptops, digiborden, classmates of Ipads om het ook daadwerkelijk effectief in te kunnen zetten? Wat is daarvoor organisatorisch nodig? Hebben we de leerkrachten en het ondersteunend personeel voldoende kennis en vaardigheden?

succesfactoren
Succesfactor in dit geheel is de vraag of de vier aandachtgebieden daadwerkelijk in balans zijn. Want het materiaal kan nog zo goed zijn; als de leerkracht er niet mee kan werken behaal je niet het gewenste rendement. En de leerkracht kan nog zo vaardig zijn; als er maar een beperkt aantal computers beschikbaar is of een slechte internetverbinding dan kom je niet daar waar je wilt. Het één kan niet zonder het ander.

In de discussie werden enkele aspecten genoemd waar digitaal materiaal tenminste aan zou moeten voldoen. Allereerst dat het de mogelijkheid biedt tot actueel onderwijs en tot het actueel houden van de materialen. Steeds nieuwe boeken aanschaffen is niet meer nodig, want je hebt altijd de meest actuele versie online beschikbaar. Uitgevers hoeven niet meer een hele methode aan te passen maar kunnen delen aanpassen, die niet meer actueel zijn of die achterhaald zijn vanwege nieuwe (didactische) inzichten.

Een ander belangrijk aspect is, dat het leerkrachten in staat stelt efficiënt te werken, zowel in de voorbereiding van als de uitvoering van de les. Daarnaast moet het voor de minder ervaren en vaardige leerkracht een goede basis leveren en voor de meer ervaren en vaardige leerkracht voldoende mogelijkheden en flexibiliteit bieden om naar eigen inzicht arrangementen te wijzigen of aan te vullen. Deze eigen arrangementen en materialen zouden eenvoudig opgeslagen en gedeeld moeten kunnen worden. In dit kader verwijzen we ook graag naar het verslag van een eerdere discussie: ‘Lesmateriaal volgens het maggi-pricipe’.

Ook interactiviteit is een wezenlijk aspect. Leerlingen moeten worden uitgenodigd en uitgedaagd om met het materiaal aan de slag te gaan, op onderzoek te gaan in aanvullende bronnen, te reageren, enzovoort. Koppeling met verschillende beschikbare (moderne) media is in deze tijd daarbij een must. En ruimte voor het ontdekkend en ervarend leren van leerlingen.

Leerlingen en leerkrachten aan het werk met actueel, uitnodigend, uitdagend, interactief en innovatief materiaal van hoge kwaliteit. Vol verwachting klopt ons hart waarmee de uitgevers ons op de NOT in januari verrassen!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Wiswijzer2 , @Mennovh , @uitgaca, @robertdevilee , @YFab1 , @Citowoz , @JoostWissink , @ronnyvoorhuis , @lexhupe , @Timgearz , @PascalMarcelis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen