Zo’n 2 jaar geleden werd er besloten om binnen Het Sticht (stichting voor katholiek onderwijs Zeist e.o.) over te gaan op het gebruik van een digitaal schoolbord. Er werd eerst nauwkeurig onderzoek gedaan naar wat voor bord geschikt zou kunnen zijn. Na een zorgvuldige afweging werd er toen gekozen voor het Interwritebord, gekoppeld aan een zogenaamde ‘short-throw’beamer van Hitachi. Het eerste bord werd zo’n anderhalf jaar geleden geplaatst op één van de scholen en nu hebben we – verdeeld over zo’n 10 scholen – er 56 hangen!
Probleem is dat er een duidelijk stukje basiskennis nodig is om er een beetje mee uit de voeten te kunnen. Het Sticht had reeds eerder besloten om Station to Station te vragen voor het netwerk-beheer, vandaar dat de vraag om cursussen te regelen ook bij hen terechtkwam. Na een inventarisatie bleek, dat meer dan de helft van alle personeelsleden interesse had om een bijscholing hierin te volgen. Het aanbod kwam uiteindelijk in twee niveaus en er kon worden gekozen of men zich als beginnende of gevorderde gebruiker zag. Voor de beginnende gebruiker werd een 2-urige bijscholing als voorlopig voldoende gezien; voor de gevorderden werd er twee maal 2 uur gereserveerd. Iedere cursus begon met een plenair deel, waarna er – zeker in het tweede uur – in groepen werd gewerkt om de opgedane kennis te oefenen. Voor beide groepen waren uitgebreide naslagwerken die de deelnemers mochten behouden. Gemiddeld gingen de cursisten zeker met het idee naar huis van ‘…maar daar kan ik wat mee in mijn lespraktijk!’ en dat zou je wensen van iedere bijscholing……
Dit soort bijeenkomsten om in de praktijk te kunnen werken met een digitaal schoolbord is enorm nuttig. Als er niet voldoende kennis aanwezig is, wordt een digitaal schoolbord al gauw gebruikt als een opvolger voor het krijtbord en helaas niet meer dan dat…. en er is zoveel meer mogelijk! Natuurlijk is het afhankelijk van een ieders capaciteiten en inzicht hoeveel iemand gebruik maakt van dit fenomeen, maar het maakt het lesgeven zoveel interessanter voor leerkracht én leerling. Van startende of switchende leerkrachten wordt ook aardig wat geëist als zij geconfronteerd worden met een digitaal schoolbord in hun nieuwe werkomgeving….
Er valt nog veel te verbeteren aan de gebruiksvriendelijkheid van de software; het is duidelijk dat de software nog gericht is op een erg breed onderwijspubliek en dat zal in de toekomst behoorlijk worden toegespitst op – in dit geval – basisonderwijs. Hier heb ik als eenvoudige bovenschools ICT-coördinator geen rechtstreekse invloed op, maar dit lijkt me meer dan waarschijnlijk. Dat betekent dat de software ook steeds zal gaan veranderen, hetgeen weer betekent dat de kennis van de gebruikers moet worden bijgespijkerd en up-to-date moet blijven. Jaarlijks terugkerende bijscholingen behoren hierbij niet tot de onmogelijkheden. Dit is al heel gebruikelijk in het bedrijfsleven en dit zal ook gebruikelijk zijn/worden in het onderwijs. Investeringen die gedaan zijn in de aanschaf van digitale borden en hun software zullen alleen dan renderend genoemd kunnen worden….. Martien Stoeten, bovenschools ICT-coördinator van Het Sticht
Al eerder schreven we in ons blog over Twitter in het onderwijs . Twitter behoort tot de groep wat we tegenwoordig “Social Media” noemen. Je gebruikt het om met anderen in contact te komen over zaken, die je bezighouden in bijvoorbeeld je werk.
De opkomst van deze Social Media is niet te stuiten. In korte tijd is het in allerlei verschijningsvormen op ons af gekomen en wereldwijd wordt het door miljoenen mensen gebruikt. Landsgrenzen spelen daarbij geen rol meer.
In een filmpje op TED, een site waar allerlei boeiende referaten van sprekers zijn terug te kijken, kwamen we een referaat tegen van Clay Shirky tegen. Hij gaat daarin in op het verschijnsel Social Media. Hij geeft aan, dat dergelijk media of innovaties pas sociaal interessant worden, wanneer ze technologisch saai worden. Het feit dat het nieuw en innovatief is maakt het niet tot een hype. Dat wordt het pas, wanneer iedereen het gewoon gaat vinden en het gaat gebruiken. Mensen zijn er allemaal bij betrokken. En dan heb je een geweldige voedingsbodem voor innovatie.
Hij ziet in de geschiedenis van het medialandschap vier periodes, voorafgaand aan de komst van het internet, die je een revolutie kunt noemen:
- de uitvinding van de boekdrukkunst - de uitvinding van de telegraaf en even later de telefoon - de uitvinding om dingen vast te leggen: foto’s, geluid, bewegend beeld - de uitvinding van radio en televisie
Het boeiende daarbij is, dat de deze media ofwel geschikt zijn voor een gesprek ofwel voor een hele groep luisteraars of lezers. Met de komst van internet veranderde dat. Iedereen kan contact hebben met iedereen en reageren op elkaar. Daarnaast biedt internet toegang tot alle andere vormen van media: bellen via internet, radio luisteren, televisie kijken. Alles is onder handbereik. Mensen kunnen direct er op reageren, kunnen anderen uitnodigen om te kijken, kunnen met elkaar in discussie gaan.
Daarmee verandert ook je rol. Je bent niet langer alleen maar consument, maar tegelijk ook producent. Het medium waarmee je luistert of kijkt, geeft je ook de mogelijkheid om te reageren en je eigen verhaal te doen. Bovendien wordt nieuws niet meer achteraf gemaakt, maar op het moment, dat iets gebeurt. Live verslag via foto’s, filmpjes, sms-jes, tweets, enzovoort. De burger doet verslag. Iedereen kan zijn verhaal doen en zijn mening geven.
Dat is het medialandschap waarin onze kinderen opgroeien. En het landschap waar wij in het onderwijs mee te maken hebben. Hoe spelen we daar op in? Hoe houden we al het nieuws en alle ontwikkelingen bij?
Een voorbeeld van het gebruik van Twitter: In de Verenigde Staten is een grote groep leerkrachten wekelijks aan het discussiëren over allerlei zaken waar ze in hun werk tegen aan lopen. Elke dinsdag, oftewel Teacher Tuesday, bespreken ze via Twitter allerlei onderwerpen met elkaar rond onderwijs, vaak ict-gerelateerd. Iedereen maakt gebruik in zijn of haar tweet van de hashtag #edchat. Door binnen je Twitter-applicatie daar een vaste zoekopdracht van te maken, kun je de hele discussie eenvoudig volgen, zonder elk individu persoonlijk te volgen. In bijvoorbeeld TweetDeck, maak je een aparte kolom aan op basis van deze hashtag. Het heeft ons al heel wat goede ideeën, interessante links en handige programma’s opgeleverd. Niet voor niets zijn ze winnaar geworden van de Edublog Awards 2009.
Ook in Nederland wordt heel wat getwitterd. Misschien kunnen ook wij elke dinsdag een interessante discussie opzetten over ict in het onderwijs met als hashtag #netwijs: Discussie Dinsdag! Neem je rol als consument én als producent. Samen voor beter onderwijs!
Office 2007 biedt ten opzichte van zijn voorgangers enorme meerwaarde. Veel mensen moeten wennen aan de lay-out, wat overigens wel begrijpelijk is, maar de mogelijkheden zijn zeer uitgebreid. Een voorbeeld hiervan: De standaard sjablonen. Het is enorm leuk en leerzaam voor de leerlingen om daar eens kennis mee te maken. Na het klikken op ‘Bestand|Nieuw’ is er de mogelijkheid om te kiezen voor ‘Sjablonen|Microsoft Office online’. De mogelijkheden zijn eindeloos, want nu kunnen kinderen met behulp van de sjablonen een eigen reclamefolder, brochure, nieuwsbrief of zelfs tijdschrift maken. (Dit kon binnen eerdere Word versies ook al wel, maar de sjablonen waren nog niet zo aantrekkelijk en het aanbod was nog niet zo uitgebreid.) Vaak maken kinderen een ‘standaard’ werkstuk met inleiding, inhoudsopgave, een aantal hoofdstukken en een nawoord/bronvermelding. Nu is er ruimte om met verschillen de tekstsoorten, uiteenlopende werkstukken te maken.
Vaardigheden Bij het werken met de sjablonen leren de kinderen technisch hoe ze moeten werken met kolommen, afbeeldingen, tekstvakken, kopteksten, alinea’s enz. Daarnaast leren ze de opbouw van verschillende tekstsoorten kennen en maken ze kennis met diverse manieren van stellen. Het gebruik van standaard sjablonen biedt ook mogelijkheden om te gebruiken bij het begrijpend lezen. Een voorbeeld: Open een sjabloon van een standaard brief. De opbouw van een goede brief wordt direct zichtbaar. Het is een fantastische opdracht om een brief in die lay-out te schrijven naar een instantie die past binnen een thema of onderwerp.
De praktijk Ik heb het zelf een tijdje geleden uit mogen proberen met een groep leerlingen en de resultaten waren mooi. Ik heb eerst instructie gegeven over de indeling en opbouw van een folder. Daarna gingen ze aan de slag met de opdracht: Maak een nieuwsbrief of reclamefolder over een zelfgekozen onderwerp. Twee jongens hebben een gamekrant gemaakt. Daarin stonden (zelf geschreven) recensies van verschillende games. Er was een rubriek: Nieuw op de markt, waarin de nieuwste games werden beschreven. Ook waren interviews met een aantal klasgenoten over gaming en tot slot uitleg over de verschillende platforms. Hierboven een voorbeeld van een standaard sjabloon Andere kinderen hadden een folder gemaakt over opvallende mode. De herkomst van die mode, uiteraard veel afbeeldingen, maar ook een stuk geschiedenis over kleding. Tot slot een kind dat een folder had gemaakt over de computer als ‘ding’. Daarin werd uitgebreid beschreven wat voor verschillend soorten er zijn, wat de voor- en nadelen zijn, maar er was ook een interview met een medewerker uit een computerzaak. Het is zeker de moeite waard om hier eens mee te experimenteren. Word 2007 kan een enorme verrijking voor uw stelonderwijs zijn en het begrijpend lezen bij u op school.
Beschikt uw school nog niet over office 2007, geen probleem. Uw ICT coördinator kan u vast meer vertellen over de aanschaf van office 2007 op school. Het is ook mogelijk de office 2007 sjablonen op te slaan als Word 97-2003 document en vervolgens te openen in een oudere Word versie. Kunt u zelf nog niet voldoende uit de voeten met Word 2007, dan zijn er altijd de trainers van Netwijs nog.
Voor basisschool de Pantarijn in Rotterdam verzorgde Netwijs voor het tweede jaar op rij een Netwijs studiedag. Deze stond dit jaar in het teken van Microsoft Powerpoint en Excel en Activ.
Er is dit jaar gekozen voor workshops van 2,5 uur per ronde, zodat er veel praktisch gewerkt kon worden. Er zijn weer heel wat praktische bestanden gemaakt die direct toepasbaar zijn in de onderwijspraktijk.
Zo is er tijdens de Microsoft Powerpoint o.a. een quiz gemaakt voor de kleuters waarbij de woordenschat wordt uitgebreid, hebben de leerkrachten lessen voorbereid in de Activ software en zijn er praktische toepassingen bedacht voor Excel in de dagelijkse onderwijspraktijk. Natuurlijk is Excel ook erg handig voor de cijferregistratie voor leerkrachten.
We kennen allemaal de Meervoudige Intelligenties van Howard Gardner. Hoe ben jij knap? Ben je vooral auditief ingesteld of beeldend? Werk je graag samen of juist alleen? In het onderwijs proberen we steeds vaker rekening te houden met deze intelligenties. Niet alle lesstof verbaal of schriftelijk aanbieden maar juist gedifferentieerd met diverse werkvormen.
Dan zetten we de computer toch in?! Daarmee kun je prima differentiëren… Een prima gedachte, maar wat ga je de leerlingen dan laten doen? Toch zeker geen Twitter of Hyves?! Leerlingen doen dat toch allemaal in hun vrije tijd?
Hoe maken leerlingen eigenlijk gebruik van interactieve media?
Een recent onderzoek van Kennisnet over “Jongeren en interactieve media” laat zien dat er 4 typen gebruikers te onderscheiden zijn.
Samengevat gaat het om Traditionalisten die alleen gebruik maken van de basisfunctionaliteiten van interactieve media; Gamers spelen het liefst samen en beleven plezier aan “het doen alsof” en leren in games; Netwerkers zijn vriendschap-gedreven en gericht op communicatie met gelijkgestemden, ze combineren het gebruik van profielpagina’s met MSN; Producenten komen het dichtst in de buurt van de Netgeneratie met een divers en intensief gebruik van intereactieve media voor productie en interactieve consumptie van ‘content’.
Conclusie: Niet alle jongeren gebruiken alle media op dezelfde manier. Sommige applicaties als MSN of Hyves worden veel gebruikt, alleen gebeurt dit op verschillende niveaus en verschillende betekenis voor de gebruikers. Er wordt vooralsnog weinig content gemaakt.
Traditionalisten consumeren met name tekst; de Gamers zijn beeldgericht; de Netwerkers produceren met name tekst en Producenten maken beeld, geluid en tekst.
Leerkrachten kunnen gebruik maken van deze informatie! Als er in de groep voornamelijk Producenten voorkomen, dan kan het zinvol zijn om vooral zelf content te laten maken (door gebruik te maken van media convergentie). Dit werkt natuurlijk niet als de groep voornamelijk bestaat uit Traditionalisten of Netwerkers. Bestaat de groep voornamelijk uit Netwerkers dan kan een Blog uitkomst bieden.
In de 100e Vives van december 2009 staat een artikel “Wie schrijft, die blijft”; wie blogt, wordt bezocht (weblogs in het literatuuronderwijs) waar Jeroen Clemens de spijker op zijn kop slaat:
“Mijn leerlingen kunnen de werkmethode kiezen die het best bij hen past.” Leerlingen krijgen de keuze om een gewone papieren boekbespreking, een rondetafel gesprek of een weblog te gebruiken als werkmethode.
Als je met de nieuwste versie van de ACTIV software (Inspire) werkt en een flipchart wilt downloaden van internet, kun je een foutmelding krijgen. De flipchart die je wilt downloaden is gemaakt met ActivPrimary, de voorloper van Inspire.De extensie van de flipchart in Primary is .flp Dat is een andere extentie dan een flipchart die is gemaakt met Inspire. (deze heeft flipchart als extensie).
Wat moet je doen als je tòch de gevonden les wilt bekijken? Er zijn twee manieren om de les te kunnen gaan gebruiken.
Manier 1 Open de les die je wilt downloaden. Er verschijnt een popup schermpje met daarin de vraag of je deze les wilt [Openen], [Opslaan] of [annuleren]. Kies voor [Opslaan]. Je bent dan meteen in de gelegenheid om de les een andere naam te geven. Zet achter de naam van bestand.flipchart. Kies bij [Opslaan als type] voor [Alle bestanden]. Sla de les op in de map van je keuze.
Kies vervolgens voor [Opslaan].
Bovenstaande is een handeling die je iedere keer weer dient te herhalen. Niet erg als je niet vaak een les zoekt op het internet. Doe je dit echter vaker, dan is de tweede mogelijkheid een betere:
Manier 2:
Klik op de website op de link naar het bestand dat je wilt opslaan
Er verschijnt een venster:
Klik op Opslaan
Sla het bestand op in de map van je keuze
Klik na het downloaden op Openen:
Het volgende venster verschijnt:
Kies “Het programma in een lijst selecteren”
Kies in onderstaand venster het programma waarmee de flipchart moet worden geopend: “Inspire”
Als Inspire niet in de lijst staat, kan het programma worden gevonden via de knop “Bladeren” Ga naar de map C:\Program Files\Activ Software\Inspire en kies het bestand Inspire.exe. Bestanden met de extensie .flp worden vanaf nu op deze computer met Inspire geopend.
Als een bestand met de extensie .flp eenmaal in Inspire is geopend, kan deze worden opgeslagen. Het bestand krijgt dan automatisch de nieuwe extensie .flipchart. Het bestand kan niet meer geopend worden in de oude versie ActivPrimary.
Eindelijk! Het nieuwe digitale bord hangt in uw lokaal. Alles erop en er aan. Het werkt. De (heel) korte instructie ging eigenlijk veel te snel maar goed. Nu zelf aan de slag. Waar moet ik beginnen? Wat kan er allemaal met het bord? Krijg ik dat ooit allemaal onder de knie?
Een nieuw digitaal bord brengt nogal wat veranderingen met zich mee. Het belangrijkste in de implementatie van een digitaal bord is de scholing van de leerkracht die er mee aan de slag gaat. Iedere leerkracht beschikt over een ander vaardigheidsniveau. Iedere leerkracht leert in z'n eigen tempo.
Station to Station heeft voor al haar klanten een gratis cursus ontwikkeld die de leerkracht kan "maken". In een aantal lessen worden de basisvaardigheden behandeld. Iedere les bestaat uit opdrachten die uitgevoerd moeten worden. Zo leert de leerkracht direct met deze vaardigheid te werken. Het doorwerken van de gratis cursus duurt zo'n 30 minuten. Het geeft de beginnende leerkracht-met-digibord net even die zekerheid die zo belangrijk is voor het allereerste begin. Ga naar http://www.netwijs.info/ en kies voor Digitale schoolborden - gratis cursussen. Hier kunt u inloggen met
naam: Netwijs wachtwoord: digibord
De trainers van Netwijs weten dat een dergelijke training een prima start is, maar dat een vervolg nog beter is. Het ontwikkelen van vaardigheden op het bord, zal alleen een goede "boost" krijgen als er een of meerdere trainingen gevolgd worden. Tijdens een schooljaar een aantal momenten vastleggen waarop de leerkrachten gericht aan de slag gaan met de software. Het praktische deel (het "doen"), het leren van elkaar en de onderlinge overdracht van de kennis zijn een paar punten die als heel prettig worden ervaren door leerkrachten.
Wat we nu veel zien gebeuren, is dat er gedacht wordt dat de leerkrachten dat "er wel even bij doen". Er bij? Tussen de administratie, gesprekken, overleggen, thema's en vieringen door? Het "oefenen" met het bord staat dan al snel op een lager pitje. Begrijpelijk aan de ene kant. Want: je moet keuzes maken. Zonde, aan de andere kant. Zonde van alle mogelijkheden die onbenut blijven. De leerlingen zitten ook geboeid te kijken naar de mogelijkheden van het nieuwe bord. Wat kan het allemaal? Zij vinden het jammer dat het gebruik dan heel beperkt is. Een filmpje kijken is wel leuk maar dat is na een paar keer ook niet meer nieuw. En laten we wel wezen: Er is een forse investering gedaan. Als blijkt dat deze niet volledig wordt benut, is dat zonde van het geld.
Het zou alle partijen helpen als er in het implementatietraject ook voldoende ruimte wordt gereserveerd voor de trainingen. Ruimte in de jaarplanningen en ruimte in het budget. Regelmatige trainingen zorgen voor een hoger vaardigheidsniveau van de leerkrachten en dus een beter gebruik van de borden.
Ga naar de website, maak de les en ervaar zelf wat er zoal kan met uw digitale schoolbord!
Er is al veel geschreven over het gebruik van flipcamera’s in het onderwijs. Een flipcamera in een handige camera met geïntegreerde usb stick die het mogelijk maakt om beeldmateriaal binnen een mum van tijd op de computer te zetten, te bewerken of direct af te spelen.
Voorbeelden van reeds bekende praktische toepassingen: Het maken van interviews door kinderen, communicatie met andere scholen, toneelstukken spelen en tonen of snel beeldmateriaal voor de ouderavond verzamelen. Wat ik echter nog niet gelezen heb is:”Het coachen van een leerling, een groep leerlingen of een hele klas met behulp van de flipcamera.”
Het woord video interactie zegt al heel veel. Naar aanleiding van videobeelden ontstaat er interactie tussen leerkracht en leerling. Het woord ´inter´ geeft aan dat beide partijen inbreng hebben en het woord´actie´ geeft aan dat er van beide kanten dus actie ondernomen kan worden. Dit vraagt een open houding van de leerkracht.
Dingen bespreekbaar maken in een groep is de sleutel tot een positief klassenklimaat.
Nu is het uiteraard niet zo dat iedereen maar gelijk met video interactie moet beginnen. Natuurlijk is het leuk om eens de klassensituatie te filmen tijdens het werken en dat later met de kinderen te bespreken. Mooier is om dit hulpmiddel te gebruiken om het klassenklimaat te verbeteren.
Hoe kun je dat aanpakken?
Leerkrachten kunnen door de compactheid en de eenvoud van de camera op een aantal willekeurige momenten filmen in de klas. Deze momenten moeten wel zorgvuldig worden gekozen. Advies is om te beginnen met situaties waarbij het ´goed´ gaat. Na het filmen van een aantal momenten staat het gefilmde al snel op de computer. U verbindt de camera via usb rechtstreeks met de computer, hij wordt automatisch gedetecteerd en de filmpjes worden overgezet met 1 druk op de knop.
Met behulp van het digibord en een aantal gerichte kijkvragen (kom ik later op terug) kunt u de leerlingen laten zien “hoe het gaat” in de klas. Dat is aanleiding tot een gesprek en een afspraak of werkpunt.
Bij het begeleiden van een klein groepje of individuele leerling is het noodzakelijk een aantal momenten te kiezen om rustig met de betreffende leerling(en) naar de beelden te kijken. Zelf liet ik tijdens een creatieve activiteit mijn collega toezicht houden in de groep om vervolgens even zelf met een groepje leerlingen de klas te verlaten. De leerling(en) zit(ten) op dat moment in een uitzonderingspositie. Daarom is het van belang heel duidelijk aan te geven waarom u de opnamen maakt. Redenen daarvoor kunnen zijn: een zwakke concentratie van een leerling tijdens het werken, onrust tijdens lesovergangen, aandacht van de leerlingen bij instructie.
Bij de nabespreking gaat u uit van het positieve om te zorgen voor succeservaring. De leerlingen beschouwen en benoemen hun eigen gedrag op momenten dat het goed gaat.
Vragen hierbij kunnen zijn: Bekijk het filmpje en schrijf/noem 2 dingen op waar je heel tevreden over bent. Bekijk het filmpje en schrijf/noem 1 ding op waar je trots op bent. Schrijf/noem op wat je opvalt als je naar jezelf kijkt?
Vervolgens trekt de leerkracht daar in overleg met de leerling conclusies en maakt afspraken. Dat kan in de vorm van een groepsplan zijn voor de aankomende week (refereren aan de gedragsregels van de school werkt natuurlijk perfect), maar er kan ook een persoonlijk plannetje worden gemaakt. Heel belangrijk daarbij: Kleine stapjes!
Vragen die bij deze fase passen: Wat wil je aankomende toevoegen aan hetgeen je al kunt? Wat wil je verbeteren?
Een week later kan hetzelfde proces worden herhaald om te kijken hoe het op dat moment gaat. Bij succes kan er een volgende actiepunt afgesproken worden. Werken met beloningen is hierbij een succesfactor. Voor de professionele leerkracht die dit planmatig aanpakt kan dit heel goed gaan werken.
Note: Leerkrachten die zelf bekend zijn met video interactie weten dat rust of onrust in een groep vaak in heel kleine dingen zit. Heel belangrijk in dit verhaal is: In deze blog wil ik laten zien hoe leerkrachten op een eenvoudige innovatieve manier met behulp van een camera kunnen kijken en reflecteren op gedrag in de groep. Dat wil niet zeggen dat de oorzaak van onrust altijd bij leerlingen ligt. Op het moment dat de leerkracht zichzelf ook laat filmen ontstaat er een completer beeld.
Op 11-11-2009 organiseerde Netwijs een studiedag voor de ICT coördinatoren van het bestuur SKSWW in Grand Kasteel Woerden met vier workshops. De workshops stonden in het teken van: Zorg en ICT, Begaafden en ICT, mediawijsheid en Meer met het digitale schoolbord. Samen met de ICT werkgroep is een keuze gemaakt voor deze vier onderwerpen uit het volledige Netwijs workshop aanbod.
Meer met het digitale schoolbord: Tijdens deze workshop stond centraal hoe je leerlingen interactief met het digibord kunt laten werken. Aanvullende materialen zoals een microscoop, visualisers en mobi's waren tijdens deze workshop aanwezig om eens uit te proberen.
Zorg en ICT: ICT kan een grote meerwaarde hebben voor de zorg mits ICT goed ingezet wordt. Wat is ervoor nodig om zorg op maat te kunnen bieden? Door de intern begeleider en ICT coördinator te laten samenwerken, wordt er een plan opgesteld om ervoor te zorgen dat de juiste zorg bij de juiste leerling terecht komt. Opbrengsten van de workshop: een kwaliteitskaart "Zorg en ICT" en concrete acties die je kunt uitvoeren om ervoor te zorgen dat ICT aansluit bij de onderwijsbehoefte van de leerlingen.
Mediawijsheid: Hoe veilig is het gebruik van internet en multimedia tijdens de les eigenlijk? Wat kun je als school doen om leerlingen verstandig met internet te laten omgaan? Tijdens de workshop zijn concrete handvatten gegeven om dit binnen de school vorm te geven.
Begaafden en ICT: Theorie over begaafden, praktijkvoorbeelden en praktische handvatten stonden centraal tijdens deze workshop. Hoe kan ICT ingezet worden voor begaafde leerlingen?
Softwarepakketten, digitale leeromgevingen, maar ook internet als communicatiemiddel richting ouders zijn aan bod gekomen.
Hoe houd je de persoonlijke ontwikkeling van begaafde leerlingen in de gaten? Hoe kan ICT bijdragen bij projectmatig werken en systematisch evalueren?
Bekijk een impressie van de studiedag op onderstaand filmpje, gefilmd met een ipod nano.
Tijdens de Netwijs Opleiding doen we het al een tijdje: (ICT) beleid samen met het schoolteam maken...
Wat doen wij als school allemaal al met ICT? Wat willen we het komende jaar met ICT bereiken? Waar willen we over een aantal jaar naartoe met ons ICT gebruik?
In de 4 in balans van 2009 op blz. 53 staat: Veel leraren hebben behoefte aan een breed gedragen visie op de inzet van ict, die zou moeten worden ontwikkeld door management én onderwijsteam. Slechts op een beperkt aantal scholen, zo vinden de leraren, is die ambitie verwezenlijkt. Het management heeft daar een andere opvatting over.
Als uit de teamvergadering de korte termijn doelen zijn gekomen, dan komt het lastigste stuk (blijkt uit onze ervaring): het SMART uitwerken van deze doelen in concrete acties.
En dan de belangrijke vraag: Hoe houden we nu zicht op deze acties? Hoe weet iedereen ook alweer waar we mee bezig zijn?
Bovenstaande foto geeft weer hoe een school waar ik laatst op bezoek was dit heeft vormgegeven. Op deze manier is voor iedereen zichtbaar welke (ICT) doelen en acties dit jaar centraal staan. Bovendien wordt afgevinkt wat is behaald (nadat het is geëvalueerd natuurlijk).
Renée Filius presenteerde ons: Het ontwerpen van Games in het onderwijs.
De term serious game wordt verklaard - primaire doel is leren! (versus incidenteel leren in entertainment games ...)
Meerwaarde van Games zit hem vooral in: - vereenvoudigen van de werkelijkheid - dat er een ervaring geboden kan worden die betekenisvol, experimenteel en sociaal is - maakt het mogelijk om bepaalde situaties te oefenen die in werkelijkheid niet mogelijk zijn (zoals de virtuele apotheker of het uitproberen van diverse management stijlen)
In het Hoger Onderwijs zijn (jonge) volwassenen wat minder gevoelig voor de component 'motivatie'. Games werken over het algemeen zeer motiverend voor leerlingen in het PO en VO, maar een volwassene wil meestal wat geplander leren en gaan strategischer met hun tijd om. Games worden door volwassenen veelal niet serieus genomen.
Hieronder een aantal voorbeelden van serious games: Remission - leren omgaan met het hebben van kanker Tel uit je winst - ben jij een goed ondernemer? Civilization - beleef de geschiedenis ... Peacemaker - ervaar de problematiek in het midden oosten
In games speelt feedback een hele belangrijke rol. Deze feedback kan zowel binnen als buiten de Game plaatsvinden en deze feedback kan zowel open als gesloten zijn. Er kan feedback gegeven worden in de vorm van variabelen (en meters) zoals in de Peacemaker. Er kan een reactie volgen op een bepaalde actie (door medespelers of door vooraf ingevoerde variabelen) Ook kunnen er bepaalde gevolgen voortvloeien uit bepaalde acties die je hebt uitgevoerd of juist niet.
Buiten de game kan er feedback gegeven worden vanuit de docent of medespelers of in de vorm van toetsresultaten.
Vragen als: Waar leidt mijn gedrag (binnen de game) toe? Hoe doe ik dat? Hoe ga ik verder ... (Oorzaak - Gevolg) zijn belangrijke componenten om mee te nemen in de evaluatie.
Een goed voorbeeld wat ons als onderwijsgevenden wel zal aanspreken is jij voor de klas.nl: Kan je orde houden? Hoe is de sfeer in jouw groep? Hoe oplettend ben je? Er wordt directe feedback gegeven d.m.v. de meters links onderin op alle keuzen die je maakt in het spel (of juist niet maakt, ga je ergens wel op in ...)
Vandaag zouden we beginnen met een presentatie van Bert Mulder, helaas was hij ziek, dus gingen we gelijk door naar de volgende spreker Wilfred Rubens over Effectief leren binnen virtuele werelden zoals Second Life.
Allereerst word je geconfronteerd met technische beperkingen als: updates, bepaalde poorten die open moeten staan en dat je wordt afgeleid van de didactiek. Ten tweede komt uit onderzoek naar voren dat een virtuele wereld niet zo geschikt is voor instructie. Ook moet je je afvragen of feitenkennis toetsen ook echt thuishoort in een virtuele wereld. Vergaderen in een virtuele wereld werkt ook niet echt, daar zijn betere alternatieven voor te bedenken zoals conference calls.
De perceptie van de lerende is vaak dat het niet wordt gezien als serieuze leeromgeving. (Cheal 2009) Er wordt een filmpje getoond van Merlot Campus in Second Life.
Lichtpuntje: je kunt natuurlijk je ideale leeromgeving ontwerpen! Deze moet dan wel opgebouwd worden volgens het TPACK model. Waarbij de techniek, didactiek, leerdoelen en inhoud en de onderlinge samenhang met elkaar in balans zijn.
Virtuele werelden zijn sterk in:
Leren door observeren (representatie van abstracte objecten zoals bijvoorbeeld moleculen),
Imiteren van voorbeeldgedrag,
Het stimuleren van de verbeeldingskracht,
Motivatie, creatie en cocreatie (bijvoorbeeld door het bouwen van een stad)
Simuleren in bijvoorbeeld rollenspel (zo kunnen bijvoorbeeld de beginselen van leren duiken worden geleerd)
Social presence: je kunt je persoonlijke karakteristieken benadrukken.
De pijlers van digitale didactiek (gebaseerd op Simons 2003 en bewerkt door Wilfred)
Creëren (authentieke objecten zoals een hart of een stad) er kan geoefend worden met het nemen van beslissingen en de consequenties van deze beslissingen
Relaties leggen
Uitdragen, je kunt hetgeen je maakt ook direct tonen aan anderen
Competenties centraal stellen: emoties (bij communicatie), laten zien wat je gemaakt hebt, stappen in een proces uitvoeren (to know - to know how - to show)
Integratie van multimedia (video, animatie, tekst, etc)
Intrinsieke motivatie bevorderen (autonomie, sociale verbondenheid, competentie -> intrinsieke motivatie) Gebaseerd op de self determining theory (van Ryan en Deci 2000)
Constatering Vreemd, opmerkelijk, verwonderenswaardig op z’n minst. Op dit moment wordt binnen basisscholen in Nederland het meeste ICT geld gepompt in de aanschaf van Digiborden. Complete ICT budgetten worden eraan uitgegeven en complete ICT plannen worden eraan gewijd met als doelstelling: “In tweeduizend zoveel hebben alle klassen een digibord tot hun beschikking.” De meeste ICT bedrijven varen wel bij deze ontwikkeling echter, de onderwijsliefhebbende commerciële bedrijven maken zich toch een beetje zorgen. Prachtig om ‘de wereld in je klas®’ te halen, maar leerkrachten moeten ook ‘de wereld uit het bord®’ kunnen halen.
Feit: ICT budgetten gaan op aan de aanschaf van digiborden maar er wordt bezuinigd op digibord trainingen.
Ontwikkeling Uiteraard zijn er steeds meer leerkrachten die steeds meer handigheden met het digibord kunnen uithalen, maar helaas zorgt dit ’trial en error beleid’ voor een eenzijdige kennisontwikkeling bij de leerkrachten terwijl dit een bredere basis had kunnen zijn. Er zijn inmiddels scholen die al relativerend overgaan tot de aanschaf van een whiteboard met beamer omdat ze de toegevoegde interactieve waarde niet zien. Laat de directeur in dit geval 1 digibord minder aanschaffen en van de bespaarde euro’s een jaar lang digibord trainingen verzorgen om de interactieve waarde wel te leren.
Gratis Veel scholen ontvangen bij de aanschaf van een digibord een ‘gratis’ knoppencursus. Vervolgens mag de leerkracht zichzelf verder bekwamen door in de praktijk aan de slag te gaan. Ik ben het volledig eens met die directeur dat ‘veel doen’ essentieel is, maar men kan niet veronderstellen dat werken met het digibord (een nieuwe manier van lesgeven) zo simpel ontwikkeld wordt. Lesgeven met een digibord moet gedegen aangeleerd worden.
Oplossing
Op het gebied van nascholing laten veel directeuren mijns inziens kansen liggen. Als directeuren een aantal momenten in het jaar plannen om trainingen te laten verzorgen door een professionele organisatie (die uiteraard de taal van het onderwijs spreekt) worden vaardigheden geautomatiseerd, leerkrachten geënthousiasmeerd en geactiveerd. De factor (geen) tijd speelt in deze situatie voor leerkrachten geen rol meer. Daarnaast leren ze het bord interactief en voor onderwijskundige doeleinden te gebruiken. Veel scholen hebben voldoende geld voor nascholing, geld voor trainingen hoeft dan ook niet uit de ICT pot te verdwijnen. Er zijn in Nederland organisaties die een aantal keer per jaar een zorgvuldig opgebouwde digibord training kunnen geven. Uiteraard heb ik het dan niet alleen over knoppencursussen.
Ook dit nog Er vindt steeds meer vakintegratie plaats (denk aan topondernemers en Alles-in-1) waarbij gepoogd wordt de leerlingen de wereld als geheel te leren zien. Ook wil men een brede basis m.b.t algemene ontwikkeling leggen en zorgen voor een flinke uitbreiding van de woordenschat. Hierbij wordt wereldoriëntatie vaak aan de basis gelegd van projecten en thema’s. Daarbij kan een digibord een sleutelrol spelen. Daarom bij deze de oproep aan directies om de leerkrachten de mogelijkheid te geven de wereld uit het bord te kunnen halen.
De wereld hangt al in de klas, nu moet ie er nog uit.
De website Let op! van onze Zuiderburen heeft een heel praktisch hulpmiddel ontwikkeld om de juiste zorg bij de juiste leerling te krijgen.
Neem bijvoorbeeld deze casus:
Jan is 11 jaar. Ondanks jaren extra begeleiding lukt het hem niet om foutloos te schrijven. Dictee is een ramp. Vele avonden oefenen om dan toch nog een onvoldoende te halen. Zijn werkjes zijn vaak onleesbaar door de fouten. Jan schaamt zich daarover. Hij verliest daardoor ook punten op toetsen. Sinds Jan op de computer werkt met spellingcontrole, is zijn spelling fel verbeterd. Jan gebruikt sinds kort ook voorleessoftware. Door zijn zinnen te laten voorlezen, hoort Jan ook nog een aantal fouten. Met de functie homofonen kiest hij snel de juiste schrijfwijze van woorden die gelijk klinken. Zoals 'hard’ of ‘hart’.
Waarna extra begeleidingstips volgen voor de begeleider:
Bij het werken Leer de leerling stap voor stap de nodige vaardigheden aan Leer aan om te laten voorlezen: • tijdens het typen (en elk woord controleren) • na elke zin (en de zin controleren). - Opgelet! Leerlingen met dyslexie horen vaak amper het verschil tussen klanken die op elkaar lijken. Leer hen daarom om zeer aandachtig te luisteren. - Leer de leerling vervolgens handig te werken met spellingcontrole. Gebruik daarvoor de werkfiches die je vindt in hoofdstuk 7. - Leer ten slotte werken met de functie homofonen. Het handigst is die in te schakelen op het einde van een tekst. Om dan alle homofonen na te kijken. - Deze stappen vragen veel inspanning en aandacht. Ze moeten vaak herhaald worden. Leg daarbij goed uit waarom. Toon het nut aan met voorbeelden. Meestal is spelling slechts een deeltje van een schrijfopdracht. - Leer de leerling dus eerst naar de hele tekst luisteren. Hij moet dan letten op structuur, zinsbouw en woordenschat. Laat daarna pas de spelling controleren.
Op school Leer oudere leerlingen in te schatten wanneer ze een foutloze tekst moeten afleveren. Maak hen duidelijk dat spelfouten (onterecht) worden gezien als teken van geringe intelligentie of gebrek aan inspanning. Schakel de zorg -, leerlingbegeleider of een gemotiveerde ouder in. Die kan stap voor stap de nodige vaardigheden aanleren. Betrek de ouders en werk samen. De leerling moet ook thuis op dezelfde manier (leren) werken. Maak goede en duidelijke afspraken binnen het schoolteam. Informeer alle leraren. Als de leerling deze hulpmiddelen nodig heeft om zijn probleem te compenseren, sta dan ook het gebruik toe tijdens toetsen en examens.
Natuurlijk zul je als intern begeleider en ict coördinator nog wel het één en ander moeten ombouwen aan deze checklists en handvatten, maar de materialen zijn goede richtinggevers (Wegwijzers) in hoe je als school de Zorg en ICT op elkaar kan afstemmen, zodat voor iedereen duidelijk is wie wat doet en wie waar verantwoordelijk voor is. Uiteindelijk heeft de leerling daar alleen maar voordeel van.
Zelfstandig werken wordt veelvuldig gedaan. Maar wat verstaan we daar nu eigenlijk onder. Indien alle leerlingen gezamenlijk aan dezelfde taak werken, is dat dan ook zelfstandig werken? Jos Cop, onderwijskundig adviseur en ontwikkelaar van multimediale onderwijstoepassingen, heeft op zijn weblog een aantal filmpjes geplaatst over trends in ict. Eén ervan gaat over effectief zelfstandig werken. Hij betoogt daarin o.a. dat ook zelfstandig werken een gedegen voorbereiding vereist van de leerkracht. Ten eerste moet bedacht zijn, dat niet alle leerlingen zomaar zelfstandig kunnen werken. Er zijn leerlingen die na de eerste instructie een herhaalde of verlengde instructie nodig hebben. Hun tempo en leervermogen maakt hen per definitie niet zo geschikt om gedurende langere tijd zelfstandig te kunnen werken. Ook voor leerlingen die wat meer leerkracht hebben, moet de les een zekere opbouw hebben. Er moet een duidelijk leerdoel zijn, er moet sprake zijn van betrokkenheid en emotie bij het onderwerp en er moet geëvalueerd worden. Heel belangrijk bij het zelfstandig werken is de kwaliteit van het materiaal. Deze moet leerlinggericht zijn qua uiterlijk en zeker ook op de taal van de leerling. Wordt aan deze voorwaarden niet voldaan dan is er eerder sprake van het bezighouden van leerlingen.
We worden steeds afhankelijker van ons digibord. Vanuit de Netwijs Opleiding zijn er al wat discussies gestart over het waarborgen van de continuïteit van het lesgeven met een digibord. Hieronder een greep uit alles wat voorbij is gekomen en mijn eigen aanvullingen:
Zorg voor een goede stroomvoorziening. Laat zo nodig alles doormeten, zeker bij plaatsing van meerdere digitale schoolborden. (aparte groepen aan laten leggen)
Let erop dat tijdens schoolse activiteiten niet zomaar een grote belasting van het stroomnetwerk plaatsvindt. (bijvoorbeeld door het aansluiten van meerdere gourmetstellen of frituurpannen) De stoppen kunnen dan doorslaan. (dit is natuurlijk niet alleen van toepassing voor de digiborden, maar voor alle aangesloten pc's)
Zorg ervoor dat je beeldmateriaal altijd hebt gedownload en dus offline beschikbaar hebt. Op deze manier kan je ook zonder internetverbinding je les geven.
Om ook van andere videosites te kunnen downloaden is dit een aanrader Videodownloader
Of maak gebruik van speciale software om filmpjes te downloaden zoals Orbitdownloader of Videoget
Uitzending gemist maakt het wat moeilijker om filmpjes te downloaden, hier de oplossing: gemistdownloader
Als er nog borden aanschaft gaan worden zorg dan voor de aanschaf van één mobiel bord, zodat deze in een klas gereden kan worden mocht er een digibord defect raken.
Zorg ervoor dat je ook stand alone kan inloggen op de pc van je digibord. Sommige netwerkaanbieders bieden alleen de mogelijkheid om via het netwerk in te loggen, toch is het altijd mogelijk om ook lokaal te kunnen inloggen. Vraag naar de mogelijkheden bij de netwerkaanbieder. Station to Station biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om C-mobile te installeren, zodat er ook stand alone ingelogd kan worden.
De digibordlessen staan natuurlijk keurig op de server opgeslagen in een map van de groep en op vakgebied gesorteerd. Toch is het handig om hier ook een lokale kopie van bij te houden op de pc. Mocht het netwerk het een keer niet doen, kun je toch lesgeven door gebruik te maken van de lokale versie van de digiles. (om het materiaal ook altijd lokaal te hebben zou bijvoorbeeld gebruik gemaakt kunnen worden van Syncback)
De digibordsoftware ook beschikbaar maken op de werkstations voor de leerlingen. Op deze manier ben je niet gebonden aan het digibord en kunnen er ook oefeningen gedaan worden op de pc's. Als je graag thuis lessen wilt voorbereiden is het ook altijd mogelijk om de software thuis te installeren. Neem de les mee op USB stick, sla deze lokaal op en op het netwerk.
Maak regelmatig je beamer filter schoon. Neem het op in de jaarplanning en maak er een gezamenlijke activiteit van.
Wellicht zijn er nog meer zaken om rekening mee te houden. Post a comment en help de lijst uit te breiden. Wellicht kan deze dan ook opgenomen worden in de komende nieuwsbrief.
Goed initiatief van de CED-groep (projectleider was Marieke van Osch)
Je kunt een vragenlijst beantwoorden als intern begeleider, leerkracht of remedial teacher. Eerst wordt gevraagd hoeveel jij al denkt te weten over dyslexie. Daarna mag je je niveau bewijzen door het beantwoorden van een aantal vragen.
Op dinsdag 5 mei zijn de trainers van Station to Station op bezoek geweest bij Transcontinenta in Nieuw Vennep. Dit bedrijf is de importeur van het Interwrite bord. Sinds een paar dagen is de nieuwste versie van de software uitgeleverd. Wij kregen een presentatie van de mogelijkheden van de nieuwe software. Ook kregen wij de mogelijkheden van een Visualizer te zien. Deze toepassing komt steeds meer in opkomst! En terecht! Het biedt veel mogelijkheden voor de leerkrachten. Het gebruik van een visualizer geeft meer ruimte voor spontaniteit tijdens de lessen. Ook is de leerkracht iets meer flexibel. Het gebruik van Interwrite Response hebben wij ook even bekeken. Dit vergt wel degelijk enige voorbereiding. De leerkrachten die hier mee werken, zullen zeker een bepaalde vaardigheid moeten hebben om deze toepassing goed te kunnen gebruiken.
De layout van de software is niet aangepast. Er zijn echter een paar toepassingen toegevoegd waardoor de gebruiksvriendelijkheid voor de leerkrachten toeneemt. Zo is de Office mode nu sneller te kiezen. Deze knop zit nu in de werkbalk. Met de Office mode is het mogelijk om een Word document te voorzien van aantekeningen. Deze worden toegevoegd aan het document. De leerkracht kan scrollen in het document, wisselen tussen de pen en selectiegereedschap zonder dat de aantekeningen verdwijnen. Een andere vernieuwing is dat er met een knop ("annotatie over het bureaublad") aantekeningen op bijvoorbeeld een website gezet kunnen worden zonder dat deze verdwijnen als de "selectie" knop gekozen wordt. Nu blijven de aantekeningen staan. Dit zijn twee voorbeelden van vernieuwingen in de nieuwe versie.
We hebben ook even kunnen spelen met de mogelijkheden van Interwrite Mobi in combinatie met het Interwrite bord. Op Youtube staat hier een mooie video van:
Naast alle informatie over de nieuwe versie en toepassingen, hebben wij ook een paar handige websites meegekregen! Zo is er op de website een heleboel informatie over het bord terug te vinden. Er staan tutorials op waar verschillende functionaliteiten worden uitgelegd.
Het digitale schoolbord is sterk in opkomst. Eind 2006 was 11% van de basisscholen en 42% van de scholen voor voortgezet onderwijs in het bezit van een digitaal schoolbord. Van de scholen die toen nog niet over zo’n bord beschikten, waren vier van elke tien scholen van plan om binnen twee jaar één of meerdere digitale schoolborden aan te schaffen (Kennisnet ICT op school, 2007). Het kan dus bijna niet anders dan dat het onderwijs in Nederland de komende jaren overspoeld gaat worden met digitale schoolborden. In dit artikel zullen we ingaan op de betekenis van deze borden voor de dagelijkse praktijk en proberen we verder te kijken dan de glitter en glamour van flitsende presentaties of gelikte folders.
Klik hier om het volledige artikel van Jos Cöp en Albert Rouschop te lezen.
Het digitale schoolbord: door de verbinding met een computer en beamer is zo'n beetje alles onder handbereik, waaronder het volledige internet met een onuitputtelijke bron aan teksten, afbeeldingen, landkaarten, filmpjes, animaties en ga zo maar door. Met ongekende mogelijkheden als het gaat om het dynamisch presenteren. Dat steekt toch wel even af tegen de mogelijkheden van het traditionele schoolbord, die ophielden bij het schrijven van eigen teksten, het maken van tekeningen en, indien magnetisch, het ophangen van allerlei beeldmateriaal.
Voor de module zorg en ict wil ik een moment inbouwen waar ik samen met de deelnemers een mindmap ga maken. Het is de bedoeling dat we met z'n allen in één mindmap aan de slag gaan.
Nu is Mindmeister een aardige, maar helaas iets teveel van het goede om met de deelnemers aan de slag te gaan.
Momenteel test ik Bubbl een kleine maar fijne mindmap. Je kunt gratis lid worden en mensen uitnodigen om samen één mindmap te bewerken. (deze moet ik nog wat grondiger testen.) Hij is zéér intuïtief.
Ook ben ik bezig met Mind42. Deze is weer een stuk uitgebreider (je kunt ook links toevoegen e.d.) maar minder intuïtief.
Een mooie website, waar een hele goede stap voor stap uitleg staat over hoe je het beste kunt leren is: Leren is een makkie
Je kunt op heel veel verschillende maniere leren ... het ligt er maar net aan wát je wilt leren en hoe jij het beste leert welke manier je uiteindelijk kiest.
Whizzie is voor mij nieuw... Ik ken wel de één minuut video tutorials voor digiborden, maar leren spellen en rekenen via video is volgens mij nieuw onder de zon.
Natuurlijk een prachtig abonnement aan gekoppeld, zou dit een hit worden?
Snel een rekeninstructie op het digitale schoolbord? Deze link brengt de leerkracht naar een website waar heel snel "even" twee verschillende breuken getoond kunnen worden. Het is Engelstalig maar dusdanig laagdrempelig dat de leerkracht snel doorheeft wat de bedoeling is.
Op de website onderwijspioniers staat 2 x een plan om het digibord beter te leren inzetten.
Vreemd dat er dus 2 x 5000 euro ter beschikking wordt gesteld. Het eerste vraagstuk gaat met name over het slimmer inzetten van het slimboard en het andere vraagstuk gaat over kennisoverdracht met het digitale schoolbord.
In opdracht van de Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs Centraal Twente heeft de Universiteit van Twente onderzoek gedaan naar de manier waarop de digiborden op de scholen van de Stichting gebruikt worden. Het is een uitgebreid rapport geworden waarin bijvoorbeeld veel aandacht wordt besteed aan de succesfactoren. Een van de conclusies is dat ook na een jaar nog veel aandacht nodig is voor voortgaande scholing en dat het interactief gebrtuik van het bord sterk afhankelijk is van de individuele leerkracht. Tot een verandering van onderwijsvisie heeft het gebruik van het bord op deze scholen niet geleid.
Web 2.0 is de benaming voor al die webtoepassingen die interactiviteit mogelijk maken, waarbij informatie uitgewisseld kan worden (in de vorm van documenten, video en audio) en waarbij het sociale aspect een rol speelt.
Kennisnet heeft een brochure samengesteld waarin de mogelijkheden van web 2.0 in het onderwijs worden besproken.
Het digitale schoolbord doet haar intrede. Al meer dan 60% van de scholen voor primair onderwijs heeft er één of meer hangen. Kennisnet heeft een brochure gepubliceerd waarin wordt ingegaan op de onderwijsinhoudelijke invoering van het digibord.
De site wo2online.nl is ontwikkeld op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Er is samengewerkt met 18 musea en stichtingen.
De vormgeving vind ik erg goed gedaan. Ook kun je erg gemakkelijk doorklikken naar het onderwerp wat je zoekt. En wat nog belangrijker is alle informatie is betrouwbaar (met bronvermelding).