Posts tonen met het label 23 dingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 23 dingen. Alle posts tonen

dinsdag 1 november 2011

Stemkastjes in je les: meerwaarde of niet?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Stemkastjes in je les: meerwaarde of niet?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Terwijl het digitaal stemmen in de politiek nog steeds een heikel punt is, wordt er in het onderwijs steeds meer gebruik van gemaakt. Geen discussies over de mogelijkheid om te hacken, privacy-issues of betrouwbaarheid van de uitslag. Focussen op de inhoud: wat is de meerwaarde van het laten stemmen van leerlingen tijdens de les?

Toch nog heel even ove de privacy van, in dit geval, de leerlingen: Hoewel dit natuurlijk van een heel andere orde is dan bij bijvoorbeeld landelijke verkiezingen, moet je als school hier wel over nadenken. De beschikbare mogelijkheden om leerlingen te laten stemmen, bijvoorbeeld via stemkastjes behorend bij het digibord, bieden vaak de mogelijkheid om te kiezen tussen anoniem stemmen en stemmen op naam. In dat laatste geval worden de keuzes die de leerlingen maken dus vastgelegd op naam. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een toets gedigitaliseerd is en deze dus digitaal wordt afgenomen. Laat je in zo’n geval, bijvoorbeeld bij de nabespreking, leerlingen zien wie wat heeft gekozen? Of houd je die informatie voor jezelf? Dat vraagt om een pedagogische keuze, die overigens ook geldt voor schriftelijk gemaakt werk van leerlingen.

Een bijkomende vraag is waar de resultaten worden opgeslagen. Een leerlingvolgsysteem is vaak beveiligd met een wachtwoord. Bij de software die het mogelijk maakt om digitaal te stemmen is dat vaak niet het geval. Goed om dus eens na te gaan waar de resultaten worden opgeslagen en of leerlingen daar bij kunnen.

Dan naar de inhoud: Heeft het een meerwaarde? Ja zegt de één, nee zegt de ander. Het is een optelsom van allerlei factoren. Per school en zelfs per leerkracht zal de uitkomst van die som anders zijn. We geven een opsomming van argumenten zonder volledig te willen zijn:

Betrokkenheid
Als eerste wordt vaak genoemd, dat het een uitstekende manier is om alle leerlingen te betrekken bij de les. Als de leerkracht een vraag stelt, kan iedereen antwoorden en niet alleen de leerling die de beurt krijgt. En daarbij: ook de leerlingen die hun vinger niet willen opsteken of die dat niet durven, worden via stemkastjes toch erbij betrokken. Elke leerling wordt zo aan het denken gezet en gevraagd een standpunt in te nemen. Leerkrachten zien hierdoor een betere betrokkenheid en meer motivatie bij de leerlingen tijdens de les.

Motivatie
Wat de motivatie betreft, is de andere zijde, dat ook dit middel vraagt om doordachte inzet. Zou je leerlingen bij elke les overal over laten stemmen, dan verdwijnt de motivatie en het effect. De kracht zit dus mede ook in de afwisseling in werkvormen. Motivatie is dus een tweede positieve factor, mits de leerkracht ook daadwerkelijk zorgt voor afwisseling.

Directe feedback
Meestal biedt de software bij de stemkastjes de mogelijkheid om direct de uitslag weer te geven. Leerlingen zien dus direct het resultaat en als leerkracht kun je vervolgens direct ingaan op de vraag waarom de ene keuze wel en de andere niet goed was. Ook onderling kunnen leerlinge hierover in discussie gaan.

Interactie op hoger niveau
Het inzetten van stemkastjes kan ook leiden tot een verdieping in de interactie. Dit is uiteraard wel afhankelijk van de wijze waarop de stemkastjes worden ingezet. Door leerlingen eerst een keuze te laten maken en dus een standpunt te laten innemen, kun je vervolgens ingaan op onderliggende argumenten. Interessant is vervolgens of het gesprek tussen leerlingen over deze argumenten ook leidt tot een andere keuze wanneer de vraag opnieuw wordt gesteld. Ook daar kan dan weer op in worden gegaan door de leerlingen te vragen waarom ze hun keuze hebben veranderd.
Als idee kwam nog voorbij om stemkastjes ook eens per groepje in te zetten in plaats van individueel. Leerlingen moeten dan dus eerst met elkaar overleggen en dan een gezamenlijke keuze maken. Je verplaatst dan de discussie van ná het stemmen naar vóór het stemmen. Het vraagt van de leerlingen wel enige vaardigheden, zoals het goed naar elkaar kunnen luisteren, zachtjes overleggen, respect voor elkaars mening, enzovoort.

Hoger leerrendement
Omdat leerlingen directer en actiever betrokken zijn en vanwege de directe feedback-mogelijkheden zijn leerlingen intensiever met de leerstof bezig en zal het leerrendement hoger zijn.

Tijdwinst
Een volgende positief argument zou kunnen zijn, dat de leerkracht er tijd mee wint. Dat vraagt wel om lange termijn-denken. In de voorbereiding zal een leerkracht meer tijd kwijt zijn, met name bij het digitaliseren van toetsen en dergelijke. De winst zit vervolgens in het feit, dat het nakijkwerk automatisch wordt gedaan en dus bijna geen tijd meer kost. Daarnaast is in volgende jaren het gemaakte materiaal opnieuw te gebruiken en is er dus minder voorbereiding nodig. In eerste instantie zal er echter geïnvesteerd moeten worden in het maken van de vragen en het instellen van de software. Uiteraard hangt de voorbereidingstijd mede ook af van de vaardigheden van de leerkracht. De één zal sneller een digitale vragenlijst of toets hebben gemaakt dan de ander. Daarnaast vraagt ook de techniek zelf van de één meer dan van de ander. Binnen de school zal daar aandacht voor moeten zijn.

Tijdens de discussie werd ook de vraag gesteld of je het frontaal klassikaal lesgeven niet stimuleert, net zo als dat voor het gebruik van een digibord geldt. Een terechte opmerking. Het hangt van de leerkracht af in hoeverre dit ook echt een gevaar is. Wil je niet frontaal klassikaal lesgeven, dan zul je op een andere manier met je middelen om moeten gaan. Dat vraagt dus om bewustwording, om keuzes maken en om didactische vaardigheden.

Zoals gezegd: elke school zal op basis van bovenstaande en eventuele andere factoren, bijvoorbeeld de financiën, een afweging moeten maken. Op het punt van de financiën werd de suggestie gedaan om de vragen uit methodewerkboekjes te digitaliseren en de leerlingen dan te laten stemmen. Zo hoeven ze de werkboekjes dus niet te gebruiken om te schrijven en zijn ze dus opnieuw te gebruiken. Daarmee bespaar je dus kosten. Of de uitgevers daar blij mee zijn en of je daarmee geen auteursrechten schendt is natuurlijk maar de vraag …

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:

@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @margreetpols , @HannekeMeinen , @JufBica , @RonTriCee , @Sjaboepaan , @NathanvdVelde , @pbkoning71 , @FZelders , @JongbloedEdu

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!

#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 3 mei 2011

23 Onderwijsdingen brengt ICT dichter bij de leerkracht

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “23 Onderwijsdingen brengt ICT dichter bij de leerkracht”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Enkele dagen geleden kondigde Henk Heurter op dit blog de komst aan van 23 Onderwijsdingen voor het Primair Onderwijs. Op dit moment wordt er nog volop aan gewerkt. De initiatiefnemers willen op 26 mei 2011 de complete gratis cursus lanceren tijdens de Mediawijsheidmarkt.
De oorspronkelijke ‘23 Dingen’ zijn vanuit het Engels vertaald naar het Nederlands. Vervolgens werden ze in een nieuwe versie toegespitst op het Voortgezet Onderwijs en MBO en nu is er dus ook een versie voor het Primair Onderwijs. Maar wat is de opbrengst? Zal het er inderdaad toe bijdragen, dat leerkrachten meer ‘mediawijs’ worden en ICT meer een plek in hun onderwijs zullen geven?

Waardevol is de praktische insteek en de uitgebreide toelichting bij de gekozen Dingen. Het zijn hapklare brokken waardoor het voor de leerkrachten al de nodige drempels weghaalt. Het geeft structuur en overzicht en je kunt er zo mee aan de slag. Het biedt een mooie opstap voor leerkrachten die iets meer willen met ICT, maar niet weten waar te beginnen. Een middel om zelf als leerkracht vaardiger en ‘mediawijzer’ te worden. De verwerkingsopdrachten hadden hier en daar wat wellicht iets uitdagender kunnen zijn. Eén van de discussiedeelnemers vroeg zich af of het wellicht niet nog concreter moet á la de ‘Lessen met ICT’ van Station-to-Station. Daarmee is ook meteen een vertaalslag naar de leerling gemaakt.

Een leerkracht kan individueel met 23 Onderwijsdingen voor het PO aan de slag. Het zou meer succesvol zijn wanneer je meet meerdere collega’s of zelfs als team hiermee aan de slag zou gaan. Dat biedt namelijk de gelegenheid om ervaringen te delen, tips uit te wisselen en elkaar te stimuleren om ook de vertaalslag naar je lessen te maken. Belangrijk is dan wel, dat de directie en de ICT-coördinator dit beleidsmatig oppakken. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Zijn alle 23 Dingen relevant voor onze school en voor elke leerkracht? En wat is precies die relevantie? Hoe past het binnen onze visie op Onderwijs en ICT? Gaan we de volgorde wellicht aanpassen? Is het mogelijk om hier tijdens studiedagen mee aan de slag te gaan of gaan leerkrachten er na schooltijd mee aan de slag? Is er een koppeling te maken met bijvoorbeeld het POP van de leerkrachten? Hoe maken we de concrete vertaalslag naar het gebruik van ICT in onze lessen?

Het succes van 23 Onderwijsdingen binnen de school zal mede afhangen van de antwoorden op deze vragen. Met name de koppeling aan de Visie is een belangrijke. Wanneer die er niet is wordt het al snel weer een doel op zich in plaats van een middel. Een model om een tool te implementeren is bijvoorbeeld TPACK: kijk vanuit je vak en pedagogiek wat goed bruikbaar is.

Waar het de makers van 23 Onderwijsdingen voor het PO vooral om gaat is, dat leerkrachten inzien, dat Mediawijsheid belangrijk is. Voor de leerlingen en dus ook voor de leerkracht. Daarbij is 23 Onderwijsdingen een hulpmiddel. Het kan leerkrachten helpen bij het ontwikkelen van de vaardigheden om de leerlingen te begeleiden bij het gebruik van ICT. Met name rond het bewust hiermee omgaan, het zien van de gevaren, maar ook van de mogelijkheden die het biedt in het leerproces. In deze tijd net zo belangrijk als rekenen en taal.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @kirstenkladdert , @DeOverdracht , @MeesterBoudewijn , @mariekemove , @michelboer , @Carola12345 , @FransDroog , @MarjoleinEdel , @Gijs1982 , @warempel , @Annet1311 , @henkheurter

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!