Posts tonen met het label leermiddelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leermiddelen. Alle posts tonen

woensdag 12 september 2012

ICT hoort vast onderdeel te zijn van handelingsplannen


Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “ICT hoort vast onderdeel te zijn van handelingsplannen”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Als leerkracht geef je je leerlingen graag onderwijs op maat. Je wilt gericht aan bepaalde doelen werken. Om dat allemaal te managen en tegelijk ook te verantwoorden wat je allemaal doet, schrijf je voor elke leerling een plan. Soms individueel voor een leerling, soms voor een groepje van meerdere leerlingen die op ongeveer hetzelfde niveau zitten en af en toe ook voor de klas als geheel. In dat plan verwoord je niet alleen aan welke doelen je gaat werken, maar ook hoe je die denkt te bereiken en welk resultaat je nastreeft.

didactische aanpak
Voor nu leggen we de focus even op het onderdeel hoe je je doelen denkt te gaan bereiken. Daarbij is het relevant welke stappen je wilt gaan zetten en welke materialen je daarbij inzet. Anders gezegd: Hoe ziet je didactische aanpak er uit?

De discussie handelde over de vraag of hierbij apart vermeld moet worden hoe je als leerkracht de beschikbare ICT-middelen inzet. Een mogelijkheid zou zijn om het als apart blokje op te nemen in het format voor het handelingsplan. Als leerkracht wordt je dan gedwongen om na te denken over de vraag hoe je de beschikbare ICT-middelen voor deze leerling(-en) in wilt zetten en met welk doel. Hier kan tegen in worden gebracht, dat de ICT-middelen slechts een middel zijn naast vele andere. Voor elke leerling is het zaak die middelen te kiezen waarmee je het beste de gestelde doelen kunt bereiken. Er kunnen dan goede redenen zijn om een ander middel te kiezen dan ICT.

keuzes maken
Om een keuze te maken uit de mogelijk inzetbare middelen om leerlingen extra hulp te geven zul je als leerkracht wel goed moeten weten wat je als school in huis hebt aan middelen en hoe deze in te zetten. Weet je wat er in de orthotheek staat voor bijvoorbeeld Rekenen? Weet je welke software er beschikbaar is, bijvoorbeeld Maatwerk, en hoe je dit effectief inzet? Weet je wat er via internet allemaal beschikbaar is om lessen eens op een andere manier in te vullen? Tafelsommen kun je aanbieden met een website, een muziek cd, spel, game of software. Maar wat past bij welke leerling? Dát is de keuze die je als leerkracht moet maken.

samenwerking IB-er en ICT-er
Niet elke leerkracht zal dit allemaal tussen de oren hebben. Een oplossing zou kunnen zijn om een zoekprogramma in te zetten, waarmee je op basis van een bepaalde hulpvraag kunt opzoeken welke middelen je in zou kunnen zetten. Daarnaast spelen ook de IB-er en de ICT-er een hele belangrijke rol. Dat zijn de mensen die de leerkrachten goed moeten kunnen adviseren. Dat neemt niet weg, dat je als leerkracht wel verantwoordelijk bent en de nodige kennis moet hebben. Kennis van de beschikbare middelen én kennis van de juiste didactische inzet ervan. Dat vraagt om regelmatige scholing. De wet BIO verplicht leerkrachten om aan te tonen dat ze bekwaam zijn en bekwaam blijven. Dat betekent dus ook bijblijven op het gebied van de beschikbare middelen en mogelijkheden en die dan ook inzetten. Daarbij moet de orthotheek dan wel toegankelijk en up-to-date zijn. Praat je als ICT-coördinator daar wel eens over met je IB-er? Welke rol spelen jullie daar samen in?

geen automatisme
Duidelijk is, dat we af moeten van het haast automatisch inzetten van bepaalde middelen. Vaak worden leerlingen haast standaard met bepaalde software aan het werk gezet. Maar de effectiviteit is daarvan is beperkt, zeker als de programma’s niet goed worden ingesteld voor wat die specifieke leerling nodig heeft. Tegelijk moeten we ook oppassen voor teveel bureaucratie. Zoek dus als school een passende weg hierin .

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je successen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @anthonyvdzande , @michelboer , @tijshuisman , @karinwinters , @cognosceleonem , @Sjaboepaan , @pietvsz

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 20.00 uur en 21.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!


dinsdag 8 maart 2011

Met welk digitaal leermateriaal zou jouw school echt geholpen zijn?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Met welk digitaal leermateriaal zou jouw school echt geholpen zijn?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Er is her en der op het internet heel wat digitaal leermateriaal te vinden. Diverse websites en platforms met een breed aanbod. Maar is daar ook te vinden waar je als school echt op zit te wachten? Waar ligt op dit gebied de behoefte? En aan welke criteria moet dit digitale leermateriaal voldoen?

Materiaal voor het bevorderen van sociale vaardigheden werd als eerste genoemd. Daarbij werd gedacht aan games waarin leerlingen interactief bezig zijn. Een game kan heel motiverend werken en ook een stukje veiligheid bieden bij onderwerpen waarover leerlingen in een groep moeilijk durven te praten of geneigd zijn sociaal wenselijke antwoorden te geven. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan pesten. Uiteraard blijft het een oefensituatie en is daarbij altijd een vertaling naar de praktijk nodig.

Ook werd ingebracht: materiaal op het gebied van Taal en Spelling. Voor bijvoorbeeld Rekenen is er veel beschikbaar, maar voor deze vakken veel minder of Engelstalig. Hier zou veel meer voor beschikbaar moeten komen. Daarbij wordt gedacht aan materialen voor het geven van instructie, maar ook om te oefenen en dan het liefst met mogelijkheden voor interactie, ontdekken en ervaren.

Digitaal materiaal hoeft niet te bestaan uit kant en klare pakketten met alles er op en er aan. Er is ook behoefte aan losse methode-onafhankelijke digitale leermaterialen: videofragmenten, gereedschappen, toetsen, objecten, leereenheden. Op basis van de leerlijnen en in combinatie met andere materialen kunnen leerkrachten dan zelf de lessen arrangeren. Dat vereist overigens wel de nodige kennis en vaardigheden.

Belangrijke opmerking met betrekking tot het digibord: Zorg dat de lessen voor alle borden bruikbaar zijn door gebruik van het iwb-formaat. Het wordt tijd dat er meer eenduidigheid komt. In een eerdere #netwijs-discussie hebben we dat al eens besproken.

Digitale materialen zijn er in allerlei vormen. Van gedigitaliseerde lesboeken tot interactieve edugames. De vraag daarbij is altijd: Hoe ga je het als leerkracht inzetten vanuit je lesdoelen? En weet je daarbij de juiste vragen te stellen en de leerlingen te faciliteren. Net als in eerdere discussies werd Sugata Mitra ingebracht als voorbeeld. Door leerlingen in groepjes te laten samenwerken en hen de juiste vragen te stellen, komen ze tot grootse resultaten. Daarbij hebben ze niet allemaal een eigen laptop nodig, maar kunnen ze met één per groepje prima uit de voeten.

Naast een goed aanbod van materiaal is het van belang, dat leerkrachten inzien, dat ook zonder de aanschaf van duur materiaal eigentijds onderwijs te geven is. Er zijn genoeg voorbeelden van gratis toegankelijke en beschikbare middelen. Daarbij speelt de professie van de leerkracht een belangrijke rol. Daar ligt een aardige uitdaging.

De noodzaak om ICT veel meer een plek te geven in het onderwijs kwam ook naar voren in een artikel op Onderwijs Brabant. Het motiveren van de leerlingen, maar ook het verkleinen van het gat tussen het onderwijs en de maatschappij. Twee belangrijke uitdagingen waar het onderwijs gezamenlijk met de vele aanbieders van materialen en middelen hun tanden in kunnen zetten!
Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @tboutkan , @meeszwan , @thijsdevries , @florinablokland , @mariekemove , @marboneveld , @Marcelmarkvoort , @JelvanRijn

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 1 maart 2011

Als ICT-budget geen issue was

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Als ICT-budget geen issue was, dan …?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Met dit onderwerp gaan we niet op zoek naar luchtkastelen. Budget wordt vaak als snel aangedragen als reden waarom de inzet van ICT in het onderwijs niet gaat zoals iedereen zou willen. Maar wat wil iedereen dan precies en waarom? Stel nu, dat je de vrije hand hebt wat betreft budget, wat ga je dan aanschaffen en/of doen? Waar zou je heen willen als het gaat om integratie van ICT in je onderwijs?

Goede apparatuur
Het eerste, dat genoemd werd, was het vervangen van alle verouderde computers. Niet kijken naar de minimale eisen, maar gaan voor een optimale configuratie. De software die beschikbaar komt voor het onderwijs stelt steeds hogere dan wel andere eisen aan de computers, maar ook aan de netwerken. Scholen hebben dan als snel weer het gevoel achter de feiten aan te lopen. Een belangrijk punt is dus het zorgen dat de infrastructuur meegroeit of aangepast wordt op datgene wat er mee gedaan moet worden. Heel concreet bijvoorbeeld: een kleinere harde schijf en in plaats een betere videokaart en meer werkgeheugen, want de computer hangt toch in een netwerk.
Aansluitend bij voorgaande: een serverloze school. Alle software staat “in the cloud” en alle documenten staan online opgeslagen. Een goede internetverbinding is dan noodzakelijk en ook in dit geval worden wat andere eisen gesteld aan de configuratie van de werkstations.
Kort samengevat: alles moet het altijd en overal doen.
Wanneer de apparatuur up-to-date is, wordt wellicht ook meteen de ICT-coördinator ontlast, die nu vaak geconfronteerd wordt met storingen als gevolg van onvoldoende capaciteit van bijvoorbeeld de werkstations. Daarnaast is de apparatuur dan ook sneller en profiteren dus alle gebruikers van minder wachttijd. Ook een goed servicecontract is daarbij haast een voorwaarde.

Scholing
Scholing werd ook als belangrijk punt genoemd. Goed werkende apparatuur is één ding, maar er goed mee werken hoort daar bij. Deels hangt dat samen, want mensen haken af als ze geen vertrouwen hebben in de apparatuur. Maar los daarvan: Vaak wordt er geïnvesteerd in de hardware, maar niet in de mensen, die er mee moeten werken. Dat gaat vanzelf wel, zo wordt vaak gedacht. In de praktijk blijkt, dat daardoor het rendement veel kleiner is, dan wanneer er geïnvesteerd was in scholing van de leerkrachten. Op de meeste scholen blijkt, dat de mogelijkheden van software, van digiborden, van laptops, van tablets of van wat ook maar is aangeschaft deels onbenut blijven. Uiteraard verschilt dat per leerkracht, maar feit blijft, dat er veel meer uit te halen valt. Voorwaarde is dan wel, dat er tijd en ruimte is voor het personeel om zich hier in te verdiepen en zicht dit eigen te maken. Het betreft dan overigens niet alleen de ICT-vaardigheden, maar ook kennis van de mogelijkheden en ook belangrijk: het klassenmanagement. Discussiepunt daarbij is wel in hoeverre scholing óók een eigen verantwoordelijkheid is van de leerkracht zélf.
Tijd voor de ICT-coördinator om het onderwijskundige proces te bewaken, collega’s te begeleiden, te overleggen met de directeur en de Intern Begeleider en beleidslijnen uit te zetten is daarbij eveneens een wens die leeft en nu vaak ondersneeuwt als gevolg van beperkte formatie en budget.

Elke leerling een eigen computer
Een andere wens is de aanschaf van tablets in plaats van computers. Ze zijn minder kwetsbaar dan laptops en hebben meer mogelijkheden. Ook zijn ze beter op te bergen en handzamer om mee te werken. Elke leerling een eigen computer (in welke vorm dan ook) biedt de leerkracht de mogelijkheid om de leerlingen veel meer op maat te laten werken. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden voor de eigen inbreng van de leerling, wat zich vertaalt in een grotere leeropbrengst.
Anderen twijfelen overigens aan de noodzaak om voor elke leerling een eigen computer aan te schaffen, althans in het Primair Onderwijs. Leerlingen gaan vooralsnog echt niet alles op de computer doen en daarom kan er middels een goede organisatiestructuur ook prima met minder computers gewerkt worden. Alleen zul je dan wel moeten loslaten, dat alle leerlingen op hetzelfde moment ook hetzelfde doen.
De vraag kwam hierbij naar voren of er voldoende educatieve software is om echt onderwijs op maat te geven voor alle leerlingen in het geval ze allemaal een eigen computer zouden hebben. Het antwoord is ja. Maar waarom alleen educatieve software? Ook met andere software zijn er veel mogelijkheden voor het onderwijs. Daarbij zal er echter meer van de leerkracht worden gevraagd qua voorbereiding en creativiteit. Dan kun je zelfs met gratis middelen erg leuke en zinvolle opdrachten laten doen. Ook hier komen visie en vaardigheden weer om de hoek kijken.

Tegenstellingen
In de discussie werd gesignaleerd, dat voor wie de inzet van ICT in het onderwijs echt een uitdaging vindt eerder geneigd zal zijn om nieuwe computers, tablets of andere apparatuur zal wensen terwijl anderen eerder zouden willen investeren in tijd en scholing. Een deelnemer aan de discussie gaf daarbij aan: “Voorlopers investeren zélf in tijd. Volgers krijgen de middelen, maar veranderen omdat het moet.”

Wat zou nu de gemiddelde leerkracht antwoorden op de vraag wat hij of zij zou doen met ICT-geld. “Iets doen aan de hoeveelheid nakijkwerk! Dan gaan ze echt wel harder lopen!” voorspelde één van de discussiedeelnemers. En daar zijn natuurlijk mogelijkheden voor. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden met stemkastjes bij het digibord of digitale methodetoetsen. Kritische vraag daarbij: Kijken deze leerkrachten ook regelmatig naar de resultaten van het leerlingvolgsysteem van educatieve software? Gebruiken ze deze software ook om leerstofonderdelen te toetsen of wordt deze software alleen maar ingezet als extra oefenmiddel?
En wat als ze moesten kiezen tussen minder nakijkwerk of meer leerrendement of leerplezier? Daar wordt je immers uiteindelijk op afgerekend? En geeft dat ook niet meer voldoening? Een echt dilemma hoeft het overigens niet te zijn. Wanneer er goed over nagedacht wordt kan het ook prima gecombineerd worden.

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @henkheurter , @rvdzwan , @Gijs1982 , @Boupas , @gerritdekoster , @peterteriele , @Laagwater , @DeOverdracht , @henkvangils , @Bica10 , @Marathonkeje , @robertdevilee , @Kletskous

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 15 februari 2011

Inzet ICT in het onderwijs vaak nog veel te veel adhoc!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Inzet ICT in het onderwijs vaak nog veel te veel adhoc!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Is adhoc de computer inzetten bij voorbaat slecht? Moet je van te voren alles dichttimmeren? Is het motiverend wanneer alles is voorgestructureerd? Allemaal vragen, die opkwamen in de discussie. En helaas niet met ja of nee te beantwoorden. Want alles hangt af van de context.
Een leerkracht, die ziet dat een leerling moeite heeft met breuken, kan ter plekke het besluit nemen om deze leerling op de computer te laten oefenen met een simulatietool, dat hij ook gebruikt heeft op het digibord om de breuken uit te leggen. De leerling heeft baat bij visuele ondersteuning op dat moment. Deze leerkracht handelt adhoc, maar wel doelgericht en vanuit zijn kennis van de middelen.

Adhoc kan ook een andere lading hebben. Onlangs sprak ik op een studiedag een aantal leerkrachten. We hadden het over de inzet van ICT bij het rekenonderwijs. Ik stelde de vraag wie van hen bij het voorbereiden van de rekenles bewust ook nadenkt over de inzet van de computer. Of over het gebruik van het digibord. In beide gevallen bleek de meerderheid, dat niet vooraf te bedenken. “Onder het rekenen werken ze altijd met Ambrasoft.” Maar staat dat programma specifiek voor die leerlingen ingesteld? “Daar kijken we eigenlijk nooit naar”. Vraagt u wel eens bij het evalueren van de les aan de leerlingen, die op de computer geoefend hebben, hoe het is gegaan en of zij ook lekker hebben kunnen werken? “Nee, eigenlijk nooit.”

Ander voorbeeld: Leerlingen uit groep 8 komen om 11.30 uur de hal in om op de computer aan hun werkstuk te werken. Enkelen lopen de hele school door op zoek naar een computer. Helaas allemaal bezet. Om 11.45 komen ze de meester tegen. “Alle computers zijn bezet, meester!” “We gaan nu bijna naar huis, dus ga maar vast naar de klas om je spullen op te ruimen”.
Effectief inzetten van de computer begint met effectief lesgeven. (Zie ook: 'De negen schakels van effectief onderwijs' van Jos Cöp.) Ook de Kennisnet-brochure over TPACK is lezenswaardig in dit kader. En zo is er ongetwijfeld meer!

Over het gebruik van ICT moet je net zo nadenken als over ander didactische hulpmiddelen, opdrachten, werkvormen, etc. Dat vraagt kennis en vaardigheden van de leerkracht. Gerard Dummer beschrijft dat ook in ‘Komen tot Kernconcepten ICT’ Hij komt daarin tot een indrukwekkende opsomming. Niet alles daarin ligt bij een individuele leerkracht. Feit blijft echter, dat de leerkracht geen middelen in zal zetten, die hij niet kent. Dat vraagt om een actieve houding met betrekking van kennis vergaren. De één moet daarbij inspirerende voorbeelden zien, de ander heeft genoeg aan wat leuke linkjes en weer een ander gaat zelf op zoek. En als de kennis dan ook nog gedeeld wordt op een effectieve manier en leerkrachten elkaar aan ideeën helpen, dan gaat er vanzelf wat groeien. Van inspiratie via coöperatie naar motivatie.

Centraal staat daarbij altijd het leerproces van de leerling. Wat heeft deze leerling, op dit moment, in deze situatie nodig? Denk daarbij ook aan de PDCA-cirkel (Plan-Do-Check-Act). Deze stappen zien we in veel populaire modellen terug; denk daarbij aan bijvoorbeeld het Handelingsgericht Werken of het Opbrengsgericht Werken.

“Zou het niet mooi zijn om ICT dermate op orde te hebben dat bewuste adhoc inzet van ICT in het onderwijs mogelijk is?!”aldus één van de discussie-deelnemers. Geen methode-slaven, geen computer-slaven, maar zelf ‘meester’ zijn (of juf …).

Tot zover het verslag van de discussie. Was u niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie en aanvullingen onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @mariekemove , @sienjaal , @Gijs1982 , @mevrouwtjeT , @woutertinbergen , @pascalmarcelis

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 9 november 2010

ICT als hulpmiddel om ruimte te geven aan ontwikkeling van talent

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “ICT is hét hulpmiddel om ruimte te geven aan ontwikkeling van talent”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting van de discussie.

Het woord ‘talent’ in de stelling zorgt al snel voor verwarring. Het wekt de suggestie bij sommigen, dat het gaat over de inzet van ICT voor meerbegaafde leerlingen. En daar liggen inderdaad heel wat kansen! Aan de andere kant: Elk kind heeft immers zo zijn eigen talenten? Dat is ook de gedachte van de theorie van de meervoudige Intelligentie. Ook vanuit die invalshoek is het interessant hoe ICT dan een middel kan zijn om in te zetten om dat talent te ontwikkelen. Hoe zet je het talent in bij die leergebieden waar een leerling problemen ondervindt? Hoe help je leerlingen hun talent te ontdekken en te ‘polijsten’? Een interessant artikel en filmpje in dit kader is te vinden op Onderwijsvanmorgen.nl.

In beide gevallen lijkt het een open deur. Ook in eerdere discussies is al vastgesteld, dat ICT niet meer weg te denken is en het dus logisch is, dat het wordt ingezet. Toch is de praktijk wat weerbarstiger. Ook al liggen de ideeën voor het oprapen en de mogelijkheden eveneens, het blijkt in de praktijk, dat veel leerkrachten en docenten het lastig vinden om dit ook concreet te vertalen naar en in te passen in hun eigen praktijk. Dat kan te maken hebben met vaardigheden, maar ook met tijd, organisatie en beschikbare middelen. Daarnaast vooral ook met loslaten en keuzes maken.

Belangrijk is daarom het zo concreet mogelijk te houden. Leerlingen kunnen overigens daarin heel goed meedenken en kennen vaak erg leuke applicaties om te gebruiken. Waarbij je als leerkracht uiteraard wel weer in de gaten houdt of dit aansluit bij je lesdoelen. Het is de kunst om vanuit je lesdoelen en de behoefte van de leerling en de stimulans die nodig is voor zijn ontwikkeling te zoeken naar de middelen die helpen om beide te realiseren.

Vanuit de discussie een paar concrete suggesties:

Voor kinderen, die we beelddenkers noemen, wat we ook vaak zien bij kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum, kan bijvoorbeeld gezocht worden naar tools en applicaties om te visualiseren. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld Google Sketchup of Edusim. En zo zijn er nog tal van andere mogelijkheden om leerlingen iets te laten visualiseren. Denk ook aan de mogelijkheden van virtual reality. Belangrijk is wel om je als leerkracht af te vragen hoe je het zo kunt organiseren en afspreken, dat je zicht houdt op het leerproces.

Als het gaat om werken met Meervoudige Intelligenties komen al snel de Piekerpaden van Jack Nowee in beeld. Ook het vraagstuk ‘Meervoudige Intelligentie en ICT’ op de Kennisrotonde is het waard om te bekijken.

En verder:

- Laat leerlingen zelf een educatieve speurtocht maken in de omgeving en daar een filmpje bij maken.
- Onderzoek de mogelijkheden om sociale netwerken en andere media te betrekken bij je lessen. Zie bijvoorbeeld: Andere Oogen
- Laat leerlingen buiten op onderzoek uit gaan en dit digitaal verwerken. Zie bijvoorbeeld de Digitale Slootjeskist
- Onderzoek de mogelijkheden van een geïntegreerd aanbod, zoals bijvoorbeeld Biebsearch.
- Laat leerlingen instructiefilmpjes maken of een stappenplan met foto’s, die andere kinderen weer kunnen gebruiken.

Ook op het blog van Margreet van de Berg zijn in het kader van MediaMachtig diverse goede ideeën te vinden. En zo zijn er nog tal van andere websites met prachtige ideeën. Anderen hebben het al bedacht en aan de leerkracht de uitdaging om het in te passen in de lespraktijk. En is de drempel om het alleen te doen te groot, dan is er vast wel een collega, een stagiaire te vinden om het samen mee te doen of een welwillende ict-coördinator, die u kan ondersteunen!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @amberwalraven , @JanWillemL , @hereisaz , @NathanVla , @PascalMarcelis , @marlies74 , @RinekeDerksen , @AndersEducatief , @marlies74 , @lexhupe , @sannekuyt , @Kletskous , @RubenHaan , @andereOOgen , @JeroenGerth

Met dank aan @puckvanw voor de afbeelding!

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 26 oktober 2010

De werkplek van de leerkracht over 10 jaar

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “De werkplek van de leerkracht over 10 jaar”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Een discussie over de toekomst blijft altijd lastig. Technische ontwikkelingen gaan snel en laten zich niet altijd voorspellen. Vervolgens dient dan de vraag zich aan wat realistisch haalbaar is voor het onderwijs, inhoudelijk maar ook financieel. En tot slot of de leerkrachten en docenten er mee uit de voeten kunnen. De discussie werd dan ook iets breder dan de stelling.

Terugblik
Kijken we terug op de afgelopen 10 jaar, dan zijn er heel wat technische ontwikkelingen geweest. Vaak zijn ze uit ons persoonlijke leven ook niet meer weg te denken. Sta eens stil bij hoeveel er tegenwoordig digitaal gedaan wordt, hoeveel mensen met een mobiele telefoon of een opvolger daarvan rondlopen, hoe vaak u pint in plaats van contant betaalt, hoeveel emails u verstuurt. Kijk ook naar de tijd die leerlingen thuis doorbrengen achter de pc of spelcomputer.

Kijken we naar de technologische ontwikkelingen binnen een schoolgebouw, dan wordt het rijtje gemiddeld genomen al een stuk korter. In veel basisscholen deed het digitale schoolbord zijn intrede. In elk geval een in het oog springende verandering, maar ook een inhoudelijke? Verder zijn de computers en de (draadloze) netwerken ietsje sneller geworden en wordt er wat meer digitaal gedaan. Maar de kloof met de wereld buiten de school lijkt groter te worden. Of zijn we dan te negatief?

Onderwerpen, die meer dan vijf jaar geleden al door bijv. Kennisnet onder de aandacht werden gebracht, beginnen nu heel langzaam een beetje vorm te krijgen. Wat zou je bijvoorbeeld veel kunnen doen met Video-conferencing! Nu, jaren later, wordt er mondjesmaat gebruik van gemaakt en dan als heel vernieuwend gebracht!

Vooruitblik
Kijken we vooruit naar de komende 10 jaar, dan is voorzichtigheid dus op zijn plaats. Wat kán, hoeft niet persé ook te gebeuren. Er zijn veel vragen. Hoe snel zullende ontwikkelingen binnen het onderwijs daadwerkelijk gaan? Zijn we in staat om de kloof te overbruggen of wordt deze alleen maar groter? Zullen we ooit in staat zijn om met ons onderwijs leerlingen voor te bereiden op hún toekomst? Vanuit ontwikkelingen in andere landen zijn sommige vragen wellicht te beantwoorden. Tegelijkertijd zien we in landen waar technologische ontwikkelingen veel meer geïntegreerd zijn ook heel andere onderwijssystemen. Zit daar wellicht de sleutel?

Leerlingen komen thuis en in de maatschappij met steeds meer technologische ontwikkelingen in aanraking. Digitaal is voor hen heel normaal. Ze weten haast niet beter. Met kennis en vaardigheden, die ze spelenderwijs overal om zich heen oppikken, stappen ze de school binnen. Maar wat doen we er vervolgens mee in ons onderwijs?

De leerling leert altijd en overal en zeker niet alleen op school. Daarin zal hij begeleid moeten worden: helpen om verbanden aan te brengen, om kaders en structuur aan te brengen. Kennis zal zeker door oudere leerlingen in het VO, MBO en HBO meer worden opgedaan in de praktijk met de docent op afstand. Daarbij zal meer gebruik worden gemaakt van digitale leeromgevingen, waarin leerlingen elkaar en met hun docent kennis en informatie delen en elkaar van feedback voorzien. Voor het geven van feedback op huiswerk is een gang naar school niet altijd noodzakelijk. Maar kan bijvoorbeeld de digitale leeromgeving worden gebruikt met wellicht een spreekuur via de webcam. Contacturen waarbij iedereen dan wel aanwezig is kunnen dan meer effectief worden ingevuld.

De leerkracht zal steeds meer regisseur , arrangeur en begeleider zijn, hoewel zeker voor leerlingen in PO en begin VO de roep om echte leer-krachten en docenten ook weer sterker wordt. In deze veranderende setting zullen zowel van leerlingen als van leerkrachten de nodige vaardigheden worden gevraagd en een andere manier van werken. De applicaties die ze nodig hebben zullen steeds meer online beschikbaar zijn en niet meer afhankelijk van één bepaalde computer. ICT als middel om de kerntaken in het secundaire proces efficiënter uit te voeren om vervolgens ook in het primaire proces effectiever te kunnen werken.

Leerlingen enthousiast maken en verwondering en nieuwsgierigheid oproepen; dat is waar het om gaat en waarvoor ICT een geweldig hulpmiddel is, als bron, maar ook als verwerkingsmiddel. Samenwerken via de computer aan allerlei opdrachten met klasgenoten, maar ook met bijvoorbeeld leeftijdsgenoten elders in de wereld. Gebruik maken van de sociale netwerken van de leerlingen. Over de schoolmuren en landsgrenzen heen kijken. Dat vraagt van de leerkracht kennis van en overzicht over de beschikbare middelen en de vaardigheid ze op het juiste moment goed in te zetten. Welke applicatie of welk apparaat daarbij gebruikt wordt is niet van belang. Echter ze moeten snel en gemakkelijk bij de hand zijn. Het gaat om de timing en de doelgerichtheid. Om bewuste keuzes: Wanneer geef ik als leerkracht de informatie, wanneer halen we dat van het internet of uit een boek? Wanneer vertel ik als leerkracht en wanneer laat ik het de leerlingen elkaar vertellen. Leerlingen laten meedenken over welke toepassingen handig zouden kunnen zijn om te gebruiken.

Aan de schoolleiding de taak om ervoor te zorgen, dat het personeel hiervoor goed voorgesorteerd staat door middel van visie, beleid, scholing, bezinning, onderscheidingsvermogen en vaardigheidseisen. Niet het gereedschap is vernieuwend, maar degene die het gebruikt!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @Netwijs , @Mennovanh , @MevrouwtjeT , @karinvang , @Laagwater , @pavl , @PieterHendrikse , @KoenElbers , @JelvanRijn , @henkheurter , @PascalMarcelis , @MarcelMarkvoort , @florinablokland , @inabel , @Marlies74 , @woutertinbergen , @Denkbeeldhouwer , @wytze , @ICT4schools , @easycontent , @hereisaz , @halfje_bruin , @LudyBronsema , @E_Nessa , @ronnyvoorhuis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 12 oktober 2010

Bezuinigingen dwingen scholen tot creatieve oplossingen rond onderwijs en ICT

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Bezuinigingen dwingen scholen tot creatieve oplossingen rond onderwijs en ICT”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Op allerlei fronten staan ons bezuinigingen te wachten. Ook het onderwijs ontkomt er niet aan. Scholen moeten de broekriem gaan aanhalen. De ervaring leert, dat ICT daarbij vaak één van de bezuinigingsposten is. Maar is dat terecht? Kan ICT juist niet een middel zijn om op andere posten te bezuinigen? En wat zijn de effecten van dat bezuinigen op ICT op de lange termijn? Vanuit de discussie een aantal suggesties om over na te denken:

Lange of korte termijn
Geen (nieuwe) investeringen doen in de hardware levert op de korte termijn direct geld op. De afschrijvingstermijn verlengen in feite ook. Maar wat zijn de consequenties op de lange termijn? Daar zitten verschillende kanten aan. Is de huidige apparatuur nog voldoende geschikt voor datgene waar ze voor gebruikt moeten worden? Is er in dit geval wel geld gereserveerd voor reparaties en meer onderhoudskosten? Is de verhouding van het aantal computers t.o.v. het aantal leerlingen nog acceptabel? Wordt dat in betere tijden weer recht getrokken?

Afstemmen van beleid
Een concreet voorbeeld in dezen is een school waar veel met ICT in het onderwijs wordt gedaan en daarom hebben bezuinigd op methodemateriaal. Nu heeft de stichting, waar de school onder valt, besloten te bezuinigen op ICT. Een voorbeeld van het niet afstemmen van financieel beleid op het onderwijskundig beleid.

Gebruiken wat je hebt
Een vorm van besparen valt, die wel verantwoord is, is het beter gebruiken van wat je al hebt.
  • Hoeveel computers op school staan in een ruimte, die voor leerlingen niet toegankelijk zijn en slechts af en toe gebruikt worden door bijvoorbeeld de IB-er of de administratief medewerker. Valt er niet wat te schuiven, zodat deze medewerkers bijvoorbeeld een laptop gebruiken en de desktop in een lokaal geplaatst kan worden?
  • En welke educatieve software is er eigenlijk aanwezig op school en wordt deze ook daadwerkelijk door iedereen gebruikt? Zo niet, kan de licentie dan niet worden opgezegd?
  • Welke knowhow is er aanwezig binnen de school en hoe kan dat beter gedeeld worden?
  • Welke randapparatuur is er aanwezig? Weet iedereen dat en kunnen ze er mee werken?
Belangrijk is hierbij wel, dat er wel wordt geïnvesteerd in ondersteuning, begeleiding en organisatie binnen de school. Niet concentreren op wat je niet hebt, maar op wat je wel hebt.

Papier of digitaal
Scholen doen er ook verstandig aan na te gaan wat er aangeschaft moet worden in een papieren versie en wat digitaal kan. Worden er bijvoorbeeld papieren atlassen aangeschaft of kunnen ook digitale kaarten worden gebruikt of wellicht een combinatie.
En de nieuwsbrief van de school ? Wordt die nog afgedrukt of wordt deze via de mail of de website verspreid. Dit laatste kan leiden tot een forse besparing op de kopieerkosten.

Gebruiken van gratis applicaties
Ook het gebruik maken van gratis beschikbare software en applicaties kan leiden tot besparing. Er hoeven niet altijd dure programma’s aangeschaft te worden om toch prachtige activiteiten op te zetten en je onderwijs te verrijken met behulp van ICT. Een onderwerp waar we het onlangs nog over hebben gehad: De uitdaging van vrij toegankelijke applicaties in het onderwijs.
Er is erg veel materiaal beschikbaar: Om digitale content mee te maken, om te tekenen, presentaties te maken, beeld- en geluidsbronnen te bekijken, voor mindmapping of Google Docs om samen aan documenten te werken. Elders op dit Edublog worden diverse mogelijkheden daarvoor besproken.

Cloud computing
Ook Cloud computing wordt ingebracht in de discussie. Kort samengevat een vorm van delen van hardware en software via het internet . Voor het onderwijs kan dat kansen bieden. Surfnet | Kennisnet doet hier onderzoek naar.

Online samenwerken en delen
Wat ook een mogelijkheid is, is het online samenwerken en delen, zodat er effectief en efficiënt gewerkt kan worden. Een mooi voorbeeld daarvan: Een opleiding HBOV laat studenten in een afgeschermd blog verslag doen van stageactiviteiten, ervaringen en opdrachten. Door docenten kan daar op gereageerd worden en zij zijn altijd up-to-date. De terugkomdagen kunnen hierdoor effectiever en efficiënter worden benut. Een prachtig voorbeeld waarin enerzijds inhoudelijk winst wordt geboekt, maar anderzijds ook een besparing omdat tijd beter wordt benut. Een deel van de begeleiding kan online gedaan worden waardoor bijvoorbeeld reistijd en reiskosten kunnen worden teruggebracht.

Apparatuur van leerlingen
Hoewel misschien minder relevant voor het basisonderwijs, maar wel voor VO en HBO/WO, is het ook interessant om te kijken in hoeverre datgene wat leerlingen hebben aan mogelijkheden en apparatuur in te zetten is. Leuke opdrachten op bijv. een Nintendo DS, de mogelijkheden van mobieltjes of Smartphones gebruiken, je eigen laptop of iPad meenemen. Tijdens bijvoorbeeld een projectweek biedt dat zeker leuke mogelijkheden om leuke activiteiten te organiseren.

Energie
Ook over de duur dat apparatuur ongebruikt aan staat kan worden nagedacht. Soms is het efficiënter om ze aan te laten, maar vaak blijven computers onnodig aan. Soms hele dagen achtereen. Stel een computer-directeur aan in je klas om de computers af te sluiten aan het eind van de dag. En denk ook aan de beamer van het digibord. Vaak is het prima te doen om deze tussentijds uit te schekeln. het scheelt branduren én de nodige energie.

Tot slot: Dat leren vaak vanzelf gaat door het op de juiste manier aan te bieden en de leerlingen te laten samenwerken bewijst het experiment van Sugatra Mitra. De resultaten zijn dan nog beter ook. Met dat gegeven in je achterhoofd is het een uitdaging voor elke leerkracht om met beperkte middelen de leerlingen uit te dagen om tot leren te komen.

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @henkheurter , @Netwijs , @DieterM , @jankamps , @Alsook , @JanWillemL , @computaal , @hereisaz , @Helikon , @warempel , @kletskous , @PascalMarcelis , @LudyBronsema , @jolandaverburg , @barthoekstra , @florinablokland , @iDunno_ , @Laagwater , @hpolthof

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 5 oktober 2010

Leeropbrengsten en rendement te weinig in beeld bij innovatie onderwijs en ICT

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leeropbrengsten en rendement te weinig in beeld bij innovatie onderwijs en ICT”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

In reactie op de samenvatting van vorige week van de discussie over de stelling ‘Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken’ kregen we de reactie: “Goed om te zien dat er een keer over didactiek wordt gesproken in de netwijs-discussie. Maar ook weer verontrustend om te lezen, dat er wel wordt gesproken over het doel, maar het niet over het doel gaat. Hoe komt het toch dat ik telkens in discussies over ICT, niet alleen hier, de termen leeropbrengsten, leerroutes en leerrendement mis. Is dat niet wat we als meetlat zouden moeten nemen?”
Een interessante opmerking en daarom hebben we het als stelling geponeerd voor deze week.

Als eerste wordt de vraag ingebracht of innovatie niet te vaak wordt verward met ‘verbetering’. Innovatie kan een verbetering zijn, maar is dat niet altijd. Daarmee komen we ook meteen bij de essentie van deze stelling. Wat wordt beoogd met innovatie in het onderwijs. Welke visie zit er achter en wat is het doel?
Is het doel, datgene wat hierboven als reactie op de vorige discussie werd gegeven, dus betere leeropbrengsten, juiste leerroutes voor elk kind en een beter leerrendement. Of kan, wat nu door anderen werd ingebracht, innovatie een doel op zichzelf zijn. Staat het vernieuwende centraal of het leren en ontwikkelen van de leerlingen. Of is dit een tegenstelling, die er niet is en worden meerdere doelen beoogd met innovatie?

Nemen we het digitale schoolbord uit de discussie van vorige week als voorbeeld. Wat zijn de beweegredenen van de leerkracht om deze te gebruiken? Hij hangt er, dus ik gebruik hem maar. Je kunt er tenslotte leuke dingen mee doen! Of is er een diepere motivatie, namelijk: Het is een hulpmiddel om mijn onderwijs mee te verbeteren. Een hulpmiddel om mijn lesdoelen te realiseren.
Anders gezegd: ICT in het onderwijs als doel of als middel? En die vraag wordt al vele jaren gesteld. En hoewel ICT verder oprukt, of eigenlijk niet meer weg te denken is, blijft deze vraag rond zoemen en blijven de zogenoemde ‘voortrekkers’ waarschuwen, dat het toch vooral een middel is. En dat is intrigerend. Waarom dringt die waarschuwing zo slecht door bij leerkrachten en docenten?

We kunnen verschillende antwoorden bedenken. Er zijn verschillende invalshoeken om dat te doen. De werkelijke oorzaak zal een combinatie zijn van veel aspecten. Toch noemen we enkele zaken, die wellicht een rol spelen.

Dubbele boodschap
Het kan zijn, dat zij die het hardst waarschuwen ook degene zijn, die telkens weer met iets nieuws aan komen. Simpel uitgedrukt: Ik heb iets nieuws, maar pas op …! Dat vraagt, dat heel goed uitgelegd wordt hoe dit gevaar te ontwijken is.

Visie
En daarmee komen we bij een andere mogelijke oorzaak: Daar waar we ICT als middel zien en niet als doel, is het van groot belang, dat er een koppeling wordt gemaakt met de visie op onderwijs van de school. Waarom is dit middel noodzakelijk of handig bij het vorm geven in ons onderwijs aan de visie die we hebben? Er van uit gaande, dat leren en ontwikkelen centraal staan in het onderwijs, is actuele kennis daarvan noodzakelijk en moet de school zich afvragen hoe daar op in te spelen. En wanneer middelen worden aangeschaft of methoden worden toegepast, is dan voor iedereen helder hoe dat voortvloeit uit de gezamenlijke visie en welk effect wordt beoogd?

Meetcultuur
Als derde mogelijkheid noemen we het feit, dat ICT ook mee de oorzaak er van is, dat de aandacht verschuift van het proces naar het resultaat. Er wordt van scholen verwacht, dat ze op elk moment harde gegevens kunnen ophoesten over resultaten en opbrengsten. Meten is weten, zo is de gedachte. En dat gaat met ICT steeds gemakkelijker. Educatieve softwarepakketten hebben prachtige leerlingvolgsystemen in zich, die soms zelf in staat zijn om de leerling een leerroute op maat krijgen aangeboden. De vraag dient zich dan wel aan, of de leerkracht deze gegevens ook bekijkt en weet te interpreteren en ze ook gebruikt om de rest van zijn programma aan te passen voor kinderen, die dat betreft.

Innovatiescepsis
Een vierde aspect is, dat innovatie door velen toch enigszins sceptisch wordt bekeken. Er is al zoveel uitgeprobeerd, er is al zoveel geld en uitgegeven en er is al zoveel tijd aan besteed die ik niet aan mijn leerlingen kon besteden. En wat heeft het opgeleverd?
En ja, innovatie al dan niet met ICT vraagt het nodige van een school en haar leerkrachten. Het kost soms veel geld en vaak veel tijd. Om het onderwijs meer eigentijds en aantrekkelijk te maken en toegespitst op het toerusten van kinderen voor hun plek in de maatschappij, waar ICT eveneens niet meer is weg te denken, is het nodig om je nek uit te steken en buiten de veilige kaders te denken. Durf je lost te laten, te leren en fouten te maken en durf je het aan de focus te verleggen van resultaten op korte termijn naar die op de lange termijn? Van innovatie is immers bekend, dat de eerste periode het nodige geïncasseerd moet worden. Vaak leidt dat er toe, dat te vroeg wordt gestopt, waarmee de sceptici worden bevestigd. Om overeind te blijven zal continue de relatie tussen visie, doel, inhoud en resultaat gelegd en benoemd moeten worden. Daarnaast leidt innovatie ook weer tot nieuwe leerdoelen, denk bijvoorbeeld aan mediawijsheid. Het blijft dus een dynamisch proces.
Maar is het niet bezig zijn met innovatie ook niet een vorm van tijd en geld verspillen? Bijvoorbeeld van studenten, die in een maatschappij komen met achterhaalde kennis en onvoldoende vaardigheden en dus niet zijn voorbereid door het onderwijs op hun toekomst?
Gezocht zal moeten worden naar een juiste balans, waarbij enerzijds innovatie plaatsvindt, maar anderzijds ook de tijd wordt genomen om daarvan te oogsten. Hierbij moeten we aantekenen, dat we slechts beperkt onderzoeksinformatie konden vinden naar lange-termijn-effecten. Wellicht een mooi onderwerp voor een nieuw Kennisnet-onderzoek.

Management
Tot slot noemen we ook de manier waarop innovatie aangestuurd wordt binnen een school of organisatie. In dat kader verwijzen we naar het artikel van Frans Vodegel: Onderwijsinnovatie met ICT = ‘veranderen’ en ‘verandermanagement’. Vanuit de context van innovaties in het Hoger Onderwijs vraagt hij aandacht voor programmamanagement. En hoewel het bijvoorbeeld binnen een basisschool over innovatie op een heel andere schaal hebben, zijn de principes ook hier wel van toepassing.

Nu lijkt het alsof innovatie altijd grootschalig is en veel tijd en geld kost. Dat hoeft echter zeker niet het geval te zijn. Ook met heel simpele middelen, die weinig tijd en geld kosten en soms zo voor het grijpen liggen, kunnen prachtige innovaties bereikt worden. Maar ook dan geldt, dat je onderwijsvisie altijd het uitgangspunt is en dat van daar uit het doel is bepaald. En ook, dat het niet iets is van een eenling, maar van een teamgebeuren. Samen spelen, samen delen!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @DieterM , @marlies74 , @joenpj , @RonTriCee , @Bica10 , @Netwijs , @mariekemove , @barthoekstra , @jeroenGerth , @LudyBronsema, @ernomijland , @DagjeLesgeven , @PascalMarcellis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 28 september 2010

Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Al in één van de eerste edities van Discussie Dinsdag bespraken we het digibord. We spraken toen over de implementatie van het digibord. Verschillende haken en ogen, maar ook mogelijkheden en onmogelijkheden kwamen aan de orde, ook in latere discussies. En ook in andere artikelen op dit Edublog hebben we er aandacht aan besteed.

Worsteling
Nog steeds worstelen veel scholen met de inzet van deze borden, en inmiddels ook de touchscreens. Lopen we langs lokalen met daarin een digibord, dan zien we grote verschillen. De ene leerkracht heeft hem nauwelijks aan, de ander schrijft er op en laat zo nu en dan een filmpje of een plaatje zien en weer een ander is er voortdurend mee in de weer. Gaan we met deze leerkrachten in gesprek, dan krijgen we allerlei aspecten te horen, die een rol spelen.

Relevante aspecten
Allereerst de techniek. Voor de één een uitdaging, voor de ander een belemmering. Ben ik de techniek de baas of de techniek mij? Wat kan er mis gaan en reageer ik daar vervolgens op? Daarnaast kennis en vaardigheid. Weet ik hoe ik er mee om moet gaan? Ben ik daar handig in of voel ik me daarbij wat stuntelig? En dan nog de didactiek. Welke lesstof moet ik behandelen? Welke middelen kan ik daarvoor inzetten met behulp van het digibord? En weet ik deze op elkaar af te stemmen, in de juiste volgorden en op het juiste moment voor de juiste leerlingen?
De vraag is, of dit alles nieuw is. Zien we dit ook niet bij de inzet van de computer en de aanwezige educatieve software? En even los van de techniek: Weet ik als leerkracht welke materialen er binnen de school beschikbaar zijn om in te zetten bij het behandelen van bepaalde lesstof? Als middel bij de instructie, als middel om te oefenen, als middel om het abstracte concreet te maken of om nog eens op een andere manier een verlengde instructie mee te geven? Hoeveel procent van de materialen in bijvoorbeeld de orthotheek wordt daadwerkelijk gebruikt?

Een aantal zaken zijn daarbij van belang:
  • Kennis van wat aanwezig is en beschikbaar is: een inventarislijst en eventueel een rooster.
  • Kennis van het materiaal: weten hoe het gebruikt moet worden, waarbij, wanneer en voor wie.
  • Didactische kennis en vaardigheden: Op welke wijze kan ik deze leerstof aan deze kinderen overbrengen en met behulp van welke materialen en strategieën?
  • Interactievaardigheden: Hoe kom ik tot een gesprek, of een onderwijsleergesprek, met de leerling, breng ik leerlingen met elkaar in gesprek en hoe ondersteun ik dat proces met hulpmiddelen?
  • Organisatie: Hoe regel ik alles zo in de school en in de klas, dat leerlingen efficiënt en effectief kunnen werken.
Het is een universeel lijstje dat geldt voor het hele onderwijsproces met of zonder digibord! Ongetwijfeld is het lijstje nog aan te vullen. Hoe een en ander wordt ingevuld en vormgegeven, hangt samen met de visie en het beleid op school. Daardoor zullen verschillende keuzes worden gemaakt wat betreft werkwijze, materiaal en organisatie.

Digibord als hulpmiddel
Passen we dit alles nu toe op het digibord, dan is er feitelijk niets nieuws onder de zon. Behalve dan, dat je in één apparaat veel meer materialen en mogelijkheden tegelijkertijd beschikbaar hebt in je lokaal. Dat biedt de mogelijkheid om sneller te schakelen en op elk gewenst moment datgene te gebruiken, wat je als leerkracht nodig hebt om het didactische proces te ondersteunen op het moment, dat jij het nodig vindt. Daarmee is het digitale schoolbord dus ook geen vervanging van het krijtjesbord, maar een multifunctioneel hulpmiddel.

Digibord als spiegel
Daarmee komen we bij de spiegelfunctie van het digibord. Wat zie je bij jezelf wanneer je het digibord in je lokaal gaat gebruiken in je lessen? Over welke aspecten, die we eerder noemden, ben je tevreden en over welke niet? Is dat de kennis? Zijn dat de vaardigheden? Is dat het snelle schakelen of de interactie? Waarin ben ik bewust bekwaam en bewust onbekwaam?
Daarnaast is er nog datgene van jezelf, dat je niet in de spiegel ziet. Iets wat je wellicht goed kan, maar je bent het je niet bewust (onbewust bekwaam) en wat je nog lastig zonder je dat bewust te zijn (onbewust onbekwaam). Daarvoor heb je vaak hulp van anderen nodig: een collega, een IB-er of ICT-coördinator. Dat betekent wel: jezelf kwetsbaar op durven stellen.
En ook is het nog van belang, dat datgene wat je zelf in de spiegel ziet of datgene waar de ander je bewust van maakt te toetsen aan dat wat de school heeft beschreven in haar visie en beleid, dus datgene waar je samen als school voor wilt staan en hebt afgesproken. Een checklist of (zelf-) observatielijst kan daarbij helpen.

Samen
Om elkaar als collega’s verder te helpen zijn open klasdeuren van belang. Kijken bij elkaar, tips en ideeën uitwisselen en elkaar inspireren in plaats van concurreren. Daarnaast ook scholing waarbij de didactiek centraal staat; als team of in kleine groepjes. Samen bewust bekwaam worden. Met aandacht voor de 3 G’s: gewin, gemak, genot. Samen lessen en materialen zoeken of maken, lessen en materialen delen en vooral ook geordend bewaren. Soms naast, soms in plaats van bestaande materialen.

Het doel heiligt de middelen
En geef je dan slecht onderwijs als je geen digibord hebt of er niet alles uit haalt wat er in zit? Anders geformuleerd: Maakt het verschil of je met het openbaar vervoer, je auto of je fiets naar je werk gaat? Je kunt in alle gevallen op hetzelfde punt eindigen en hetzelfde doel bereiken. Maar de één wat sneller, de ander wat langzamer. De één afhankelijk van anderen, de ander op eigen kracht. Het doel, het tijdstip en de verdere omstandigheden bepalen welk middel het meest geschikt is. Zolang je het doel maar voor ogen hebt!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 14 september 2010

De uitdaging van vrij toegankelijke applicaties in het onderwijs

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Scholen moeten meer gebruik maken van gratis beschikbare applicaties.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Ontwikkelingen gaan snel. Via internet komt steeds meer informatie beschikbaar en neemt het aantal beschikbare applicaties en tools steeds verder toe. Daar komen in hoog tempo ook de mobiele toepassingen bij. Soms dient hiervoor betaald te worden, maar vaak is het ook gratis te gebruiken.

Allereerst is het goed om wat te verhelderen. Als we het hebben over ‘gratis beschikbare applicaties’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld Web2.0-applicaties, zoals bijvoorbeeld 23 Dingen. Deze zijn vrij op het internet te gebruiken, soms na registratie, en vaak ook gratis. Een enkele keer moet voor aanvullende mogelijkheden wel betaald worden.

Deze programma’s zijn soms Open Source. Dat wil zeggen, dat het een programma is waarvan de broncode beschikbaar is voor iedereen. Anderen mogen die gebruiken om bijvoorbeeld aanvullende applicaties te maken voor het programma. Voorwaarde is wel, dat deze aanvullingen ook weer voor iedereen beschikbaar gesteld worden. Een bekend voorbeeld is de internetbrowser Firefox, waarvoor tal van geweldige aanvullende add-ons beschikbaar zijn. Zo kun je het programma zo maken, zoals jij het handig vindt.
Deze Open Source programma’s zijn overigens niet altijd gratis. Ze zijn dan wel gratis te downloaden van het internet, maar moeten vervolgens geïnstalleerd worden op een webserver, waarvoor je vaak weer hostingkosten e.d. betaalt, tenzij je dat ook zelf in huis hebt. Een voorbeeld hiervan is Joomla, een programma om websites mee te bouwen.

Ongekende mogelijkheden
Beperken we ons nu tot het onderwijs. Rondsurfend op het internet kom je een niet te tellen hoeveelheid aan handige tools en applicaties tegen, die heel goed op school te gebruiken zijn. Soms specifiek voor de leerkracht of docent, als het gaat om administratie, registratie, lesmateriaal maken en communicatie. Maar ook voor het geven van instructie of het uitleggen van lastige abstracte onderwerpen, die nu ineens heel aanschouwelijk gemaakt kunnen worden met behulp van een simulatietool. Ook voor leerlingen zijn er tal van prachtige applicaties om presentaties te maken, leerstof te oefenen, te communiceren met leeftijdgenoten over de hele wereld, enzovoort. De mogelijkheden lijken haast eindeloos te zijn. Kijk eens hoeveel Yurls- en Symbaloopagina’s er al gemaakt zijn door leerkrachten met de meest geweldige toepassingen! ‘Hoe vind je handige tools?’ kan bijna geen vraag meer zijn. Je kunt er haast niet meer omheen.
Stuk voor stuk zijn deze vaak gratis gereedschappen en programma’s echt geweldig. Hoewel ook hier uitzonderingen de regel bevestigen. Het gevaar dreigt, dat alle lessen zo opgepimpt worden met de met een grote hoeveelheid videofragmentjes, kleurgebruik, plaatjes en handige gereedschappen dat er een overkill ontstaat. Het is teveel van het goede. Alles ziet er flitsend uit, maar voegt het ook echt wat toe? Staat het lesdoel nog centraal of meer het middel, dat je gebruikt?

De leerling centraal
De kunst is, om de doelen van je les centraal te laten staan. Vervolgens ga je op zoek, naar de beste middelen om dat doel te bereiken. Dat kan het boek van de methode zijn, dat kunnen blokjes of letterkaartjes zijn, dat kan een digitaal gereedschap zijn. Kies je voor een echte taart om in stukken te snijden of een mooie flash-tool waarmee je een taart in stukken kunt delen? De leerkracht dient zich af te vragen hoe hij of zij aan de kinderen in de klas het beste de leerstof kan overbrengen en wat het beste materiaal is om de leerlingen de stof te laten verwerken.
Het inzetten van al die beschikbare tools en applicaties is dus een keuze. Net zoals het een keuze is om voor een leerling naar de orthotheek te lopen, daar een map met oefenbladen te pakken en hier iets uit te kopiëren. Of de keuze om gewoon de materialen van de methode te gebruiken. Niet het materiaal staat centraal, maar de leerling, die je zo goed mogelijk instructie wilt geven op zijn niveau, in zijn tempo, op een manier die bij hem past.

Visie
Om hier evenwichtig mee om te gaan, zouden scholen dit mee moeten nemen in hun visie en beleid. Ook zou er veel meer binnen de school gedeeld moeten worden op dit punt. Uitwisselen wat je gebruikt, waarvoor en wanneer. Daarmee kun je waar nodig werken aan een doorgaande lijn en dit ook borgen middels afspraken. Door de kennis en ervaring te delen en elkaar ook verder te helpen, til je het onderwijs van de school op een hoger plan en niet slechts in een enkele klas.

Dit alles vraagt allereerst kennis van de leerlijnen en de doelen. Daarnaast kennis van de beschikbare middelen (en dus niet alleen de digitale) en de vaardigheden om ze effectief in te zetten. Een goede tip kan zijn om bij de handleiding van de methode een schemaatje te maken, waarin je bijhoudt welk (digitaal) hulpmiddel je bij welke les hebt gebruikt. Handig voor het volgende schooljaar, overdraagbaar naar een collega en je houdt de koppeling met de methode in beeld.

Toekomstgericht
Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Of toch wel? Als we het hebben over de vrij toegankelijke gereedschappen en programma’s is er een bijkomend voordeel. Wanneer leerlingen op school hiermee leren werken en de mogelijkheden ervan zien, worden ze ook uitgedaagd om het het thuis te gebruiken. Wanneer ze op school bijvoorbeeld met de klas een weblog bijhouden, is de stap om er ook een van zichzelf te maken maar klein. De kennis en ervaring, die ze daar thuis mee opdoen, nemen ze ook weer mee naar school, waar ze het weer op anderen kunnen overbrengen.
Ook de filosofie van het samen iets ontwikkelen, dat we terugzien bij Open Source, en het delen met elkaar van content, wat we als volwassenen vaak nog lastig vinden, leren ze zo al vroeg. Daarmee kunnen we een belangrijke stap zetten in de ontwikkelingen op dit gebied en een bijdrage leveren aan de kenniseconomie. Kinderen krijgen zo belangrijke bagage mee voor hun verdere loopbaan.

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 7 september 2010

Educatieve Games; alleen maar leuk of ook nog leerzaam?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Educatieve Games; alleen maar leuk of ook nog leerzaam?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Allereerst dringt de vraag zich op wat we onder ‘educatief’ verstaan. De een zegt: “Educatief betekent vormend of lerend, dus per definitie niet alleen maar leuk”. Een ander reageert: “Educatief komt van 'educare' en betekent eruit halend, m.a.w. het al aanwezige talent zichtbaar makend”. En weer een ander: “Educatief zou gelijk moeten staan aan leerzaam”. Het heeft dus in elk geval een toegevoegde opvoedende, dan wel vormende waarde.
De term ‘educatief’ kom je steeds vaker tegen bij games, zowel bij online games als bij games voor op mobiele telefoons, Smartphones, de NintendeDS of de GameBoy. Maar is dat ook terecht? Of is het niet meer dan een marketingtruc? En bovendien: Je steekt er toch altijd iets van op! En dat is ook zo. Het spelen van een spel vraagt allerlei vaardigheden, kennis en inzicht. Maar is het daarmee per definitie een middel, dat inzetbaar is n het onderwijs?

Bij sommigen roept de term ‘educatieve games’ ook associaties op met gratis, slechte vormgeving, of saai. Het haalt het niet bij echte games! Kinderen zijn er snel op uitgekeken. En ja, het oog wil ook wat. De eerste indruk is belangrijk om kinderen te motiveren. Dit is dus zeker een aandachtspunt voor hen, die zich bezig houden met het maken van educatieve games. Dat het mogelijk is bewijzen de goede voorbeelden, die er al zijn. En ja, dat kan niet altijd gratis!

Wat wil je bereiken?
De vraag is echter of bovenstaande echt relevant is. Wordt de educatieve waarde van een middel niet veel meer bepaalt door de juiste inzet ervan en de doelen die je er mee beoogt als leerkracht of docent? Je wilt je leerlingen laten werken om bepaalde leerdoelen te behalen, ze vaardigheden aan te leren en uiteindelijk te komen tot bepaalde leerresultaten. Aan degene voor de klas de taak om daarbij steeds weer de juiste middelen uit de kast te trekken op het juiste moment voor de juiste leerling. Zo bezien, kan ook een spel, dat bedoelt is als entertainment ook prima gebruikt worden om een doel te halen, bijvoorbeeld leren met een ander samen te werken.

Effectief onderwijs
Jos Cöp oppert of we geen discussiefilm moeten maken waarbij educatieve games worden afgezet tegen de 9 schakels van effectief onderwijs. Je zou educatieve games kunnen voorzien van een soort verantwoording op basis van deze 9 schakels. Het zou scholen zeker kunnen helpen om het kaf van het koren te scheiden. Toch is ook dat geen garantie op effect op de leerresultaten. De onderwijskundige en didactische verantwoording kan uitstekend in orde zijn, maar als de leerkracht of docent zich er niet in verdiept, de juiste vaardigheden mist of de juiste voorwaarden op school ontbreken, dan zal er niet uit komen wat er in zit. Dat zien we immers ook bij lesmethoden en educatieve software? Hoeveel scholen, die bijvoorbeeld Maatwerk hebben, zetten dat ook daadwerkelijk effectief in en gebruiken het zoals het bedoelt is?

Educatieve games de school in en dan als leerkracht achterover leunen is er dus niet bij! Het vraagt zorgvuldige afweging en keuze voor de juiste middelen. Het vraagt om kennis van de middelen en de daaraan verbonden leerprincipes, om overzicht over te bereiken doelen en planmatig handelen. Welke leerervaring moeten de kinderen opdoen? Welke gedragsverandering zou ik willen bereiken?
Het vraagt van leerkrachten, dat ze lesmethoden en het liniaire leren moeten loslaten, zonder het overzicht kwijt te raken. Scholen zouden meer de ruimte moeten krijgen om leren op eigen manier vorm te geven. Daarvoor moeten ze wel goed weten wat ze doen begeleid moeten worden, door een onderwijskundige.

Bedrijfsleven
Binnen het bedrijfsleven wordt er al regelmatig gebruik gemaakt van games om personeel te laten oefenen met verschillende situaties. Lees bijvoorbeeld dit verslag van het Serious Gaming Event van Getronics Consulting. Door het spelen van de game krijg je een spiegel voorgehouden, kom je in onverwachte situaties die om een creatieve oplossing vragen of bepaalde vaardigheden oefenen om jezelf verder te ontwikkelen. Het kan een goede voorbereiding zijn op de praktijk in een veilige situatie. Wel is van belang, dat er dan ook begeleiding plaatsvindt om de overgang van simulatie naar real-life te maken, want in de werkelijkheid spelen toch ook weer andere zaken mee. Van spelsituatie naar bewust worden van het geleerde en dan naar de toepassing in andere situaties en het echte leven.

Simulatiegames voor het digibord
Er vallen nog genoeg slagen te maken. Zet onderwijskundigen, gamedesigners en ontwikkelaars van digibord-software bij elkaar om een simulatiegame te maken voor gebruik op het digibord. Zo zijn allerlei situaties de klas in te halen en waar leerlingen kunnen samenwerken, samen kunnen oefenen en elkaar feedback kunnen geven. Wie de schoen past …

Meetinstrumenten
Voor het toetsen of meten van effecten van het gebruik van educatieve games, daar zijn we immers dol op in onderwijsland, kan ook weer met gebruik making van moderne middelen. Kijk bijvoorbeeld eens op de site van Kennisnet naar Softskills meten.

Tot slot nog enkele voorbeelden van educatieve games zoals, deze tijdens de discussie genoemd werden:
Meer links staan op discussiedinsdag.yurls.net
Bekijk ook het overzicht dat André Manssen maakt op zijn weblog.

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 31 augustus 2010

Lesmateriaal volgens het Maggi-principe: een beetje van jezelf en een beetje van de uitgever.

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Scholen moeten investeren in eigen lesmateriaal in plaats van dure methoden.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

In de dagen voorafgaand aan de discussie trok het onderwerp de aandacht. Het leeft blijkbaar en is dus een discussie waard. Jaarlijks geven scholen veel geld uit aan lesmethoden, bijbehorend verwerkingsmateriaal en de licenties voor de eventuele software. Is dat terecht of kan het geld ook anders worden besteed?

Eigen materiaal ontwikkelen
Enkele leerkrachten en docenten brachten in, dat ze goede ervaringen hebben met het zelf ontwikkelen van lesmateriaal. Het stimuleert je eigen creativiteit en zorgt voor meer betrokkenheid. Je bent echt met je vak bezig. Vaak blijkt, dat leerkrachten die puur vanuit methodes lesgeven het zicht op de doelen kwijtraken en de leerlijnen minder in hun hoofd hebben. Eigen materiaal ontwikkelen dwingt je om je hier weer in te verdiepen.
Ook lijkt er meer aandacht te zijn voor de individuele behoefte van leerlingen doordat lesmateriaal beter op het niveau van de leerling wordt afgestemd. Verder is met eigen materiaal beter aan te sluiten op de actualiteit en op de visie van de school.

Tegelijk werd ook opgemerkt, dat bijvoorbeeld jonge leerkrachten aangeven veel steun aan de methode te hebben en eigenlijk niet zonder kunnen. Zegt dat iets over hun opleiding, hun competenties, hun creativiteit of zijn ze slachtoffer van het systeem dat we nu eenmaal hebben in Nederland? Wat maakt Nederlandse leerkrachten en docenten anders dan bijvoorbeeld hun Engelse collega’s, die nauwelijks kant-en-klare methoden kennen en zelf wel materialen móeten ontwikkelen?

Materiaal delen
Vervolgens diende ook de vraag zich aan, wat er met het ontwikkelde materiaal gedaan wordt. Houdt de maker het voor zichzelf of voor de school? Wordt het gedeeld binnen het eigen cluster, de stichting of vereniging of wordt het openbaar beschikbaar gesteld? Wat is dan het meest geschikte platform daarvoor? Hoe zit het met auteursrechten of wordt er gebruik gemaakt van Creative Commons?
Er zijn al verschillende initiatieven geweest rond communities en platforms, maar telkens is de animo beperkt en komt het niet of moeizaam van de grond. Ook de kwaliteit van het materiaal laat in veel gevallen te wensen over. Lees bijvoorbeeld de ervaring van Rick. Nu zullen er ongetwijfeld ook tegenovergestelde verhalen te vertellen zijn, maar het is zeker een punt van aandacht.

Vaardigheden om zelf te ontwikkelen
Door verschillende discussie-deelnemers werd opgemerkt, dat het ontwikkelen van eigen materialen de nodige vaardigheden vraagt. Zijn leerkrachten en docenten in staat om eigen lesmaterialen te ontwikkelen, rekening houdend met een doorgaande lijn en de kerndoelen? Hoort dat bij zijn of haar professie of is het echt een vak apart, dat je aan de uitgeverijen moet overlaten, die daarvoor opgeleide mensen in dienst hebben?

Kwaliteit
Daarmee komen we bij het punt van de kwaliteit en de bewaking daarvan. Bij methoden ontwikkeld door een uitgeverij tref je vaak een uitgebreide verantwoording aan met didactische en pedagogische uitgangspunten. Daarnaast een overzicht van de leerlijn, de doelen en de koppeling aan door de overheid vastgestelde kerndoelen. Scholen, die hun eigen materialen gaan ontwikkelen, zullen ook dat stuk serieus op moeten pakken om hun onderwijs te verantwoorden. Zowel het ontwikkelen van de materialen als de verantwoording, borging en kwaliteitsbewaking kosten veel tijd en expertise. Het is de vraag of scholen dan daadwerkelijk goedkoper uit zijn en of de baten opwegen tegen de kosten.

Samenwerken
De gedachte, die bij verschillende discussie-deelnemers instemming vond, was het Maggi-principe: Een beetje van de uitgever en een beetje van jezelf. Laat de uitgevers doen waar ze goed in zijn: leerlijnen opstellen en kwalitatief goede materialen ontwikkelen, die voldoen aan de kerndoelen. Deze kunnen beschikbaar gesteld worden via een platform waar leerkrachten en docenten zelf hun lessen arrangeren op basis van hun eigen professie: onderwijs op maat geven. Binnen een dergelijk platform zou ruimte moeten zijn om ook eigen materialen toe te voegen en te delen.
Scholen zouden alleen moeten betalen voor dat wat wordt gebruikt en per leerling. Dit in tegenstelling tot nu, waarbij delen uit de methode worden overgeslagen, verwerkingsmateriaal ongebruikt blijft en computerprogramma’s soms amper gebruikt worden. Het geld, dat zo bespaard kan worden, kan door scholen besteed worden aan een goede infrastructuur en apparatuur en aan professionalisering.

Faciliteren
Scholen zouden een vast percentage van de niet-lesgebonden uren kunnen reserveren voor het arrangeren van lesmateriaal. Ook werd het idee genoemd om oudere leerkrachten en docenten, die wat minder voor de klas willen mede hiervoor in te zetten. Vanuit hun jarenlange ervaring kunnen ze een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de lesmaterialen. Er bestaan diverse scholingsmogelijkheden om ze daar extra voor te kwalificeren.
Daarnaast kan ook betere samenwerking binnen het verband waar de school deel van uit maakt de nodige winst opleveren door bijvoorbeeld bovenschoolse vakgroepen in het leven te roepen en te werken vanuit een gezamenlijke visie.
Ook is het de moeite waard eens stil te staan bij de rol van leerlingen zelf, zoals o.a. gebeurt in het Freinet-onderwijs. Lees in dit kader ook eens het artikel “Leerlingen maken binnenkort hun eigen lesmateriaal”.

Lef
Het zou mooi zijn wanneer ontwikkelaars van lesmethoden op deze manier beter gaan samenwerken met onderwijsgevenden, ieder vanuit zijn of haar eigen expertise. Daarmee zou een belangrijke stap gezet worden richting eigentijds en passend onderwijs. Het vraagt van een uitgever veel lef, administratieve en juridische rompslomp en risico's op auteursrechterlijk gebied. Maar de praktijk leert inmiddels dat het kan! Zo meldt uitgeverij Edu’Actief , dat het hier al mee bezig is en ook een website als Arrangeren doe je zo, komt al een eind in de richting.
Wanneer er meer initiatieven zijn van uitgeverijen, dan horen we dat natuurlijk graag!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blog.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 15 september 2009

Na digibord volgt training

Constatering
Vreemd, opmerkelijk, verwonderenswaardig op z’n minst. Op dit moment wordt binnen basisscholen in Nederland het meeste ICT geld gepompt in de aanschaf van Digiborden. Complete ICT budgetten worden eraan uitgegeven en complete ICT plannen worden eraan gewijd met als doelstelling: “In tweeduizend zoveel hebben alle klassen een digibord tot hun beschikking.” De meeste ICT bedrijven varen wel bij deze ontwikkeling echter, de onderwijsliefhebbende commerciële bedrijven maken zich toch een beetje zorgen. Prachtig om ‘de wereld in je klas®’ te halen, maar leerkrachten moeten ook ‘de wereld uit het bord®’ kunnen halen.
Feit: ICT budgetten gaan op aan de aanschaf van digiborden maar er wordt bezuinigd op digibord trainingen.


Ontwikkeling
Uiteraard zijn er steeds meer leerkrachten die steeds meer handigheden met het digibord kunnen uithalen, maar helaas zorgt dit ’trial en error beleid’ voor een eenzijdige kennisontwikkeling bij de leerkrachten terwijl dit een bredere basis had kunnen zijn. Er zijn inmiddels scholen die al relativerend overgaan tot de aanschaf van een whiteboard met beamer omdat ze de toegevoegde interactieve waarde niet zien. Laat de directeur in dit geval 1 digibord minder aanschaffen en van de bespaarde euro’s een jaar lang digibord trainingen verzorgen om de interactieve waarde wel te leren.

Gratis
Veel scholen ontvangen bij de aanschaf van een digibord een ‘gratis’ knoppencursus. Vervolgens mag de leerkracht zichzelf verder bekwamen door in de praktijk aan de slag te gaan. Ik ben het volledig eens met die directeur dat ‘veel doen’ essentieel is, maar men kan niet veronderstellen dat werken met het digibord (een nieuwe manier van lesgeven) zo simpel ontwikkeld wordt. Lesgeven met een digibord moet gedegen aangeleerd worden.

Oplossing
Op het gebied van nascholing laten veel directeuren mijns inziens kansen liggen. Als directeuren een aantal momenten in het jaar plannen om trainingen te laten verzorgen door een professionele organisatie (die uiteraard de taal van het onderwijs spreekt) worden vaardigheden geautomatiseerd, leerkrachten geënthousiasmeerd en geactiveerd. De factor (geen) tijd speelt in deze situatie voor leerkrachten geen rol meer. Daarnaast leren ze het bord interactief en voor onderwijskundige doeleinden te gebruiken. Veel scholen hebben voldoende geld voor nascholing, geld voor trainingen hoeft dan ook niet uit de ICT pot te verdwijnen.
Er zijn in Nederland organisaties die een aantal keer per jaar een zorgvuldig opgebouwde digibord training kunnen geven. Uiteraard heb ik het dan niet alleen over knoppencursussen.


Ook dit nog
Er vindt steeds meer vakintegratie plaats (denk aan topondernemers en Alles-in-1) waarbij gepoogd wordt de leerlingen de wereld als geheel te leren zien. Ook wil men een brede basis m.b.t algemene ontwikkeling leggen en zorgen voor een flinke uitbreiding van de woordenschat. Hierbij wordt wereldoriëntatie vaak aan de basis gelegd van projecten en thema’s. Daarbij kan een digibord een sleutelrol spelen.
Daarom bij deze de oproep aan directies om de leerkrachten de mogelijkheid te geven de wereld uit het bord te kunnen halen.
De wereld hangt al in de klas, nu moet ie er nog uit.