Posts tonen met het label vier in balans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vier in balans. Alle posts tonen

woensdag 29 augustus 2012

Economische groei in Nederland begint met investeren in Onderwijs met ICT

Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Economische groei in Nederland begint met investeren in Onderwijs met ICT”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.


We zitten midden in verkiezingstijd. Politici proberen ons rond verschillende onderwerpen te overtuigen waarom hun partij echt het beste is voor ons land en voor ons. Ook onderwijs is een dankbaar onderwerp. Duidelijk is, dat we niet aan bezuinigingen ontkomen. Onderwijs lijkt in de verkiezingsprogramma’s gespaard te worden. Vandaar ook de stelling: “Economische groei in Nederland begint met investeren in Onderwijs met ICT”. Daarin zitten drie vragen verborgen:

  • Is het nodig om meer geld in plaats van minder in het onderwijs te steken?
  • Moet er geïnvesteerd worden in onderwijs in het algemeen of specifiek in gebruik van moderne middelen?
  • Heeft deze investering inderdaad invloed op de economische situatie?
stilstand is achteruitgang
Om met het laatste te beginnen: Investeren in onderwijs zal op korte termijn geen invloed hebben. Eerst moet het geld er komen, vervolgens moeten er goede plannen gemaakt worden, deze moeten uitgevoerd worden en dan moeten we nog wachten tot de leerlingen die er van profiteren op de arbeidsmarkt komen. Investeren betekent in dit gevel dus verder kijken dan je neus lang is. Niets doen betekent stilstand en dus achteruitgang.

ICT-integratie in het onderwijs
Daarmee kom je ook bij de vraag of er specifiek geïnvesteerd moet worden in onderwijs met ICT. Al vaker is tijdens onze discussies aangegeven, dat ICT niet meer weg te denken is in onze maatschappij. Het is geïntegreerd onderdeel van ons dagelijks leven en dus zou dat ook zo moeten zijn in het onderwijs. Veel leerlingen werken spelen thuis met moderne gameconsoles, spelen met een tablet of op een moderne multimedia-pc. Op school echter werken ze vaak met oude computers en vaak maar een beperkt aantal keren in de week. Scholen geven daarbij aan dat ze niet het geld hebben om de hardware te vervangen of extra aan te schaffen.

leerzame en uitdagende opdrachten
Het is de vraag of grote investeringen direct noodzakelijk zijn. Uiteraard moet de hardware geschikt zijn om de moderne educatieve software te kunnen draaien. Maar terecht werd tijdens de discussie opgemerkt, dat niet altijd meten gedacht moet worden aan grote investeringen in digiborden, touchscreens, laptops of computers. Met eenvoudige middelen zoals een flipcamera, een digitale fotocamera, een GPS-ontvanger, een smartphone ben je al in staat om leuke, leerzame en uitdagende opdrachten aan je leerlingen te geven. Ook zijn er tal van online gereedschappen en programma’s, die niets kosten en waarmee lessen enorm verrijkt kunnen worden. Vaak kennen leerlingen zelf ook geweldige programma’s die heel goed bruikbaar zijn. Als leerkracht kun je samen met je leerlingen op verkenning gaan om te onderzoeken wat bruikbaar is en wat niet.

tijdsinvestering
Dat brengt ons dan wel op een andere investering die gedaan moet worden, namelijk investeren in tijd. Als leerkracht moet je je verdiepen in de mogelijkheden en in de didactische inbedding. Nadenken over wat je wilt, hoe je dat wilt bereiken en hoe je je leerlingen daar bij inschakelt. Deels kan dat tijdens de les wellicht, maar het vraagt ook tijd daar buiten. Tijd die je daar voor reserveert, kun je niet gebruiken voor andere zaken. En dus moet je als school kritisch kijken naar de invulling van de niet-lesgebonden uren. Kunnen we minder en/of efficiënter vergaderen? Hoe besteden we onze woensdagmiddag?

met leerlingen ontdekken
Belangrijk is, dat we de leerlingen van nu onderwijs geven met gebruik van de middelen en mogelijkheden van nu. Wanneer we ze daar goed mee leren omgaan en hen na laten denken over wat we gebruiken, hoe en waarom, dan leren we ze vaardigheden die ze zelf ook toe kunnen gaan passen wanneer er weer nieuwe middelen en technieken komen. In het onderwijs is, net als in het dagelijkse leven, niet het middel is het doel, maar wat je er mee kunt!

vier in balans
Investeren in hardware, in een goede visie, in vaardigheden, in de leerkrachten zelf, in lesmateriaal. Daarmee kom je dus eigenlijk uit bij het Vier in Balans-model. Hoe de verdeling van de investering over de vier gebieden er uit ziet, zal per school verschillen. Maar door te werken aan de goede balans, zal het rendement toenemen en het onderwijs er beter van worden. En dat zal zich in de loop der jaren gaan uitbetalen.

Toevallig verscheen er tijdens de discussie een persbericht met als titel: Kennis in organisaties wordt onvoldoende geborgd. Dit zal in veel onderwijsorganisaties herkenbaar zijn. Goede kennisdeling binnen de school, binnen de schoolvereniging of stichting zorgt voor meer rendement van gevolgde scholing en leidt tot besparing. Investeren in kennisdeling en het borgen van kennis kost niets, behalve tijd, maar levert veel op!

papierloze school
Tot slot werd er ook nog aandacht gevraagd voor het slimmer inkopen door scholen ook los van ICT-zaken. Veel materialen en benodigdheden zijn via verschillende wegen in te kopen en daar vallen soms leuke besparingen te realiseren! Denk ook eens na over besparen op de enorme hoeveelheid papier door goed ICT-gebruik. Het scheelt in ruimte en is bovendien ook nog eens goed voor het milieu!

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je successen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @timonbos , @Sjaboepaan , @TWierstra , @ardhuizinga , @credutien
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 20.00 uur en 21.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 31 januari 2012

Verandert de iPad het onderwijs of de leraar?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Verandert de iPad het onderwijs of de leraar?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Wie enigszins het nieuws rond onderwijs en ICT volgt, zal geregeld horen of lezen, dat de iPad het onderwijs verandert. “Hij staat op het punt het onderwijs te veranderen!”  zo lezen we op de website van Apple. Een apparaat met potentie dus! Maar klopt deze uitspraak van Apple?

Toen nog maar een paar jaar geleden het digitale schoolbord zijn intrede deed in de Nederlandse klaslokalen werd daarvan hetzelfde geroepen. Dit gaat écht het onderwijs veranderen! Nu we een paar jaar verder zijn, en er in elk geval bij de meeste basisscholen ten minste enkele digiborden hangen, zouden we daarvan toch enige resultaten moeten terugzien. Is het onderwijs daadwerkelijk erdoor verandert?

Zouden we het afmeten aan de CITO-resultaten, immers het resultaat telt, dan volgt waarschijnlijk een teleurstelling. Leerlingen zijn er gemiddeld genomen niet beter door gaan presteren, zo is mijn inschatting. Kijken we even verder dan onze CITO-neus lang is, dan kunnen we wél constateren, dat de leerkracht veel meer mogelijkheden en gereedschappen erbij heeft gekregen dan in het krijtjes-tijdperk. Maar of deze ook zo benut worden, dat het onderwijs er béter van wordt, dat hangt van meer af dan het enkele feit, dat er een digibord in de klas hangt. Lees het verslag van een eerdere discussie er maar eens op terug!

Terug naar de iPad. Heeft dit apparaat het wél in zich om het onderwijs te veranderen? Slechts met je vingertop of een simpel handgebaar schakel je van het één naar de ander. Alles wat je nodig hebt is binnen handbereik. Daarbij zal in veel gevallen wel een draadloze of mobiele internetverbinding nodig zijn. Geef een leerlingen een iPad en zonder enige uitleg én gemotiveerd gaat hij aan de slag. Welke leraar wil dat nu niet?! Neemt de leraar het apparaat zelf ter hand, dan zal hij of zij ook zelf al snel nieuwsgierig en verdiept aan de slag zijn. Schitterend wat je daar allemaal mee kan!

Over de enorme mogelijkheden zal iedereen het ongetwijfeld eens zijn. Zie ook het artikel elders op het edublog: De meerwaarde van de iPad in het onderwijs. Maar dan een stap verder. Wat betekent het binnenhalen van een dergelijk apparaat, met zoveel potentie, voor het onderwijs? Of, meer persoonlijk, voor jouw onderwijs? Wanneer leerlingen de beschikking hebben over tal van bronnen, apps en (sociale) media in jouw les, wat betekent dat dan voor hoe jij je les in richt? Welke begeleiding vraagt dat van jou in de richting van je leerlingen?

Er ontstaat een bepaalde dynamiek, die vragen op roept. Vragen die beantwoord moeten worden. Soms vooraf, maar vaak ook achteraf. En opnieuw bewijst het vier-in-balans-model zijn waarde. Het introduceren van de iPad (hardware) roept vragen op op het gebied van deskundigheid van de leraar, het beschikbare lesmateriaal en dus ook om visie en beleid. Hoe willen we onderwijs geven? Wie of wat staat centraal? Voldoen onze schoolregels m.b.t. het gebruik internet en sociale media nog wel? Besteden we voldoende aandacht aan mediawijsheid in de breedste zin van het woord?

Verandert de IPad het onderwijs? Ja en nee! Ja, want het brengt een enorme dynamiek en motiveert haast vanzelf. Nee, want als je het niet op de juiste manier weet in te zetten en je geen raad weet met de veranderende processen, dan blijft alles bij het oude.  Het biedt dus kansen op verandering, maar jij als leraar bepaalt of die verandering er ook komt en er inhoud aan geeft! Bij voorkeur samen met je collega’s! En met een schoolbrede visie en aanpak zullen we over enkele jaren wellicht lachend terugkijken! Met de CITO-uitslagen in de hand uiteraard!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GuusBouwhuis71 , @marlijnnijboer , @Sjaboepaan , @jaap_w , @henkvangils , @anthonyvanpeet

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

donderdag 10 november 2011

Diploma uitreiking Netwijs Opleiding ICT coördinator Westland groep

Op 9 november 2011 was het dan zover, de diploma uitreiking van de ICT coördinatoren van de Westland groep. Tien enthousiaste ICT coördinatoren volgenden het afgelopen jaar de Post HBO opleiding van Netwijs op één van de schoollocaties in het Westland.

De eindopdracht voor de groep was als volgt  geformuleerd:
Elke deelnemer levert één foto of afbeelding aan van een ICT-parel die zij tijdens de opleiding hebben doorgevoerd in de school inclusief één zin die weergeeft wat de meerwaarde van ICT binnen hun onderwijs is.



Een greep uit de zinnen:
  • Kleuters op het digibord geen utopie meer!
  • Wie het doel niet kent, kan de weg niet weten.
  • Er is hoop ... van bijna digibeet naar 'bijna' digiwijs, ook voor 55+!
  • ICT op de Kameleon: structureel, laagdrempelig en resultaatgericht.
  • ...




Ter afsluiting van de opleiding hebben we het "Vier in Balansspel" gespeeld, met als doel om kennis over ICT te delen. De deelnemers waren erg enthousiast over het spel en wilden bijna niet stoppen met spelen.






De onderwijsadviseurs van Station to Station wensen de afgestudeerden heel veel plezier en succes als ICT inspirator in hun school.

dinsdag 1 maart 2011

Als ICT-budget geen issue was

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Als ICT-budget geen issue was, dan …?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Met dit onderwerp gaan we niet op zoek naar luchtkastelen. Budget wordt vaak als snel aangedragen als reden waarom de inzet van ICT in het onderwijs niet gaat zoals iedereen zou willen. Maar wat wil iedereen dan precies en waarom? Stel nu, dat je de vrije hand hebt wat betreft budget, wat ga je dan aanschaffen en/of doen? Waar zou je heen willen als het gaat om integratie van ICT in je onderwijs?

Goede apparatuur
Het eerste, dat genoemd werd, was het vervangen van alle verouderde computers. Niet kijken naar de minimale eisen, maar gaan voor een optimale configuratie. De software die beschikbaar komt voor het onderwijs stelt steeds hogere dan wel andere eisen aan de computers, maar ook aan de netwerken. Scholen hebben dan als snel weer het gevoel achter de feiten aan te lopen. Een belangrijk punt is dus het zorgen dat de infrastructuur meegroeit of aangepast wordt op datgene wat er mee gedaan moet worden. Heel concreet bijvoorbeeld: een kleinere harde schijf en in plaats een betere videokaart en meer werkgeheugen, want de computer hangt toch in een netwerk.
Aansluitend bij voorgaande: een serverloze school. Alle software staat “in the cloud” en alle documenten staan online opgeslagen. Een goede internetverbinding is dan noodzakelijk en ook in dit geval worden wat andere eisen gesteld aan de configuratie van de werkstations.
Kort samengevat: alles moet het altijd en overal doen.
Wanneer de apparatuur up-to-date is, wordt wellicht ook meteen de ICT-coördinator ontlast, die nu vaak geconfronteerd wordt met storingen als gevolg van onvoldoende capaciteit van bijvoorbeeld de werkstations. Daarnaast is de apparatuur dan ook sneller en profiteren dus alle gebruikers van minder wachttijd. Ook een goed servicecontract is daarbij haast een voorwaarde.

Scholing
Scholing werd ook als belangrijk punt genoemd. Goed werkende apparatuur is één ding, maar er goed mee werken hoort daar bij. Deels hangt dat samen, want mensen haken af als ze geen vertrouwen hebben in de apparatuur. Maar los daarvan: Vaak wordt er geïnvesteerd in de hardware, maar niet in de mensen, die er mee moeten werken. Dat gaat vanzelf wel, zo wordt vaak gedacht. In de praktijk blijkt, dat daardoor het rendement veel kleiner is, dan wanneer er geïnvesteerd was in scholing van de leerkrachten. Op de meeste scholen blijkt, dat de mogelijkheden van software, van digiborden, van laptops, van tablets of van wat ook maar is aangeschaft deels onbenut blijven. Uiteraard verschilt dat per leerkracht, maar feit blijft, dat er veel meer uit te halen valt. Voorwaarde is dan wel, dat er tijd en ruimte is voor het personeel om zich hier in te verdiepen en zicht dit eigen te maken. Het betreft dan overigens niet alleen de ICT-vaardigheden, maar ook kennis van de mogelijkheden en ook belangrijk: het klassenmanagement. Discussiepunt daarbij is wel in hoeverre scholing óók een eigen verantwoordelijkheid is van de leerkracht zélf.
Tijd voor de ICT-coördinator om het onderwijskundige proces te bewaken, collega’s te begeleiden, te overleggen met de directeur en de Intern Begeleider en beleidslijnen uit te zetten is daarbij eveneens een wens die leeft en nu vaak ondersneeuwt als gevolg van beperkte formatie en budget.

Elke leerling een eigen computer
Een andere wens is de aanschaf van tablets in plaats van computers. Ze zijn minder kwetsbaar dan laptops en hebben meer mogelijkheden. Ook zijn ze beter op te bergen en handzamer om mee te werken. Elke leerling een eigen computer (in welke vorm dan ook) biedt de leerkracht de mogelijkheid om de leerlingen veel meer op maat te laten werken. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden voor de eigen inbreng van de leerling, wat zich vertaalt in een grotere leeropbrengst.
Anderen twijfelen overigens aan de noodzaak om voor elke leerling een eigen computer aan te schaffen, althans in het Primair Onderwijs. Leerlingen gaan vooralsnog echt niet alles op de computer doen en daarom kan er middels een goede organisatiestructuur ook prima met minder computers gewerkt worden. Alleen zul je dan wel moeten loslaten, dat alle leerlingen op hetzelfde moment ook hetzelfde doen.
De vraag kwam hierbij naar voren of er voldoende educatieve software is om echt onderwijs op maat te geven voor alle leerlingen in het geval ze allemaal een eigen computer zouden hebben. Het antwoord is ja. Maar waarom alleen educatieve software? Ook met andere software zijn er veel mogelijkheden voor het onderwijs. Daarbij zal er echter meer van de leerkracht worden gevraagd qua voorbereiding en creativiteit. Dan kun je zelfs met gratis middelen erg leuke en zinvolle opdrachten laten doen. Ook hier komen visie en vaardigheden weer om de hoek kijken.

Tegenstellingen
In de discussie werd gesignaleerd, dat voor wie de inzet van ICT in het onderwijs echt een uitdaging vindt eerder geneigd zal zijn om nieuwe computers, tablets of andere apparatuur zal wensen terwijl anderen eerder zouden willen investeren in tijd en scholing. Een deelnemer aan de discussie gaf daarbij aan: “Voorlopers investeren zélf in tijd. Volgers krijgen de middelen, maar veranderen omdat het moet.”

Wat zou nu de gemiddelde leerkracht antwoorden op de vraag wat hij of zij zou doen met ICT-geld. “Iets doen aan de hoeveelheid nakijkwerk! Dan gaan ze echt wel harder lopen!” voorspelde één van de discussiedeelnemers. En daar zijn natuurlijk mogelijkheden voor. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden met stemkastjes bij het digibord of digitale methodetoetsen. Kritische vraag daarbij: Kijken deze leerkrachten ook regelmatig naar de resultaten van het leerlingvolgsysteem van educatieve software? Gebruiken ze deze software ook om leerstofonderdelen te toetsen of wordt deze software alleen maar ingezet als extra oefenmiddel?
En wat als ze moesten kiezen tussen minder nakijkwerk of meer leerrendement of leerplezier? Daar wordt je immers uiteindelijk op afgerekend? En geeft dat ook niet meer voldoening? Een echt dilemma hoeft het overigens niet te zijn. Wanneer er goed over nagedacht wordt kan het ook prima gecombineerd worden.

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @henkheurter , @rvdzwan , @Gijs1982 , @Boupas , @gerritdekoster , @peterteriele , @Laagwater , @DeOverdracht , @henkvangils , @Bica10 , @Marathonkeje , @robertdevilee , @Kletskous

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 1 februari 2011

Training Onderwijs en ICT, maar waar is de directeur?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Training Onderwijs en ICT, maar waar is de directeur?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Een deelnemer aan een workshop uitte onlangs de verzuchting, dat het zo jammer was, dat de directeur er niet bij was. Vaak komen er verschillende zaken naar boven waar bijvoorbeeld afspraken over gemaakt moeten worden. Of de ontdekking dat visie op een bepaald punt ontbreekt of tekort schiet. Het gevoel als ICT-er, dat je zelf de kar moet trekken.

Enkele discussiedeelnemers gaven aan, dat de aanwezigheid van de directeur ook belemmerend kan zijn. Anderen voelen zich dan minder vrij. Daarbij kan een bepaalde angst een rol spelen, bijvoorbeeld angst om beoordeeld te worden op je prestaties. Of het gevoel teveel gepushed te worden of de neiging in je schulp te kruipen.
Vanuit de directeur bekeken is de inhoud niet altijd relevant, ondanks het feit, dat hij/zij ook gewoon teamlid is. Hij/zij staat vaak iets verder van de praktijk af.

Aan de andere kant komen tijdens workshops en trainingen vaak ook zaken naar voren, die bijvoorbeeld de visie van de school raken, het beleid op een bepaald gebied of organisatorische zaken. Daarnaast is een workshop of training ook onderdeel van een proces waar je als team in zit. Om zijn/haar teamleden te kunnen coachen of begeleiden is het volgen van dat proces, ook tijdens een workshop, zeer waardevol. Je ziet hoe collega’s bezig zijn en ziet de groei die ze doormaken. Het werkt vaak heel positief wanneer een directeur ook zelf aan den lijve ondervindt, waardoor ook begrip kan ontstaan. Interpersoonlijke competenties spelen een belangrijke rol. Goede afstemming helpt om een juiste keuze te maken.

Een paar concrete tips voor de ICT-ers:
  • Bespreek vooraf met de directie de inhoud van de training en de relevantie van zijn/haar aanwezigheid.
  • Vraag je af, wat de aanleiding was voor de training/workshop? Kwam die bij de directie vandaan, bij de ICT-er of het team?
  • Voer regelmatig een gesprek met de directie om onderlinge betrokkenheid te stimuleren.
  • Bedenk hoe je de onbevangenheid van iedereen zo goed mogelijk veilig stelt. Onderling vertrouwen.
  • Ga je in groepjes aan de slag? Denk vooraf goed na over de samenstelling van de groepjes. Laat de directeur meedoen met een groepje van de informele leiders.
  • Vraag of de directeur in elk geval tijdens de plenaire nabespreking aanwezig kan zijn, waarbij ook de vraag ‘Hoe nu verder?’ aan bod komt.
  • Zorg, dat ook tijdens een workshop of training de aandachtsgebieden van Vier in Balans in beeld komen. Dus niet alleen de deskundighied, maar ook de visie, de infrastructuur en het lesmateriaal. Laat daarin de samenhang zien.
Tot zover het verslag van de discussie. Was u niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @LadyLau, @JoriMur , @florinablokland , @GertHein1420 , @Bica10 , @marlijnnijboer, @harmhofstede , @JaapSoft , @henkheurter , @Helikon

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 30 november 2010

De meerwaarde van digitale methodische materialen

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “De meerwaarde van digitale methodische materialen”. In dit artikel een eigen reflectie op het onderwerp aangevuld met opmerkingen vanuit de discussie.

Het begrip ‘digitale methodische materialen’ vraagt eerst om een toelichting. Het meest bekend en ingeburgerd is de methodegebonden educatieve oefensoftware. Daarnaast zijn er de aanvullende digitale opdrachten, al dan niet webbased. En tot slot de digitale versie van de boeken en werkboeken, al dan niet interactief. Bij deze laatste rekenen we ook de methodegebonden instructiesoftware voor leerkrachten.


De methodegebonden oefensoftware is op veel scholen al lange tijd in gebruik. Voordeel is, dat het aansluit op de methode wat betreft aanpak, onderwerp en lay-out. Vaak ook is de registratie van het werk van de leerlingen goed op orde. Uiteraard ook hier weer de nodige accent- en kwaliteitsverschillen. Met de komst van internet ontstond ook de mogelijkheid om online aanvullingen te plaatsen. Te denken valt daarbij aan uit te printen materialen, maar ook aan online opdrachten. Voordeel was, dat het snel aan te vullen en actueel te houden was door de uitgevers.

Met name door de komst van de digitale schoolborden ontstond er vanuit de scholen een toenemende vraag naar digitale materialen passend bij de methode. Scholen gingen zelf aan de slag met het inscannen van hun methodematerialen. Uitgeverijen waren daar niet blij mee, immers de copyright was in het geding. Het duurde dan ook niet lang of de uitgevers boden zelf de digitale versie aan van de materialen. Sommigen zetten daarbij ook meteen de stap naar een wat meer interactieve versie, waarbij bijvoorbeeld instructietools, links, aanvullende afbeeldingen, etc. direct vanuit het materiaal waren te openen.

Met de komst van Classmates en Ipads en dergelijke neemt de vraag naar digitaal materiaal toe. De vraag bij deze materialen is: Wat voegen ze toe aan het papieren materiaal, zoals we dat jarenlang hebben gebruikt. Deze vraag was min of meer ook de aanleiding voor de stelling. In de praktijk komen we regelmatig leerkrachten en docenten tegen, die het materiaal, dat methodeuitgevers aanbieden aan scholen, een aanfluiting vinden. “Het is niets meer, dan een ingescande versie met soms wat extra toeters en bellen, maar echt meerwaarde heeft het nauwelijks, behalve dan financieel voor de uitgevers zelf.” Zo maar een gehoorde opmerking. De vraag is dan in hoeverre een opmerking als deze terecht is.

vier in balans
We moeten hierbij onderscheid maken tussen enerzijds de meerwaarde van het digitale materiaal zelf en anderzijds de meerwaarde van het gebruik ervan. Uiteraard heeft het één daarbij invloed op het ander. In dit proces hebben we te maken met de mogelijkheden en onmogelijkheden van het digitale lesmateriaal, de kwaliteit en de mogelijkheden van de ICT-infrastructuur, de deskundigheid van de leerkracht en last but not least met visie oftewel met de Vier in Balans (Kennisnet).

In de discussie werd aangegeven, dat het begint met de vraag wat de school nu eigenlijk wil. Wat is je visie op onderwijs, wat zijn je lesdoelen, wat wil je bereiken met je leerlingen? Daarna komt pas de vragen waarmee en hoe. Als school zet je de lijnen uit en vervolgens ga je op zoek naar daarvoor geschikte wegen en materialen. De materialen van educatieve uitgeverijen zijn daarbij een mogelijkheid, maar niet dé mogelijkheid.

Kies je voor digitale materialen, al of niet methodegebonden, dan dient vervolgens de vraag zich aan of wat betreft organisatie haalbaar is. Zijn er voldoende computers, laptops, digiborden, classmates of Ipads om het ook daadwerkelijk effectief in te kunnen zetten? Wat is daarvoor organisatorisch nodig? Hebben we de leerkrachten en het ondersteunend personeel voldoende kennis en vaardigheden?

succesfactoren
Succesfactor in dit geheel is de vraag of de vier aandachtgebieden daadwerkelijk in balans zijn. Want het materiaal kan nog zo goed zijn; als de leerkracht er niet mee kan werken behaal je niet het gewenste rendement. En de leerkracht kan nog zo vaardig zijn; als er maar een beperkt aantal computers beschikbaar is of een slechte internetverbinding dan kom je niet daar waar je wilt. Het één kan niet zonder het ander.

In de discussie werden enkele aspecten genoemd waar digitaal materiaal tenminste aan zou moeten voldoen. Allereerst dat het de mogelijkheid biedt tot actueel onderwijs en tot het actueel houden van de materialen. Steeds nieuwe boeken aanschaffen is niet meer nodig, want je hebt altijd de meest actuele versie online beschikbaar. Uitgevers hoeven niet meer een hele methode aan te passen maar kunnen delen aanpassen, die niet meer actueel zijn of die achterhaald zijn vanwege nieuwe (didactische) inzichten.

Een ander belangrijk aspect is, dat het leerkrachten in staat stelt efficiënt te werken, zowel in de voorbereiding van als de uitvoering van de les. Daarnaast moet het voor de minder ervaren en vaardige leerkracht een goede basis leveren en voor de meer ervaren en vaardige leerkracht voldoende mogelijkheden en flexibiliteit bieden om naar eigen inzicht arrangementen te wijzigen of aan te vullen. Deze eigen arrangementen en materialen zouden eenvoudig opgeslagen en gedeeld moeten kunnen worden. In dit kader verwijzen we ook graag naar het verslag van een eerdere discussie: ‘Lesmateriaal volgens het maggi-pricipe’.

Ook interactiviteit is een wezenlijk aspect. Leerlingen moeten worden uitgenodigd en uitgedaagd om met het materiaal aan de slag te gaan, op onderzoek te gaan in aanvullende bronnen, te reageren, enzovoort. Koppeling met verschillende beschikbare (moderne) media is in deze tijd daarbij een must. En ruimte voor het ontdekkend en ervarend leren van leerlingen.

Leerlingen en leerkrachten aan het werk met actueel, uitnodigend, uitdagend, interactief en innovatief materiaal van hoge kwaliteit. Vol verwachting klopt ons hart waarmee de uitgevers ons op de NOT in januari verrassen!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Wiswijzer2 , @Mennovh , @uitgaca, @robertdevilee , @YFab1 , @Citowoz , @JoostWissink , @ronnyvoorhuis , @lexhupe , @Timgearz , @PascalMarcelis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!