Posts tonen met het label delen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label delen. Alle posts tonen

dinsdag 17 april 2012

Online documenten opslaan - veiligheid versus handigheid

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Wat is veiliger/beter voor leerkrachten: Google Docs, Dropbox, of nog iets anders?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Als leraar kom je in de loop van een werkweek met heel wat documenten in aanraking. En waar laat je die dan vervolgens! Je kent het wel: rondslingerende documentjes op je bureau, stapeltjes in je postvakje in de personeelskamer of in je schooltas of documenten netjes in een map. Maar ja welke map dan ook al weer …!

Dat was ‘vroeger’! Nu valt het buiten ons blikveld, want we hebben alles digitaal! (Toch?) Geen rondslingerende papieren meer op je bureau! (Heb je eigenlijk nog wel een bureau nodig in de klas?) Alle documenten zijn netjes opgeslagen op de schoolserver! Wel lastig, want daar kun je thuis niet bij. Dus belangrijke dingen ook maar even op een USB-stick of naar jezelf doormailen! Toch best omslachtig …
Geen nood! Daarvoor hebben we nu de ‘cloud’! Online je documenten maken en/of bewaren, altijd bij de hand en in veel gevallen ook nog met verschillende devices (smartphone, tablet, laptop, pc, etc.)

De volgende vraag is dan: Wat gebruik je daar voor? Tijdens de discussie kwamen er verschillende voorbij: Google Docs, Dropbox, Live@Edu, SkyDrive, Evernote, Office365, SharePoint, Zimbra, Wuala, Qaleido, Strato, Box. Keuze genoeg! Het een is gratis, het ander betaald. In het ene geval heb je meer opslagruimte dan in het andere. En zo zijn er allerlei verschillen. Elke applicatie heeft zo zijn eigen voor en nadelen. Vanuit de discussie werd duidelijk, dat niet alles in alle omstandigheden of op elk device handig is. Als gebruiker zul je dus zelf proefondervindelijk moeten nagaan wat in jouw situatie en passend bij het doel dat je hebt het best te gebruiken valt.

Wat deze applicaties gemeenschappelijk hebben, naast het feit dat ze online overal beschikbaar zijn, is de optie om documenten met elkaar te delen en/of daar aan samen te werken. Dat kan zijn als collega’s onderling, maar ook met leerlingen, ouders of deskundigen. Dat biedt allerlei voordelen ten opzichte van papieren documenten, lokaal opgeslagen documenten of het rond mailen als bijlage. Die voordelen worden nog veel te weinig benut en ingezet. Voor een groot deel waarschijnlijk ook door onbekendheid. Belangrijk dus om de kennis hierover ook weer te delen binnen de school. Maak je veel gebruik van dit soort applicaties? Vertel er eens over aan je collega’s en geef ze een demo! Laat zien en vertel wat het je oplevert!
Een schaduwkant is er ook. Dat is namelijk de vraag: Zijn al deze applicaties ook veilig en dan met name veilig gezien de inhoud van de online opgeslagen documenten? De aanbieders van deze online opslagmogelijkheden hebben ook zo hun belangen. Welke zijn dat? Wat zijn de voorwaarden om gebruik te mogen maken van hun diensten? Wat krijgen ze er voor terug? Hoe zit het met de beveiliging? Is de inhoud van de documenten afgeschermd voor zoekmachines?

Het is verstandig om jezelf dit soort vragen te stellen wanneer je gebruik gaat maken van dergelijke faciliteiten. Weet aan wie je wat toevertrouwd. Vraag jezelf ook af in hoeverre elk document geschikt is om online ergens op te slaan. Met name als het gaat om documenten waarin sprake is van persoonsgegevens en vertrouwelijke informatie is het zaak om hier zeer bewust mee om te gaan. Ook in het onderwijs geldt het recht op bescherming van persoonsgegevens. Het College Bescherming Persoonsgegevens stelt op hun website en bij mondelinge navraag, dat online opgeslagen gegevens beveiligd moeten zijn met een wachtwoord en niet vindbaar mogen zijn door zoekmachines. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de school. Die heeft dus ook de verantwoordelijkheid om na te gaan, dat waar schooldocumenten digitaal worden opgeslagen, dit op een veilige manier gebeurt.

Naast het feit, dat ieder vooral zijn of haar gezonde verstand moet gebruiken, zou een advies kunnen zijn om binnen de school in een protocol afspraken te maken over welke documenten in elk geval niet in dergelijke omgevingen mogen worden opgeslagen. Buiten die documenten om kan dan de regel van het gezonde verstand gelden. Dat laatste is een regel van alle tijden: Welke documenten neem je in je schooltas achterop de fiets mee naar huis? (Met het risico bijvoorbeeld, dat je ze onderweg verliest of in de trein laat liggen.) Wat ligt er open en bloot zichtbaar op je bureau ter inzage voor binnenwandelende ouders of leerlingen? In dat opzicht is er niets nieuws onder de zon!

Terug naar de voordelen. Een leuk voorbeeld om mee af te sluiten. Een leerkracht van groep 8 maakte met Google Docs een inschrijfformulier voor de 10-minuten-gesprekken. De opkomst steeg van minimaal naar 90%! Reden? De ouders komen niet meer naar school om hun kinderen weg te brengen en kunnen zich dus niet inschrijven. Met een digitaal formulier is die hobbel weg en de betrokkenheid in die zin weer terug! Zo éénvoudig kan het zijn! Doe er je winst mee!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @compie67 , @GuusBouwhuis71 , @serverloos , @pietvsz , @JufBica , @pwrooij , @HvanSchie , @PvanKlaveren , @trendmatcher , @Marathonkeje , @carlovharen , @Sjaboepaan , @MKnoppert , @jaap_w , @hpwork

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 29 november 2011

Verander het onderwijs, begin bij jezelf

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Verander het onderwijs, begin bij jezelf!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Vorige week vond in Lunteren de jaarlijkse i en i-conferentie plaats met als thema Morphing my School. Eén van de keynotes werd verzorgd door Michel van Ast. Hij maakte de aanwezigen deelgenoot van zijn eigen zoektocht in zijn eigen lespraktijk om het onderwijs op een andere manier vorm te geven. Hij startte met de zin: Verander het onderwijs, begin bij jezelf. Een mooie stelling voor Discussie Dinsdag!

Het lijkt een open deur. En menig coach zal het zijn cliënten voorhouden. Wacht niet af tot de omstandigheden veranderen, tot je meer tijd hebt, tot er een budget beschikbaar is, tot je collega’s ook mee willen doen, to t … Ja tot wat eigenlijk? Wanneer is het moment daar om zelf de stoute schoenen aan te trekken en ‘gewoon’ zelf aan de slag te gaan? Zijn er niet altijd allerlei redenen om maar niet te veranderen?
Misschien goed om dan eerst eens bij jezelf te rade te gaan: Waarom heb ik er voor gekozen om het onderwijs in te gaan? Wat was daarin mijn passie en is dat nog steeds mijn passie? Hoe wil ik onderwijs geven en waarom wil ik dat? Na deze bezinning komt dan de vraag: Wat kan ik zelf doen, binnen de huidige kaders en omstandigheden om dicht bij mijn passie te blijven en mijn idealen te verwezenlijken?

Concreet: Hoe kan ik mijn leerlingen hun taalles eens op een andere manier laten doen, waarbij ze toch aan dezelfde doelen werken en misschien wel méér dan dat? Hoe kan ik mijn instructie eens op een andere manier vormgeven? Hoe kan ik leerlingen echt laten communiceren in het Engels in plaats van ze droog te laten oefenen? Hoe betrek ik alle leerlingen concreet en actief bij het onderwerp van mijn lessen? Hoe kan ik ze laten samenwerken?

Een paar voorbeelden uit de discussie: het gebruik van Skype en eTwinning tijdens de les Engels, het laten maken van een samenvatting van een hoofdstuk met behulp van Linoit bij Wereldoriëntatie en het project Reisbureau Beartravel, dat zelf internationaal in de prijzen viel! En zo zijn er nog tal van voorbeelden te noemen uit de dagelijkse praktijk.

Tijdens de discussie werd echter ook duidelijk, dat het gemakkelijker is gezegd dan gedaan. Leraren, lerarenondersteuners en ICT-coördinatoren die alles doen wat ze kunnen om collega’s enthousiast te krijgen voor het gebruik van ICT in hun les. Die kant en klare materialen delen, maar het wordt niet opgepikt. Leuke project-ideeën, maar niemand is er voor te porren.
En dan de bekende verzuchtingen: We moeten al zoveel als school en dan moeten we ook hier nog mee aan de slag. Waar moet ik die tijd vandaan halen? Als er geen budget voor is of extra uren, dan begin ik er niet aan! Laat ze eerst maar eens zorgen, dat die computer het fatsoenlijk doet! Zolang ik wordt afgerekend op toetsen, ga ik niet experimenteren!

Michel van Ast vergeleek het in zijn eerder genoemde keynote met een ‘scrum’, een horde rugby-spelers die boven op de bal duiken. Probeer je daar maar eens met de bal aan te ontworstelen! Er komt heel wat op leraren af. Er moet van alles van het ministerie en de inspectie, je wordt afgerekend op behaalde resultaten, het hele onderwijssysteem is gebaseerd op werken met methoden, alle administratieve rompslomp, alle extra activiteiten waar je aan geacht wordt mee te doen en de vergaderingen die je dient bij te wonen. Probeer je daar maar eens aan te ontworstelen en te zeggen dat jij het lekker anders gaat doen! Ook dat is de realiteit!

En toch: het kan! Er zijn voorbeelden genoeg die dat bewijzen. Door kritisch naar jezelf te kijken sta je open voor ontwikkeling. Als je je eigen weerstanden opzij zet ga je groeien. Maar het gaat niet zonder slag of stoot. Het vraagt om keuzes maken, want je kunt het inderdaad niet allemaal. Dus: Ik volg wel de doelen van de methode, maar kies mijn eigen werkvormen en lesactiviteiten. Dat hoeft niet per definitie meer voorbereidingstijd te kosten en dat hoeft geen extra geld te kosten. Het vraagt om het inzetten van ICT geïntegreerd gebruikt als middel en niet als doel. Het vraagt om minder praat-vergaderingen en meer doe-vergaderingen. Niet meer, maar anders dus! Uit je comfortzone stappen en uitdagingen aan willen gaan, leren door experimenteren.

En ook belangrijk: Deel wat je doet, maar heb daar niet direct verwachtingen bij. Jij doet het, omdat je er in gelooft, omdat je de leerlingen beter kunt activeren en motiveren! Dat moet je steeds voor ogen houden. Als 'voortrekker', aanjager moet je ook 'incasseerder' zijn. Veel geven betekent zeker niet ook veel nemen. Dat voelt niet altijd prettig, maar gemotiveerde leerlingen maken een hoop goed! En: incasseren=investeren! Maak jezelf geen 'slachtoffer' van het systeem!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @J_Karstens , @GUPAGEBO , @compie67 , @Sjaboepaan , @warempel , @florinablokland , @Kajrietberg , @daniellekooistr , @devlies , @Onderwijsin2015 , @jong_leren

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 31 augustus 2010

Lesmateriaal volgens het Maggi-principe: een beetje van jezelf en een beetje van de uitgever.

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Scholen moeten investeren in eigen lesmateriaal in plaats van dure methoden.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

In de dagen voorafgaand aan de discussie trok het onderwerp de aandacht. Het leeft blijkbaar en is dus een discussie waard. Jaarlijks geven scholen veel geld uit aan lesmethoden, bijbehorend verwerkingsmateriaal en de licenties voor de eventuele software. Is dat terecht of kan het geld ook anders worden besteed?

Eigen materiaal ontwikkelen
Enkele leerkrachten en docenten brachten in, dat ze goede ervaringen hebben met het zelf ontwikkelen van lesmateriaal. Het stimuleert je eigen creativiteit en zorgt voor meer betrokkenheid. Je bent echt met je vak bezig. Vaak blijkt, dat leerkrachten die puur vanuit methodes lesgeven het zicht op de doelen kwijtraken en de leerlijnen minder in hun hoofd hebben. Eigen materiaal ontwikkelen dwingt je om je hier weer in te verdiepen.
Ook lijkt er meer aandacht te zijn voor de individuele behoefte van leerlingen doordat lesmateriaal beter op het niveau van de leerling wordt afgestemd. Verder is met eigen materiaal beter aan te sluiten op de actualiteit en op de visie van de school.

Tegelijk werd ook opgemerkt, dat bijvoorbeeld jonge leerkrachten aangeven veel steun aan de methode te hebben en eigenlijk niet zonder kunnen. Zegt dat iets over hun opleiding, hun competenties, hun creativiteit of zijn ze slachtoffer van het systeem dat we nu eenmaal hebben in Nederland? Wat maakt Nederlandse leerkrachten en docenten anders dan bijvoorbeeld hun Engelse collega’s, die nauwelijks kant-en-klare methoden kennen en zelf wel materialen móeten ontwikkelen?

Materiaal delen
Vervolgens diende ook de vraag zich aan, wat er met het ontwikkelde materiaal gedaan wordt. Houdt de maker het voor zichzelf of voor de school? Wordt het gedeeld binnen het eigen cluster, de stichting of vereniging of wordt het openbaar beschikbaar gesteld? Wat is dan het meest geschikte platform daarvoor? Hoe zit het met auteursrechten of wordt er gebruik gemaakt van Creative Commons?
Er zijn al verschillende initiatieven geweest rond communities en platforms, maar telkens is de animo beperkt en komt het niet of moeizaam van de grond. Ook de kwaliteit van het materiaal laat in veel gevallen te wensen over. Lees bijvoorbeeld de ervaring van Rick. Nu zullen er ongetwijfeld ook tegenovergestelde verhalen te vertellen zijn, maar het is zeker een punt van aandacht.

Vaardigheden om zelf te ontwikkelen
Door verschillende discussie-deelnemers werd opgemerkt, dat het ontwikkelen van eigen materialen de nodige vaardigheden vraagt. Zijn leerkrachten en docenten in staat om eigen lesmaterialen te ontwikkelen, rekening houdend met een doorgaande lijn en de kerndoelen? Hoort dat bij zijn of haar professie of is het echt een vak apart, dat je aan de uitgeverijen moet overlaten, die daarvoor opgeleide mensen in dienst hebben?

Kwaliteit
Daarmee komen we bij het punt van de kwaliteit en de bewaking daarvan. Bij methoden ontwikkeld door een uitgeverij tref je vaak een uitgebreide verantwoording aan met didactische en pedagogische uitgangspunten. Daarnaast een overzicht van de leerlijn, de doelen en de koppeling aan door de overheid vastgestelde kerndoelen. Scholen, die hun eigen materialen gaan ontwikkelen, zullen ook dat stuk serieus op moeten pakken om hun onderwijs te verantwoorden. Zowel het ontwikkelen van de materialen als de verantwoording, borging en kwaliteitsbewaking kosten veel tijd en expertise. Het is de vraag of scholen dan daadwerkelijk goedkoper uit zijn en of de baten opwegen tegen de kosten.

Samenwerken
De gedachte, die bij verschillende discussie-deelnemers instemming vond, was het Maggi-principe: Een beetje van de uitgever en een beetje van jezelf. Laat de uitgevers doen waar ze goed in zijn: leerlijnen opstellen en kwalitatief goede materialen ontwikkelen, die voldoen aan de kerndoelen. Deze kunnen beschikbaar gesteld worden via een platform waar leerkrachten en docenten zelf hun lessen arrangeren op basis van hun eigen professie: onderwijs op maat geven. Binnen een dergelijk platform zou ruimte moeten zijn om ook eigen materialen toe te voegen en te delen.
Scholen zouden alleen moeten betalen voor dat wat wordt gebruikt en per leerling. Dit in tegenstelling tot nu, waarbij delen uit de methode worden overgeslagen, verwerkingsmateriaal ongebruikt blijft en computerprogramma’s soms amper gebruikt worden. Het geld, dat zo bespaard kan worden, kan door scholen besteed worden aan een goede infrastructuur en apparatuur en aan professionalisering.

Faciliteren
Scholen zouden een vast percentage van de niet-lesgebonden uren kunnen reserveren voor het arrangeren van lesmateriaal. Ook werd het idee genoemd om oudere leerkrachten en docenten, die wat minder voor de klas willen mede hiervoor in te zetten. Vanuit hun jarenlange ervaring kunnen ze een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de lesmaterialen. Er bestaan diverse scholingsmogelijkheden om ze daar extra voor te kwalificeren.
Daarnaast kan ook betere samenwerking binnen het verband waar de school deel van uit maakt de nodige winst opleveren door bijvoorbeeld bovenschoolse vakgroepen in het leven te roepen en te werken vanuit een gezamenlijke visie.
Ook is het de moeite waard eens stil te staan bij de rol van leerlingen zelf, zoals o.a. gebeurt in het Freinet-onderwijs. Lees in dit kader ook eens het artikel “Leerlingen maken binnenkort hun eigen lesmateriaal”.

Lef
Het zou mooi zijn wanneer ontwikkelaars van lesmethoden op deze manier beter gaan samenwerken met onderwijsgevenden, ieder vanuit zijn of haar eigen expertise. Daarmee zou een belangrijke stap gezet worden richting eigentijds en passend onderwijs. Het vraagt van een uitgever veel lef, administratieve en juridische rompslomp en risico's op auteursrechterlijk gebied. Maar de praktijk leert inmiddels dat het kan! Zo meldt uitgeverij Edu’Actief , dat het hier al mee bezig is en ook een website als Arrangeren doe je zo, komt al een eind in de richting.
Wanneer er meer initiatieven zijn van uitgeverijen, dan horen we dat natuurlijk graag!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blog.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 30 maart 2010

Delen van lesmateriaal - Komt het ooit van de grond?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Het delen van lesmateriaal zal in Nederland nooit van de grond komen”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Het internet biedt diverse mogelijkheden om lesmateriaal, in welke vorm dan ook te delen. Er zijn diverse platforms ontwikkeld al dan niet gesubsidieerd vanuit de overheid. Maar weten leerkrachten en docenten ze te vinden? Zijn ze alleen geïnteresseerd in het halen van materiaal of delen ze zelf ook hun materiaal met anderen? Hoe komt het dat sommige platforms of initiatieven niet van de grond komen?

De deelnemers aan de discussie brachten hiervoor zaken naar voren, die hier in meespelen:

Motivatie van de leerkracht / docent
Waarom zou je je materiaal met anderen gaan delen, terwijl jij er zoveel tijd in het gestoken? Wat krijg je er voor terug? In de praktijk blijkt dat voor veel mensen en argument om materiaal zelf te houden. Het feit dat je het zelf ook prettig vindt om materiaal van anderen (her) te gebruiken, weegt daar onvoldoende tegen op.
Zelfs binnen scholen kom je tegen, dat leerkrachten graag gebruik maken van wat een ander heeft gemaakt, maar zelf geen bijdrage leveren. Bij hen, die wel tijd steken in het maken van materiaal komt dan een keer het moment waarop hij of zij zegt: ik hou het in het vervolg voor mijzelf. Delen moet een win-win-situatie zijn. Iets daarvan zie je ook bij Klascement: Brengen levert punten op en halen kost punten. Een extra prikkel in de vorm van een beloning maakt mensen eerder bereid.

Vaardigheden
Is iedere leerkracht en docent in staat om zelf goed lesmateriaal te ontwikkelen? Of is hij of zij meer geïnteresseerd in aanvullingen op de les in de vorm van tools, animaties of filmpjes. Bij Wikiwijs wordt de arrangeertool meer gebruikt dan de contentbuilder, zo bracht een deelnemer aan de discussie in. Is daaruit de conclusie te trekken, dat we het arrangeren aan de leerkracht moeten overlaten en de het ontwikkelen van content aan de specialist? Immers elke docent is toch ook geen auteur bij een uitgeverij? Het zijn twee verschillende competenties, die apart aandacht moeten krijgen in de opleiding van docenten en leerkrachten.
“Lesmateriaal maken is een creatief proces. Sleutelwoord daarbij: durven. Leren, selecteren, verbinden, aanpassen en delen. Dat leidt tot creativiteit in je les en leerlingen merken dat.” Aldus het artikel Creativity in Education.

Kwaliteit
Op veel websites waar lesmateriaal te vinden is laat (een deel van) het materiaal kwalitatief te wensen over. Niet alles wat je van internet plukt is zomaar te gebruiken in je les. Misschien wel van waarde voor de maker zelf, maar lang niet altijd door derden.
De beheerders van website en portals zouden er goed aan doen meer te gaan voor kwaliteit, dan kwantiteit. Screen het ingestuurde materiaal op basis van een aantal duidelijke kwaliteitskenmerken of laat bezoekers van de website dat doen. Scheidt het kaf van het koren. Neem daarbij ook de copyright mee als criterium. Een goede aanzet is de Handreiking Kwaliteit digitaal leermateriaal van Kennisnet.

Overzicht
Weten de leerkrachten en docenten zich een weg te banen door het woud van websites, portals en platforms? Wat is goed en wat niet? Een snoeibeurt zou niet verkeerd zijn. Ook bundeling van krachten kan de kwaliteit ten goede komen. Of wellicht meer gericht zijn op een specifieke doelgroep en niet alles willen aanbieden. Zorg dat de gebruiker weer overzicht krijgt!
Universaliteit
Niet alle scholen hebben dezelfde onderwijsvisie. Daarom is niet elk materiaal voor elke leerkracht geschikt. Je zult op basis daarvan materiaal dat je hebt gedownload weer moeten screenen en aanpassen. Het zou helpen, wanneer content meer universeel is en ook makkelijk aan te passen aan de eigen situatie. Meer het accent op het delen van formats en sjablonen, die je zelf kunt aanpassen en invullen.

Zal het delen in Nederland ooit goed van de grond komen? Wie het weet mag het zeggen. Er over discussiëren helpt om de zaken scherp te krijgen. Waarom willen we delen en hoe zorgen we dat het voor iedereen rendement heeft en vooral ook de kwaliteit van het onderwijs bevordert?

Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zijn terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!