Posts tonen met het label professionalisering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label professionalisering. Alle posts tonen

maandag 15 juli 2013

Diploma uitreiking i-Coachgroep D4W

Op woensdag 3 juli was de diploma-uitreiking van de i-Coachgroep D4W (Stichting P.C.P.O. De Vier Windstreken). De uitreiking vond plaats op basisschool De Regenboog uit Reeuwijk. In mei van dit jaar stond hierover al een stuk in het infoblad van De Vier Windstreken over de i-Coachopleiding.

 
 
Een i-Coach is dé persoon op school die de verbinding legt tussen onderwijs en het gebruik van ICT als hulpmiddel. De opleiding bestaat uit 4 modules (totaal 6 bijeenkomsten), waarin veel praktijk en op school gerichte opdrachten centraal staan. Een belangrijk onderdeel van de opleiding is het werken vanuit een visie. Samen met het schoolteam moeten de deelnemers een visie op onderwijs en ict formuleren en hier uiteraard mee aan de slag gaan. 
  
De middag begon met het spelen van het door Station to Station ontwikkelde "4 in balansspel". Dit spel heeft als doel om informatie uit te wisselen en om de interactie met elkaar aan te gaan rondom onderwijs met ICT en alles wat je in de praktijk tegen komt. Na het spel volgde de diploma-uitreiking, waar hieronder een foto en een stuk uit het infoblad (juli) van De Vier Windstreken van is te zien.
Bij deze willen wij Rianne, Maaike en Daniëlle feliciteren met het behalen van hun diploma. Helaas kon Roeland van Wingerden door privé omstandigheden de opleiding niet afmaken.

Veel succes volgend jaar en een fijne vakantie toegewenst!

NB. Neem voor meer informatie voor het starten van een groep op uw eigen locatie contact met ons op E-mail: info@stationtostation.nl of Telefoon: 0348-446963

dinsdag 30 oktober 2012

Professionele leraren gevraagd!

Op onderzoek met de tablet!
Wat kunnen we er mee in de klas?
Ontwikkelingen op het gebied van innovatie, ICT en onderwijs gaan hard! Je moet het maar allemaal bij kunnen benen, het je eigen kunnen maken en het dan ook nog eens kunnen toepassen in je eigen school of klas. En dat dan naast alle andere ontwikkelingen op andere terreinen. Dat vraagt nogal wat van de leraar! Wat vraagt de leraar in dat opzicht van zichzelf? Wat vraagt de school van hem? En het bestuur? Deze spelen daarin elk een rol. Vraag is of professionalisering ook in voldoende mate professioneel wordt aangepakt. Wie heeft daarin de regie? Is er sprake van een scholingsbeleid? Hoe worden ieders belangen daarin afgewogen, meegenomen en serieus genomen?

proefschrift
Op 12 oktober j.l. promoveerde Iris Windmuller aan de Open Universiteit op haar proefschrift met de titel ‘Versterking van de professionaliteit van de leraar basisonderwijs’. In haar proefschrift geeft zij aan, dat je als leraar te maken hebt met veel maatschappelijke ontwikkelingen en een snel veranderende maatschappij. Ik mis daarbij de nieuwe inzichten op het gebied van didactiek, pedagogiek, etc. Omdat wij ons op dit edublog met name bezighouden met ICT en innovatie binnen het onderwijs, zouden we ook de ontwikkelingen op dat terrein aan het lijstje willen toevoegen.

drie niveaus
De vraag in het zeer boeiende proefschrift is, wat dit betekent voor de professionaliteit van de leraar. Windmuller geeft aan, dat op verschillende niveaus getracht wordt de professionaliteit te versterken: vanuit de politiek, vanuit besturen en  op schoolniveau. Deze niveaus hangen uiteraard nauw met elkaar samen. Opvallend hierbij is, dat de leraar zélf niet als apart niveau wordt beschreven, terwijl dat toch degene is om wie het draait en ook degene is die invloed heeft op zijn eigen ontwikkeling.

houding
Wat betreft de eigen rol van de leraar kijkt Windmuller naar de houding die nodig is bij de leraar: “Van leraren wordt verwacht dat zij zich blijvend ontwikkelen en dat zij voortdurend gericht zijn op de verbetering van hun onderwijs. We zien daarbij een verschuiving in de opvattingen over de wijze waarop leraren zich optimaal kunnen ontwikkelen en de wijze van professionalisering (Van Veen et  al.,  2010). Er is steeds vaker aandacht voor meer structurele vormen van ontwikkeling van leraren, waarbij steeds minder externe cursussen gevolgd worden, maar steeds vaker toegepaste  kennis  ontwikkeld wordt op de werkvloer, samen met collega’s.  De rol van interactie tussen leraren wordt daarmee steeds belangrijker: samenwerken, ideeën uitwisselen, elkaar feedback geven, probleem  oplossen, zelf kennis ontwikkelen en onderzoeken worden belangrijker in de uitoefening van het beroep. Dit vraagt om andere kennis, andere vaardigheden en een andere houding van leraren.  Een  houding die getuigt van voortdurend in ontwikkeling willen blijven, willen verbeteren en kritisch willen zijn op het eigen handelen.” (pag. 338)

Windmuller komt in een analyse van de resultaten van haar onderzoek op vier verschillende scholen met een aantal belangrijke componenten van een professionele leraar. Een opsomming met een vertaling naar de inzet van ICT binnen het onderwijs:
  • Professionele nieuwsgierigheid
    Weet je welke ontwikkelingen er gaande zijn op het gebied van ICT-middelen? Ben je benieuwd hoe het werkt, wat je er mee kan en hoe het jou en jouw leerlingen kan helpen?
  • Verbeteren van de eigen praktijkWelke ICT-middelen zet je in? Met welk doel? Hoe organiseer je dat? Wat zijn de effecten en resultaten?
  • Kennis en ervaring uitwisselenBespreek je met collega's hoe jij ICT inzet? Ben je nieuwsgierig naar hún ervaringen?
  • Reflectie en reflectieve houdingWelke effecten zie je van de inzet van ICT in je onderwijs? Wat was daarin jouw eigen rol? Welke processen speelden er mee? Hoe reageerden de leerlingen? Wat ging goed en wat had anders gemoeten?
  • Onderzoeken en onderzoekende houdingHeeft de inzet van ICT daadwerkelijk effect op de leerresultaten van je leerlingen? Waren er effecten op het gebied van de motivatie? Zijn er bepaalde voorwaarden waar aan voldaan moet worden? Welke middelen zijn wel en welke niet geschikt? Zijn er daarbij ook verschillen tussen leerlingen?
  • Professionele autonomieHoe neem jij je verantwoordelijkheid om jezelf te ontwikkelen als professional op het gebied van inzet van ICT-middelen? Wat kunnen de leerlingen en de school van jou verwachten?
de kip of het ei
Een belangrijke en interessante kip-ei-vraag die boven komt drijven bij Windmuller is deze: Zorgt een professionele cultuur op school met de juiste condities er voor dat leraren zich professioneler gaan gedragen en een meer professionele houding innemen? Of zorgt een team met voldoende leraren met een professionele houding en professioneel gedrag er voor, dat er een professionele cultuur ontstaat op school en daarom ook de noodzaak wordt gevoeld om de juiste condities te scheppen.

diepgang
Een opvallend citaat: “Wat opvalt is dat op alle scholen leraren aangeven zeer bereid te zijn om te leren en hun professionaliteit te versterken. De aanleiding waardoor leeractiviteiten  plaatsvinden is  veelal een probleem waartegen leraren aanlopen in de dagelijkse praktijk. Op sommige scholen zijn er meer structuren vastgelegd om tot bijvoorbeeld reflectie en onderzoek te komen. De diepgang waarmee activiteiten plaatsvinden is nog zeer verschillend. Directeuren geven aan dat daar nog winst te behalen is.” (pag.244)
Met andere woorden: Leraren lijken de neiging te hebben vooral op de korte termijn te denken: Ik loop nu ergens tegen aan en daarvoor zoek ik een oplossing. Bredere inbedding in visie en beleid en het plannen van de eigen ontwikkeling over een langere periode lijkt bij veel leraren te ontbreken. Het zelf bijhouden van een bekwaamheidsdossier met daaraan gekoppeld POP- of ontwikkelgesprekken zijn dan een aanrader. Het biedt de directie en leraren de mogelijkheid om samen gericht in gesprek te gaan over de professionele ontwikkeling, niet alleen op de korte maar ook op de lange termijn. Naast een professionele houding daarbij is ook structuur en begeleiding nodig: “Leraren zijn hbo-practici die niet  gewend zijn om in ongestructureerde contexten zelf hun weg te vinden, terwijl innovatie en onderzoek vaak juist onzekerheid met zich meebrengen.” (pag.262) Besturen en scholen doen er goed aan daar dus in te investeren! “Het gaat er dan om of de school aan de professional de gelegenheid en de faciliteiten biedt om tot ‘leren’ te komen en een cultuur heeft die dit leren stimuleert.”(pag.338)

Iris Windmuller komt daarvoor op alle eerder genoemde niveaus met concrete aanbevelingen. Voor bestuurders, directeuren en leraren een aanrader om deze tot zich te nemen, en belangrijker nog, er mee aan de slag te gaan!

advies en ondersteuning
Wilt u op uw school aan de slag met een digitaal bekwaamheidsdossier (in het kader van de wet BIO) of wilt u aan de slag met innovatie door (effectievere) inzet van ICT-middelen? Als Onderwijsadviseurs van Station to Station / KPN Onderwijs staan we u graag ter zijde. We hebben volop mogelijkheden om u vanuit onze ruime kennis en ervaring op het gebied van onderwijs en ICT te ondersteunen. Lees bijvoorbeeld eens onze informatie over Vakkennis op Peil. Zowel voor besturen, directies, schoolteams als individuele leerkrachten kunnen we advies- en begeleidingstrajecten aanbieden.
Neem vrijblijvend contact met ons op, bel 0348- 44 69 63, mail naar info@stationtostation.nl of via het contactformulier.

dinsdag 13 maart 2012

Draagt Registerleraar.nl bij aan de kwaliteit van ons onderwijs?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Registerleraar.nl draagt bij aan de kwaliteit van ons onderwijs!”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Onlangs ging de website Registerleraar.nl van start. Leraren kunnen zich hier vrijwillig registreren. “Registratie in het lerarenregister toont aan dat u actief werkt aan uw professionele ontwikkeling als leraar. Als Registerleraar versterkt u uw positie als lesgevende professional binnen het onderwijs. Ook laat u zien welke activiteiten u onderneemt om uw vakkennis te onderhouden. Zoals vakdagen en cursussen. Als leraar beheert u zelf uw gegevens.”  aldus de website. Via een zoekformuliertje is openbaar per school na te gaan welke leraren zich geregistreerd hebben. “De leraar heeft altijd de mogelijkheid het overzicht van zijn activiteiten in het kader van professionele ontwikkeling al of niet zichtbaar te maken voor zijn school.” aldus het reglement. Je bepaalt dus zelf welke informatie je verder openbaar wilt maken.

Waarom dit register? Doel is met name, dat leraren gestimuleerd worden zich te blijven ontwikkelen en hun bekwaamheid daarmee op peil te houden. Sinds 1 augustus 2006 is de Wet op de Beroepen in het Onderwijs (wet BIO) van kracht. Sinds die tijd moeten scholen bekwaamheidsdossiers bijhouden van de leraren. Registerleraar.nl kan daar een hulpmiddel bij zijn.

Tijdens de discussie hier over bleek, dat er wel wat kanttekeningen te plaatsen zijn:

De verplichting van het bijhouden van een bekwaamheidsdossier is er al heel wat jaren. Alle scholen zullen ongetwijfeld van elke leraar een dossier hebben met zijn/haar diploma’s. Maar wordt deze nadat de benoeming een feit is ook verder bijgehouden? Worden in de loop der jaren nieuwe diploma’s, getuigschriften en certificaten aan het dossier toegevoegd? Wie neemt daartoe het initiatief; de leraar of de directeur?

Veel hangt af van je eigen motivatie als leraar om bij te blijven. Neem je zelf daarvoor initiatieven? Als dat het geval is, wat voegt een register daar dan aan toe? Immers de winst is toch, dat je vanuit een eigen behoefte nieuwe kennis hebt opgedaan en daar in de praktijk je winst weer mee kunt doen. Bedenken welke ambities je hebt  en daarover in gesprek gaan met je directeur zijn in je eigen belang. Het vastleggen daarvan in een dossier is dan alleen maar een formaliteit.
Neem je zelf geen initiatieven dan is de vraag of een register je dan over de streep trekt. Immers de verplichting om een dossier bij te houden is er nu ook al en dat stimuleert in veel gevallen nu ook al niet. Het staat en valt toch met de intrinsieke motivatie.

En dan de vraag: wat gebeurt er met de informatie in het dossier? Komt het bij ontwikkelgesprekken, voortgangsgesprekken of beoordelingsgesprekken ook op tafel en wordt daarbij een relatie gelegd tussen de visie en de ontwikkeling van de school enerzijds en de ontwikkeling van de leraar anderzijds? Of wordt het ter kennisgeving aangenomen? Hier ligt dus een belangrijke taak voor de directeur als onderwijskundig leider en kwaliteitsbewaker van de school. Dat gebeurt immers ook met bijvoorbeeld de informatie in het leerlingvolgsysteem?

Wordt de leraar vanuit deze gesprekken ook gestimuleerd om een nascholingstraject te volgen en wordt hij of zij daar ook voor gefaciliteerd? Op welke wijze komt dit vervolgens weer terug in het dossier? Ook vanuit de inspectie is dit steeds meer een punt van aandacht.

En dan nog de praktijkervaring: Hoe Ik ken mensen met zeer veel ervaring en grote deskundigheid, zonder dat ze daarbij een diploma of certificaat kunnen overleggen. Weinig papier, maar veel ervaring en kennis. Hoe maak je dat zichtbaar in een dossier of register? Aanvullende instrumenten zouden daarbij kunnen helpen. Denk aan bijvoorbeeld het resultaat van een 360 graden-feedback, wat een beeld geeft hoe collega’s, ouders en leerlingen tegen je aan kijken in relatie tot het beeld dat je hebt van jezelf. Dan nog blijft praktijkervaring moeilijk te vatten.

Nu is er in het regeerakkoord wordt gesproken over prestatiebeloning in het onderwijs. Moeten we dat dan aan het bekwaamheidsdossier koppelen? Bij de staking rond Passend Onderwijs bleek dat leraren over het algemeen niets zien in prestatiebeloning. Bovendien is het effect van prestatiebeloning ook discustabel en zitten er veel haken en ogen aan.
Wellicht dat het punt van de beloning ook de reden is, dat er in het onderwijs nog steeds over dit soort zaken gepraat wordt, waar het in het bedrijfsleven al lang gemeengoed is.

Het verhaal wordt anders wanneer je van plan bent te gaan solliciteren. Dan is een bekwaamheidsdossier wél van belang. Je CV, inclusief scholing en opleiding, is in veel gevallen toch een eerste kennismaking tussen een bestuur en jou als leraar. Het kan het verschil maken tussen wel en niet uitgenodigd worden voor een gesprek. Een goed LinkedIn-profiel kan overigens ook een prima visitekaartje zijn!

Binnen een stichting, vereniging of samenwerkingsverband kan een digitaal bekwaamheidsdossier echter ook voordelen opleveren. Door in kaart te brengen wie op welke school welke expertise heeft, kunnen leerkrachten bij vragen snel in contact komen met een collega op een andere school om een beroep te doen op zijn of haar expertise. Op die manier wordt kennis en ervaring breder gedeeld en ook ingezet buiten de eigen schoolmuren. Dit is enerzijds een stimulans voor de leraar, omdat er gebruik wordt gemaakt van zijn knowhow en anderzijds kostenbesparend voor de collega-scholen. Uiteraard werkt dat alleen wanneer de betreffende leraar daar voor gefaciliteerd wordt. Komt het er als extra bij, dan zal hij snel afhaken!

Tot slot: Het gaat niet zozeer om het middel, maar veel meer om het doel dat je hebt. Creëer geen regels, maar ruimte! En heb aandacht voor de al het andere binnen de school. Gekwalificeerd personeel is belangrijk, maar goed lesmateriaal, goede voorzieningen, ruimte voor leerlingen die extra aandacht nodig hebben en behapbare aantallen leerlingen per groep en tijd voor nakijkwerk en gesprekken zijn minstens zo belangrijk. De som van deze delen is meer dan de delen afzonderlijk!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @ictvliedberg , @GuusBouwhuis71 , @Wiswijzer2 , @Sjaboepaan , @Riaanlous, @anthonyvdzande

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 12 juli 2011

Leerkracht verantwoordelijk voor zijn eigen scholingsbudget

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Maak de leerkracht verantwoordelijk voor zijn eigen scholingsbudget!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Eigenlijk is scholing niet het juiste woord en moeten we spreken van professionalisering. Dat is breder en heeft naast trainingen, workshops en opleidingen ook betrekking op bijvoorbeeld onderling kennis delen, beurzen, vakbladen en boeken.

Op veel scholen gaat er het nodige aan tijd en geld in teamscholing zitten bijvoorbeeld rond een bepaalde onderwijskundige verandering. Daarnaast zijn er individueel leerkrachten, die hun directie of bestuur toestemming vragen voor het volgen van een cursus of opleiding. Soms is dat gerelateerd aan waar de school mee bezig is, soms ook aan eigen interesse of ambities. Tegelijk zijn er ook leerkrachten, die daar niet zelf initiatief in nemen. Soms wordt dat door de directie bespreekbaar gemaakt, maar lang niet altijd. Er blijkt vaak ook veel onduidelijkheid te bestaan over de mogelijkheden die er zijn.

Wat nu als elke leerkracht een eigen budget zou krijgen elk jaar voor professionalisering? Tijdens de discussie hierover gaven verschillende deelnemers aan, dat dit een goede optie is. Wel werd er opgemerkt, dat een deel van het budget besteed zou moeten worden aan teamtrainingen geïnitieerd vanuit de school en een ander deel dan een persoonlijk budget zou kunnen worden.

Wanneer leerkrachten zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen budget kan dat verschillende voordelen bieden. Ze worden zo gedwongen na te denken over een zinvolle besteding hiervan. Als school kun je als voorwaarde stellen, dat de besteding van het budget gerelateerd moet zijn aan de visie van de school en de speerpunten waaraan vanuit het beleidsplan gewerkt wordt. Daar moeten duidelijke afspraken over gemaakt worden en kaders gesteld.

Door met elkaar in gesprek te gaan om bijvoorbeeld na te gaan of andere leerkrachten ook interesse hebben in een bepaalde training kun je er voor zorgen, dat je eigen budget niet in één keer op is. Ook kan het de moeite lonen om te bekijken of door betere kennisdeling, bijvoorbeeld met leerkrachten van andere scholen binnen de vereniging of stichting, een training door externen wellicht overbodig is. De budgetten kunnen dan echt ingezet worden voor die zaken waar echt sprake is van een hiaat in kennis, vaardigheden of competenties. Dit concept zou dus een belangrijke impuls kunnen geven aan een dialoog binnen het team over de visie van de school, aan de kwaliteit van de professionalisering van de leerkrachten en recht doen aan reeds aanwezige kennis, vaardigheden en competenties en het onderling delen kunnen stimuleren.

Ingebracht werd nog, dat de directeur of het bestuur bugdetverantwoordelijk is, ook voor scholingsbudgetten. Dat is natuurlijk ook zo. Zij zijn en blijven eindverantwoordelijk. Ook als leerkrachten de verantwoordelijkheid zouden krijgen over hun eigen professionaliseringsbudget, dan hebben ze geen carte blanche. Ze moeten de besteding kunnen verantwoorden vanuit de gemaakte afspraken zoals we die eerder genoemd. In die zin blijft de directie dus altijd eindvernatwoordelijk.

Na afloop van de discussie sloeg ik de CAO er nog eens op na. Daarin wordt in verschillende paragrafen aandacht besteed aan professionalisering:
  • “Het beschikbare budget voor professionalisering wordt verdeeld in een collectief deel en een persoonlijk ontwikkelingsbudget. De verdeling behoeft de instemming van de P(G)MR.” Daarbij wordt aandacht besteed aan “de beoogde ontwikkelingsdoelen van de organisatie en het daarvoor bedoelde collectieve deel van het budget” en “de beoogde ontwikkelingsdoelen van de werknemers en het daarvoor bedoelde persoonlijk ontwikkelingsbudget”. Aandacht dus voor zowel de belangen van de organisatie als die van de werknemer.
  • Elke vier jaar wordt er een Persoonlijk Ontwikkelingsplan opgesteld of geactualiseerd. Daarin worden ook afspraken vastgelegd over de te besteden tijd aan professionalisering en ontwikkeling en het beschikbare budget. Ook de belangen van de organisatie enerzijds en de werknemer anderzijds worden daarin onderling afgestemd.
Dit sluit dus in feite helemaal aan op de stelling. De mogelijkheden zijn er dus gewoon. Het komt er dus op aan dit binnen de school goed te organiseren!

Uit de Nationale Onderwijsmonitor 2010 bleek, dat 67% van de leerkrachten niet bekend is met het professionaliseringsbudget. Van de hoogte, namelijk €500-€600 p.p., was 87% niet op de hoogte. Dat gold ook voor 17% van de leidinggevenden. Daar hebben we dan bij dezen wat aan gedaan!
In dit onderzoek kwam ook naar voren, dat leerkrachten voor praktische trainingen en workshops willen en het liefst in groepsverband. En terecht natuurlijk!

Uit dit onderzoek kun je concluderen, dat de CAO ofwel onvoldoende gelezen ofwel onvoldoende nageleefd wordt. Of is het een kwestie van interpretatieverschillen? Goede communicatie en voorlichting hierover lijkt op zijn plaats! Dat is zowel in het belang van de school als de leerkracht zelf. Duidelijke afspraken over eigen ambities en interessegebieden, noodzakelijke bijscholing en de ontwikkeling van de school als organisatie samen vastleggen in persoonlijke ontwikkelingsplannen zoals de CAO het beschrijft, maakt de leerkracht verantwoordelijk voor zijn eigen loopbaan. Belangrijke vraag die dan nog rest: Wil de leerkracht dat eigenlijk wel? Een mooi onderwerp voor de eerste teamvergadering na de zomervakantie! Ik zou zeggen: Leerkrachten lees de CAO en grijp je kans!

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je nog enkele bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf nog aanvullende opmerkingen, ideeën of ervaringen? Reageer op dit blog!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @michelboer , @Helikon , @MvandeVrie , @Sjaboepaan , @henkheurter , @FransDroog , @See_Genius , @GUPAGEBO

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!