Posts tonen met het label instructie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label instructie. Alle posts tonen

dinsdag 28 september 2010

Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Al in één van de eerste edities van Discussie Dinsdag bespraken we het digibord. We spraken toen over de implementatie van het digibord. Verschillende haken en ogen, maar ook mogelijkheden en onmogelijkheden kwamen aan de orde, ook in latere discussies. En ook in andere artikelen op dit Edublog hebben we er aandacht aan besteed.

Worsteling
Nog steeds worstelen veel scholen met de inzet van deze borden, en inmiddels ook de touchscreens. Lopen we langs lokalen met daarin een digibord, dan zien we grote verschillen. De ene leerkracht heeft hem nauwelijks aan, de ander schrijft er op en laat zo nu en dan een filmpje of een plaatje zien en weer een ander is er voortdurend mee in de weer. Gaan we met deze leerkrachten in gesprek, dan krijgen we allerlei aspecten te horen, die een rol spelen.

Relevante aspecten
Allereerst de techniek. Voor de één een uitdaging, voor de ander een belemmering. Ben ik de techniek de baas of de techniek mij? Wat kan er mis gaan en reageer ik daar vervolgens op? Daarnaast kennis en vaardigheid. Weet ik hoe ik er mee om moet gaan? Ben ik daar handig in of voel ik me daarbij wat stuntelig? En dan nog de didactiek. Welke lesstof moet ik behandelen? Welke middelen kan ik daarvoor inzetten met behulp van het digibord? En weet ik deze op elkaar af te stemmen, in de juiste volgorden en op het juiste moment voor de juiste leerlingen?
De vraag is, of dit alles nieuw is. Zien we dit ook niet bij de inzet van de computer en de aanwezige educatieve software? En even los van de techniek: Weet ik als leerkracht welke materialen er binnen de school beschikbaar zijn om in te zetten bij het behandelen van bepaalde lesstof? Als middel bij de instructie, als middel om te oefenen, als middel om het abstracte concreet te maken of om nog eens op een andere manier een verlengde instructie mee te geven? Hoeveel procent van de materialen in bijvoorbeeld de orthotheek wordt daadwerkelijk gebruikt?

Een aantal zaken zijn daarbij van belang:
  • Kennis van wat aanwezig is en beschikbaar is: een inventarislijst en eventueel een rooster.
  • Kennis van het materiaal: weten hoe het gebruikt moet worden, waarbij, wanneer en voor wie.
  • Didactische kennis en vaardigheden: Op welke wijze kan ik deze leerstof aan deze kinderen overbrengen en met behulp van welke materialen en strategieën?
  • Interactievaardigheden: Hoe kom ik tot een gesprek, of een onderwijsleergesprek, met de leerling, breng ik leerlingen met elkaar in gesprek en hoe ondersteun ik dat proces met hulpmiddelen?
  • Organisatie: Hoe regel ik alles zo in de school en in de klas, dat leerlingen efficiënt en effectief kunnen werken.
Het is een universeel lijstje dat geldt voor het hele onderwijsproces met of zonder digibord! Ongetwijfeld is het lijstje nog aan te vullen. Hoe een en ander wordt ingevuld en vormgegeven, hangt samen met de visie en het beleid op school. Daardoor zullen verschillende keuzes worden gemaakt wat betreft werkwijze, materiaal en organisatie.

Digibord als hulpmiddel
Passen we dit alles nu toe op het digibord, dan is er feitelijk niets nieuws onder de zon. Behalve dan, dat je in één apparaat veel meer materialen en mogelijkheden tegelijkertijd beschikbaar hebt in je lokaal. Dat biedt de mogelijkheid om sneller te schakelen en op elk gewenst moment datgene te gebruiken, wat je als leerkracht nodig hebt om het didactische proces te ondersteunen op het moment, dat jij het nodig vindt. Daarmee is het digitale schoolbord dus ook geen vervanging van het krijtjesbord, maar een multifunctioneel hulpmiddel.

Digibord als spiegel
Daarmee komen we bij de spiegelfunctie van het digibord. Wat zie je bij jezelf wanneer je het digibord in je lokaal gaat gebruiken in je lessen? Over welke aspecten, die we eerder noemden, ben je tevreden en over welke niet? Is dat de kennis? Zijn dat de vaardigheden? Is dat het snelle schakelen of de interactie? Waarin ben ik bewust bekwaam en bewust onbekwaam?
Daarnaast is er nog datgene van jezelf, dat je niet in de spiegel ziet. Iets wat je wellicht goed kan, maar je bent het je niet bewust (onbewust bekwaam) en wat je nog lastig zonder je dat bewust te zijn (onbewust onbekwaam). Daarvoor heb je vaak hulp van anderen nodig: een collega, een IB-er of ICT-coördinator. Dat betekent wel: jezelf kwetsbaar op durven stellen.
En ook is het nog van belang, dat datgene wat je zelf in de spiegel ziet of datgene waar de ander je bewust van maakt te toetsen aan dat wat de school heeft beschreven in haar visie en beleid, dus datgene waar je samen als school voor wilt staan en hebt afgesproken. Een checklist of (zelf-) observatielijst kan daarbij helpen.

Samen
Om elkaar als collega’s verder te helpen zijn open klasdeuren van belang. Kijken bij elkaar, tips en ideeën uitwisselen en elkaar inspireren in plaats van concurreren. Daarnaast ook scholing waarbij de didactiek centraal staat; als team of in kleine groepjes. Samen bewust bekwaam worden. Met aandacht voor de 3 G’s: gewin, gemak, genot. Samen lessen en materialen zoeken of maken, lessen en materialen delen en vooral ook geordend bewaren. Soms naast, soms in plaats van bestaande materialen.

Het doel heiligt de middelen
En geef je dan slecht onderwijs als je geen digibord hebt of er niet alles uit haalt wat er in zit? Anders geformuleerd: Maakt het verschil of je met het openbaar vervoer, je auto of je fiets naar je werk gaat? Je kunt in alle gevallen op hetzelfde punt eindigen en hetzelfde doel bereiken. Maar de één wat sneller, de ander wat langzamer. De één afhankelijk van anderen, de ander op eigen kracht. Het doel, het tijdstip en de verdere omstandigheden bepalen welk middel het meest geschikt is. Zolang je het doel maar voor ogen hebt!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 14 september 2010

De uitdaging van vrij toegankelijke applicaties in het onderwijs

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Scholen moeten meer gebruik maken van gratis beschikbare applicaties.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Ontwikkelingen gaan snel. Via internet komt steeds meer informatie beschikbaar en neemt het aantal beschikbare applicaties en tools steeds verder toe. Daar komen in hoog tempo ook de mobiele toepassingen bij. Soms dient hiervoor betaald te worden, maar vaak is het ook gratis te gebruiken.

Allereerst is het goed om wat te verhelderen. Als we het hebben over ‘gratis beschikbare applicaties’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld Web2.0-applicaties, zoals bijvoorbeeld 23 Dingen. Deze zijn vrij op het internet te gebruiken, soms na registratie, en vaak ook gratis. Een enkele keer moet voor aanvullende mogelijkheden wel betaald worden.

Deze programma’s zijn soms Open Source. Dat wil zeggen, dat het een programma is waarvan de broncode beschikbaar is voor iedereen. Anderen mogen die gebruiken om bijvoorbeeld aanvullende applicaties te maken voor het programma. Voorwaarde is wel, dat deze aanvullingen ook weer voor iedereen beschikbaar gesteld worden. Een bekend voorbeeld is de internetbrowser Firefox, waarvoor tal van geweldige aanvullende add-ons beschikbaar zijn. Zo kun je het programma zo maken, zoals jij het handig vindt.
Deze Open Source programma’s zijn overigens niet altijd gratis. Ze zijn dan wel gratis te downloaden van het internet, maar moeten vervolgens geïnstalleerd worden op een webserver, waarvoor je vaak weer hostingkosten e.d. betaalt, tenzij je dat ook zelf in huis hebt. Een voorbeeld hiervan is Joomla, een programma om websites mee te bouwen.

Ongekende mogelijkheden
Beperken we ons nu tot het onderwijs. Rondsurfend op het internet kom je een niet te tellen hoeveelheid aan handige tools en applicaties tegen, die heel goed op school te gebruiken zijn. Soms specifiek voor de leerkracht of docent, als het gaat om administratie, registratie, lesmateriaal maken en communicatie. Maar ook voor het geven van instructie of het uitleggen van lastige abstracte onderwerpen, die nu ineens heel aanschouwelijk gemaakt kunnen worden met behulp van een simulatietool. Ook voor leerlingen zijn er tal van prachtige applicaties om presentaties te maken, leerstof te oefenen, te communiceren met leeftijdgenoten over de hele wereld, enzovoort. De mogelijkheden lijken haast eindeloos te zijn. Kijk eens hoeveel Yurls- en Symbaloopagina’s er al gemaakt zijn door leerkrachten met de meest geweldige toepassingen! ‘Hoe vind je handige tools?’ kan bijna geen vraag meer zijn. Je kunt er haast niet meer omheen.
Stuk voor stuk zijn deze vaak gratis gereedschappen en programma’s echt geweldig. Hoewel ook hier uitzonderingen de regel bevestigen. Het gevaar dreigt, dat alle lessen zo opgepimpt worden met de met een grote hoeveelheid videofragmentjes, kleurgebruik, plaatjes en handige gereedschappen dat er een overkill ontstaat. Het is teveel van het goede. Alles ziet er flitsend uit, maar voegt het ook echt wat toe? Staat het lesdoel nog centraal of meer het middel, dat je gebruikt?

De leerling centraal
De kunst is, om de doelen van je les centraal te laten staan. Vervolgens ga je op zoek, naar de beste middelen om dat doel te bereiken. Dat kan het boek van de methode zijn, dat kunnen blokjes of letterkaartjes zijn, dat kan een digitaal gereedschap zijn. Kies je voor een echte taart om in stukken te snijden of een mooie flash-tool waarmee je een taart in stukken kunt delen? De leerkracht dient zich af te vragen hoe hij of zij aan de kinderen in de klas het beste de leerstof kan overbrengen en wat het beste materiaal is om de leerlingen de stof te laten verwerken.
Het inzetten van al die beschikbare tools en applicaties is dus een keuze. Net zoals het een keuze is om voor een leerling naar de orthotheek te lopen, daar een map met oefenbladen te pakken en hier iets uit te kopiëren. Of de keuze om gewoon de materialen van de methode te gebruiken. Niet het materiaal staat centraal, maar de leerling, die je zo goed mogelijk instructie wilt geven op zijn niveau, in zijn tempo, op een manier die bij hem past.

Visie
Om hier evenwichtig mee om te gaan, zouden scholen dit mee moeten nemen in hun visie en beleid. Ook zou er veel meer binnen de school gedeeld moeten worden op dit punt. Uitwisselen wat je gebruikt, waarvoor en wanneer. Daarmee kun je waar nodig werken aan een doorgaande lijn en dit ook borgen middels afspraken. Door de kennis en ervaring te delen en elkaar ook verder te helpen, til je het onderwijs van de school op een hoger plan en niet slechts in een enkele klas.

Dit alles vraagt allereerst kennis van de leerlijnen en de doelen. Daarnaast kennis van de beschikbare middelen (en dus niet alleen de digitale) en de vaardigheden om ze effectief in te zetten. Een goede tip kan zijn om bij de handleiding van de methode een schemaatje te maken, waarin je bijhoudt welk (digitaal) hulpmiddel je bij welke les hebt gebruikt. Handig voor het volgende schooljaar, overdraagbaar naar een collega en je houdt de koppeling met de methode in beeld.

Toekomstgericht
Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Of toch wel? Als we het hebben over de vrij toegankelijke gereedschappen en programma’s is er een bijkomend voordeel. Wanneer leerlingen op school hiermee leren werken en de mogelijkheden ervan zien, worden ze ook uitgedaagd om het het thuis te gebruiken. Wanneer ze op school bijvoorbeeld met de klas een weblog bijhouden, is de stap om er ook een van zichzelf te maken maar klein. De kennis en ervaring, die ze daar thuis mee opdoen, nemen ze ook weer mee naar school, waar ze het weer op anderen kunnen overbrengen.
Ook de filosofie van het samen iets ontwikkelen, dat we terugzien bij Open Source, en het delen met elkaar van content, wat we als volwassenen vaak nog lastig vinden, leren ze zo al vroeg. Daarmee kunnen we een belangrijke stap zetten in de ontwikkelingen op dit gebied en een bijdrage leveren aan de kenniseconomie. Kinderen krijgen zo belangrijke bagage mee voor hun verdere loopbaan.

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!