Posts tonen met het label doelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label doelen. Alle posts tonen

dinsdag 5 oktober 2010

Leeropbrengsten en rendement te weinig in beeld bij innovatie onderwijs en ICT

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leeropbrengsten en rendement te weinig in beeld bij innovatie onderwijs en ICT”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

In reactie op de samenvatting van vorige week van de discussie over de stelling ‘Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken’ kregen we de reactie: “Goed om te zien dat er een keer over didactiek wordt gesproken in de netwijs-discussie. Maar ook weer verontrustend om te lezen, dat er wel wordt gesproken over het doel, maar het niet over het doel gaat. Hoe komt het toch dat ik telkens in discussies over ICT, niet alleen hier, de termen leeropbrengsten, leerroutes en leerrendement mis. Is dat niet wat we als meetlat zouden moeten nemen?”
Een interessante opmerking en daarom hebben we het als stelling geponeerd voor deze week.

Als eerste wordt de vraag ingebracht of innovatie niet te vaak wordt verward met ‘verbetering’. Innovatie kan een verbetering zijn, maar is dat niet altijd. Daarmee komen we ook meteen bij de essentie van deze stelling. Wat wordt beoogd met innovatie in het onderwijs. Welke visie zit er achter en wat is het doel?
Is het doel, datgene wat hierboven als reactie op de vorige discussie werd gegeven, dus betere leeropbrengsten, juiste leerroutes voor elk kind en een beter leerrendement. Of kan, wat nu door anderen werd ingebracht, innovatie een doel op zichzelf zijn. Staat het vernieuwende centraal of het leren en ontwikkelen van de leerlingen. Of is dit een tegenstelling, die er niet is en worden meerdere doelen beoogd met innovatie?

Nemen we het digitale schoolbord uit de discussie van vorige week als voorbeeld. Wat zijn de beweegredenen van de leerkracht om deze te gebruiken? Hij hangt er, dus ik gebruik hem maar. Je kunt er tenslotte leuke dingen mee doen! Of is er een diepere motivatie, namelijk: Het is een hulpmiddel om mijn onderwijs mee te verbeteren. Een hulpmiddel om mijn lesdoelen te realiseren.
Anders gezegd: ICT in het onderwijs als doel of als middel? En die vraag wordt al vele jaren gesteld. En hoewel ICT verder oprukt, of eigenlijk niet meer weg te denken is, blijft deze vraag rond zoemen en blijven de zogenoemde ‘voortrekkers’ waarschuwen, dat het toch vooral een middel is. En dat is intrigerend. Waarom dringt die waarschuwing zo slecht door bij leerkrachten en docenten?

We kunnen verschillende antwoorden bedenken. Er zijn verschillende invalshoeken om dat te doen. De werkelijke oorzaak zal een combinatie zijn van veel aspecten. Toch noemen we enkele zaken, die wellicht een rol spelen.

Dubbele boodschap
Het kan zijn, dat zij die het hardst waarschuwen ook degene zijn, die telkens weer met iets nieuws aan komen. Simpel uitgedrukt: Ik heb iets nieuws, maar pas op …! Dat vraagt, dat heel goed uitgelegd wordt hoe dit gevaar te ontwijken is.

Visie
En daarmee komen we bij een andere mogelijke oorzaak: Daar waar we ICT als middel zien en niet als doel, is het van groot belang, dat er een koppeling wordt gemaakt met de visie op onderwijs van de school. Waarom is dit middel noodzakelijk of handig bij het vorm geven in ons onderwijs aan de visie die we hebben? Er van uit gaande, dat leren en ontwikkelen centraal staan in het onderwijs, is actuele kennis daarvan noodzakelijk en moet de school zich afvragen hoe daar op in te spelen. En wanneer middelen worden aangeschaft of methoden worden toegepast, is dan voor iedereen helder hoe dat voortvloeit uit de gezamenlijke visie en welk effect wordt beoogd?

Meetcultuur
Als derde mogelijkheid noemen we het feit, dat ICT ook mee de oorzaak er van is, dat de aandacht verschuift van het proces naar het resultaat. Er wordt van scholen verwacht, dat ze op elk moment harde gegevens kunnen ophoesten over resultaten en opbrengsten. Meten is weten, zo is de gedachte. En dat gaat met ICT steeds gemakkelijker. Educatieve softwarepakketten hebben prachtige leerlingvolgsystemen in zich, die soms zelf in staat zijn om de leerling een leerroute op maat krijgen aangeboden. De vraag dient zich dan wel aan, of de leerkracht deze gegevens ook bekijkt en weet te interpreteren en ze ook gebruikt om de rest van zijn programma aan te passen voor kinderen, die dat betreft.

Innovatiescepsis
Een vierde aspect is, dat innovatie door velen toch enigszins sceptisch wordt bekeken. Er is al zoveel uitgeprobeerd, er is al zoveel geld en uitgegeven en er is al zoveel tijd aan besteed die ik niet aan mijn leerlingen kon besteden. En wat heeft het opgeleverd?
En ja, innovatie al dan niet met ICT vraagt het nodige van een school en haar leerkrachten. Het kost soms veel geld en vaak veel tijd. Om het onderwijs meer eigentijds en aantrekkelijk te maken en toegespitst op het toerusten van kinderen voor hun plek in de maatschappij, waar ICT eveneens niet meer is weg te denken, is het nodig om je nek uit te steken en buiten de veilige kaders te denken. Durf je lost te laten, te leren en fouten te maken en durf je het aan de focus te verleggen van resultaten op korte termijn naar die op de lange termijn? Van innovatie is immers bekend, dat de eerste periode het nodige geïncasseerd moet worden. Vaak leidt dat er toe, dat te vroeg wordt gestopt, waarmee de sceptici worden bevestigd. Om overeind te blijven zal continue de relatie tussen visie, doel, inhoud en resultaat gelegd en benoemd moeten worden. Daarnaast leidt innovatie ook weer tot nieuwe leerdoelen, denk bijvoorbeeld aan mediawijsheid. Het blijft dus een dynamisch proces.
Maar is het niet bezig zijn met innovatie ook niet een vorm van tijd en geld verspillen? Bijvoorbeeld van studenten, die in een maatschappij komen met achterhaalde kennis en onvoldoende vaardigheden en dus niet zijn voorbereid door het onderwijs op hun toekomst?
Gezocht zal moeten worden naar een juiste balans, waarbij enerzijds innovatie plaatsvindt, maar anderzijds ook de tijd wordt genomen om daarvan te oogsten. Hierbij moeten we aantekenen, dat we slechts beperkt onderzoeksinformatie konden vinden naar lange-termijn-effecten. Wellicht een mooi onderwerp voor een nieuw Kennisnet-onderzoek.

Management
Tot slot noemen we ook de manier waarop innovatie aangestuurd wordt binnen een school of organisatie. In dat kader verwijzen we naar het artikel van Frans Vodegel: Onderwijsinnovatie met ICT = ‘veranderen’ en ‘verandermanagement’. Vanuit de context van innovaties in het Hoger Onderwijs vraagt hij aandacht voor programmamanagement. En hoewel het bijvoorbeeld binnen een basisschool over innovatie op een heel andere schaal hebben, zijn de principes ook hier wel van toepassing.

Nu lijkt het alsof innovatie altijd grootschalig is en veel tijd en geld kost. Dat hoeft echter zeker niet het geval te zijn. Ook met heel simpele middelen, die weinig tijd en geld kosten en soms zo voor het grijpen liggen, kunnen prachtige innovaties bereikt worden. Maar ook dan geldt, dat je onderwijsvisie altijd het uitgangspunt is en dat van daar uit het doel is bepaald. En ook, dat het niet iets is van een eenling, maar van een teamgebeuren. Samen spelen, samen delen!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @DieterM , @marlies74 , @joenpj , @RonTriCee , @Bica10 , @Netwijs , @mariekemove , @barthoekstra , @jeroenGerth , @LudyBronsema, @ernomijland , @DagjeLesgeven , @PascalMarcellis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 28 september 2010

Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Al in één van de eerste edities van Discussie Dinsdag bespraken we het digibord. We spraken toen over de implementatie van het digibord. Verschillende haken en ogen, maar ook mogelijkheden en onmogelijkheden kwamen aan de orde, ook in latere discussies. En ook in andere artikelen op dit Edublog hebben we er aandacht aan besteed.

Worsteling
Nog steeds worstelen veel scholen met de inzet van deze borden, en inmiddels ook de touchscreens. Lopen we langs lokalen met daarin een digibord, dan zien we grote verschillen. De ene leerkracht heeft hem nauwelijks aan, de ander schrijft er op en laat zo nu en dan een filmpje of een plaatje zien en weer een ander is er voortdurend mee in de weer. Gaan we met deze leerkrachten in gesprek, dan krijgen we allerlei aspecten te horen, die een rol spelen.

Relevante aspecten
Allereerst de techniek. Voor de één een uitdaging, voor de ander een belemmering. Ben ik de techniek de baas of de techniek mij? Wat kan er mis gaan en reageer ik daar vervolgens op? Daarnaast kennis en vaardigheid. Weet ik hoe ik er mee om moet gaan? Ben ik daar handig in of voel ik me daarbij wat stuntelig? En dan nog de didactiek. Welke lesstof moet ik behandelen? Welke middelen kan ik daarvoor inzetten met behulp van het digibord? En weet ik deze op elkaar af te stemmen, in de juiste volgorden en op het juiste moment voor de juiste leerlingen?
De vraag is, of dit alles nieuw is. Zien we dit ook niet bij de inzet van de computer en de aanwezige educatieve software? En even los van de techniek: Weet ik als leerkracht welke materialen er binnen de school beschikbaar zijn om in te zetten bij het behandelen van bepaalde lesstof? Als middel bij de instructie, als middel om te oefenen, als middel om het abstracte concreet te maken of om nog eens op een andere manier een verlengde instructie mee te geven? Hoeveel procent van de materialen in bijvoorbeeld de orthotheek wordt daadwerkelijk gebruikt?

Een aantal zaken zijn daarbij van belang:
  • Kennis van wat aanwezig is en beschikbaar is: een inventarislijst en eventueel een rooster.
  • Kennis van het materiaal: weten hoe het gebruikt moet worden, waarbij, wanneer en voor wie.
  • Didactische kennis en vaardigheden: Op welke wijze kan ik deze leerstof aan deze kinderen overbrengen en met behulp van welke materialen en strategieën?
  • Interactievaardigheden: Hoe kom ik tot een gesprek, of een onderwijsleergesprek, met de leerling, breng ik leerlingen met elkaar in gesprek en hoe ondersteun ik dat proces met hulpmiddelen?
  • Organisatie: Hoe regel ik alles zo in de school en in de klas, dat leerlingen efficiënt en effectief kunnen werken.
Het is een universeel lijstje dat geldt voor het hele onderwijsproces met of zonder digibord! Ongetwijfeld is het lijstje nog aan te vullen. Hoe een en ander wordt ingevuld en vormgegeven, hangt samen met de visie en het beleid op school. Daardoor zullen verschillende keuzes worden gemaakt wat betreft werkwijze, materiaal en organisatie.

Digibord als hulpmiddel
Passen we dit alles nu toe op het digibord, dan is er feitelijk niets nieuws onder de zon. Behalve dan, dat je in één apparaat veel meer materialen en mogelijkheden tegelijkertijd beschikbaar hebt in je lokaal. Dat biedt de mogelijkheid om sneller te schakelen en op elk gewenst moment datgene te gebruiken, wat je als leerkracht nodig hebt om het didactische proces te ondersteunen op het moment, dat jij het nodig vindt. Daarmee is het digitale schoolbord dus ook geen vervanging van het krijtjesbord, maar een multifunctioneel hulpmiddel.

Digibord als spiegel
Daarmee komen we bij de spiegelfunctie van het digibord. Wat zie je bij jezelf wanneer je het digibord in je lokaal gaat gebruiken in je lessen? Over welke aspecten, die we eerder noemden, ben je tevreden en over welke niet? Is dat de kennis? Zijn dat de vaardigheden? Is dat het snelle schakelen of de interactie? Waarin ben ik bewust bekwaam en bewust onbekwaam?
Daarnaast is er nog datgene van jezelf, dat je niet in de spiegel ziet. Iets wat je wellicht goed kan, maar je bent het je niet bewust (onbewust bekwaam) en wat je nog lastig zonder je dat bewust te zijn (onbewust onbekwaam). Daarvoor heb je vaak hulp van anderen nodig: een collega, een IB-er of ICT-coördinator. Dat betekent wel: jezelf kwetsbaar op durven stellen.
En ook is het nog van belang, dat datgene wat je zelf in de spiegel ziet of datgene waar de ander je bewust van maakt te toetsen aan dat wat de school heeft beschreven in haar visie en beleid, dus datgene waar je samen als school voor wilt staan en hebt afgesproken. Een checklist of (zelf-) observatielijst kan daarbij helpen.

Samen
Om elkaar als collega’s verder te helpen zijn open klasdeuren van belang. Kijken bij elkaar, tips en ideeën uitwisselen en elkaar inspireren in plaats van concurreren. Daarnaast ook scholing waarbij de didactiek centraal staat; als team of in kleine groepjes. Samen bewust bekwaam worden. Met aandacht voor de 3 G’s: gewin, gemak, genot. Samen lessen en materialen zoeken of maken, lessen en materialen delen en vooral ook geordend bewaren. Soms naast, soms in plaats van bestaande materialen.

Het doel heiligt de middelen
En geef je dan slecht onderwijs als je geen digibord hebt of er niet alles uit haalt wat er in zit? Anders geformuleerd: Maakt het verschil of je met het openbaar vervoer, je auto of je fiets naar je werk gaat? Je kunt in alle gevallen op hetzelfde punt eindigen en hetzelfde doel bereiken. Maar de één wat sneller, de ander wat langzamer. De één afhankelijk van anderen, de ander op eigen kracht. Het doel, het tijdstip en de verdere omstandigheden bepalen welk middel het meest geschikt is. Zolang je het doel maar voor ogen hebt!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 21 september 2010

Innovatie met ICT in het onderwijs, een must of een hype?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Innovatie met ICT in het onderwijs, een must of een hype?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

De stelling riep al voor de discussie begon de nodige reacties op. Kort samengevat: De stelling is een open deur en niet meer van deze tijd. De vraag is echter of je daarmee weg komt. En of je daarmee iedereen die werkzaam is in het onderwijs recht doet, hoort en serieus neemt. Hoewel de stelling wellicht wat zwart-wit is, is nog lang niet iedereen het eens over het feit, dat alle apparaten en innovatieve toepassingen, die de school binnen worden gebracht ook daadwerkelijk een verbetering van het onderwijs betekenen.

Inveseren versus bezuinigen
Jaarlijks worden door scholen duizenden euro’s uitgegeven aan ICT. Dat wordt besteed aan de infrastructuur, dus de computers, printers, accesspoints, kabels, etc. en het onderhoud daarvan. Maar ook aan bijvoorbeeld software-licenties. Leerkrachten worden geconfronteerd met het feit, dat na 4 jaar alle computers in school ineens worden vervangen door splinternieuwe. En dat terwijl er met de oude niets mis was! En dan wordt er ook nog een rijtje Ipads aangeschaft. Tegelijkertijd krijgen dezelfde leerkrachten ook te horen, dat er geen geld beschikbaar is om eindelijk het plein eens op te knappen of het klaslokaal een likje verf te geven. Ziedaar het spanningsveld waarin veel ICT-coördinatoren zich bevinden.
Natuurlijk valt er best het een en ander uit te leggen. Want de leerkracht, die vandaag zegt, dat het onzin is om al die computers te vervangen, komt morgen klagen, dat zijn computer veel te traag is en niet eens fatsoenlijk een filmpje kan afspelen. Of dat hij 3 dagen moet wachten op een nieuwe lamp voor de beamer. Een gevalletje van twee walletjes willen eten. Regeren is vooruitzien en dat vraagt wel eens tijdig investeren ook al lijkt het nu nog niet nodig.

Visie en beleid
Aan de andere kant: Het valt niet te ontkennen, dat er veel geld in ICT wordt geïnvesteerd, terwijl op andere fronten bezuinigd moet worden. Op materiaal en vaak ook op personeel. Is dat te verkopen?
Als het goed is wel. Elke school heeft zijn visie en het te voeren beleid geformuleerd en daar een passende begroting onder gelegd, waarin keuzes zijn gemaakt vanuit visie en beleid. Daarbij heeft de school wel ook rekening te houden met bovenschools beleid en gezamenlijke afspraken en met geoormerkte gelden.

Beperken we ons nu tot de inzet van ICT in het onderwijs, dan zou de school een beleidsplan moeten hebben, waarin vanuit het algemene schoolplan visie en beleid m.b.t. ICT helder zijn verwoord en financieel onderbouwd. Verwacht mag worden, dat de school daarbij modern en kwalitatief goed onderwijs wil nastreven, dat de kinderen voorbereid op hun toekomst. In het beleidsplan zou verwoord moeten staan welke doelen nagestreefd worden en waarom, hoe dat te realiseren en wat het beoogde effect is. Op basis daarvan kan geëvalueerd worden en is ook vast te stellen of het de investering waard is geweest.
Heel concreet: Wat willen we met ons rekenonderwijs? Wat hebben we daarvoor nodig? Wat is er al beschikbaar? Wat moeten we zelf nog ontwikkelen of aanschaffen? Wat verwachten we als resultaat? En tot slot: Wat is het resultaat dat we geboekt hebben en hoe vertalen we dat naar andere vakgebieden?

Dat scholen actief ICT in hun onderwijs moeten betrekken en innovatief bezig moeten zijn, staat buiten kijf. Het is zo verweven met alles wat we doen in de samenleving en het dagelijks leven, dat je je er als school niet aan kunt ontrekken. Kinderen hebben er recht op onderwijs te krijgen met moderne middelen. Immers zij moeten er mee om kunnen gaan wanneer ze toetreden tot de maatschappij. En dan hebben we het niet alleen over vaardigheden, want daar hoeven we vaak niet heel veel meer aan te doen. Maar vooral ook de reflectie er op. Welk middel is op welk moment het beste is en waarom? Hoe kan ik er optimaal gebruik van maken? Welke voor- en nadelen zijn er? En mogelijke gevaren? Leren omgaan met verantwoordelijkheden en keuzes leren maken.

Must of hype
Een must dus! Maar het heeft ook zijn grenzen. Want het is onmogelijk om overal aan mee te doen en achteraan te rennen. Zoals één van de discussie-deelnemers het zei: “Niet alle ICT en is een must voor elke docent. Een hype is het pas, als er ondoordacht gebruik van wordt gemaakt”. Dus wanneer de koppeling met visie en beleid wordt losgelaten en je niet meer aan elkaar kunt uitleggen wat nu werkelijk de meerwaarde is voor het onderwijs op jullie school. Wanneer je niet verder komt, dan dat het leuk is en de kinderen er zoveel plezier aan beleven. Of: Dat zou je ook eens moeten proberen! Wanneer we als school met alle winden mee gaan waaien, doen we de leerlingen ook tekort.

Mogen we dan niet meer experimenteren en nieuwe dingen uitproberen? Zoeken naar innovatieve toepassingen en mogelijkheden? Zeker wel. Ook dat heeft alles met onderwijs te maken: samen ontdekken. Maar evalueer het dan ook. Wat hebben we ontdekt en geleerd en hoe houden we dat vast? Wat gaan we er mee doen en wat kunnen anderen ermee? Hoe ga ik mijn opgedane kennis delen en uitbreiden. Zit ik met mijn visie en beleid nog op de juiste koers of moet ik gaan bijsturen? Niet de ICT als doel op zich, maar ingebed en geïntegreerd. Praat er eens over op de vrijdagmiddag onder het genot van een hapje en een drankje door regelmatig een ICT-café te organiseren en deel je ervaringen. Laat zien wat het oplevert! Kijk terug wat er al bereikt is in de afgelopen tijd.

Dat vraagt om leerkrachten en docenten die betrokken zijn, weten wat er te koop is en de vertaalslag weten te maken. Investeren is scholing, oefensessies en tijd voor de leerkracht om het zich eigen te maken. Gelukkig is ook 10% van hun uren bedoeld voor nascholing. Of zitten deze al vol …

Innovatie met ICT in het onderwijs, een must of een hype? Een must voor wie met beide benen op de grond staat, een hype voor wie niet weet te onderscheiden en voor wie visie en beleid vieze woorden zijn!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 14 september 2010

De uitdaging van vrij toegankelijke applicaties in het onderwijs

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Scholen moeten meer gebruik maken van gratis beschikbare applicaties.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Ontwikkelingen gaan snel. Via internet komt steeds meer informatie beschikbaar en neemt het aantal beschikbare applicaties en tools steeds verder toe. Daar komen in hoog tempo ook de mobiele toepassingen bij. Soms dient hiervoor betaald te worden, maar vaak is het ook gratis te gebruiken.

Allereerst is het goed om wat te verhelderen. Als we het hebben over ‘gratis beschikbare applicaties’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld Web2.0-applicaties, zoals bijvoorbeeld 23 Dingen. Deze zijn vrij op het internet te gebruiken, soms na registratie, en vaak ook gratis. Een enkele keer moet voor aanvullende mogelijkheden wel betaald worden.

Deze programma’s zijn soms Open Source. Dat wil zeggen, dat het een programma is waarvan de broncode beschikbaar is voor iedereen. Anderen mogen die gebruiken om bijvoorbeeld aanvullende applicaties te maken voor het programma. Voorwaarde is wel, dat deze aanvullingen ook weer voor iedereen beschikbaar gesteld worden. Een bekend voorbeeld is de internetbrowser Firefox, waarvoor tal van geweldige aanvullende add-ons beschikbaar zijn. Zo kun je het programma zo maken, zoals jij het handig vindt.
Deze Open Source programma’s zijn overigens niet altijd gratis. Ze zijn dan wel gratis te downloaden van het internet, maar moeten vervolgens geïnstalleerd worden op een webserver, waarvoor je vaak weer hostingkosten e.d. betaalt, tenzij je dat ook zelf in huis hebt. Een voorbeeld hiervan is Joomla, een programma om websites mee te bouwen.

Ongekende mogelijkheden
Beperken we ons nu tot het onderwijs. Rondsurfend op het internet kom je een niet te tellen hoeveelheid aan handige tools en applicaties tegen, die heel goed op school te gebruiken zijn. Soms specifiek voor de leerkracht of docent, als het gaat om administratie, registratie, lesmateriaal maken en communicatie. Maar ook voor het geven van instructie of het uitleggen van lastige abstracte onderwerpen, die nu ineens heel aanschouwelijk gemaakt kunnen worden met behulp van een simulatietool. Ook voor leerlingen zijn er tal van prachtige applicaties om presentaties te maken, leerstof te oefenen, te communiceren met leeftijdgenoten over de hele wereld, enzovoort. De mogelijkheden lijken haast eindeloos te zijn. Kijk eens hoeveel Yurls- en Symbaloopagina’s er al gemaakt zijn door leerkrachten met de meest geweldige toepassingen! ‘Hoe vind je handige tools?’ kan bijna geen vraag meer zijn. Je kunt er haast niet meer omheen.
Stuk voor stuk zijn deze vaak gratis gereedschappen en programma’s echt geweldig. Hoewel ook hier uitzonderingen de regel bevestigen. Het gevaar dreigt, dat alle lessen zo opgepimpt worden met de met een grote hoeveelheid videofragmentjes, kleurgebruik, plaatjes en handige gereedschappen dat er een overkill ontstaat. Het is teveel van het goede. Alles ziet er flitsend uit, maar voegt het ook echt wat toe? Staat het lesdoel nog centraal of meer het middel, dat je gebruikt?

De leerling centraal
De kunst is, om de doelen van je les centraal te laten staan. Vervolgens ga je op zoek, naar de beste middelen om dat doel te bereiken. Dat kan het boek van de methode zijn, dat kunnen blokjes of letterkaartjes zijn, dat kan een digitaal gereedschap zijn. Kies je voor een echte taart om in stukken te snijden of een mooie flash-tool waarmee je een taart in stukken kunt delen? De leerkracht dient zich af te vragen hoe hij of zij aan de kinderen in de klas het beste de leerstof kan overbrengen en wat het beste materiaal is om de leerlingen de stof te laten verwerken.
Het inzetten van al die beschikbare tools en applicaties is dus een keuze. Net zoals het een keuze is om voor een leerling naar de orthotheek te lopen, daar een map met oefenbladen te pakken en hier iets uit te kopiëren. Of de keuze om gewoon de materialen van de methode te gebruiken. Niet het materiaal staat centraal, maar de leerling, die je zo goed mogelijk instructie wilt geven op zijn niveau, in zijn tempo, op een manier die bij hem past.

Visie
Om hier evenwichtig mee om te gaan, zouden scholen dit mee moeten nemen in hun visie en beleid. Ook zou er veel meer binnen de school gedeeld moeten worden op dit punt. Uitwisselen wat je gebruikt, waarvoor en wanneer. Daarmee kun je waar nodig werken aan een doorgaande lijn en dit ook borgen middels afspraken. Door de kennis en ervaring te delen en elkaar ook verder te helpen, til je het onderwijs van de school op een hoger plan en niet slechts in een enkele klas.

Dit alles vraagt allereerst kennis van de leerlijnen en de doelen. Daarnaast kennis van de beschikbare middelen (en dus niet alleen de digitale) en de vaardigheden om ze effectief in te zetten. Een goede tip kan zijn om bij de handleiding van de methode een schemaatje te maken, waarin je bijhoudt welk (digitaal) hulpmiddel je bij welke les hebt gebruikt. Handig voor het volgende schooljaar, overdraagbaar naar een collega en je houdt de koppeling met de methode in beeld.

Toekomstgericht
Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Of toch wel? Als we het hebben over de vrij toegankelijke gereedschappen en programma’s is er een bijkomend voordeel. Wanneer leerlingen op school hiermee leren werken en de mogelijkheden ervan zien, worden ze ook uitgedaagd om het het thuis te gebruiken. Wanneer ze op school bijvoorbeeld met de klas een weblog bijhouden, is de stap om er ook een van zichzelf te maken maar klein. De kennis en ervaring, die ze daar thuis mee opdoen, nemen ze ook weer mee naar school, waar ze het weer op anderen kunnen overbrengen.
Ook de filosofie van het samen iets ontwikkelen, dat we terugzien bij Open Source, en het delen met elkaar van content, wat we als volwassenen vaak nog lastig vinden, leren ze zo al vroeg. Daarmee kunnen we een belangrijke stap zetten in de ontwikkelingen op dit gebied en een bijdrage leveren aan de kenniseconomie. Kinderen krijgen zo belangrijke bagage mee voor hun verdere loopbaan.

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 2 februari 2010

Inzet van ICT in het onderwijs leidt tot betere leerresultaten

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Inzet van ICT in het onderwijs leidt tot betere leerresultaten.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.
Om de stelling te onderschrijven ga je al snel op zoek naar onderzoeksrapporten. Kennisnet biedt ons een ruim overzicht aan van onderzoeken en brochures waar we dankbaar gebruik van kunnen maken. Het onderwerp staat volop in de belangstelling.

Voorheen gebruikte de inspectie het ooit beruchte Waarderingskader ICT. Als ict-er had je daarmee een mooi instrument om je eigen school te toetsen. Hoever zijn we en wat moeten we nog doen?
Met het gebruik van dergelijke kaders of andere instrumenten loop je echter ook gemakkelijk in de valkuil, dat je het als een checklist ziet, waarbij de lijst zelf het doel wordt en het echte doel uit het oog wordt verloren, namelijk: goed onderwijs geven.

Met dat doel voor ogen is het natuurlijk wel goed om als school in beeld te brengen hoe je er voor staat en hoe het gesteld is met de competenties en vaardigheden van de leerkrachten. Van hen wordt immers verwacht, dat ze kwalitatief goed en eigentijds onderwijs geven. Je wilt dat het rendement van je onderwijs zo groot mogelijk is.
De deelnemers waren het er over eens, dat inzet van ICT zeker kan leiden tot betere prestaties bij leerlingen. Let daarbij op het woord “kan”. Tussen ict-inzet en beter onderwijs is geen = te plaatsen. Allereerst hangt het af van de competenties van de leerkracht. Is hij/zij in staat om vanuit de lesdoelen en de behoefte van de leerlingen het juiste ict-hulpmiddel op het juiste moment en op de juiste wijze in te zetten? Dat vraagt dus:
  • Kennis van ict – Welke programma’s, websites en tools kan ik inzetten en hoe?
  • Kennis van de leerling – Wat heeft deze leerling in deze situatie en bij dit vak nodig?
  • Kennis van de leerstof – Welke doelen komen er aan bod? Hoe zitten de leerlijnen van de verschillende leergebieden in elkaar?
Dat vereist dus goed opgeleide en bijgeschoolde leerkrachten. Laat de leerkrachten de juiste comptenties ontwikkelen, die aansluiten bij de onderwijsdoelen en er op gericht om antwoord te geven op de vraag: Wat heeft deze leerling bij deze les nodig om optimaal te kunnen leren? Handelingsgericht werken dus! Uit onderzoek blijkt dat het leerplezier en het leerresultaat zeker verbeteren. ICT kan daarbij dus een een uitstekend hulpmiddel zijn, mits op de juiste wijze ingezet. Scholen zouden hun leerkrachten daarvoor moeten faciliteren met de juiste middelen, scholing en tijd.

Voorbeelden hoe je ict in zou kunnen zetten:

  • Je vindt Verhalend Ontwerpen belangrijk? Dat kan ook erg goed op het digibord of de computer! Photostory, Moviemaker, @Trip, Animoto, Glogster ... kun je allemaal gebruiken.
  • Spellingscategorie ch / g aanleren: eerst auditief samen met leerkracht in sessie 1. Dan oefent de leerling deze categorie verder auditief achter de pc met bijv. NIB spellingswerk sessie 2, 3, en 4. Dan controleert de leerkracht de vorderingen in het LVS en koppelt deze in sessie 6 terug samen met de leerling: leerdoel wel/niet bereikt?
  • Laat leerlingen met motorische problemen hun dictee op de computer laten doen. Zo leg je de focus op de spelling i.p.v. op het schrijven.
Enkele algemene tips van de deelnemers:

  • Gebruik de ICT Pabo-tool
  • 23 Onderwijsdingen voor het PO komt eraan! Maakt je team Web2.0 bewust en vaardig!
  • Bestudeer de onderzoeken en brochures op Kennisnet
  • Stel als school een kwaliteitskaart op (bijv. WMKPO) om de competenties regelmatig te meten
  • Gebruik de Assessmenttool ICT om speerpunten uit te halen om aan te werken
  • Hang de leerlijnen op in je klas.
  • Stel je doelen niet te hoog! Begin met kleine stapjes. Blijf dicht bij jezelf. (LAKS -> Langzaam Aan Kleine Stapjes)
  • Don't fix what ain't broken. Sluit aan bij de ontwikkeldoelen van de school. Is rekenen je speerpunt? Hoe ga ik mijn rekeninstructie dan zo effectief mogelijk maken met het digibord? Breng focus aan en je zult merken dat je veel gerichter te werk kan gaan.
  • Niet elk kind hoeft aan de beurt te komen; alleen zij die het nodig hebben!
  • Biedt ICT-vaardigheden aan vanuit de gedachte: “use to learn” en “learn to use”.
  • Koppel je ICT-leerlijn aan je bestaande curriculum. Wel een leerlijn, maar niet apart op het rooster.
Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zij n terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!