Posts tonen met het label innovatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label innovatie. Alle posts tonen

dinsdag 30 oktober 2012

Professionele leraren gevraagd!

Op onderzoek met de tablet!
Wat kunnen we er mee in de klas?
Ontwikkelingen op het gebied van innovatie, ICT en onderwijs gaan hard! Je moet het maar allemaal bij kunnen benen, het je eigen kunnen maken en het dan ook nog eens kunnen toepassen in je eigen school of klas. En dat dan naast alle andere ontwikkelingen op andere terreinen. Dat vraagt nogal wat van de leraar! Wat vraagt de leraar in dat opzicht van zichzelf? Wat vraagt de school van hem? En het bestuur? Deze spelen daarin elk een rol. Vraag is of professionalisering ook in voldoende mate professioneel wordt aangepakt. Wie heeft daarin de regie? Is er sprake van een scholingsbeleid? Hoe worden ieders belangen daarin afgewogen, meegenomen en serieus genomen?

proefschrift
Op 12 oktober j.l. promoveerde Iris Windmuller aan de Open Universiteit op haar proefschrift met de titel ‘Versterking van de professionaliteit van de leraar basisonderwijs’. In haar proefschrift geeft zij aan, dat je als leraar te maken hebt met veel maatschappelijke ontwikkelingen en een snel veranderende maatschappij. Ik mis daarbij de nieuwe inzichten op het gebied van didactiek, pedagogiek, etc. Omdat wij ons op dit edublog met name bezighouden met ICT en innovatie binnen het onderwijs, zouden we ook de ontwikkelingen op dat terrein aan het lijstje willen toevoegen.

drie niveaus
De vraag in het zeer boeiende proefschrift is, wat dit betekent voor de professionaliteit van de leraar. Windmuller geeft aan, dat op verschillende niveaus getracht wordt de professionaliteit te versterken: vanuit de politiek, vanuit besturen en  op schoolniveau. Deze niveaus hangen uiteraard nauw met elkaar samen. Opvallend hierbij is, dat de leraar zélf niet als apart niveau wordt beschreven, terwijl dat toch degene is om wie het draait en ook degene is die invloed heeft op zijn eigen ontwikkeling.

houding
Wat betreft de eigen rol van de leraar kijkt Windmuller naar de houding die nodig is bij de leraar: “Van leraren wordt verwacht dat zij zich blijvend ontwikkelen en dat zij voortdurend gericht zijn op de verbetering van hun onderwijs. We zien daarbij een verschuiving in de opvattingen over de wijze waarop leraren zich optimaal kunnen ontwikkelen en de wijze van professionalisering (Van Veen et  al.,  2010). Er is steeds vaker aandacht voor meer structurele vormen van ontwikkeling van leraren, waarbij steeds minder externe cursussen gevolgd worden, maar steeds vaker toegepaste  kennis  ontwikkeld wordt op de werkvloer, samen met collega’s.  De rol van interactie tussen leraren wordt daarmee steeds belangrijker: samenwerken, ideeën uitwisselen, elkaar feedback geven, probleem  oplossen, zelf kennis ontwikkelen en onderzoeken worden belangrijker in de uitoefening van het beroep. Dit vraagt om andere kennis, andere vaardigheden en een andere houding van leraren.  Een  houding die getuigt van voortdurend in ontwikkeling willen blijven, willen verbeteren en kritisch willen zijn op het eigen handelen.” (pag. 338)

Windmuller komt in een analyse van de resultaten van haar onderzoek op vier verschillende scholen met een aantal belangrijke componenten van een professionele leraar. Een opsomming met een vertaling naar de inzet van ICT binnen het onderwijs:
  • Professionele nieuwsgierigheid
    Weet je welke ontwikkelingen er gaande zijn op het gebied van ICT-middelen? Ben je benieuwd hoe het werkt, wat je er mee kan en hoe het jou en jouw leerlingen kan helpen?
  • Verbeteren van de eigen praktijkWelke ICT-middelen zet je in? Met welk doel? Hoe organiseer je dat? Wat zijn de effecten en resultaten?
  • Kennis en ervaring uitwisselenBespreek je met collega's hoe jij ICT inzet? Ben je nieuwsgierig naar hún ervaringen?
  • Reflectie en reflectieve houdingWelke effecten zie je van de inzet van ICT in je onderwijs? Wat was daarin jouw eigen rol? Welke processen speelden er mee? Hoe reageerden de leerlingen? Wat ging goed en wat had anders gemoeten?
  • Onderzoeken en onderzoekende houdingHeeft de inzet van ICT daadwerkelijk effect op de leerresultaten van je leerlingen? Waren er effecten op het gebied van de motivatie? Zijn er bepaalde voorwaarden waar aan voldaan moet worden? Welke middelen zijn wel en welke niet geschikt? Zijn er daarbij ook verschillen tussen leerlingen?
  • Professionele autonomieHoe neem jij je verantwoordelijkheid om jezelf te ontwikkelen als professional op het gebied van inzet van ICT-middelen? Wat kunnen de leerlingen en de school van jou verwachten?
de kip of het ei
Een belangrijke en interessante kip-ei-vraag die boven komt drijven bij Windmuller is deze: Zorgt een professionele cultuur op school met de juiste condities er voor dat leraren zich professioneler gaan gedragen en een meer professionele houding innemen? Of zorgt een team met voldoende leraren met een professionele houding en professioneel gedrag er voor, dat er een professionele cultuur ontstaat op school en daarom ook de noodzaak wordt gevoeld om de juiste condities te scheppen.

diepgang
Een opvallend citaat: “Wat opvalt is dat op alle scholen leraren aangeven zeer bereid te zijn om te leren en hun professionaliteit te versterken. De aanleiding waardoor leeractiviteiten  plaatsvinden is  veelal een probleem waartegen leraren aanlopen in de dagelijkse praktijk. Op sommige scholen zijn er meer structuren vastgelegd om tot bijvoorbeeld reflectie en onderzoek te komen. De diepgang waarmee activiteiten plaatsvinden is nog zeer verschillend. Directeuren geven aan dat daar nog winst te behalen is.” (pag.244)
Met andere woorden: Leraren lijken de neiging te hebben vooral op de korte termijn te denken: Ik loop nu ergens tegen aan en daarvoor zoek ik een oplossing. Bredere inbedding in visie en beleid en het plannen van de eigen ontwikkeling over een langere periode lijkt bij veel leraren te ontbreken. Het zelf bijhouden van een bekwaamheidsdossier met daaraan gekoppeld POP- of ontwikkelgesprekken zijn dan een aanrader. Het biedt de directie en leraren de mogelijkheid om samen gericht in gesprek te gaan over de professionele ontwikkeling, niet alleen op de korte maar ook op de lange termijn. Naast een professionele houding daarbij is ook structuur en begeleiding nodig: “Leraren zijn hbo-practici die niet  gewend zijn om in ongestructureerde contexten zelf hun weg te vinden, terwijl innovatie en onderzoek vaak juist onzekerheid met zich meebrengen.” (pag.262) Besturen en scholen doen er goed aan daar dus in te investeren! “Het gaat er dan om of de school aan de professional de gelegenheid en de faciliteiten biedt om tot ‘leren’ te komen en een cultuur heeft die dit leren stimuleert.”(pag.338)

Iris Windmuller komt daarvoor op alle eerder genoemde niveaus met concrete aanbevelingen. Voor bestuurders, directeuren en leraren een aanrader om deze tot zich te nemen, en belangrijker nog, er mee aan de slag te gaan!

advies en ondersteuning
Wilt u op uw school aan de slag met een digitaal bekwaamheidsdossier (in het kader van de wet BIO) of wilt u aan de slag met innovatie door (effectievere) inzet van ICT-middelen? Als Onderwijsadviseurs van Station to Station / KPN Onderwijs staan we u graag ter zijde. We hebben volop mogelijkheden om u vanuit onze ruime kennis en ervaring op het gebied van onderwijs en ICT te ondersteunen. Lees bijvoorbeeld eens onze informatie over Vakkennis op Peil. Zowel voor besturen, directies, schoolteams als individuele leerkrachten kunnen we advies- en begeleidingstrajecten aanbieden.
Neem vrijblijvend contact met ons op, bel 0348- 44 69 63, mail naar info@stationtostation.nl of via het contactformulier.

dinsdag 16 oktober 2012

Innovatie begint bij het management!


Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Innovatie begint bij het management!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Innovatie, een woord waar je haast niet omheen kunt tegenwoordig. Of het nu gaat om dé uitweg uit de eurocrisis, het klimaatprobleem of om grondstoffenschaarste. Wil je je als bedrijf op de kaart zetten en overleven, dan moet je inzetten op innovatie! Ook het onderwijs ontkomt er niet aan. Het onderwijs kan niet stil blijven staan, maar heeft telkens weer een frisse wind, nieuwe inspiratie en nieuwe ideeën nodig. Aansluiten bij de mogelijkheden van nu, of beter nog bij die van morgen, is het devies!

Als we het hebben over innovatie, dan denken sommigen al snel aan ICT. ‘Allemaal aan de tablet’ bijvoorbeeld. Innovatie is echter veel breder dan ICT alleen. Zeker, het is een steeds belangrijker wordend middel, dat je kan helpen om je doelen te bereiken. Maar het begint toch eerst met het hebben van een duidelijke visie, met ideeën hoe je dingen doelmatiger of efficiënter aan kunt pakken, met ambities en het beste uit je leerlingen willen halen.

Hebben we het over visie, dan denken we al snel aan het management. De directeur wordt immers vaak gezien als de onderwijskundig leider van de school? Als er iemand weet welke kant de school op moet, dan is het toch de directeur? De man of vrouw met een missie, de koersbepaler.  Ook degene die over de financiën gaat. Welke ruimte hebben we financieel als school en hoe gaan we dat besteden? Bij uitstek dus degene die nieuwe ontwikkelingen in gang kan zetten!

Welnee, zeggen de deelnemers aan de discussie: Innovatie vindt haar oorsprong op de werkvloer, oftwel: in het klaslokaal. Je wilt als leerkracht het beste uit je leerlingen halen, ze stimuleren om net even wat verder te komen dan ze zelf voor mogelijk houden. Je wilt dat iedereen mee kan doen en daarom obstakels uit de weg ruimen. Je ziet nieuwe mogelijkheden en kansen om bepaalde processen beter te laten verlopen. Vanuit die gedrevenheid of passie en de ervaringen van elke dag ontstaan de ideeën hoe dingen anders aangepakt zouden kunnen worden. Zet deze leerkrachten vervolgens bij elkaar, voedt ze, faciliteer ze, denk niet in beperkingen maar in mogelijkheden en er gebeuren prachtige dingen. Een professionele leergemeenschap.

In de praktijk blijkt het iets genuanceerder. Dat de echte veranderingen van onderaf komen, van de werkvloer dus, daarover zijn we het wel eens. Dat het niet werkt wanneer een directeur zelf met de ene na de andere vernieuwing komt , staat ook niet ter discussie. Ze zullen het echt samen moeten doen.  Samen initiatieven nemen, samen experimenteren. Ieder vanuit een eigen verantwoordelijkheid. Schep vanuit het management ruimte om met ideeën te komen, neem die serieus, faciliteer om zaken te onderzoeken en uit te proberen.

Te vaak worden nieuwe ideeën en inspirerende plannen naar de prullenbak verwezen omdat er geen budget voor is. “Het staat niet op de begroting!” Of de plannen worden aangehouden, met de opmerking, dat het wellicht volgend jaar op de begroting kan of in de meerjarenbegroting!  Tegen de tijd dat het budget er is, zijn de ideeën al weer achterhaald door de ontwikkelingen.

Eigenlijk zou elke school vast een bepaald bedrag moeten reserveren voor innovatie. En misschien ook tijd moeten reserveren. Als voorbeeld werd Google genoemd, waar medewerkers 20% van hun tijd moeten besteden aan nieuwe frisse ideeën; liefst out of the box!

Zo bezien lijkt innovatie toch te beginnen bij het management: een goed klimaat scheppen ((transparantie, vertrouwen, openheid, stimuleren, investeren), flexibiliteit inbouwen in de organisatie, maar ook in de begroting en de jaarroosters. Ruimte laten voor spontane ideeën, voor andere wegen dan de gebruikelijke. “Een beleidsplan moet per definitie dynamisch zijn om te kunnen innoveren!” zo merkte een van de deelnemers op.
Tegelijk moet het management ook voor waken voor een teveel aan eendagsvliegen, het met alle winden meewaaien, voor het uit het oog verliezen van samenhang en de gestelde doelen.

Overigens: innoveren betekent niet altijd dat er tijd en geld op tafel moet komen. Het is ook een bepaalde mindset: anders gaan kijken naar leerlingen, naar situaties, naar omstandigheden, naar beschikbare materialen. Open staan voor ideeën en inzichten van collega’s, van ouders, maar zeker ook van leerlingen. En vooral ook: keuzes durven maken en nieuwe wegen durven bewandelen, uitdagingen zien als kansen!

Een mooi voorbeeld in dat kader: De Heijnenoordschool in Arnhem had een lokaal ‘over’ en deze wordt nu ingezet als ruimte met flexibele werkplekken voor ouders. Voor een beperkt bedrag kunnen ze gebruik maken van de faciliteiten. Een bijverdienste voor de school, maar tegelijkertijd ook een middel om ouderbetrokkenheid te stimuleren. De ouders kunnen immers hun werk en het helpen op school prima combineren zo! Een win-win-situatie dus!

Een creatieve oplossing voor de uitdagingen van nu! En dat is precies waar het bij innovatie om gaat!

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GuusBouwhuis71 , @pietvsz , @michelboer , @janwn , @pwrooij , @Sjaboepaan , @saskiadellevoet , @Marathonkeje , @ngoudmedia , @HenkTerHaar

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

donderdag 20 oktober 2011

i-Blocks – interactief, intelligent en inspirerend leren lezen

Leren lezen. Bij het ene kind lijkt het vanzelf te gaan, bij het andere kind kost het bloed, zweet en tranen. In de loop der jaren zijn er tal van materialen ontwikkeld om kinderen in dit proces te ondersteunen. Vrij recent kwamen de i-Blocks op de markt. Een innovatief apparaat waarmee kinderen spelenderwijs leesoefeningen kunnen doen.

De basisset bestaat uit een basisstation, 8 blokken met letters, 2 boeken en een handleiding. Wanneer je een boek in de het basisstation schuift, wordt deze herkent op basis van een ingebouwde geheugenkaart. Ook herkent het basisstation bij welke bladzijde het boek open ligt. De kinderen krijgen te horen, dat ze alle blokken in het basisstation moeten leggen. Daarna geeft het apparaat met rode lampjes aan welke blokken niet nodig zijn bij betreffende bladzijde. Ze horen de opdracht, dat ze de blokken weg mogen leggen. Daarna beginne de opdrachten die bij de open liggende bladzijde horen.

Deze opdrachten variëren van het naleggen van woordjes tot het zelf bedenken van woorden en alles wat daar tussen zit. Kinderen worden gestimuleerd om te werken van links naar rechts. Legt het kind de eerste letter geheel links neer, dan gaat er een groen lampje branden en wordt de letterklank uitgesproken. Begint een kind bijvoorbeeld met de tweede letter, dan zal het lampje bij die letter oranje worden en wordt de letter ook niet uitgesproken. Ook bij een verkeerde letter wordt deze niet uitgesproken. Goed gedrag wordt dus direct visueel en auditief beloond, bij een fout krijgt het kind alleen een visuele correctie.

Kinderen kunnen geheel zelfstandig met de oefeningen aan de slag door de eenvoud van het apparaat en door de visuele en auditieve ondersteuning. Ook zijn ze voortdurend handelend bezig met de blokken en door het omslaan van de bladzijden, waarbij telkens directe feedback wordt  gegeven. Dat maakt dat de i-Blocks zich onderscheiden van andere materialen. Het maakt gebruik van verschillende zintuigen waardoor kinderen niet alleen heel betrokken, maar de letters en de woorden ook beter blijven hangen. Door kinderen niet alleen individueel, maar ook samen er mee te laten werken geef je nog weer een extra verdieping aan het proces.

Juf Henriëtte van De Schatgraver in Zwolle heeft de i-Blocks uitgeprobeerd: “Leuk dat ik de i-blocks kon proberen, ik vond het filmpje ook al heel duidelijk! Werken met i-Blocks spreekt voor de kinderen voor zich. Ze vonden het leuk om uit te proberen. Je ziet dat ze werken met computers veel vaker doen, ze zijn niet bang om gelijk uit te proberen. De snelle interactie zorgde voor een grote betrokkenheid en ze bleven geboeid verder gaan. Omdat ze aan het eind van groep 2 al 17 letters moeten kennen, volgens het dyslexieprotocol, lijkt het me een geweldig middel om te gebruiken in de klas. Spelenderwijs leren ze de letters en leren ze deze ook te gebruiken in een woord. De klanken worden ook allemaal goed uitgesproken, de meeste spelletjes hierbij in de speelgoedwinkels zijn in het Engels, of er worden blokletters uitgesproken en afgebeeld. Gebruik van een koptelefoon erbij is natuurlijk ook heel handig! Zo worden anderen niet gestoord in hun spel. Het is voor alle kinderen bruikbaar omdat er ook een goede opbouw in zit. In het begin is het de juiste letter opzoeken en later al zelf bedenken welke letter er komt. Het mooiste zou zijn als je keus had tussen heel veel boekjes met gangbare thema's in de onderbouw (bijvoorbeeld: de bakker, kleine kriebelbeestjes enz. Ook seizoenen doen het altijd goed). Ik miste nu een beetje de aansluiting met ons thema. Wie weet kunnen we ooit met een programma zelf de boekjes maken??”

Inmiddels zijn er al verschillende boekjes beschikbaar. Overigens niet alleen voor het leren lezen, maar ook voor het tellen en het benoemen van kleuren en vormen. Daarvoor is een aparte set met 8 blokken verkrijgbaar met daarop de cijfers en vormen in verschillende kleuren.

De i-Blocks zijn zeer geschikt voor oudste kleuters, die interesse krijgen voor letters en cijfers. Ook voor groep 3-leerlingen biedt het volop mogelijkheden om te oefenen met woorden en uiteraard ook voor jongere kinderen waarvoor Nederlands de tweede taal is. Het materiaal is daarmee multifunctioneel: zowel voor ontdekkend leren als voor het herhalen of remediëren. Voordeel is ook, dat het methode-onafhankelijk is en je kinderen dus kunt laten oefenen met woorden van hetzelfde type als die je in de klas behandeld, maar toch weer anders dan in de methodeboekjes.

Tot slot een filmpje waarin we kinderen in actie zien:



Meer info: http://www.biggle-toys.com

dinsdag 18 oktober 2011

Hoe vernieuwend is Het leren van de toekomst?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Hoe vernieuwend is 'Het leren van de toekomst'?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

De afgelopen weken vond op het Ichtus College in Kampen het Kennisnet-project ‘Het leren van de toekomst' plaats. “Tijdens het experiment gaat een 2e jaars VMBO-klas ervaringen opdoen met de mogelijkheden van een leeromgeving waarin innovatieve technologische oplossingen optimaal worden benut. Tijdens deze proef onderzoekt Kennisnet welke bijdragen ICT-toepassingen leveren aan de kwaliteit van het onderwijs.”, lezen we op de projectwebsite.

Hoewel het experiment nog enkele dagen loopt en de onderzoeksresultaten nog niet bekend zijn, namen we het toch alvast als onderwerp voor onze discussie. Een schot voor de boeg zullen we maar zeggen. De vraag die we centraal stelden, was de vraag in hoeverre je kunt spreken van vernieuwing of nog scherper: Zien we hier echt het leren van de toekomst?

De discussie leverde diverse reacties op die betrekking hadden op verschillende invalshoeken.

Leren van de toekomst?
Allereerst de vraag in hoeverre je echt kunt spreken over ‘leren van de toekomst’. Nemen we bijvoorbeeld mee wat Tex Gunning (lid van de Raad van Bestuur van AkzoNobel) onlangs zei in een lezing , namelijk dat we “kinderen opleiden voor de wereld van gisteren”, dan is dat een terechte vraag. Ook in de bekende filmpjes, zoals Shift Happens en Shift Up Education wordt hetzelfde gesteld. We lopen in feite altijd achter de feiten aan in ons onderwijs. Het begrip ‘leren van de toekomst’ is in die zin niet de juiste benaming. Het is eigenlijk meer het onderwijs zoals het nu overal zou moeten zijn.

Kijken we naar de middelen, die nu tijdens het experiment werden gebruikt, dan zien we dat al meer scholen hier mee aan het experimenteren zijn en vaak al verder zijn dan dit experiment. Vergelijken we het met sommige andere landen, dan geldt dat nog eens temeer. Het feit, dat wij een ander onderwijssysteem hebben zal daar ongetwijfeld mee te maken hebben.

Laten we dus zeggen, dat het experiment voor Nederlandse begrippen vernieuwend is en voor veel scholen ook inderdaad ‘leren van de toekomst’. Maar dat zegt meer over de scholen, dan over het experiment. Op de project-website wordt dat ook verwoord: “In het project willen we laten zien wat er nu al kan. Ook al noemen we het de “toekomstige” leeromgeving, gaat het eigenlijk niet over toekomst. Onze boodschap is dat het nu al kan. We kunnen nu al versnellen met behulp van ICT om betere leeropbrengsten te bewerkstelligen. Dit vraagt wel om goede balans tussen het gebruik van ICT en de manier van lesgeven. Het project biedt hiervoor een etalage.”

Visie
Daarmee komen we ook meteen bij de vraag wat je wilt bereiken met de inzet van deze innovatieve technologie. Wat zijn de motieven om deze ‘innovatieve technologische oplossingen’ te gaan gebruiken? Wat is het doel, dat je wil bereiken? Nu kan ‘het ruiken aan de mogelijkheden’ zoals iemand het tijdens de discussie noemde natuurlijk ook een doel zijn. Immers, je moet soms eerst ergens mee experimenteren en in de praktijk uitproberen wat je wel en niet kunt met een bepaalde toepassing voordat je onderwijsinhoudelijke doelen er aan kunt koppelen. Dit experiment wil daarin een bijdrage leveren voor andere scholen, die ook willen vernieuwen.

Dat betekent wel, dat je lering trekt uit deze experimentele fase en op basis daarvan vervolgstappen zet om dat wat je wilt behouden ook echt te borgen in je onderwijs. Koppelen aan langere termijn doelen en die ook steeds voor ogen houden. Die doelen moeten vervolgens ook voor iedereen helder zijn, dus voor docenten én leerlingen.

Communicatie
Dat brengt ons bij de communicatie hierover en dan met name de communicatie met leerlingen. In feite het onderwerp van Discussie dinsdag van vorige week: De behoefte van leerlingen aan het gebruik van ICT.. In hoeverre komen de ingezette innovatieve middelen tegemoet aan de behoeften van leerlingen? Een vraag die we nog wel eens vergeten te stellen.

De leerlingen die aan het experiment deel mochten nemen, hebben via een blog hun ervaringen gedeeld. Opvallend is hoe vaak het woord ‘leuk’ voorkomt in hun berichten: leuk om met de iPad te werken, leuk dat we vaker de laptop mochten gebruiken, leuk om nieuwe dingen te doen (robotica, 3D printing, augmented reality, webcam, touchtable), leuk om de instructiefilmpjes te bekijken. Het gebruik van andere of nieuwe materialen maakt dus het onderwijs leuk of in elk geval leuker. En dat is natuurlijk een belangrijk gegeven. Motivatie is een belangrijke voedingsbodem voor leren.

Er waren ook leerlingen overigens, die wat kritischer waren. Want hoewel de ene leerling stelt het heel prettig te vinden, dat er allemaal instructiefilmpjes beschikbaar waren voor de verschillende vakken, geeft een andere leerlingen aan dat super vervelend te vinden en liever gewoon uitleg te willen hebben, omdat ze dan de instructie beter begrijpen. Ook gaf een leerling aan, dat het onrustiger was in de klas en weer een ander dat de laptop zo traag werd van al die dingen die je moest downloaden. Wat de één prettig vind, is voor de ander juist niet prettig. Wat dat betreft niets nieuws onder de zon. Wel is het van belang om te constateren, dat niet elk middel voor elke leerling geschikt is. Onderwijs op maat betekent ook: middelen op maat. En dat betekent soms dus een ouderwetse mondelinge instructie! En ‘leuk’ is dus niet altijd ‘beter’.

Het is dus zoeken en uitproberen. Daarbij is ook de wet van de communicerende vaten van toepassing: Door het gebruik van andere middelen, zal ook de inhoud mee veranderen. Verander je de inhoud, dan zullen de middelen weer mee moeten veranderen. Maar in beide gevallen met als doel om de leerling zo goed mogelijk onderwijs te geven, dat bij hém past. Een docent zal dus moeten kijken naar de leerstof, de lesdoelen en de leerlingenbehoeften en op basis daarvan kiezen voor het juiste middel met als focus het leerrendement.

Vaardigheden en Mediawijsheid
Naar aanleiding van de opmerkingen van de leerlingen werd tijdens de discussie ook aangegeven, dat de vaardigheden ook een duidelijke rol blijken te spelen, zowel aan de kant van de docent als aan de kant van de leerling. Om de middelen effectief in te kunnen zetten, zal er aandacht moeten zijn voor het op peil brengen van de vaardigheden. Datzelfde geldt ook voor de mediawijsheid van betrokkenen. Tijdens de discussie waren we het er over eens, dat docenten en leerlingen daarbij veel van elkaar kunnen leren. Te weinig kennis van zaken zal leiden tot het niet (effectief) gebruiken van bepaalde middelen of het verwateren daarvan. Daarbij is het wel van belang om op te merken, dat de vaardigheden niet op zichzelf staan, maar dat er vervolgens ook aandacht is voor de toepassing van deze vaardigheden. Dat is een minstens even grote uitdaging!

En: Je hoeft niet alles te weten! Als je er maar voor open staat, een lerende houding hebt en de juiste vragen weet te stellen en niet bang bent om leerlingen verantwoordelijk te maken! Niet overal apps voor uit de kast halen, maar ze zelf kritisch leren nadenken! Oftewel: hun eigen 'apps' leren gebruiken! De docent maakt leerlingen mediawijs en de leerlingen maken de docent mediavaardig.

Dit alles geeft overigens ook aan, dat apart ICT-beleid niet meer van deze tijd is, maar verweven moet zijn in het totale onderwijsbeleid.

Tot slot een citaat van een van de deelnemers: “Leren moet steeds meer op werken lijken, want werken is steeds meer leren!” Dat is pacht echt ‘Leren van de toekomst’! We wachten met spanning op de resultaten van het experiment op het Ichtus College in Kampen!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @WouterSchimmel , @karinwinters , @FransDroog , @GUPAGEBO , @michelboer , @ruudleuverink , @Sjaboepaan , @jong_leren , @MariekeSimonis , @inabel , @M_Masselink , @ellishouben81 , @compie67 , @_JuuT_ , @jelmerevers


Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

zaterdag 11 juni 2011

Leerlingen denken mee over mobielgebruik in de les

Naar aanleiding van #netwijs Discussie Dinsdag deze week waren we benieuwd welke ideeën leerlingen zélf zouden hebben over het gebruik van mobieltjes in de les. Vanuit hun enorme ervaring met tal van toepassingen en apps zien zij wellicht mogelijkheden, die een eye-opener zouden kunnen zijn.

Via de enquete die we hebben uitgezet kwamen ruim 50 reacties binnen in korte tijd. En zoals we al een beetje verwachtten, konden ook sommige docenten het niet laten om te reageren! Van de reacties kwam 87 % uit het VO en 13% uit het PO.  Van de respondenten heeft 3% een Blackberry, 12% een Android, 14% een Iphone en 24% een ander soort telefoon. Op de vraag of mobieltjes inderdaad in de les gebruikt zouden moeten worden antwoordde 62% ja, 25 % nee en 13% wist het niet. Deze percentages zijn enigszins gekleurd, omdat ook docenten en zelfs een enkele ouder reageerden, zowel positief als negatief. Gezien het beperkte aantal reacties verwacht ik niet, dat de resultaten representatief zullen zijn.

Waar het ons met name om ging was de inhoud. Hebben leerlingen zélf goede ideeën hóe de mobiel ingezet zou kunnen worden. We geven een opsomming van de verschillende binnengekomen ideeën:

  • Agenda van je telefoon gebruiken. Je mobiel heb je altijd bij je en je agenda vergeet je nog wel eens.
  • Aantekeningen maken op je mobiel. Heb je ze direct digitaal. Veel handiger.
  • Calculator voor Wiskunde, Natuurkunde en Scheikunde
  • Timer om te weten hoeveel tijd je nog hebt voor een toets
  • Foto’s en filmpjes maken, bijvoorbeeld voor AK, CKV en beeldende vorming
  • Bij het vak muziek is het bijvoorbeeld leuk om allerlei soorten muziek te downloaden voor een opdracht en die aan de rest van je klas te laten horen.
  • Vragen stellen en antwoorden via  sms'en/pingen/what's up/bellen/twitter. Een SO kan misschien ook op deze manier.
  • GPS gebruiken
  • WRTS app om woordjes te oefenen
  • Zoeken van informatie via de apps voor Wikipedia, Van Dale, kaarten, etc
  • Tools voor VTP (Virtual Terrain Project)
  • Muziek luisteren voor betere concentratie
  • Filmen van de uitleg door een leerling om die later nog eens terug te kunnen kijken.
  • Foto's maken van het bord om die later nog eens terug te kunnen kijken.
  • School zou bijvoorbeeld een app moeten maken waar huiswerk opstaat en waar je je problemen kan bespreken.
  • Misschien kunnen ze i.p.v. een papieren studiewijzer, een soort mobiele agenda maken, die als een soort agenda werkt, en waar leraren dus belangrijke to do's en notities in kunnen zetten. Als leerling krijg je herinneringen, dus minder papier, meer kans op gemaakt werk. Ook huiswerk kan direct digitaal worden opgegeven.
  • Interviews laten afnemen op dictafoon en foto’s maken en plaatsen in potcast
  • Met apps als SCVNGR en 7scenes kan een leerkracht looproutes maken met een spel-element, of verdiepende informatie over een bepaalde plek (leuk voor excursies?).
  • Mobieltjes zouden ingezet moeten worden om te gebruiken als woordenboek bij vakken als Duits, Engels en Frans. De snelheid waarmee je woorden kunt opzoeken op je mobiel is vele malen groter dan het opzoeken in een woordenboek.
  • What about using stuff like World Lens in class on cellphones and then play games like translating with and without phone http://lnkd.in/sSvtGc
  • Maak apps over lesstof dan snappen wij het beter.
  • Wolfram Alpha voor Wis-, Natuur- en Scheikunde, Biologie. Handig voor formules etc.
  • Verder zouden er gemakkelijk apps kunnen worden ontwikkeld voor interactie met het digibord/de computer van leraren zodat er bijvoorbeeld voorbeeldsommen vanaf het bord verstuurd kunnen worden, waarna ze direct op de telefoon zijn of te lossen. Het antwoord kan dan teruggestuurd worden en weergegeven worden op het bord. Dit zou van toepassing kunnen zijn bei allerlei vakken, denk aan tekeningen bij wis, natuur en scheikunde of aan invulopgaven bij talen.
  • Apps voor de werkwoordspelling (Nederlands)
  • App om contact te maken met bv profielwerkstukbegeleider.
Enkele docenten gaven aan fel tegen het gebruik van de mobiel te zijn. Het leidt alleen maar af en er wordt misbruik van gemaakt. Een enkele leerling gaf dat ook toe. Ook werd door iemand aangegeven, dat niet alle leerlingen beschikken over een Smartphone en dat bepaalde apps er wel zijn voor de ene, maar niet voor de andere telefoon. Dat leidt dus tot ongelijkheid in de klas.

Het vereist dus zeker enig denkwerk en de nodige organisatie om daadwerkelijk de mobiel te integreren in de les. Maar bovenstaande bloemlezing geeft aan, dat er genoeg te experimenteren valt. Een zoektocht op internet zou de lijst nog veel langer kunnen maken. De website mobielleren.nl heeft ook al wat voorbeelden op een rij gezet. Meerdere van de genoemde ideeën zijn toestel-onafhankelijk. De mogelijkheden zijn er! En als de leerlingen ideeën hebben over de inhoud, dan wellicht ook over de te maken afspraken en te nemen hobbels. Welke docent gaat de uitdaging aan?

Staat je gouden idee of tip er nog niet tussen? Klik dan op ‘reacties’ onder dit blog en deel het met ons!

dinsdag 17 mei 2011

Lessen arrangeren en lesmateriaal maken moet worden opgenomen in taakbeleid

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Lessen arrangeren en lesmateriaal maken moet worden opgenomen in taakbeleid”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Onlangs was ik met een groep leerkrachten verschillende web2.0-toepassingen aan het bekijken vanuit de vraag hoe ze deze zouden kunnen inzetten voor de begaafde leerlingen op hun school. Het enthousiasme om hier iets mee te doen groeide. Toch kwam uiteindelijk ook weer naar voren: het liefst willen we kant-en-klaar materiaal hierbij. Want zelf toepassingen zoeken en lesmateriaal ontwikkelen, kost veel te veel tijd. Ik hoor dat niet voor het eerst.

Ook uit recente onderzoeken blijkt, dat leerkrachten op zoek zijn naar en behoefte hebben aan kwalitatief goed materiaal waarmee gedeelten van het methodemateriaal vervangen of aangevuld kunnen worden. De aanleiding kan heel verschillend zijn. De behoefte en de noodzaak om te kunnen differentiëren is daarbij een hele belangrijke. Ontevredenheid met (onderdelen van) de methode eveneens.

Er is dus sprake van een groeiende behoefte enerzijds, maar een gebrek aan tijd anderzijds. Zou het opnemen in het taakbeleid daarvoor een oplossing kunnen zijn? Leerkrachten daadwerkelijk meer de ruimte geven om op zoek te gaan naar geschikt materiaal, dan wel deze te ontwikkelen?

In de discussie kwam naar voren, dat dat niet het enige is wat speelt. Een opsomming:

Visie
De eerste vraag, die altijd beantwoord moet worden, is hoe het maken van lesmateriaal en arrangeren van lessen past in de visie van de school. Is dat niet duidelijk, dan ligt daar een belangrijke uitdaging. Willen we dit met elkaar of niet en waarom?

Ambitie
Vanuit de visie moet concreet gemaakt worden waar precies behoefte aan is en hoe de gewenste situatie er uit ziet.

Passie
Verschillende leerkrachten  hebben zelf een bepaalde nieuwsgierigheid om te gaan zoeken naar mogelijkheden en gaan zelf aan het experimenteren. Anderen moeten eerst goede voorbeelden zien, inspiratie opdoen en dingen aangereikt krijgen. Wat hebben we met elkaar nodig om samen enthousiast te worden en de uitdaging te zien?

Actie
Inmiddels is er al het nodige digitale materiaal beschikbaar en zijn ook tal van toepassingen te vinden die zeer geschikt zijn om te gebruiken. Maar waar vind je die op een efficiënte manier? En is dat geschikt en passend bij de visie, de ambitie en de onderwijssituatie? Deze zoekvaardigheid is een belangrijk aandachtspunt om tot succes te komen. Het vereist de nodige vaardigheden.

Creatie
Wanneer dan geschikte materialen en toepassingen gevonden zijn, moet het nog op maat gemaakt worden. Is er niets geschikts gevonden, dan zal er zelf iets ontwikkelt moeten worden. In beide gevallen vraagt dat eveneens om specifieke vaardigheden.

Het is de uitdaging van de schoolleider om aan dit hele proces sturing te geven. Wil ik hier als team mee aan de slag? Wil ik dat we ons hier allemaal in bekwamen? Of kijk ik in mijn team wie al de nodige kwaliteiten heeft om dit op te pakken? Kan ik een werkgroep faciliteren om voor het hele team materiaal te ontwikkelen? Het vraagt om een goed beeld van de ambitie enerzijds en de beschikbare mogelijkheden anderzijds. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Net als geld kan ook tijd maar één keer gespendeerd worden.

Nog een interessante vraag: Welke rol kunnen onderwijskundigen, die via een academische Pabo het onderwijs in stromen hierin spelen? Met hun kennis en expertise zou een belangrijke impuls gegeven kunnen worden aan het proces.

Tijdens de discussie werden verschillende recente onderzoeken ingebracht:
Bovenstaande onderzoeken geven weer de nodige stof tot nadenken en discussie. Waar we het echter over eens kunnen zijn, is het feit dat er duidelijke veranderingen gaande zijn en noodzakelijk zijn in het onderwijs mede ook ingegeven door bijvoorbeeld de plannen rond Passend Onderwijs. Arrangeren van lessen en ontwikkelen van geschikte materialen voor de eigen onderwijssituatie zijn nodig. Leerkrachten kunnen dat er vaak niet extra bij doen. Goed onderwijsmateriaal vinden, maken en inzetten kost tijd! Faciliteren via taakbeleid en scholingsbeleid is een voorwaarde. Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden. Ook daarbij kan ICT wellicht weer een rol spelen in het bewerkstelligen van meer efficiëntie.

Ontwikkelen van digitaal lesmateriaal gaat hand in hand met ontwikkelen van visie en beleid en met ontwikkelen van mensen. Hand in hand op weg naar echt passend onderwijs voor iedereen.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @pavl , @florinablokland , @JaapSoft , @Mennovh , @MarcelMarkvoort , @mariekemove , @Wiswijzer2 , @janwn , @jeroenjeremy , @jaap_w , @PascalMarcelis , @jelmerevers

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

woensdag 23 maart 2011

Lessen met ICT: Een Lente-muurkrant met Popplet

De trainers van Station to Station publiceren iedere twee weken een complete innovatieve les om leerkrachten te stimuleren met ICT aan de slag te gaan. De lessen staan altijd in het teken van een onderwijskundig doel waarbij een gratis toepassing op internet als hulpmiddel gebruikt wordt om een les leerzamer, boeiender en interactiever te maken.

Deze week de les 'Een lente-muurkrant met Popplet'

Popplet is een eenvoudige online applicatie waarmee een digitale muurkrant gemaakt kan worden. Het is ook te geschikt voor de Ipad. U kunt Popplet ook gebruiken om een eenvoudige Mindmap te maken. In de muurkrant kan gebruik worden gemaakt van afbeeldingen, teksten, tekeningetjes en YouTube-filmpjes. De gemaakte muurkrant kan worden gedeeld met anderen, ook om samen te werken aan één muurkrant.

Je kunt het lesmateriaal downloaden op de website van Netwijs.

We zouden het erg op prijs stellen als leerkrachten hun ervaringen met ons delen. Dat kan door een bericht achter te laten op ons Blog, te Twitteren naar @netwijs of te reageren via email naar info@netwijs.info

Heeft u ook een innovatieve les gemaakt of heeft u een innovatieve ICT toepassing die u geschikt vindt. Mail ons uw les of lesidee: info@netwijs.info

dinsdag 22 maart 2011

Inspiratie opdoen op andere scholen rond onderwijs en ICT

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Op welke school zou jij graag eens een kijkje in de keuken willen nemen m.b.t ICT?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Op veel scholen wordt hard gewerkt om ICT een goede plek te geven in het onderwijs. Veel scholen zijn daar ook nog zoekende in. Een kijkje in de keuken van een andere school werkt vaak heel inspirerend. Waarom zelf het wiel uitvinden als een ander dat al heeft gedaan? Maar op welke school ga je dan kijken of bij welke leerkracht? En met welke vraag stap je die school dan binnen?

Via de discussie kwamen verschillende suggesties binnen. We geven een opsomming met daarbij een korte toelichting en enkele citaten uit de discussie:

Aloysiusschool in Maasland
Op de school heeft ICT een belangrijke plaats gekregen ter ondersteuning van het onderwijs. Dit mede dankzij de inzet van hun ervaren ICT-coördinator Ed de Haas. Zijn afscheid van de school vindt plaats op de dag na deze discussie en geheel in stijl.

Klas van de toekomst (OBS West Capelle a/d IJssel)
Een initiatief van het bestuur OPOCK en diverse bedrijven. In een moderne multimediale setting kan onderwijs gegeven worden met behulp van allerlei moderne hulpmiddelen.

Basisschool Wittering.nl in Rosmalen
Een school met een eigentijds onderwijsconcept, waarin ICT een ondersteunende functie heeft. “Geen oude fundamenten laten staan en telkens er weer iets aan toevoegen ... zitten we over 40 jaar nog met dezelfde discussies!”

ROC van Amsterdam
“Kijk eens hoe zij een pittig onderwerp als Linux overbrengen op een pittige groep leerlingen”

Stad en Esch in Meppel
“Kijken hoe 1-op-1 Macbooks onderdeel zijn van het leren. Visie op leren zoals die daar van onderaf ingezet is en vormgegeven wordt.”

Verder werden genoemd de Mariaschool in Reutum, het Geuzencollege in Vlaardingen en Niekée in Roermond

Ook werd het Gisdo-concept genoemd, waarbij het uitgangspunt is, dat leerlingen vanaf groep 5 samenwerken met een computer.

Vragen
Ook een concrete vraag van Marjolein Edelenbosch: “Ik zou wel eens op andere Jenaplan-scholen willen kijken hoe die ICT inzetten en gebruiken, of op andere niet klassikale scholen. Of ze een leerlijn ICT hebben en hoe ze deze inzetten bijvoorbeeld, maar ook software gebruik, en ICT in projecten."
En van Manon van Veen: “Ik zou graag kijken op een school waarbij computergebuik doorgaat tijdens de instructie”.

Naast inspirerende scholen werden ook inspirerende leerkrachten genoemd:

Marcel Markvoort

“Ik zou graag kijken naar zijn SMART Board-gebruik in de bovenbouw / groep6.”
Hanneke Meinen
“Ik zou graag kijken naar haar SMART Board-gebruik en andere ICT bij de kleuters.”
Linda Humme
“Bij haar zou ik ook graag kijken naar het SMART Board-gebruik en al het andere ICT-gebeuren.”

Voor de duidelijkheid: genoemde scholen en personen werden door anderen genoemd in het kader van de wens om daar eens een kijkje te mogen nemen. Ons is niet bekend of genoemde scholen en personen daar gelegenheid voor kunnen bieden.

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Mennovh @aloysiusschool , @JelvanRijn , @Emiel2punt0 , @Bica10 , @MarjoleinEdel , @robertdevilee , @mariekemove , @florinablokland , @JannekeGielisse , @markderuijter

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 1 maart 2011

Als ICT-budget geen issue was

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Als ICT-budget geen issue was, dan …?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Met dit onderwerp gaan we niet op zoek naar luchtkastelen. Budget wordt vaak als snel aangedragen als reden waarom de inzet van ICT in het onderwijs niet gaat zoals iedereen zou willen. Maar wat wil iedereen dan precies en waarom? Stel nu, dat je de vrije hand hebt wat betreft budget, wat ga je dan aanschaffen en/of doen? Waar zou je heen willen als het gaat om integratie van ICT in je onderwijs?

Goede apparatuur
Het eerste, dat genoemd werd, was het vervangen van alle verouderde computers. Niet kijken naar de minimale eisen, maar gaan voor een optimale configuratie. De software die beschikbaar komt voor het onderwijs stelt steeds hogere dan wel andere eisen aan de computers, maar ook aan de netwerken. Scholen hebben dan als snel weer het gevoel achter de feiten aan te lopen. Een belangrijk punt is dus het zorgen dat de infrastructuur meegroeit of aangepast wordt op datgene wat er mee gedaan moet worden. Heel concreet bijvoorbeeld: een kleinere harde schijf en in plaats een betere videokaart en meer werkgeheugen, want de computer hangt toch in een netwerk.
Aansluitend bij voorgaande: een serverloze school. Alle software staat “in the cloud” en alle documenten staan online opgeslagen. Een goede internetverbinding is dan noodzakelijk en ook in dit geval worden wat andere eisen gesteld aan de configuratie van de werkstations.
Kort samengevat: alles moet het altijd en overal doen.
Wanneer de apparatuur up-to-date is, wordt wellicht ook meteen de ICT-coördinator ontlast, die nu vaak geconfronteerd wordt met storingen als gevolg van onvoldoende capaciteit van bijvoorbeeld de werkstations. Daarnaast is de apparatuur dan ook sneller en profiteren dus alle gebruikers van minder wachttijd. Ook een goed servicecontract is daarbij haast een voorwaarde.

Scholing
Scholing werd ook als belangrijk punt genoemd. Goed werkende apparatuur is één ding, maar er goed mee werken hoort daar bij. Deels hangt dat samen, want mensen haken af als ze geen vertrouwen hebben in de apparatuur. Maar los daarvan: Vaak wordt er geïnvesteerd in de hardware, maar niet in de mensen, die er mee moeten werken. Dat gaat vanzelf wel, zo wordt vaak gedacht. In de praktijk blijkt, dat daardoor het rendement veel kleiner is, dan wanneer er geïnvesteerd was in scholing van de leerkrachten. Op de meeste scholen blijkt, dat de mogelijkheden van software, van digiborden, van laptops, van tablets of van wat ook maar is aangeschaft deels onbenut blijven. Uiteraard verschilt dat per leerkracht, maar feit blijft, dat er veel meer uit te halen valt. Voorwaarde is dan wel, dat er tijd en ruimte is voor het personeel om zich hier in te verdiepen en zicht dit eigen te maken. Het betreft dan overigens niet alleen de ICT-vaardigheden, maar ook kennis van de mogelijkheden en ook belangrijk: het klassenmanagement. Discussiepunt daarbij is wel in hoeverre scholing óók een eigen verantwoordelijkheid is van de leerkracht zélf.
Tijd voor de ICT-coördinator om het onderwijskundige proces te bewaken, collega’s te begeleiden, te overleggen met de directeur en de Intern Begeleider en beleidslijnen uit te zetten is daarbij eveneens een wens die leeft en nu vaak ondersneeuwt als gevolg van beperkte formatie en budget.

Elke leerling een eigen computer
Een andere wens is de aanschaf van tablets in plaats van computers. Ze zijn minder kwetsbaar dan laptops en hebben meer mogelijkheden. Ook zijn ze beter op te bergen en handzamer om mee te werken. Elke leerling een eigen computer (in welke vorm dan ook) biedt de leerkracht de mogelijkheid om de leerlingen veel meer op maat te laten werken. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden voor de eigen inbreng van de leerling, wat zich vertaalt in een grotere leeropbrengst.
Anderen twijfelen overigens aan de noodzaak om voor elke leerling een eigen computer aan te schaffen, althans in het Primair Onderwijs. Leerlingen gaan vooralsnog echt niet alles op de computer doen en daarom kan er middels een goede organisatiestructuur ook prima met minder computers gewerkt worden. Alleen zul je dan wel moeten loslaten, dat alle leerlingen op hetzelfde moment ook hetzelfde doen.
De vraag kwam hierbij naar voren of er voldoende educatieve software is om echt onderwijs op maat te geven voor alle leerlingen in het geval ze allemaal een eigen computer zouden hebben. Het antwoord is ja. Maar waarom alleen educatieve software? Ook met andere software zijn er veel mogelijkheden voor het onderwijs. Daarbij zal er echter meer van de leerkracht worden gevraagd qua voorbereiding en creativiteit. Dan kun je zelfs met gratis middelen erg leuke en zinvolle opdrachten laten doen. Ook hier komen visie en vaardigheden weer om de hoek kijken.

Tegenstellingen
In de discussie werd gesignaleerd, dat voor wie de inzet van ICT in het onderwijs echt een uitdaging vindt eerder geneigd zal zijn om nieuwe computers, tablets of andere apparatuur zal wensen terwijl anderen eerder zouden willen investeren in tijd en scholing. Een deelnemer aan de discussie gaf daarbij aan: “Voorlopers investeren zélf in tijd. Volgers krijgen de middelen, maar veranderen omdat het moet.”

Wat zou nu de gemiddelde leerkracht antwoorden op de vraag wat hij of zij zou doen met ICT-geld. “Iets doen aan de hoeveelheid nakijkwerk! Dan gaan ze echt wel harder lopen!” voorspelde één van de discussiedeelnemers. En daar zijn natuurlijk mogelijkheden voor. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden met stemkastjes bij het digibord of digitale methodetoetsen. Kritische vraag daarbij: Kijken deze leerkrachten ook regelmatig naar de resultaten van het leerlingvolgsysteem van educatieve software? Gebruiken ze deze software ook om leerstofonderdelen te toetsen of wordt deze software alleen maar ingezet als extra oefenmiddel?
En wat als ze moesten kiezen tussen minder nakijkwerk of meer leerrendement of leerplezier? Daar wordt je immers uiteindelijk op afgerekend? En geeft dat ook niet meer voldoening? Een echt dilemma hoeft het overigens niet te zijn. Wanneer er goed over nagedacht wordt kan het ook prima gecombineerd worden.

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @henkheurter , @rvdzwan , @Gijs1982 , @Boupas , @gerritdekoster , @peterteriele , @Laagwater , @DeOverdracht , @henkvangils , @Bica10 , @Marathonkeje , @robertdevilee , @Kletskous

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 26 oktober 2010

De werkplek van de leerkracht over 10 jaar

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “De werkplek van de leerkracht over 10 jaar”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Een discussie over de toekomst blijft altijd lastig. Technische ontwikkelingen gaan snel en laten zich niet altijd voorspellen. Vervolgens dient dan de vraag zich aan wat realistisch haalbaar is voor het onderwijs, inhoudelijk maar ook financieel. En tot slot of de leerkrachten en docenten er mee uit de voeten kunnen. De discussie werd dan ook iets breder dan de stelling.

Terugblik
Kijken we terug op de afgelopen 10 jaar, dan zijn er heel wat technische ontwikkelingen geweest. Vaak zijn ze uit ons persoonlijke leven ook niet meer weg te denken. Sta eens stil bij hoeveel er tegenwoordig digitaal gedaan wordt, hoeveel mensen met een mobiele telefoon of een opvolger daarvan rondlopen, hoe vaak u pint in plaats van contant betaalt, hoeveel emails u verstuurt. Kijk ook naar de tijd die leerlingen thuis doorbrengen achter de pc of spelcomputer.

Kijken we naar de technologische ontwikkelingen binnen een schoolgebouw, dan wordt het rijtje gemiddeld genomen al een stuk korter. In veel basisscholen deed het digitale schoolbord zijn intrede. In elk geval een in het oog springende verandering, maar ook een inhoudelijke? Verder zijn de computers en de (draadloze) netwerken ietsje sneller geworden en wordt er wat meer digitaal gedaan. Maar de kloof met de wereld buiten de school lijkt groter te worden. Of zijn we dan te negatief?

Onderwerpen, die meer dan vijf jaar geleden al door bijv. Kennisnet onder de aandacht werden gebracht, beginnen nu heel langzaam een beetje vorm te krijgen. Wat zou je bijvoorbeeld veel kunnen doen met Video-conferencing! Nu, jaren later, wordt er mondjesmaat gebruik van gemaakt en dan als heel vernieuwend gebracht!

Vooruitblik
Kijken we vooruit naar de komende 10 jaar, dan is voorzichtigheid dus op zijn plaats. Wat kán, hoeft niet persé ook te gebeuren. Er zijn veel vragen. Hoe snel zullende ontwikkelingen binnen het onderwijs daadwerkelijk gaan? Zijn we in staat om de kloof te overbruggen of wordt deze alleen maar groter? Zullen we ooit in staat zijn om met ons onderwijs leerlingen voor te bereiden op hún toekomst? Vanuit ontwikkelingen in andere landen zijn sommige vragen wellicht te beantwoorden. Tegelijkertijd zien we in landen waar technologische ontwikkelingen veel meer geïntegreerd zijn ook heel andere onderwijssystemen. Zit daar wellicht de sleutel?

Leerlingen komen thuis en in de maatschappij met steeds meer technologische ontwikkelingen in aanraking. Digitaal is voor hen heel normaal. Ze weten haast niet beter. Met kennis en vaardigheden, die ze spelenderwijs overal om zich heen oppikken, stappen ze de school binnen. Maar wat doen we er vervolgens mee in ons onderwijs?

De leerling leert altijd en overal en zeker niet alleen op school. Daarin zal hij begeleid moeten worden: helpen om verbanden aan te brengen, om kaders en structuur aan te brengen. Kennis zal zeker door oudere leerlingen in het VO, MBO en HBO meer worden opgedaan in de praktijk met de docent op afstand. Daarbij zal meer gebruik worden gemaakt van digitale leeromgevingen, waarin leerlingen elkaar en met hun docent kennis en informatie delen en elkaar van feedback voorzien. Voor het geven van feedback op huiswerk is een gang naar school niet altijd noodzakelijk. Maar kan bijvoorbeeld de digitale leeromgeving worden gebruikt met wellicht een spreekuur via de webcam. Contacturen waarbij iedereen dan wel aanwezig is kunnen dan meer effectief worden ingevuld.

De leerkracht zal steeds meer regisseur , arrangeur en begeleider zijn, hoewel zeker voor leerlingen in PO en begin VO de roep om echte leer-krachten en docenten ook weer sterker wordt. In deze veranderende setting zullen zowel van leerlingen als van leerkrachten de nodige vaardigheden worden gevraagd en een andere manier van werken. De applicaties die ze nodig hebben zullen steeds meer online beschikbaar zijn en niet meer afhankelijk van één bepaalde computer. ICT als middel om de kerntaken in het secundaire proces efficiënter uit te voeren om vervolgens ook in het primaire proces effectiever te kunnen werken.

Leerlingen enthousiast maken en verwondering en nieuwsgierigheid oproepen; dat is waar het om gaat en waarvoor ICT een geweldig hulpmiddel is, als bron, maar ook als verwerkingsmiddel. Samenwerken via de computer aan allerlei opdrachten met klasgenoten, maar ook met bijvoorbeeld leeftijdsgenoten elders in de wereld. Gebruik maken van de sociale netwerken van de leerlingen. Over de schoolmuren en landsgrenzen heen kijken. Dat vraagt van de leerkracht kennis van en overzicht over de beschikbare middelen en de vaardigheid ze op het juiste moment goed in te zetten. Welke applicatie of welk apparaat daarbij gebruikt wordt is niet van belang. Echter ze moeten snel en gemakkelijk bij de hand zijn. Het gaat om de timing en de doelgerichtheid. Om bewuste keuzes: Wanneer geef ik als leerkracht de informatie, wanneer halen we dat van het internet of uit een boek? Wanneer vertel ik als leerkracht en wanneer laat ik het de leerlingen elkaar vertellen. Leerlingen laten meedenken over welke toepassingen handig zouden kunnen zijn om te gebruiken.

Aan de schoolleiding de taak om ervoor te zorgen, dat het personeel hiervoor goed voorgesorteerd staat door middel van visie, beleid, scholing, bezinning, onderscheidingsvermogen en vaardigheidseisen. Niet het gereedschap is vernieuwend, maar degene die het gebruikt!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @Netwijs , @Mennovanh , @MevrouwtjeT , @karinvang , @Laagwater , @pavl , @PieterHendrikse , @KoenElbers , @JelvanRijn , @henkheurter , @PascalMarcelis , @MarcelMarkvoort , @florinablokland , @inabel , @Marlies74 , @woutertinbergen , @Denkbeeldhouwer , @wytze , @ICT4schools , @easycontent , @hereisaz , @halfje_bruin , @LudyBronsema , @E_Nessa , @ronnyvoorhuis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 5 oktober 2010

Leeropbrengsten en rendement te weinig in beeld bij innovatie onderwijs en ICT

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leeropbrengsten en rendement te weinig in beeld bij innovatie onderwijs en ICT”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

In reactie op de samenvatting van vorige week van de discussie over de stelling ‘Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken’ kregen we de reactie: “Goed om te zien dat er een keer over didactiek wordt gesproken in de netwijs-discussie. Maar ook weer verontrustend om te lezen, dat er wel wordt gesproken over het doel, maar het niet over het doel gaat. Hoe komt het toch dat ik telkens in discussies over ICT, niet alleen hier, de termen leeropbrengsten, leerroutes en leerrendement mis. Is dat niet wat we als meetlat zouden moeten nemen?”
Een interessante opmerking en daarom hebben we het als stelling geponeerd voor deze week.

Als eerste wordt de vraag ingebracht of innovatie niet te vaak wordt verward met ‘verbetering’. Innovatie kan een verbetering zijn, maar is dat niet altijd. Daarmee komen we ook meteen bij de essentie van deze stelling. Wat wordt beoogd met innovatie in het onderwijs. Welke visie zit er achter en wat is het doel?
Is het doel, datgene wat hierboven als reactie op de vorige discussie werd gegeven, dus betere leeropbrengsten, juiste leerroutes voor elk kind en een beter leerrendement. Of kan, wat nu door anderen werd ingebracht, innovatie een doel op zichzelf zijn. Staat het vernieuwende centraal of het leren en ontwikkelen van de leerlingen. Of is dit een tegenstelling, die er niet is en worden meerdere doelen beoogd met innovatie?

Nemen we het digitale schoolbord uit de discussie van vorige week als voorbeeld. Wat zijn de beweegredenen van de leerkracht om deze te gebruiken? Hij hangt er, dus ik gebruik hem maar. Je kunt er tenslotte leuke dingen mee doen! Of is er een diepere motivatie, namelijk: Het is een hulpmiddel om mijn onderwijs mee te verbeteren. Een hulpmiddel om mijn lesdoelen te realiseren.
Anders gezegd: ICT in het onderwijs als doel of als middel? En die vraag wordt al vele jaren gesteld. En hoewel ICT verder oprukt, of eigenlijk niet meer weg te denken is, blijft deze vraag rond zoemen en blijven de zogenoemde ‘voortrekkers’ waarschuwen, dat het toch vooral een middel is. En dat is intrigerend. Waarom dringt die waarschuwing zo slecht door bij leerkrachten en docenten?

We kunnen verschillende antwoorden bedenken. Er zijn verschillende invalshoeken om dat te doen. De werkelijke oorzaak zal een combinatie zijn van veel aspecten. Toch noemen we enkele zaken, die wellicht een rol spelen.

Dubbele boodschap
Het kan zijn, dat zij die het hardst waarschuwen ook degene zijn, die telkens weer met iets nieuws aan komen. Simpel uitgedrukt: Ik heb iets nieuws, maar pas op …! Dat vraagt, dat heel goed uitgelegd wordt hoe dit gevaar te ontwijken is.

Visie
En daarmee komen we bij een andere mogelijke oorzaak: Daar waar we ICT als middel zien en niet als doel, is het van groot belang, dat er een koppeling wordt gemaakt met de visie op onderwijs van de school. Waarom is dit middel noodzakelijk of handig bij het vorm geven in ons onderwijs aan de visie die we hebben? Er van uit gaande, dat leren en ontwikkelen centraal staan in het onderwijs, is actuele kennis daarvan noodzakelijk en moet de school zich afvragen hoe daar op in te spelen. En wanneer middelen worden aangeschaft of methoden worden toegepast, is dan voor iedereen helder hoe dat voortvloeit uit de gezamenlijke visie en welk effect wordt beoogd?

Meetcultuur
Als derde mogelijkheid noemen we het feit, dat ICT ook mee de oorzaak er van is, dat de aandacht verschuift van het proces naar het resultaat. Er wordt van scholen verwacht, dat ze op elk moment harde gegevens kunnen ophoesten over resultaten en opbrengsten. Meten is weten, zo is de gedachte. En dat gaat met ICT steeds gemakkelijker. Educatieve softwarepakketten hebben prachtige leerlingvolgsystemen in zich, die soms zelf in staat zijn om de leerling een leerroute op maat krijgen aangeboden. De vraag dient zich dan wel aan, of de leerkracht deze gegevens ook bekijkt en weet te interpreteren en ze ook gebruikt om de rest van zijn programma aan te passen voor kinderen, die dat betreft.

Innovatiescepsis
Een vierde aspect is, dat innovatie door velen toch enigszins sceptisch wordt bekeken. Er is al zoveel uitgeprobeerd, er is al zoveel geld en uitgegeven en er is al zoveel tijd aan besteed die ik niet aan mijn leerlingen kon besteden. En wat heeft het opgeleverd?
En ja, innovatie al dan niet met ICT vraagt het nodige van een school en haar leerkrachten. Het kost soms veel geld en vaak veel tijd. Om het onderwijs meer eigentijds en aantrekkelijk te maken en toegespitst op het toerusten van kinderen voor hun plek in de maatschappij, waar ICT eveneens niet meer is weg te denken, is het nodig om je nek uit te steken en buiten de veilige kaders te denken. Durf je lost te laten, te leren en fouten te maken en durf je het aan de focus te verleggen van resultaten op korte termijn naar die op de lange termijn? Van innovatie is immers bekend, dat de eerste periode het nodige geïncasseerd moet worden. Vaak leidt dat er toe, dat te vroeg wordt gestopt, waarmee de sceptici worden bevestigd. Om overeind te blijven zal continue de relatie tussen visie, doel, inhoud en resultaat gelegd en benoemd moeten worden. Daarnaast leidt innovatie ook weer tot nieuwe leerdoelen, denk bijvoorbeeld aan mediawijsheid. Het blijft dus een dynamisch proces.
Maar is het niet bezig zijn met innovatie ook niet een vorm van tijd en geld verspillen? Bijvoorbeeld van studenten, die in een maatschappij komen met achterhaalde kennis en onvoldoende vaardigheden en dus niet zijn voorbereid door het onderwijs op hun toekomst?
Gezocht zal moeten worden naar een juiste balans, waarbij enerzijds innovatie plaatsvindt, maar anderzijds ook de tijd wordt genomen om daarvan te oogsten. Hierbij moeten we aantekenen, dat we slechts beperkt onderzoeksinformatie konden vinden naar lange-termijn-effecten. Wellicht een mooi onderwerp voor een nieuw Kennisnet-onderzoek.

Management
Tot slot noemen we ook de manier waarop innovatie aangestuurd wordt binnen een school of organisatie. In dat kader verwijzen we naar het artikel van Frans Vodegel: Onderwijsinnovatie met ICT = ‘veranderen’ en ‘verandermanagement’. Vanuit de context van innovaties in het Hoger Onderwijs vraagt hij aandacht voor programmamanagement. En hoewel het bijvoorbeeld binnen een basisschool over innovatie op een heel andere schaal hebben, zijn de principes ook hier wel van toepassing.

Nu lijkt het alsof innovatie altijd grootschalig is en veel tijd en geld kost. Dat hoeft echter zeker niet het geval te zijn. Ook met heel simpele middelen, die weinig tijd en geld kosten en soms zo voor het grijpen liggen, kunnen prachtige innovaties bereikt worden. Maar ook dan geldt, dat je onderwijsvisie altijd het uitgangspunt is en dat van daar uit het doel is bepaald. En ook, dat het niet iets is van een eenling, maar van een teamgebeuren. Samen spelen, samen delen!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @DieterM , @marlies74 , @joenpj , @RonTriCee , @Bica10 , @Netwijs , @mariekemove , @barthoekstra , @jeroenGerth , @LudyBronsema, @ernomijland , @DagjeLesgeven , @PascalMarcellis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 21 september 2010

Innovatie met ICT in het onderwijs, een must of een hype?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Innovatie met ICT in het onderwijs, een must of een hype?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

De stelling riep al voor de discussie begon de nodige reacties op. Kort samengevat: De stelling is een open deur en niet meer van deze tijd. De vraag is echter of je daarmee weg komt. En of je daarmee iedereen die werkzaam is in het onderwijs recht doet, hoort en serieus neemt. Hoewel de stelling wellicht wat zwart-wit is, is nog lang niet iedereen het eens over het feit, dat alle apparaten en innovatieve toepassingen, die de school binnen worden gebracht ook daadwerkelijk een verbetering van het onderwijs betekenen.

Inveseren versus bezuinigen
Jaarlijks worden door scholen duizenden euro’s uitgegeven aan ICT. Dat wordt besteed aan de infrastructuur, dus de computers, printers, accesspoints, kabels, etc. en het onderhoud daarvan. Maar ook aan bijvoorbeeld software-licenties. Leerkrachten worden geconfronteerd met het feit, dat na 4 jaar alle computers in school ineens worden vervangen door splinternieuwe. En dat terwijl er met de oude niets mis was! En dan wordt er ook nog een rijtje Ipads aangeschaft. Tegelijkertijd krijgen dezelfde leerkrachten ook te horen, dat er geen geld beschikbaar is om eindelijk het plein eens op te knappen of het klaslokaal een likje verf te geven. Ziedaar het spanningsveld waarin veel ICT-coördinatoren zich bevinden.
Natuurlijk valt er best het een en ander uit te leggen. Want de leerkracht, die vandaag zegt, dat het onzin is om al die computers te vervangen, komt morgen klagen, dat zijn computer veel te traag is en niet eens fatsoenlijk een filmpje kan afspelen. Of dat hij 3 dagen moet wachten op een nieuwe lamp voor de beamer. Een gevalletje van twee walletjes willen eten. Regeren is vooruitzien en dat vraagt wel eens tijdig investeren ook al lijkt het nu nog niet nodig.

Visie en beleid
Aan de andere kant: Het valt niet te ontkennen, dat er veel geld in ICT wordt geïnvesteerd, terwijl op andere fronten bezuinigd moet worden. Op materiaal en vaak ook op personeel. Is dat te verkopen?
Als het goed is wel. Elke school heeft zijn visie en het te voeren beleid geformuleerd en daar een passende begroting onder gelegd, waarin keuzes zijn gemaakt vanuit visie en beleid. Daarbij heeft de school wel ook rekening te houden met bovenschools beleid en gezamenlijke afspraken en met geoormerkte gelden.

Beperken we ons nu tot de inzet van ICT in het onderwijs, dan zou de school een beleidsplan moeten hebben, waarin vanuit het algemene schoolplan visie en beleid m.b.t. ICT helder zijn verwoord en financieel onderbouwd. Verwacht mag worden, dat de school daarbij modern en kwalitatief goed onderwijs wil nastreven, dat de kinderen voorbereid op hun toekomst. In het beleidsplan zou verwoord moeten staan welke doelen nagestreefd worden en waarom, hoe dat te realiseren en wat het beoogde effect is. Op basis daarvan kan geëvalueerd worden en is ook vast te stellen of het de investering waard is geweest.
Heel concreet: Wat willen we met ons rekenonderwijs? Wat hebben we daarvoor nodig? Wat is er al beschikbaar? Wat moeten we zelf nog ontwikkelen of aanschaffen? Wat verwachten we als resultaat? En tot slot: Wat is het resultaat dat we geboekt hebben en hoe vertalen we dat naar andere vakgebieden?

Dat scholen actief ICT in hun onderwijs moeten betrekken en innovatief bezig moeten zijn, staat buiten kijf. Het is zo verweven met alles wat we doen in de samenleving en het dagelijks leven, dat je je er als school niet aan kunt ontrekken. Kinderen hebben er recht op onderwijs te krijgen met moderne middelen. Immers zij moeten er mee om kunnen gaan wanneer ze toetreden tot de maatschappij. En dan hebben we het niet alleen over vaardigheden, want daar hoeven we vaak niet heel veel meer aan te doen. Maar vooral ook de reflectie er op. Welk middel is op welk moment het beste is en waarom? Hoe kan ik er optimaal gebruik van maken? Welke voor- en nadelen zijn er? En mogelijke gevaren? Leren omgaan met verantwoordelijkheden en keuzes leren maken.

Must of hype
Een must dus! Maar het heeft ook zijn grenzen. Want het is onmogelijk om overal aan mee te doen en achteraan te rennen. Zoals één van de discussie-deelnemers het zei: “Niet alle ICT en is een must voor elke docent. Een hype is het pas, als er ondoordacht gebruik van wordt gemaakt”. Dus wanneer de koppeling met visie en beleid wordt losgelaten en je niet meer aan elkaar kunt uitleggen wat nu werkelijk de meerwaarde is voor het onderwijs op jullie school. Wanneer je niet verder komt, dan dat het leuk is en de kinderen er zoveel plezier aan beleven. Of: Dat zou je ook eens moeten proberen! Wanneer we als school met alle winden mee gaan waaien, doen we de leerlingen ook tekort.

Mogen we dan niet meer experimenteren en nieuwe dingen uitproberen? Zoeken naar innovatieve toepassingen en mogelijkheden? Zeker wel. Ook dat heeft alles met onderwijs te maken: samen ontdekken. Maar evalueer het dan ook. Wat hebben we ontdekt en geleerd en hoe houden we dat vast? Wat gaan we er mee doen en wat kunnen anderen ermee? Hoe ga ik mijn opgedane kennis delen en uitbreiden. Zit ik met mijn visie en beleid nog op de juiste koers of moet ik gaan bijsturen? Niet de ICT als doel op zich, maar ingebed en geïntegreerd. Praat er eens over op de vrijdagmiddag onder het genot van een hapje en een drankje door regelmatig een ICT-café te organiseren en deel je ervaringen. Laat zien wat het oplevert! Kijk terug wat er al bereikt is in de afgelopen tijd.

Dat vraagt om leerkrachten en docenten die betrokken zijn, weten wat er te koop is en de vertaalslag weten te maken. Investeren is scholing, oefensessies en tijd voor de leerkracht om het zich eigen te maken. Gelukkig is ook 10% van hun uren bedoeld voor nascholing. Of zitten deze al vol …

Innovatie met ICT in het onderwijs, een must of een hype? Een must voor wie met beide benen op de grond staat, een hype voor wie niet weet te onderscheiden en voor wie visie en beleid vieze woorden zijn!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 14 september 2010

De uitdaging van vrij toegankelijke applicaties in het onderwijs

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Scholen moeten meer gebruik maken van gratis beschikbare applicaties.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Ontwikkelingen gaan snel. Via internet komt steeds meer informatie beschikbaar en neemt het aantal beschikbare applicaties en tools steeds verder toe. Daar komen in hoog tempo ook de mobiele toepassingen bij. Soms dient hiervoor betaald te worden, maar vaak is het ook gratis te gebruiken.

Allereerst is het goed om wat te verhelderen. Als we het hebben over ‘gratis beschikbare applicaties’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld Web2.0-applicaties, zoals bijvoorbeeld 23 Dingen. Deze zijn vrij op het internet te gebruiken, soms na registratie, en vaak ook gratis. Een enkele keer moet voor aanvullende mogelijkheden wel betaald worden.

Deze programma’s zijn soms Open Source. Dat wil zeggen, dat het een programma is waarvan de broncode beschikbaar is voor iedereen. Anderen mogen die gebruiken om bijvoorbeeld aanvullende applicaties te maken voor het programma. Voorwaarde is wel, dat deze aanvullingen ook weer voor iedereen beschikbaar gesteld worden. Een bekend voorbeeld is de internetbrowser Firefox, waarvoor tal van geweldige aanvullende add-ons beschikbaar zijn. Zo kun je het programma zo maken, zoals jij het handig vindt.
Deze Open Source programma’s zijn overigens niet altijd gratis. Ze zijn dan wel gratis te downloaden van het internet, maar moeten vervolgens geïnstalleerd worden op een webserver, waarvoor je vaak weer hostingkosten e.d. betaalt, tenzij je dat ook zelf in huis hebt. Een voorbeeld hiervan is Joomla, een programma om websites mee te bouwen.

Ongekende mogelijkheden
Beperken we ons nu tot het onderwijs. Rondsurfend op het internet kom je een niet te tellen hoeveelheid aan handige tools en applicaties tegen, die heel goed op school te gebruiken zijn. Soms specifiek voor de leerkracht of docent, als het gaat om administratie, registratie, lesmateriaal maken en communicatie. Maar ook voor het geven van instructie of het uitleggen van lastige abstracte onderwerpen, die nu ineens heel aanschouwelijk gemaakt kunnen worden met behulp van een simulatietool. Ook voor leerlingen zijn er tal van prachtige applicaties om presentaties te maken, leerstof te oefenen, te communiceren met leeftijdgenoten over de hele wereld, enzovoort. De mogelijkheden lijken haast eindeloos te zijn. Kijk eens hoeveel Yurls- en Symbaloopagina’s er al gemaakt zijn door leerkrachten met de meest geweldige toepassingen! ‘Hoe vind je handige tools?’ kan bijna geen vraag meer zijn. Je kunt er haast niet meer omheen.
Stuk voor stuk zijn deze vaak gratis gereedschappen en programma’s echt geweldig. Hoewel ook hier uitzonderingen de regel bevestigen. Het gevaar dreigt, dat alle lessen zo opgepimpt worden met de met een grote hoeveelheid videofragmentjes, kleurgebruik, plaatjes en handige gereedschappen dat er een overkill ontstaat. Het is teveel van het goede. Alles ziet er flitsend uit, maar voegt het ook echt wat toe? Staat het lesdoel nog centraal of meer het middel, dat je gebruikt?

De leerling centraal
De kunst is, om de doelen van je les centraal te laten staan. Vervolgens ga je op zoek, naar de beste middelen om dat doel te bereiken. Dat kan het boek van de methode zijn, dat kunnen blokjes of letterkaartjes zijn, dat kan een digitaal gereedschap zijn. Kies je voor een echte taart om in stukken te snijden of een mooie flash-tool waarmee je een taart in stukken kunt delen? De leerkracht dient zich af te vragen hoe hij of zij aan de kinderen in de klas het beste de leerstof kan overbrengen en wat het beste materiaal is om de leerlingen de stof te laten verwerken.
Het inzetten van al die beschikbare tools en applicaties is dus een keuze. Net zoals het een keuze is om voor een leerling naar de orthotheek te lopen, daar een map met oefenbladen te pakken en hier iets uit te kopiëren. Of de keuze om gewoon de materialen van de methode te gebruiken. Niet het materiaal staat centraal, maar de leerling, die je zo goed mogelijk instructie wilt geven op zijn niveau, in zijn tempo, op een manier die bij hem past.

Visie
Om hier evenwichtig mee om te gaan, zouden scholen dit mee moeten nemen in hun visie en beleid. Ook zou er veel meer binnen de school gedeeld moeten worden op dit punt. Uitwisselen wat je gebruikt, waarvoor en wanneer. Daarmee kun je waar nodig werken aan een doorgaande lijn en dit ook borgen middels afspraken. Door de kennis en ervaring te delen en elkaar ook verder te helpen, til je het onderwijs van de school op een hoger plan en niet slechts in een enkele klas.

Dit alles vraagt allereerst kennis van de leerlijnen en de doelen. Daarnaast kennis van de beschikbare middelen (en dus niet alleen de digitale) en de vaardigheden om ze effectief in te zetten. Een goede tip kan zijn om bij de handleiding van de methode een schemaatje te maken, waarin je bijhoudt welk (digitaal) hulpmiddel je bij welke les hebt gebruikt. Handig voor het volgende schooljaar, overdraagbaar naar een collega en je houdt de koppeling met de methode in beeld.

Toekomstgericht
Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Of toch wel? Als we het hebben over de vrij toegankelijke gereedschappen en programma’s is er een bijkomend voordeel. Wanneer leerlingen op school hiermee leren werken en de mogelijkheden ervan zien, worden ze ook uitgedaagd om het het thuis te gebruiken. Wanneer ze op school bijvoorbeeld met de klas een weblog bijhouden, is de stap om er ook een van zichzelf te maken maar klein. De kennis en ervaring, die ze daar thuis mee opdoen, nemen ze ook weer mee naar school, waar ze het weer op anderen kunnen overbrengen.
Ook de filosofie van het samen iets ontwikkelen, dat we terugzien bij Open Source, en het delen met elkaar van content, wat we als volwassenen vaak nog lastig vinden, leren ze zo al vroeg. Daarmee kunnen we een belangrijke stap zetten in de ontwikkelingen op dit gebied en een bijdrage leveren aan de kenniseconomie. Kinderen krijgen zo belangrijke bagage mee voor hun verdere loopbaan.

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 22 juni 2010

Kennis rond onderwijs en ICT lijkt leerkracht niet te bereiken.

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Kennis rond onderwijs en ICT lijkt leerkracht niet te bereiken. Waar zit de uitdaging?”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Met enige regelmaat valt er gratis bij mij een brochure van Kennisnet in de bus, uit de onderzoeksreeks. “Deze reeks heeft als doel het onderwijs te informeren over wat werkt met ict”, zo valt op de website te lezen. In de praktijk blijkt dat doel echter maar ten dele gehaald. Veel mensen, die in het onderwijs werkzaam zijn blijken de reeks niet te kennen. Erg jammer, want ze bevat waardevolle informatie, die door scholen gebruikt kan worden, wanneer zij bezig zijn met visieontwikkeling.

Nu is Kennisnet niet de enige bron van informatie voor scholen als het gaat om de inzet van ICT, of Nieuwe Media zo u wilt, maar de vraag is of via de andere kanalen meer succes wordt geboekt. Bereikt de informatie de man of vrouw voor de klas? Of komt het niet verder dan de geïnteresseerde ict-coördinator, die zijn of haar uiterste best doet om collega’s enthousiast te krijgen? Waar ligt de grens tussen dingen aangereikt krijgen en zelf actief de ontwikkelingen volgen, tussen consumeren en zelfstudie?

Terecht wordt in de discussie opgemerkt, dat de hoeveelheid beschikbare informatie en de snelheid van de ontwikkelingen enorm is. Er zal dus iemand binnen de school moeten zijn, die het kaf van het koren scheidt. Centrale vraag daarbij is: Wat is onze visie op onderwijs en welke informatie sluit daar het beste bij aan? Als je als school van mening bent, dat de leerkracht of docent degene is, die informatie overdraagt aan de leerlingen, is het weinig relevant je uitgebreid te verdiepen in het zoeken van informatie op internet door leerlingen. Heb je als school begaafdheid als speerpunt, dan is het zinvol je team te voeden met informatie over hoe nieuwe media daarbij zinvol en effectief ingezet kunnen worden. Wanneer de informatiestroom, zo gefilterd, bij de leerkracht aankomt is de kans op een geïnteresseerde ontvangst groter.

ICT-coördinatoren lopen er regelmatig tegenaan, dat collega’s zelf de informatie al filteren, namelijk vanuit de gedachte dat ICT iets is wat er ook nog eens bij komt. Als ik net doe of het er niet is, dan gaat het misschien vanzelf wel weg. Hoewel het feit, dat leerkrachten en docenten een forse workload hebben, niet valt te ontkennen, gaan ze met deze houding toch tekort door de bocht. Ten eerste, omdat de ontwikkelingen er nu eenmaal zijn en ook echt wel door gaan. Ten tweede, omdat ze dan hun ogen sluiten voor het feit, dat het in het onderwijs draait om het voorbereiden van leerlingen op de maatschappij en zo mogelijk op de maatschappij zoals deze er uit ziet op het moment, dat de leerling volwassen is en geacht wordt zichzelf te redden. Dat is een maatschappij waarin ICT of Nieuwe Media volledig zijn geïntegreerd in bijna alle dingen, die we doen. Alle reden dus om ICT ook volledig te integreren in ons onderwijs en het niet als iets opzichzelfstaands te bestempelen.

In de discussie kwamen verschillende concrete tips naar voren om als school hier aan te werken. We delen ze in op categorie:

Informeren en Enthousiasmeren
  • Laat leerkrachten ervaren wat het met de leerbeleving van kinderen doet wanneer ICT wordt ingezet tijdens de lessen, ánders dan als oefenmiddel.
  • Zorg voor inspirerende voorbeelden, die aansluiten bij de visie van de school en de situatie van de leerkrachten.
  • Geef als ICT-coördinator eens een voorbeeldles in de klas van een collega of vraag één van de andere vaardige collega’s dat te doen.
  • Geef tijdens elke teamvergadering of op een vaste dag tijdens de lunch een korte presentatie voor alle leerkrachten: Laat een interessant filmpje zien (bijv. van leraar24), toon een paar handige RSS-feeds, laat een educatieve website zien. Zorg wel, dat het aansluit bij speerpunten binnen de school!
Scholing
  • Geef leerkrachten de kans om te doen en te ervaren. Een praktische training waarin ze veel kunnen oefenen op hun eigen niveau en aansluitend op hun situatie. Geef daarbij keuzemogelijkheden, zodat ze zelf een vorm van regie hebben.
  • Bekijk de mogelijkheid om de trainer, ook tijdens de lessen eens in de klassen te laten kijken en te laten coachen on-the-job.
  • Een training moet praktisch en direct toepasbaar zijn en zorgen voor een plezierige leerervaring voor de leerkrachten en later voor hun leerlingen.
Visie, Beleid en Organisatie
  • Vermijd het woord ICT en spreek over “veranderingen” of ”nieuwe werkvormen”.
  • Spreek over de opbrengsten en niet over de techniek.
  • Geef de leerkrachten de tijd om zich de dingen eigen te maken.
  • Heb niet alleen aandacht voor de vaardigheden, maar ook voor het klassenmanagement.
  • Ontdek waar de angst zit, want dat is het vaak, en help deze stapje voor stapje te overwinnen.
  • Faciliteer als school de leerkrachten, door een vast percentage van de niet-lesgebonden uren te reserveren voor zelfstudie (om breed alle ontwikkelingen rond onderwijs, didactiek, etc. bij te houden).
  • Maak als team duidelijke afspraken en spreek elkaar daar op aan.
Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 8 juni 2010

Communiceren met leerlingen en ouders via Social Media

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leerkrachten en docenten kunnen prima communiceren met leerlingen en ouders via Social Media ”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Kinderen groeien op in het tijdperk van de Social Media. Ze krijgen een account bij MSN, Hyves of Facebook en communiceren met vrienden en klasgenoten. Ook steeds meer ouders en leerkrachten weten hun weg te vinden in de wereld van de Social Media. Naast de al genoemde platforms komen ook andere in beeld zoals bijvoorbeeld Twitter of de meer zakelijke LinkedIn.
Ligt hier niet een geweldige kans voor scholen om een verbinding te leggen en de Social Media tot een verlengstuk van de school te maken? Of kleven er teveel nadelen aan en moet je je als school, leerkracht of docent hier verre van houden?
Een vraag waar de meningen over verdeeld zijn. Enerzijds zien mensen dit als dé manier van communiceren van deze tijd en begrijpen ze de ophef niet. Anderzijds zijn er ook mensen, die school en privé graag gescheiden houden en liever rechtstreeks tegen iemand praten. Twee standpunten, maar sluiten deze elkaar per definitie uit? We noemen wat voorbeelden, tips en aandachtspunten vanuit de discussie.

Laten we beginnen bij de ouders. Zij vinden het vaak plezierig, wanneer ze door de school op de hoogte worden gehouden van wat er gebeurt op school. Vaak worden daarvoor nieuwsbrieven uitgegeven of berichten op de schoolwebsite geplaatst. Een vorm van communiceren waarbij er sprake is van eenrichtingsverkeer, omdat de ouders niet kunnen reageren. Wanneer door leerkrachten ook de email wordt ingezet om ouders te informeren, is er al meer gelegenheid om direct te reageren. Het contact blijft dan wel beperkt tot twee personen.
Wanneer andere media ingezet zouden worden, zoals een weblog, Hyvespagina of Twitter, dan zijn ouders ook in de gelegenheid om te reageren, waarbij ze ook weer onderling op elkaar kunnen reageren. Een digitaal schoolplein zullen we maar zeggen. Dat kan openbaar, zodat ook mensen van buiten de school mee kunnen kijken, maar ook besloten. Via de al eerder genoemde platforms of voor speciaal ontworpen platforms. Eén van de mogelijkheden die scholen hier voor al hebben is het Winkwaves Schoolplein, gericht op communicatie en samenwerking.
Afgezien van het feit, dat je nu meer de mogelijkheid hebt tot groepscommunicatie, ben je ook minder gebonden aan tijd en plaats. Dat geeft ook ouders, die niet in de gelegenheid zijn om naar school te komen, toch de gelegenheid om te participeren en betrokken te zijn.

Kijken we naar de leerlingen, dan zien we vaak een grote motivatie ontstaan, wanneer ze met de middelen van nu kunnen samenwerken, overleggen, discussiëren, maar ook verslag kunnen doen van projecten. Iedereen, die geïnteresseerd is, kan meelezen en reageren.
Tegelijk zien we, dat door de inzet van digitale communicatiemiddelen, ook andere vaardigheden worden aangesproken. Lukt het om kort en bondig te formuleren, zoals bij Twitter waar je maar 140 karakters mag gebruiken? Komt je boodschap goed over bij de lezer of kan deze het ook verkeerd interpreteren? Wat is het verschil tussen geschreven taal en gesproken taal? Tussen digitaal en rechtstreeks communiceren? Welke regels gelden er in het digitale sociale verkeer? Zijn er dingen, waar ik juist niet over schrijf, bijvoorbeeld omdat ik anderen er mee beschadig? Door hier aandacht voor te hebben, verrijk je niet alleen je lessen inhoudelijk door de zinvolle context, maar integreer je ook een stuk mediawijsheid en sociale vaardigheid in je onderwijs.
Naast de onderwijsinhoudelijke meerwaarde, zien we ook, dat communiceren via Social Media-platforms vaak als laagdrempeliger worden ervaren. Meerdere docenten en leerkrachten hebben de ervaring, dat kinderen en jongeren hier gemakkelijker vertellen wat hen dwars zit. In deze veilige setting kunnen zaken zo bespreekbaar worden gemaakt en kunnen contacten worden gelegd. Vervolgens kun je er naar toe werken om het ook mondeling bespreekbaar te maken.
Uiteraard vereist dit een professionele houding van de leerkracht, waarbij feitelijk geen andere regels gelden dan wanneer hij of zij op school contact zou hebben met de leerling. Een suggestie kan daarbij zijn, om als leerkracht of docent gebruik te maken van een aparte account in plaats van zijn of haar privé-account. Daarmee geef je ook naar leerlingen aan, dat je in je rol blijft.

Ook is er dan nog de communicatie binnen de school. Maken leerkrachten gebruik van elkaars competenties en delen ze kennis, ervaring en materialen? Daarin hebben ze een voorbeeldfunctie. Tegelijk blijkt, dat het de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt, wanneer er sprake is van een goed gebruik van het sociale netwerk. Onderwijskundige Nienke Moolenaar promoveerde begin juni 2010 op dit onderwerp.
Gebruik maken van Social Media kan ook zorgen voor een stuk transparantie. Laat maar zien waar je mee bezig bent! Naast een goede communicatie met de ouders is het ook nog eens een stuk PR voor de school. Voor scholen valt hier nog veel te ontdekken én te winnen! Maak daarin niet te grote stappen, maar laat het langzaam groeien en ontwikkelen.

Wanneer je als individuele leerkracht of als school besluit om Social Media in te zetten, is het verstandig hier vooraf goed over na te denken:
  • Vraag je af wat je wilt bereiken en wat je doelstelling is.
  • Kijk vervolgens welk middel, of wellicht een combinatie van middelen, het meest geschikt is om je doel te bereiken.
  • Maak een plan van aanpak voor jezelf. Bedenk hoe je e.e.a. gaat organiseren, wie en wat je nodig hebt en welke afspraken er gemaakt moeten worden.
  • Communiceer tenslotte duidelijk naar alle betrokkenen: collega’s, ouders en leerlingen. Geef duidelijk aan wat je plan is en welke afspraken er gelden. Organiseer eventueel een bijeenkomst om het gekozen medium te laten zien en toe te lichten.
Een mooi praktijkvoorbeeld is De Esdoorn in Elst, die via Twitter verslag lieten doen van het schoolkamp. Daarvoor werd een aparte account gebruikt, die leerlingen gezamenlijk gebruikten. Voor sommige ouders aanleiding om het Twitter ook eens te gaan verkennen.
Een ander voorbeeld is het project “Rapadonië” van Sanne Kuyt, waarbij Twitter op een fantasierijke manier onderwijskundig wordt ingezet.

Nog een paar belangrijke aandachtspunten op een rij:

  • Blijf er op letten, dat niet het middel, maar het doel en de inhoud centraal staat. Belangrijke kernwoorden: uitdagend, relevant, betrokken.
  • Heb aandacht voor de privacy-regels, die gelden. (Ook via bijv. Twitter mogen niet zomaar allerlei foto’s gedeeld worden met kinderen er op)
  • Zorg voor een beheerder, die het communicatieplatform op orde houdt.
  • Met elk medium bereik je maar een deel van je doelgroep. Zorg dus, voor een integrale aanpak, waarbij verschillende media op elkaar aansluiten of elkaar aanvullen.
  • Wees je bewust, wát je deelt en met wie.
Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
De links die genoemd zijn tijdens de discussie zijn terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Over twee weken weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!