Posts tonen met het label ict-vaardigheden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ict-vaardigheden. Alle posts tonen

dinsdag 9 oktober 2012

Liever een tablet aanschaffen dan oefensoftware bij de methode!


Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Liever een tablet in de klas dan oefensoftware bij de methode!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Voor het bedrag dat een middelgrote school kwijt is aan de licentie van twee jaar voor methodegebonden educatieve software, had de school ook een tablet, of misschien wel twee aan kunnen schaffen. Stel je krijgt €400,- en je mocht kiezen; welk van de twee zou je dan kiezen?

voor- en nadelen
Het voordeel van de methodegebonden software is, dat het naadloos aansluit bij de methode, de resultaten registreert en deels zelf de juiste opdrachten en oefeningen aanbiedt aan de leerlingen. Nadeel is, dat je naast het wellicht wat aanpassen van de instellingen en het organiseren, je er als leerkracht wat passief naast staat.
Het voordeel van een tablet is, dat het flexibel is en voor meerdere doeleinden ingezet kan worden. Je kunt je eigen lessen inrichten en je eigen content toevoegen. Het vraag echter wel, dat je als leerkracht zelf de juiste opdrachten en begeleiding moet geven. De opdrachten zijn meer open van karakter, de werkwijze ligt niet vast en de uitkomsten ook niet. Je zult daarbij de leerlijnen goed in je hoofd moeten hebben.

Terecht werd opgemerkt, dat het niet helemaal een juiste vergelijking is. Eigenlijk zou je moeten zeggen: een computer met educatieve software versus een tablet met apps. Daarmee heb je het eigenlijk over hoe je als school onderwijs wilt geven. Enerzijds vraagt dat om keuzes te maken, anderzijds vraagt dat ook de nodige vaardigheden van de leerkracht, zowel in didactisch opzicht als ict-vaardigheden.

naast elkaar gebruiken
Het is de vraag of er echt sprake is van een tegenstelling. Beide kunnen immers prima naast elkaar gebruikt worden binnen de school. Welk middel je inzet hangt geheel en al af van de doelen die je wilt halen, de mogelijkheden en behoeften van de leerlingen, etc. Zo zou je dus kunnen afspreken, dat er ten aanzien van bepaalde vakgebieden schoolbreed gebruik wordt gemaakt van de methodegebonden software, bij andere vakken van methode-onafhankelijke software en voor weer andere vakken of voor plusopdrachten van andere middelen zoals de tablet met de daar op beschikbare app. Ook zou je de tablet kunnen inzetten om bepaalde leerlingen extra te onderstuenen. Denk daarbij ook aan leerlingen met bepaalde beperkingen, die zeer geholpen zijn met de mogelijkheden van de tablet om spraakgestuurd te zoeken, teksten te laten voorlezen, instructies op te nemen als filmpje, etc.

keuzes maken
Bij het gebruik van educatieve software moet de leerkracht zorgen, dat het organisatorisch ingepast wordt in het dagelijkse programma, de software goed staat ingesteld en ook naar de resultaten kijken en daar weer op anticiperen. Pas dan is het gebruik effectief. Ditzelfde geldt ook voor het gebruik van de tablets. Ook daarbij zal e.e.a. georganiseerd moeten worden, zullen de juiste apps beschikbaar moeten zijn en zullen de leerlingen begeleid moeten worden.
Daarvoor moet je als leerkracht de nodige kennis en vaardigheden hebben. In beide gevallen zal daarin geïnvesteerd moeten worden door de leerkracht zelf, maar ook vanuit de directie. Maar ook van de leerlingen wordt wat gevraagd. In het ene geval worden ze door de software aan de hand genomen om bepaalde vaardigheden te oefenen, meer sturend onderwijs dus. In het andere geval wordt er meer een beroep gedaan op eigen creativiteit, zelfoplossingen bedenken en de handige mogelijkheden ontdekken en gebruiken, meer interactie, meer ontdekkend onderwijs. Ook hierbij zal er geïnvesteerd en gefaciliteerd moeten worden.

ruimte bieden
De keuze voor en de inzet van de middelen, of het nu een pc met software is of een tablet met apps, vraagt wat van leerkrachten en van leerlingen. Het vraagt echter ook het nodige van de directie van een school. Ongeacht de keuze zal de directie de leerkrachten moeten faciliteren, enthousiasmeren, ondersteunen, laten scholen, samen moeten laten werken, etc. Op hun beurt zijn de leerkrachten dan weer toegerust om dat bij de leerlingen te doen. De directie kan niet van de zijlijn blijven toekijken, maar zal actief betrokken moeten zijn en wellicht ook een voorbeeld zijn. En het mooiste is: met z’n allen samen op ontdekking gaan, van elkaar en met elkaar leren! 

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening delen? Reageer dan op dit blog of anders via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Sjaboepaan , @Tonmeijer1 , @karinwinters , @GuusBouwhuis71 , @MarcelMarkvoort , @SusanSpekschoor , @Timgearz

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

dinsdag 14 februari 2012

Welk ICT-middel heeft jouw onderwijs het meest veranderd?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Welk ICT-middel heeft jouw onderwijs het meest veranderd?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

ICT is niet meer weg te denken uit het onderwijs. En hoewel er nog heel wat slagen te maken zijn en er nog veel mogelijkheden onbenut blijven, is het ook wel eens goed om terug te kijken. Welk ICT-middel heeft bij jou echt gezorgd voor een verandering? En welke verandering dan?

Terecht werd tijdens de discussie hierover de vraag gesteld of het gaat om verandering of om verbetering. Die twee hangen uiteraard nauw met elkaar samen. De belangrijkste reden om iets op een andere manier te doen of met andere middelen is immers meestal dat je een verbetering wilt bereiken:  Je wilt je instructie verbeteren, je wilt je leerlingen actiever betrekken bij de les, je wilt de prestaties van je leerlingen verbeteren.
Soms gaat het echter niet zozeer om de verbetering van het resultaat, maar meer om andere zaken: Je wilt efficiënter werken, je wilt zorgen voor afwisseling of voor een besparing. Ook dan zul je echter geen genoegen nemen met achteruitgang van kwaliteit en dus meteen ook een verbeterslag willen maken. Dit is overigens niet altijd van te voren in te schatten en blijkt na een experimentele fase, dat het beter is om te stoppen met het gebruiken van een bepaald middel of een bepaalde tool.

Op de vraag welk middel nu echt tot een verandering heeft geleid bij iemand, kwamen diverse reacties:
  • De implementatie van Google Apps Education bij alle 12 scholen. Dit zorgde voor eenduidigheid in mailadressen, gezamenlijke agenda’s, delen van documenten. Het verplicht moeten gebruiken zorgde voor verbetering van de ICT-vaardigheden bij leerkrachten.
  • Het digitale schoolbord i.c.m. met het internet. Dit gaf tal van mogelijkheden om veel meer visuele ondersteuning te bieden. Voorbeeld: Satellietbeelden kijken op de vrijdag dat het ging sneeuwen, wanneer is de sneeuw bij ons?
  • De computer(s) en de educatieve software. Hiermee kwamen er veel meer mogelijkheden om variatie te brengen in het oefenen en verwerken van lesstof en meer adaptief te werken.
  • De Smartphone. Door het gebruik van verschillende apps  kunnen studenten veel directer antwoord krijgen op vragen en kun je als docent snel invoed uitoefenen op het leerproces, waardoor contacturen effectiever ingevuld kunnen worden. Het leidt ook tot meer betrokkenheid bij de studenten. Voorbeelden: Edmodo, Facebook, Twitter, LinkedIn,  WordPress, mail, Whatsapp
  • De iPod Touch. Een all-in-one apparaat dat creativiteit stimuleert. Het is een fototoestel, videocamera en dictafoon in één. Voorbeeld: Leerlingen straatinterviews laten maken in Londen. Daarna een montage ermee laten maken (podcast). Ook gebruikt om geluid te meten, stopmotions, instructiefilmpjes…
Tot slot nog een paar belangrijke opmerkingen tijdens de discussie:
  • Allesbepalend is: de verandering in denken! Hoe kan ik ICT-middelen gebruiken om mijn leerdoelen te bereiken, actueel, motiverend en effectief?
  • Er is niet één ICT-middel, die 't meest veranderde. Het is de mentale stap naar ICT-integratie an sich die telt!
  • Belangrijke vereiste is dat je als leerkracht weet wat je waar kunt vinden, anders helpt het je geen stap vooruit.
  • De leerling en zijn creativiteit staan centraal, niet de leerkracht en zijn verhaal.
Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @kovacevitch , @GuusBouwhuis71 , @Sjaboepaan , @ictvliedberg , @Tonmeijer1, @Riaanlous , @henkvangils , @zeizevann8ook , @meestervheerde , @devlies , @petervdbroeck , @europeaantje , @brambruggeman

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

woensdag 18 januari 2012

De leraar als lerende netwerker in de sociale ruimte

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “De leraar als lerende netwerker in de sociale ruimte.”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Gisteren verscheen op de nieuwssite De Nationale Onderwijsgids een bericht met als titel  “De leraar als lerende netwerker in de sociale ruimte.” Deze titel is afkomstig van de nieuwe leerstoel van het Ruud de Moor centrum van de Open Universiteit. Dr. Maarten de Laat is benoemd op deze leerstoel. “Hij zal zijn onderzoek richten op de sociale aspecten van professionele ontwikkeling van leraren, de rol die ict hierbij kan spelen en de impact ervan op het organiseren van leren en werken in lerende organisaties.”
Vanuit het onderwijsveld willen we hem graag behulpzaam zijn! We hebben daarom de titel van zijn leerstoel als stelling genomen voor #netwijs Discussie Dinsdag. Het resultaat bieden we bij dezen aan aan Dr. Maarten de Laat. We hopen hem regelmatig bij onze wekelijkse discussie te verwelkomen en denken graag met hem mee!

Onderwijs en sociale media. Het roept uiteenlopende reacties op bij leraren en docenten. De één is laaiend enthousiast en de ander moet er niets van hebben. Bij veel beleidsmakers lijkt angst te regeren. Allerlei factoren spelen daar in mee: angst voor het onbekende, niet kennen van de mogelijkheden, privacy-issues, het scheiden van werk en privé, alles in de hand willen houden. Toch zijn er ook vele geslaagde voorbeelden, waarbij social media succesvol wordt ingezet. Er lijkt een kloof te ontstaan in onderwijsland. Misschien kijken we daar al niet meer van op! Deze kloof ontstaat echter ook binnen scholen en dat kun je als beleidsmakers toch niet laten lopen? En bovendien: Wil je als leraar of docent je leerlingen of studenten begeleiden, dan zul je toch op de hoogte moeten zijn van wat er te koop is? En daarnaast geldt: Als je keuzes wilt maken over het gebruik van social media, dan zul je tenminste moeten weten wat het is en wat je er mee kunt?

Vanuit de discussie een vragen, waar een onderzoek antwoord op zou moeten geven:
  • Hoe komt het dat het gebruik van sociale media door velen als bedreiging wordt ervaren en niet als kans?
  • Is de drang om alles te theoretiseren, beschrijven en onderbouwen niet juist een handicap van ons onderwijs, zo ook ronde de inzet van sociale media?
  • Welke rol speelt de factor ‘tijd’ bij leraren en docenten een rol om het niet te gebruiken en is dat terecht?
  • Het gebruik van social media in het onderwijs is een must! Maar waarvoor?
  • Welke goede voorbeelden zijn er? En wat waren daarin de succesfactoren?
  • Is er sprake van een generatiekloof? En zo ja, hoe kan deze binnen het onderwijs worden overbrugd?
  • Is het onderwijs al wel klaar voor "de toekomst"? Of beter gezegd: het heden?
  • Is het percentage van gebruikers van regelmatige van sociale media in het onderwijs vergelijkbaar met andere beroepsgroepen?
  • Is er een relatie tussen de schroom om content (lesmateriaal) te delen en de schroom om sociale media te gebruiken?
Ook enkele belangrijke aandachtspunten die werden aangedragen:
  • Pas op, dat je zo theoretisch bezig bent, dat je de praktijk uit het oog verliest.
  • Wees eerder prospectief (wat zijn de mogelijkheden) als retrospectief (wat doen leraren nu al)
  • Focus niet alleen op leraren en docenten, maar ook op directies.
  • Onderzoek doen naar is wel leuk maar wat heb je er aan? 't Is geen vraag meer dát er iets moet gebeuren. Maar hoe? Wie betaalt?
Tot slot nog enkele suggesties voor wat Maarten de Laat in elk geval zou moeten lezen. Een lijst die lang niet volledig is en via reacties op dit blog altijd aangevuld kan worden.

Weg met angst voor social media
Onderzoek Leeropbrengsten digitale leermiddelen
Van #rotschool naar #topschool @socialemedia
Eindelijk een social media-protocol in het onderwijs!?
Leerkrachten en docenten hebben voorbeeldfunctie bij gebruik van Social Media
Communiceren met leerlingen en ouders via Social Media
Social media in het onderwijs
Enquête sociale media en onderwijs
De leraar centraal bij onderwijsinnovaties
En nu online – Social media voor professionals, organisaties en facilitatoren
@DeStudentcoach
De hakken in het zand
Lente in het onderwijs

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GuusBouwhuis71 , @pietvsz , @Sjaboepaan , Boupas , @Marathonkeje , @RJoch , @onderwijslente , @JaapSoft , @Wiswijzer2 , @JeroenGerth

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 4 oktober 2011

Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Het onderwerp vandaag was afkomstig van een filmpje, dat gisteren werd gepubliceerd met als titel: De Digitale Uitdaging in het onderwijs. Het filmpje neemt leerlingen als uitgangspunt. Komt de school tegemoet aan hun wensen? Kan en wil de school die uitdaging aangaan? En wie moet dan specifiek die uitdaging aangaan? Wie moet er in actie komen na het zien van dit filmpje?

In onze stelling hebben we de titel van het filmpje iets aangepast en het balletje bij de leerkracht gelegd. Dat is immers degene die daadwerkelijk het onderwijs verzorgd aan de leerling? Als er iets moet veranderen in de klas, dan begin het toch bij de leerkracht.
Hoewel de stelling een inkoppertje lijkt, is er toch wel meer over te zeggen. Ja, de leerkracht is degene die bepaalde middelen wel of niet inzet in de klas. Maar deze leerkracht heeft wel te maken met het beleid dat gevoerd wordt op de school en de visie die er is. Heeft het team van de school, onder leiding van de directie, een gezamenlijk antwoord op de vragen die de leerlingen in het filmpje stellen? Zo niet, dan zal dat nog moeten gebeuren. En als die visie er wel is, dan zal de uitvoering hiervan gefaciliteerd en aangestuurd moeten worden. Niet alleen de vraag  ‘Wat willen we?’ moet beantwoord worden, maar ook ‘Wat kunnen we?’en ‘Hoe gaan we dat doen?’

Ligt dan dus het balletje bij de directie? Voor een deel wel. Daar ligt de regie. Dat betekent echter niet, dat je als leerkracht geen eigen verantwoordelijkheid hebt. Ben je als leerkracht op de hoogte van ontwikkelingen en mogelijkheden en deel je dat ook met anderen? Wie houdt je tegen om met de middelen die je ter beschikking staan te gaan experimenteren? Ga enthousiast aan de slag en deel je enthousiasme met collega’s. Wellicht slaat het vonkje over en kun je samen aan de directie laten zien waar je ambities liggen.

In de praktijk blijkt dit alles toch wat gecompliceerder. Leerkrachten die zich roepende in de woestijn voelen. Directeuren en ICT-coördinatoren, die grote weerstanden voelen. Ouders, of zoals het filmpje laat zien: leerlingen, die geen gehoor vinden. Het is echter de vraag of dat direct met het middel ICT te maken hebben. Of is dit een gemakkelijke stok om de hond te slaan en zelf buiten schot te blijven?

Weerstanden zien we ook bij de invoering van een nieuwe methode, bij de invoering van een ander onderwijsmodel of bij verandering van taken. Wil je überhaupt wel veranderen? Wil je wel weten hoe het ook ánders kan? En terug naar het filmpje: Staan je als school en als leerkracht er voor open aan leerlingen te vragen wat zij nu graag zouden willen. Dat vraagt een andere benadering, dan we vaak gewenst zijn.
Feit is, dat van de directie een stuk visie verwacht mag worden en van de leerkrachten de nodige competenties om onderwijs op een eigentijdse manier vorm te geven, passend bij de onderwijsbehoefte van hun leerlingen. Daarin kun je niet zonder elkaar. Je zult met elkaar in gesprek moeten en op zoek moeten naar mogelijkheden en manieren om zaken te organiseren.

Tegelijkertijd moet je ook wel eens even niet praten, maar doen. Gewoon eens even uitproberen en ervaren. Niet wachten tot iedereen het er mee eens is, maar de praktijk voor zich laten spreken. Goede voorbeelden zeggen vaak meer dan duizend woorden!

Een citaat uit de discussie: “Als het om een eigen telefoon gaat is men wel bereid te leren, gaat het over mogelijkheden of kansen in het onderwijs niet.” Misschien ligt daar de sleutel! Welke belang is er in het spel als het gaat om integratie van ICT in het onderwijs? Voor leerkrachten liggen die belangen wellicht weer anders, dan voor leerlingen, de directie of de ouders. De uitdaging ligt dus in het feit om samen op zoek te gaan naar de gezamenlijke belangen! Niet het balletje steeds terugschoppen naar de ander, maar samenspelen om samen te scoren!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @compie67 , @Sjaboepaan , @henkvangils , @Emiel2Punt0

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 29 maart 2011

ICT-vaardigheidsniveau van leerlingen, die de basisschool verlaten is belabberd!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Het ict-vaardigheidsniveau van leerlingen die de basisschool verlaten is belabberd!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Enige weken geleden hadden we een discussie met als onderwerp “Een Leerlijn ICT is volkomen achterhaald!”. Daarin kwam al naar voren, dat ICT zo geïntegreerd is in ons dagelijks leven, dat het vreemd is om dat niet te doen in ons onderwijs. Er zijn tal van mogelijkheden om ICT als middel in te zetten binnen de reguliere lessen. Stel je daarbij als leerkracht of docent eerst de vraag wat je onderwijsdoel is en bekijk dan hoe ICT een middel kan zijn om dat doel te bereiken en in welke vorm.
Ook de vaardigheden, die dat vervolgens van de leerlingen vraagt kwam aan bod. Eén van de conclusies was, dat een basisleerlijn ICT-vaardigheden zowel voor de leerkracht als de leerling een belangrijke leidraad vormt om de kwaliteit te bewaken.

De stelling van vandaag was een verzuchting van een VO-docent. Leerlingen kunnen vanalles met hyves, msn en YouTube. Maar als ze informatie op moeten zoeken en verwerken, dan wordt het zweten. Daarvoor ontbreken de vaardigheden.
Nu zullen er in de praktijk grote verschillen zijn. Veel basisscholen hebben een leerlijn ICT-vaardigheden en laten leerlingen gericht oefenen om zich deze vaardigheden eigen te maken; al dan niet geïntegreerd in andere vakken. Veel scholen echter hebben deze leerlijn niet of hebben hem alleen maar op papier staan. En op veel scholen is de uitvoering afhankelijk van de vaardigheden van de leerkracht, die daar vaak ook niet op wordt aangesproken.
De vraag naar de oorzaak van een dergelijke verzuchting van VO-docent laat zich dus op meerdere manieren beantwoorden als we kijken naar het PO. Maar we moeten ook kijken naar het VO. Is voldoende duidelijk wat leerlingen moeten beheersen binnen het VO als het gaat om ICT-vaardigheden? Ook dat zal per school verschillen. Wanneer het VO een duidelijk competentieprofiel zou opstellen met een duidelijk omschreven startniveau, dan zou dit het PO in staat stellen om daar met hun leerlijn op aan te sluiten. Deze lijn kan overigens ook weer worden doorgetrokken richting MBO en HBO.

Ook hierbij ontstond weer een discussie over de vaardigheden van de leerkrachten en docenten zelf. Allereerst geldt, dat zij kennis moeten hebben van de middelen en mogelijkheden. Zonder dat zullen ze het ook niet gaan inzetten en ook niet hun leerlingen kunnen inspireren en uitnodigen. Of ze zelf alle programma’s e.d. ook moeten beheersen is maar de vraag. Wanneer ze de leerlingen voldoende kunnen faciliteren en begeleiden, dan zijn leerlingen ook prima in staat om zelf op ontdekking te gaan en elkaar te helpen. Blijkt echter, dat hun eigen vaardigheid een belemmerende factor is, waardoor ook de afspraken binnen de leerlijn in gevaar komen, dan zal moeten worden ingegrepen. Door hulp van een collega, ondersteuning van een ICT-coördinator, inzet van een vakdocent of door scholing. Vanuit het management zal daar oog voor moeten zijn. Zij zullen het bespreekbaar moeten maken en dit moeten faciliteren.

Toch maar weer een digitaal rijbewijs invoeren? Niet in de vorm zoals we die hebben gehad. Daarbij kregen leerkrachten en docenten allerlei programma’s en vaardigheden voorgeschoteld, waar ze in de praktijk niets mee konden. Het heeft alleen toegevoegde waarde wanneer het ook echt is toegespitst op dat wat nodig is om de leerlingen goed en eigentijds onderwijs te geven. Vaardigheden en programma’s, die ze ook daadwerkelijk zullen moeten gebruiken in de praktijk.

Belangrijke aandachtspunten voor zowel de leerkracht of docent als voor de leerling zijn: veilig internetten, gevolgen inzien van reageren op Internet, sociale netwerken, informatieverwerking, zoekvaardigheden, documentbeheer, enzovoort. Dat kan via een aparte leerlijn maar wel met een koppeling naar en integratie in de verschillende vakken.
In dit kader verwijzen we ook naar bijv. de Kennisbasis ICT en de Inventarisatie ICT-competenties. Goed om kennis van te nemen!

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @myrandreas , @digikennis , @ YorickSaeijs , @robertdevilee , @MarcelMarkvoort , @karinwinters , @Boupas , @JohnLeeGain , @RobbertZ80 , @MarjoleinEdel , @MevrouwtjeT , @kletskous , @sabineverbeek , @marboneveld , @Afwels , @PascalMarcelis , @florinablokland , @Sjaboepaan

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 8 februari 2011

ICT-leerlijn bepaald door onderwijsinhoud en ervaring

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Een Leerlijn ICT is volkomen achterhaald!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting. Hoewel de gebruikte voorbeelden op het basisonderwijs zijn gericht, zijn de principes breed toepasbaar.

Veel scholen, stichtingen of verenigingen zijn weer druk bezig met hun beleidsplannen voor de komende jaren. Ze ontkomen daarbij niet aan de vraag hoe ICT daarin een plekje krijgt. Wordt het een apart plan, wordt het een paragraaf of gaan we voor volledige integratie? Al eerder voerden we er met #netwijs Discussie Dinsdag een discussie over.
Een andere vraag, daar mee samenhangend is, is de vraag hoe wordt omgegaan met de vaardigheden van leerlingen als het gaat om de inzet van ICT in het onderwijs. Wat doen we met de eisen die de Inspectie aan de scholen stelt, bijvoorbeeld in het Waarderingskader ICT? Is er naast een leerlijn rekenen, een leerlijn wereldoriëntatie ook een leerlijn ICT-vaardigheden? Of gaan we ook hier voor integratie?

De vraag laat zich niet direct met ja of nee beantwoorden, zo bleek tijdens de discussie. Dat ICT en de daarbij horende vaardigheden geen doel op zich mogen zijn, daarover is iedereen het snel eens. Toch is dat op veel scholen nog wel de praktijk. Leerlingen leren bij kleuters muisvaardigheden, gaan in groep 3 met Paint aan de slag, in groep 4 met Microsoft Word, enzovoort. het doel is uiteindelijk, dat ze in groep 8 zelfstandig werkstukken in Word en presentaties in Powerpoint kunnen maken.
Hier zijn wat vragen bij te stellen. Hoe ga je deze vaardigheden aanleren? De praktijk op veel scholen is, dat er maar een beperkt aantal computers beschikbaar zijn. Gaan ze er dan om beurten mee aan de slag? Hoe vaak is een leerling dan aan de beurt en hoe lang duurt het dan voordat hij/zij de vaardigheid beheerst? Welk materiaal wordt er voor gebruikt en staan daarin de relevante vaardigheden om het uiteindelijke doel te bereiken? En wat als de leerlingen de vastgestelde vaardigheden al beheersen? Mogen ze dan verder met de vaardigheden, die gepland staan voor een volgend schooljaar? Of gaan we verdiepen?
Gaan we voor het integreren van ICT in de dagelijkse lespraktijk, hetgeen bij alle deelnemers de voorkeur heeft, hebben we dan dat probleem niet? Feit is, dat kinderen al heel jong hun eerste ervaringen opdoen met de computer en andere (digitale) apparatuur. Ze komen dus met ervaring de school binnen.

Laten we een vergelijking maken met schrijven. Hebben we een leerlijn ‘Potlood en pen’? Als we kinderen leren schrijven, hebben ze al een heel traject achter de rug. Thuis hebben ze al heel wat ervaring achter de rug met wasco, potloden en stiften. Spelenderwijs ontdekken ze de mogelijkheden en onmogelijkheden. Eenmaal op school gaat dat proces verder. Door het aanbieden van diverse materialen wordt spelenderwijs de motoriek gestimuleerd. Zelfs het spelen met bijvoorbeeld klei is een goede oefening in dat proces, al zien kinderen daar zelf geen enkel verband tussen. Ook de ontdekking, dat je met potloden een heel ander resultaat krijgt, dan met bijvoorbeeld stiften en dat beide ook weer naders gebruikt moeten worden, zijn belangrijke leerervaringen. Langzamerhand komen dan de schrijfoefeningen, de aandacht voor de potloodhantering, enzovoort. Ook wordt de link gelegd tussen het gesproken en geschreven woord.
Het ene kind kan al wat woordjes lezen als het naar school gaat, of eigenlijk moeten we zeggen: herkent al sommige woordjes, voor het andere kind zijn niet meer dan vreemde tekentjes. Bij sommige leerlingen lijkt het allemaal vanzelf te gaan. Bij de ander moet de juf of meester regelmatig bijsturen of eens apart gaan oefenen met bepaalde vaardigheden. De leerkracht heeft daarbij altijd een hoger doel in het achterhoofd: Uiteindelijk willen we, dat kinderen leren lezen en schrijven. En dat is weer nodig om goed te kunnen communiceren.

Dit voorbeeld illustreert, dat we te maken hebben met een leerproces waarin de leerling van punt A naar B gaat. Om daar te komen, zijn er vaardigheden nodig. Soms heeft het kind zich deze spelenderwijs zelf eigen gemaakt. In andere gevallen is daar stimulans en begeleiding nodig. De leerkracht weet als professional welke middelen en werkvormen daarvoor geschikt zijn en op welk moment. Is een leerling reeds bij punt B aangekomen, dan richten we de aandacht op het volgende punt. We willen immers, dat het kind zich verder ontwikkelt?

Terug naar de ICT-vaardigheden. We willen graag, dat leerlingen in groep 6 een werkstuk digitaal inleveren. Daar stellen we uiteraard enige eisen aan. De tekst moet opgemaakt zijn, de spelling moet in orde zijn, de teksten mogen niet zomaar van internet geplukt zijn, er moeten plaatjes bij staan, enz. Dit vraagt de nodige vaardigheden. Op het gebied van tekstverwerken, maar ook op het gebied van het zoeken naar en verwerken van informatie. Hoe controleer je of de informatie die je hebt gevonden ook klopt? Zaken, die niet van elkaar te scheiden zijn. Ook hier geldt, dat de leerkracht moet kunnen beoordelen welke vaardigheden nodig zijn en of dat ook daadwerkelijk het geval is bij de leerlingen. En wanneer dat niet het geval is, welke begeleiding nodig is.
Als vervolg hierop kan ook gekeken worden naar verschillende programma’s die je kunt gebruiken om een werkstuk te maken. Of naar de mogelijkheid om de werkstukken online te publiceren. Daarbij gaat het er niet alleen om hoe je dat doet, maar ook om de zaken waar je rekening mee moet houden: bronvermelding, beeldrechten, privacy, etc. Daarmee maak je het werkstuk nog meer betekenisvol (ook mensen buiten school kunnen het lezen), maar koppel je het ook met meerdere leerdoelen. Een aardrijkskundewerkstuk komt zo in een breed kader te staan.

We bieden op school een breed pakket aan vakgebieden aan. Bij veel van die vakken kan ICT worden ingezet: om lesstof in te oefenen of die te verwerken, om informatie te zoeken, om te communiceren, enzovoort. Wil ik leerlingen een telefoongesprek laten oefenen, zoals de taalmethode voorschrijft, dan kan ik ze dat laten doen met hun hand als telefoon. Maar ik kan ook gebruik maken van bijvoorbeeld Skype. Door dat gewoon te doen, maken de leerlingen vanzelf kennis met het middel. Het kan ook zijn, dat er iets mis gaat. Een leerling sluit per ongeluk het programma af. Weet de leerling (of één van de anderen) hoe je het programma weer opstart? Dit zou aanleiding kunnen zijn om een moment te plannen om concreet met een bepaalde vaardigheid te oefenen om ervoor te zorgen, dat het de volgende keer beter loopt en mijn lesdoel (een gesprek voeren via de telefoon) niet (weer) in gevaar komt.

Zo kunnen we tal van voorbeelden noemen. Als leerkracht weet je de lesdoelen van een bepaalde les. Je kent de middelen, die je daarvoor in kunt zetten. En je kunt bepalen welke vaardigheden daarvoor nodig zijn en of de leerlingen deze beheersen. Je maakt daarbij een keuze of je dat vooraf doet of alleen wanneer dat nodig blijkt. Dat leerlingen ook zelf veel kunnen uitvogelen, blijkt uit de inmiddels steeds meer bekende experimenten van Sugatra Mitra.
Voor de meer gevorderde leerlingen kan ook gedacht worden aan de mogelijkheid om te experimenteren met Open Source-programma’s. Hoe zit de software in elkaar en hoe kunnen we die manipuleren? Leuk om eens iemand uit te nodigen, die daar in thuis is en die met een groepje leerlingen aan de slag te laten gaan.

Om de juiste middelen in te kunnen zetten, betekent het dus wel, dat kennis van ICT-middelen voor de leerkracht noodzakelijk is. Om daarin als team verder te komen, kan een leerlijn een goed hulpmiddel zijn om ervoor te zorgen, dat leerlingen een bepaald minimumaanbod krijgen. In feite is de leerlijn dan meer een stok achter de deur voor de leerkrachten, dan een weergave van de ontwikkeling die leerlingen moeten doormaken.
Gaandeweg zal in de praktijk blijken welke vaardigheden daarbij belangrijk zijn om aan te leren en ook in welk stadium. Zo kan typvaardigheid bijvoorbeeld een onderdeel zijn, dat waardevol is om een structurele plek te geven. Ook zaken die we vaak onder Mediawijsheid vatten verdienen zeker de aandacht. Maar ook hierbij geldt weer, dat telkens gezocht moet worden naar een geïntegreerde aanpak. Daarmee sla je een dubbelslag en verhoog je het rendement van je onderwijs.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @AndresProgress , @JaapSoft , @Mennovh , @olafiolio , @elkedas , @TomV , @karinwinters , @eRKa58 , @Marathonkeje , @flovanlieshout , @Wiswijzer2 , @Kletskous , @mariekemove , @ardhuizinga , @ellishouben81 , @MevrouwtjeT , @sienjaal , @PascalMarcelis , @Helikon

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 26 oktober 2010

De werkplek van de leerkracht over 10 jaar

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “De werkplek van de leerkracht over 10 jaar”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Een discussie over de toekomst blijft altijd lastig. Technische ontwikkelingen gaan snel en laten zich niet altijd voorspellen. Vervolgens dient dan de vraag zich aan wat realistisch haalbaar is voor het onderwijs, inhoudelijk maar ook financieel. En tot slot of de leerkrachten en docenten er mee uit de voeten kunnen. De discussie werd dan ook iets breder dan de stelling.

Terugblik
Kijken we terug op de afgelopen 10 jaar, dan zijn er heel wat technische ontwikkelingen geweest. Vaak zijn ze uit ons persoonlijke leven ook niet meer weg te denken. Sta eens stil bij hoeveel er tegenwoordig digitaal gedaan wordt, hoeveel mensen met een mobiele telefoon of een opvolger daarvan rondlopen, hoe vaak u pint in plaats van contant betaalt, hoeveel emails u verstuurt. Kijk ook naar de tijd die leerlingen thuis doorbrengen achter de pc of spelcomputer.

Kijken we naar de technologische ontwikkelingen binnen een schoolgebouw, dan wordt het rijtje gemiddeld genomen al een stuk korter. In veel basisscholen deed het digitale schoolbord zijn intrede. In elk geval een in het oog springende verandering, maar ook een inhoudelijke? Verder zijn de computers en de (draadloze) netwerken ietsje sneller geworden en wordt er wat meer digitaal gedaan. Maar de kloof met de wereld buiten de school lijkt groter te worden. Of zijn we dan te negatief?

Onderwerpen, die meer dan vijf jaar geleden al door bijv. Kennisnet onder de aandacht werden gebracht, beginnen nu heel langzaam een beetje vorm te krijgen. Wat zou je bijvoorbeeld veel kunnen doen met Video-conferencing! Nu, jaren later, wordt er mondjesmaat gebruik van gemaakt en dan als heel vernieuwend gebracht!

Vooruitblik
Kijken we vooruit naar de komende 10 jaar, dan is voorzichtigheid dus op zijn plaats. Wat kán, hoeft niet persé ook te gebeuren. Er zijn veel vragen. Hoe snel zullende ontwikkelingen binnen het onderwijs daadwerkelijk gaan? Zijn we in staat om de kloof te overbruggen of wordt deze alleen maar groter? Zullen we ooit in staat zijn om met ons onderwijs leerlingen voor te bereiden op hún toekomst? Vanuit ontwikkelingen in andere landen zijn sommige vragen wellicht te beantwoorden. Tegelijkertijd zien we in landen waar technologische ontwikkelingen veel meer geïntegreerd zijn ook heel andere onderwijssystemen. Zit daar wellicht de sleutel?

Leerlingen komen thuis en in de maatschappij met steeds meer technologische ontwikkelingen in aanraking. Digitaal is voor hen heel normaal. Ze weten haast niet beter. Met kennis en vaardigheden, die ze spelenderwijs overal om zich heen oppikken, stappen ze de school binnen. Maar wat doen we er vervolgens mee in ons onderwijs?

De leerling leert altijd en overal en zeker niet alleen op school. Daarin zal hij begeleid moeten worden: helpen om verbanden aan te brengen, om kaders en structuur aan te brengen. Kennis zal zeker door oudere leerlingen in het VO, MBO en HBO meer worden opgedaan in de praktijk met de docent op afstand. Daarbij zal meer gebruik worden gemaakt van digitale leeromgevingen, waarin leerlingen elkaar en met hun docent kennis en informatie delen en elkaar van feedback voorzien. Voor het geven van feedback op huiswerk is een gang naar school niet altijd noodzakelijk. Maar kan bijvoorbeeld de digitale leeromgeving worden gebruikt met wellicht een spreekuur via de webcam. Contacturen waarbij iedereen dan wel aanwezig is kunnen dan meer effectief worden ingevuld.

De leerkracht zal steeds meer regisseur , arrangeur en begeleider zijn, hoewel zeker voor leerlingen in PO en begin VO de roep om echte leer-krachten en docenten ook weer sterker wordt. In deze veranderende setting zullen zowel van leerlingen als van leerkrachten de nodige vaardigheden worden gevraagd en een andere manier van werken. De applicaties die ze nodig hebben zullen steeds meer online beschikbaar zijn en niet meer afhankelijk van één bepaalde computer. ICT als middel om de kerntaken in het secundaire proces efficiënter uit te voeren om vervolgens ook in het primaire proces effectiever te kunnen werken.

Leerlingen enthousiast maken en verwondering en nieuwsgierigheid oproepen; dat is waar het om gaat en waarvoor ICT een geweldig hulpmiddel is, als bron, maar ook als verwerkingsmiddel. Samenwerken via de computer aan allerlei opdrachten met klasgenoten, maar ook met bijvoorbeeld leeftijdsgenoten elders in de wereld. Gebruik maken van de sociale netwerken van de leerlingen. Over de schoolmuren en landsgrenzen heen kijken. Dat vraagt van de leerkracht kennis van en overzicht over de beschikbare middelen en de vaardigheid ze op het juiste moment goed in te zetten. Welke applicatie of welk apparaat daarbij gebruikt wordt is niet van belang. Echter ze moeten snel en gemakkelijk bij de hand zijn. Het gaat om de timing en de doelgerichtheid. Om bewuste keuzes: Wanneer geef ik als leerkracht de informatie, wanneer halen we dat van het internet of uit een boek? Wanneer vertel ik als leerkracht en wanneer laat ik het de leerlingen elkaar vertellen. Leerlingen laten meedenken over welke toepassingen handig zouden kunnen zijn om te gebruiken.

Aan de schoolleiding de taak om ervoor te zorgen, dat het personeel hiervoor goed voorgesorteerd staat door middel van visie, beleid, scholing, bezinning, onderscheidingsvermogen en vaardigheidseisen. Niet het gereedschap is vernieuwend, maar degene die het gebruikt!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @Netwijs , @Mennovanh , @MevrouwtjeT , @karinvang , @Laagwater , @pavl , @PieterHendrikse , @KoenElbers , @JelvanRijn , @henkheurter , @PascalMarcelis , @MarcelMarkvoort , @florinablokland , @inabel , @Marlies74 , @woutertinbergen , @Denkbeeldhouwer , @wytze , @ICT4schools , @easycontent , @hereisaz , @halfje_bruin , @LudyBronsema , @E_Nessa , @ronnyvoorhuis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 14 september 2010

De uitdaging van vrij toegankelijke applicaties in het onderwijs

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Scholen moeten meer gebruik maken van gratis beschikbare applicaties.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Ontwikkelingen gaan snel. Via internet komt steeds meer informatie beschikbaar en neemt het aantal beschikbare applicaties en tools steeds verder toe. Daar komen in hoog tempo ook de mobiele toepassingen bij. Soms dient hiervoor betaald te worden, maar vaak is het ook gratis te gebruiken.

Allereerst is het goed om wat te verhelderen. Als we het hebben over ‘gratis beschikbare applicaties’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld Web2.0-applicaties, zoals bijvoorbeeld 23 Dingen. Deze zijn vrij op het internet te gebruiken, soms na registratie, en vaak ook gratis. Een enkele keer moet voor aanvullende mogelijkheden wel betaald worden.

Deze programma’s zijn soms Open Source. Dat wil zeggen, dat het een programma is waarvan de broncode beschikbaar is voor iedereen. Anderen mogen die gebruiken om bijvoorbeeld aanvullende applicaties te maken voor het programma. Voorwaarde is wel, dat deze aanvullingen ook weer voor iedereen beschikbaar gesteld worden. Een bekend voorbeeld is de internetbrowser Firefox, waarvoor tal van geweldige aanvullende add-ons beschikbaar zijn. Zo kun je het programma zo maken, zoals jij het handig vindt.
Deze Open Source programma’s zijn overigens niet altijd gratis. Ze zijn dan wel gratis te downloaden van het internet, maar moeten vervolgens geïnstalleerd worden op een webserver, waarvoor je vaak weer hostingkosten e.d. betaalt, tenzij je dat ook zelf in huis hebt. Een voorbeeld hiervan is Joomla, een programma om websites mee te bouwen.

Ongekende mogelijkheden
Beperken we ons nu tot het onderwijs. Rondsurfend op het internet kom je een niet te tellen hoeveelheid aan handige tools en applicaties tegen, die heel goed op school te gebruiken zijn. Soms specifiek voor de leerkracht of docent, als het gaat om administratie, registratie, lesmateriaal maken en communicatie. Maar ook voor het geven van instructie of het uitleggen van lastige abstracte onderwerpen, die nu ineens heel aanschouwelijk gemaakt kunnen worden met behulp van een simulatietool. Ook voor leerlingen zijn er tal van prachtige applicaties om presentaties te maken, leerstof te oefenen, te communiceren met leeftijdgenoten over de hele wereld, enzovoort. De mogelijkheden lijken haast eindeloos te zijn. Kijk eens hoeveel Yurls- en Symbaloopagina’s er al gemaakt zijn door leerkrachten met de meest geweldige toepassingen! ‘Hoe vind je handige tools?’ kan bijna geen vraag meer zijn. Je kunt er haast niet meer omheen.
Stuk voor stuk zijn deze vaak gratis gereedschappen en programma’s echt geweldig. Hoewel ook hier uitzonderingen de regel bevestigen. Het gevaar dreigt, dat alle lessen zo opgepimpt worden met de met een grote hoeveelheid videofragmentjes, kleurgebruik, plaatjes en handige gereedschappen dat er een overkill ontstaat. Het is teveel van het goede. Alles ziet er flitsend uit, maar voegt het ook echt wat toe? Staat het lesdoel nog centraal of meer het middel, dat je gebruikt?

De leerling centraal
De kunst is, om de doelen van je les centraal te laten staan. Vervolgens ga je op zoek, naar de beste middelen om dat doel te bereiken. Dat kan het boek van de methode zijn, dat kunnen blokjes of letterkaartjes zijn, dat kan een digitaal gereedschap zijn. Kies je voor een echte taart om in stukken te snijden of een mooie flash-tool waarmee je een taart in stukken kunt delen? De leerkracht dient zich af te vragen hoe hij of zij aan de kinderen in de klas het beste de leerstof kan overbrengen en wat het beste materiaal is om de leerlingen de stof te laten verwerken.
Het inzetten van al die beschikbare tools en applicaties is dus een keuze. Net zoals het een keuze is om voor een leerling naar de orthotheek te lopen, daar een map met oefenbladen te pakken en hier iets uit te kopiëren. Of de keuze om gewoon de materialen van de methode te gebruiken. Niet het materiaal staat centraal, maar de leerling, die je zo goed mogelijk instructie wilt geven op zijn niveau, in zijn tempo, op een manier die bij hem past.

Visie
Om hier evenwichtig mee om te gaan, zouden scholen dit mee moeten nemen in hun visie en beleid. Ook zou er veel meer binnen de school gedeeld moeten worden op dit punt. Uitwisselen wat je gebruikt, waarvoor en wanneer. Daarmee kun je waar nodig werken aan een doorgaande lijn en dit ook borgen middels afspraken. Door de kennis en ervaring te delen en elkaar ook verder te helpen, til je het onderwijs van de school op een hoger plan en niet slechts in een enkele klas.

Dit alles vraagt allereerst kennis van de leerlijnen en de doelen. Daarnaast kennis van de beschikbare middelen (en dus niet alleen de digitale) en de vaardigheden om ze effectief in te zetten. Een goede tip kan zijn om bij de handleiding van de methode een schemaatje te maken, waarin je bijhoudt welk (digitaal) hulpmiddel je bij welke les hebt gebruikt. Handig voor het volgende schooljaar, overdraagbaar naar een collega en je houdt de koppeling met de methode in beeld.

Toekomstgericht
Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Of toch wel? Als we het hebben over de vrij toegankelijke gereedschappen en programma’s is er een bijkomend voordeel. Wanneer leerlingen op school hiermee leren werken en de mogelijkheden ervan zien, worden ze ook uitgedaagd om het het thuis te gebruiken. Wanneer ze op school bijvoorbeeld met de klas een weblog bijhouden, is de stap om er ook een van zichzelf te maken maar klein. De kennis en ervaring, die ze daar thuis mee opdoen, nemen ze ook weer mee naar school, waar ze het weer op anderen kunnen overbrengen.
Ook de filosofie van het samen iets ontwikkelen, dat we terugzien bij Open Source, en het delen met elkaar van content, wat we als volwassenen vaak nog lastig vinden, leren ze zo al vroeg. Daarmee kunnen we een belangrijke stap zetten in de ontwikkelingen op dit gebied en een bijdrage leveren aan de kenniseconomie. Kinderen krijgen zo belangrijke bagage mee voor hun verdere loopbaan.

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!