Posts tonen met het label scholing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label scholing. Alle posts tonen

woensdag 5 juni 2013

SMART Notebook 11.2 beschikbaar

Bent u in het bezit van een SMART Board? Vanaf deze week is SMART Notebook 11.2 te downloaden. Deze nieuwe versie verhelpt een aantal problemen in de oude versie. Daarnaast zijn er enkele nieuwe mogelijkheden toegevoegd:
  • Nieuwe knoppen voor de knoppenbalk, namelijk voor 'Volledige pagina' een 'Paginabreedte'. Deze zijn ook beschikbaar in de Volledig scherm-knoppenbalk.
  • Optie voor het verwijderen van een paginathema voor een bepaalde pagina of het hele lesbestand.
  • Aanpassen van de tijd van de Toverinkt.
  • Uitschakelen van de optie 'Pagina uitbreiden'
  • Instellen van een standaard achtergrondkleur.
SMART Notebook 11.2 kunt u downloaden via smarttech.com.

Wilt u weten hoe het gesteld is met de kennis van SMART Notebook op uw school? Vraag dan onze quickscan aan! Heeft u behoefte aan ondersteuning? Kijk dan bij ons scholingsaanbod of neem vrijblijvend contact met ons op!


dinsdag 11 december 2012

TPACK werkt alleen bij leraren die de T voldoende onder de knie hebben


Het onderwerp vandaag op #netwijs Discussie Dinsdag was “TPACK werkt alleen bij leraren die de T voldoende onder de knie hebben”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Op tpack.nl vinden we de volgende omschrijving: “TPACK, een nieuwe manier om tegen ict in het onderwijs aan te kijken. Het model gaat uit van de specifieke deskundigheid van de leraar: zijn of haar vermogen om de kennis en de vaardigheden die bij een vak horen, op een aantrekkelijke en begrijpelijke manier te presenteren aan de leerling met behulp van ict.
Het TPACK model kan leraren helpen bij het maken van keuzes over hoe ict ingezet kan worden om het leren van een bepaalde vakinhoud te ondersteunen. Tegelijkertijd helpt het TPACK model leraren om kritisch na te denken over hun eigen kennis en de kennis die zij nodig (zouden moeten) hebben om ict zinvol in te kunnen zetten binnen bepaalde vakken met behulp van een bepaalde didactiek.”


kennis
Met de stelling van vandaag draait het om de vraag of je goed met dit model kunt werken als je vrijwel niets weet van de middelen (=T), die je in kunt zetten. Voordat je een koppeling kunt maken tussen de vakinhoud, de pedagogische en didactische aanpak en de te gebruiken middelen, zul je op zijn minst toch enige kennis hiervan moeten hebben. Als je nog nooit van bijv. ‘podcasten’ of ‘vodcasten’ hebt gehoord, zul je niet snel op het idee komen om daar wat mee te doen in een taalles waarin gespreksvaardigheden worden geoefend of tijdens bijvoorbeeld Frans of Duits.

creativiteit
Naast kennis van de middelen speelt ook creativiteit een belangrijke rol in het werken met het TPACK-model. Om een bepaalde vakinhoud over te brengen, volg je een bepaalde pedagogische en didactische aanpak. Per onderwerp zal dit weer anders zijn en ook per leerling (of groep leerlingen). Bij de ene leerling moet je iets regelmatig herhalen, bij de ander moet je visueel ondersteunen en bij weer een ander moet je eerst de grote lijnen eens doornemen. Dat vraagt creativiteit, kennis en vaardigheden van de leraar. Om vervolgens ook de juiste middelen daarbij in te zetten, waardoor de vakinhoud nog beter tot zijn recht komt en/of de aanpak beter tot zijn recht komt, vraagt eveneens kennis, creativiteit en vaardigheid.

open houding en lef
Tijdens de discussie blijkt, dat er meer nodig is: allereerst een open houding en lef. Durf je de methode los te laten en ‘out of the box’ te denken? Daarbij ga je dus vanuit de doelen van de les bedenken wat een goede aanpak zou zijn om die te bereiken en welke middelen je daarbij in kunt zetten. Daarvoor moet je de gebaande wegen van de methode dus willen verlaten. “Daar zit vaak de clou, want velen zien het niet of willen het niet zien of ze hebben de vaardigheden en hulp ervoor niet”.

kwetsbaarheid
Een volgende vereiste is een kwetsbaarheid: Je hoeft niet alles te weten als leraar! En het hoeft ook niet allemaal goed te gaan! De leerlingen kennen vaak zelf ook heel veel middelen, die prima inzetbaar zijn. “Docenten hebben dagelijks dé doelgroep bij uitstek voor hun neus zitten om middelen die ze nog niet kennen te leren kennen.” Durf gebruik te maken van deze kennis van je leerlingen en bespreek hun ideeën. Dat is voor mooie stimulans en werkt uitstekend voor de motivatie. En ga het vervolgens gewoon uitproberen. Bespreek wat goed gaat en wat niet. Bedenk samen dan ook weer hoe je kunt bijstellen of welke alternatieven er zijn.

nuchterheid
Ook en vereiste is nuchterheid. TPACK is zelf ook maar een middel. Je hoeft niet van de ene dag op de ander alle methoden overboord te gooien en alles zelf te doen. Neem gewoon eens één les of één lesonderdeel en pas alleen daarbij het TPACK-model uit. Pas de les aan of verrijk de les. Evalueer dan eens kritisch de effecten bij jou (kosten versus baten) en bij de leerlingen. Wat ging er goed en hoe kwam dat? Wat ging er niet goed en waarom?

passie en gedrevenheid
Volgende vereiste is passie en gedrevenheid: plezier hebben in je vak en het een uitdaging vinden om te vernieuwen en bij te leren. Daarbij helpt het enorm wanneer je met enkele collega’s kunt samenwerken, ideeën kunt uitwisselen, elkaar kunt inspireren en motiveren. Misschien elke week een T(hee)-momentje instellen, waarbij je onder het genot van een kop thee even ervaringen deelt en elkaar nieuwe dingen laat zien.

scholing
Laatste vereiste die aan de orde kwam, was scholing en het onderhouden van kennis en vaardigheden. Onlangs verzuchtte een PABO-docent: “Als je studenten enkele jaren later weer spreekt, lijkt het wel alsof alles wat wij ze leren op de werkvloer weer af wordt geleerd”. Voor de goede orde: Het ging hier over de inzet van ICT. “Tijdens de opleiding hebben de studenten geleerd om zelf lessen te ontwerpen en enkele jaren later zie je ze slaafs de methode volgen.” Jammer van de investering die is gedaan! Aan de andere kant zijn er ook scholen, die juist klagen over het gebrk aan kennis en vaardigheden van studenten die bij hen komen werken. In de hele keten van het onderwijs moet er dus wat gebeuren, willen we echt verder komen: Op de PABO’s en lerarenopleidingen, waar de toekomstige leraren klaargestoomd worden én op de scholen zelf. Bij iedereen moet een bepaalde basiskennis aanwezig zijn en de benodigde vaardigheden. En omdat de ontwikkelingen door gaan, zullen kennis en vaardigheden voortdurend onderhouden moeten worden. Dat hoeft niet altijd door externe scholing, maar kan ook prima door zelfstudie!

faciliteiten
De rijtje vereisten is ongetwijfeld verder uit te breiden. We hebben het immers nog niet eens gehad over faciliteiten: tijd, goed werkende apparatuur, etc. Ook daar zal aandacht voor moeten zijn, maar er zal eerst tussen de oren iets moeten veranderen.

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening of ervaringen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @Netwijs  , @Sjaboepaan , @micelboer , @ToussaintLemeer , @GuusBouwhuis71 , @RJoch , @henkvangils , @Solle050

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

Let op! Vanaf januari wordt de discussie verplaatst naar 15.30-16.30 uur!

dinsdag 30 oktober 2012

Professionele leraren gevraagd!

Op onderzoek met de tablet!
Wat kunnen we er mee in de klas?
Ontwikkelingen op het gebied van innovatie, ICT en onderwijs gaan hard! Je moet het maar allemaal bij kunnen benen, het je eigen kunnen maken en het dan ook nog eens kunnen toepassen in je eigen school of klas. En dat dan naast alle andere ontwikkelingen op andere terreinen. Dat vraagt nogal wat van de leraar! Wat vraagt de leraar in dat opzicht van zichzelf? Wat vraagt de school van hem? En het bestuur? Deze spelen daarin elk een rol. Vraag is of professionalisering ook in voldoende mate professioneel wordt aangepakt. Wie heeft daarin de regie? Is er sprake van een scholingsbeleid? Hoe worden ieders belangen daarin afgewogen, meegenomen en serieus genomen?

proefschrift
Op 12 oktober j.l. promoveerde Iris Windmuller aan de Open Universiteit op haar proefschrift met de titel ‘Versterking van de professionaliteit van de leraar basisonderwijs’. In haar proefschrift geeft zij aan, dat je als leraar te maken hebt met veel maatschappelijke ontwikkelingen en een snel veranderende maatschappij. Ik mis daarbij de nieuwe inzichten op het gebied van didactiek, pedagogiek, etc. Omdat wij ons op dit edublog met name bezighouden met ICT en innovatie binnen het onderwijs, zouden we ook de ontwikkelingen op dat terrein aan het lijstje willen toevoegen.

drie niveaus
De vraag in het zeer boeiende proefschrift is, wat dit betekent voor de professionaliteit van de leraar. Windmuller geeft aan, dat op verschillende niveaus getracht wordt de professionaliteit te versterken: vanuit de politiek, vanuit besturen en  op schoolniveau. Deze niveaus hangen uiteraard nauw met elkaar samen. Opvallend hierbij is, dat de leraar zélf niet als apart niveau wordt beschreven, terwijl dat toch degene is om wie het draait en ook degene is die invloed heeft op zijn eigen ontwikkeling.

houding
Wat betreft de eigen rol van de leraar kijkt Windmuller naar de houding die nodig is bij de leraar: “Van leraren wordt verwacht dat zij zich blijvend ontwikkelen en dat zij voortdurend gericht zijn op de verbetering van hun onderwijs. We zien daarbij een verschuiving in de opvattingen over de wijze waarop leraren zich optimaal kunnen ontwikkelen en de wijze van professionalisering (Van Veen et  al.,  2010). Er is steeds vaker aandacht voor meer structurele vormen van ontwikkeling van leraren, waarbij steeds minder externe cursussen gevolgd worden, maar steeds vaker toegepaste  kennis  ontwikkeld wordt op de werkvloer, samen met collega’s.  De rol van interactie tussen leraren wordt daarmee steeds belangrijker: samenwerken, ideeën uitwisselen, elkaar feedback geven, probleem  oplossen, zelf kennis ontwikkelen en onderzoeken worden belangrijker in de uitoefening van het beroep. Dit vraagt om andere kennis, andere vaardigheden en een andere houding van leraren.  Een  houding die getuigt van voortdurend in ontwikkeling willen blijven, willen verbeteren en kritisch willen zijn op het eigen handelen.” (pag. 338)

Windmuller komt in een analyse van de resultaten van haar onderzoek op vier verschillende scholen met een aantal belangrijke componenten van een professionele leraar. Een opsomming met een vertaling naar de inzet van ICT binnen het onderwijs:
  • Professionele nieuwsgierigheid
    Weet je welke ontwikkelingen er gaande zijn op het gebied van ICT-middelen? Ben je benieuwd hoe het werkt, wat je er mee kan en hoe het jou en jouw leerlingen kan helpen?
  • Verbeteren van de eigen praktijkWelke ICT-middelen zet je in? Met welk doel? Hoe organiseer je dat? Wat zijn de effecten en resultaten?
  • Kennis en ervaring uitwisselenBespreek je met collega's hoe jij ICT inzet? Ben je nieuwsgierig naar hún ervaringen?
  • Reflectie en reflectieve houdingWelke effecten zie je van de inzet van ICT in je onderwijs? Wat was daarin jouw eigen rol? Welke processen speelden er mee? Hoe reageerden de leerlingen? Wat ging goed en wat had anders gemoeten?
  • Onderzoeken en onderzoekende houdingHeeft de inzet van ICT daadwerkelijk effect op de leerresultaten van je leerlingen? Waren er effecten op het gebied van de motivatie? Zijn er bepaalde voorwaarden waar aan voldaan moet worden? Welke middelen zijn wel en welke niet geschikt? Zijn er daarbij ook verschillen tussen leerlingen?
  • Professionele autonomieHoe neem jij je verantwoordelijkheid om jezelf te ontwikkelen als professional op het gebied van inzet van ICT-middelen? Wat kunnen de leerlingen en de school van jou verwachten?
de kip of het ei
Een belangrijke en interessante kip-ei-vraag die boven komt drijven bij Windmuller is deze: Zorgt een professionele cultuur op school met de juiste condities er voor dat leraren zich professioneler gaan gedragen en een meer professionele houding innemen? Of zorgt een team met voldoende leraren met een professionele houding en professioneel gedrag er voor, dat er een professionele cultuur ontstaat op school en daarom ook de noodzaak wordt gevoeld om de juiste condities te scheppen.

diepgang
Een opvallend citaat: “Wat opvalt is dat op alle scholen leraren aangeven zeer bereid te zijn om te leren en hun professionaliteit te versterken. De aanleiding waardoor leeractiviteiten  plaatsvinden is  veelal een probleem waartegen leraren aanlopen in de dagelijkse praktijk. Op sommige scholen zijn er meer structuren vastgelegd om tot bijvoorbeeld reflectie en onderzoek te komen. De diepgang waarmee activiteiten plaatsvinden is nog zeer verschillend. Directeuren geven aan dat daar nog winst te behalen is.” (pag.244)
Met andere woorden: Leraren lijken de neiging te hebben vooral op de korte termijn te denken: Ik loop nu ergens tegen aan en daarvoor zoek ik een oplossing. Bredere inbedding in visie en beleid en het plannen van de eigen ontwikkeling over een langere periode lijkt bij veel leraren te ontbreken. Het zelf bijhouden van een bekwaamheidsdossier met daaraan gekoppeld POP- of ontwikkelgesprekken zijn dan een aanrader. Het biedt de directie en leraren de mogelijkheid om samen gericht in gesprek te gaan over de professionele ontwikkeling, niet alleen op de korte maar ook op de lange termijn. Naast een professionele houding daarbij is ook structuur en begeleiding nodig: “Leraren zijn hbo-practici die niet  gewend zijn om in ongestructureerde contexten zelf hun weg te vinden, terwijl innovatie en onderzoek vaak juist onzekerheid met zich meebrengen.” (pag.262) Besturen en scholen doen er goed aan daar dus in te investeren! “Het gaat er dan om of de school aan de professional de gelegenheid en de faciliteiten biedt om tot ‘leren’ te komen en een cultuur heeft die dit leren stimuleert.”(pag.338)

Iris Windmuller komt daarvoor op alle eerder genoemde niveaus met concrete aanbevelingen. Voor bestuurders, directeuren en leraren een aanrader om deze tot zich te nemen, en belangrijker nog, er mee aan de slag te gaan!

advies en ondersteuning
Wilt u op uw school aan de slag met een digitaal bekwaamheidsdossier (in het kader van de wet BIO) of wilt u aan de slag met innovatie door (effectievere) inzet van ICT-middelen? Als Onderwijsadviseurs van Station to Station / KPN Onderwijs staan we u graag ter zijde. We hebben volop mogelijkheden om u vanuit onze ruime kennis en ervaring op het gebied van onderwijs en ICT te ondersteunen. Lees bijvoorbeeld eens onze informatie over Vakkennis op Peil. Zowel voor besturen, directies, schoolteams als individuele leerkrachten kunnen we advies- en begeleidingstrajecten aanbieden.
Neem vrijblijvend contact met ons op, bel 0348- 44 69 63, mail naar info@stationtostation.nl of via het contactformulier.

dinsdag 9 oktober 2012

Liever een tablet aanschaffen dan oefensoftware bij de methode!


Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Liever een tablet in de klas dan oefensoftware bij de methode!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Voor het bedrag dat een middelgrote school kwijt is aan de licentie van twee jaar voor methodegebonden educatieve software, had de school ook een tablet, of misschien wel twee aan kunnen schaffen. Stel je krijgt €400,- en je mocht kiezen; welk van de twee zou je dan kiezen?

voor- en nadelen
Het voordeel van de methodegebonden software is, dat het naadloos aansluit bij de methode, de resultaten registreert en deels zelf de juiste opdrachten en oefeningen aanbiedt aan de leerlingen. Nadeel is, dat je naast het wellicht wat aanpassen van de instellingen en het organiseren, je er als leerkracht wat passief naast staat.
Het voordeel van een tablet is, dat het flexibel is en voor meerdere doeleinden ingezet kan worden. Je kunt je eigen lessen inrichten en je eigen content toevoegen. Het vraag echter wel, dat je als leerkracht zelf de juiste opdrachten en begeleiding moet geven. De opdrachten zijn meer open van karakter, de werkwijze ligt niet vast en de uitkomsten ook niet. Je zult daarbij de leerlijnen goed in je hoofd moeten hebben.

Terecht werd opgemerkt, dat het niet helemaal een juiste vergelijking is. Eigenlijk zou je moeten zeggen: een computer met educatieve software versus een tablet met apps. Daarmee heb je het eigenlijk over hoe je als school onderwijs wilt geven. Enerzijds vraagt dat om keuzes te maken, anderzijds vraagt dat ook de nodige vaardigheden van de leerkracht, zowel in didactisch opzicht als ict-vaardigheden.

naast elkaar gebruiken
Het is de vraag of er echt sprake is van een tegenstelling. Beide kunnen immers prima naast elkaar gebruikt worden binnen de school. Welk middel je inzet hangt geheel en al af van de doelen die je wilt halen, de mogelijkheden en behoeften van de leerlingen, etc. Zo zou je dus kunnen afspreken, dat er ten aanzien van bepaalde vakgebieden schoolbreed gebruik wordt gemaakt van de methodegebonden software, bij andere vakken van methode-onafhankelijke software en voor weer andere vakken of voor plusopdrachten van andere middelen zoals de tablet met de daar op beschikbare app. Ook zou je de tablet kunnen inzetten om bepaalde leerlingen extra te onderstuenen. Denk daarbij ook aan leerlingen met bepaalde beperkingen, die zeer geholpen zijn met de mogelijkheden van de tablet om spraakgestuurd te zoeken, teksten te laten voorlezen, instructies op te nemen als filmpje, etc.

keuzes maken
Bij het gebruik van educatieve software moet de leerkracht zorgen, dat het organisatorisch ingepast wordt in het dagelijkse programma, de software goed staat ingesteld en ook naar de resultaten kijken en daar weer op anticiperen. Pas dan is het gebruik effectief. Ditzelfde geldt ook voor het gebruik van de tablets. Ook daarbij zal e.e.a. georganiseerd moeten worden, zullen de juiste apps beschikbaar moeten zijn en zullen de leerlingen begeleid moeten worden.
Daarvoor moet je als leerkracht de nodige kennis en vaardigheden hebben. In beide gevallen zal daarin geïnvesteerd moeten worden door de leerkracht zelf, maar ook vanuit de directie. Maar ook van de leerlingen wordt wat gevraagd. In het ene geval worden ze door de software aan de hand genomen om bepaalde vaardigheden te oefenen, meer sturend onderwijs dus. In het andere geval wordt er meer een beroep gedaan op eigen creativiteit, zelfoplossingen bedenken en de handige mogelijkheden ontdekken en gebruiken, meer interactie, meer ontdekkend onderwijs. Ook hierbij zal er geïnvesteerd en gefaciliteerd moeten worden.

ruimte bieden
De keuze voor en de inzet van de middelen, of het nu een pc met software is of een tablet met apps, vraagt wat van leerkrachten en van leerlingen. Het vraagt echter ook het nodige van de directie van een school. Ongeacht de keuze zal de directie de leerkrachten moeten faciliteren, enthousiasmeren, ondersteunen, laten scholen, samen moeten laten werken, etc. Op hun beurt zijn de leerkrachten dan weer toegerust om dat bij de leerlingen te doen. De directie kan niet van de zijlijn blijven toekijken, maar zal actief betrokken moeten zijn en wellicht ook een voorbeeld zijn. En het mooiste is: met z’n allen samen op ontdekking gaan, van elkaar en met elkaar leren! 

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening delen? Reageer dan op dit blog of anders via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Sjaboepaan , @Tonmeijer1 , @karinwinters , @GuusBouwhuis71 , @MarcelMarkvoort , @SusanSpekschoor , @Timgearz

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

woensdag 29 augustus 2012

Economische groei in Nederland begint met investeren in Onderwijs met ICT

Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Economische groei in Nederland begint met investeren in Onderwijs met ICT”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.


We zitten midden in verkiezingstijd. Politici proberen ons rond verschillende onderwerpen te overtuigen waarom hun partij echt het beste is voor ons land en voor ons. Ook onderwijs is een dankbaar onderwerp. Duidelijk is, dat we niet aan bezuinigingen ontkomen. Onderwijs lijkt in de verkiezingsprogramma’s gespaard te worden. Vandaar ook de stelling: “Economische groei in Nederland begint met investeren in Onderwijs met ICT”. Daarin zitten drie vragen verborgen:

  • Is het nodig om meer geld in plaats van minder in het onderwijs te steken?
  • Moet er geïnvesteerd worden in onderwijs in het algemeen of specifiek in gebruik van moderne middelen?
  • Heeft deze investering inderdaad invloed op de economische situatie?
stilstand is achteruitgang
Om met het laatste te beginnen: Investeren in onderwijs zal op korte termijn geen invloed hebben. Eerst moet het geld er komen, vervolgens moeten er goede plannen gemaakt worden, deze moeten uitgevoerd worden en dan moeten we nog wachten tot de leerlingen die er van profiteren op de arbeidsmarkt komen. Investeren betekent in dit gevel dus verder kijken dan je neus lang is. Niets doen betekent stilstand en dus achteruitgang.

ICT-integratie in het onderwijs
Daarmee kom je ook bij de vraag of er specifiek geïnvesteerd moet worden in onderwijs met ICT. Al vaker is tijdens onze discussies aangegeven, dat ICT niet meer weg te denken is in onze maatschappij. Het is geïntegreerd onderdeel van ons dagelijks leven en dus zou dat ook zo moeten zijn in het onderwijs. Veel leerlingen werken spelen thuis met moderne gameconsoles, spelen met een tablet of op een moderne multimedia-pc. Op school echter werken ze vaak met oude computers en vaak maar een beperkt aantal keren in de week. Scholen geven daarbij aan dat ze niet het geld hebben om de hardware te vervangen of extra aan te schaffen.

leerzame en uitdagende opdrachten
Het is de vraag of grote investeringen direct noodzakelijk zijn. Uiteraard moet de hardware geschikt zijn om de moderne educatieve software te kunnen draaien. Maar terecht werd tijdens de discussie opgemerkt, dat niet altijd meten gedacht moet worden aan grote investeringen in digiborden, touchscreens, laptops of computers. Met eenvoudige middelen zoals een flipcamera, een digitale fotocamera, een GPS-ontvanger, een smartphone ben je al in staat om leuke, leerzame en uitdagende opdrachten aan je leerlingen te geven. Ook zijn er tal van online gereedschappen en programma’s, die niets kosten en waarmee lessen enorm verrijkt kunnen worden. Vaak kennen leerlingen zelf ook geweldige programma’s die heel goed bruikbaar zijn. Als leerkracht kun je samen met je leerlingen op verkenning gaan om te onderzoeken wat bruikbaar is en wat niet.

tijdsinvestering
Dat brengt ons dan wel op een andere investering die gedaan moet worden, namelijk investeren in tijd. Als leerkracht moet je je verdiepen in de mogelijkheden en in de didactische inbedding. Nadenken over wat je wilt, hoe je dat wilt bereiken en hoe je je leerlingen daar bij inschakelt. Deels kan dat tijdens de les wellicht, maar het vraagt ook tijd daar buiten. Tijd die je daar voor reserveert, kun je niet gebruiken voor andere zaken. En dus moet je als school kritisch kijken naar de invulling van de niet-lesgebonden uren. Kunnen we minder en/of efficiënter vergaderen? Hoe besteden we onze woensdagmiddag?

met leerlingen ontdekken
Belangrijk is, dat we de leerlingen van nu onderwijs geven met gebruik van de middelen en mogelijkheden van nu. Wanneer we ze daar goed mee leren omgaan en hen na laten denken over wat we gebruiken, hoe en waarom, dan leren we ze vaardigheden die ze zelf ook toe kunnen gaan passen wanneer er weer nieuwe middelen en technieken komen. In het onderwijs is, net als in het dagelijkse leven, niet het middel is het doel, maar wat je er mee kunt!

vier in balans
Investeren in hardware, in een goede visie, in vaardigheden, in de leerkrachten zelf, in lesmateriaal. Daarmee kom je dus eigenlijk uit bij het Vier in Balans-model. Hoe de verdeling van de investering over de vier gebieden er uit ziet, zal per school verschillen. Maar door te werken aan de goede balans, zal het rendement toenemen en het onderwijs er beter van worden. En dat zal zich in de loop der jaren gaan uitbetalen.

Toevallig verscheen er tijdens de discussie een persbericht met als titel: Kennis in organisaties wordt onvoldoende geborgd. Dit zal in veel onderwijsorganisaties herkenbaar zijn. Goede kennisdeling binnen de school, binnen de schoolvereniging of stichting zorgt voor meer rendement van gevolgde scholing en leidt tot besparing. Investeren in kennisdeling en het borgen van kennis kost niets, behalve tijd, maar levert veel op!

papierloze school
Tot slot werd er ook nog aandacht gevraagd voor het slimmer inkopen door scholen ook los van ICT-zaken. Veel materialen en benodigdheden zijn via verschillende wegen in te kopen en daar vallen soms leuke besparingen te realiseren! Denk ook eens na over besparen op de enorme hoeveelheid papier door goed ICT-gebruik. Het scheelt in ruimte en is bovendien ook nog eens goed voor het milieu!

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je successen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @timonbos , @Sjaboepaan , @TWierstra , @ardhuizinga , @credutien
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 20.00 uur en 21.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 13 maart 2012

Draagt Registerleraar.nl bij aan de kwaliteit van ons onderwijs?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Registerleraar.nl draagt bij aan de kwaliteit van ons onderwijs!”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Onlangs ging de website Registerleraar.nl van start. Leraren kunnen zich hier vrijwillig registreren. “Registratie in het lerarenregister toont aan dat u actief werkt aan uw professionele ontwikkeling als leraar. Als Registerleraar versterkt u uw positie als lesgevende professional binnen het onderwijs. Ook laat u zien welke activiteiten u onderneemt om uw vakkennis te onderhouden. Zoals vakdagen en cursussen. Als leraar beheert u zelf uw gegevens.”  aldus de website. Via een zoekformuliertje is openbaar per school na te gaan welke leraren zich geregistreerd hebben. “De leraar heeft altijd de mogelijkheid het overzicht van zijn activiteiten in het kader van professionele ontwikkeling al of niet zichtbaar te maken voor zijn school.” aldus het reglement. Je bepaalt dus zelf welke informatie je verder openbaar wilt maken.

Waarom dit register? Doel is met name, dat leraren gestimuleerd worden zich te blijven ontwikkelen en hun bekwaamheid daarmee op peil te houden. Sinds 1 augustus 2006 is de Wet op de Beroepen in het Onderwijs (wet BIO) van kracht. Sinds die tijd moeten scholen bekwaamheidsdossiers bijhouden van de leraren. Registerleraar.nl kan daar een hulpmiddel bij zijn.

Tijdens de discussie hier over bleek, dat er wel wat kanttekeningen te plaatsen zijn:

De verplichting van het bijhouden van een bekwaamheidsdossier is er al heel wat jaren. Alle scholen zullen ongetwijfeld van elke leraar een dossier hebben met zijn/haar diploma’s. Maar wordt deze nadat de benoeming een feit is ook verder bijgehouden? Worden in de loop der jaren nieuwe diploma’s, getuigschriften en certificaten aan het dossier toegevoegd? Wie neemt daartoe het initiatief; de leraar of de directeur?

Veel hangt af van je eigen motivatie als leraar om bij te blijven. Neem je zelf daarvoor initiatieven? Als dat het geval is, wat voegt een register daar dan aan toe? Immers de winst is toch, dat je vanuit een eigen behoefte nieuwe kennis hebt opgedaan en daar in de praktijk je winst weer mee kunt doen. Bedenken welke ambities je hebt  en daarover in gesprek gaan met je directeur zijn in je eigen belang. Het vastleggen daarvan in een dossier is dan alleen maar een formaliteit.
Neem je zelf geen initiatieven dan is de vraag of een register je dan over de streep trekt. Immers de verplichting om een dossier bij te houden is er nu ook al en dat stimuleert in veel gevallen nu ook al niet. Het staat en valt toch met de intrinsieke motivatie.

En dan de vraag: wat gebeurt er met de informatie in het dossier? Komt het bij ontwikkelgesprekken, voortgangsgesprekken of beoordelingsgesprekken ook op tafel en wordt daarbij een relatie gelegd tussen de visie en de ontwikkeling van de school enerzijds en de ontwikkeling van de leraar anderzijds? Of wordt het ter kennisgeving aangenomen? Hier ligt dus een belangrijke taak voor de directeur als onderwijskundig leider en kwaliteitsbewaker van de school. Dat gebeurt immers ook met bijvoorbeeld de informatie in het leerlingvolgsysteem?

Wordt de leraar vanuit deze gesprekken ook gestimuleerd om een nascholingstraject te volgen en wordt hij of zij daar ook voor gefaciliteerd? Op welke wijze komt dit vervolgens weer terug in het dossier? Ook vanuit de inspectie is dit steeds meer een punt van aandacht.

En dan nog de praktijkervaring: Hoe Ik ken mensen met zeer veel ervaring en grote deskundigheid, zonder dat ze daarbij een diploma of certificaat kunnen overleggen. Weinig papier, maar veel ervaring en kennis. Hoe maak je dat zichtbaar in een dossier of register? Aanvullende instrumenten zouden daarbij kunnen helpen. Denk aan bijvoorbeeld het resultaat van een 360 graden-feedback, wat een beeld geeft hoe collega’s, ouders en leerlingen tegen je aan kijken in relatie tot het beeld dat je hebt van jezelf. Dan nog blijft praktijkervaring moeilijk te vatten.

Nu is er in het regeerakkoord wordt gesproken over prestatiebeloning in het onderwijs. Moeten we dat dan aan het bekwaamheidsdossier koppelen? Bij de staking rond Passend Onderwijs bleek dat leraren over het algemeen niets zien in prestatiebeloning. Bovendien is het effect van prestatiebeloning ook discustabel en zitten er veel haken en ogen aan.
Wellicht dat het punt van de beloning ook de reden is, dat er in het onderwijs nog steeds over dit soort zaken gepraat wordt, waar het in het bedrijfsleven al lang gemeengoed is.

Het verhaal wordt anders wanneer je van plan bent te gaan solliciteren. Dan is een bekwaamheidsdossier wél van belang. Je CV, inclusief scholing en opleiding, is in veel gevallen toch een eerste kennismaking tussen een bestuur en jou als leraar. Het kan het verschil maken tussen wel en niet uitgenodigd worden voor een gesprek. Een goed LinkedIn-profiel kan overigens ook een prima visitekaartje zijn!

Binnen een stichting, vereniging of samenwerkingsverband kan een digitaal bekwaamheidsdossier echter ook voordelen opleveren. Door in kaart te brengen wie op welke school welke expertise heeft, kunnen leerkrachten bij vragen snel in contact komen met een collega op een andere school om een beroep te doen op zijn of haar expertise. Op die manier wordt kennis en ervaring breder gedeeld en ook ingezet buiten de eigen schoolmuren. Dit is enerzijds een stimulans voor de leraar, omdat er gebruik wordt gemaakt van zijn knowhow en anderzijds kostenbesparend voor de collega-scholen. Uiteraard werkt dat alleen wanneer de betreffende leraar daar voor gefaciliteerd wordt. Komt het er als extra bij, dan zal hij snel afhaken!

Tot slot: Het gaat niet zozeer om het middel, maar veel meer om het doel dat je hebt. Creëer geen regels, maar ruimte! En heb aandacht voor de al het andere binnen de school. Gekwalificeerd personeel is belangrijk, maar goed lesmateriaal, goede voorzieningen, ruimte voor leerlingen die extra aandacht nodig hebben en behapbare aantallen leerlingen per groep en tijd voor nakijkwerk en gesprekken zijn minstens zo belangrijk. De som van deze delen is meer dan de delen afzonderlijk!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @ictvliedberg , @GuusBouwhuis71 , @Wiswijzer2 , @Sjaboepaan , @Riaanlous, @anthonyvdzande

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

woensdag 7 maart 2012

Prestatiebox vervangt Lerarenbeurs korte opleidingen

De afgelopen weken kregen we steeds meer vragen over de Lerarenbeurs voor korte opleidingen:
Is jullie Post HBO Opleiding voor ICT coördinator in het onderwijs nog te financieren met de Lerarenbeurs? 

Jarenlang konden leerkrachten gebruik maken van deze regeling om opleidingen tot Reken-coördinator, Taal-coördinator of ICT-coördinator te volgen. 

Vanaf 2012 wordt De Lerarenbeurs niet meer ingezet voor korte opleidingen, maar is alleen nog bestemd voor het volgen van een bachelor- of masteropleiding.
Korte opleidingen (< 1 jaar) kunnen gefinancierd worden uit het reguliere nascholingsbudget (lumpsum) en met de extra middelen voor professionalisering van leraren die vanaf maart 2012 voor onderwijsinstellingen beschikbaar komen.

De gelden in de zogenaamde Prestatiebox zijn o.a. bedoeld voor professionalisering op het gebied van:
  • reken- en taalonderwijs;
  • onderwijs aan begaafden
  • werken met Leerling  Onderwijs Volgsysteem

De Netwijs Opleiding ICT coördinator in het onderwijs is een totaalaanpak om ICT te integreren in het onderwijs, uiteraard kunnen er ook losse workshops worden verzorgd om het rekenonderwijs of taalonderwijs te verbeteren door middel van een methode training of digibordtraining speciaal gericht op dit doel.

Bekijk onderstaande screencast voor een korte uitleg over lumpsum en de prestatiebox:


Ook viel het me in gesprekken op dat er soms 'geen budget' lijkt te zijn voor ICT. Een digibordtraining of training in het gebruik van Ambrasoft, daar is geen geld voor. Zodra we echter als onderwijsadviseur in gesprek gaan en uitleggen dat ICT slechts een middel is om het onderwijs beter te maken en dat we een digibordtraining gaan verzorgen om de rekeninstructie te verbeteren, dan is er opeens wel budget voor... 



dinsdag 4 oktober 2011

Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Het onderwerp vandaag was afkomstig van een filmpje, dat gisteren werd gepubliceerd met als titel: De Digitale Uitdaging in het onderwijs. Het filmpje neemt leerlingen als uitgangspunt. Komt de school tegemoet aan hun wensen? Kan en wil de school die uitdaging aangaan? En wie moet dan specifiek die uitdaging aangaan? Wie moet er in actie komen na het zien van dit filmpje?

In onze stelling hebben we de titel van het filmpje iets aangepast en het balletje bij de leerkracht gelegd. Dat is immers degene die daadwerkelijk het onderwijs verzorgd aan de leerling? Als er iets moet veranderen in de klas, dan begin het toch bij de leerkracht.
Hoewel de stelling een inkoppertje lijkt, is er toch wel meer over te zeggen. Ja, de leerkracht is degene die bepaalde middelen wel of niet inzet in de klas. Maar deze leerkracht heeft wel te maken met het beleid dat gevoerd wordt op de school en de visie die er is. Heeft het team van de school, onder leiding van de directie, een gezamenlijk antwoord op de vragen die de leerlingen in het filmpje stellen? Zo niet, dan zal dat nog moeten gebeuren. En als die visie er wel is, dan zal de uitvoering hiervan gefaciliteerd en aangestuurd moeten worden. Niet alleen de vraag  ‘Wat willen we?’ moet beantwoord worden, maar ook ‘Wat kunnen we?’en ‘Hoe gaan we dat doen?’

Ligt dan dus het balletje bij de directie? Voor een deel wel. Daar ligt de regie. Dat betekent echter niet, dat je als leerkracht geen eigen verantwoordelijkheid hebt. Ben je als leerkracht op de hoogte van ontwikkelingen en mogelijkheden en deel je dat ook met anderen? Wie houdt je tegen om met de middelen die je ter beschikking staan te gaan experimenteren? Ga enthousiast aan de slag en deel je enthousiasme met collega’s. Wellicht slaat het vonkje over en kun je samen aan de directie laten zien waar je ambities liggen.

In de praktijk blijkt dit alles toch wat gecompliceerder. Leerkrachten die zich roepende in de woestijn voelen. Directeuren en ICT-coördinatoren, die grote weerstanden voelen. Ouders, of zoals het filmpje laat zien: leerlingen, die geen gehoor vinden. Het is echter de vraag of dat direct met het middel ICT te maken hebben. Of is dit een gemakkelijke stok om de hond te slaan en zelf buiten schot te blijven?

Weerstanden zien we ook bij de invoering van een nieuwe methode, bij de invoering van een ander onderwijsmodel of bij verandering van taken. Wil je überhaupt wel veranderen? Wil je wel weten hoe het ook ánders kan? En terug naar het filmpje: Staan je als school en als leerkracht er voor open aan leerlingen te vragen wat zij nu graag zouden willen. Dat vraagt een andere benadering, dan we vaak gewenst zijn.
Feit is, dat van de directie een stuk visie verwacht mag worden en van de leerkrachten de nodige competenties om onderwijs op een eigentijdse manier vorm te geven, passend bij de onderwijsbehoefte van hun leerlingen. Daarin kun je niet zonder elkaar. Je zult met elkaar in gesprek moeten en op zoek moeten naar mogelijkheden en manieren om zaken te organiseren.

Tegelijkertijd moet je ook wel eens even niet praten, maar doen. Gewoon eens even uitproberen en ervaren. Niet wachten tot iedereen het er mee eens is, maar de praktijk voor zich laten spreken. Goede voorbeelden zeggen vaak meer dan duizend woorden!

Een citaat uit de discussie: “Als het om een eigen telefoon gaat is men wel bereid te leren, gaat het over mogelijkheden of kansen in het onderwijs niet.” Misschien ligt daar de sleutel! Welke belang is er in het spel als het gaat om integratie van ICT in het onderwijs? Voor leerkrachten liggen die belangen wellicht weer anders, dan voor leerlingen, de directie of de ouders. De uitdaging ligt dus in het feit om samen op zoek te gaan naar de gezamenlijke belangen! Niet het balletje steeds terugschoppen naar de ander, maar samenspelen om samen te scoren!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @compie67 , @Sjaboepaan , @henkvangils , @Emiel2Punt0

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 12 juli 2011

Leerkracht verantwoordelijk voor zijn eigen scholingsbudget

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Maak de leerkracht verantwoordelijk voor zijn eigen scholingsbudget!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Eigenlijk is scholing niet het juiste woord en moeten we spreken van professionalisering. Dat is breder en heeft naast trainingen, workshops en opleidingen ook betrekking op bijvoorbeeld onderling kennis delen, beurzen, vakbladen en boeken.

Op veel scholen gaat er het nodige aan tijd en geld in teamscholing zitten bijvoorbeeld rond een bepaalde onderwijskundige verandering. Daarnaast zijn er individueel leerkrachten, die hun directie of bestuur toestemming vragen voor het volgen van een cursus of opleiding. Soms is dat gerelateerd aan waar de school mee bezig is, soms ook aan eigen interesse of ambities. Tegelijk zijn er ook leerkrachten, die daar niet zelf initiatief in nemen. Soms wordt dat door de directie bespreekbaar gemaakt, maar lang niet altijd. Er blijkt vaak ook veel onduidelijkheid te bestaan over de mogelijkheden die er zijn.

Wat nu als elke leerkracht een eigen budget zou krijgen elk jaar voor professionalisering? Tijdens de discussie hierover gaven verschillende deelnemers aan, dat dit een goede optie is. Wel werd er opgemerkt, dat een deel van het budget besteed zou moeten worden aan teamtrainingen geïnitieerd vanuit de school en een ander deel dan een persoonlijk budget zou kunnen worden.

Wanneer leerkrachten zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen budget kan dat verschillende voordelen bieden. Ze worden zo gedwongen na te denken over een zinvolle besteding hiervan. Als school kun je als voorwaarde stellen, dat de besteding van het budget gerelateerd moet zijn aan de visie van de school en de speerpunten waaraan vanuit het beleidsplan gewerkt wordt. Daar moeten duidelijke afspraken over gemaakt worden en kaders gesteld.

Door met elkaar in gesprek te gaan om bijvoorbeeld na te gaan of andere leerkrachten ook interesse hebben in een bepaalde training kun je er voor zorgen, dat je eigen budget niet in één keer op is. Ook kan het de moeite lonen om te bekijken of door betere kennisdeling, bijvoorbeeld met leerkrachten van andere scholen binnen de vereniging of stichting, een training door externen wellicht overbodig is. De budgetten kunnen dan echt ingezet worden voor die zaken waar echt sprake is van een hiaat in kennis, vaardigheden of competenties. Dit concept zou dus een belangrijke impuls kunnen geven aan een dialoog binnen het team over de visie van de school, aan de kwaliteit van de professionalisering van de leerkrachten en recht doen aan reeds aanwezige kennis, vaardigheden en competenties en het onderling delen kunnen stimuleren.

Ingebracht werd nog, dat de directeur of het bestuur bugdetverantwoordelijk is, ook voor scholingsbudgetten. Dat is natuurlijk ook zo. Zij zijn en blijven eindverantwoordelijk. Ook als leerkrachten de verantwoordelijkheid zouden krijgen over hun eigen professionaliseringsbudget, dan hebben ze geen carte blanche. Ze moeten de besteding kunnen verantwoorden vanuit de gemaakte afspraken zoals we die eerder genoemd. In die zin blijft de directie dus altijd eindvernatwoordelijk.

Na afloop van de discussie sloeg ik de CAO er nog eens op na. Daarin wordt in verschillende paragrafen aandacht besteed aan professionalisering:
  • “Het beschikbare budget voor professionalisering wordt verdeeld in een collectief deel en een persoonlijk ontwikkelingsbudget. De verdeling behoeft de instemming van de P(G)MR.” Daarbij wordt aandacht besteed aan “de beoogde ontwikkelingsdoelen van de organisatie en het daarvoor bedoelde collectieve deel van het budget” en “de beoogde ontwikkelingsdoelen van de werknemers en het daarvoor bedoelde persoonlijk ontwikkelingsbudget”. Aandacht dus voor zowel de belangen van de organisatie als die van de werknemer.
  • Elke vier jaar wordt er een Persoonlijk Ontwikkelingsplan opgesteld of geactualiseerd. Daarin worden ook afspraken vastgelegd over de te besteden tijd aan professionalisering en ontwikkeling en het beschikbare budget. Ook de belangen van de organisatie enerzijds en de werknemer anderzijds worden daarin onderling afgestemd.
Dit sluit dus in feite helemaal aan op de stelling. De mogelijkheden zijn er dus gewoon. Het komt er dus op aan dit binnen de school goed te organiseren!

Uit de Nationale Onderwijsmonitor 2010 bleek, dat 67% van de leerkrachten niet bekend is met het professionaliseringsbudget. Van de hoogte, namelijk €500-€600 p.p., was 87% niet op de hoogte. Dat gold ook voor 17% van de leidinggevenden. Daar hebben we dan bij dezen wat aan gedaan!
In dit onderzoek kwam ook naar voren, dat leerkrachten voor praktische trainingen en workshops willen en het liefst in groepsverband. En terecht natuurlijk!

Uit dit onderzoek kun je concluderen, dat de CAO ofwel onvoldoende gelezen ofwel onvoldoende nageleefd wordt. Of is het een kwestie van interpretatieverschillen? Goede communicatie en voorlichting hierover lijkt op zijn plaats! Dat is zowel in het belang van de school als de leerkracht zelf. Duidelijke afspraken over eigen ambities en interessegebieden, noodzakelijke bijscholing en de ontwikkeling van de school als organisatie samen vastleggen in persoonlijke ontwikkelingsplannen zoals de CAO het beschrijft, maakt de leerkracht verantwoordelijk voor zijn eigen loopbaan. Belangrijke vraag die dan nog rest: Wil de leerkracht dat eigenlijk wel? Een mooi onderwerp voor de eerste teamvergadering na de zomervakantie! Ik zou zeggen: Leerkrachten lees de CAO en grijp je kans!

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je nog enkele bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf nog aanvullende opmerkingen, ideeën of ervaringen? Reageer op dit blog!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @michelboer , @Helikon , @MvandeVrie , @Sjaboepaan , @henkheurter , @FransDroog , @See_Genius , @GUPAGEBO

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 17 mei 2011

Lessen arrangeren en lesmateriaal maken moet worden opgenomen in taakbeleid

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Lessen arrangeren en lesmateriaal maken moet worden opgenomen in taakbeleid”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Onlangs was ik met een groep leerkrachten verschillende web2.0-toepassingen aan het bekijken vanuit de vraag hoe ze deze zouden kunnen inzetten voor de begaafde leerlingen op hun school. Het enthousiasme om hier iets mee te doen groeide. Toch kwam uiteindelijk ook weer naar voren: het liefst willen we kant-en-klaar materiaal hierbij. Want zelf toepassingen zoeken en lesmateriaal ontwikkelen, kost veel te veel tijd. Ik hoor dat niet voor het eerst.

Ook uit recente onderzoeken blijkt, dat leerkrachten op zoek zijn naar en behoefte hebben aan kwalitatief goed materiaal waarmee gedeelten van het methodemateriaal vervangen of aangevuld kunnen worden. De aanleiding kan heel verschillend zijn. De behoefte en de noodzaak om te kunnen differentiëren is daarbij een hele belangrijke. Ontevredenheid met (onderdelen van) de methode eveneens.

Er is dus sprake van een groeiende behoefte enerzijds, maar een gebrek aan tijd anderzijds. Zou het opnemen in het taakbeleid daarvoor een oplossing kunnen zijn? Leerkrachten daadwerkelijk meer de ruimte geven om op zoek te gaan naar geschikt materiaal, dan wel deze te ontwikkelen?

In de discussie kwam naar voren, dat dat niet het enige is wat speelt. Een opsomming:

Visie
De eerste vraag, die altijd beantwoord moet worden, is hoe het maken van lesmateriaal en arrangeren van lessen past in de visie van de school. Is dat niet duidelijk, dan ligt daar een belangrijke uitdaging. Willen we dit met elkaar of niet en waarom?

Ambitie
Vanuit de visie moet concreet gemaakt worden waar precies behoefte aan is en hoe de gewenste situatie er uit ziet.

Passie
Verschillende leerkrachten  hebben zelf een bepaalde nieuwsgierigheid om te gaan zoeken naar mogelijkheden en gaan zelf aan het experimenteren. Anderen moeten eerst goede voorbeelden zien, inspiratie opdoen en dingen aangereikt krijgen. Wat hebben we met elkaar nodig om samen enthousiast te worden en de uitdaging te zien?

Actie
Inmiddels is er al het nodige digitale materiaal beschikbaar en zijn ook tal van toepassingen te vinden die zeer geschikt zijn om te gebruiken. Maar waar vind je die op een efficiënte manier? En is dat geschikt en passend bij de visie, de ambitie en de onderwijssituatie? Deze zoekvaardigheid is een belangrijk aandachtspunt om tot succes te komen. Het vereist de nodige vaardigheden.

Creatie
Wanneer dan geschikte materialen en toepassingen gevonden zijn, moet het nog op maat gemaakt worden. Is er niets geschikts gevonden, dan zal er zelf iets ontwikkelt moeten worden. In beide gevallen vraagt dat eveneens om specifieke vaardigheden.

Het is de uitdaging van de schoolleider om aan dit hele proces sturing te geven. Wil ik hier als team mee aan de slag? Wil ik dat we ons hier allemaal in bekwamen? Of kijk ik in mijn team wie al de nodige kwaliteiten heeft om dit op te pakken? Kan ik een werkgroep faciliteren om voor het hele team materiaal te ontwikkelen? Het vraagt om een goed beeld van de ambitie enerzijds en de beschikbare mogelijkheden anderzijds. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Net als geld kan ook tijd maar één keer gespendeerd worden.

Nog een interessante vraag: Welke rol kunnen onderwijskundigen, die via een academische Pabo het onderwijs in stromen hierin spelen? Met hun kennis en expertise zou een belangrijke impuls gegeven kunnen worden aan het proces.

Tijdens de discussie werden verschillende recente onderzoeken ingebracht:
Bovenstaande onderzoeken geven weer de nodige stof tot nadenken en discussie. Waar we het echter over eens kunnen zijn, is het feit dat er duidelijke veranderingen gaande zijn en noodzakelijk zijn in het onderwijs mede ook ingegeven door bijvoorbeeld de plannen rond Passend Onderwijs. Arrangeren van lessen en ontwikkelen van geschikte materialen voor de eigen onderwijssituatie zijn nodig. Leerkrachten kunnen dat er vaak niet extra bij doen. Goed onderwijsmateriaal vinden, maken en inzetten kost tijd! Faciliteren via taakbeleid en scholingsbeleid is een voorwaarde. Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden. Ook daarbij kan ICT wellicht weer een rol spelen in het bewerkstelligen van meer efficiëntie.

Ontwikkelen van digitaal lesmateriaal gaat hand in hand met ontwikkelen van visie en beleid en met ontwikkelen van mensen. Hand in hand op weg naar echt passend onderwijs voor iedereen.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @pavl , @florinablokland , @JaapSoft , @Mennovh , @MarcelMarkvoort , @mariekemove , @Wiswijzer2 , @janwn , @jeroenjeremy , @jaap_w , @PascalMarcelis , @jelmerevers

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 29 maart 2011

ICT-vaardigheidsniveau van leerlingen, die de basisschool verlaten is belabberd!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Het ict-vaardigheidsniveau van leerlingen die de basisschool verlaten is belabberd!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Enige weken geleden hadden we een discussie met als onderwerp “Een Leerlijn ICT is volkomen achterhaald!”. Daarin kwam al naar voren, dat ICT zo geïntegreerd is in ons dagelijks leven, dat het vreemd is om dat niet te doen in ons onderwijs. Er zijn tal van mogelijkheden om ICT als middel in te zetten binnen de reguliere lessen. Stel je daarbij als leerkracht of docent eerst de vraag wat je onderwijsdoel is en bekijk dan hoe ICT een middel kan zijn om dat doel te bereiken en in welke vorm.
Ook de vaardigheden, die dat vervolgens van de leerlingen vraagt kwam aan bod. Eén van de conclusies was, dat een basisleerlijn ICT-vaardigheden zowel voor de leerkracht als de leerling een belangrijke leidraad vormt om de kwaliteit te bewaken.

De stelling van vandaag was een verzuchting van een VO-docent. Leerlingen kunnen vanalles met hyves, msn en YouTube. Maar als ze informatie op moeten zoeken en verwerken, dan wordt het zweten. Daarvoor ontbreken de vaardigheden.
Nu zullen er in de praktijk grote verschillen zijn. Veel basisscholen hebben een leerlijn ICT-vaardigheden en laten leerlingen gericht oefenen om zich deze vaardigheden eigen te maken; al dan niet geïntegreerd in andere vakken. Veel scholen echter hebben deze leerlijn niet of hebben hem alleen maar op papier staan. En op veel scholen is de uitvoering afhankelijk van de vaardigheden van de leerkracht, die daar vaak ook niet op wordt aangesproken.
De vraag naar de oorzaak van een dergelijke verzuchting van VO-docent laat zich dus op meerdere manieren beantwoorden als we kijken naar het PO. Maar we moeten ook kijken naar het VO. Is voldoende duidelijk wat leerlingen moeten beheersen binnen het VO als het gaat om ICT-vaardigheden? Ook dat zal per school verschillen. Wanneer het VO een duidelijk competentieprofiel zou opstellen met een duidelijk omschreven startniveau, dan zou dit het PO in staat stellen om daar met hun leerlijn op aan te sluiten. Deze lijn kan overigens ook weer worden doorgetrokken richting MBO en HBO.

Ook hierbij ontstond weer een discussie over de vaardigheden van de leerkrachten en docenten zelf. Allereerst geldt, dat zij kennis moeten hebben van de middelen en mogelijkheden. Zonder dat zullen ze het ook niet gaan inzetten en ook niet hun leerlingen kunnen inspireren en uitnodigen. Of ze zelf alle programma’s e.d. ook moeten beheersen is maar de vraag. Wanneer ze de leerlingen voldoende kunnen faciliteren en begeleiden, dan zijn leerlingen ook prima in staat om zelf op ontdekking te gaan en elkaar te helpen. Blijkt echter, dat hun eigen vaardigheid een belemmerende factor is, waardoor ook de afspraken binnen de leerlijn in gevaar komen, dan zal moeten worden ingegrepen. Door hulp van een collega, ondersteuning van een ICT-coördinator, inzet van een vakdocent of door scholing. Vanuit het management zal daar oog voor moeten zijn. Zij zullen het bespreekbaar moeten maken en dit moeten faciliteren.

Toch maar weer een digitaal rijbewijs invoeren? Niet in de vorm zoals we die hebben gehad. Daarbij kregen leerkrachten en docenten allerlei programma’s en vaardigheden voorgeschoteld, waar ze in de praktijk niets mee konden. Het heeft alleen toegevoegde waarde wanneer het ook echt is toegespitst op dat wat nodig is om de leerlingen goed en eigentijds onderwijs te geven. Vaardigheden en programma’s, die ze ook daadwerkelijk zullen moeten gebruiken in de praktijk.

Belangrijke aandachtspunten voor zowel de leerkracht of docent als voor de leerling zijn: veilig internetten, gevolgen inzien van reageren op Internet, sociale netwerken, informatieverwerking, zoekvaardigheden, documentbeheer, enzovoort. Dat kan via een aparte leerlijn maar wel met een koppeling naar en integratie in de verschillende vakken.
In dit kader verwijzen we ook naar bijv. de Kennisbasis ICT en de Inventarisatie ICT-competenties. Goed om kennis van te nemen!

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @myrandreas , @digikennis , @ YorickSaeijs , @robertdevilee , @MarcelMarkvoort , @karinwinters , @Boupas , @JohnLeeGain , @RobbertZ80 , @MarjoleinEdel , @MevrouwtjeT , @kletskous , @sabineverbeek , @marboneveld , @Afwels , @PascalMarcelis , @florinablokland , @Sjaboepaan

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 1 februari 2011

Training Onderwijs en ICT, maar waar is de directeur?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Training Onderwijs en ICT, maar waar is de directeur?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Een deelnemer aan een workshop uitte onlangs de verzuchting, dat het zo jammer was, dat de directeur er niet bij was. Vaak komen er verschillende zaken naar boven waar bijvoorbeeld afspraken over gemaakt moeten worden. Of de ontdekking dat visie op een bepaald punt ontbreekt of tekort schiet. Het gevoel als ICT-er, dat je zelf de kar moet trekken.

Enkele discussiedeelnemers gaven aan, dat de aanwezigheid van de directeur ook belemmerend kan zijn. Anderen voelen zich dan minder vrij. Daarbij kan een bepaalde angst een rol spelen, bijvoorbeeld angst om beoordeeld te worden op je prestaties. Of het gevoel teveel gepushed te worden of de neiging in je schulp te kruipen.
Vanuit de directeur bekeken is de inhoud niet altijd relevant, ondanks het feit, dat hij/zij ook gewoon teamlid is. Hij/zij staat vaak iets verder van de praktijk af.

Aan de andere kant komen tijdens workshops en trainingen vaak ook zaken naar voren, die bijvoorbeeld de visie van de school raken, het beleid op een bepaald gebied of organisatorische zaken. Daarnaast is een workshop of training ook onderdeel van een proces waar je als team in zit. Om zijn/haar teamleden te kunnen coachen of begeleiden is het volgen van dat proces, ook tijdens een workshop, zeer waardevol. Je ziet hoe collega’s bezig zijn en ziet de groei die ze doormaken. Het werkt vaak heel positief wanneer een directeur ook zelf aan den lijve ondervindt, waardoor ook begrip kan ontstaan. Interpersoonlijke competenties spelen een belangrijke rol. Goede afstemming helpt om een juiste keuze te maken.

Een paar concrete tips voor de ICT-ers:
  • Bespreek vooraf met de directie de inhoud van de training en de relevantie van zijn/haar aanwezigheid.
  • Vraag je af, wat de aanleiding was voor de training/workshop? Kwam die bij de directie vandaan, bij de ICT-er of het team?
  • Voer regelmatig een gesprek met de directie om onderlinge betrokkenheid te stimuleren.
  • Bedenk hoe je de onbevangenheid van iedereen zo goed mogelijk veilig stelt. Onderling vertrouwen.
  • Ga je in groepjes aan de slag? Denk vooraf goed na over de samenstelling van de groepjes. Laat de directeur meedoen met een groepje van de informele leiders.
  • Vraag of de directeur in elk geval tijdens de plenaire nabespreking aanwezig kan zijn, waarbij ook de vraag ‘Hoe nu verder?’ aan bod komt.
  • Zorg, dat ook tijdens een workshop of training de aandachtsgebieden van Vier in Balans in beeld komen. Dus niet alleen de deskundighied, maar ook de visie, de infrastructuur en het lesmateriaal. Laat daarin de samenhang zien.
Tot zover het verslag van de discussie. Was u niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @LadyLau, @JoriMur , @florinablokland , @GertHein1420 , @Bica10 , @marlijnnijboer, @harmhofstede , @JaapSoft , @henkheurter , @Helikon

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 28 september 2010

Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Al in één van de eerste edities van Discussie Dinsdag bespraken we het digibord. We spraken toen over de implementatie van het digibord. Verschillende haken en ogen, maar ook mogelijkheden en onmogelijkheden kwamen aan de orde, ook in latere discussies. En ook in andere artikelen op dit Edublog hebben we er aandacht aan besteed.

Worsteling
Nog steeds worstelen veel scholen met de inzet van deze borden, en inmiddels ook de touchscreens. Lopen we langs lokalen met daarin een digibord, dan zien we grote verschillen. De ene leerkracht heeft hem nauwelijks aan, de ander schrijft er op en laat zo nu en dan een filmpje of een plaatje zien en weer een ander is er voortdurend mee in de weer. Gaan we met deze leerkrachten in gesprek, dan krijgen we allerlei aspecten te horen, die een rol spelen.

Relevante aspecten
Allereerst de techniek. Voor de één een uitdaging, voor de ander een belemmering. Ben ik de techniek de baas of de techniek mij? Wat kan er mis gaan en reageer ik daar vervolgens op? Daarnaast kennis en vaardigheid. Weet ik hoe ik er mee om moet gaan? Ben ik daar handig in of voel ik me daarbij wat stuntelig? En dan nog de didactiek. Welke lesstof moet ik behandelen? Welke middelen kan ik daarvoor inzetten met behulp van het digibord? En weet ik deze op elkaar af te stemmen, in de juiste volgorden en op het juiste moment voor de juiste leerlingen?
De vraag is, of dit alles nieuw is. Zien we dit ook niet bij de inzet van de computer en de aanwezige educatieve software? En even los van de techniek: Weet ik als leerkracht welke materialen er binnen de school beschikbaar zijn om in te zetten bij het behandelen van bepaalde lesstof? Als middel bij de instructie, als middel om te oefenen, als middel om het abstracte concreet te maken of om nog eens op een andere manier een verlengde instructie mee te geven? Hoeveel procent van de materialen in bijvoorbeeld de orthotheek wordt daadwerkelijk gebruikt?

Een aantal zaken zijn daarbij van belang:
  • Kennis van wat aanwezig is en beschikbaar is: een inventarislijst en eventueel een rooster.
  • Kennis van het materiaal: weten hoe het gebruikt moet worden, waarbij, wanneer en voor wie.
  • Didactische kennis en vaardigheden: Op welke wijze kan ik deze leerstof aan deze kinderen overbrengen en met behulp van welke materialen en strategieën?
  • Interactievaardigheden: Hoe kom ik tot een gesprek, of een onderwijsleergesprek, met de leerling, breng ik leerlingen met elkaar in gesprek en hoe ondersteun ik dat proces met hulpmiddelen?
  • Organisatie: Hoe regel ik alles zo in de school en in de klas, dat leerlingen efficiënt en effectief kunnen werken.
Het is een universeel lijstje dat geldt voor het hele onderwijsproces met of zonder digibord! Ongetwijfeld is het lijstje nog aan te vullen. Hoe een en ander wordt ingevuld en vormgegeven, hangt samen met de visie en het beleid op school. Daardoor zullen verschillende keuzes worden gemaakt wat betreft werkwijze, materiaal en organisatie.

Digibord als hulpmiddel
Passen we dit alles nu toe op het digibord, dan is er feitelijk niets nieuws onder de zon. Behalve dan, dat je in één apparaat veel meer materialen en mogelijkheden tegelijkertijd beschikbaar hebt in je lokaal. Dat biedt de mogelijkheid om sneller te schakelen en op elk gewenst moment datgene te gebruiken, wat je als leerkracht nodig hebt om het didactische proces te ondersteunen op het moment, dat jij het nodig vindt. Daarmee is het digitale schoolbord dus ook geen vervanging van het krijtjesbord, maar een multifunctioneel hulpmiddel.

Digibord als spiegel
Daarmee komen we bij de spiegelfunctie van het digibord. Wat zie je bij jezelf wanneer je het digibord in je lokaal gaat gebruiken in je lessen? Over welke aspecten, die we eerder noemden, ben je tevreden en over welke niet? Is dat de kennis? Zijn dat de vaardigheden? Is dat het snelle schakelen of de interactie? Waarin ben ik bewust bekwaam en bewust onbekwaam?
Daarnaast is er nog datgene van jezelf, dat je niet in de spiegel ziet. Iets wat je wellicht goed kan, maar je bent het je niet bewust (onbewust bekwaam) en wat je nog lastig zonder je dat bewust te zijn (onbewust onbekwaam). Daarvoor heb je vaak hulp van anderen nodig: een collega, een IB-er of ICT-coördinator. Dat betekent wel: jezelf kwetsbaar op durven stellen.
En ook is het nog van belang, dat datgene wat je zelf in de spiegel ziet of datgene waar de ander je bewust van maakt te toetsen aan dat wat de school heeft beschreven in haar visie en beleid, dus datgene waar je samen als school voor wilt staan en hebt afgesproken. Een checklist of (zelf-) observatielijst kan daarbij helpen.

Samen
Om elkaar als collega’s verder te helpen zijn open klasdeuren van belang. Kijken bij elkaar, tips en ideeën uitwisselen en elkaar inspireren in plaats van concurreren. Daarnaast ook scholing waarbij de didactiek centraal staat; als team of in kleine groepjes. Samen bewust bekwaam worden. Met aandacht voor de 3 G’s: gewin, gemak, genot. Samen lessen en materialen zoeken of maken, lessen en materialen delen en vooral ook geordend bewaren. Soms naast, soms in plaats van bestaande materialen.

Het doel heiligt de middelen
En geef je dan slecht onderwijs als je geen digibord hebt of er niet alles uit haalt wat er in zit? Anders geformuleerd: Maakt het verschil of je met het openbaar vervoer, je auto of je fiets naar je werk gaat? Je kunt in alle gevallen op hetzelfde punt eindigen en hetzelfde doel bereiken. Maar de één wat sneller, de ander wat langzamer. De één afhankelijk van anderen, de ander op eigen kracht. Het doel, het tijdstip en de verdere omstandigheden bepalen welk middel het meest geschikt is. Zolang je het doel maar voor ogen hebt!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 25 mei 2010

Kwaliteit van het onderwijs in het geding

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leerkrachten die niet mee kunnen komen in deze internetwereld moeten andere taken krijgen” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

In een gesprek op de radio afgelopen zaterdag in Tros Kamerbreed kwam de kwaliteit van ons onderwijs ter sprake. Ad Scheepbouwer gaf een aantal punten aan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. In elk geval de juiste mensen voor de klas, die voldoende betaald worden. Ook gaf hij aan, dat je in de praktijk soms leerkrachten ziet, die moeite hebben om in deze internetmaatschappij overeind te blijven te blijven. Dan is de kwaliteit van het onderwijs in het geding. Daar moet een oplossing voor komen. Dat kan door scholing, maar als dat niet lukt, zouden ze een andere functie moeten krijgen of weg moeten.

Al voor de discussie begon, leidde de stelling al tot reacties. Kort door de bocht! Wat moeten ze dan gaan doen? Ook tijdens de discussie kwamen deze reacties. Ondersteunende taken? Maar deze zijn vaak ook ICT-gerelateerd.

Waar het in essentie om gaat is: Wat doe je met leerkrachten, die alle ontwikkelingen op ICT-gebied niet bij kunnen benen of niet kunnen inzetten of inpassen in het onderwijs. Dat hoeft niet altijd aan een bepaalde leeftijdsgroep gekoppeld te zijn. “Goed toepassen van ICT oplossingen kan de oudere docent juist weer motiveren om nog een paar jaar door te gaan!” Zo merkte een deelnemer op. Bovendien: Ook jonge leerkrachten worstelen vaak met de inzet van ICT.
Wat doen we met dat gegeven? Scholing is een voor de hand liggende. Toch blijkt dat niet altijd de oplossing. Want wat gebeurt er vervolgens met de opgedane kennis en geleerde vaardigheden? Kan de leerkracht na de cursus deze inderdaad in praktijk brengen? Wordt het gedeeld binnen het team? Wordt dat ook als harde voorwaarde gesteld vanuit de schoolleiding? Wordt ook het vervolgtraject gevolgd en begeleid? Was er bij de scholing voldoende tijd voor het inslijpen van vaardigheden? Op dit punt wordt door een deelnemer ingebracht, dat in bijv. Noord-Amerika veel meer de tijid wordt genomen voor scholing. Een driedaagse vaardigheidstraining is daar geen probleem!
En stel, dat scholing onvoldoende leidt tot verbetering? Zijn er dan consequenties? Verplicht nog meer scholing volgen? Verandering van salarisschaal? Mag iemand dan nog voor de klas blijven? Of wordt er in berust en tot betreffende leerkracht zelf andere keuzes maakt? Is bezig zijn met innovatie iets wat je van elke leerkracht mag verwachten? Is inzet van ICT-middelen net zo verplicht als bijvoorbeeld het bijwonen van de teamvergadering?
Leerlingen, die voor de tweede keer zakken voor hun examen krijgen ook geen diploma. En wanneer een leerling heel slecht is in Frans kan hij toch blijven zitten ook al is hij steengoed in Wiskunde. Moeten we niet op dezelfde wijze naar leerkrachten en docenten gaan kijken? Hebben leerlingen niet recht op kwalitatief goed en eigentijds onderwijs?

Een ander denkspoor is: niet kijken naar de leerkracht, maar naar het materiaal. Zorg, dat de ICT-middelen zo min mogelijk drempels met zich mee brengen. Gebruiksvriendelijker dus. Daarbij ligt de bal dan bij de educatieve uitgeverijen bijvoorbeeld. Geven zij ook tips om lost te komen van de methode en andere middelen in te zetten? Zijn de internetbronnen voldoende toegankelijk en overzichtelijk, waardoor ook hier de drempel om even een uitstapje uit de methode te stimuleren?

Als derde denkspoor kan gedacht worden aan de aanpak binnen een school. Wordt er gewerkt vanuit een duidelijke visie op onderwijs met ICT? Is er draagvlak en wordt er voldoende leiderschap getoond? Worden leerkrachten gestimuleerd om van elkaar te leren en elkaar te coachen, in kleine stapjes zo nodig, eventueel in kleine projectjes? Wordt er voldoende gebruik gemaakt van alle kwaliteiten van de leerkrachten of wordt er teveel gekeken naar gebreken? Kan betere ouderparticipatie ook stimulerend werken?
De inzet van ICT zou aan de orde moeten komen in functioneringsgesprekken, of beter: in ontwikkelgesprekken. Van daaruit kan er een doelgericht ontwikkelplan opgezet worden.
Ook het gesprek binnen de school over de meerwaarde van ICT heeft de aandacht nodig. De middelen op zichzelf hebben geen meerwaarde, maar alleen wanneer zij op de juiste wijze, op het juiste moment en voor de juiste leerling worden ingezet. Daarvoor is kennis nodig van de ICT-mogelijkheden, van didaktiek en van het kind.
Kijk samen naar je onderwijs: Worden leerlingen uitgedaagd met échte, relevante, betekenisvolle en technologierijke opdrachten zonder vaststaande uitkomsten? Of is je onderwijs een spoorwegnet waar iedereen veilig van A naar B wordt gebracht, maar waar onderweg weinig valt te ontdekken?

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
De links die genoemd zijn tijdens de discussie zijn terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 18 mei 2010

Niet bezuinigen op onderwijs, maar gelden efficienter inzetten.

Het onderwerp gisteren van Discussie Dinsdag was “Bezuinigingen in het onderwijs. Wat zijn de consequenties?”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting van de discussie.

De verkiezingscampagnes zijn inmiddels gestart. Onderwijs is één van de belangrijke thema's. Wat zeggen de politieke partijen eigenlijk over Onderwijs en ICT? Alleen SP en D66 noemen ICT in verkiezingsprogramma. En dan ook nog heel algemeen in het kader van efficiëntie. Niets over de inhoudelijke meerwaarde voor het onderwijs! ICT als middel om te bezuinigen. De vraag is of dat gaat werken.

Minder geld naar scholen, maar toch van ze vragen hetzelfde te blijven doen liefst nog beter, gaat ook niet werken. Wel kan bekeken worden of de beschikbare middelen efficiënt genoeg worden ingezet. Niet alleen investeren als school in middelen, maar ook in de voorwaarden, de faciliteiten en in de mensen.
Eén van de discussiedeelnemers vraagt zich af wat er terecht komt van het idee van oud-minister Plasterk om een scholingsbudget per docent toe te kennen. Komt het daar nog van? Een ander reageert, dat de ChristenUnie dat in het verkiezingsprogramma heeft staan.
Scholing op het gebied van onderwijs en ict lijkt nu vaak onder te sneeuwen. Terwijl scholen vaak wel flink investeren in hard- en software. De mensen die er mee moeten werken krijgen vaak onvoldoende mogelijkheden om te leren omgaan met de nieuw aangeschafte middelen. Scholen moeten daar vanuit een goede visie en goed beleid een goede balans in zien te krijgen. Alleen dan kom je tot inhoudelijk rendement. Het gaat om de professionaliteit van de man of vrouw voor de klas! Ze moeten zich structureel kunnen ontwikkelen.

Overigens is het niet alleen een kwestie van tijd en geld. In de discussie komt ook naar voren, dat de onderlinge samenwerking tussen collega’s op een school flink te verbeteren valt. Leerkrachten en docenten, die wat minder ict-vaardig zijn of van mening zijn, dat ze het zonder ook goed doen worden soms voorzien van een negatief stempel en worden wat in een hoek gezet. Er ontstaan dan min of meer twee kampen binnen een school. In plaats van naar elkaar te wijzen, kan ook gekeken worden hoe je naast elkaar kunt gaan staan om samen verder te komen. Elkaar helpen en aan goede ideeën helpen.

Nu worden er regelmatig rapporten en studies gepubliceerd over de meerwaarde van ict in het onderwijs. Het lijkt haast een open deur. De vraag is echter of deze informatie iedereen in het onderwijs bereikt. En hoe vervolgens iedereen gemotiveerd en geholpen kan worden om datgene wat aantoonbare meerwaarde heeft ook daadwerkelijk in de praktijk in te zetten.
Daarnaast is het ook de vraag hoe de politiek met de informatie uit deze onderzoeken omgaat. Als er aantoonbare resultaten zijn, waarom dan middelen hiervoor inperken?

Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zijn terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 2 februari 2010

Inzet van ICT in het onderwijs leidt tot betere leerresultaten

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Inzet van ICT in het onderwijs leidt tot betere leerresultaten.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.
Om de stelling te onderschrijven ga je al snel op zoek naar onderzoeksrapporten. Kennisnet biedt ons een ruim overzicht aan van onderzoeken en brochures waar we dankbaar gebruik van kunnen maken. Het onderwerp staat volop in de belangstelling.

Voorheen gebruikte de inspectie het ooit beruchte Waarderingskader ICT. Als ict-er had je daarmee een mooi instrument om je eigen school te toetsen. Hoever zijn we en wat moeten we nog doen?
Met het gebruik van dergelijke kaders of andere instrumenten loop je echter ook gemakkelijk in de valkuil, dat je het als een checklist ziet, waarbij de lijst zelf het doel wordt en het echte doel uit het oog wordt verloren, namelijk: goed onderwijs geven.

Met dat doel voor ogen is het natuurlijk wel goed om als school in beeld te brengen hoe je er voor staat en hoe het gesteld is met de competenties en vaardigheden van de leerkrachten. Van hen wordt immers verwacht, dat ze kwalitatief goed en eigentijds onderwijs geven. Je wilt dat het rendement van je onderwijs zo groot mogelijk is.
De deelnemers waren het er over eens, dat inzet van ICT zeker kan leiden tot betere prestaties bij leerlingen. Let daarbij op het woord “kan”. Tussen ict-inzet en beter onderwijs is geen = te plaatsen. Allereerst hangt het af van de competenties van de leerkracht. Is hij/zij in staat om vanuit de lesdoelen en de behoefte van de leerlingen het juiste ict-hulpmiddel op het juiste moment en op de juiste wijze in te zetten? Dat vraagt dus:
  • Kennis van ict – Welke programma’s, websites en tools kan ik inzetten en hoe?
  • Kennis van de leerling – Wat heeft deze leerling in deze situatie en bij dit vak nodig?
  • Kennis van de leerstof – Welke doelen komen er aan bod? Hoe zitten de leerlijnen van de verschillende leergebieden in elkaar?
Dat vereist dus goed opgeleide en bijgeschoolde leerkrachten. Laat de leerkrachten de juiste comptenties ontwikkelen, die aansluiten bij de onderwijsdoelen en er op gericht om antwoord te geven op de vraag: Wat heeft deze leerling bij deze les nodig om optimaal te kunnen leren? Handelingsgericht werken dus! Uit onderzoek blijkt dat het leerplezier en het leerresultaat zeker verbeteren. ICT kan daarbij dus een een uitstekend hulpmiddel zijn, mits op de juiste wijze ingezet. Scholen zouden hun leerkrachten daarvoor moeten faciliteren met de juiste middelen, scholing en tijd.

Voorbeelden hoe je ict in zou kunnen zetten:

  • Je vindt Verhalend Ontwerpen belangrijk? Dat kan ook erg goed op het digibord of de computer! Photostory, Moviemaker, @Trip, Animoto, Glogster ... kun je allemaal gebruiken.
  • Spellingscategorie ch / g aanleren: eerst auditief samen met leerkracht in sessie 1. Dan oefent de leerling deze categorie verder auditief achter de pc met bijv. NIB spellingswerk sessie 2, 3, en 4. Dan controleert de leerkracht de vorderingen in het LVS en koppelt deze in sessie 6 terug samen met de leerling: leerdoel wel/niet bereikt?
  • Laat leerlingen met motorische problemen hun dictee op de computer laten doen. Zo leg je de focus op de spelling i.p.v. op het schrijven.
Enkele algemene tips van de deelnemers:

  • Gebruik de ICT Pabo-tool
  • 23 Onderwijsdingen voor het PO komt eraan! Maakt je team Web2.0 bewust en vaardig!
  • Bestudeer de onderzoeken en brochures op Kennisnet
  • Stel als school een kwaliteitskaart op (bijv. WMKPO) om de competenties regelmatig te meten
  • Gebruik de Assessmenttool ICT om speerpunten uit te halen om aan te werken
  • Hang de leerlijnen op in je klas.
  • Stel je doelen niet te hoog! Begin met kleine stapjes. Blijf dicht bij jezelf. (LAKS -> Langzaam Aan Kleine Stapjes)
  • Don't fix what ain't broken. Sluit aan bij de ontwikkeldoelen van de school. Is rekenen je speerpunt? Hoe ga ik mijn rekeninstructie dan zo effectief mogelijk maken met het digibord? Breng focus aan en je zult merken dat je veel gerichter te werk kan gaan.
  • Niet elk kind hoeft aan de beurt te komen; alleen zij die het nodig hebben!
  • Biedt ICT-vaardigheden aan vanuit de gedachte: “use to learn” en “learn to use”.
  • Koppel je ICT-leerlijn aan je bestaande curriculum. Wel een leerlijn, maar niet apart op het rooster.
Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zij n terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!