Posts tonen met het label visie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label visie. Alle posts tonen

dinsdag 16 oktober 2012

Innovatie begint bij het management!


Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Innovatie begint bij het management!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Innovatie, een woord waar je haast niet omheen kunt tegenwoordig. Of het nu gaat om dé uitweg uit de eurocrisis, het klimaatprobleem of om grondstoffenschaarste. Wil je je als bedrijf op de kaart zetten en overleven, dan moet je inzetten op innovatie! Ook het onderwijs ontkomt er niet aan. Het onderwijs kan niet stil blijven staan, maar heeft telkens weer een frisse wind, nieuwe inspiratie en nieuwe ideeën nodig. Aansluiten bij de mogelijkheden van nu, of beter nog bij die van morgen, is het devies!

Als we het hebben over innovatie, dan denken sommigen al snel aan ICT. ‘Allemaal aan de tablet’ bijvoorbeeld. Innovatie is echter veel breder dan ICT alleen. Zeker, het is een steeds belangrijker wordend middel, dat je kan helpen om je doelen te bereiken. Maar het begint toch eerst met het hebben van een duidelijke visie, met ideeën hoe je dingen doelmatiger of efficiënter aan kunt pakken, met ambities en het beste uit je leerlingen willen halen.

Hebben we het over visie, dan denken we al snel aan het management. De directeur wordt immers vaak gezien als de onderwijskundig leider van de school? Als er iemand weet welke kant de school op moet, dan is het toch de directeur? De man of vrouw met een missie, de koersbepaler.  Ook degene die over de financiën gaat. Welke ruimte hebben we financieel als school en hoe gaan we dat besteden? Bij uitstek dus degene die nieuwe ontwikkelingen in gang kan zetten!

Welnee, zeggen de deelnemers aan de discussie: Innovatie vindt haar oorsprong op de werkvloer, oftwel: in het klaslokaal. Je wilt als leerkracht het beste uit je leerlingen halen, ze stimuleren om net even wat verder te komen dan ze zelf voor mogelijk houden. Je wilt dat iedereen mee kan doen en daarom obstakels uit de weg ruimen. Je ziet nieuwe mogelijkheden en kansen om bepaalde processen beter te laten verlopen. Vanuit die gedrevenheid of passie en de ervaringen van elke dag ontstaan de ideeën hoe dingen anders aangepakt zouden kunnen worden. Zet deze leerkrachten vervolgens bij elkaar, voedt ze, faciliteer ze, denk niet in beperkingen maar in mogelijkheden en er gebeuren prachtige dingen. Een professionele leergemeenschap.

In de praktijk blijkt het iets genuanceerder. Dat de echte veranderingen van onderaf komen, van de werkvloer dus, daarover zijn we het wel eens. Dat het niet werkt wanneer een directeur zelf met de ene na de andere vernieuwing komt , staat ook niet ter discussie. Ze zullen het echt samen moeten doen.  Samen initiatieven nemen, samen experimenteren. Ieder vanuit een eigen verantwoordelijkheid. Schep vanuit het management ruimte om met ideeën te komen, neem die serieus, faciliteer om zaken te onderzoeken en uit te proberen.

Te vaak worden nieuwe ideeën en inspirerende plannen naar de prullenbak verwezen omdat er geen budget voor is. “Het staat niet op de begroting!” Of de plannen worden aangehouden, met de opmerking, dat het wellicht volgend jaar op de begroting kan of in de meerjarenbegroting!  Tegen de tijd dat het budget er is, zijn de ideeën al weer achterhaald door de ontwikkelingen.

Eigenlijk zou elke school vast een bepaald bedrag moeten reserveren voor innovatie. En misschien ook tijd moeten reserveren. Als voorbeeld werd Google genoemd, waar medewerkers 20% van hun tijd moeten besteden aan nieuwe frisse ideeën; liefst out of the box!

Zo bezien lijkt innovatie toch te beginnen bij het management: een goed klimaat scheppen ((transparantie, vertrouwen, openheid, stimuleren, investeren), flexibiliteit inbouwen in de organisatie, maar ook in de begroting en de jaarroosters. Ruimte laten voor spontane ideeën, voor andere wegen dan de gebruikelijke. “Een beleidsplan moet per definitie dynamisch zijn om te kunnen innoveren!” zo merkte een van de deelnemers op.
Tegelijk moet het management ook voor waken voor een teveel aan eendagsvliegen, het met alle winden meewaaien, voor het uit het oog verliezen van samenhang en de gestelde doelen.

Overigens: innoveren betekent niet altijd dat er tijd en geld op tafel moet komen. Het is ook een bepaalde mindset: anders gaan kijken naar leerlingen, naar situaties, naar omstandigheden, naar beschikbare materialen. Open staan voor ideeën en inzichten van collega’s, van ouders, maar zeker ook van leerlingen. En vooral ook: keuzes durven maken en nieuwe wegen durven bewandelen, uitdagingen zien als kansen!

Een mooi voorbeeld in dat kader: De Heijnenoordschool in Arnhem had een lokaal ‘over’ en deze wordt nu ingezet als ruimte met flexibele werkplekken voor ouders. Voor een beperkt bedrag kunnen ze gebruik maken van de faciliteiten. Een bijverdienste voor de school, maar tegelijkertijd ook een middel om ouderbetrokkenheid te stimuleren. De ouders kunnen immers hun werk en het helpen op school prima combineren zo! Een win-win-situatie dus!

Een creatieve oplossing voor de uitdagingen van nu! En dat is precies waar het bij innovatie om gaat!

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GuusBouwhuis71 , @pietvsz , @michelboer , @janwn , @pwrooij , @Sjaboepaan , @saskiadellevoet , @Marathonkeje , @ngoudmedia , @HenkTerHaar

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

dinsdag 8 mei 2012

Tablet in de klas? Ik wil er niet meer zonder!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Tablet in de klas? Ik wil er niet meer zonder!”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting met daarbij cursief het commentaar van een deskundige tussengevoegd:


De tablet in het onderwijs. Het houdt de gemoederen bezig. Er wordt heel wat over geschreven, geblogd en gediscussieerd. Daar móet je wat mee als school! Toch?! Her en der worden pilots georganiseerd om de meerwaarde aan te tonen.

@mariekemove: dit zie ik inderdaad heel veel gebeuren, gelukkig zie ik daarbij ook steeds vaker dat scholen goed nadenken over het hoe en wat. Waarom willen we met tablets werken? Wat zijn onze verwachtingen? Zetten we het in voor een lichtere boekentas, of zetten we de tablet in om content te maken of educatieve games te spelen?

Daarnaast worden er door diverse gedreven en enthousiaste leerkrachten lijstjes aangelegd én gedeeld! Lijstjes, daar zijn we dol op!

Het aantal voor het onderwijs bruikbare apps neemt in rap tempo toe. Van eenvoudig to zeer geavanceerd, van consumptief tot interactief. Het belangrijkste is echter: Wat voegt het daadwerkelijk toe? Wat is de concrete didactische meerwaarde van het gebruik van een tablet in het algemeen? En van afzonderlijke apps? Wat kan de leerkracht of de leerling er mee wat eerst niet kon of wel kon maar minder efficiënt? Hoe wordt het leerproces en het leerresultaat er beter van?

@mariekemove: Dan gaat het in mijn ogen niet om de apps maar om de toepassing van de apps in de klas. Hoe je apps inzet ligt aan de didactiek en visie op onderwijs. Wil je klassikaal lesgeven, dan zul je je meer richten op instructie-apps en keynote en misschien een video. Wil je leerlingen creatief en actief laten werken dan richt je je misschien meer op creatie door leerlingen en games. Apps kun je soms heel verschillend inzetten en hiermee maak je de les.

Over deze vragen zijn er heel wat meningen. Maar in hoeverre zijn deze echt gebaseerd op ervaringen? Welke concrete ervaringen hebben leerkrachten met het gebruik van tablets in hun groep? Wat zien zij daarbij als concrete meerwaarde? Wat levert het henzelf en de leerlingen op? Doe je jezelf als school en je leerlingen tekort als je (nog) niet met deze ontwikkelingen mee gaat?

Vanuit eigen ervaringen werden tijdens de discussie enkele voordelen genoemd:
  • Makkelijker te hanteren en door te geven dan bijv. een laptop
  • Meer interactie tussen de leerlingen
  • Snel gebruiksklaar
  • Toegankelijk en praktisch
  • Leerstappen zijn anders aan te pakken
  • Minder tekstproductie, meer creativiteit en creatie
  • Content eenvoudig consumeren, produceren én delen
  • Veel gratis of goedkope apps
@mariekemove: In veel implementatieprojecten rond de iPad, zie ik inderdaad bovenstaande punten terugkomen. Wat scholen ook nog aangeven is gemak in beheer bij iPads en dat het voor veel jongere leerlingen eenvoudig te gebruiken is. Als lezers eens een kijkje willen nemen in een iPadklas dan kunnen ze contact met me opnemen. Probeer ik wel een school te vinden die qua niveau en afstand aansluit.

Als aandachtspunten werden genoemd:
  • De bandbreedte van de internetverbinding
  • De beschikbaarheid en kwaliteit van wifi
  • Niet alle programma’s en websites die op scholen in gebruik zijn, werken op een tablet
  • Niet geschikt als typmachine (zonder apart toetsenbord)
Een paar concrete voorbeelden die tijdens de discussie genoemd werden:
  • Met de app Educreations je (verlengde) instructie opnemen, zodat een leerling deze terug kan kijken als hij het even niet meer weet.
  • Een leerling via de app Educreations laten uitleggen (schriftelijk én verbaal) hoe het een som heeft opgelost. De leerkracht kan op een later tijdstip de oplossingsstrategie bekijken en nabespreken met de leerling.
  • Met de app PianoMan kun je meespelen met (bekende) klassieke muziek. Een leuke uitdaging voor de leerlingen en heel geschikt om ze kennis te laten maken met deze muziek.
  • Een filmpje laten maken bij een zelf geschreven gedicht.
  • Concrete voorbeelden van spreekwoorden in beeld brengen;eenvoudig, simpel en snel, construeren i.p.v. reproduceren.
  • Uitleg (door leerlingen) van opdrachten opnemen als filmpje. Vervolgens koppel je er een QR-code aan, die je bij de betreffende opdracht beschikbaar stelt. Snap je de opdracht niet? Dan kun je via het scannen van de QR-code meteen het instructiefilmpje oproepen.
  • Met de app Rover, een soort educatieve browser, kunnen websites met flash toch worden bekeken!
@mariekemove: er zijn inderdaad een aantal technische voorwaarden waaraan je moet voldoen,  wifi is noodzaak en een hdmi-beamer met geluid is heel fijn in combinatie met een AppleTV bij iPads. Zo kun je het beeldscherm en geluid van de iPad draadloos streamen. Qua apps kan ik pagina's vullen met tekst. Ik denk dat je voor bijna iedere situatie wel een app kunt vinden om in te zetten, maar een leerlijn van apps is er op dit moment nog niet. Maar daar ben ik wel mee bezig, dus 'to be continued'.

En voor wie zelf ervaring wil op doen en op zoek is naar bruikbare apps: Kijk eens bij de verzamelingen van Eveline Kaleveld, SusanSpekschoor, Apps in de klas, Marieke van Osch of Eric Redegeld. Deze laatste is zelf ook aan te vullen!

Tot slot: waar je altijd weer op uit komt, is de vraag naar je visie. Wat wil je bereiken, waarom en hoe kan dit middel daarbij behulpzaam zijn? Een belangrijke suggestie daarbij: Probeer niet alles op een tablet te doen wat je eerst op een andere manier deed. Zoek vooral naar de nieuwe mogelijkheden die het je biedt. En deel je ervaringen met collega’s in den lande!

@mariekemove: om visie van de school te koppelen aan de inzet van tablets moet je eerst weten wat er globaal kan. Bij implementatietrajecten is het belangrijk eerst te inspireren en dan verderte gaan  met een visiesessie: aan de hand van stellingen bepalen hoe en wat op onze school. Dit doe je bij voorkeur met het hele team, zo ontstaat draagvlak. De werkwijze is identiek aan de visieversneller van kennisnet. Maar soms zie ik in een pilot ook dat het team de visie zelf wel koppelt aan de inzet.

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessantdiscussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @petervdbroeck , @evelinekaleveld , @GuusBouwhuis71 , @Sjaboepaan , @vanPopta , @compie67 , @pietvsz , @djsjollema , @EllePeters , @dancing_prinzes , @mariekemove

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 24 april 2012

Onderwijs met ICT volgens de taxonomie van Bloom

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Onderwijs met ICT volgens de taxonomie van Bloom”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

De Taxonomie van Bloom is voor velen in het onderwijs een bekend model. Het is een model waarin aangegeven wordt hoe leerstof zo effectief mogelijk eigen gemaakt, dan wel verwerkt kan worden. Het model is door anderen  inmiddels ook al herzien en toegespitst op de digitale wereld waarin wij leven. Zie hiervoor ook een wat oudere blogpost van Wilfred Rubens: De taxonomie van Bloom gedigitaliseerd.

Heel aardig is ook de koppeling die gemaakt is tussen dit model en de vele Web 2.0-toepassingen. Zie bijvoorbeeld 'Apps volgens de Taxonomie van Bloom'. Het maakt heel concreet, dat al deze tools niet over één kam zijn te scheren. Elke tool biedt weer andere mogelijkheden en heeft weer een ander doel. Daarmee heb je als leerkracht een schat aan mogelijkheden om leerlingen de leerstof zich eigen te laten maken, te verwerken en hun kennis te laten presenteren en delen met anderen.

Al snel in de discussie hierover werden ook andere modellen genoemd:
Zo zijn er ongetwijfeld nog veel meer modellen te noemen. Al deze modellen zijn niet één op één met elkaar te vergelijken. Ze gaan elk uit van een heel andere benadering. Wat ze gemeen hebben is, dat het allemaal middelen zijn om gestructureerd na te denken over de manier waarop je onderwijs geeft op een zo effectief mogelijke manier. Ze bieden handvaten. Het ene model hoeft het andere daarbij ook helemaal niet uit te sluiten.

Ongeacht welk model of modellen je kiest, het is op zijn minst boeiend om je ICT-middelen daar eens aan te spiegelen. Welke middelen gebruik ik bij welk vak, bij welke activiteit, voor welke leerling en past dat bij fase in het leerproces waarin hij zich bevindt en bij zijn manier van leren? Maak je daar inderdaad keuzes in of gebruik je voor iedereen hetzelfde? Wat zijn daarbij je motieven? Werk je vanuit een bepaalde visie of een bepaald model of laat je je leiden door de uitgeverijen of je eigen intuïtie?

Rest de vraag: Is het überhaupt noodzakelijk om hier zo bewust mee om te gaan? We lezen graag jouw visie daarop als reactie op deze blogpost!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Wiswijzer2 , @pietvsz , @compie67 , @dirkpaul , @djsjollema , @devlies

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 6 maart 2012

Bezuinigingen op onderwijs geen goed idee voor Passend Onderwijs met ICT!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Bezuinigingen op onderwijs geen goed idee voor Passend Onderwijs met ICT!”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Als reactie kwam er een voorstel voor een alternatieve stelling: ‘ICT de oplossing voor bezuinigingen op Passend Onderwijs!’ Dat heeft een wat andere lading. In beide gevallen staat echter centraal dat ICT een belangrijk middel is als het gaat om realiseren van Passend Onderwijs.

Dat vraagt echter wel een gezamenlijke inspanning, zo bleek in de discussie. Allereerst van de leerkracht zelf. Tijdens eerdere discussies hebben we al geconstateerd, dat er nog veel te weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden, die ICT biedt. Bijvoorbeeld om bepaalde leerstof op maat aan te bieden of te verwerken of om een instructie te herhalen. Mogelijkheden te over en vaak nog gratis te gebruiken ook! Het vraagt wel een actieve houding van de leerkracht: Op zoek gaan naar wat er is, uitproberen, met collega’s er over praten, alternatieven onderzoeken, organiseren. Het komt je niet aanwaaien! En je zult er echt open voor moeten staan.

Daarnaast vraagt het ook een inspanning van de directie. Die zal ook op dit gebied leiderschap moeten laten zien: visie moeten ontwikkelen, beleid moeten vastleggen, leerkrachten stimuleren en de ruimte geven om te onderzoeken en te experimenteren met nieuwe middelen, beter gebruik maken van bestaande middelen, uitstralen dat onderwijs leuk ís en niet leuk moet wórden, leerkrachten uitdagen om hun creativiteit in te zetten.
Dat is niet eenvoudig! Toen we het twee weken geleden hadden over de inzet van ICT speciaal voor kinderen met een beperking kwamen er opvallend weinig reacties. ‘Hoe zet je nu specifiek voor zorgleerlingen ICT in?’ lijkt nog een lastige vraag te zijn! En dat terwijl er zoveel kan! Maar dat vraagt wel om kennis en vaardigheden bij de leerkrachten. En als die er niet zijn, dan zal daar in geïnvesteerd moeten worden. Alleen dán kan ICT een bijdrage leveren aan een oplossing.

Het vraagt ook om keuzes maken, zo werd in de discussie aangegeven. Je kunt als school niet alles doen en alles oppakken. Durf nee te zeggen tegen zaken die niet tot de kerntaken van het onderwijs behoren. Niet alleen kijken naar de opbrengsten, maar ook naar het plezier om te leren. Verwacht van jezelf dezelfde creativiteit als die je ook van je leerlingen verwacht!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GuusBouwhuis71 , @Sjaboepaan , @Kajrietberg , @Riaanlous, @anthonyvdzande

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 31 januari 2012

Verandert de iPad het onderwijs of de leraar?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Verandert de iPad het onderwijs of de leraar?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Wie enigszins het nieuws rond onderwijs en ICT volgt, zal geregeld horen of lezen, dat de iPad het onderwijs verandert. “Hij staat op het punt het onderwijs te veranderen!”  zo lezen we op de website van Apple. Een apparaat met potentie dus! Maar klopt deze uitspraak van Apple?

Toen nog maar een paar jaar geleden het digitale schoolbord zijn intrede deed in de Nederlandse klaslokalen werd daarvan hetzelfde geroepen. Dit gaat écht het onderwijs veranderen! Nu we een paar jaar verder zijn, en er in elk geval bij de meeste basisscholen ten minste enkele digiborden hangen, zouden we daarvan toch enige resultaten moeten terugzien. Is het onderwijs daadwerkelijk erdoor verandert?

Zouden we het afmeten aan de CITO-resultaten, immers het resultaat telt, dan volgt waarschijnlijk een teleurstelling. Leerlingen zijn er gemiddeld genomen niet beter door gaan presteren, zo is mijn inschatting. Kijken we even verder dan onze CITO-neus lang is, dan kunnen we wél constateren, dat de leerkracht veel meer mogelijkheden en gereedschappen erbij heeft gekregen dan in het krijtjes-tijdperk. Maar of deze ook zo benut worden, dat het onderwijs er béter van wordt, dat hangt van meer af dan het enkele feit, dat er een digibord in de klas hangt. Lees het verslag van een eerdere discussie er maar eens op terug!

Terug naar de iPad. Heeft dit apparaat het wél in zich om het onderwijs te veranderen? Slechts met je vingertop of een simpel handgebaar schakel je van het één naar de ander. Alles wat je nodig hebt is binnen handbereik. Daarbij zal in veel gevallen wel een draadloze of mobiele internetverbinding nodig zijn. Geef een leerlingen een iPad en zonder enige uitleg én gemotiveerd gaat hij aan de slag. Welke leraar wil dat nu niet?! Neemt de leraar het apparaat zelf ter hand, dan zal hij of zij ook zelf al snel nieuwsgierig en verdiept aan de slag zijn. Schitterend wat je daar allemaal mee kan!

Over de enorme mogelijkheden zal iedereen het ongetwijfeld eens zijn. Zie ook het artikel elders op het edublog: De meerwaarde van de iPad in het onderwijs. Maar dan een stap verder. Wat betekent het binnenhalen van een dergelijk apparaat, met zoveel potentie, voor het onderwijs? Of, meer persoonlijk, voor jouw onderwijs? Wanneer leerlingen de beschikking hebben over tal van bronnen, apps en (sociale) media in jouw les, wat betekent dat dan voor hoe jij je les in richt? Welke begeleiding vraagt dat van jou in de richting van je leerlingen?

Er ontstaat een bepaalde dynamiek, die vragen op roept. Vragen die beantwoord moeten worden. Soms vooraf, maar vaak ook achteraf. En opnieuw bewijst het vier-in-balans-model zijn waarde. Het introduceren van de iPad (hardware) roept vragen op op het gebied van deskundigheid van de leraar, het beschikbare lesmateriaal en dus ook om visie en beleid. Hoe willen we onderwijs geven? Wie of wat staat centraal? Voldoen onze schoolregels m.b.t. het gebruik internet en sociale media nog wel? Besteden we voldoende aandacht aan mediawijsheid in de breedste zin van het woord?

Verandert de IPad het onderwijs? Ja en nee! Ja, want het brengt een enorme dynamiek en motiveert haast vanzelf. Nee, want als je het niet op de juiste manier weet in te zetten en je geen raad weet met de veranderende processen, dan blijft alles bij het oude.  Het biedt dus kansen op verandering, maar jij als leraar bepaalt of die verandering er ook komt en er inhoud aan geeft! Bij voorkeur samen met je collega’s! En met een schoolbrede visie en aanpak zullen we over enkele jaren wellicht lachend terugkijken! Met de CITO-uitslagen in de hand uiteraard!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GuusBouwhuis71 , @marlijnnijboer , @Sjaboepaan , @jaap_w , @henkvangils , @anthonyvanpeet

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 15 november 2011

Leraar heeft geen tijd om te experimenteren met ICT-gebruik in zijn les!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leraar heeft geen tijd om te experimenteren met ICT-gebruik in zijn les!”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

‘De werknemer 2.0 trekt het werk niet naar zich toe, maar inspireert en daagt anderen uit een bijdrage te leveren’ was gisteren de spreuk van de dag op de Coachingskalender. Na de discussie viel mijn oog er op. Het sluit mooi aan op de discussie van vandaag. Of beter nog: het geeft mooi weer waar we in het onderwijs dagelijks mee bezig zijn! Kinderen inspireren en uitdagen, zodat ze zelf aan de slag gaan en daar ook gemotiveerd voor zijn. Daar ben je niet in je eentje mee bezig. Je hebt een team van collega’s om je heen, die datzelfde doen. Werknemer 2.0, of in dit kader Leraar 2.0, betekent dan ook dat je deelt met je collega’s: opgedane ervaringen, kennis, ideeën, materialen. Elkaar enthousiast maken en samen het wiel uitvinden.

Als het gaat om het gebruiken van ICT in de les valt er heel wat te delen met elkaar. Wat zijn er veel mogelijkheden en tools die je in kunt zetten! Haast oneindig veel! En dat is meteen een verzuchting die regelmatig klinkt: ‘Er zijn zoveel mogelijkheden, ik weet niet waar ik moet beginnen!’ Geen overzicht dus. Daar is prima op in te spelen in dit geval. Er zijn diverse sites met complete overzichten van zeer handige tools, programma’s, tips en trucs speciaal gericht op het onderwijs. Zelf op zoek gaan is niet nodig, dat hebben anderen al gedaan! En wil je het nog concreter? Of zelf op papier? Dat kan! Denk aan bijvoorbeeld BoekTweePuntNul of onze eigen ‘Lessen met ICT’. Je kunt zo aan de slag!

Zo gemakkelijk blijkt het echter ook weer niet. ‘Ik zal toch eerst het één en ander moeten uitproberen voordat ik het zomaar in mijn les kan gebruiken!’ zo is een veel gehoorde opmerking. En zo is het ook. Je zult je moeten voorbereiden op je les en dus zelf moeten gaan uitproberen, bijstellen, passend maken voor jouw les, jouw situatie en jouw leerlingen. Dat kost tijd!

En daarmee zijn we bij de stelling van deze discussie. Leraren hebben immers geen tijd?! Er zijn zoveel zaken, naast het lesgeven, die ook tijd kosten. Er wordt steeds meer van scholen en dus van leraren gevraagd. ‘Ik weet dat je veel met ICT kan in je les, maar het kost me zoveel tijd om me daar in te verdiepen! Die tijd heb ik gewoon niet!’
Anderen brengen daar tegen in, dat het inzetten van ICT juist ook weer tijd oplevert. Je investeert eerst tijd, maar die verdien je later weer terug! Denken op de langere termijn dus! Investeren in efficiëntie, kwaliteit en verrijking van je lessen. Helaas leeft breed het gevoel, dat het gebruik van ICT-middelen meer tijd kost, dan dat het tijd oplevert. En dus wordt er voor gekozen om de kostbare tijd maar anders in te zetten.

Dat is het conflict waar vele ICT-coördinatoren en ICT-enthousiaste leraren dagelijks tegen aan lopen. Zelf de voordelen zien, deze ook delen, maar de boodschap komt niet over! Frustraties over en weer. Is het: niet kunnen? Niet willen? Heeft het te maken met persoonlijkheid of mentaliteit? Met overvraagt worden? Faalangst? Angst om de vertrouwde werkwijze en methodes los te laten?

Móet je dan perse ICT-middelen inzetten? Het is maar één van de middelen en niet altijd per definitie beter. Toch? Aan de andere kant: kinderen groeien op in een wereld waar ICT zo in verweven is, dat je er binnen het onderwijs niet omheen kunt. Niet willen gebruiken in je les is dus eigenlijk geen optie. Tenzij goed onderbouwd! Er kunnen goede redenen zijn om de computer niet in te zetten, maar ándere middelen in te zetten. Als leraar ga je uit van je lesdoelen en de specifieke doelen voor individuele leerlingen. Op basis van zijn professionaliteit kan de leraar er voor kiezen om een ander middel te gebruiken, omdat hij/zij inschat, dat daarmee de doelen beter gehaald zullen worden. Deze keuze mag dan echter niet voortkomen uit het niet kennen van de middelen, gebrek aan eigen vaardigheden, onwil, niks met computers hebben, enzovoort. Het moet dan echt een didactische keuze zijn.

Om alle leraren op dat niveau keuzes te laten maken, zal er ruimte moeten zijn voor kennis delen, voor samen ontwikkelen, voor scholing en dat alles vanuit een duidelijke visie op onderwijs. Het vraagt om leraren, die boven de leerstof staan en het curriculum kennen. Leraren die zelf arrangeren om de leerlingen optimaal te kunnen laten leren. Die durven te experimenteren en naar nieuwe wegen durven zoeken. Daarin hoef je niet het wiel zelf uit te vinden. Maak gebruik van de kennis van je ICT-coördinator en van andere collega’s.
Terecht werd tijdens de discussie opgemerkt, dat dat niet alleen voor ICT-middelen geldt, maar voor alle middelen. Wat doe je als je zelf niet muzikaal bent, maar een collega wel? Wat kun je dan aan elkaar hebben? Heb je moed om je collega om hulp te vragen? Of de mogelijkheid te onderzoek om je collega in jouw klas muziek te laten geven en jij in zijn klas geschiedenis? Heb je het lef om eens iets nieuws uit te proberen, zonder direct zicht te hebben op het verloop en de resultaten? Durf je jezelf te ontplooien?

Experimenteren hoeft niet iets groots en geweldigs te zijn. Gebruik eens een andere tool voor je wiskundeles, laat het boekverslag eens op een andere manier doen, laat je leerlingen een presentatie maken met Prezi in plaats van Powerpoint, probeer eens een kant en klare les uit rond een web 2.0-toepassing. Ervaar eens wat het doet met jezelf en vooral ook met de leerlingen. Laat je collega’s ook zien wat leerlingen gedaan hebben of beter nog: laat het hen zelf presenteren!
Begin met wat je wilt bereiken en ga dan op zoek naar mogelijkheden om dat te bereiken. En nogmaals: Heb je zelf niet de ideeën, vraag dan je ICT-coördinator of andere collega’s om raad. Maak gebruik van andermans expertise! En wat de tijd betreft: Tijd heb je niet, maar tijd maak je!

En voor de ICT-coördinatoren en –enthousiastelingen: Waak ervoor je collega’s te overvoeren. Durf te doseren! Doe niet alsof er niets anders bestaat dan ICT, alsof ICT gebruiken in je les de zevende hemel is. LAKS dus: Langzaam Aan in Kleine Stapjes! En begin niet bij het middel, maar bij het te bereiken doel! Laat van daar uit de meerwaarde zien.

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @amberwalraven , @Sjaboepaan , @TwietAnita , @pavl , @GUPAGEBO , @jvennink , @karinwinters , @ruudleuverink , @J_Karstens , @pbkoning71 , @jelmerevers , @JannekeGielisse , @devlies , @RicardoEshuis , @dancing_prinzes, @jong_leren

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 11 oktober 2011

De behoefte van leerlingen aan het gebruik van ICT

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Welke ICT-behoeften hebben leerlingen?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Als school hebben we het beste voor met onze leerlingen. Lees de schoolgidsen er maar op na! We willen ze allemaal zorg op maat geven, onderwijs dat bij hen past, inspelen op hun leerbehoeften en ga zo maar door. Alle leerkrachten en docenten werken zich daarvoor elke dag uit de naad!

In het onderwijs wordt op steeds grotere schaal ICT ingezet: om te oefenen met bepaalde leerstof, om informatie op te zoeken en te verwerken, om instructie te geven. De mogelijkheden daarvoor worden steeds groter. Op veel scholen worden experimenten gehouden met allerlei soorten software en hardware. Over de meerwaarde van ICT komen steeds meer onderzoeksresultaten beschikbaar.

Wat in de praktijk toch nog vaak lastig blijkt, is de koppeling tussen enerzijds de mogelijkheden en anderzijds het onderwijs, dat we de leerlingen volgens onze schoolgidsen willen bieden. Daarin spelen allerlei factoren een rol: de deskundigheid van het onderwijzend personeel, de beschikbare infrastructuur en middelen, de hoeveelheid content die beschikbaar is, enzovoort.

De grote vraag tijdens de discussie van vandaag was: in hoeverre spelen de specifieke behoeften van leerlingen zelf een rol bij dit alles? We maken als school allemaal mooie plannen, maar hoe verhouden die zicht tot datgene waar leerlingen op zitten te wachten? Concreet: Ervaren zij, dat de instructie beter is en meer interactief wanneer de leerkracht het digibord of touchscreen inzet? Merken ze dat het dagelijks oefenen op de computer invloed heeft op de resultaten van hun schoolwerk? Zien ze in, dat ze door het aanleren van bepaalde vaardigheden beter in staat zijn informatie te vinden op het internet? Dat ze supersnel allerlei informatie bij de hand hebben via hun tablet en daardoor efficiënter kunnen (samen-)werken? Kortom: Ervaren zij die inhoudelijke meerwaarde, die wij zo graag zouden willen bereiken?

Of schaffen we met de beste bedoelingen allerlei software en apparatuur aan, die wellicht een aangename afwisseling opleveren, maar na verloop van tijd voor de leerlingen neerkomt op meer van hetzelfde maar dan op een andere manier. Ervaren ze misschien helemaal niet die meerwaarde. Slaan we de plank wellicht mis met onze goede bedoelingen en investeringen.

Tussen deze twee uitersten ligt een groot grijs gebied. Een paar interessante vragen: Laten we leerlingen meedenken in onze plannen? Mogen ze met hun eigen suggesties komen en nemen we die serieus in overweging? Laten we ze meedenken vóórdat we bijvoorbeeld een internetprotocol opstellen? Houden we rekening met specifieke leerbehoeften en zoeken goede mogelijkheden om daar met ICT op in te spelen?
Soms zit het in heel eenvoudige en creatieve oplossingen, die lang niet altijd veel geld kosten. Vaak zelfs te realiseren met reeds beschikbare middelen.

Even rondspeuren op het internet viel me op, dat scholen voor speciaal onderwijs dat veel specifieker lijken te benoemen op hun websites en in hun schoolgidsen. Wellicht worden zij meer geconfronteerd met de beperkingen van hun leerlingen en gaan ze van daar uit meer op zoek naar middelen om in te spelen op bijbehorende behoeften. Zijn de effecten in het speciaal onderwijs wellicht beter zichtbaar?

Soms ligt de meerwaarde erg voor de hand en zijn resultaten snel zichtbaar, ook voor de leerling zelf. Denk bijvoorbeeld aan een Daisy Speler of een AlphaSmart voor leerlingen met dyslexie, vergrotingssoftware voor leerlingen met visuele berperkingen, De Sociaal op Stap-tool voor kinderen met autisme. Helaas is dat, zeker in het reguliere onderwijs, lang niet altijd zo gemakkelijk aan te wijzen en is het echt een zoektocht met vallen en opstaan.


Uiteraard heeft het meedenken door en bevragen van leerlingen ook zo zijn beperkingen. Als leerkrachten zien we het grotere geheel, hebben we te maken met financiële en organisatorische beperkingen, hebben we juist een taak om leerlingen nieuwe dingen te laten ervaren en dus ook dingen waar ze zelf niet op zouden komen. Het bevatten van de mogelijkheden van ICT is voor lang niet alle leerlingen haalbaar.
Aan de andere kant: Leerlingen kennen vaak weer toepassingen, apps, games of gebruiksmogelijkheden waar wij als leerkracht weer niet op zouden zijn gekomen. Kinderen weten daarin vaak beter ‘out of the box’ te denken dan volwassenen, juist omdat ze minder leeuwen en beren op de weg zien.

Met het toenemen van de mogelijkheden zullen in zekere zin ook de behoeften steeds veranderen. Tegelijkertijd blijven bepaalde behoeften ook gelijk: behoefte aan begeleiding, aan een goede uitleg en wellicht nog een extra uitleg, enzovoort. daarnaast zullen als gevolg van ingezette middelen ook nieuwe behoeften ontstaan. Belangrijk om als school daar op gespitst te zijn. En voordat je allerlei plannen gaat maken of gaat aanschaffen: vraag de leerlingen eens welke mogelijkheden zij zien of probeer het eerst eens een periode uit en bespreek het dan met hen na. Misschien niet direct de leerling als ‘partner’, maar wel als denktank!

Heb je concrete ideeën over dit vraagstuk, hoe je hier mee om kunt gaan en/of heb je hier ervaring mee? Deel het met ons via een reactie op dit artikel!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @GJIB , @ruudleuverink , @Emiel2Punt0 , ThijsvandeReep , @ivehapers , @raoulteeuwen , @ReinBeilsma

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 4 oktober 2011

Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Het onderwerp vandaag was afkomstig van een filmpje, dat gisteren werd gepubliceerd met als titel: De Digitale Uitdaging in het onderwijs. Het filmpje neemt leerlingen als uitgangspunt. Komt de school tegemoet aan hun wensen? Kan en wil de school die uitdaging aangaan? En wie moet dan specifiek die uitdaging aangaan? Wie moet er in actie komen na het zien van dit filmpje?

In onze stelling hebben we de titel van het filmpje iets aangepast en het balletje bij de leerkracht gelegd. Dat is immers degene die daadwerkelijk het onderwijs verzorgd aan de leerling? Als er iets moet veranderen in de klas, dan begin het toch bij de leerkracht.
Hoewel de stelling een inkoppertje lijkt, is er toch wel meer over te zeggen. Ja, de leerkracht is degene die bepaalde middelen wel of niet inzet in de klas. Maar deze leerkracht heeft wel te maken met het beleid dat gevoerd wordt op de school en de visie die er is. Heeft het team van de school, onder leiding van de directie, een gezamenlijk antwoord op de vragen die de leerlingen in het filmpje stellen? Zo niet, dan zal dat nog moeten gebeuren. En als die visie er wel is, dan zal de uitvoering hiervan gefaciliteerd en aangestuurd moeten worden. Niet alleen de vraag  ‘Wat willen we?’ moet beantwoord worden, maar ook ‘Wat kunnen we?’en ‘Hoe gaan we dat doen?’

Ligt dan dus het balletje bij de directie? Voor een deel wel. Daar ligt de regie. Dat betekent echter niet, dat je als leerkracht geen eigen verantwoordelijkheid hebt. Ben je als leerkracht op de hoogte van ontwikkelingen en mogelijkheden en deel je dat ook met anderen? Wie houdt je tegen om met de middelen die je ter beschikking staan te gaan experimenteren? Ga enthousiast aan de slag en deel je enthousiasme met collega’s. Wellicht slaat het vonkje over en kun je samen aan de directie laten zien waar je ambities liggen.

In de praktijk blijkt dit alles toch wat gecompliceerder. Leerkrachten die zich roepende in de woestijn voelen. Directeuren en ICT-coördinatoren, die grote weerstanden voelen. Ouders, of zoals het filmpje laat zien: leerlingen, die geen gehoor vinden. Het is echter de vraag of dat direct met het middel ICT te maken hebben. Of is dit een gemakkelijke stok om de hond te slaan en zelf buiten schot te blijven?

Weerstanden zien we ook bij de invoering van een nieuwe methode, bij de invoering van een ander onderwijsmodel of bij verandering van taken. Wil je überhaupt wel veranderen? Wil je wel weten hoe het ook ánders kan? En terug naar het filmpje: Staan je als school en als leerkracht er voor open aan leerlingen te vragen wat zij nu graag zouden willen. Dat vraagt een andere benadering, dan we vaak gewenst zijn.
Feit is, dat van de directie een stuk visie verwacht mag worden en van de leerkrachten de nodige competenties om onderwijs op een eigentijdse manier vorm te geven, passend bij de onderwijsbehoefte van hun leerlingen. Daarin kun je niet zonder elkaar. Je zult met elkaar in gesprek moeten en op zoek moeten naar mogelijkheden en manieren om zaken te organiseren.

Tegelijkertijd moet je ook wel eens even niet praten, maar doen. Gewoon eens even uitproberen en ervaren. Niet wachten tot iedereen het er mee eens is, maar de praktijk voor zich laten spreken. Goede voorbeelden zeggen vaak meer dan duizend woorden!

Een citaat uit de discussie: “Als het om een eigen telefoon gaat is men wel bereid te leren, gaat het over mogelijkheden of kansen in het onderwijs niet.” Misschien ligt daar de sleutel! Welke belang is er in het spel als het gaat om integratie van ICT in het onderwijs? Voor leerkrachten liggen die belangen wellicht weer anders, dan voor leerlingen, de directie of de ouders. De uitdaging ligt dus in het feit om samen op zoek te gaan naar de gezamenlijke belangen! Niet het balletje steeds terugschoppen naar de ander, maar samenspelen om samen te scoren!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @compie67 , @Sjaboepaan , @henkvangils , @Emiel2Punt0

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 17 mei 2011

Lessen arrangeren en lesmateriaal maken moet worden opgenomen in taakbeleid

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Lessen arrangeren en lesmateriaal maken moet worden opgenomen in taakbeleid”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Onlangs was ik met een groep leerkrachten verschillende web2.0-toepassingen aan het bekijken vanuit de vraag hoe ze deze zouden kunnen inzetten voor de begaafde leerlingen op hun school. Het enthousiasme om hier iets mee te doen groeide. Toch kwam uiteindelijk ook weer naar voren: het liefst willen we kant-en-klaar materiaal hierbij. Want zelf toepassingen zoeken en lesmateriaal ontwikkelen, kost veel te veel tijd. Ik hoor dat niet voor het eerst.

Ook uit recente onderzoeken blijkt, dat leerkrachten op zoek zijn naar en behoefte hebben aan kwalitatief goed materiaal waarmee gedeelten van het methodemateriaal vervangen of aangevuld kunnen worden. De aanleiding kan heel verschillend zijn. De behoefte en de noodzaak om te kunnen differentiëren is daarbij een hele belangrijke. Ontevredenheid met (onderdelen van) de methode eveneens.

Er is dus sprake van een groeiende behoefte enerzijds, maar een gebrek aan tijd anderzijds. Zou het opnemen in het taakbeleid daarvoor een oplossing kunnen zijn? Leerkrachten daadwerkelijk meer de ruimte geven om op zoek te gaan naar geschikt materiaal, dan wel deze te ontwikkelen?

In de discussie kwam naar voren, dat dat niet het enige is wat speelt. Een opsomming:

Visie
De eerste vraag, die altijd beantwoord moet worden, is hoe het maken van lesmateriaal en arrangeren van lessen past in de visie van de school. Is dat niet duidelijk, dan ligt daar een belangrijke uitdaging. Willen we dit met elkaar of niet en waarom?

Ambitie
Vanuit de visie moet concreet gemaakt worden waar precies behoefte aan is en hoe de gewenste situatie er uit ziet.

Passie
Verschillende leerkrachten  hebben zelf een bepaalde nieuwsgierigheid om te gaan zoeken naar mogelijkheden en gaan zelf aan het experimenteren. Anderen moeten eerst goede voorbeelden zien, inspiratie opdoen en dingen aangereikt krijgen. Wat hebben we met elkaar nodig om samen enthousiast te worden en de uitdaging te zien?

Actie
Inmiddels is er al het nodige digitale materiaal beschikbaar en zijn ook tal van toepassingen te vinden die zeer geschikt zijn om te gebruiken. Maar waar vind je die op een efficiënte manier? En is dat geschikt en passend bij de visie, de ambitie en de onderwijssituatie? Deze zoekvaardigheid is een belangrijk aandachtspunt om tot succes te komen. Het vereist de nodige vaardigheden.

Creatie
Wanneer dan geschikte materialen en toepassingen gevonden zijn, moet het nog op maat gemaakt worden. Is er niets geschikts gevonden, dan zal er zelf iets ontwikkelt moeten worden. In beide gevallen vraagt dat eveneens om specifieke vaardigheden.

Het is de uitdaging van de schoolleider om aan dit hele proces sturing te geven. Wil ik hier als team mee aan de slag? Wil ik dat we ons hier allemaal in bekwamen? Of kijk ik in mijn team wie al de nodige kwaliteiten heeft om dit op te pakken? Kan ik een werkgroep faciliteren om voor het hele team materiaal te ontwikkelen? Het vraagt om een goed beeld van de ambitie enerzijds en de beschikbare mogelijkheden anderzijds. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Net als geld kan ook tijd maar één keer gespendeerd worden.

Nog een interessante vraag: Welke rol kunnen onderwijskundigen, die via een academische Pabo het onderwijs in stromen hierin spelen? Met hun kennis en expertise zou een belangrijke impuls gegeven kunnen worden aan het proces.

Tijdens de discussie werden verschillende recente onderzoeken ingebracht:
Bovenstaande onderzoeken geven weer de nodige stof tot nadenken en discussie. Waar we het echter over eens kunnen zijn, is het feit dat er duidelijke veranderingen gaande zijn en noodzakelijk zijn in het onderwijs mede ook ingegeven door bijvoorbeeld de plannen rond Passend Onderwijs. Arrangeren van lessen en ontwikkelen van geschikte materialen voor de eigen onderwijssituatie zijn nodig. Leerkrachten kunnen dat er vaak niet extra bij doen. Goed onderwijsmateriaal vinden, maken en inzetten kost tijd! Faciliteren via taakbeleid en scholingsbeleid is een voorwaarde. Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden. Ook daarbij kan ICT wellicht weer een rol spelen in het bewerkstelligen van meer efficiëntie.

Ontwikkelen van digitaal lesmateriaal gaat hand in hand met ontwikkelen van visie en beleid en met ontwikkelen van mensen. Hand in hand op weg naar echt passend onderwijs voor iedereen.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @pavl , @florinablokland , @JaapSoft , @Mennovh , @MarcelMarkvoort , @mariekemove , @Wiswijzer2 , @janwn , @jeroenjeremy , @jaap_w , @PascalMarcelis , @jelmerevers

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 26 april 2011

Onderzoek naar Onderwijs en ICT beter afstemmen en zorgvuldiger gebruiken

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Samenhang aanbrengen in onderzoek naar effect van ICT in het onderwijs”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Aanleiding voor de discussie was een eerdere blogpost op ons Edublog naar aanleiding van de Vlootschouw 2011 van Kennisnet. Daarin komen enkele vragen naar voren. De stelling van vandaag is één daarvan.

“Die samenhang aanbrengen is toch logisch? Daar zijn we het toch snel over eens?” Dit was een eerste reactie die binnenkwam. Maar is dat inderdaad logisch? Bij verschillende gepresenteerde onderzoeken is het maar de vraag in hoeverre dat gebeurt is. In een uitgebreide reactie stelt onderzoekster Amber Walraven dat er wel degelijk naar andere onderzoeken wordt gekeken, maar dat van veel onderzoeken de resultaten (nog) niet gepubliceerd zijn en je er dus als onderzoeker geen kennis van kunt nemen. De vlootschouw bood hiervoor een mooie gelegenheid.

Even buiten de discussie om: Binnen de Netwijs Opleiding is één van de opdrachten het doen van literatuuronderzoek. Ook de deelnemers aan de opleiding geven aan, dat er zo weinig goed onderzoeksmateriaal te vinden is, althans Nederlandstalig.
Omdat van veel onderzoeken de resultaten niet (breed) bekend zijn, is overlap en herhaling ook niet te voorkomen. Een belangrijke stap die dus wellicht gezet moet worden, is het inrichten van een centraal punt waar dergelijke onderzoeksresultaten kunnen worden verzameld en waar ook een overzicht te vinden is van nog lopende onderzoeken. Deels is dat er al via SURFnet en Kennisnet, maar blijkbaar nog onvoldoende. Wellicht zou het beter in kaart brengen behulpzaam kunnen zijn bij het beter informeren van het onderwijsveld en het beter op elkaar afstemmen en/of samenwerken bij onderzoeken. Dat zou ook kostenbesparend kunnen zijn: bepaalde fasen van onderzoek zouden wellicht korter kunnen, waardoor eerder dieper kan worden onderzocht. Ook voor de kwaliteit kan dat bevorderend zijn.

Binnen de scholen ligt er ook een verantwoordelijkheid: nemen zij voldoende kennis van onderzoeken die gedaan zijn en laten zij hun visie en beleid hierdoor beïnvloeden? Hier ligt een schone taak voor de driehoek van directie – ICTcoördinator – IBer. Maar ook van de individuele leerkracht en docent mag verwacht worden dat ze bijblijven, overigens niet alleen wat betreft het gebruik van ICT. In vergelijking met het bedrijfsleven wordt daar nog wel eens te gemakkelijk en vrijblijvend mee omgegaan. Eigen ervaringen (en materialen) delen hoort daar zeker bij.

Toch is enige filtering, waarbij gekeken wordt naar wat voor de school wel en niet relevant is en past bij de visie op onderwijs, ook zeker van belang. De genoemde driehoek zou daar een belangrijke rol in kunnen spelen. Daarbij kunnen ook de drie G’s meegenomen worden, waarvoor de meeste leerkrachten en docenten gevoelig zijn: Gemak – Gewin – Genot.

Voor zowel de leerkrachten en docenten als voor de onderzoekers geldt overigens, dat de snelheid van de ontwikkelingen en mogelijkheden niet is bij te benen. De vraag is echter of dat noodzakelijk is. Niet alles hoeft onderzocht te worden om gebruikt te worden en goed te werken. Veel belangrijker is de algemene vraag, en die is eigenlijk van alle tijden: Welke zaken spelen een rol wil iets effect hebben op het leren en wanneer? Op basis daarvan in combinatie met de eigen onderwijsvisie kan de school keuzes maken in welke middelen wel en niet worden ingezet en wanneer dat gebeurt.

Een ander belangrijk punt tot slot is de zorgvuldigheid in het gebruik van onderzoeksgegevens. De resultaten komen voort uit onderzoek in vaak een beperkte periode, een beperkte groep en een beperkte onderzoeksvraag. Binnen de kaders van het onderzoek kan een positief effect blijken te hebben. Dat wil echter nog niet zeggen, dat het zomaar veralgemeniseerd kan worden. Welke rol spelen commerciële belangen daarbij een rol? Als gesteld wordt, dat iets uit onderzoek blijkt, dan is het goed ook kennis te nemen van de kaders en randvoorwaarden. Het gezond verstand gebruiken en niet alles zomaar geloven. Gelukkig zijn we in het onderwijs mediawijs genoeg, toch?

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @jvennink , @Picture_my_day , @Sjaboepaan , @Gijs1982 , @VisieenPassie , @TanjavandenBerg , @amberwalraven , @warempel , @JaapSoft , ICTAda

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

vrijdag 22 april 2011

Samenhang aanbrengen in onderzoek naar effect van ICT in het onderwijs

Gisteren vond in Utrecht de Vlootschouw 2011 van Kennisnet plaats. Een groot aantal onderzoekers kregen de gelegenheid om in 5 minuten een presentatie te geven over hun onderzoek en de resultaten daarvan. Allemaal uiteraard rond onderwijs en ICT. In rondetafelgesprekken kon vervolgens met de onderzoekers verder worden doorgepraat en in de Expogallerij kon het één en ander worden bekeken. Een leuk en inspirerend format.

Voor wie het gemist heeft: Op de site van Kennisnet kunnen de presentaties (binnenkort) worden teruggekeken. Van verschillende onderzoeken waren de resultaten overigens al gepresenteerd in de Onderzoeksreeks van Kennisnet. Van andere onderzoeken gebeurt dat in een later stadium.

Een vraag, die velen bezighield, was de vraag hoe we het verhaal van al deze onderzoeken bij de leerkracht en docent krijgen. Een onderwerp, dat we ook tijdens #netwijs Discussie Dinsdag al wel eens besproken hebben. Goed om daar aandacht voor te hebben. Want het gaat er immers om wat er in de klas gebeurt. De leerkracht of docent, die met de leerlingen aan het werk is. Dat is degene die de middelen en de mogelijkheden moet kennen en ze op het juiste moment en meest effectieve wijze weet in te zetten.

Al deze onderzoeken riepen bij mij ook wel vragen op. Iets wat ik steeds weer terughoorde in de presentaties was de motivatie van de leerlingen. Vrijwel altijd blijkt deze aanzienlijk te verbeteren. Wat mij bezighoudt is de vraag waarom de motivatie van de leerlingen zo achteruit gaat in het ons onderwijs. En als het gaat om de invloed van ICT-gebruik hierop: Hoe lang is dit effect zichtbaar? Onderzoeken hebben vaak betrekking op een korte periode en een beperkte groep leerlingen. Hoe lang zouden de leerlingen gemotiveerd blijven door de inzet van dat bepaalde computerprogramma of die nieuwe applicatie of een nieuw divice. Zou het niet zo zijn, dat op de langere termijn bekeken de motivatie ook weer afneemt net als bij welke werkvorm of welk middel dan ook? In hoeverre is de toegenomen motivatie echt specifiek gevolg van de inzet van ICT en in hoeverre van de afwisseling in werkvorm?

Een andere vraag, die ik ook heb gesteld tijdens de Vlootschouw, is de vraag in hoeverre onderzoekers kijken naar elkaars onderzoek en de resultaten daarvan. Ik zie in verschillende onderzoeken overlap en dwarsverbanden. Zouden we niet veel meer winst kunnen behalen wanneer hier meer naar gekeken wordt? Nu wordt het onderwijs, of beter gezegd de leerkracht en docent geconfronteerd met tal van losse onderzoeksgegevens. Een hele lijst van zaken die een positief effect hebben op de kwaliteit van het onderwijs, de motivatie en de leerresultaten. De gereedschapskist wordt voller en voller. Aan de professional in de klas de taak om het juiste gereedschap op de juiste wijze, op het juiste moment om voor de juiste leerling in te zetten. Vanuit de onderwijsvisie van de school uiteraard! Maar zouden we de docent of leerkracht niet veel meer kunnen helpen door ook in kaart te brengen wat het effect is van de combinatie van verschillende gereedschappen?
Een concreet voorbeeld: Als we uit onderzoek weten, dat kleuters die een taalachterstand hebben, baat hebben bij de inzet van een bepaald computerprogramma waarmee leerlingen op een gerichte manier oefenen met de woordenschat en daarbij geconstateerd wordt dat het effect eigenlijk alleen dan langdurig effect heeft wanneer het op het juiste moment wordt ingezet. Bliven we dat dan binnen hetzelfde onderzoek verder onderzoeken? Of kunnen we dan met de gegevens uit ander onderzoek gaan combineren, bijvoorbeeld die waar uit blijkt, dat er een bepaalde vergeetcurve is en je op het juiste moment bepaalde leerstof moet gaan herhalen.
Zo zijn er veel meer verbanden te leggen.

Dit gezegd hebbende, voelt het ook weer als een open deur. Want we weten toch al lang, dat er voor allerlei zaken sprake is van een gevoelige periode, van een eigen leerstijl, van gevoeligheid voor afwisseling in werkvormen, enzovoort. Wat maakt, dat we bij rond de inzet van ICT in het onderwijs daar ineens allerlei nieuwe ontdekkingen zouden doen als het gaat om de wijze waarop kinderen (en volwassenen) leren? Is het het middel, dat verantwoordelijk is voor de positieve effecten of is dat de leerkracht die het middel hanteert? Hij of zij moet, zoals gezegd, de middelen en de mogelijkheden kennen, maar dan wel in samenhang. Met elkaar, maar ook in samenhang met de visie van de school en met wat de leerlingen op die school nodig hebben. Dat vraagt om een professionele ICT-coördinator, die samen met de directeur en de IB-er het team voorlicht en begeleid en hen helpt samenhang aan te brengen.

dinsdag 22 maart 2011

Inspiratie opdoen op andere scholen rond onderwijs en ICT

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Op welke school zou jij graag eens een kijkje in de keuken willen nemen m.b.t ICT?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Op veel scholen wordt hard gewerkt om ICT een goede plek te geven in het onderwijs. Veel scholen zijn daar ook nog zoekende in. Een kijkje in de keuken van een andere school werkt vaak heel inspirerend. Waarom zelf het wiel uitvinden als een ander dat al heeft gedaan? Maar op welke school ga je dan kijken of bij welke leerkracht? En met welke vraag stap je die school dan binnen?

Via de discussie kwamen verschillende suggesties binnen. We geven een opsomming met daarbij een korte toelichting en enkele citaten uit de discussie:

Aloysiusschool in Maasland
Op de school heeft ICT een belangrijke plaats gekregen ter ondersteuning van het onderwijs. Dit mede dankzij de inzet van hun ervaren ICT-coördinator Ed de Haas. Zijn afscheid van de school vindt plaats op de dag na deze discussie en geheel in stijl.

Klas van de toekomst (OBS West Capelle a/d IJssel)
Een initiatief van het bestuur OPOCK en diverse bedrijven. In een moderne multimediale setting kan onderwijs gegeven worden met behulp van allerlei moderne hulpmiddelen.

Basisschool Wittering.nl in Rosmalen
Een school met een eigentijds onderwijsconcept, waarin ICT een ondersteunende functie heeft. “Geen oude fundamenten laten staan en telkens er weer iets aan toevoegen ... zitten we over 40 jaar nog met dezelfde discussies!”

ROC van Amsterdam
“Kijk eens hoe zij een pittig onderwerp als Linux overbrengen op een pittige groep leerlingen”

Stad en Esch in Meppel
“Kijken hoe 1-op-1 Macbooks onderdeel zijn van het leren. Visie op leren zoals die daar van onderaf ingezet is en vormgegeven wordt.”

Verder werden genoemd de Mariaschool in Reutum, het Geuzencollege in Vlaardingen en Niekée in Roermond

Ook werd het Gisdo-concept genoemd, waarbij het uitgangspunt is, dat leerlingen vanaf groep 5 samenwerken met een computer.

Vragen
Ook een concrete vraag van Marjolein Edelenbosch: “Ik zou wel eens op andere Jenaplan-scholen willen kijken hoe die ICT inzetten en gebruiken, of op andere niet klassikale scholen. Of ze een leerlijn ICT hebben en hoe ze deze inzetten bijvoorbeeld, maar ook software gebruik, en ICT in projecten."
En van Manon van Veen: “Ik zou graag kijken op een school waarbij computergebuik doorgaat tijdens de instructie”.

Naast inspirerende scholen werden ook inspirerende leerkrachten genoemd:

Marcel Markvoort

“Ik zou graag kijken naar zijn SMART Board-gebruik in de bovenbouw / groep6.”
Hanneke Meinen
“Ik zou graag kijken naar haar SMART Board-gebruik en andere ICT bij de kleuters.”
Linda Humme
“Bij haar zou ik ook graag kijken naar het SMART Board-gebruik en al het andere ICT-gebeuren.”

Voor de duidelijkheid: genoemde scholen en personen werden door anderen genoemd in het kader van de wens om daar eens een kijkje te mogen nemen. Ons is niet bekend of genoemde scholen en personen daar gelegenheid voor kunnen bieden.

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Mennovh @aloysiusschool , @JelvanRijn , @Emiel2punt0 , @Bica10 , @MarjoleinEdel , @robertdevilee , @mariekemove , @florinablokland , @JannekeGielisse , @markderuijter

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 15 maart 2011

Uitdagingen rond ICT in het Voortgezet Onderwijs

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Onderwijs met ICT in het VO. Wat zijn de uitdagingen?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Het Voortgezet Onderwijs is wat betreft organisatie en inhoud wezenlijk anders dan het Primair Onderwijs. Hoewel er zeker ook overeenkomsten zijn m.b.t. Onderwijs en ICT, zijn er ook de nodige verschillen te benoemen. Wat zijn die verschillen en wat zijn de specifieke uitdagingen waar het VO voor staat?

Een belangrijke gezamenlijke uitdaging voor het PO en VO is onderlinge aansluiting. Welke vaardigheden worden in het VO van leerlingen verwacht en hoe kan het PO hen daar op voorbereiden? Wie doet wat? Daarover bestaat veel onduidelijkheid. Dat maakt het voor beiden lastig om op voort te borduren.

Ook in het VO begint het met Visie op Onderwijs en de rol die ICT daar vervolgens in speelt. Die visie is vaak onduidelijk en het beleid te vrijblijvend. Het Vier in Balans-model is wat dat betreft universeel. Wat willen we en gaan we dat doen? En hoe voorkomen we, dat wel allemaal laptops aanschaffen voor de leerlingen, die korte tijd later nauwelijks meer gebruikt worden, zoals onlangs te lezen viel in de Telegraaf?

Als we kijken naar de infrastructuur, dan hebben veel VO-scholen de computers in centrale ruimten en/of computerlokalen staan. Ook de aanwezigheid van digiborden of beamers verschilt per lokaal. Voor docenten is dat dus een variabele waardoor het lastiger is dan in het PO om ICT in je lessen een concrete plaats te geven. Een belangrijke uitdaging is dus om de faciliteiten per lokaal te standaardiseren. Dit biedt de docenten zekerheid en het kost ze minder tijd in het zelf klaarzetten van de apparatuur. Ook roostertechnisch zou bekeken kunnen worden in hoeverre het mogelijk is om met meer vaste lokalen te werken.

Wat betreft de materialen zijn veel docenten zoekende naar goede materialen, die aansluiten bij hun methoden. Uitgeverijen spelen hier wel op in, maar vaak zijn die digitale materialen minder geschikt voor klassikaal gebruik en meer gericht op de verwerking. En al zou het geschikt zijn voor tijdens de les, dan is het probleem opnieuw de infrastructuur, want vaak zijn er geen computers beschikbaar voor de leerlingen zelf en, zoals eerder gezegd, zijn ook niet in alle lokalen digiborden of beamers aanwezig.
Ook gratis is er veel beschikbaar. De kunst is alleen om in het overweldigende aanbod dát materiaal te vinden, dat voor jou als docent bruikbaar is.
Overigens hoeft het niet altijd vast te zitten op de beschikbaarhied van digitale lesmaterialen. Geef leerlingen bijvoorbeeld de ruimte om op een creatieve manier met een web 2.0-toepassing een leuke presentatie te geven. Laat leerlingen daar zelf ook in meedenken en geef ruimte voor hun ideeën. Maak ze mede-eigenaar van het onderwijs dat ze krijgen.

Wanneer er duidelijk beleid is en op basis daarvan ook de infrastructuur ingericht is en er voldoende digitaal materiaal beschikbaar is, komen we bij de docent zelf. Wil en kan deze ICT een plek geven binnen zijn of haar onderwijs en zo niet, wat wordt er gedaan om dat te veranderen?
Docenten moeten daarin elkaars kwaliteiten en creativiteit leren ontdekken. Tijd maken om elkaar enthousiast te maken en aan ideeën te helpen. Met elkaar ervaren wat de voordelen zijn. Zorg voor een goede uitwisseling binnen de eigen vakgroep. Bezoek samen eens een voorbeeldschool. Denk ook eens aan de faciliteiten, die Kennisnet daar voor biedt. Wellicht binnen elke vakgroep een ict-coördinator aanstellen?

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @tboutkan , @ronnyvoorhuis , @myrandreas , @BorisBerlijn , @mariekemove , @JannekeGielisse

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 1 maart 2011

Als ICT-budget geen issue was

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Als ICT-budget geen issue was, dan …?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Met dit onderwerp gaan we niet op zoek naar luchtkastelen. Budget wordt vaak als snel aangedragen als reden waarom de inzet van ICT in het onderwijs niet gaat zoals iedereen zou willen. Maar wat wil iedereen dan precies en waarom? Stel nu, dat je de vrije hand hebt wat betreft budget, wat ga je dan aanschaffen en/of doen? Waar zou je heen willen als het gaat om integratie van ICT in je onderwijs?

Goede apparatuur
Het eerste, dat genoemd werd, was het vervangen van alle verouderde computers. Niet kijken naar de minimale eisen, maar gaan voor een optimale configuratie. De software die beschikbaar komt voor het onderwijs stelt steeds hogere dan wel andere eisen aan de computers, maar ook aan de netwerken. Scholen hebben dan als snel weer het gevoel achter de feiten aan te lopen. Een belangrijk punt is dus het zorgen dat de infrastructuur meegroeit of aangepast wordt op datgene wat er mee gedaan moet worden. Heel concreet bijvoorbeeld: een kleinere harde schijf en in plaats een betere videokaart en meer werkgeheugen, want de computer hangt toch in een netwerk.
Aansluitend bij voorgaande: een serverloze school. Alle software staat “in the cloud” en alle documenten staan online opgeslagen. Een goede internetverbinding is dan noodzakelijk en ook in dit geval worden wat andere eisen gesteld aan de configuratie van de werkstations.
Kort samengevat: alles moet het altijd en overal doen.
Wanneer de apparatuur up-to-date is, wordt wellicht ook meteen de ICT-coördinator ontlast, die nu vaak geconfronteerd wordt met storingen als gevolg van onvoldoende capaciteit van bijvoorbeeld de werkstations. Daarnaast is de apparatuur dan ook sneller en profiteren dus alle gebruikers van minder wachttijd. Ook een goed servicecontract is daarbij haast een voorwaarde.

Scholing
Scholing werd ook als belangrijk punt genoemd. Goed werkende apparatuur is één ding, maar er goed mee werken hoort daar bij. Deels hangt dat samen, want mensen haken af als ze geen vertrouwen hebben in de apparatuur. Maar los daarvan: Vaak wordt er geïnvesteerd in de hardware, maar niet in de mensen, die er mee moeten werken. Dat gaat vanzelf wel, zo wordt vaak gedacht. In de praktijk blijkt, dat daardoor het rendement veel kleiner is, dan wanneer er geïnvesteerd was in scholing van de leerkrachten. Op de meeste scholen blijkt, dat de mogelijkheden van software, van digiborden, van laptops, van tablets of van wat ook maar is aangeschaft deels onbenut blijven. Uiteraard verschilt dat per leerkracht, maar feit blijft, dat er veel meer uit te halen valt. Voorwaarde is dan wel, dat er tijd en ruimte is voor het personeel om zich hier in te verdiepen en zicht dit eigen te maken. Het betreft dan overigens niet alleen de ICT-vaardigheden, maar ook kennis van de mogelijkheden en ook belangrijk: het klassenmanagement. Discussiepunt daarbij is wel in hoeverre scholing óók een eigen verantwoordelijkheid is van de leerkracht zélf.
Tijd voor de ICT-coördinator om het onderwijskundige proces te bewaken, collega’s te begeleiden, te overleggen met de directeur en de Intern Begeleider en beleidslijnen uit te zetten is daarbij eveneens een wens die leeft en nu vaak ondersneeuwt als gevolg van beperkte formatie en budget.

Elke leerling een eigen computer
Een andere wens is de aanschaf van tablets in plaats van computers. Ze zijn minder kwetsbaar dan laptops en hebben meer mogelijkheden. Ook zijn ze beter op te bergen en handzamer om mee te werken. Elke leerling een eigen computer (in welke vorm dan ook) biedt de leerkracht de mogelijkheid om de leerlingen veel meer op maat te laten werken. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden voor de eigen inbreng van de leerling, wat zich vertaalt in een grotere leeropbrengst.
Anderen twijfelen overigens aan de noodzaak om voor elke leerling een eigen computer aan te schaffen, althans in het Primair Onderwijs. Leerlingen gaan vooralsnog echt niet alles op de computer doen en daarom kan er middels een goede organisatiestructuur ook prima met minder computers gewerkt worden. Alleen zul je dan wel moeten loslaten, dat alle leerlingen op hetzelfde moment ook hetzelfde doen.
De vraag kwam hierbij naar voren of er voldoende educatieve software is om echt onderwijs op maat te geven voor alle leerlingen in het geval ze allemaal een eigen computer zouden hebben. Het antwoord is ja. Maar waarom alleen educatieve software? Ook met andere software zijn er veel mogelijkheden voor het onderwijs. Daarbij zal er echter meer van de leerkracht worden gevraagd qua voorbereiding en creativiteit. Dan kun je zelfs met gratis middelen erg leuke en zinvolle opdrachten laten doen. Ook hier komen visie en vaardigheden weer om de hoek kijken.

Tegenstellingen
In de discussie werd gesignaleerd, dat voor wie de inzet van ICT in het onderwijs echt een uitdaging vindt eerder geneigd zal zijn om nieuwe computers, tablets of andere apparatuur zal wensen terwijl anderen eerder zouden willen investeren in tijd en scholing. Een deelnemer aan de discussie gaf daarbij aan: “Voorlopers investeren zélf in tijd. Volgers krijgen de middelen, maar veranderen omdat het moet.”

Wat zou nu de gemiddelde leerkracht antwoorden op de vraag wat hij of zij zou doen met ICT-geld. “Iets doen aan de hoeveelheid nakijkwerk! Dan gaan ze echt wel harder lopen!” voorspelde één van de discussiedeelnemers. En daar zijn natuurlijk mogelijkheden voor. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden met stemkastjes bij het digibord of digitale methodetoetsen. Kritische vraag daarbij: Kijken deze leerkrachten ook regelmatig naar de resultaten van het leerlingvolgsysteem van educatieve software? Gebruiken ze deze software ook om leerstofonderdelen te toetsen of wordt deze software alleen maar ingezet als extra oefenmiddel?
En wat als ze moesten kiezen tussen minder nakijkwerk of meer leerrendement of leerplezier? Daar wordt je immers uiteindelijk op afgerekend? En geeft dat ook niet meer voldoening? Een echt dilemma hoeft het overigens niet te zijn. Wanneer er goed over nagedacht wordt kan het ook prima gecombineerd worden.

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @henkheurter , @rvdzwan , @Gijs1982 , @Boupas , @gerritdekoster , @peterteriele , @Laagwater , @DeOverdracht , @henkvangils , @Bica10 , @Marathonkeje , @robertdevilee , @Kletskous

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 22 februari 2011

E-portfolio - meerwaarde of niet?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “E-portfolio - meerwaarde of niet?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Vandaag aandacht voor het E-portfolio. Kennisnet heeft er een aparte site over gemaakt. We citeren vanaf deze site: “Een e-portfolio is een middel om competenties te kunnen opslaan, beheren en tonen. In competentiegericht onderwijs staat de vaardigheid van het handelen voorop. De traditionele toetsvormen schieten tekort om deze vaardigheden te toetsen. Het gebruik van portfolio’s biedt de mogelijkheid om producten (werkstukken, video’s etc.), reflectie, feedback en vastgelegde sturing van leeractiviteiten op te slaan. Ter ondersteuning van competentiegericht leren en werken ontstaat steeds meer de behoefte aan een (digitaal) portfolio.”(Bron: Kennisnet – E-portfolio)

In bovenstaand citaat komt al duidelijk naar voren, dat het vraagt om een duidelijk kader en een duidelijke onderwijsvisie. Hoe ziet dat kader er uit? Waarin ligt de meerwaarde precies? Tijdens de discussie daarover kwamen verschillende aspecten naar voren.


Functie
Het eerste aspect is het doel, dat je wilt bereiken met een E-portfolio. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd. In de praktijk lijkt in het Primair Onderwijs vooral de expositiemogelijkheid het doel te zijn. Leerlingen kunnen laten zien wat ze gemaakt en gedaan hebben. In het geval van creatieve werkstukken is het leuker, zeker voor jongere kinderen, om het werkstuk zelf te laten zien in plaats van een foto ervan. Aan de andere kant is het probleem van menig ouder: Waar bewaar je al die werkstukken in huis! In dit geval is op de korte termijn het gemaakte werkstuk zelf leuker, maar op de lange termijn een foto handiger en duurzamer. Daarnaast kan in het portfolio ook meer van het proces zichtbaar gemaakt worden. Wat ging goed en wat niet en hoe is daarmee omgegaan? Welke leerpunten zijn er uit voortgekomen?
Richting Voortgezet Onderwijs en MBO/HBO zal de nadruk meer liggen op het leveren van ‘bewijs’, dat bepaalde doelen zijn behaald of aan bepaalde competenties wordt voldaan. Ook hier zal het proces meer in beeld zijn. Daarbij kan zowel de medeleerling of –student als de docent feedback geven. Richting het arbeidsproces komt dan het bekwaamheidsdossier in beeld.

Doelgroep
Voortvloeiend uit het doel, dat je voor ogen hebt, zal ook de doelgroep worden bepaald. Wie mag het E-portfolio inzien? Uiteraard de leerling zelf en de leerkracht of docent. Ook medeleerlingen kunnen een belangrijke doelgroep zijn om elkaar feedback te geven. Daarnaast kunnen ook de ouders een doelgroep zijn. In MBO en HBO kan ook gedacht worden aan bijvoorbeeld stagebedrijven en een rol spelen in beroepsoriëntatie en loopbaanbegeleiding. Maar nogmaals: de doelgroep hangt af van het doel, dat je hebt met het portfolio.

Voordelen
Een E-portfolio biedt verschillende voordelen:
  • mogelijkheid om ook video- en geluidsfragmenten toe te voegen of bijvoorbeeld presentatiebestanden
  • overal toegankelijk
  • mogelijkheden voor interactie en feedback
  • doorgaande lijn zichtbaar maken en analyseren
  • geeft inzicht in iemands kwaliteiten en competenties
  • hulpmiddel om sturing te geven aan iemands studieloopbaan
  • mogelijkheden tot meer adaptief onderwijs geven
  • overzichtelijker dan papieren portfolio
  • gevoelsmatig meer officieel karakter
Aandachtspunten
Tegelijk zijn er ook aandachtspunten wanneer je een E-portfolio wilt gaan gebruiken.
  • Privacy – Wie heeft toegang tot je portfolio? Is dit per onderdeel aan te geven? Overzien de leerlingen de consequenties van publicatie? Is dat besproken, evenals een gedragscode?
  • Inhoud – Wat zet je wel en niet in je portfolio? In hoeverre mag je dat zelf bepalen of wordt dat bepaald? Zijn er binnen de school afspraken over wat er in komt en ook hoe er feedback wordt gegeven en wordt beoordeeld volgens dezelfde normen? Welke rol speelt het leerlingvolgsysteem hierbij?
  • Visie op onderwijs – Sluit het gebruik van het portfolio aan op de visie op onderwijs en vloeit het daar uit voort? Of is het iets dat op zichzelf staat?
  • Toekomst – Is er een doorgaande lijn? Wordt er in het Voortgezet Onderwijs gevraagd naar de eventuele aanwezigheid van een portfolio? En in het MBO en HBO? Wordt er vervolgens ook echt iets mee gedaan? Of is het principe van ‘een leven lang leren’ slechts een illusie?
  • Praktisch – Wordt er regelmatig een backup gemaakt?
Tot slot nog even over het principe van ‘een leven lang leren’: Willen we dat echt waar gaan maken in het onderwijs en het E-portfolio daar een plek in geven, dan vraagt dat om een brede visie en zullen we van onze eilandjes af moeten komen en de handen ineen slaan. Het onderwijs zal gezamenlijk moeten optrekken. In elke fase van zijn studieloopbaan kan de leerling dan weer worden voorbereid op de volgende. In het PO kan het bijvoorbeeld de ICT-vaardigheden en mediawijsheid leren om met een E-portfolio te kunnen werken, in het VO de reflectie- een feedbackvaardigheden, in het MBO en HBO de procesmatige analyse. Zullen scholen en onderwijsinstellingen ooit zo samen gaan werken als zij wel van hun leerlingen vragen? En zullen de verschillende E-portfoliosystemen ooit compatible worden met elkaar?

Tot zover het verslag van de discussie. We zijn ons ervan bewust, dat slechts een beperkt aantal aspecten aan bod zijn geweest en het dus slechts een globale kijk is op het E-portfolio. Voor wie zich verder wil verdiepen verwijzen we naar de links op onze Yurls-pagina.
Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @marlijnnijboer , @FransDroog , @michelboer , @Wiswijzer2 , @jvennink , @Gijs1982 , @sienjaal , @barthoekstra , @WouterSchimmel , @priscilladens , @marbionline , @mstrmatthijs , @mevrouwtjeT , @PascalMarcelis

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 11 januari 2011

Onderwijs en ICT - Eerst eten uit de muur, maar dan zelf kokkerellen

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leerkrachten motiveren voor #onderwijs met #ICT? Laat ze 'eten uit de muur'!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Wie de via edublogs, RSS-feeds, LinkedIn, Twitter of andere kanalen de ontwikkeling bijhoudt op het gebied van Onderwijs en ICT kent de schat aan mogelijkheden en materialen, die beschikbaar zijn om met ICT als hulpmiddel je onderwijsdoelen te realiseren. Want daar draait het hoe dan ook om.

Toch blijkt het voor veel leerkrachten en docenten nog steeds een hobbel. Er is zoveel beschikbaar, dat je al snel door de bomen het bos niet meer ziet. Hoe vind je in die grote hoeveelheid dat wat geschikt is? Waar haal je de tijd vandaan? En ga je er dan concreet mee aan de slag?

‘Eten uit de muur’ blijkt een middel waar leerkrachten en docenten erg blij van worden. Materiaal waar je direct mee aan de slag kunt. ICT-coördinatoren, die kant-en-klare handleidingen maken om collega’s op weg te helpen. Zelf doen we er ook aan mee met onze lesbrievenserie ‘Zelf lessen maken met ICT’.

Toch wil je graag, dat leerkrachten vervolgens ook zelf aan de slag gaan. Thuis eet je ook niet elke dag kant en klaar-maaltijden. Het is wel gemakkelijk en soms ook noodzakelijk, maar je raakt er ook op uitgekeken en wilt ook wel een verse maaltijd. Of zelf lekker kokkerellen en dan samen lekker opeten. Zo is het ook met lesmateriaal. Kant en klare materialen kunnen een uitkomst zijn en een middel om je dingen eigen te maken. Soms ook noodzakelijk want de tijd die je hebt is schaars. Toch ga je op een gegeven moment wat missen. Bovendien remt het je eigen creativiteit. Probeer het maar eens uit: ga met je collega’s op een middag na schooltijd bij elkaar zitten, bereid samen je lessen voor en laat dat aan elkaar zien. Let eens op hoeveel geweldige ideeën er los komen!
De meeste leerkrachten en docenten kunnen prima ‘koken’ alleen weten ze het niet altijd van zichzelf, nemen ze de tijd er niet voor, zijn ze bang om te falen of wat er ook maar mee kan spelen. Goed om dat eens bij elkaar te ontdekken!

In kant en klaar-taal:
  • Ga eens wat kant en klare lessen, lesmaterialen, gereedschappen opzoeken die je interessant lijken en passen bij onderwerpen, die je in de klas wilt behandelen.
  • Probeer ze uit met je klas. Wat spreekt je aan? Wat niet? Hoe reageerden de leerlingen?
  • Neem je tijd! Laat je niet opjagen door een collega die al zelf aan het kokkerellen is.
  • Stel op basis van je ervaringen en kennis vervolgens een menukaart op. Welke websites zijn handig? Welke software? Welke gereedschappen? Welke werkvormen? Welke aandachtspunten?
  • Kies vervolgens een onderwerp, die je wilt gaan behandelen en kies met behulp van je menukaart uit wat je kunt inzetten om je lesdoelen te realiseren.
  • Verwerk je ervaringen weer in je menukaart.
(Tip: Wanneer je dit met een aantal collega’s samen doet en deelt, is het rendement nog groter!)

Voor de ICT-coördinatoren is het de kunst om collega’s tips en suggesties door te geven, die op hun menukaart passen. Daarvoor moet je én je collega’s én de visie van de school goed kennen, zodat je maatwerk kunt leveren. Aan de andere kant mag je ook van leerkrachten en docenten verwachten, dat ze met hun HBO-achtergrond zelf eens rondkijken en zelf keuzes kunnen maken in wat wel en niet relevant en handig is. Ze zijn immers allemaal verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun lessen?

Een paar tips:
  • Zorg dat je weet wat er te halen is en waar en wat aansluit bij de visie op onderwijs op jullie school.
  • Laat eens zien hoe RSS-feeds werken en wat je daar mee kunt.
  • Stuur met elk mailtje, dat je stuurt een handige link mee.
  • Reik kwalitatief goede materialen en voorbeelden aan waarvan direct duidelijk is welke meerwaarde het heeft.
  • Geef eens een voorbeeldles in de klas van een collega of beter: geef samen een les.
Hebben we het dan weer over scholing? Zeker niet. We hebben het over waar we voor opgeleid zijn, namelijk goed onderwijs geven en dat het liefst samen!

Tot zover een uitgewerkt verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats je reactie onder deze blogpost. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je nog een aantal interessante (aanvullende) links en voorbeelden, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:

@rinusd, @Netwijs , @karinwinters , @robertdevilee , @GertHein1420 , @NathanVla , @Wiswijzer2 , @PascalMarcelis , @KoenElbers , @JaapSoft , @Histoforum , @inabel , @Kletskous , @Leesmevoor

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

En alvast voor in je agenda: 25 januari 2011 #netwijs Discussie Dinsdag LIVE vanaf de NOT. Dé kans om andere discussie-deelnemers reallife te ontmoeten! TweetUp 12.00-14.00u Stand B026 Hal 9