Posts tonen met het label leerkracht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leerkracht. Alle posts tonen

maandag 13 augustus 2012

Microsoft Interactive Classroom


Interactief lesgeven, wie wil dat nou niet? Bezitters van Office 2007 en 2010 kunnen gebruik maken van Microsoft Interactive Classroom, een plug-in voor PowerPoint en OneNote (een programma waar je makkelijk notities mee kunt maken). Met Microsoft Interactive Classroom kan je je klas via PowerPoint vragen stellen en laat je je leerlingen deze vragen beantwoorden via OneNote. Bovendien worden alle aantekeningen van de leerkracht direct op het scherm van de leerling getoond, en kan de leerling daar zelf ook nog aantekeningen aan toe voegen.

Hoe werkt het voor de leerkracht?
Na de installatie verschijnen er in PowerPoint en OneNote een extra tabblad “Academic”. Op dit tabblad zijn diverse eenvoudige maar doeltreffende opties te vinden. Zo is er de mogelijkheid om multiplechoice vragen te maken. Met één klik op de knop verschijnt er een makkelijk aanpasbaar sjabloon waar de vraag plus de verschillende antwoorden ingevuld kunnen worden. Op deze manier zijn er ook “ja/ nee” en “waar/ niet waar” vragen te maken. Per vraag kunnen de antwoorden ook grafisch weergegeven worden in een staaf- of cirkeldiagram. Ook kan er per vraag een timer worden toegevoegd. Leerlingen hebben dan een bepaalde tijd om de vraag te beantwoorden. 

 
Wanneer je klaar bent met het maken van de vragen die je wilt stellen aan je klas klik je op “Start Session”. Er verschijnt een pop-up en je ziet de naam van de sessie (de naam van je PowerPoint bestand) waar je leerlingen zo dadelijk aan gaan deelnemen. Eventueel kan je een wachtwoord opgeven, zodat je weet dat alleen de leerlingen in jouw klas aan de sessie deelnemen.



Hoe werkt het voor de leerlingen?
Zodra de leerkracht de sessie start, kunnen leerlingen deelnemen aan de sessie in OneNote. Ook zij hebben een tabblad “Academic”. Op dit tabblad klikken zij op “Join Session”. Vervolgens kunnen zij de verschillende vragen beantwoorden. Aantekeningen van de leerkracht komen automatisch in het scherm van de leerling. Daarnaast kan de leerling ook nog zelf aantekeningen maken en opslaan.



Waarom zou ik op deze manier willen lesgeven? 
Werken met Microsoft Interactive Classroom is grotendeels hetzelfde als werken met stemkastjes. In o.a. dit blog is daar al uitgebreid op ingegaan.  Enkele belangrijke voordelen zijn:
  • Microsoft Interactive Classroom is eenvoudig in gebruik.
  • Leerlingen zijn meer betrokken. Elke vraag wordt door iedereen beantwoord, je komt dus altijd aan de beurt.
  • Het antwoorden gebeurt anoniem, dit betekent dat ook leerlingen die het normaal gesproken eng vinden om een vraag te beantwoorden, dat nu gewoon kunnen doen.
  • Directe feedback. Leerlingen hoeven niet te wachten tot hun werk is nagekeken, maar zien na elke vraag wat goed en wat fout is.
  • Zowel de aantekeningen van de leerkracht als die van de leerling blijven bewaard. Een leerlingen krijgt altijd de aantekeningen van de leerkracht te zien in zijn of haar eigen OneNote bestand. Hierbij kan de leerling ook nog eigen aantekeningen maken.
Als nadeel kan gezien worden dat alle leerlingen een eigen computer tot hun beschikking moeten hebben. Daarnaast werkt Microsoft Interactive Classroom werkt alleen binnen één netwerk.

Wilt u meer weten? Neem vrijblijvend contact op voor vragen, advies, ondersteuning, aanschaf of een inspirerende workshop om alvast op verkenning te gaan: Bel 0348 - 44 69 63 of maakt gebruik van het contactformulier. Een van onze onderwijsadviseurs neemt dan zo snel mogelijk contact met u op. 

dinsdag 20 maart 2012

Hoe krijg ik mijn collega's enthousiast over onderwijs met ICT?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Hoe krijg ik mijn collega's enthousiast over onderwijs met ICT?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Het is een weinig originele vraag, maar wel nog steeds actueel. Veel ICT-coördinatoren lopen er mee rond en worstelen er mee. Hoe kunnen we hen daar in verder helpen? Maar hoe maak je concreet de slag van 'Visie en Beleid' naar 'Aan de slag gaan'? Een leerkracht reageerde vorige week na een workshop: Leuk hoor dat oefenen, maar ik kom pas echt verder als je me in de klas komt helpen!
Ook tijdens eerdere discussies hebben we aspecten hiervan al eens besproken. Zie het overzicht op discussiedinsdag.yurls.net

Omdat het eigenlijk van alle tijden is, is het goed om toch weer eens onder de aandacht te brengen. En belangrijker nog: Goed om tips en ideeën uit te wisselen over hoe je als ICT-coördinator hier mee om zou kunnen gaan! Uit de discussie van vanmiddag halen we de volgende suggesties:
  • Hou het nuttig! Sluit aan bij wat ze nodig hebben.
  • Geef voorlichting aan je collega’s. Maak ze mediawijs.
  • Kijk binnen je team wie als ‘voorloper’ fungeren en gebruik hen als voorbeeld naar anderen.
  • Bedenk vooraf goed wat je doel is!
  • Zie te realiseren dat leerlingen vragen op het gebied van ict neerleggen bij collega's. Collega's moeten er dan iets mee. Als je met de klas iets leuks neerzet zouden de leerlingen hun enthousiasme bij collega's onder de aandacht moeten brengen.
  • Cultuurverandering vanuit de directie. Maar wel in samenwerking met docenten. Dan creëer je draagvlak.
  • Iedere keer opnieuw laten zien, dat dit de huidige tijd is. Niet opgeven wanneer je de moed verliest, maar blijven volhouden! Opgeven is de nekslag voor de vooruitgang!
  • Vraag je ook af waarom iets niet aanslaat. Wat doe je bij leerlingen als een les niet aanslaat?
  • Zie het niet als gevecht. Als het iets toevoegt aan het onderwijs en het makkelijk in te zetten is wil men wel.
  • Steeds maar weer het gemak ervan te laten zien!
  • Teach as you preach: Laat zien wat de meerwaarde is en hoe je het kunt gebruiken.
  • Ontwikkel zelf indicatoren op basis van waar behoefte aan is bij de leerkrachten. Hier wordt dan individueel op gecoacht.
  • Collega's zien ICT gebruik vaak als toveren. Ik moet hen laten zien dat ze ook zelf kunnen toveren.
  • Maak de stappen (nog) kleiner!  Sluit aan bij wat nu werkt. Verwacht niet dat collega's doen wat jij graag doet.
  • De ICT-er moet zorgen voor koers en voorwaarden. De kinderen maken de leerkracht wel enthousiast!
  • Maak gebruik van co-teaching! Geef een voorbeeldles of doe het samen!
  • Goed overleg en samenwerking is de key tot succes.
  • Ik laat ze vooral zien wat er allemaal kan. Hoe? Door leuke links te sturen. Heel vrijblijvend, maar het wordt wel gebruikt!
  • Geef ruimte voor de snellen om te onderzoeken. Die komen met enthousiaste verhalen en dat stimuleert!
Wanneer we bovenstaande tips van ervaringsdeskundigen samenvatten, dan komen we tot de volgende punten:
  • Zorg dat je zelf én met je team weet wat je wilt.
  • Zorg voor de juiste voorwaarden.
  • Zorg voor goede communicatie en voorlichting.
  • Gebruik voorlopers als voorbeeld en faciliteer ze daar in.
  • Sluit aan bij wat je collega’s nodig hebben en bij hun mogelijkheden.
  • Richt je pijlen niet alleen op de leerkrachten, maar ook op de leerlingen!
  • Geef nooit op!
Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar goede tips voor ICT-coördinatoren? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Timgearz , @sponslcompany , @HvanSchie , @GuusBouwhuis71 , @LesideePO , @Lespakket , @KoenElbers , @pwrooij , @meestervanheerde , @pietvsz

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 22 november 2011

Mediawijsheid, waar heb ik dat eerder gehoord???

Wat is mediawijsheid ook alweer?
“Mediawijsheid”, het lijkt een verzamelnaam voor alles wat er rondom TV, het internet, social media, games en mobiele telefoons gebeurt. Het belang dat er aan mediawijsheid wordt gehecht wordt steeds groter. Logisch ook, want het maken, het begrijpen, het delen en het  vinden van media vinden we belangrijk om mee te doen met de maatschappij.

Mediawijzer.net (een initiatief o.a. van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) definieert mediawijsheid als volgt:

“mediawijsheid staat voor actief, bewust en kritisch meedoen aan de mediasamenleving. Het gaat om de kennis, de vaardigheden en de mentaliteit waarmee iemand bewust, kritisch en actief kan bewegen in een wereld waarin oude media (televisie, radio, pers) en nieuwe media (internettoepassingen, sms) een zeer grote rol spelen.”





Vier deelaspecten van mediawijsheid
Freek Zwanenberg en Justine Pardoen delen in hun boek “Handboek mediawijsheid” mediawijsheid op in 4 aspecten: Techniek, Creativiteit, Analyse en Reflectie.

Techniek
De beheersing van technische (computer)vaardigheden die nodig zijn om zelf mediaproducties te kunnen maken en te participeren in sociale netwerken. Hier worden de technische vaardigheden bedoeld waarmee kinderen daadwerkelijk zelf media creëren. Te denken valt aan het maken van een weblog, een eigen website, fimpjes etc. Maar ook zaken als het instellen van bepaalde privacyniveaus van een profielsite zoals Hyves of Facebook en het zoeken van informatie op internet die waardevol is voor het maken van een werkstuk.

Creativiteit
Het inzetten van media voor artistieke expressie en creatieve omgang met media voor participatie en innovatie. Hierbij kan gedacht worden aan eigen audio- of filmproducties, een digitaal stripverhaal maken. Ook bijvoorbeeld het maken van een online campagne (op Youtube) kan hieronder vallen.

Analyse
De kennis over de werking en invloed van media in het algemeen, en het zelf kunnen
interpreteren van mediaboodschappen. Bij analyse gaat het om het begrijpen van de werking en invloed van diverse media. Kritische media-analyse wordt steeds. Er is een constante stroom van allerlei informatie op het internet. Vaak is de bron van deze informatie moeilijk te verifiëren. Het is hier belangrijk dat kinderen deze informatie kunnen beoordelen op betrouwbaarheid, consistentie, onderbouwing etc.

Reflectie
Het bewust zijn van de eigen houding en gedrag tegenover anderen via media, maar ook van
de waarde van burgerrechten als privacy en vrijheid van meningsuiting en morele kwesties als online respect en tolerantie. Deze reflectie heeft vooral betrekking op het eigen mediagebruik en is gericht op het bepalen van je eigen grenzen en het ontwikkelen van een eigen standpunt over zaken als;  Online respect, Vriendschap,  Seksualiteit,  Geweld, Privacy en Zelfpresentatie.

Scholen én ouders
Scholen en ouders spelen een grote rol in het bijbrengen van mediawijsheid bij kinderen. Echter is het zaak dat beide partijen goed met elkaar communiceren. In de praktijk blijkt nog vaak dat ouders niet weten wat de visie en het beleid op school is m.b.t. mediawijsheid. Andersom geldt, dat de school vaak niet weet hoe ouders hier mee omgaan. Voor een school is het van belang dat zij een aantal zaken naar ouders communiceren rondom mediawijsheid:
·         Wat is de visie van de school?
·         Welk beleid is er?
·         Welke activiteiten vinden er plaats?
·         Hoe gaat de school om met de vier deelaspecten van mediawijsheid?

Het organiseren van bijvoorbeeld ouderavonden om de ouders te informeren over wat de school doet aan Mediawijsheid, kan hiervoor een middel zijn. Tijdens dit soort avonden kan ook aan het licht komen hoe ouders met mediawijsheid bezig zijn.

De Week van de Mediawijsheid, 21 tot en met 27 november 2011
De Week van de Mediawijsheid is een initiatief van Mediawijzer.net om meer aandacht te vragen voor mediawijsheid. Het thema van dit jaar is “ Media-opvoeding”. Hiermee wordt bedoeld de communicatie over media tussen kinderen, hun ouders en leerkrachten.
Kinderen lijken redelijk mediawijs, maar ze gebruiken niet altijd alle mogelijkheden en onderschatten hun mediagedrag. Media ervaren en er samen met hun opvoeders over praten maakt kinderen wijzer!

Hoe Mediawijs is uw school?
Station to Station helpt scholen in kaart te brengen hoe zij er op het gebied van mediawijsheid voor staan. Met behulp van een gratis quickscan, kunt u eenvoudig zicht krijgen op welke onderdelen uw school al mediawijs is. Klik hier voor de gratis quickscan.
 

dinsdag 8 november 2011

Eindelijk een Social Media-protocol voor het onderwijs!?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Eindelijk een Social Media-protocol voor het #onderwijs!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Vorige week publiceerde CNV Onderwijs een Social Media Protocol voor het Onderwijs. “Dit protocol heeft als doel de dialoog over het gebruik ervan op gang te brengen en een handreiking te bieden voor meer duidelijkheid in het grijze gebied tussen binnen- en buitenschools mediagebruik.” zo meldt de toelichting. Die handschoen pakken we graag op met #netwijs Discussie Dinsdag!

In kranten, op TV en radio werd er aandacht besteed aan het protocol. Veelal waren de reacties heel positief. Scholen zouden zeer geholpen zijn met dit protocol en in een behoefte voorzien. Opvallend daarbij is, dat de reacties met name afkomstig waren van leidinggevenden binnen het onderwijs en niet zozeer van leerkrachten en docenten. Hierdoor lijkt er een beeld te ontstaan, dat schooldirecteuren meer zoekende zijn met betrekking tot het gebruik van Social Media, dan de leerkrachten en docenten zelf. Of is het zoals een discussiedeelnemer aangaf: “Mensen die hun verantwoordelijkheid nemen hebben geen regels nodig.”?
Tijdens onze discussie kwamen verschillende aspecten naar voren. Verschillende mensen gaven aan, dat een protocol uit gaat van het negatieve, van de gevaren en niet van de kansen en mogelijkheden die het gebruik van Social Media biedt. Elders op dit blog hebben we daar ook al aandacht aan besteed. Laten we niet direct met het vingertje omhoog gaan waarschuwen, maar met een open blik op ontdekking gaan en experimenteren met de steeds weer nieuwe mogelijkheden en ervaringen daarmee met elkaar delen! Leerkrachten en docenten zijn voldoende professional en zijn zonder protocol, maar met een gezond verstand echt wel in staat om op een verantwoorde manier gebruik te maken van Social Media.

Aan de andere kant blijkt ook in de praktijk, dat leerkrachten en docenten het onderling niet altijd eens zijn over waar grenzen liggen, over wat wel en niet kan. Accepteer je een uitnodiging van een leerling op Facebook of Hyves wel of niet? Ja zegt de één, want wat ik op mijn profielpagina zet, zijn geen geheimen; ook niet voor leerlingen of ouders. Nee, zegt de ander. Als leerlingen met mij willen communiceren, dan kan dat op school, via de mail of via de leeromgeving. Weer een ander zit er ergens tussenin of heeft een privé-account én een ‘zakelijke’ account.
De één kent voorbeelden waarin Social Media zeer succesvol wordt ingezet door een docent of school, de ander komt met voorbeelden waarin een leerkracht over de schreef is gegaan door het plaatsen van een foto van zichzelf met een slokje teveel op, een tweet waarin frustraties worden geuit over een paar ouders of een bericht waarin bepaalde meningen worden geuit over het beleid van de school. Welk standpunt je ook inneemt, er zijn altijd wel voorbeelden bij te vinden om je gelijk te bewijzen.

Deze verschillen zijn er tussen leerkrachten en docenten in het algemeen, maar ook binnen één schoolteam. Wanneer dat naar buiten toe leidt tot een diffuus beeld is het begrijpelijk en wellicht zelfs wenselijk, dat je als directie dit aan de orde stelt. Als directie ben je immers eindverantwoordelijk voor het beeld dat men heeft van de school, zeker ouders en leerlingen. Als het gedrag van het personeel aanleiding is voor onvrede, onrust of een onduidelijkheid, dan moet je daar iets mee. “Uit het feit, dat scholen niet zelf op het idee komen een protocol en beleid op te stellen, blijkt dat ze niet Mediawijs zijn” zo merkte iemand op. “Leerkrachten hebben vooral kennis en eigen ervaring met Social Media nodig. Zodat ze weten waar ze het over hebben. Dan zijn de meesten prima in staat om zelf eigen richtlijnen te handhaven of op te stellen.” aldus een ander.

Tijdens de discussie terecht werd opgemerkt, dat dat echter niet alleen met Social Media te maken heeft, maar ook met communicatie in het algemeen. Van je personeel mag je een bepaalde basishouding verwachten als het gaat om communicatie met leerlingen, ouders en externen. Echter, elk middel heeft zo zijn specifieke aandachtspunten. Ongenuanceerde opmerkingen in een telefoongesprek hebben een andere impact dan het openbaar plaatsen van deze opmerkingen op het internet. Ook het face-to-face ontmoeten van iemand geeft een andere indruk, dan de profielpagina’s van iemand op het internet. En bovendien: geschreven communicatie is iets heel anders dan mondelinge communicatie.
Het risico van een discussie als deze is, dat verschillende zaken als snel door elkaar gaan lopen. Voor de helderheid proberen we e.e.a. van elkaar te onderscheiden. Dat leidt tot enkele vragen, die binnen een school zouden moeten worden besproken, bijvoorbeeld:
  • Met welke houding communiceren we met ouders, leerlingen en externen?
  • Waar ligt de grens tussen werk en privé? Wanneer en in hoeverre mag je je personeel of je collega’s aanspreken op hun gedrag?
  • Welke communicatiekanalen zijn er? En welke willen we als school gebruiken?
  • Welke beeld hebben ouders, leerlingen en externen van onze school? Hoe komen zij aan dit beeld?

Dit zijn min of meer ook de vragen, die in het Social Media Protocol aan bod komen, hoewel wellicht iets eenzijdiger. De vraag die echter ontbreekt in het protocol is:
  • Willen we, los van de communicatie als school, Sociale Media gebruiken als middel in onze lessen? Zo ja, is het nodig om daar gezamenlijke afspraken over te maken en welke dan?

Immers, Social Media vormen niet alleen een bedreiging, maar bieden ook kansen en mogelijkheden. Juist door ze in te zetten als middel tijdens je lessen heb je de mogelijkheid ook inhoudelijk met leerlingen in gesprek te gaan over een stukje mediawijsheid. Wat zeg je wel en niet en hoe zeg je het? Met wie deel je informatie en met wie niet? Hoe beoordeel je informatie op waarheid?

Om dat gesprek aan te gaan met je leerlingen zul je echter zelf wel over de nodige kennis en vaardigheden moeten beschikken als leerkracht of docent. Wanneer dat ontbreekt, is de kans groot, dat er een zekere angst voor het middel ontstaat of onwil om het te gebruiken. Angst uit onwetendheid. Dan is een protocol een mooie stok om de hond mee te slaan. Laten we het maar niet gebruiken, want al die gevaren, dat moeten we niet willen!

Aan de directeuren de uitdaging om dit onderwerp binnen hun team bespreekbaar te maken. Het aangereikte protocol kan daar een prima middel voor zijn. Daarbij zal de school alleen verder komen, wanneer er breder wordt gekeken naar de communicatie in het algemeen en ook naar de kennis en de vaardigheden van het personeel. Of en hoe e.e.a. vervolgens in een school-protocol wordt vastgelegd kan onderling worden afgestemd. Iets vastleggen zonder dat het bij iedereen tussen de oren zit, zal de school echter niets opleveren. Zonder achterliggend plan wordt het een papieren tijger!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @fanmeel , @Sjaboepaan , @Marathonkeje , @Tonmeijer1 , @GUPAGEBO , @compie67 , @Timgearz , @MariekeSimonis , @henkheurter , @pietvsz , @jvennink , @EllePeters , @JeroenGerth , @lighans , @florinablokland , @BaukevdL , @Lespakket , @FranciscaF

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

vrijdag 28 oktober 2011

Lessen met ICT: Het nieuws van de dag met Memolane

De trainers van Station to Station publiceren iedere twee weken een complete innovatieve les om leerkrachten te stimuleren met ICT aan de slag te gaan. De lessen staan altijd in het teken van een onderwijskundig doel waarbij een gratis toepassing op internet als hulpmiddel gebruikt wordt om een les leerzamer, boeiender en interactiever te maken.

Deze week de les 'Het nieuws van de dag met Memolane'

Memolane is een website, waarmee je online alles wat je deelt via de Sociale Media op een tijdlijn kunt zetten. Het biedt ook de mogelijkheid om dat samen met anderen te doen. Bijvoorbeeld om een gezamenlijke tijdlijn te maken rond een bepaalde gebeurtenis, zoals een vakantie, een project of de actualiteit.
Deze tool hebben we ook beschreven voor BoekTweePuntNul, een boek waarin 125 web 2.0-toepassingen worden besproken, beschreven door 125 verschillende auteurs.Aanvullend hierop hebben we een lesbrief gemaakt als voorbeeld hoe de tool concreet en doelgericht ingezet kan worden als lesmiddel.

In deze les zoomen we in op het Social Media-gedrag van leerlingen. Mediawijsheid dus! De wat oudere leerlingen, vanaf zeg maar de bovenbouw van het PO, delen heel informatie met anderen via bijvoorbeeld Facebook of Twitter: over wat hen bezig houdt, over gebeurtenissen in hun dagelijkse leven of in het nieuws, over hun hobby, hun sportactiviteiten, enzovoort. De doelgroep is afhankelijk van het medium, dat gebruikt wordt. Ook de gebruikte instellingen voor privacy spelen een rol.
Niet alles wat je deelt is voor anderen waardevol.  Het ene bericht is heel persoonlijk, het andere meer algemeen.  Maar welke informatie die je deelt via de Sociale Media is wél zinvol voor anderen? Bijvoorbeeld omdat je reflecteert op het nieuws van de dag, een nieuwtje meldt over de buurt waar je woont of de school waar je op zit, de successen van je sportclub?
In deze les kijken de leerlingen kritisch naar de berichten, die ze delen via de Sociale Media. Op basis van met elkaar opgestelde criteria beoordelen ze de nieuwswaarde ervan voor anderen. De les is bedoeld voor leerlingen uit de onderbouw van het VO, maar ook geschikt voor oudere leerlingen.

Je kunt het lesmateriaal downloaden op de website van Station to Station.

Memolane zou in het PO ook gebruikt kunnen worden in combinatie met de les 'Klassendagboek met Twitter'.


Memolane - See, Search & Share from Memolane on Vimeo.

We stellen het erg op prijs als leerkrachten hun ervaringen met ons delen. Dat kan door een bericht achter te laten op ons Blog, te Twitteren naar @netwijs of te reageren via email info@stationtostation.nl
Heeft u ook een innovatieve les gemaakt of heeft u een innovatieve ICT toepassing die u geschikt vindt. Mail ons uw les of lesidee.

P.S. Wist u dat scholen die het C3LO netwerk hebben iedere twee weken een nieuwe les op het netwerk krijgen die door de leerlingen zelfstandig verwerkt kan worden? Deze wordt door onze onderwijsredactie ontwikkeld. Een voorbeeld vindt u hier

dinsdag 4 oktober 2011

Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digitale uitdaging in het onderwijs start bij de leerkracht”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Het onderwerp vandaag was afkomstig van een filmpje, dat gisteren werd gepubliceerd met als titel: De Digitale Uitdaging in het onderwijs. Het filmpje neemt leerlingen als uitgangspunt. Komt de school tegemoet aan hun wensen? Kan en wil de school die uitdaging aangaan? En wie moet dan specifiek die uitdaging aangaan? Wie moet er in actie komen na het zien van dit filmpje?

In onze stelling hebben we de titel van het filmpje iets aangepast en het balletje bij de leerkracht gelegd. Dat is immers degene die daadwerkelijk het onderwijs verzorgd aan de leerling? Als er iets moet veranderen in de klas, dan begin het toch bij de leerkracht.
Hoewel de stelling een inkoppertje lijkt, is er toch wel meer over te zeggen. Ja, de leerkracht is degene die bepaalde middelen wel of niet inzet in de klas. Maar deze leerkracht heeft wel te maken met het beleid dat gevoerd wordt op de school en de visie die er is. Heeft het team van de school, onder leiding van de directie, een gezamenlijk antwoord op de vragen die de leerlingen in het filmpje stellen? Zo niet, dan zal dat nog moeten gebeuren. En als die visie er wel is, dan zal de uitvoering hiervan gefaciliteerd en aangestuurd moeten worden. Niet alleen de vraag  ‘Wat willen we?’ moet beantwoord worden, maar ook ‘Wat kunnen we?’en ‘Hoe gaan we dat doen?’

Ligt dan dus het balletje bij de directie? Voor een deel wel. Daar ligt de regie. Dat betekent echter niet, dat je als leerkracht geen eigen verantwoordelijkheid hebt. Ben je als leerkracht op de hoogte van ontwikkelingen en mogelijkheden en deel je dat ook met anderen? Wie houdt je tegen om met de middelen die je ter beschikking staan te gaan experimenteren? Ga enthousiast aan de slag en deel je enthousiasme met collega’s. Wellicht slaat het vonkje over en kun je samen aan de directie laten zien waar je ambities liggen.

In de praktijk blijkt dit alles toch wat gecompliceerder. Leerkrachten die zich roepende in de woestijn voelen. Directeuren en ICT-coördinatoren, die grote weerstanden voelen. Ouders, of zoals het filmpje laat zien: leerlingen, die geen gehoor vinden. Het is echter de vraag of dat direct met het middel ICT te maken hebben. Of is dit een gemakkelijke stok om de hond te slaan en zelf buiten schot te blijven?

Weerstanden zien we ook bij de invoering van een nieuwe methode, bij de invoering van een ander onderwijsmodel of bij verandering van taken. Wil je überhaupt wel veranderen? Wil je wel weten hoe het ook ánders kan? En terug naar het filmpje: Staan je als school en als leerkracht er voor open aan leerlingen te vragen wat zij nu graag zouden willen. Dat vraagt een andere benadering, dan we vaak gewenst zijn.
Feit is, dat van de directie een stuk visie verwacht mag worden en van de leerkrachten de nodige competenties om onderwijs op een eigentijdse manier vorm te geven, passend bij de onderwijsbehoefte van hun leerlingen. Daarin kun je niet zonder elkaar. Je zult met elkaar in gesprek moeten en op zoek moeten naar mogelijkheden en manieren om zaken te organiseren.

Tegelijkertijd moet je ook wel eens even niet praten, maar doen. Gewoon eens even uitproberen en ervaren. Niet wachten tot iedereen het er mee eens is, maar de praktijk voor zich laten spreken. Goede voorbeelden zeggen vaak meer dan duizend woorden!

Een citaat uit de discussie: “Als het om een eigen telefoon gaat is men wel bereid te leren, gaat het over mogelijkheden of kansen in het onderwijs niet.” Misschien ligt daar de sleutel! Welke belang is er in het spel als het gaat om integratie van ICT in het onderwijs? Voor leerkrachten liggen die belangen wellicht weer anders, dan voor leerlingen, de directie of de ouders. De uitdaging ligt dus in het feit om samen op zoek te gaan naar de gezamenlijke belangen! Niet het balletje steeds terugschoppen naar de ander, maar samenspelen om samen te scoren!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @compie67 , @Sjaboepaan , @henkvangils , @Emiel2Punt0

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 2 augustus 2011

Leerkrachten en docenten hebben voorbeeldfunctie bij gebruik van Social Media

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leerkrachten en docenten hebben voorbeeldfunctie bij gebruik van Social Media”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Er wordt vaak gesproken over jongeren, die alles wat los en vast zit maar delen via de Social Media. Velen zijn zich niet bewust van de consequenties, die dat kan hebben. En dus wordt er van scholen verwacht meer aandacht aan mediawijsheid te besteden.

Maar hoe staat het ervoor met de man of vrouw voor de klas? Wat melden zij allemaal via Hyves, Facebook, Twitter, LinkedIn of Google+. Hebben zij de zaakjes wél op orde als het gaat om privicy-instellingen bijvoorbeeld? Welk beeld zetten zij van zichzelf neer met hun uitlatingen, foto’s en filmpjes? Even surfen op het internet levert een wisselend beeld op.

De vraag is daarom: Hebben leerkrachten en docenten een voorbeeldfunctie als het gaat om het gebruik van sociale media? Tijdens de discussie werden verschillende zaken benoemd. Leerkrachten en docenten hebben altijd een voorbeeldfunctie, dus ook online. In het onderwijs moet je altijd nadenken wat je doet of zegt. Dat moet een levenshouding zijn. Dat heeft consequenties voor wat er wel en niet online geplaatst wordt, met wie dat wordt gedeeld en ook voor wie er toegelaten wordt tot het persoonlijke netwerk.
Hierbij werd wel opgemerkt, dat je niet per definitie een voorbeeld bent voor je leerlingen. Je kunt het willen zijn, maar het hangt ook van de leerlingen af of zij jou als voorbeeld willen zien. Daarvoor heb je een bepaalde relatie nodig met elkaar, waarbij sprake is van vertrouwen en openheid. Voorbeeld zijn dwing je in feite af door heel je doen en laten.
Ook werd opgemerkt, dat leerlingen echt wel inzien, dat een docent ook een mens is net als ieder ander en echt wel door dingen heen kijken.

Lang niet alle leerkrachten en docenten maken overigens gebruik van Social Media. Soms zelfs bewust niet. Tijdens de discussie kwam wel naar voren, dat je op z’n minst moet weten wat het is en waar het om draait. Je kunt je ogen niet voor het onderwerp sluiten. Dat je daarbij een keuze maakt om het zelf niet te gebruiken is een andere zaak. Het ontslaat je er niet van om je er in te verdiepen, hetzij via voorlichting, een workshop of een training. Net zo als dat overigens voor ouders geldt.

Maak je er wel actief gebruik van, dan zul je aan zelfkritiek moeten doen. Dat begint met bewustwording. Vervolgens met kennis van zaken, bijvoorbeeld wat betreft pricvicy-instellingen. Ook zul je keuzes moeten maken: Wat deel ik wel en niet openbaar? Accepteer ik leerlingen als ‘vriend' of ‘volger’? Maak je gebruik van een tweede account om school en privé te scheiden? Zijn alle opmerkingen, foto’s en filmpjes geschikt om te publiceren?

Mediawijsheid is dus niet alleen iets voor de leerling, maar ook noodzakelijk voor de leerkracht en de docent. Ook voor de school waar zij werken trouwens. Heeft de school beleid als het gaat om Social Media-gebruik met daarin aandacht voor de leerlingen én de leerkrachten of docenten? Wordt deze ook up-to-date gehouden?
Op dit punt kwam ook de rol van de directie aan de orde: Wat doet zij wanneer een leerkracht zich niet in deze materie wil verdiepen? Of als een docent in de openbaarheid zaken deelt, die discutabel zijn? Worden ze er op aangesproken? Of daarbij gekozen wordt voor het inzetten op motiveren van betreffende onderwijsgevende, het werken met persoonlijke ontwikkelingsplannen of voor andere maatregelen laten we over aan de deskundigheid van de directie.

Dat Social Media ook geweldige mogelijkheden en kansen bieden, bijvoorbeeld om samen aan projecten te werken en daarvan verslag te doen, hebben we al eens eerder besproken tijdens een discussie. Voor velen echter nog een onontgonnen gebied. Een mooie uitdaging voor het nieuwe schooljaar! En vergeet niet om zowel de positieve als de negatieve ervaringen met elkaar te delen!

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je nog enkele bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf nog aanvullende opmerkingen, ideeën of ervaringen? Reageer op dit blog!
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @BienBogaers , @pwrooij , @EdonTwitt , @SMARTBoardNL , @margreetpols , @djsjollema , @YvonneElzinga , @barthoekstra , @Schoolimpuls , @FransDroog , @Sjaboepaan

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 12 juli 2011

Leerkracht verantwoordelijk voor zijn eigen scholingsbudget

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Maak de leerkracht verantwoordelijk voor zijn eigen scholingsbudget!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Eigenlijk is scholing niet het juiste woord en moeten we spreken van professionalisering. Dat is breder en heeft naast trainingen, workshops en opleidingen ook betrekking op bijvoorbeeld onderling kennis delen, beurzen, vakbladen en boeken.

Op veel scholen gaat er het nodige aan tijd en geld in teamscholing zitten bijvoorbeeld rond een bepaalde onderwijskundige verandering. Daarnaast zijn er individueel leerkrachten, die hun directie of bestuur toestemming vragen voor het volgen van een cursus of opleiding. Soms is dat gerelateerd aan waar de school mee bezig is, soms ook aan eigen interesse of ambities. Tegelijk zijn er ook leerkrachten, die daar niet zelf initiatief in nemen. Soms wordt dat door de directie bespreekbaar gemaakt, maar lang niet altijd. Er blijkt vaak ook veel onduidelijkheid te bestaan over de mogelijkheden die er zijn.

Wat nu als elke leerkracht een eigen budget zou krijgen elk jaar voor professionalisering? Tijdens de discussie hierover gaven verschillende deelnemers aan, dat dit een goede optie is. Wel werd er opgemerkt, dat een deel van het budget besteed zou moeten worden aan teamtrainingen geïnitieerd vanuit de school en een ander deel dan een persoonlijk budget zou kunnen worden.

Wanneer leerkrachten zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen budget kan dat verschillende voordelen bieden. Ze worden zo gedwongen na te denken over een zinvolle besteding hiervan. Als school kun je als voorwaarde stellen, dat de besteding van het budget gerelateerd moet zijn aan de visie van de school en de speerpunten waaraan vanuit het beleidsplan gewerkt wordt. Daar moeten duidelijke afspraken over gemaakt worden en kaders gesteld.

Door met elkaar in gesprek te gaan om bijvoorbeeld na te gaan of andere leerkrachten ook interesse hebben in een bepaalde training kun je er voor zorgen, dat je eigen budget niet in één keer op is. Ook kan het de moeite lonen om te bekijken of door betere kennisdeling, bijvoorbeeld met leerkrachten van andere scholen binnen de vereniging of stichting, een training door externen wellicht overbodig is. De budgetten kunnen dan echt ingezet worden voor die zaken waar echt sprake is van een hiaat in kennis, vaardigheden of competenties. Dit concept zou dus een belangrijke impuls kunnen geven aan een dialoog binnen het team over de visie van de school, aan de kwaliteit van de professionalisering van de leerkrachten en recht doen aan reeds aanwezige kennis, vaardigheden en competenties en het onderling delen kunnen stimuleren.

Ingebracht werd nog, dat de directeur of het bestuur bugdetverantwoordelijk is, ook voor scholingsbudgetten. Dat is natuurlijk ook zo. Zij zijn en blijven eindverantwoordelijk. Ook als leerkrachten de verantwoordelijkheid zouden krijgen over hun eigen professionaliseringsbudget, dan hebben ze geen carte blanche. Ze moeten de besteding kunnen verantwoorden vanuit de gemaakte afspraken zoals we die eerder genoemd. In die zin blijft de directie dus altijd eindvernatwoordelijk.

Na afloop van de discussie sloeg ik de CAO er nog eens op na. Daarin wordt in verschillende paragrafen aandacht besteed aan professionalisering:
  • “Het beschikbare budget voor professionalisering wordt verdeeld in een collectief deel en een persoonlijk ontwikkelingsbudget. De verdeling behoeft de instemming van de P(G)MR.” Daarbij wordt aandacht besteed aan “de beoogde ontwikkelingsdoelen van de organisatie en het daarvoor bedoelde collectieve deel van het budget” en “de beoogde ontwikkelingsdoelen van de werknemers en het daarvoor bedoelde persoonlijk ontwikkelingsbudget”. Aandacht dus voor zowel de belangen van de organisatie als die van de werknemer.
  • Elke vier jaar wordt er een Persoonlijk Ontwikkelingsplan opgesteld of geactualiseerd. Daarin worden ook afspraken vastgelegd over de te besteden tijd aan professionalisering en ontwikkeling en het beschikbare budget. Ook de belangen van de organisatie enerzijds en de werknemer anderzijds worden daarin onderling afgestemd.
Dit sluit dus in feite helemaal aan op de stelling. De mogelijkheden zijn er dus gewoon. Het komt er dus op aan dit binnen de school goed te organiseren!

Uit de Nationale Onderwijsmonitor 2010 bleek, dat 67% van de leerkrachten niet bekend is met het professionaliseringsbudget. Van de hoogte, namelijk €500-€600 p.p., was 87% niet op de hoogte. Dat gold ook voor 17% van de leidinggevenden. Daar hebben we dan bij dezen wat aan gedaan!
In dit onderzoek kwam ook naar voren, dat leerkrachten voor praktische trainingen en workshops willen en het liefst in groepsverband. En terecht natuurlijk!

Uit dit onderzoek kun je concluderen, dat de CAO ofwel onvoldoende gelezen ofwel onvoldoende nageleefd wordt. Of is het een kwestie van interpretatieverschillen? Goede communicatie en voorlichting hierover lijkt op zijn plaats! Dat is zowel in het belang van de school als de leerkracht zelf. Duidelijke afspraken over eigen ambities en interessegebieden, noodzakelijke bijscholing en de ontwikkeling van de school als organisatie samen vastleggen in persoonlijke ontwikkelingsplannen zoals de CAO het beschrijft, maakt de leerkracht verantwoordelijk voor zijn eigen loopbaan. Belangrijke vraag die dan nog rest: Wil de leerkracht dat eigenlijk wel? Een mooi onderwerp voor de eerste teamvergadering na de zomervakantie! Ik zou zeggen: Leerkrachten lees de CAO en grijp je kans!

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je nog enkele bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf nog aanvullende opmerkingen, ideeën of ervaringen? Reageer op dit blog!

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @michelboer , @Helikon , @MvandeVrie , @Sjaboepaan , @henkheurter , @FransDroog , @See_Genius , @GUPAGEBO

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 3 mei 2011

23 Onderwijsdingen brengt ICT dichter bij de leerkracht

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “23 Onderwijsdingen brengt ICT dichter bij de leerkracht”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Enkele dagen geleden kondigde Henk Heurter op dit blog de komst aan van 23 Onderwijsdingen voor het Primair Onderwijs. Op dit moment wordt er nog volop aan gewerkt. De initiatiefnemers willen op 26 mei 2011 de complete gratis cursus lanceren tijdens de Mediawijsheidmarkt.
De oorspronkelijke ‘23 Dingen’ zijn vanuit het Engels vertaald naar het Nederlands. Vervolgens werden ze in een nieuwe versie toegespitst op het Voortgezet Onderwijs en MBO en nu is er dus ook een versie voor het Primair Onderwijs. Maar wat is de opbrengst? Zal het er inderdaad toe bijdragen, dat leerkrachten meer ‘mediawijs’ worden en ICT meer een plek in hun onderwijs zullen geven?

Waardevol is de praktische insteek en de uitgebreide toelichting bij de gekozen Dingen. Het zijn hapklare brokken waardoor het voor de leerkrachten al de nodige drempels weghaalt. Het geeft structuur en overzicht en je kunt er zo mee aan de slag. Het biedt een mooie opstap voor leerkrachten die iets meer willen met ICT, maar niet weten waar te beginnen. Een middel om zelf als leerkracht vaardiger en ‘mediawijzer’ te worden. De verwerkingsopdrachten hadden hier en daar wat wellicht iets uitdagender kunnen zijn. Eén van de discussiedeelnemers vroeg zich af of het wellicht niet nog concreter moet á la de ‘Lessen met ICT’ van Station-to-Station. Daarmee is ook meteen een vertaalslag naar de leerling gemaakt.

Een leerkracht kan individueel met 23 Onderwijsdingen voor het PO aan de slag. Het zou meer succesvol zijn wanneer je meet meerdere collega’s of zelfs als team hiermee aan de slag zou gaan. Dat biedt namelijk de gelegenheid om ervaringen te delen, tips uit te wisselen en elkaar te stimuleren om ook de vertaalslag naar je lessen te maken. Belangrijk is dan wel, dat de directie en de ICT-coördinator dit beleidsmatig oppakken. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Zijn alle 23 Dingen relevant voor onze school en voor elke leerkracht? En wat is precies die relevantie? Hoe past het binnen onze visie op Onderwijs en ICT? Gaan we de volgorde wellicht aanpassen? Is het mogelijk om hier tijdens studiedagen mee aan de slag te gaan of gaan leerkrachten er na schooltijd mee aan de slag? Is er een koppeling te maken met bijvoorbeeld het POP van de leerkrachten? Hoe maken we de concrete vertaalslag naar het gebruik van ICT in onze lessen?

Het succes van 23 Onderwijsdingen binnen de school zal mede afhangen van de antwoorden op deze vragen. Met name de koppeling aan de Visie is een belangrijke. Wanneer die er niet is wordt het al snel weer een doel op zich in plaats van een middel. Een model om een tool te implementeren is bijvoorbeeld TPACK: kijk vanuit je vak en pedagogiek wat goed bruikbaar is.

Waar het de makers van 23 Onderwijsdingen voor het PO vooral om gaat is, dat leerkrachten inzien, dat Mediawijsheid belangrijk is. Voor de leerlingen en dus ook voor de leerkracht. Daarbij is 23 Onderwijsdingen een hulpmiddel. Het kan leerkrachten helpen bij het ontwikkelen van de vaardigheden om de leerlingen te begeleiden bij het gebruik van ICT. Met name rond het bewust hiermee omgaan, het zien van de gevaren, maar ook van de mogelijkheden die het biedt in het leerproces. In deze tijd net zo belangrijk als rekenen en taal.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @kirstenkladdert , @DeOverdracht , @MeesterBoudewijn , @mariekemove , @michelboer , @Carola12345 , @FransDroog , @MarjoleinEdel , @Gijs1982 , @warempel , @Annet1311 , @henkheurter

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

vrijdag 22 april 2011

Samenhang aanbrengen in onderzoek naar effect van ICT in het onderwijs

Gisteren vond in Utrecht de Vlootschouw 2011 van Kennisnet plaats. Een groot aantal onderzoekers kregen de gelegenheid om in 5 minuten een presentatie te geven over hun onderzoek en de resultaten daarvan. Allemaal uiteraard rond onderwijs en ICT. In rondetafelgesprekken kon vervolgens met de onderzoekers verder worden doorgepraat en in de Expogallerij kon het één en ander worden bekeken. Een leuk en inspirerend format.

Voor wie het gemist heeft: Op de site van Kennisnet kunnen de presentaties (binnenkort) worden teruggekeken. Van verschillende onderzoeken waren de resultaten overigens al gepresenteerd in de Onderzoeksreeks van Kennisnet. Van andere onderzoeken gebeurt dat in een later stadium.

Een vraag, die velen bezighield, was de vraag hoe we het verhaal van al deze onderzoeken bij de leerkracht en docent krijgen. Een onderwerp, dat we ook tijdens #netwijs Discussie Dinsdag al wel eens besproken hebben. Goed om daar aandacht voor te hebben. Want het gaat er immers om wat er in de klas gebeurt. De leerkracht of docent, die met de leerlingen aan het werk is. Dat is degene die de middelen en de mogelijkheden moet kennen en ze op het juiste moment en meest effectieve wijze weet in te zetten.

Al deze onderzoeken riepen bij mij ook wel vragen op. Iets wat ik steeds weer terughoorde in de presentaties was de motivatie van de leerlingen. Vrijwel altijd blijkt deze aanzienlijk te verbeteren. Wat mij bezighoudt is de vraag waarom de motivatie van de leerlingen zo achteruit gaat in het ons onderwijs. En als het gaat om de invloed van ICT-gebruik hierop: Hoe lang is dit effect zichtbaar? Onderzoeken hebben vaak betrekking op een korte periode en een beperkte groep leerlingen. Hoe lang zouden de leerlingen gemotiveerd blijven door de inzet van dat bepaalde computerprogramma of die nieuwe applicatie of een nieuw divice. Zou het niet zo zijn, dat op de langere termijn bekeken de motivatie ook weer afneemt net als bij welke werkvorm of welk middel dan ook? In hoeverre is de toegenomen motivatie echt specifiek gevolg van de inzet van ICT en in hoeverre van de afwisseling in werkvorm?

Een andere vraag, die ik ook heb gesteld tijdens de Vlootschouw, is de vraag in hoeverre onderzoekers kijken naar elkaars onderzoek en de resultaten daarvan. Ik zie in verschillende onderzoeken overlap en dwarsverbanden. Zouden we niet veel meer winst kunnen behalen wanneer hier meer naar gekeken wordt? Nu wordt het onderwijs, of beter gezegd de leerkracht en docent geconfronteerd met tal van losse onderzoeksgegevens. Een hele lijst van zaken die een positief effect hebben op de kwaliteit van het onderwijs, de motivatie en de leerresultaten. De gereedschapskist wordt voller en voller. Aan de professional in de klas de taak om het juiste gereedschap op de juiste wijze, op het juiste moment om voor de juiste leerling in te zetten. Vanuit de onderwijsvisie van de school uiteraard! Maar zouden we de docent of leerkracht niet veel meer kunnen helpen door ook in kaart te brengen wat het effect is van de combinatie van verschillende gereedschappen?
Een concreet voorbeeld: Als we uit onderzoek weten, dat kleuters die een taalachterstand hebben, baat hebben bij de inzet van een bepaald computerprogramma waarmee leerlingen op een gerichte manier oefenen met de woordenschat en daarbij geconstateerd wordt dat het effect eigenlijk alleen dan langdurig effect heeft wanneer het op het juiste moment wordt ingezet. Bliven we dat dan binnen hetzelfde onderzoek verder onderzoeken? Of kunnen we dan met de gegevens uit ander onderzoek gaan combineren, bijvoorbeeld die waar uit blijkt, dat er een bepaalde vergeetcurve is en je op het juiste moment bepaalde leerstof moet gaan herhalen.
Zo zijn er veel meer verbanden te leggen.

Dit gezegd hebbende, voelt het ook weer als een open deur. Want we weten toch al lang, dat er voor allerlei zaken sprake is van een gevoelige periode, van een eigen leerstijl, van gevoeligheid voor afwisseling in werkvormen, enzovoort. Wat maakt, dat we bij rond de inzet van ICT in het onderwijs daar ineens allerlei nieuwe ontdekkingen zouden doen als het gaat om de wijze waarop kinderen (en volwassenen) leren? Is het het middel, dat verantwoordelijk is voor de positieve effecten of is dat de leerkracht die het middel hanteert? Hij of zij moet, zoals gezegd, de middelen en de mogelijkheden kennen, maar dan wel in samenhang. Met elkaar, maar ook in samenhang met de visie van de school en met wat de leerlingen op die school nodig hebben. Dat vraagt om een professionele ICT-coördinator, die samen met de directeur en de IB-er het team voorlicht en begeleid en hen helpt samenhang aan te brengen.

dinsdag 30 november 2010

De meerwaarde van digitale methodische materialen

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “De meerwaarde van digitale methodische materialen”. In dit artikel een eigen reflectie op het onderwerp aangevuld met opmerkingen vanuit de discussie.

Het begrip ‘digitale methodische materialen’ vraagt eerst om een toelichting. Het meest bekend en ingeburgerd is de methodegebonden educatieve oefensoftware. Daarnaast zijn er de aanvullende digitale opdrachten, al dan niet webbased. En tot slot de digitale versie van de boeken en werkboeken, al dan niet interactief. Bij deze laatste rekenen we ook de methodegebonden instructiesoftware voor leerkrachten.


De methodegebonden oefensoftware is op veel scholen al lange tijd in gebruik. Voordeel is, dat het aansluit op de methode wat betreft aanpak, onderwerp en lay-out. Vaak ook is de registratie van het werk van de leerlingen goed op orde. Uiteraard ook hier weer de nodige accent- en kwaliteitsverschillen. Met de komst van internet ontstond ook de mogelijkheid om online aanvullingen te plaatsen. Te denken valt daarbij aan uit te printen materialen, maar ook aan online opdrachten. Voordeel was, dat het snel aan te vullen en actueel te houden was door de uitgevers.

Met name door de komst van de digitale schoolborden ontstond er vanuit de scholen een toenemende vraag naar digitale materialen passend bij de methode. Scholen gingen zelf aan de slag met het inscannen van hun methodematerialen. Uitgeverijen waren daar niet blij mee, immers de copyright was in het geding. Het duurde dan ook niet lang of de uitgevers boden zelf de digitale versie aan van de materialen. Sommigen zetten daarbij ook meteen de stap naar een wat meer interactieve versie, waarbij bijvoorbeeld instructietools, links, aanvullende afbeeldingen, etc. direct vanuit het materiaal waren te openen.

Met de komst van Classmates en Ipads en dergelijke neemt de vraag naar digitaal materiaal toe. De vraag bij deze materialen is: Wat voegen ze toe aan het papieren materiaal, zoals we dat jarenlang hebben gebruikt. Deze vraag was min of meer ook de aanleiding voor de stelling. In de praktijk komen we regelmatig leerkrachten en docenten tegen, die het materiaal, dat methodeuitgevers aanbieden aan scholen, een aanfluiting vinden. “Het is niets meer, dan een ingescande versie met soms wat extra toeters en bellen, maar echt meerwaarde heeft het nauwelijks, behalve dan financieel voor de uitgevers zelf.” Zo maar een gehoorde opmerking. De vraag is dan in hoeverre een opmerking als deze terecht is.

vier in balans
We moeten hierbij onderscheid maken tussen enerzijds de meerwaarde van het digitale materiaal zelf en anderzijds de meerwaarde van het gebruik ervan. Uiteraard heeft het één daarbij invloed op het ander. In dit proces hebben we te maken met de mogelijkheden en onmogelijkheden van het digitale lesmateriaal, de kwaliteit en de mogelijkheden van de ICT-infrastructuur, de deskundigheid van de leerkracht en last but not least met visie oftewel met de Vier in Balans (Kennisnet).

In de discussie werd aangegeven, dat het begint met de vraag wat de school nu eigenlijk wil. Wat is je visie op onderwijs, wat zijn je lesdoelen, wat wil je bereiken met je leerlingen? Daarna komt pas de vragen waarmee en hoe. Als school zet je de lijnen uit en vervolgens ga je op zoek naar daarvoor geschikte wegen en materialen. De materialen van educatieve uitgeverijen zijn daarbij een mogelijkheid, maar niet dé mogelijkheid.

Kies je voor digitale materialen, al of niet methodegebonden, dan dient vervolgens de vraag zich aan of wat betreft organisatie haalbaar is. Zijn er voldoende computers, laptops, digiborden, classmates of Ipads om het ook daadwerkelijk effectief in te kunnen zetten? Wat is daarvoor organisatorisch nodig? Hebben we de leerkrachten en het ondersteunend personeel voldoende kennis en vaardigheden?

succesfactoren
Succesfactor in dit geheel is de vraag of de vier aandachtgebieden daadwerkelijk in balans zijn. Want het materiaal kan nog zo goed zijn; als de leerkracht er niet mee kan werken behaal je niet het gewenste rendement. En de leerkracht kan nog zo vaardig zijn; als er maar een beperkt aantal computers beschikbaar is of een slechte internetverbinding dan kom je niet daar waar je wilt. Het één kan niet zonder het ander.

In de discussie werden enkele aspecten genoemd waar digitaal materiaal tenminste aan zou moeten voldoen. Allereerst dat het de mogelijkheid biedt tot actueel onderwijs en tot het actueel houden van de materialen. Steeds nieuwe boeken aanschaffen is niet meer nodig, want je hebt altijd de meest actuele versie online beschikbaar. Uitgevers hoeven niet meer een hele methode aan te passen maar kunnen delen aanpassen, die niet meer actueel zijn of die achterhaald zijn vanwege nieuwe (didactische) inzichten.

Een ander belangrijk aspect is, dat het leerkrachten in staat stelt efficiënt te werken, zowel in de voorbereiding van als de uitvoering van de les. Daarnaast moet het voor de minder ervaren en vaardige leerkracht een goede basis leveren en voor de meer ervaren en vaardige leerkracht voldoende mogelijkheden en flexibiliteit bieden om naar eigen inzicht arrangementen te wijzigen of aan te vullen. Deze eigen arrangementen en materialen zouden eenvoudig opgeslagen en gedeeld moeten kunnen worden. In dit kader verwijzen we ook graag naar het verslag van een eerdere discussie: ‘Lesmateriaal volgens het maggi-pricipe’.

Ook interactiviteit is een wezenlijk aspect. Leerlingen moeten worden uitgenodigd en uitgedaagd om met het materiaal aan de slag te gaan, op onderzoek te gaan in aanvullende bronnen, te reageren, enzovoort. Koppeling met verschillende beschikbare (moderne) media is in deze tijd daarbij een must. En ruimte voor het ontdekkend en ervarend leren van leerlingen.

Leerlingen en leerkrachten aan het werk met actueel, uitnodigend, uitdagend, interactief en innovatief materiaal van hoge kwaliteit. Vol verwachting klopt ons hart waarmee de uitgevers ons op de NOT in januari verrassen!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Wiswijzer2 , @Mennovh , @uitgaca, @robertdevilee , @YFab1 , @Citowoz , @JoostWissink , @ronnyvoorhuis , @lexhupe , @Timgearz , @PascalMarcelis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 23 november 2010

Aantal computers niet van belang, maar de inzet ervan

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Met slechts 2 pc's voor 30 lln. toch inhoud geven aan onderwijs met ict. Hoe doe jij dat?”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting van de discussie.

Een veel gehoorde verzuchting van leerkrachten is: “Ik heb maar twee computers in de klas, dus dat gaat toch niet lukken.” Het klinkt wellicht wat negatief en wellicht ook eenzijdig. Maar desalniettemin wel een feit op veel scholen. Geen Derde Wereld-praktijken, maar Hollandse realiteit. Met een discussie rond dit onderwerp wilden we concrete tips op een rijtje krijgen voor leerkrachten, die zich in genoemde verzuchting herkennen.

Allereerst is het goed de vraag naar de oorzaak op tafel te leggen. Immers scholen krijgen geld van de overheid voor ICT. Of wordt het sinds de invoering van lumpsum aan andere zaken besteed? Maken scholen of besturen de juiste keuzes als het gaat om inversteringen, die gedaan worden? Wanneer we een richtlijn aanhouden van 1 pc op 6 leerlingen, dan zouden er in een klas van 30 leerlingen dus 5 moeten staan. Vaak maken scholen de keuze om een deel van de computers in de lokalen te zetten en een ander deel in de gang of gemeenschapsruimte of in een computerlokaal. Het heeft allemaal zo zijn voor- en nadelen.

Overigens zegt het aantal niet alles! Sommige scholen zitten ruim in de computers, maar ze worden maar amper gebruikt. Goed dus om ook naar de leertijd per computer te kijken. Dat vraagt enerzijds om visie op onderwijs met ICT en anderzijds om organisatie. Maar pas op: Blijf niet alleen maar praten over visie en organisatie terwijl er ondertussen niets gebeurt en timmer niet alles dicht met afspraken. Er moet ook ruimte blijven om gewoon te ontdekken en te ervaren wat de mogelijkheden zijn van onderwijs met ICT, zonder dat het vooraf allemaal is doordacht en vastgelegd. Zoek daarin naar een gezonde balans. Maak afspraken waar dat noodzakelijk is en hou daarnaast zoveel mogelijk ruimte voor creativiteit van de leerlingen en de leerkracht.

Een paar concrete aandachtspunten en tips op een rijtje:

Visie
  • Organisatie rond de inzet van computers is geen zaak van een individuele leerkracht maar van de school als geheel.
  • Begin niet bij de PC, maar bij het gewenste onderwijskundige resultaat.
  • De ICT-coordinator is niet iemand die muizen repareert, maar een onderwijskundig inspirator die op onderwijskundige waarde wijst.
  • Maak doelen van het onderwijs concreet vanuit leerlijnen om zo tot inzet van bijv. software te komen.
  • Zorg voor voldoende kennis van de aanwezige software, zodat deze ook optimaal ingezet kan worden.
  • Ontdek de mogelijkheden van (vaak gratis of veel goedkopere) Open Source programma’s of Web2.0-toepassingen.
  • Gebruik de computer niet alleen als oefenmiddel, maar ook als middel voor leerlingen om kennis te verwerken, te ordenen, aan te vullen en te delen. (Zie ook de Taxonomie van Bloom)
Organisatie
  • Laat leerlingen waar mogelijk samenwerken op de computer. In veel gevallen verhoogt dat het leerrendement.
  • Gebruik zelf als leerkracht de computer niet in lestijd, maar na schooltijd of in de pauze.
  • Spreek aan het begin van het schooljaar af welke klas op welke tijdstippen gebruik mag maken van de computers in gemeenschappelijke ruimten. Maak een rooster, zodat iedereen er rekening mee kan houden. En onderling ruilen kan natuurlijk altijd.
  • Maak gebruik van circuits, waarbij telkens een deel van je groep op de computer aan het werk is.
  • Wanneer groepen naar gym of zwemmen zijn of wanneer onderbouwgroepen maar een halve dag hebben, staan de computers ongebruikt in het lokaal. Maak ook hiervoor een rooster, zodat kinderen uit andere groepen er gebruik van kunnen maken.
  • Hang naast de deur van elk klaslokaal voor elke computer in dat lokaal een kaartje met een rode en groene kant. Hangt het kaartje op rood, dan is de pc in gebruik, hangt hij op groen, dan is de pc beschikbaar voor leerlingen uit andere groepen.
  • Tel hoeveel computers er in gebruik zijn door bijvoorbeeld de directie, de IB-er en de administratie. Vaak staan deze computers staan in ruimten, die alleen voor personeel toegankelijk zijn en vaak worden ze maar een beperkt deel van de week gebruikt. Maak eens bespreekbaar of betrokkenen niet op een laptop kunnen werken, die op dagen dat ze niet op school zijn, door andere collega’s of leerlingen gebruikt kan worden.
  • Computers aan digiborden worden vaak ook maar deels gebruikt. Ga na of het mogelijk is om bijvoorbeeld met een VGA-splitter ook een gewoon beeldscherm op deze pc aan te sluiten, zodat leerlingen ook hiervan gebruik kunnen maken wanneer het digibord niet in gebruik is.
Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Mennovh , @hereisaz , @RinekeDerksen , @NathanVla , @Kletskous , @ellishouben81 , @Bica10 , @Emiel2punt0 , @eRKa58 , @PascalMarcelis , @Wiswijzer2

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 26 oktober 2010

De werkplek van de leerkracht over 10 jaar

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “De werkplek van de leerkracht over 10 jaar”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Een discussie over de toekomst blijft altijd lastig. Technische ontwikkelingen gaan snel en laten zich niet altijd voorspellen. Vervolgens dient dan de vraag zich aan wat realistisch haalbaar is voor het onderwijs, inhoudelijk maar ook financieel. En tot slot of de leerkrachten en docenten er mee uit de voeten kunnen. De discussie werd dan ook iets breder dan de stelling.

Terugblik
Kijken we terug op de afgelopen 10 jaar, dan zijn er heel wat technische ontwikkelingen geweest. Vaak zijn ze uit ons persoonlijke leven ook niet meer weg te denken. Sta eens stil bij hoeveel er tegenwoordig digitaal gedaan wordt, hoeveel mensen met een mobiele telefoon of een opvolger daarvan rondlopen, hoe vaak u pint in plaats van contant betaalt, hoeveel emails u verstuurt. Kijk ook naar de tijd die leerlingen thuis doorbrengen achter de pc of spelcomputer.

Kijken we naar de technologische ontwikkelingen binnen een schoolgebouw, dan wordt het rijtje gemiddeld genomen al een stuk korter. In veel basisscholen deed het digitale schoolbord zijn intrede. In elk geval een in het oog springende verandering, maar ook een inhoudelijke? Verder zijn de computers en de (draadloze) netwerken ietsje sneller geworden en wordt er wat meer digitaal gedaan. Maar de kloof met de wereld buiten de school lijkt groter te worden. Of zijn we dan te negatief?

Onderwerpen, die meer dan vijf jaar geleden al door bijv. Kennisnet onder de aandacht werden gebracht, beginnen nu heel langzaam een beetje vorm te krijgen. Wat zou je bijvoorbeeld veel kunnen doen met Video-conferencing! Nu, jaren later, wordt er mondjesmaat gebruik van gemaakt en dan als heel vernieuwend gebracht!

Vooruitblik
Kijken we vooruit naar de komende 10 jaar, dan is voorzichtigheid dus op zijn plaats. Wat kán, hoeft niet persé ook te gebeuren. Er zijn veel vragen. Hoe snel zullende ontwikkelingen binnen het onderwijs daadwerkelijk gaan? Zijn we in staat om de kloof te overbruggen of wordt deze alleen maar groter? Zullen we ooit in staat zijn om met ons onderwijs leerlingen voor te bereiden op hún toekomst? Vanuit ontwikkelingen in andere landen zijn sommige vragen wellicht te beantwoorden. Tegelijkertijd zien we in landen waar technologische ontwikkelingen veel meer geïntegreerd zijn ook heel andere onderwijssystemen. Zit daar wellicht de sleutel?

Leerlingen komen thuis en in de maatschappij met steeds meer technologische ontwikkelingen in aanraking. Digitaal is voor hen heel normaal. Ze weten haast niet beter. Met kennis en vaardigheden, die ze spelenderwijs overal om zich heen oppikken, stappen ze de school binnen. Maar wat doen we er vervolgens mee in ons onderwijs?

De leerling leert altijd en overal en zeker niet alleen op school. Daarin zal hij begeleid moeten worden: helpen om verbanden aan te brengen, om kaders en structuur aan te brengen. Kennis zal zeker door oudere leerlingen in het VO, MBO en HBO meer worden opgedaan in de praktijk met de docent op afstand. Daarbij zal meer gebruik worden gemaakt van digitale leeromgevingen, waarin leerlingen elkaar en met hun docent kennis en informatie delen en elkaar van feedback voorzien. Voor het geven van feedback op huiswerk is een gang naar school niet altijd noodzakelijk. Maar kan bijvoorbeeld de digitale leeromgeving worden gebruikt met wellicht een spreekuur via de webcam. Contacturen waarbij iedereen dan wel aanwezig is kunnen dan meer effectief worden ingevuld.

De leerkracht zal steeds meer regisseur , arrangeur en begeleider zijn, hoewel zeker voor leerlingen in PO en begin VO de roep om echte leer-krachten en docenten ook weer sterker wordt. In deze veranderende setting zullen zowel van leerlingen als van leerkrachten de nodige vaardigheden worden gevraagd en een andere manier van werken. De applicaties die ze nodig hebben zullen steeds meer online beschikbaar zijn en niet meer afhankelijk van één bepaalde computer. ICT als middel om de kerntaken in het secundaire proces efficiënter uit te voeren om vervolgens ook in het primaire proces effectiever te kunnen werken.

Leerlingen enthousiast maken en verwondering en nieuwsgierigheid oproepen; dat is waar het om gaat en waarvoor ICT een geweldig hulpmiddel is, als bron, maar ook als verwerkingsmiddel. Samenwerken via de computer aan allerlei opdrachten met klasgenoten, maar ook met bijvoorbeeld leeftijdsgenoten elders in de wereld. Gebruik maken van de sociale netwerken van de leerlingen. Over de schoolmuren en landsgrenzen heen kijken. Dat vraagt van de leerkracht kennis van en overzicht over de beschikbare middelen en de vaardigheid ze op het juiste moment goed in te zetten. Welke applicatie of welk apparaat daarbij gebruikt wordt is niet van belang. Echter ze moeten snel en gemakkelijk bij de hand zijn. Het gaat om de timing en de doelgerichtheid. Om bewuste keuzes: Wanneer geef ik als leerkracht de informatie, wanneer halen we dat van het internet of uit een boek? Wanneer vertel ik als leerkracht en wanneer laat ik het de leerlingen elkaar vertellen. Leerlingen laten meedenken over welke toepassingen handig zouden kunnen zijn om te gebruiken.

Aan de schoolleiding de taak om ervoor te zorgen, dat het personeel hiervoor goed voorgesorteerd staat door middel van visie, beleid, scholing, bezinning, onderscheidingsvermogen en vaardigheidseisen. Niet het gereedschap is vernieuwend, maar degene die het gebruikt!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @Netwijs , @Mennovanh , @MevrouwtjeT , @karinvang , @Laagwater , @pavl , @PieterHendrikse , @KoenElbers , @JelvanRijn , @henkheurter , @PascalMarcelis , @MarcelMarkvoort , @florinablokland , @inabel , @Marlies74 , @woutertinbergen , @Denkbeeldhouwer , @wytze , @ICT4schools , @easycontent , @hereisaz , @halfje_bruin , @LudyBronsema , @E_Nessa , @ronnyvoorhuis

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!