Posts tonen met het label beleidsplan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beleidsplan. Alle posts tonen

woensdag 18 mei 2011

Wat werkt op school?

Stel: een school verhuist naar een nieuwe locatie met nieuw meubilair en veel moderne leermiddelen. In het personeelsbestand heeft zich een groot aantal wijzigingen voorgedaan. Er is een enthousiaste directeur en dito ICT coördinator. Het team staat open voor vernieuwingen, zonder nu meteen de vertrouwde werkwijze in één keer overboord te willen zetten.
Het geeft mogelijkheden voor een nieuwe start en biedt potentie om de gang van zaken op school opnieuw tegen het voetlicht te houden. Zo dacht ook Marten Hazenberg, directeur van CBS Van Panhuys uit Leek erover. Hij is zich gaan oriënteren op een ander onderwijsconcept. Wat wil ik in mijn school veranderen en hoe kan ik dat aanpakken? Wat is nu daadwerkelijk effectief? Natuurlijk passeren in zo’n denkproces woorden als Dalton, Jenaplan en Montessori de revue.

Hij liep (via www.watwerktopschool.nl ) aan tegen een onderzoek van onderwijswetenschapper Marzano. Uit een meta-analyse van 1.200 onderwijsonderzoeken (zowel uit de VS, Canada en Europa) is gebleken dat er 11 factoren zijn die een positieve invloed hebben op de leerprestaties. Een van de 11 is bijvoorbeeld de didactische aanpak van de leraar. Als die beter wordt, krijgen we hogere leerprestaties. Vervolgens is per factor op basis van de onderzoeken vastgesteld welke zaken specifiek tot hogere leerprestaties leiden.




Hierbij is dus niet gekozen voor één van de heersende onderwijsopvattingen, maar voor een samenstel van de meest effectieve elementen. Op basis hiervan besloot CBS Van Panhuys een nieuwe impuls te geven aan onderwijsvernieuwing.
Men heeft ervoor gekozen om de factor ‘Pedagogisch handelen en Klassenmanagement’ als eerste aan te pakken. Deze staat het dichtst bij de lespraktijk. Van daaruit worden in een meerjaren traject de andere factoren uitgewerkt.

ICT speelt hierbij een rol. De ICT coördinatrice heeft gesprekken gehouden met teamleden en observaties in de klassen gedaan m.b.t. het gebruik van ICT in de klassen. Daarna is in overleg met de directie is een beleidsplan opgesteld. De eerste opmerking in dit plan is dat de school een geleidelijke overgang wil van onderwijs als overdracht (globaal gezegd: oefenen op niveau met ICT) naar interactief onderwijs (waarbij leerlingen meer samenwerken, zelf op onderzoek gaan en hun werk goed kunnen presenteren). ICT als hulpmiddel om de leerstof te oefenen staat, net als pedagogisch handelen en klassenmanagement’, dicht bij de belevingswereld en praktijkervaringen van de leerkrachten. Vanuit die basis is de ontwikkeling gemakkelijker te realiseren. In die zin sluiten de ingeslagen weg en de inzet van ICT goed op elkaar aan.

Enkele doelen van het ICT beleidsplan die op korte termijn gerealiseerd gaan worden:
• We willen educatieve software inzetten dat delen van de methode voor taal/lezen en rekenen vervangt en alle mogelijkheden die het programma daarvoor in zich heeft benutten. De programma’s bieden ons structuur en de leerling en leerkracht kunnen de ontwikkeling goed volgen.
• Wij willen leerkrachten die de programma’s waar de leerlingen mee werken, beheersen zodat we een goede coach kunnen zijn.

Dit klinkt nog niet zo vreselijk ambitieus en vernieuwend, maar het is een bewuste keuze: starten bij de belevingswereld van de leerkrachten. Van daaruit worden in de komende jaren stappen gezet naar een interactief gebruik van ICT. Die ambities zijn tevens verwoord als doelstellingen in het genoemde plan.
Wij wensen de school veel succes!

dinsdag 8 februari 2011

ICT-leerlijn bepaald door onderwijsinhoud en ervaring

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Een Leerlijn ICT is volkomen achterhaald!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting. Hoewel de gebruikte voorbeelden op het basisonderwijs zijn gericht, zijn de principes breed toepasbaar.

Veel scholen, stichtingen of verenigingen zijn weer druk bezig met hun beleidsplannen voor de komende jaren. Ze ontkomen daarbij niet aan de vraag hoe ICT daarin een plekje krijgt. Wordt het een apart plan, wordt het een paragraaf of gaan we voor volledige integratie? Al eerder voerden we er met #netwijs Discussie Dinsdag een discussie over.
Een andere vraag, daar mee samenhangend is, is de vraag hoe wordt omgegaan met de vaardigheden van leerlingen als het gaat om de inzet van ICT in het onderwijs. Wat doen we met de eisen die de Inspectie aan de scholen stelt, bijvoorbeeld in het Waarderingskader ICT? Is er naast een leerlijn rekenen, een leerlijn wereldoriëntatie ook een leerlijn ICT-vaardigheden? Of gaan we ook hier voor integratie?

De vraag laat zich niet direct met ja of nee beantwoorden, zo bleek tijdens de discussie. Dat ICT en de daarbij horende vaardigheden geen doel op zich mogen zijn, daarover is iedereen het snel eens. Toch is dat op veel scholen nog wel de praktijk. Leerlingen leren bij kleuters muisvaardigheden, gaan in groep 3 met Paint aan de slag, in groep 4 met Microsoft Word, enzovoort. het doel is uiteindelijk, dat ze in groep 8 zelfstandig werkstukken in Word en presentaties in Powerpoint kunnen maken.
Hier zijn wat vragen bij te stellen. Hoe ga je deze vaardigheden aanleren? De praktijk op veel scholen is, dat er maar een beperkt aantal computers beschikbaar zijn. Gaan ze er dan om beurten mee aan de slag? Hoe vaak is een leerling dan aan de beurt en hoe lang duurt het dan voordat hij/zij de vaardigheid beheerst? Welk materiaal wordt er voor gebruikt en staan daarin de relevante vaardigheden om het uiteindelijke doel te bereiken? En wat als de leerlingen de vastgestelde vaardigheden al beheersen? Mogen ze dan verder met de vaardigheden, die gepland staan voor een volgend schooljaar? Of gaan we verdiepen?
Gaan we voor het integreren van ICT in de dagelijkse lespraktijk, hetgeen bij alle deelnemers de voorkeur heeft, hebben we dan dat probleem niet? Feit is, dat kinderen al heel jong hun eerste ervaringen opdoen met de computer en andere (digitale) apparatuur. Ze komen dus met ervaring de school binnen.

Laten we een vergelijking maken met schrijven. Hebben we een leerlijn ‘Potlood en pen’? Als we kinderen leren schrijven, hebben ze al een heel traject achter de rug. Thuis hebben ze al heel wat ervaring achter de rug met wasco, potloden en stiften. Spelenderwijs ontdekken ze de mogelijkheden en onmogelijkheden. Eenmaal op school gaat dat proces verder. Door het aanbieden van diverse materialen wordt spelenderwijs de motoriek gestimuleerd. Zelfs het spelen met bijvoorbeeld klei is een goede oefening in dat proces, al zien kinderen daar zelf geen enkel verband tussen. Ook de ontdekking, dat je met potloden een heel ander resultaat krijgt, dan met bijvoorbeeld stiften en dat beide ook weer naders gebruikt moeten worden, zijn belangrijke leerervaringen. Langzamerhand komen dan de schrijfoefeningen, de aandacht voor de potloodhantering, enzovoort. Ook wordt de link gelegd tussen het gesproken en geschreven woord.
Het ene kind kan al wat woordjes lezen als het naar school gaat, of eigenlijk moeten we zeggen: herkent al sommige woordjes, voor het andere kind zijn niet meer dan vreemde tekentjes. Bij sommige leerlingen lijkt het allemaal vanzelf te gaan. Bij de ander moet de juf of meester regelmatig bijsturen of eens apart gaan oefenen met bepaalde vaardigheden. De leerkracht heeft daarbij altijd een hoger doel in het achterhoofd: Uiteindelijk willen we, dat kinderen leren lezen en schrijven. En dat is weer nodig om goed te kunnen communiceren.

Dit voorbeeld illustreert, dat we te maken hebben met een leerproces waarin de leerling van punt A naar B gaat. Om daar te komen, zijn er vaardigheden nodig. Soms heeft het kind zich deze spelenderwijs zelf eigen gemaakt. In andere gevallen is daar stimulans en begeleiding nodig. De leerkracht weet als professional welke middelen en werkvormen daarvoor geschikt zijn en op welk moment. Is een leerling reeds bij punt B aangekomen, dan richten we de aandacht op het volgende punt. We willen immers, dat het kind zich verder ontwikkelt?

Terug naar de ICT-vaardigheden. We willen graag, dat leerlingen in groep 6 een werkstuk digitaal inleveren. Daar stellen we uiteraard enige eisen aan. De tekst moet opgemaakt zijn, de spelling moet in orde zijn, de teksten mogen niet zomaar van internet geplukt zijn, er moeten plaatjes bij staan, enz. Dit vraagt de nodige vaardigheden. Op het gebied van tekstverwerken, maar ook op het gebied van het zoeken naar en verwerken van informatie. Hoe controleer je of de informatie die je hebt gevonden ook klopt? Zaken, die niet van elkaar te scheiden zijn. Ook hier geldt, dat de leerkracht moet kunnen beoordelen welke vaardigheden nodig zijn en of dat ook daadwerkelijk het geval is bij de leerlingen. En wanneer dat niet het geval is, welke begeleiding nodig is.
Als vervolg hierop kan ook gekeken worden naar verschillende programma’s die je kunt gebruiken om een werkstuk te maken. Of naar de mogelijkheid om de werkstukken online te publiceren. Daarbij gaat het er niet alleen om hoe je dat doet, maar ook om de zaken waar je rekening mee moet houden: bronvermelding, beeldrechten, privacy, etc. Daarmee maak je het werkstuk nog meer betekenisvol (ook mensen buiten school kunnen het lezen), maar koppel je het ook met meerdere leerdoelen. Een aardrijkskundewerkstuk komt zo in een breed kader te staan.

We bieden op school een breed pakket aan vakgebieden aan. Bij veel van die vakken kan ICT worden ingezet: om lesstof in te oefenen of die te verwerken, om informatie te zoeken, om te communiceren, enzovoort. Wil ik leerlingen een telefoongesprek laten oefenen, zoals de taalmethode voorschrijft, dan kan ik ze dat laten doen met hun hand als telefoon. Maar ik kan ook gebruik maken van bijvoorbeeld Skype. Door dat gewoon te doen, maken de leerlingen vanzelf kennis met het middel. Het kan ook zijn, dat er iets mis gaat. Een leerling sluit per ongeluk het programma af. Weet de leerling (of één van de anderen) hoe je het programma weer opstart? Dit zou aanleiding kunnen zijn om een moment te plannen om concreet met een bepaalde vaardigheid te oefenen om ervoor te zorgen, dat het de volgende keer beter loopt en mijn lesdoel (een gesprek voeren via de telefoon) niet (weer) in gevaar komt.

Zo kunnen we tal van voorbeelden noemen. Als leerkracht weet je de lesdoelen van een bepaalde les. Je kent de middelen, die je daarvoor in kunt zetten. En je kunt bepalen welke vaardigheden daarvoor nodig zijn en of de leerlingen deze beheersen. Je maakt daarbij een keuze of je dat vooraf doet of alleen wanneer dat nodig blijkt. Dat leerlingen ook zelf veel kunnen uitvogelen, blijkt uit de inmiddels steeds meer bekende experimenten van Sugatra Mitra.
Voor de meer gevorderde leerlingen kan ook gedacht worden aan de mogelijkheid om te experimenteren met Open Source-programma’s. Hoe zit de software in elkaar en hoe kunnen we die manipuleren? Leuk om eens iemand uit te nodigen, die daar in thuis is en die met een groepje leerlingen aan de slag te laten gaan.

Om de juiste middelen in te kunnen zetten, betekent het dus wel, dat kennis van ICT-middelen voor de leerkracht noodzakelijk is. Om daarin als team verder te komen, kan een leerlijn een goed hulpmiddel zijn om ervoor te zorgen, dat leerlingen een bepaald minimumaanbod krijgen. In feite is de leerlijn dan meer een stok achter de deur voor de leerkrachten, dan een weergave van de ontwikkeling die leerlingen moeten doormaken.
Gaandeweg zal in de praktijk blijken welke vaardigheden daarbij belangrijk zijn om aan te leren en ook in welk stadium. Zo kan typvaardigheid bijvoorbeeld een onderdeel zijn, dat waardevol is om een structurele plek te geven. Ook zaken die we vaak onder Mediawijsheid vatten verdienen zeker de aandacht. Maar ook hierbij geldt weer, dat telkens gezocht moet worden naar een geïntegreerde aanpak. Daarmee sla je een dubbelslag en verhoog je het rendement van je onderwijs.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @AndresProgress , @JaapSoft , @Mennovh , @olafiolio , @elkedas , @TomV , @karinwinters , @eRKa58 , @Marathonkeje , @flovanlieshout , @Wiswijzer2 , @Kletskous , @mariekemove , @ardhuizinga , @ellishouben81 , @MevrouwtjeT , @sienjaal , @PascalMarcelis , @Helikon

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 19 oktober 2010

Apart ICT-beleidsplan geeft aan, dat ICT niet geïntegreerd is in het onderwijs

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Apart ICT-beleidsplan geeft aan, dat ICT niet geïntegreerd is in het onderwijs”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Basisscholen zijn gewend om elke vier jaar een schoolplan te schrijven. Vaak wordt daarbij dan ook een ICT-beleidsplan opgesteld. Soms wordt dat bovenschools gedaan en vervolgens in jaarplannen vertaald naar de school. In de loop der jaren is dat zo gegroeid. Scholen kregen een speciaal budget van de overheid voor ICT. De inzet daarvan moest natuurlijk wel verantwoord kunnen worden en goed onderbouwd. Het ICT-beleidsplan was daarvoor een prima middel. Soms geschreven door de directeur, soms door de ICT-coördinator.

Maar is dat nog van deze tijd? Wanneer we vinden, dat ICT geïntegreerd moet zijn in het onderwijs en verweven dient te zijn in de lessen, waarom dan een apart ICT-beleidsplan? Als ICT een middel is en geen doel op zich, waarom dan toch nog de ‘Status aparte’? Immers het geoormerkte budget bestaat ook niet meer sinds de lumpsum-financiering is ingevoerd. En maken we bij andere activiteiten en hulpmiddelen er ook zoveel werk van? Een beleidplan zelfstandig werken?Een beleidplan rekenonderwijs, een beleidsplan sociaal emotionele ontwikkeling?

Praktijk
Even terug naar de praktijk. Op veel scholen was het ICT-beleidsplan een papieren tijger. Het werd geschreven omdat het moest, soms ook wel in het team besproken, maar eenmaal vastgesteld, wist niemand meer wat er ook al weer in stond. Men ging over tot de orde van de dag. Het was afhankelijk van enthousiaste leerkrachten en de ICT-coördinator of de doelen bereikt werden. Een grondige evaluatie was eigenlijk niet aan de orde en met wat knippen en plakken werd het nieuwe beleidsplan geschreven.
Uit de Vier-in Balans Monitor 2010 blijkt opnieuw, dat de meeste scholen wel een ICT-beleidsplan hebben, maar dat minder dan twee derde van de scholen deze ook daadwerkelijk gebruikt. Deze percentages liggen weliswaar iets hoger dan in 2009, maar geven toch aan, dat scholen hier mee worstelen. Eén op de 3 scholen zet wel wat op papier, maar doet er vervolgens niets mee.
Daarmee is overigens niet gezegd, dat er niets met ICT wordt gedaan of dat het budget over de balk wordt gegooid. Het geeft wel aan, dat ICT niet verweven is met het onderwijs en bewust wordt ingezet als middel om een doel te bereiken. Ook spreekt het niet van een gedragen visie of van een document, dat slechts verwoord wat het team zou willen. Typerend is de ervaring van een docent van de Netwijs Opleiding. Hij liet een groep ICT-coördinatoren het visiedocument van hun eigen school uit een stapel halen. Dat bleek een lastige klus!

Wel of geen beleidsplan
Dan maar het ICT-beleidplan de deur uit? In de discussie kwamen we er op uit, dat dat niet de weg is. Er moet een basis zijn waarop teruggevallen kan worden om te beoordelen of doelen zijn gehaald. Anders is het te vrijblijvend. Bovendien is het plan het resultaat van een goed afgewogen oordeel en voorkomt het gefragmenteerde besluitvorming en ook blijft het punt van het kunnen verantwoorden van het ingezette budget. Daarom verdient aanbeveling om planmatig aan zaken te werken. Het opleggen van een plan heeft geen effect. Scholen zullen dus eerst moeten bespreken en bepalen waarom ze ICT in het onderwijs willen inzetten. Daarbij dient een koppeling gemaakt te worden met de algemene visie op onderwijs en op leren. Vervolgens moet dat concreet gemaakt worden in beleid. Ook daarbij is het belangrijk om weer een relatie of koppeling te leggen met ander beleid en gekozen speerpunten. Heeft een school bijvoorbeeld het bevorderen van de taal-lees-ontwikkeling als speerpunt, dan kan met het oog daar op beschreven worden hoe ICT een rol gaat spelen in het bereiken van de gestelde doelen en wat de gewenste effecten zijn. Vervolgens wordt daarbij dan ook beschreven wat er nodig is omdat te realiseren. Dat kan scholing van het team zijn, klassenconsultatie, coaching, investering in hardware of het opzetten van een werkgroep. Het goed formuleren van de beginsituatie is daarbij dus van groot belang. Het zo concreet mogelijk maken van de plannen eveneens. Zoals één van de deelnemers het verwoorde: “ICT-beleid is nodig als kader voor korte termijn acties, rekening houdend met de lange-termijn-visie. Bewuste beslissing over investering in ICT”.
Overigens kan er ook voor gekozen worden om een algemeen strategisch beleidsplan op te stellen waarin ICT ofwel als hoofdstuk is opgenomen ofwel geïntegreerd is in de verschillende beleidsterreinen. Door middel van projectplannen kan dan een verdere uitwerking plaats vinden gericht op het realiseren van één of meer gezamenlijk gekozen doelen.

Welke vorm ook gekozen wordt, van belang is, dat er draagvlak is van het team. Dat voor iedereen duidelijk is, waarom er bijvoorbeeld met een bepaald softwarepakket gewerkt gaat worden, ze weten dat ze daarbij geholpen en begeleid worden en het meehelpt aan het bereiken van een gezamenlijk doel. Het maken van een plan heeft pas zin, wanneer men meegenomen is op de weg daar naar toe en er dus herkenning is.

Oriëntatie en verkenning
Om als team te komen tot het bepalen van een visie is het van belang, dat men goede voorlichting krijgt. Niet iedereen is even goed op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van ICT in het onderwijs of heeft de benodigde vaardigheden. Voorlichting door de ICT-coördinator is dus belangrijk. Dat kan via een nieuwsbrief, door korte presentaties tijdens teamvergaderingen, het doorsturen van interessante links, een gesprekje met een individuele collega of door bijvoorbeeld samen als team iets te gaan uitproberen. Ook het instellen van een onderzoekswerkgroep, die zich verdiept in onderwijs en ICT en met een advies komt, kan een positieve bijdrage leveren aan het bepalen van visie. Te overwegen is of ook leerlingen daarbij een rol kunnen spelen: een leerlingen-ICT-werkgroep. Immers het gaan om hun toekomst! Een mooi citaat in dezen: “Voor leraren is de wereld van overmorgen de wereld van gisteren voor leerlingen”.
Na oriëntatie en verkenning kan dan samen de vertaalslag naar de eigen schoolsituatie gemaakt worden. Eerst verkennen, dan vanuit de schoolvisie keuzes maken en tot slot beleid formuleren en dat planmatig uitvoeren. Ook het schrijven van een beleidsplan moet dus planmatig worden aangepakt en is meer dan het invullen van een format.

Tot slot is het ook van belang, dat de uitvoering van de plannen ook verweven is in voortgangs- en functioneringsgesprekken. Lukt het om wat we hebben afgesproken ook in daden om te zetten? Welke struikelblokken kom je tegen en hoe kunnen we dat oplossen? Daarin ligt niet alleen een taak voor de ICT-coördinator, maar dus ook voor de directeur.

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd , @Netwijs , @robertdevilee , @michelboer , @amberwalraven , @pavl , @Bica10 , @PieterHendrikse , @FransDroog , @TanjavandenBerg , @rob_vandijk , @Marathonkeje, @Emmjee , @PascalMarcelis , @MeesterBoudewyn , @mariekemove , @MirandaWedekind , @BorisBerlijn

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!