Posts tonen met het label didactiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label didactiek. Alle posts tonen

maandag 13 augustus 2012

Microsoft Interactive Classroom


Interactief lesgeven, wie wil dat nou niet? Bezitters van Office 2007 en 2010 kunnen gebruik maken van Microsoft Interactive Classroom, een plug-in voor PowerPoint en OneNote (een programma waar je makkelijk notities mee kunt maken). Met Microsoft Interactive Classroom kan je je klas via PowerPoint vragen stellen en laat je je leerlingen deze vragen beantwoorden via OneNote. Bovendien worden alle aantekeningen van de leerkracht direct op het scherm van de leerling getoond, en kan de leerling daar zelf ook nog aantekeningen aan toe voegen.

Hoe werkt het voor de leerkracht?
Na de installatie verschijnen er in PowerPoint en OneNote een extra tabblad “Academic”. Op dit tabblad zijn diverse eenvoudige maar doeltreffende opties te vinden. Zo is er de mogelijkheid om multiplechoice vragen te maken. Met één klik op de knop verschijnt er een makkelijk aanpasbaar sjabloon waar de vraag plus de verschillende antwoorden ingevuld kunnen worden. Op deze manier zijn er ook “ja/ nee” en “waar/ niet waar” vragen te maken. Per vraag kunnen de antwoorden ook grafisch weergegeven worden in een staaf- of cirkeldiagram. Ook kan er per vraag een timer worden toegevoegd. Leerlingen hebben dan een bepaalde tijd om de vraag te beantwoorden. 

 
Wanneer je klaar bent met het maken van de vragen die je wilt stellen aan je klas klik je op “Start Session”. Er verschijnt een pop-up en je ziet de naam van de sessie (de naam van je PowerPoint bestand) waar je leerlingen zo dadelijk aan gaan deelnemen. Eventueel kan je een wachtwoord opgeven, zodat je weet dat alleen de leerlingen in jouw klas aan de sessie deelnemen.



Hoe werkt het voor de leerlingen?
Zodra de leerkracht de sessie start, kunnen leerlingen deelnemen aan de sessie in OneNote. Ook zij hebben een tabblad “Academic”. Op dit tabblad klikken zij op “Join Session”. Vervolgens kunnen zij de verschillende vragen beantwoorden. Aantekeningen van de leerkracht komen automatisch in het scherm van de leerling. Daarnaast kan de leerling ook nog zelf aantekeningen maken en opslaan.



Waarom zou ik op deze manier willen lesgeven? 
Werken met Microsoft Interactive Classroom is grotendeels hetzelfde als werken met stemkastjes. In o.a. dit blog is daar al uitgebreid op ingegaan.  Enkele belangrijke voordelen zijn:
  • Microsoft Interactive Classroom is eenvoudig in gebruik.
  • Leerlingen zijn meer betrokken. Elke vraag wordt door iedereen beantwoord, je komt dus altijd aan de beurt.
  • Het antwoorden gebeurt anoniem, dit betekent dat ook leerlingen die het normaal gesproken eng vinden om een vraag te beantwoorden, dat nu gewoon kunnen doen.
  • Directe feedback. Leerlingen hoeven niet te wachten tot hun werk is nagekeken, maar zien na elke vraag wat goed en wat fout is.
  • Zowel de aantekeningen van de leerkracht als die van de leerling blijven bewaard. Een leerlingen krijgt altijd de aantekeningen van de leerkracht te zien in zijn of haar eigen OneNote bestand. Hierbij kan de leerling ook nog eigen aantekeningen maken.
Als nadeel kan gezien worden dat alle leerlingen een eigen computer tot hun beschikking moeten hebben. Daarnaast werkt Microsoft Interactive Classroom werkt alleen binnen één netwerk.

Wilt u meer weten? Neem vrijblijvend contact op voor vragen, advies, ondersteuning, aanschaf of een inspirerende workshop om alvast op verkenning te gaan: Bel 0348 - 44 69 63 of maakt gebruik van het contactformulier. Een van onze onderwijsadviseurs neemt dan zo snel mogelijk contact met u op. 

dinsdag 24 juli 2012

Beter lesgeven deel 2

Momenteel ben ik het boek: Teach Like a Champion (door: Doug Lemov) aan het lezen. Het gaat in dit boek om 49 technieken om beter les te geven.

Toen ik de eerste hoofdstukken had gelezen, bedacht ik me allerlei ICT toepassingen die perfect aansluiten bij deze technieken. Klik hier voor deel één van mijn blogpost en de eerste 5 technieken.

Hieronder de volgende 5 technieken,  in vrije vertaling, met eigen voorbeelden en aanvullingen. Vul zelf ook gerust aan onderaan deze blogpost.


Techniek 6: Begin bij het eind, denk in doelen
Wat moeten mijn leerlingen weten, begrijpen, kennen en kunnen aan het eind van de les in plaats van: wat gaan de leerlingen morgen doen of maken … ? 
Begin de les met het doel. Op deze manier kun je aan het eind van de les controleren of je het doel hebt bereikt. 

Dupliceer het doel van de les aan het begin en eind
In je Powerpoint of digibordles kun je puntsgewijs de doelen benoemen, de tussenliggende dia's zijn de inhoud van de les, de filmpjes, de oefeningen, de mindmap, etc. aan het eind komt het doel van de les nogmaals terug en controleer je gezamenlijk of de doelen zijn bereikt.

Een mindmap of woordspin om de voorkennis te activeren en aan te vullen aan het eind met de nieuw geleerde kennis is ook een ideaal middel om vast te leggen wat de opbrengst van de les is geweest. Dit kan in de eigen bordsoftware of met http://www.mindmeister.com of https://bubbl.us/ 

Techniek 7: Het doel moet voldoen aan 4 M's

Managebaar (nieuw woord :)) Ook wel behapbaar. Je doel moet te realiseren zijn in één les. Bedenk voor jezelf 'het grote overkoepelende doel'  en maak daar kleine haalbare doelen van, zodat aan het eind van de lessenserie het doel is bereikt.

Meetbaar
Het doel voor de les moet meetbaar zijn, kortom bedenk een (controle) vraag of opdracht voor aan het eind van de les waarin het doel tot uiting komt. Sommige doelen zijn niet meetbaar. Als je als doel hebt dat de leerlingen het werk van een kunstenaar leren waarderen is dit niet echt goed te meten. Een beter doel in dit geval is dat leerlingen het werk van een kunstenaar kunnen omschrijven en er een gedetailleerd verslag van kunnen maken inclusief de achterliggende gedachte van de kunstenaar met het werk.

Meest belangrijke doel en Meest belangrijke doel eerst
Bedenk in je les wat het meest belangrijke doel is en begin ermee, zie ook techniek 6

Gebruik tools in je digibord software
In sommige software pakketten zitten prachtige sjablonen om oefeningen mee te maken. Sorteer oefeningen bijvoorbeeld in de Lesson Activity Toolkit van Smart, maar ook in Activ Inspire zitten dergelijke tools. Zorg ervoor dat het doel van je les in een oefening tot uiting komt.

Techniek 8: Post IT
Het doel van je les (of de doelen van je lessen) op een goed zichtbare plek in je klas, het liefst altijd op dezelfde plek, maakt het voor iedereen duidelijk wat er die dag centraal staat.

Gebruik de schoolwebsite of het klassenblog
Een schoolwebsite of klassenblog is een fantastisch middel om te publiceren en te communiceren. Op deze manier maak je ook de ouders deelgenoot van de doelen die centraal staan in de les. Bovendien leg je direct een logboek aan van alle doelen die er die week centraal hebben gestaan. De website van school wordt dan ook direct het vertrekpunt om de dagplanning door te nemen. Laat een aantal leerlingen hun ervaringen van die dag bloggen en laat hen de doelen toepassen. Een weblog of klassenwebsite is zo gemaakt met bijvoorbeeld: http://www.weebly.com/ 

Techniek 9: De kortste route
Als de doelen duidelijk zijn, zorg er dan voor dat je een didactische werkvorm kiest die het beste past om je doel te bereiken. Dit kan soms een groepswerk zijn, een discussie, een rollenspel, etc.
Kortom kies het beste (didactische) middel om je doel te bereiken. Soms is dit met behulp van ICT, maar soms ook niet, het gaat om de juiste mix om het doel te bereiken.

TPACK
Een goede oefening om samen met je schoolteam te doen (of om eerst jezelf eens in te verdiepen) is het TPACK spel. http://www.tpack.nl/zelf-aan-de-slag.html Door middel van verschillende kaartjes kan gezamenlijk nagedacht worden over de mogelijkheden van verschillende technologieën ter ondersteuning van inhoud en (vak)didactiek. 

Techniek 10: Plan voor twee
Een lesontwerp is vaak opgebouwd uit een inleiding, kern en afsluiting. Je omschrijft wat je als leerkracht gaat doen, welke inhoud je gaat aanbieden, kortom stap voor stap schrijf je op hoe de les gegeven gaat worden. Minstens zo belangrijk is te bedenken wat de leerlingen doen terwijl jij een uitleg geeft, een verhaal verteld, een tekening op het bord maakt. Luisteren ze alleen? Maken ze aantekeningen? Moeten ze in één zin proberen de kern op te schrijven? Schrijven ze tussendoor vragen op? Kortom omschrijf wat je als leerkracht gaat doen tijdens de les, maar bedenk ook wat de leerlingen doen en breng daar afwisseling in en kies de juiste didactische werkvormen (zie ook techniek 9)

Twitter, Mentimeter of Socrative?
Door het spelen van het TPACK spel kom je vanzelf meer technische oplossingen tegen die je didactisch kunt gaan inzetten. Een samenvatting schrijven kan perfect met Twitter (dit hoeft niet per se op de telefoon, maar kan natuurlijk wel als je er goede afspraken over maakt) Laat de leerlingen in 140 tekens een samenvatting maken van je uitleg, verhaal of instructie. Of gebruik een twitterwall op de achtergrond waar de leerlingen hun vragen over de les kunnen laten verschijnen. Bijvoorbeeld met: http://www.twitterwall.me

Wil je de leerlingen allemaal een antwoord laten geven op een vraag? Gebruik http://mentimeter.com/ om ze te laten stemmen en ze allemaal actief te betrekken.

Wil je uitgebreidere vragen of quizen uitzetten om tussendoor te bepalen of tussendoelen zijn bereikt? Dan kun je gebruik maken van http://www.socrative.com/

Wie schrijft de volgende 5 technieken? #cocreatie

n.b. Er is ook een Nederlandse vertaling van Teach like a Champion, hierbij hoort een DVD met voorbeelden van de technieken. Meer informatie vindt u op: www.cedgroep.nl.

donderdag 19 juli 2012

Hulp bij de implementatie van tablets in het onderwijs

Het aantal tablet-gebruikers in Nederland is in de afgelopen jaren fors gestegen. Dat blijkt uit de resultaten van het onderzoek van GFK Intomart onder de titel ‘Trends in digitale media’. Het aantal is in de eerste helft van 2012 gestegen tot 2,8 miljoen. Dat betekent, dat bijna een kwart van de Nederlanders de beschikking heeft over een tablet. (Bron: Intomart GKF juni 2012)

Ook binnen het onderwijs neemt de vraag naar tablets toe. Leerkrachten en docenten ervaren thuis de mogelijkheden van een tablet en willen die ook toepassen binnen hun lessen. Anderen worden geïnspireerd door ervaringen op andere scholen of worden door het houden van een pilot enthousiast.

Dat laatste is niet onbelangrijk. Voordat je als school over gaat tot aanschaf van tablets is het verstandig om een pilot te organiseren, voorafgegaan door een inspiratieworkshop. Binnen deze pilot kan er uitgebreid worden geëxperimenteerd met de mogelijkheden en soms ook onmogelijkheden. Allerlei vragen kunnen dan de revue passeren:
  • Welke pedagogische overwegingen spelen bijvoorbeeld een rol?
  • Hoe zit het met draagvlak onder alle betrokkenen?
  • Welke materialen kunnen gebruikt worden?
  • Welke tablets worden aangeschaft, hoe wordt dat bekostigd en beheerd?
  • Wat zijn de consequenties voor de infrastructuur?
Dit is slechts een zeer kleine greep uit de vele vragen waar je als school over na moet gaan denken. Soms kan de beantwoording gaandeweg het proces, maar bepaalde vragen zullen vooraf al doordacht moeten worden.

Station to Station heeft een prachtige whitepaper opgesteld om scholen te helpen in dit proces. Hierin staat een uitgebreide opsomming van vragen, geordend per onderwerp, om gericht na te denken over het gebruik van tablets binnen het onderwijs. Hiermee komen scholen goed beslagen ten ijs, waardoor in een pilot ook echt de focus kan liggen op de pedagogische en didactische meerwaarde.

De implementatiechecklist kan worden gedownload in ruil voor een tweet of een Facebook-bericht via de site van Station to Station.

Wilt u meer weten? Neem vrijblijvend contact op voor vragen, advies, ondersteuning, aanschaf of een inspirerende workshop om alvast op verkenning te gaan: Bel 0348 - 44 69 63 of maakt gebruik van het contactformulier. Een van onze onderwijsadviseurs neemt dan zo snel mogelijk contact met u op.

maandag 25 juni 2012

Beter lesgeven...

Momenteel ben ik het boek: Teach Like a Champion a Champion (door: Doug Lemov) aan het lezen. Het gaat in dit boek om 49 technieken om beter les te geven.

Toen ik de eerste hoofdstukken had gelezen, bedacht ik me allerlei ICT toepassingen die perfect aansluiten bij deze technieken.

Hieronder de eerste 5 technieken,  in vrije vertaling, met eigen voorbeelden en aanvullingen. Vul gerust aan.


Techniek 1: Iedereen doet mee! 
Als een leerling een antwoord geeft als: "Ik weet het niet", zou je de neiging kunnen hebben om naar een andere leerling door te gaan die het juiste antwoord wel weet te geven om vervolgens niet terug te keren naar de leerling die het antwoord: "Ik weet het niet"  gaf. Op deze manier is de eerste leerling afgehaakt. Belangrijk is deze leerling opnieuw te activeren en het antwoord te laten herhalen in zijn volledige context, zodat iedereen meedoet.

Stemkastjes
Door het gebruik van stemkastjes moet iedereen meedoen en kun je als leerkracht direct zien welke leerlingen nog geen antwoord hebben gegeven. 

Techniek 2: goed is goed en fout is fout en niet 'bijna goed' …
Als een leerling het antwoord op een vraag formuleert en het is nog niet helemaal juist, ben je geneigd om als positief ingestelde leerkracht te zeggen: "Bijna goed" of je vult het juiste antwoord zelf aan. Beter is om door te vragen totdat de leerling het juiste antwoord zelf geeft.

Digibordsoftware
Door gebruik te maken van vragen en antwoorden op het digibord met de juiste antwoorden exact geformuleerd, maar die zijn afgedekt kun je voorkomen dat de bijna goed situatie ontstaat. Ga je nog een stap verder en gebruik je bijvoorbeeld speciale tools van digibordsoftware die alleen maar het juiste antwoord accepteren is deze techniek snel toe te passen zoals bijvoorbeeld de Activity Toolkit van Smart.

Techniek 3: Oprekken en toepassen
Als een leerling het juiste antwoord geeft, laat de leerling dan uitleggen hoe de leerling tot het juiste antwoord is gekomen. Vraag door, zodat 'het goede antwoord'  ook in andere situaties toegepast kan worden.

ICT voorbeeld met digibord
Leerkracht: Kun je een zin maken met het woord: boei?
Leerling: Daar ligt een boei
Leerkracht: Kun je nog een woord toevoegen, zodat we nog beter weten wat een boei is en waar we die tegen kunnen komen?
Leerling: Daar ligt een boei in het water.
Leerkracht: Dat zegt inderdaad al meer over een boei, kun je nog iets meer over de boei vertellen in de zin en nog wat bijvoegelijke naamwoorden toevoegen die iets meer zeggen over de boei?
Leerling: Daar ligt een oranje wit gestreepte boei in het water.
Leerkracht: Goed gedaan! Nu weten we wat een boei is, kun je die nog opzoeken op internet en invoegen bij je zin?
Leerling: Gaat naar het digibord en zoekt op Google naar het woord: boei 

Techniek 4: Opmaak, stijl en interpunctie doen ertoe!
Natuurlijk verbeter je als leerkracht verkeerde werkwoord vervoegingen, probeer je leerlingen dialect af te leren, zodat leerlingen goed Nederlands leren gebruiken.

Als een leerling een antwoord geeft met daarin grammaticaal onjuist taalgebruik, dan geef je eerst aan dat er 'iets aan de hand is met deze zin'.

Voorbeeld: Hij loopte langs de bakker. Herhaal de zin: Hij loopte langs de bakker?
Als de leerling niet direct doorheeft dat er iets mis is met deze werkwoord vervoeging begin je de zin met de verbetering en laat je de leerling de zin in zijn geheel juist afmaken:
Hij liep …

Digibord: Spelling controle of handschriftherkenning
Als leerlingen het antwoord op het digibord schrijven of typen, komt er vanzelf een rode streep te staan onder woorden die niet goed zijn getypt. Woorden die niet goed zijn geschreven worden ook niet juist omgezet van handschrift naar tekst.

Techniek 5: Pimp je les, niets is saai!
Alle lessen zijn interessant! Leerlingen merken aan de leerkracht als je ergens niet achter staat. Door uitspraken te doen als: "Deze begrijpend lees les is eigenlijk saai, maar we moeten deze les nu eenmaal doen.",  krijg je een zelf vervullende profetie en wordt de les ondanks alles wat je erna nog gaat vertellen ervaren als saai.

Als leerboeken eigenlijk aan vervanging toe zijn, maar er nog geen budget voor is, kun je als leerkracht ervaren dat je niet volledig staat achter deze materialen en dus alles uit de kast moet halen om de les interessanter en aantrekkelijker te maken voor de leerlingen.

Pimp je les! Maak de les leuk en interactief met je digibord!
Maak gebruik van digitale bronnen of lessen in je digibordsoftware voor juist die vakgebieden waarbij het doel van de les niet voldoende meer uit de verf komt door gebruik te maken van 'de verouderde methode'. Zoek de doelen van de les op en maak je eigen les of ga op zoek naar een les van een collega dit dit onderwerp al heeft uitgewerkt in een Powerpoint of digbordsoftware.

Misschien post ik of één van mijn collega's de volgende 5, of ... als er nog meer bloglezers zijn, wie wil de volgende 5 voor zijn rekening nemen?

woensdag 11 januari 2012

Gastblog Henk Hesper over digibordgebruik

Henk Hesper, leraar op RK de Regenboog in Rotterdam, volgt momenteel het scholingstraject Digiwijs met Netwijs.
In dit traject ervaren leraren, dat zij tijd kunnen besparen door gebruik te maken van ICT, leren zij de basisvaardigheden van educatieve softwarepakketten en het digibord kennen die zij gebruiken. Ook leren ze hoe educatieve meerwaarde gecreëerd kan worden door gebruik te maken van ICT-toepassingen.  

In hoeverre is het lesgeven veranderd door het werken met het digibord? 
Ik zou niet meer terug willen naar de tijd van het krijtjesbord. Ik had in de beginfase na de aanschaf van het digibord de neiging om alles tegelijk te willen te willen aanpakken. Ik wilde het digibord zoveel en zolang mogelijk inzetten. Daar ben ik van terug gekomen. Deels omdat het met betrekking tot de voorbereiding van de lessen niet haalbaar is qua tijd en energie en deels omdat het voor de leerlingen niet prettig is om langdurig naar het digibord te kijken. Het vraagt van mij als leerkracht een zorgvuldige en weloverwogen keuze met betrekking tot het inzetten en het gebruik van het digibord. Een uitgebalanceerd (indeling met en zonder gebruik van het digibord) dagprogramma is voor mij en mijn leerlingen cruciaal gebleken. 

Tevens vind ik scholing van het grootste belang. Het is hierbij belangrijk dat de scholing aansluit bij de al aanwezige opvattingen van een leraar. We moeten niet proberen de opvattingen over lesgeven te laten veranderen door het gebruik van het digibord, maar laat zien hoe goed het digibord deze kan ondersteunen. Daarnaast heeft scholing alleen zin als je als leraar openstaat voor ict en bereid bent te onderzoeken hoe het digibord zo goed mogelijk past bij je eigen opvattingen over lesgeven. Behalve scholing vind ik het ook belangrijk om concrete voorbeelden en uitleg te krijgen over waarom het digibord in de ene situatie goed gebruikt kan worden en in de andere situatie juist niet.  

Het effect dat het werken met een digibord heeft op de leerlingen  
De veranderingen in het lesgeven en de leeromgeving, veroorzaakt door het digibord, zorgen voor een grote motivatie bij leerlingen. De lesstof kan immers met behulp van het digibord veelzijdig en gevarieerd aangeboden worden. Tevens wordt de lesstof op een digibord sterk visueel weergegeven en kinderen zijn over het algemeen genomen sterk visueel ingesteld. 

Ik wil echter ook een kanttekening plaatsen bij het gebruik van het digitale schoolbord. Ik hoor van sommige leerlingen nog wel eens de volgende opmerkingen:”Meester ik kan niet goed op het bord kijken” of “Er valt te veel licht op het bord”. Het niet goed zien heeft vaak te maken met het gebruikte lettertype van teksten. De laatste tijd gebruik ik vaak grote letters (punt 18) en ik verander de achtergronden nogal eens van kleur. Met zwarte letters op een witte achtergrond hebben enkele leerlingen meer moeite dan zwarte letters op een andere achtergrond kleur. Ik ben hiermee aan het experimenteren. Ook merk ik verschil wanneer kunstlicht wel of niet in de klas aan is. Tevens vind ik het belangrijk dat de leerlingen niet lang achtereen op het bord dienen te kijken. Ik wissel dus sterk af, zoals ik al eerder aangaf. Ik hoop dat hier nog eens nader onderzoek naar wordt gedaan en dat er wellicht nodig is om een protocol op te stellen. 

Huidige inzet van mijn digibord  
  • Ik gebruik beeldmateriaal bij lessen geschiedenis, aardrijkskunde en natuur. Teleblik en Beeldbank zijn voor mij en mijn groep 8 het meest geschikt. 
  • Ik maak gebruik van beeldmateriaal en softwaremateriaal gerelateerd aan door mij gebruikte methoden, zoals voor aardrijkskunde (De blauwe planeet), verkeer (Klaar over) en Engels (Real English – Let’s do it) 
  • Ik maak gebruik van Power Point presentaties, die ik veelal zelf heb gemaakt. Deze presentaties worden ook door mijn parallelcollega gebruikt. Hierbij gaat het om afbeeldingen met teksten voor de taal-, lees- en spellingmethode Taalleesland. 
  • Voor overhoringen (natuur, staatsinrichting, geschiedenis) maak ik gebruik van opgeslagen documenten binnen C3LO mappen. De parallelgroep maakt hier ook gebruik van. 
  • Elke schooldag kijk ik met de groep naar de ochtenduitzending van het Jeugdjournaal. Dit kost weinig tijd en de kinderen vinden ’t prettig om op de hoogte te blijven van het wereldnieuws. Eén keer per week kijken, luisteren en praten we naar aanleiding van het School TV Weekjournaal. 
  • Het digibord biedt mij ook de mogelijkheid om instructiehulpmiddelen te gebruiken. Ik gebruik regelmatig, zeker bij het vakgebied rekenen/wiskunde, Schoolbordportaal. Het grote didactische voordeel hiervan is, dat ik kan schrijven op de getoonde afbeeldingen van Schoolbordportaal. 
  • Daarnaast gebruik ik het digibord ook gewoon als schrijfbord. Waar ik voorheen met een krijtje op een bord schreef, schrijf ik nu met de digipen op het digibord. 
  • Bij bijzondere gelegenheden maak ik gebruik van door mij gemaakte Power Point presentaties. Zo heb ik een presentatie gemaakt over “Naar de brugklas”. Ik gebruik ook Power Point afbeeldingen voor bijvoorbeeld “Welkom eerste schooldag”, “Eerste schooldag van het nieuwe kalenderjaar” en bij verjaardagen. Elke vrijdag staat de weekagenda in Power Point afbeelding voor de leerlingen op het digibord. 
Verdere persoonlijke ontwikkeling 
Een greep uit de persoonlijke ontwikkelingsdoelen van Henk voor de komende bijeenkomsten: 
  • Ik wil me nog verder bekwamen in de presentatievaardigheden met behulp van het digibord. Ik ben naar mijn mening nog niet volledig presentatievaardig. Ik wil dit doel bereiken door mij met name te richten op het gebruik van diverse media bij het maken van presentaties. Zo ben ik nog niet in staat om geluid toe te voegen bij een PowerPoint presentatie. Ik verwacht dat ik dit doel ook kan bereiken door verdere deelname aan de cursus Digiwijs met Netwijs. Tevens wil ik hierbij hulp en expertise van een collega inroepen. 
  • Ik wil me nog verder bekwamen in klassenmanagement en pedagogiek bij het gebruik van het digibord. Met name wat betreft het betrekken van de leerlingen bij het gebruik van het digibord. Ik wil dit doel bereiken door te experimenteren en de leerlingen van mijn groep hierbij in te zetten.

dinsdag 1 november 2011

Stemkastjes in je les: meerwaarde of niet?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Stemkastjes in je les: meerwaarde of niet?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Terwijl het digitaal stemmen in de politiek nog steeds een heikel punt is, wordt er in het onderwijs steeds meer gebruik van gemaakt. Geen discussies over de mogelijkheid om te hacken, privacy-issues of betrouwbaarheid van de uitslag. Focussen op de inhoud: wat is de meerwaarde van het laten stemmen van leerlingen tijdens de les?

Toch nog heel even ove de privacy van, in dit geval, de leerlingen: Hoewel dit natuurlijk van een heel andere orde is dan bij bijvoorbeeld landelijke verkiezingen, moet je als school hier wel over nadenken. De beschikbare mogelijkheden om leerlingen te laten stemmen, bijvoorbeeld via stemkastjes behorend bij het digibord, bieden vaak de mogelijkheid om te kiezen tussen anoniem stemmen en stemmen op naam. In dat laatste geval worden de keuzes die de leerlingen maken dus vastgelegd op naam. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een toets gedigitaliseerd is en deze dus digitaal wordt afgenomen. Laat je in zo’n geval, bijvoorbeeld bij de nabespreking, leerlingen zien wie wat heeft gekozen? Of houd je die informatie voor jezelf? Dat vraagt om een pedagogische keuze, die overigens ook geldt voor schriftelijk gemaakt werk van leerlingen.

Een bijkomende vraag is waar de resultaten worden opgeslagen. Een leerlingvolgsysteem is vaak beveiligd met een wachtwoord. Bij de software die het mogelijk maakt om digitaal te stemmen is dat vaak niet het geval. Goed om dus eens na te gaan waar de resultaten worden opgeslagen en of leerlingen daar bij kunnen.

Dan naar de inhoud: Heeft het een meerwaarde? Ja zegt de één, nee zegt de ander. Het is een optelsom van allerlei factoren. Per school en zelfs per leerkracht zal de uitkomst van die som anders zijn. We geven een opsomming van argumenten zonder volledig te willen zijn:

Betrokkenheid
Als eerste wordt vaak genoemd, dat het een uitstekende manier is om alle leerlingen te betrekken bij de les. Als de leerkracht een vraag stelt, kan iedereen antwoorden en niet alleen de leerling die de beurt krijgt. En daarbij: ook de leerlingen die hun vinger niet willen opsteken of die dat niet durven, worden via stemkastjes toch erbij betrokken. Elke leerling wordt zo aan het denken gezet en gevraagd een standpunt in te nemen. Leerkrachten zien hierdoor een betere betrokkenheid en meer motivatie bij de leerlingen tijdens de les.

Motivatie
Wat de motivatie betreft, is de andere zijde, dat ook dit middel vraagt om doordachte inzet. Zou je leerlingen bij elke les overal over laten stemmen, dan verdwijnt de motivatie en het effect. De kracht zit dus mede ook in de afwisseling in werkvormen. Motivatie is dus een tweede positieve factor, mits de leerkracht ook daadwerkelijk zorgt voor afwisseling.

Directe feedback
Meestal biedt de software bij de stemkastjes de mogelijkheid om direct de uitslag weer te geven. Leerlingen zien dus direct het resultaat en als leerkracht kun je vervolgens direct ingaan op de vraag waarom de ene keuze wel en de andere niet goed was. Ook onderling kunnen leerlinge hierover in discussie gaan.

Interactie op hoger niveau
Het inzetten van stemkastjes kan ook leiden tot een verdieping in de interactie. Dit is uiteraard wel afhankelijk van de wijze waarop de stemkastjes worden ingezet. Door leerlingen eerst een keuze te laten maken en dus een standpunt te laten innemen, kun je vervolgens ingaan op onderliggende argumenten. Interessant is vervolgens of het gesprek tussen leerlingen over deze argumenten ook leidt tot een andere keuze wanneer de vraag opnieuw wordt gesteld. Ook daar kan dan weer op in worden gegaan door de leerlingen te vragen waarom ze hun keuze hebben veranderd.
Als idee kwam nog voorbij om stemkastjes ook eens per groepje in te zetten in plaats van individueel. Leerlingen moeten dan dus eerst met elkaar overleggen en dan een gezamenlijke keuze maken. Je verplaatst dan de discussie van ná het stemmen naar vóór het stemmen. Het vraagt van de leerlingen wel enige vaardigheden, zoals het goed naar elkaar kunnen luisteren, zachtjes overleggen, respect voor elkaars mening, enzovoort.

Hoger leerrendement
Omdat leerlingen directer en actiever betrokken zijn en vanwege de directe feedback-mogelijkheden zijn leerlingen intensiever met de leerstof bezig en zal het leerrendement hoger zijn.

Tijdwinst
Een volgende positief argument zou kunnen zijn, dat de leerkracht er tijd mee wint. Dat vraagt wel om lange termijn-denken. In de voorbereiding zal een leerkracht meer tijd kwijt zijn, met name bij het digitaliseren van toetsen en dergelijke. De winst zit vervolgens in het feit, dat het nakijkwerk automatisch wordt gedaan en dus bijna geen tijd meer kost. Daarnaast is in volgende jaren het gemaakte materiaal opnieuw te gebruiken en is er dus minder voorbereiding nodig. In eerste instantie zal er echter geïnvesteerd moeten worden in het maken van de vragen en het instellen van de software. Uiteraard hangt de voorbereidingstijd mede ook af van de vaardigheden van de leerkracht. De één zal sneller een digitale vragenlijst of toets hebben gemaakt dan de ander. Daarnaast vraagt ook de techniek zelf van de één meer dan van de ander. Binnen de school zal daar aandacht voor moeten zijn.

Tijdens de discussie werd ook de vraag gesteld of je het frontaal klassikaal lesgeven niet stimuleert, net zo als dat voor het gebruik van een digibord geldt. Een terechte opmerking. Het hangt van de leerkracht af in hoeverre dit ook echt een gevaar is. Wil je niet frontaal klassikaal lesgeven, dan zul je op een andere manier met je middelen om moeten gaan. Dat vraagt dus om bewustwording, om keuzes maken en om didactische vaardigheden.

Zoals gezegd: elke school zal op basis van bovenstaande en eventuele andere factoren, bijvoorbeeld de financiën, een afweging moeten maken. Op het punt van de financiën werd de suggestie gedaan om de vragen uit methodewerkboekjes te digitaliseren en de leerlingen dan te laten stemmen. Zo hoeven ze de werkboekjes dus niet te gebruiken om te schrijven en zijn ze dus opnieuw te gebruiken. Daarmee bespaar je dus kosten. Of de uitgevers daar blij mee zijn en of je daarmee geen auteursrechten schendt is natuurlijk maar de vraag …

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:

@rinusd, @Netwijs , @GUPAGEBO , @margreetpols , @HannekeMeinen , @JufBica , @RonTriCee , @Sjaboepaan , @NathanvdVelde , @pbkoning71 , @FZelders , @JongbloedEdu

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!

#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

woensdag 21 september 2011

Samenwerking Station to Station en Pabo

Laatst sprak ik iemand die drie jaar geleden afgestudeerd is op een Pabo. Het gesprek kwam o.a. op digiborden. Bij mijn vraag wat er op zijn Pabo gedaan is aan de inzet van digitale schoolborden, antwoordde hij: "Niets".
Zonder te willen beweren dat dit exemplarisch is voor de Pabo's in Nederland, is er toch wel een trend geweest waarbij Pabo's wat achterliepen op dit gebied. Waar digiborden grootscheeps zijn aangeschaft op de basisscholen, bleef de begeleiding van pabostudenten bij de didactische inzet van dit hulpmiddel wat achter.

Inmiddels is er veel veranderd. Zo zagen docenten van de Gereformeerde Pabo in Zwolle, onderdeel van de Gereformeerde Hogeschool Zwolle, in dat er iets moest gebeuren in de begeleiding van hun studenten. De laatsten worden op hun stagescholen immers bijna dagelijks geconfronteerd met digiborden.
Deze docenten kwamen in contact met Station to Station. Na enige gesprekken werd besloten dat Station to Station een lessenserie zou ontwikkelen, welke daarna door de docenten aan hun studenten zou worden gegeven.
In deze lessenserie moest ruimte zijn voor het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden (de knoppen), maar vooral voor didactisch inzicht: wanneer heeft het digitale schoolbord meerwaarde ten opzichte van het krijtjesbord, hoe zorg je ervoor dat leerlingen meer betrokken worden bij de instructie, hoe profiteer je in dit kader optimaal van de mogelijkheden van de software en van toepassingen op internet en last but not least: welke decentrale rol kan het digibord hebben. Met dit laatste wordt bedoeld dat het digibord ook een hulpmiddel kan zijn bij extra instructie aan kleine groepen (verlengde instructie), bij vormen van samenwerken en ook in het werken in circuitvorm.

In deze lessenserie kwamen bovengenoemde aspecten aan de orde. Een van de belangrijke uitgangspunten tijdens het geven van de lessen door de docenten was het feit dat de studenten moesten samenwerken (o.a. in de vorm van coöperatief leren)en  elkaars lessen moesten beoordelen op basis van gehanteerde criteria.

De basis van dit lestraject is ontwikkeld door de onderwijsadviseurs van Station to Station. Na overleg met de docenten van de Pabo is het definitief vastgelegd.

De eindopdracht bestond uit het maken van een digibordles per student (bij voorkeur aansluitend bij het curriculum van de stageschool) met de volgende vereisten:

  • De les is voorzien van een (titel)pagina waarop de les gedocumenteerd is.
  • De les bevat aanwijzingen voor gebruik door derden.
  • De hoeveelheid tekst en het niveau van de tekst is op het niveau van de leerlingen.
  • Er is gebruik gemaakt van beeldmateriaal (foto’s, afbeeldingen, video).
  • Het is interactief element opgenomen in de les (ordenen, categoriseren, onthullen)
  • Het lettertype is zodanig, dat deze ook achterin de klas goed zichtbaar is.
  • Het bordgebruik verhoogt de betrokkenheid door stimulering van zintuigen.
  • De les stimuleert tot interactie waarbij het bord een rol speelt.
  • De les bevat een onderdeel waarbij het bord een decentrale rol heeft.


Deze lessen werden vervolgens door Station to Station beoordeeld aan de hand van de criteria. Bij voldoende resultaat ontvingen de studenten een certificaat plus beoordeling.

Inmiddels is de lessenserie op de Gereformeerde Pabo Zwolle achter de rug, de 17 studenten hebben hun eindproduct gemaakt en Netwijs heeft ze beoordeeld. Alle studenten hebben het certificaat behaald. Daarmee hebben ze voldoende aangetoond welke meerwaarde het digibord in de klas kan hebben ten opzichte van het gebruik dat er tot nu toe nog veel van wordt gemaakt (schrijven en internet kijken).

Opvallend is de enorme creativiteit en enthousiasme die de (tweedejaar) studenten aan de dag legden. De onderwerpen varieerden van 'geluiden in het verkeer' tot 'kunst' tot 'leesles' tot 'geografie' tot 'letters van het alfabet in het Engels'.
Heel bijzonder is ook het gegeven dat de studenten dit traject geheel op vrijwillige basis hebben gevolgd. Er worden op de Gereformeerde Pabo Zwolle op dit moment nog geen studiepunten voor gegeven. Alle lof dus voor de studenten!
Deze lessenserie was een pilot voor de Pabo. Men gaat proberen dit tot een vast onderdeel te maken in het lesprogramma, waarvoor op termijn ook studiepunten kunnen worden gehaald.
Het hele traject is door beiden (de Pabo en Station to Station) als bijzonder positief ervaren.

dinsdag 28 september 2010

Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Digibord laat leerkracht in didactische spiegel kijken”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Al in één van de eerste edities van Discussie Dinsdag bespraken we het digibord. We spraken toen over de implementatie van het digibord. Verschillende haken en ogen, maar ook mogelijkheden en onmogelijkheden kwamen aan de orde, ook in latere discussies. En ook in andere artikelen op dit Edublog hebben we er aandacht aan besteed.

Worsteling
Nog steeds worstelen veel scholen met de inzet van deze borden, en inmiddels ook de touchscreens. Lopen we langs lokalen met daarin een digibord, dan zien we grote verschillen. De ene leerkracht heeft hem nauwelijks aan, de ander schrijft er op en laat zo nu en dan een filmpje of een plaatje zien en weer een ander is er voortdurend mee in de weer. Gaan we met deze leerkrachten in gesprek, dan krijgen we allerlei aspecten te horen, die een rol spelen.

Relevante aspecten
Allereerst de techniek. Voor de één een uitdaging, voor de ander een belemmering. Ben ik de techniek de baas of de techniek mij? Wat kan er mis gaan en reageer ik daar vervolgens op? Daarnaast kennis en vaardigheid. Weet ik hoe ik er mee om moet gaan? Ben ik daar handig in of voel ik me daarbij wat stuntelig? En dan nog de didactiek. Welke lesstof moet ik behandelen? Welke middelen kan ik daarvoor inzetten met behulp van het digibord? En weet ik deze op elkaar af te stemmen, in de juiste volgorden en op het juiste moment voor de juiste leerlingen?
De vraag is, of dit alles nieuw is. Zien we dit ook niet bij de inzet van de computer en de aanwezige educatieve software? En even los van de techniek: Weet ik als leerkracht welke materialen er binnen de school beschikbaar zijn om in te zetten bij het behandelen van bepaalde lesstof? Als middel bij de instructie, als middel om te oefenen, als middel om het abstracte concreet te maken of om nog eens op een andere manier een verlengde instructie mee te geven? Hoeveel procent van de materialen in bijvoorbeeld de orthotheek wordt daadwerkelijk gebruikt?

Een aantal zaken zijn daarbij van belang:
  • Kennis van wat aanwezig is en beschikbaar is: een inventarislijst en eventueel een rooster.
  • Kennis van het materiaal: weten hoe het gebruikt moet worden, waarbij, wanneer en voor wie.
  • Didactische kennis en vaardigheden: Op welke wijze kan ik deze leerstof aan deze kinderen overbrengen en met behulp van welke materialen en strategieën?
  • Interactievaardigheden: Hoe kom ik tot een gesprek, of een onderwijsleergesprek, met de leerling, breng ik leerlingen met elkaar in gesprek en hoe ondersteun ik dat proces met hulpmiddelen?
  • Organisatie: Hoe regel ik alles zo in de school en in de klas, dat leerlingen efficiënt en effectief kunnen werken.
Het is een universeel lijstje dat geldt voor het hele onderwijsproces met of zonder digibord! Ongetwijfeld is het lijstje nog aan te vullen. Hoe een en ander wordt ingevuld en vormgegeven, hangt samen met de visie en het beleid op school. Daardoor zullen verschillende keuzes worden gemaakt wat betreft werkwijze, materiaal en organisatie.

Digibord als hulpmiddel
Passen we dit alles nu toe op het digibord, dan is er feitelijk niets nieuws onder de zon. Behalve dan, dat je in één apparaat veel meer materialen en mogelijkheden tegelijkertijd beschikbaar hebt in je lokaal. Dat biedt de mogelijkheid om sneller te schakelen en op elk gewenst moment datgene te gebruiken, wat je als leerkracht nodig hebt om het didactische proces te ondersteunen op het moment, dat jij het nodig vindt. Daarmee is het digitale schoolbord dus ook geen vervanging van het krijtjesbord, maar een multifunctioneel hulpmiddel.

Digibord als spiegel
Daarmee komen we bij de spiegelfunctie van het digibord. Wat zie je bij jezelf wanneer je het digibord in je lokaal gaat gebruiken in je lessen? Over welke aspecten, die we eerder noemden, ben je tevreden en over welke niet? Is dat de kennis? Zijn dat de vaardigheden? Is dat het snelle schakelen of de interactie? Waarin ben ik bewust bekwaam en bewust onbekwaam?
Daarnaast is er nog datgene van jezelf, dat je niet in de spiegel ziet. Iets wat je wellicht goed kan, maar je bent het je niet bewust (onbewust bekwaam) en wat je nog lastig zonder je dat bewust te zijn (onbewust onbekwaam). Daarvoor heb je vaak hulp van anderen nodig: een collega, een IB-er of ICT-coördinator. Dat betekent wel: jezelf kwetsbaar op durven stellen.
En ook is het nog van belang, dat datgene wat je zelf in de spiegel ziet of datgene waar de ander je bewust van maakt te toetsen aan dat wat de school heeft beschreven in haar visie en beleid, dus datgene waar je samen als school voor wilt staan en hebt afgesproken. Een checklist of (zelf-) observatielijst kan daarbij helpen.

Samen
Om elkaar als collega’s verder te helpen zijn open klasdeuren van belang. Kijken bij elkaar, tips en ideeën uitwisselen en elkaar inspireren in plaats van concurreren. Daarnaast ook scholing waarbij de didactiek centraal staat; als team of in kleine groepjes. Samen bewust bekwaam worden. Met aandacht voor de 3 G’s: gewin, gemak, genot. Samen lessen en materialen zoeken of maken, lessen en materialen delen en vooral ook geordend bewaren. Soms naast, soms in plaats van bestaande materialen.

Het doel heiligt de middelen
En geef je dan slecht onderwijs als je geen digibord hebt of er niet alles uit haalt wat er in zit? Anders geformuleerd: Maakt het verschil of je met het openbaar vervoer, je auto of je fiets naar je werk gaat? Je kunt in alle gevallen op hetzelfde punt eindigen en hetzelfde doel bereiken. Maar de één wat sneller, de ander wat langzamer. De één afhankelijk van anderen, de ander op eigen kracht. Het doel, het tijdstip en de verdere omstandigheden bepalen welk middel het meest geschikt is. Zolang je het doel maar voor ogen hebt!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!