Communicatie met ouders is voor alle scholen een wezenlijk aandachtspunt. Bijna wekelijks is er iets te melden of staan er activiteiten op de kalender: een uitnodiging voor een ouderavond, de verjaardag van een juf, een oproep voor hulpouders, een zieke leerkracht, een reminder voor de spreekavond, enzovoort.
Grote vraag is altijd: Hoe krijg je ouders snel en effectief geïnformeerd? Via de schoolwebsite, een mailtje, sociale media of een briefje mee geven? Gezien het feit dat vrijwel alle ouders de beschikking hebben over een smartphone is het handig om ook dat te verkennen als mogelijk kanaal. Via een app altijd en overal het laatste nieuws bij de hand.
Gerichte Berichten
In dit kader hebben we de app Gerichte Berichten en de bijbehorende website eens nader bekeken. “Eenvoudige communicatie tussen ouders en school” is het motto. De app is ontwikkeld in samenspraak met gebruikers en wordt ook op die wijze doorontwikkeld. Ouders kunnen de app gratis downloaden voor de iPhone als Android-Smartphones. Uiteraard betaalt de school wel een jaarlijkse bijdrage hiervoor.
Nadat je als ouder via de app bent ingelogd, heb je alle contactgegevens van de school op een rijtje. Daarmee is het mogelijk om direct te bellen of te mailen. Ook kunnen er vanuit de app rechtstreeks berichten worden verstuurd naar bijvoorbeeld de leerkracht van je kind, de IB-er of directeur. Zoeken naar het schoolboekje of op de website is dus verleden tijd.
Via de Kalender heb je snel in beeld wanneer er activiteiten gepland staan. Wélke activiteiten is niet zichtbaar. Daarvoor moet je eerst een dag aanklikken. Begrijpelijk vanwege de beperkte schermruimte. Een mogelijke aanvulling zou wellicht kunnen zijn, dat je ook kunt overschakelen naar een lijstweergave. Dat kan wat meer overzicht geven. Mooi is, dat de ouders zich via de Kalender ook meteen aan kunnen geven dat ze aanwezig zullen zijn.
Via Nieuws kan de school snel nieuwsberichten delen met de ouders. We missen daarbij wel de mogelijkheid om een afbeelding bij te voegen. Ook is het jammer, dat niet aangegeven kan worden voor welke doelgroep het nieuwsitem bedoeld is. Dat zou je op basis van de naam van de app wel verwachten.
Tenslotte is er nog de mogelijkheid om via de app je kind ziek te melden. Daarvan krijg je dan via de mail een bevestiging. Helaas is het niet mogelijk om de reden van afwezigheid te vermelden. Dat zou dan via een berichtje moeten worden doorgegeven.
Conclusie
Onze conclusie is, dat de app meerwaarde heeft in de zin van het als ouder snel beschikbaar hebben van de juiste informatie en contactmogelijkheden. Het is eenvoudig in gebruik, ook voor de school. Tegelijk zijn we van mening dat er meer uit te halen zou zijn.
Ook bijvoorbeeld de koppeling met de Twitter-stream van de school zou een mooie aanvulling zijn, ook voor ouders die zelf geen Twitter-account hebben. Deze mogelijkheid wordt momenteel ontwikkeld en zal bij een update worden toegevoegd.
Meer info over deze app is te vinden op: www.gerichteberichten.nl
Posts tonen met het label smartphones. Alle posts tonen
Posts tonen met het label smartphones. Alle posts tonen
vrijdag 26 april 2013
dinsdag 13 november 2012
Bring your own device gaat niet zonder Bring your own content!
Het onderwerp vandaag op #netwijs Discussie Dinsdag was “Bring your own device gaat niet zonder Bring your own content!”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.
‘Bring your own device’, ook wel afgekort als ‘BYOD’ wil zeggen, dat leerlingen (en leerkrachten) hun eigen apparaat meenemen en daar op werken. Voor de één is dat een laptop, voor de ander een tablet en voor weer een ander een SmartPhone. Je eigen apparaat is het gereedschap waar je mee werkt, waarmee je toegang hebt tot diverse gereedschappen en bronnen ongeacht waar je bent.
Wat betreft het gebruik zijn er verschillende mogelijkheden:
Nu wordt er in Nederland heel veel volgens lesmethoden gewerkt, gemaakt door uitgeverijen. Zijn die materialen die je wilt gebruiken al digitaal beschikbaar, zijn ze webbased, zijn ze interactief en platform-onafhankelijk? Momenteel is het aanbod heel erg divers. Alle boeken de deur uit en alles digitaal doen is daarom nog geen optie … tenzij … tenzij je je eigen materialen gaat ontwikkelen als school. Uiteraard kunnen de lesmethoden daarbij prima dienst doen als leidraad, zodat je wel de leerlijn en de doelen van de methode volgt, maar daar invulling aan geeft met je eigen materialen.
Bij OBS De Zevensprong in Almere wordt al veel mee geëxperimenteerd met verschillende devices. Er is een goede internetverbinding waar leerlingen gebruik van kunnen maken met de verschillende devices. Zo kunnen ze gebruik maken van bijvoorbeeld de vele online Web 2.0-toepassingen. “Ik gebruik BYOD, omdat nu al 70% webased is. Daar heb ik geen app voor nodig alleen internet!” aldus Eric Redegeld. “Er is bijna voor alles wel een online oplossing. Ik voorzie, dat binnen nu en twee jaar methodes met apps komen of online toepassingen via IP verification zoals nu op de pc.”
Bij het Stanislas College loopt momenteel een BYOD-project waarbij leerlingen zélf lesmateriaal ontwikkelen. Ze verwerken de geleerde lesstof tot instructie voor andere leerlingen. Daarbij wordt eveneens gebruik gemaakt van de vele gratis webtools. Uiteindelijk is het de bedoeling dat ze elkaars materialen ook weer gaan waarderen en ze dus met elkaar ook de kwaliteit bewaken. “Wat opvalt is dat deze brugklassers veel minder vaardig en mediawijs zijn dan door docenten/volwassenen wordt gedacht.” aldus Wiebe Albers. Goede begeleiding is dus noodzakelijk. “Wanneer je hier als school mee start denk dan goed na over waar je naar toe wilt (visie) en hoe je daar denkt te komen (aanpak). Neem de tijd om te inventariseren wat er al is en gedaan wordt, en wie je zou kunnen ondersteunen.”
Om zo aan de slag te kunnen gaan zul je als leraar de nodige kennis moeten hebben. Allereerst van de leerlijnen en doelen, maar ook van de beschikbare mogelijkheden. Aan de andere kant geldt ook, dat je gebruik moet durven maken van de kennis die leerlingen zélf hebben op dit gebied of gewoon samen gaan experimenteren en ontdekken. Daar zul je tijd in moeten steken en eveneens in de organisatie. Ga ook niet alleen het wiel uitvinden maar maak gebruik van wat anderen al hebben ontdekt. Leg verbindingen met anderen en wissel met elkaar uit.
Tot slot nog een vraag die bleef hangen: ‘Bring your own device’ doet veronderstellen dat leerlingen (of beter gezegd: de ouders) zélf een device aanschaffen en deze ook zelf beheren. Naast de kosten voor aanschaf zijn er daarnaast wellicht ook kosten voor de aanschaf van eventuele apps (wanneer je meer wilt dan alleen internettoegang). Kun je dit van (alle) ouders vragen? Wat zijn de alternatieven?
Met andere woorden: Genoeg om verder over na te denken! Maar ga ondertussen wel aan de slag! Met afwachten kom je niet voorruit en blijven veel kansen en mogelijkheden liggen!
Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening of ervaringen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @WiebeA , @mariekemove , @Sjaboepaan , @compie67 , @Klasseplan
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!
‘Bring your own device’, ook wel afgekort als ‘BYOD’ wil zeggen, dat leerlingen (en leerkrachten) hun eigen apparaat meenemen en daar op werken. Voor de één is dat een laptop, voor de ander een tablet en voor weer een ander een SmartPhone. Je eigen apparaat is het gereedschap waar je mee werkt, waarmee je toegang hebt tot diverse gereedschappen en bronnen ongeacht waar je bent.Wat betreft het gebruik zijn er verschillende mogelijkheden:
- Het kan slechts gaan om het toegang verlenen tot een online omgeving, waarbij een browser en internettoegang dus voldoende is.
- Het kan ook gaan om de verschillende mogelijkheden of gereedschappen die je tot je beschikking hebt op het device. Daarmee voeg je dus extra middelen toe, naast de bestaande.
- Of het kan gaan om een combinatie van beide.
Nu wordt er in Nederland heel veel volgens lesmethoden gewerkt, gemaakt door uitgeverijen. Zijn die materialen die je wilt gebruiken al digitaal beschikbaar, zijn ze webbased, zijn ze interactief en platform-onafhankelijk? Momenteel is het aanbod heel erg divers. Alle boeken de deur uit en alles digitaal doen is daarom nog geen optie … tenzij … tenzij je je eigen materialen gaat ontwikkelen als school. Uiteraard kunnen de lesmethoden daarbij prima dienst doen als leidraad, zodat je wel de leerlijn en de doelen van de methode volgt, maar daar invulling aan geeft met je eigen materialen.
Bij OBS De Zevensprong in Almere wordt al veel mee geëxperimenteerd met verschillende devices. Er is een goede internetverbinding waar leerlingen gebruik van kunnen maken met de verschillende devices. Zo kunnen ze gebruik maken van bijvoorbeeld de vele online Web 2.0-toepassingen. “Ik gebruik BYOD, omdat nu al 70% webased is. Daar heb ik geen app voor nodig alleen internet!” aldus Eric Redegeld. “Er is bijna voor alles wel een online oplossing. Ik voorzie, dat binnen nu en twee jaar methodes met apps komen of online toepassingen via IP verification zoals nu op de pc.”
Bij het Stanislas College loopt momenteel een BYOD-project waarbij leerlingen zélf lesmateriaal ontwikkelen. Ze verwerken de geleerde lesstof tot instructie voor andere leerlingen. Daarbij wordt eveneens gebruik gemaakt van de vele gratis webtools. Uiteindelijk is het de bedoeling dat ze elkaars materialen ook weer gaan waarderen en ze dus met elkaar ook de kwaliteit bewaken. “Wat opvalt is dat deze brugklassers veel minder vaardig en mediawijs zijn dan door docenten/volwassenen wordt gedacht.” aldus Wiebe Albers. Goede begeleiding is dus noodzakelijk. “Wanneer je hier als school mee start denk dan goed na over waar je naar toe wilt (visie) en hoe je daar denkt te komen (aanpak). Neem de tijd om te inventariseren wat er al is en gedaan wordt, en wie je zou kunnen ondersteunen.”
Om zo aan de slag te kunnen gaan zul je als leraar de nodige kennis moeten hebben. Allereerst van de leerlijnen en doelen, maar ook van de beschikbare mogelijkheden. Aan de andere kant geldt ook, dat je gebruik moet durven maken van de kennis die leerlingen zélf hebben op dit gebied of gewoon samen gaan experimenteren en ontdekken. Daar zul je tijd in moeten steken en eveneens in de organisatie. Ga ook niet alleen het wiel uitvinden maar maak gebruik van wat anderen al hebben ontdekt. Leg verbindingen met anderen en wissel met elkaar uit.
Tot slot nog een vraag die bleef hangen: ‘Bring your own device’ doet veronderstellen dat leerlingen (of beter gezegd: de ouders) zélf een device aanschaffen en deze ook zelf beheren. Naast de kosten voor aanschaf zijn er daarnaast wellicht ook kosten voor de aanschaf van eventuele apps (wanneer je meer wilt dan alleen internettoegang). Kun je dit van (alle) ouders vragen? Wat zijn de alternatieven?
Met andere woorden: Genoeg om verder over na te denken! Maar ga ondertussen wel aan de slag! Met afwachten kom je niet voorruit en blijven veel kansen en mogelijkheden liggen!
Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening of ervaringen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @WiebeA , @mariekemove , @Sjaboepaan , @compie67 , @Klasseplan
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!
woensdag 13 juni 2012
Kinderen en mobielgebruik - Welke manieren brengen wij ze bij?
Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Kinderen en mobielgebruik - Welke manieren brengen wij ze bij?”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.
Kinderen lopen op steeds jongere leeftijd met een mobieltje in hun zak. Handig om mee te communiceren, muziek te luisteren, games op te doen, etc. Maar hoe ga je eigenlijk met een mobieltje om? Zijn er bepaalde gedragsregels, die we de kinderen meegeven als het gaat om het gebruik van het mobieltje? Is dat een verantwoordelijk van de ouders of ook van school? Wat zijn de ‘do’s en dont’s’?
Het gebruik van de mobieltjes is niet meer weg te denken. Zeker met de smartphone hebben we een apparaat op zak met ongekende mogelijkheden. Dat biedt kansen, ook voor het onderwijs! Tijdens eerdere discussies hebben we die mogelijkheden al eens onder de loep genomen. Toch zijn de meningen er binnen het onderwijs nog ernstig over verdeeld. De ene school verbiedt mobieltjes rigoureus, de andere staat het alleen toe in pauzes en weer een andere staat het onder voorwaarden ook tijdens de les toe. In dat laatste geval dan vaak alleen wanneer het gericht is op het uitvoeren van de lesopdrachten.
Daarbij ontstaat er een zeker schemergebied. Want hoe controleer je of de leerling inderdaad met zijn opdrachten bezig is en niet stiekem ook even zijn Facebook checkt of even via WhatsApp een berichtje beantwoordt. Voor de één is dit reden om het dus tijdens de les niet toe te staan. Een ander geeft aan dat dit een vertrouwenskwestie is. Je moet je leerlingen serieus nemen en hen vertrouwen schenken. Daarmee bereik je het meest. En wanneer ze dat vertrouwen beschamen, dan heb je wat om over te praten. Maak het dan bespreekbaar en maak vervolgens samen afspraken om weer verder te kunnen.
Daarmee komen we weer terug bij de vraag: Hoe ga je nu op een gezonde manier met je mobieltje om? Wat doe je wel en wat niet? Wanneer wel en wanneer niet? En waarom? Een irritatie die bij verschillende discussie-deelnemers naar voren komt, is gericht op mensen die aldoor op hun telefoon kijken terwijl je met ze in gesprek bent. Het gevoel, dat ze met hun aandacht bij andere zaken zitten en niet bij jou. Dit zelfde punt komt in verschillende onderzoeken als grootste irritatie naar voren.
Het gaat hier om de sociale omgang. Als je met iemand in gesprek bent, toon je belangstelling, heb je een goede luisterhouding. Dat is ook een kwestie van respect voor je gesprekspartner. Op zulke momenten dus even de telefoon uit, op stil of op de trilstand. Alhoewel, als je een telefoon voelt trillen of je hoort het geluid van een notificatie , dan ben je toch al weer even afgeleid en ben je in gedachten toch al snel bezig met de vraag wie of wat dat geweest zou kunnen zijn. Keuzes maken dus! Bewust even uit zetten.
Maar hoe leer je dat? Stel je dat als opvoeders als regel? Onder het eten en als er visite is geen telefoon aan? Tijdens de les de mobieltjes uit? Of laat je het gewoon gebeuren en maak je het bespreekbaar op een moment dat het zich voordoet? Zo van: “Kan die telefoon ook even uit, want ik heb het gevoel, dat je niet echt naar me luistert als ik wat vertel! Ik zie, dat je aldoor afgeleid bent.” Je irritatie benoemen; zeggen wat het met je doet. Dat is wellicht het meest leerzaam.
Waarom zou je eigenlijk aldoor bereikbaar moeten zijn? Interessant om eens met elkaar in de klas of met je eigen kinderen bespreekbaar te maken. Belangrijk daarbij is ook je eigen voorbeeldgedrag. Hoe ga je er zelf mee om als ouder of als leerkracht? Als de vaste telefoon rinkelt tijdens het eten, neem je die dan wél op? Als een collega tijdens je les binnen komt stappen, accepteer je dat dan wél? Voorbeeldgedrag gaat dus verder dan alleen specifiek rond het omgaan met een telefoon. Wanneer ben je bereikbaar voor anderen en wanneer niet? Kun je ook zonder? Daarin moet je keuzes leren maken. Goede voorbeelden zijn daarbij helpend, meer dan het opgeheven vingertje.
Voorbeeldgedrag kan overigens ook betrekking hebben op het efficiënt gebruik maken van de mogelijkheden van telefoon. Als je je leerlingen laat zien hoe jij met een bepaalde app snel aan bepaalde informatie komt, zaken opslaat of deelt met anderen, dan steken zij daar weer wat van op voor zichzelf. Laat dus vooral de meerwaarde zien die het voor jou heeft en welke keuzes je ook daarin weer maakt.
Een ander punt dat werd aangestipt was de financiële kant van het mobielgebruik. Hoe houd je de kosten binnen de perken en voorkom je verrassingen? Een mooi onderwerp om met kinderen te bespreken en ook hun eigen ideeën over te horen. Soms hebben ze zelf hele creatieve oplossingen!
Ook het punt van elkaar pingen of sms’en terwijl je elkaar net nog hebt gezien of zo weer gaat zien, wordt als irritatiepuntje genoemd. Zeg het dan gewoon tegen elkaar! Daarbij: tekstberichten komen eerder verkeerd over dan wanneer je iets rechtstreeks tegen iemand zegt. Je kunt het gemakkelijker verkeerd opvatten en vaak durven ze via tekstberichten meer te zeggen dan rechtstreeks in iemands gezicht. Goed om je daar bewust van te zijn!
Een ideetje voor in de klas: Doe eens op het digibord de test op Mobielemanieren.nl en bespreek de uitkomsten gezamenlijk. Mooie ingang voor een gesprek!
Er blijven nog genoeg vragen over. Maak je filmpjes van medeleerlingen? En wat doe je daar vervolgens mee? Wat doe je met foto’s? Verwijder je die als iemand op de foto je daar om vraagt? Kortom: Kinderen en mobielgebruik - Welke manieren brengen wij ze bij?
Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @anthonyvdzande , @mavogrotius , @cognosceleonem , @Sjaboepaan , @karinwinters , @JelvanRijn , @JaapSoft , @RJoch , @HvanSchie , @KiindNL , @tijshuisman , @aukjederuijter , @ToussaintLemeer , @Hster
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 20.00 uur en 21.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!
Kinderen lopen op steeds jongere leeftijd met een mobieltje in hun zak. Handig om mee te communiceren, muziek te luisteren, games op te doen, etc. Maar hoe ga je eigenlijk met een mobieltje om? Zijn er bepaalde gedragsregels, die we de kinderen meegeven als het gaat om het gebruik van het mobieltje? Is dat een verantwoordelijk van de ouders of ook van school? Wat zijn de ‘do’s en dont’s’? Het gebruik van de mobieltjes is niet meer weg te denken. Zeker met de smartphone hebben we een apparaat op zak met ongekende mogelijkheden. Dat biedt kansen, ook voor het onderwijs! Tijdens eerdere discussies hebben we die mogelijkheden al eens onder de loep genomen. Toch zijn de meningen er binnen het onderwijs nog ernstig over verdeeld. De ene school verbiedt mobieltjes rigoureus, de andere staat het alleen toe in pauzes en weer een andere staat het onder voorwaarden ook tijdens de les toe. In dat laatste geval dan vaak alleen wanneer het gericht is op het uitvoeren van de lesopdrachten.
Daarbij ontstaat er een zeker schemergebied. Want hoe controleer je of de leerling inderdaad met zijn opdrachten bezig is en niet stiekem ook even zijn Facebook checkt of even via WhatsApp een berichtje beantwoordt. Voor de één is dit reden om het dus tijdens de les niet toe te staan. Een ander geeft aan dat dit een vertrouwenskwestie is. Je moet je leerlingen serieus nemen en hen vertrouwen schenken. Daarmee bereik je het meest. En wanneer ze dat vertrouwen beschamen, dan heb je wat om over te praten. Maak het dan bespreekbaar en maak vervolgens samen afspraken om weer verder te kunnen.
Daarmee komen we weer terug bij de vraag: Hoe ga je nu op een gezonde manier met je mobieltje om? Wat doe je wel en wat niet? Wanneer wel en wanneer niet? En waarom? Een irritatie die bij verschillende discussie-deelnemers naar voren komt, is gericht op mensen die aldoor op hun telefoon kijken terwijl je met ze in gesprek bent. Het gevoel, dat ze met hun aandacht bij andere zaken zitten en niet bij jou. Dit zelfde punt komt in verschillende onderzoeken als grootste irritatie naar voren.
Het gaat hier om de sociale omgang. Als je met iemand in gesprek bent, toon je belangstelling, heb je een goede luisterhouding. Dat is ook een kwestie van respect voor je gesprekspartner. Op zulke momenten dus even de telefoon uit, op stil of op de trilstand. Alhoewel, als je een telefoon voelt trillen of je hoort het geluid van een notificatie , dan ben je toch al weer even afgeleid en ben je in gedachten toch al snel bezig met de vraag wie of wat dat geweest zou kunnen zijn. Keuzes maken dus! Bewust even uit zetten.
Maar hoe leer je dat? Stel je dat als opvoeders als regel? Onder het eten en als er visite is geen telefoon aan? Tijdens de les de mobieltjes uit? Of laat je het gewoon gebeuren en maak je het bespreekbaar op een moment dat het zich voordoet? Zo van: “Kan die telefoon ook even uit, want ik heb het gevoel, dat je niet echt naar me luistert als ik wat vertel! Ik zie, dat je aldoor afgeleid bent.” Je irritatie benoemen; zeggen wat het met je doet. Dat is wellicht het meest leerzaam.
Waarom zou je eigenlijk aldoor bereikbaar moeten zijn? Interessant om eens met elkaar in de klas of met je eigen kinderen bespreekbaar te maken. Belangrijk daarbij is ook je eigen voorbeeldgedrag. Hoe ga je er zelf mee om als ouder of als leerkracht? Als de vaste telefoon rinkelt tijdens het eten, neem je die dan wél op? Als een collega tijdens je les binnen komt stappen, accepteer je dat dan wél? Voorbeeldgedrag gaat dus verder dan alleen specifiek rond het omgaan met een telefoon. Wanneer ben je bereikbaar voor anderen en wanneer niet? Kun je ook zonder? Daarin moet je keuzes leren maken. Goede voorbeelden zijn daarbij helpend, meer dan het opgeheven vingertje.
Voorbeeldgedrag kan overigens ook betrekking hebben op het efficiënt gebruik maken van de mogelijkheden van telefoon. Als je je leerlingen laat zien hoe jij met een bepaalde app snel aan bepaalde informatie komt, zaken opslaat of deelt met anderen, dan steken zij daar weer wat van op voor zichzelf. Laat dus vooral de meerwaarde zien die het voor jou heeft en welke keuzes je ook daarin weer maakt.
Een ander punt dat werd aangestipt was de financiële kant van het mobielgebruik. Hoe houd je de kosten binnen de perken en voorkom je verrassingen? Een mooi onderwerp om met kinderen te bespreken en ook hun eigen ideeën over te horen. Soms hebben ze zelf hele creatieve oplossingen!
Ook het punt van elkaar pingen of sms’en terwijl je elkaar net nog hebt gezien of zo weer gaat zien, wordt als irritatiepuntje genoemd. Zeg het dan gewoon tegen elkaar! Daarbij: tekstberichten komen eerder verkeerd over dan wanneer je iets rechtstreeks tegen iemand zegt. Je kunt het gemakkelijker verkeerd opvatten en vaak durven ze via tekstberichten meer te zeggen dan rechtstreeks in iemands gezicht. Goed om je daar bewust van te zijn!
Een ideetje voor in de klas: Doe eens op het digibord de test op Mobielemanieren.nl en bespreek de uitkomsten gezamenlijk. Mooie ingang voor een gesprek!
Er blijven nog genoeg vragen over. Maak je filmpjes van medeleerlingen? En wat doe je daar vervolgens mee? Wat doe je met foto’s? Verwijder je die als iemand op de foto je daar om vraagt? Kortom: Kinderen en mobielgebruik - Welke manieren brengen wij ze bij?
Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.
Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @anthonyvdzande , @mavogrotius , @cognosceleonem , @Sjaboepaan , @karinwinters , @JelvanRijn , @JaapSoft , @RJoch , @HvanSchie , @KiindNL , @tijshuisman , @aukjederuijter , @ToussaintLemeer , @Hster
Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 20.00 uur en 21.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!
woensdag 27 juli 2011
Autisten digitaal culinair op stap?
Afgelopen week kreeg ik het boek ‘Duidelijk koken met Sandra’ onder ogen. Het is een duidelijk en gestructureerd kookboek voor mensen met autisme. Voordat ik in ga op de link met onderwijs en met ICT eerst aandacht voor het boek zelf.
Sandra Cornelissen, de auteur, is hulpverlener en geeft kookles aan mensen met een stoornis in het autistisch spectrum. Bij elk van de 10 recepten wordt in kleine stapjes uitgelegd wat je nodig hebt, welke handelingen en achtereenvolgens nodig zijn en hoe het gerecht geserveerd kan worden. Het hele proces van de benodigde boodschappen tot en met het eindresultaat wordt weergegeven in pictogrammen en foto’s, ondersteund met korte zinnen. De duidelijke, gestructureerde en visueel ondersteunde uitleg maakt het mogelijk dat mensen met autisme of een andere beperking zelfstandig aan de slag kunnen in de keuken.
Hoewel de recepten in de praktijk zijn uitgeprobeerd en waar nodig aangepast, zal in sommige gevallen nog wel enige begeleiding nodig zijn om de werkwijze eigen te maken. En ook om de gebruikte foto’s te relativeren. Visuele ondersteuning met foto’s kan bij sommige autisten alsnog ervoor zorgen, dat ze de foto ‘letterlijk’ nemen en bijvoorbeeld op zoek gaan naar het op de foto getoonde bord of vergiet en deze dan wellicht niet kunnen vinden, omdat de eigen borden of het eigen vergiet er anders uit ziet. Bij pictogrammen is dat risico er vaak niet.
De gekozen gerechten zijn gevarieerd, maar zullen mogelijk niet iedereen aanspreken in de doelgroep. Dit als kleine kanttekening. Wellicht een tip voor deel 2! Het doet niets af aan het feit, dat het een uitstekend hulpmiddel is, waarmee mensen met autisme of een andere beperking zelfstandig aan de slag kunnen en ze meer op eigen benen laat staan!
Voor het onderwijs is het ook een prima boek om te gebruiken tijdens kooklessen. Kinderen kunnen hier prima mee uit de voeten zonder veel begeleiding. Een aanrader dus!
En dan de link met ICT. Bij het zien van het boek moest ik denken aan de website Sociaal op Stap, dat onlangs tijdens de IPON2011 de IPON-stimulerings-award won. Op deze website zijn stappenplannen voor mensen met autisme te downloaden, die uitleggen wat je in sociale situaties moet doen en wat er van je verwacht wordt. Deze stappenplannen zijn ook te bewerken om ze aan te passen aan de eigen situatie. Er is ook een Smartphone-app van Sociaal op Stap, waarmee de stappenplannen bekeken kunnen worden en dus ook altijd bij de hand zijn.
Op een dergelijke manier zouden ook de recepten uit ‘Duidelijk koken met Sandra’ op een handige manier gedigitaliseerd kunnen worden, waardoor ze aanpasbaar zijn en snel bij de hand via een smartphone-app. Alle picto’s, foto’s en bijbehorende teksten zouden in een database verzameld kunnen worden, zodat je als gebruiker ook je eigen recepten kunt samenstellen. Daarbij zou je de database wellicht kunnen aanvullen met eigen foto’s en teksten. Door een koppeling met bijvoorbeeld Appie, de app van een bekende supermarktketen, zou ook meteen een boodschappenlijstje samengesteld kunnen worden.
Zo helpen we mensen met autisme niet alleen sociaal op stap, maar ook culinair op stap en ontdekken we wellicht nog heel wat verborgen talenten!
Naar aanleiding van: Cornelissen, S. (2011). Duidelijk koken met Sandra, Amsterdan: SWP
Sandra Cornelissen, de auteur, is hulpverlener en geeft kookles aan mensen met een stoornis in het autistisch spectrum. Bij elk van de 10 recepten wordt in kleine stapjes uitgelegd wat je nodig hebt, welke handelingen en achtereenvolgens nodig zijn en hoe het gerecht geserveerd kan worden. Het hele proces van de benodigde boodschappen tot en met het eindresultaat wordt weergegeven in pictogrammen en foto’s, ondersteund met korte zinnen. De duidelijke, gestructureerde en visueel ondersteunde uitleg maakt het mogelijk dat mensen met autisme of een andere beperking zelfstandig aan de slag kunnen in de keuken.
Hoewel de recepten in de praktijk zijn uitgeprobeerd en waar nodig aangepast, zal in sommige gevallen nog wel enige begeleiding nodig zijn om de werkwijze eigen te maken. En ook om de gebruikte foto’s te relativeren. Visuele ondersteuning met foto’s kan bij sommige autisten alsnog ervoor zorgen, dat ze de foto ‘letterlijk’ nemen en bijvoorbeeld op zoek gaan naar het op de foto getoonde bord of vergiet en deze dan wellicht niet kunnen vinden, omdat de eigen borden of het eigen vergiet er anders uit ziet. Bij pictogrammen is dat risico er vaak niet.
De gekozen gerechten zijn gevarieerd, maar zullen mogelijk niet iedereen aanspreken in de doelgroep. Dit als kleine kanttekening. Wellicht een tip voor deel 2! Het doet niets af aan het feit, dat het een uitstekend hulpmiddel is, waarmee mensen met autisme of een andere beperking zelfstandig aan de slag kunnen en ze meer op eigen benen laat staan!
Voor het onderwijs is het ook een prima boek om te gebruiken tijdens kooklessen. Kinderen kunnen hier prima mee uit de voeten zonder veel begeleiding. Een aanrader dus!
En dan de link met ICT. Bij het zien van het boek moest ik denken aan de website Sociaal op Stap, dat onlangs tijdens de IPON2011 de IPON-stimulerings-award won. Op deze website zijn stappenplannen voor mensen met autisme te downloaden, die uitleggen wat je in sociale situaties moet doen en wat er van je verwacht wordt. Deze stappenplannen zijn ook te bewerken om ze aan te passen aan de eigen situatie. Er is ook een Smartphone-app van Sociaal op Stap, waarmee de stappenplannen bekeken kunnen worden en dus ook altijd bij de hand zijn.
Op een dergelijke manier zouden ook de recepten uit ‘Duidelijk koken met Sandra’ op een handige manier gedigitaliseerd kunnen worden, waardoor ze aanpasbaar zijn en snel bij de hand via een smartphone-app. Alle picto’s, foto’s en bijbehorende teksten zouden in een database verzameld kunnen worden, zodat je als gebruiker ook je eigen recepten kunt samenstellen. Daarbij zou je de database wellicht kunnen aanvullen met eigen foto’s en teksten. Door een koppeling met bijvoorbeeld Appie, de app van een bekende supermarktketen, zou ook meteen een boodschappenlijstje samengesteld kunnen worden.
Zo helpen we mensen met autisme niet alleen sociaal op stap, maar ook culinair op stap en ontdekken we wellicht nog heel wat verborgen talenten!
Naar aanleiding van: Cornelissen, S. (2011). Duidelijk koken met Sandra, Amsterdan: SWP
dinsdag 6 april 2010
Een revolutie in het onderwijs?
Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Smartphones en handheld computers gaan zorgen voor een revolutie in het onderwijs”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.
Overal om ons heen zien we kinderen en jongeren in de weer met compu
ters op zakformaat, al dan niet met de mogelijkheid om te internetten, te bellen, te filmen, etc. Ze zijn er handiger mee en hebben het sneller onder de knie dan de meeste van hun ouders, leerkrachten en docenten. Ook hun manier van communiceren, informatie opzoeken en uitwisselen en het toepassen van allerlei applicaties geven een ander beeld. Wat betekent dat voor het onderwijs? Gaan we een revolutie tegemoet?
Het artikel “A Is for App: How Smartphones, Handheld Computers Sparked an Educational Revolution” voorspelt van wel. Er wordt een vergelijk getrokken met Sesamstraat. Waar anderen zeer sceptisch, maakten de initiatiefnemers van Sesamstraat gebruik van de opkomst van de televisie om kinderen op een nieuwe manier cijfers en letters aan te leren in de voorschoolse periode om ze iets te leren.
Met de middelen van nu, zo zegt het artikel, is het niet anders. Wel met dit verschil: het is nu interactief. Kinderen zijn actief bezig in plaats van alleen maar te consumeren. Door daar op aan te sluiten en ze mogelijkheden te bieden, krijgen we slimmere kinderen, aldus het artikel.
In ons eigen artikel “ICT in het onderwijs over 5 jaar” verwezen we al naar het project “Het leren van de toekomst”. Het project loopt nog en er moet nog geëvalueerd worden. Of de kinderen er daadwerkelijk slimmer van zijn geworden, zal na een project van drie weken niet te meten zijn. We zijn benieuwd naar de opbrengsten van dit project. Voor het Jeugdjournaal verklaren sommige kinderen leren zo veel leuker te vinden. Anderen vonden de gewone manier ook prima. Toch vraagt het wel het nodige van iedereen om een dergelijk project te draaien en helemaal, wanneer je alleen nog maar zo wilt lesgeven.
Veel hangt af van de infrastructuur, de beschikbare middelen en de motivatie van alle deelnemers. Leerkrachten en docenten moeten op sommige punten de lesmethodes loslaten en de leerstof vanuit de doelen van de les op een heel andere manier bij de leerlingen brengen. De doelen staan vast, maar de weg er naar toe is flexibel.
Daarbij moeten leerlingen zoveel mogelijk actief worden ingeschakeld. Niet de techniek zelf moet centraal staan, maar de mogelijkheden, die het biedt om met de onderwijsinhoud bezig te zijn. Goed nadenken over inhoud en didactiek is de basis. Overleg ook met de leerlingen wat ze leuk vinden en probeer daar op aan te sluiten. Vinden ze Hyves leuk, probeer dan zinvolle opdrachten te bedenken om daar wat mee te doen. Leerlingen zijn dan dus niet zomaar aan het chatten en krabbelen, maar werken aan een concrete opdracht.
Om het goed op te zetten is het belangrijk om leerkrachten, die nog niet zover zijn, goed begeleid worden en leerlingen moeten materiaal hebben waar ze zelfstandig mee aan de slag kunnen en een goede organisatie uiteraard. Wanneer leerlingen zelfstandig aan het werk zijn, kan de leerkracht meer tijd besteden aan bijv. de zorgleerlingen.
Laat leerlingen zelf op onderzoek gaan en de mogelijkheden van een applicatie ontdekken. Laat ze vervolgens hun kennis en ervaring weer delen, door ze als vraagbaak in te zetten. Een voorbeeld daarvan is MindsharePower. Zo zijn de leerlingen heel betekenisvol bezig.
Door smartphones en handheld computers in te zetten, maak je onderwijs ook minder afhankelijk van een bepaalde plek. Je hoeft niet perse in de klas te zitten. Ook buiten op straat of in het park heb je allerlei applicaties bij de hand om bijvoorbeeld informatie op te zoeken, die je op dat moment nodig hebt of wat je op dat moment wilt vastleggen.
Kost het voor de leerkracht niet veel meer tijd? In het begin misschien wel, maar daarna levert het tijd op. Bovendien ben je heel bewust bezig met het vak waar je voor hebt gekozen: onderwijs geven. Gaan we een revolutie tegemoet? Gaat de overheid hier in investeren of de scholen zelf? Krijgen we niet enorme verschillen tussen scholen en gaan scholen elkaar zo beconcurreren? Wordt het onderwijs er echt beter van? De toekomst zal het leren. Over vijf jaar spreken we discussiëren we verder en kijken we terug!
Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zijn terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.
Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!
Overal om ons heen zien we kinderen en jongeren in de weer met compu
Het artikel “A Is for App: How Smartphones, Handheld Computers Sparked an Educational Revolution” voorspelt van wel. Er wordt een vergelijk getrokken met Sesamstraat. Waar anderen zeer sceptisch, maakten de initiatiefnemers van Sesamstraat gebruik van de opkomst van de televisie om kinderen op een nieuwe manier cijfers en letters aan te leren in de voorschoolse periode om ze iets te leren.
Met de middelen van nu, zo zegt het artikel, is het niet anders. Wel met dit verschil: het is nu interactief. Kinderen zijn actief bezig in plaats van alleen maar te consumeren. Door daar op aan te sluiten en ze mogelijkheden te bieden, krijgen we slimmere kinderen, aldus het artikel.
In ons eigen artikel “ICT in het onderwijs over 5 jaar” verwezen we al naar het project “Het leren van de toekomst”. Het project loopt nog en er moet nog geëvalueerd worden. Of de kinderen er daadwerkelijk slimmer van zijn geworden, zal na een project van drie weken niet te meten zijn. We zijn benieuwd naar de opbrengsten van dit project. Voor het Jeugdjournaal verklaren sommige kinderen leren zo veel leuker te vinden. Anderen vonden de gewone manier ook prima. Toch vraagt het wel het nodige van iedereen om een dergelijk project te draaien en helemaal, wanneer je alleen nog maar zo wilt lesgeven.
Veel hangt af van de infrastructuur, de beschikbare middelen en de motivatie van alle deelnemers. Leerkrachten en docenten moeten op sommige punten de lesmethodes loslaten en de leerstof vanuit de doelen van de les op een heel andere manier bij de leerlingen brengen. De doelen staan vast, maar de weg er naar toe is flexibel.
Daarbij moeten leerlingen zoveel mogelijk actief worden ingeschakeld. Niet de techniek zelf moet centraal staan, maar de mogelijkheden, die het biedt om met de onderwijsinhoud bezig te zijn. Goed nadenken over inhoud en didactiek is de basis. Overleg ook met de leerlingen wat ze leuk vinden en probeer daar op aan te sluiten. Vinden ze Hyves leuk, probeer dan zinvolle opdrachten te bedenken om daar wat mee te doen. Leerlingen zijn dan dus niet zomaar aan het chatten en krabbelen, maar werken aan een concrete opdracht.
Om het goed op te zetten is het belangrijk om leerkrachten, die nog niet zover zijn, goed begeleid worden en leerlingen moeten materiaal hebben waar ze zelfstandig mee aan de slag kunnen en een goede organisatie uiteraard. Wanneer leerlingen zelfstandig aan het werk zijn, kan de leerkracht meer tijd besteden aan bijv. de zorgleerlingen.
Laat leerlingen zelf op onderzoek gaan en de mogelijkheden van een applicatie ontdekken. Laat ze vervolgens hun kennis en ervaring weer delen, door ze als vraagbaak in te zetten. Een voorbeeld daarvan is MindsharePower. Zo zijn de leerlingen heel betekenisvol bezig.
Door smartphones en handheld computers in te zetten, maak je onderwijs ook minder afhankelijk van een bepaalde plek. Je hoeft niet perse in de klas te zitten. Ook buiten op straat of in het park heb je allerlei applicaties bij de hand om bijvoorbeeld informatie op te zoeken, die je op dat moment nodig hebt of wat je op dat moment wilt vastleggen.
Kost het voor de leerkracht niet veel meer tijd? In het begin misschien wel, maar daarna levert het tijd op. Bovendien ben je heel bewust bezig met het vak waar je voor hebt gekozen: onderwijs geven. Gaan we een revolutie tegemoet? Gaat de overheid hier in investeren of de scholen zelf? Krijgen we niet enorme verschillen tussen scholen en gaan scholen elkaar zo beconcurreren? Wordt het onderwijs er echt beter van? De toekomst zal het leren. Over vijf jaar spreken we discussiëren we verder en kijken we terug!
Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zijn terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.
Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!
Abonneren op:
Posts (Atom)