Posts tonen met het label vaardigheden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vaardigheden. Alle posts tonen

dinsdag 4 december 2012

Mediawijsheid in de Kerndoelen of als rode draad?


Het onderwerp vandaag op #netwijs Discussie Dinsdag was “Mediawijsheid in de Kerndoelen of als rode draad?”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Onlangs schreef Marcel Kesselring een blog met als titel “Scholen en (social) mediawijsheid: hoe stoppen we de digitale kloof?” Daarin pleitte hij ervoor om in de kerndoelen vast te leggen wat leerlingen aan het einde van hun schoolloopbaan moeten  beheersen rond ‘mediawijsheid’. Daarnaast zouden scholen deze dan ook echt moeten opnemen in hun onderwijsprogramma.

Als reactie schreef Jeroen Clemens een blog met als titel “Nederlands en Mediawijsheid moeten trouwen, een reactie op Marcel” vanuit het onderzoek waar hij mee bezig is pleit hij voor een integratie van Nederlands, Informatievaardigheden en Mediawijsheid.

vaardigheden
Daarmee komen we bij onze stelling. Jeroen laat zien, dat er tussen het vakgebied Nederlands in het VO, of de vakken Taal en Begrijpend Lezen, veel raakvlakken zijn met Mediawijsheid. Wanneer je reflecteert op taaluitingen, gespreksvaardigheden oefent, teksten analyseert of informatie zoekt, dan kun je daarbij niet heen om de grote hoeveelheid en verscheidenheid aan digitale teksten en digitale communicatiemiddelen. Jeroen Clemens geeft daarbij aan, dat uit onderzoek ook blijkt, dat hierbij ook ándere vaardigheden nodig zijn, dan bij de teksten uit bijvoorbeeld boeken.

verrijken
Wat voor Nederlands of Taal of Begrijpend Lezen geldt, geldt ook voor andere vakgebieden. Voor Aardrijkskunde zijn er tal van interessante digitale bronnen en tools beschikbaar. Evenzo voor Geschiedenis, Muziek, Creatieve vakken, Vreemde talen, etc. Voor haast elk vak zijn er mogelijkheden en middelen om de les te verrijken. Zowel de leraar als de leerling zal daar dan wel op een goede manier mee om moeten kunnen gaan. Mediawijsheid dus!

meer dan een project
Een ‘Week van de Mediawijsheid’ is zeer geslaagd om aandacht aan het onderwerp te besteden. Maar daar mag het niet bij blijven.  Het moet een opstap zijn naar integratie in het onderwijsprogramma. Natuurlijk kan het nodig zijn om bepaalde onderwerpen eens apart bij de kop te nemen in de vorm van een project(-week). Dat doen we immers bij sociale vaardigheden ook. Wanneer dat nodig is, staan we speciaal stil bij een bepaald aspect, maar daarna stimuleren we de leerlingen om het ook toe te passen in de praktijk. Ook bij sociale vaardigheden blijven we er op terug komen, geven we complimenten voor goed gedrag, herhalen we de afspraken, leggen we verbanden met andere situaties, etc. Waarom zouden voor Mediawijsheid andere regels gelden?

niet vrijblijvend
Marcel Kesselring heeft gelijk wanneer hij aangeeft, dat dat niet vrijblijvend kan zijn. Scholen hebben wat dat betreft een stok achter de deur nodig. De praktijk wijst dat ook uit, uitzonderingen daar gelaten. De digitale kloof wordt in verschillende opzichten groter. Tijd voor actie dus! Die kerndoelen moeten er komen!
Maar, zo wordt tijdens de discussie aangegeven, dan zijn er ook leerlijnen nodig. Je wilt immers niet alleen weten waar je naar toe moet, maar ook hoe je daar komt. Het mooiste zou zijn, wanneer daarbij ook aandacht is voor integratie binnen bestaande vakgebieden. En omdat leraren nu eenmaal gewend zijn in Nederland om volgens de methode les te geven, zijn ook stappenplannen, lesvoorbeelden, lesbrieven, etc. noodzakelijk, waarin concreet wordt uitgewerkt hoe je middelen van nu kunt inzetten tijdens verschillende lessen mét daarbij aandacht voor mediawijsheid. Dus: Nieuwe kerndoelen + leerlijnen + concrete lessen om scholen te helpen om Mediawijsheid als rode draad door hun onderwijsprogramma te laten lopen.

op school doen wat ze thuis ook doen
Aan de andere kant: Door bestaande lessen eens in een ander jasje te steken zet je al een paar stappen in de goede richting. Thuis doen leerlingen dat eigenlijk al spontaan. Ze delen wat ze maken of leuk vinden via social media, ze spelen games in het Engels en moeten daarbij soms ook zelf in het Engels communiceren, ze leggen contacten met campingvrienden in het buitenland, maken zelf liedjes en zetten dat op YouTube. Ze leren het van elkaar, via instructiefilmpjes of door gewoon uit te proberen. Wat zou het mooi zijn wanneer ze dat ook op school zouden kunnen doen én dan daarbij ook nog eens begeleiding zouden krijgen voor lastige dingen die ze tegen komen of gewezen worden op zaken die ze over het hoofd zien of gewoon niet over nadenken; zowel vakinhoudelijk als mediawijs!

Enerzijds moeten we Mediawijsheid dus borgen  door het op te nemen in de kerndoelen, anderzijds moeten we onze ogen openen voor de kansen die er liggen bij alle vakgebieden om mediawijsheid aan de orde te stellen door eens ándere middelen te gebruiken dan die van de methode. Dan komt het er niet bij, maar in plaats van. De gemotiveerde leerlingen krijg je er gratis bij!

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening of ervaringen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @compie67 , @gerarddummer, @GuusBouwhuis71 , @Sjaboepaan , @Hogenkampv

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!


Let op! Vanaf januari wordt de discussie verplaatst naar 15.30-16.30 uur!

dinsdag 27 november 2012

Mediawijs bij de gratie van Microsoft, Google en Facebook en ons zelf


Het onderwerp vandaag op #netwijs Discussie Dinsdag was “Mediawijs bij de gratie van Microsoft, Google en Facebook en ons zelf”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Deze week is het de Week van de Mediawijsheid. Een week vol met activiteiten om ouders en scholen of eigenlijk iedereen een stukje bewustwording bij te brengen en te stimuleren om aandacht aan dit onderwerp te besteden.

wie zoekt die vindt ...
Wijs omgaan met media. Is dat eigenlijk wel te doen? Het internet is één grote vergaarbak van heel veel informatie. Een hele kunst om daarin je weg te vinden! Gelukkig zijn er de zoekmachines! Die helpen me op weg! Dat zou je inderdaad verwachten, ware het niet dat zij ook zo hun belangen hebben. Als ik op mijn pc een zoekwoord intoets bij Google en een ander ook op zijn pc, dan kan het maar zo zijn, dat we een verschillend lijstje met resultaten te zien krijgen. Je kijkt op Facebook even je tijdlijn door, maar mist bepaalde berichtjes die bijvoorbeeld je partner wel ziet. Mooie voorbeelden hoe anderen met ons mee denken. Om ons te helpen uiteraard … ‘customizing’ noemen we dat! En dan nog de dringende aanbeveling om toch vooral bepaalde programma’s te gebruiken. Maar wie wordt er vooral beter van?

vérder kijken
Er worden, zonder dat we het merken, keuzes voor ons gemaakt. Alleen wie heel goed thuis is in de materie kan er wegwijs in worden en zijn eigen keuzes maken. Willen we leerlingen hierin onderwijzen en hen kunnen begeleiden, dan vraagt dat nogal wat van jou als opvoeder. En dus … negeren we het maar,  beperken we ons tot een bepaalde basis, spelen we in op incidenten, etc. Geven we onze leerlingen wel echt die vaardigheden mee die hen voorbereid op en in staat stelt om in medialand overeind te blijven en verder te kijken dan hun neus lang is?

kritische houding
‘Manipulatie’ is iets van alle tijden overigens. Ook op TV-programma’s en kranten kun je lang niet altijd aan. En ook in het echte leven, oftewel IRL, kun je niet iedereen op zijn blauwe ogen vertrouwen. In dat opzicht niets nieuws en komt het onderwerp ‘wat is waar?’ op alle mogelijke manieren op je af. De technieken om ons in een bepaalde richting te krijgen worden echter steeds geavanceerder … Begrijpend lezen en begrijpend surfen alleen zijn niet genoeg! (Zie het verslag van een eerdere discussie) Je hebt de juiste strategieën nodig, de juiste bronnen, de vaardigheid om bronnen te vergelijken, het besef dat je niet moet afgaan op wat je in eerste instantie voorgeschoteld krijgt. Een kritische houding dus! “Vroeger moest kennis vergaard worden, nu is ze ter beschikking en is het de kunst om ze te vinden.”

wie ben ik?
‘Iemand die zelf een filmpje of een blog maakt, is 100% puur zichzelf. Social media zijn juist niet manipulerend, mits je het goed gebruikt natuurlijk.” zo werd opgemerkt. Dat is echter discutabel: In hoeverre zijn we zelf eigenlijk echt via social media? Zouden alle mensen inderdaad zo gelukkig zijn als hun profiel ons doet geloven? Welke boodschap geven wij daarmee aan de opgroeiende leerlingen? Welk beeld krijgen zij hiermee voorgeschoteld van de wereld om hen heen? Delen we ook ons verdriet, onze teleurstellingen met onze digitale ‘vrienden’?

aan de slag
Het is duidelijk, dat de Week van de Mediawijsheid er niet voor niets is. Er is nog een flinke inhaalslag te slaan! Al op jonge leeftijd moeten we met leerlingen aan de slag! Daarbij kunnen we van hén minstens zo veel leren als zij van ons! Laten we vooral ook het goede voorbeeld geven. Er zijn gelukkig al diverse goede voorbeelden van zinvol, positief en leerzaam (social) mediagebruik in het onderwijs. Laten we de goede voorbeelden volgen en vooral ook delen!

Mediawijsheid begint niet morgen maar vandaag! En dan eerst bij ons zelf …

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening of ervaringen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Hogenkampv , @GuusBouwhuis71 , @henkvangils , @lexhupe , @Sjaboepaan , @ManuBorghs

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

donderdag 22 november 2012

Aan de slag met social media in het onderwijs

Van 23 t/m 30 november 2012 is het de 'Week van de Mediawijsheid'. Overal in het land worden dan activiteiten georganiseerd om aandacht te besteden aan mediawijsheid. Alle informatie over deze week is te vinden op weekvandemediawijsheid.nl 

mediagebruik
Dat het onderwerp een week lang volop in de schijnwerpers staat is een goede zaak! Naast het feit dat er ongelofelijk veel gebruik wordt gemaakt van media en social media blijkt er ook nog veel onbekendheid te zijn; bij leraren, bij leerlingen en ook bij ouders. Die onbekendheid roept bij iedereen weer een andere reactie op. De één wordt nieuwsgierig en gaat experimenteren, de ander wil er niets mee te maken hebben. Onbekendheid, onwetendheid en angst zijn vaak slechte raadgevers. Juist daarom is het van belang je te verdiepen in het onderwerp. 'Wat kán je er mee?' komt eerst. 'Wat wíl je er mee?' komt daarna.

social media
Kinderen komen overal in aanraking met social media. Je kunt geen televisieshow bekijken of je wordt opgeroepen om te reageren via social media. Kinderen worden nieuwsgierig en willen graag mee doen. Ze maken een account aan en gaan aan de slag. Al doende ontdekken ze vanzelf hoe het werkt. Op zichzelf een hele gezonde en leerzame houding. Tegelijkertijd blijkt in de praktijk, dat ze veel ook niet ontdekken of te laat. Ook zijn ze zich van bepaalde consequenties niet bewust.

vaardigheden en onderwijsdoelen gaan samen
De vraag is eigenlijk: Gooi je ze in het diepe of geef je ze zwemles? Door op school social media in te zetten als middel kun je ze spelenderwijs vaardigheden bij brengen en bewust maken van dingen. Laat je leerlingen eens een krantenartikel lezen en vraag ze om de kerngedachte weer te geven in een tweet van 140 tekens met daarbij een afgesproken hashtag om de tweets gemakkelijk terug te vinden. Bekijk vervolgens gezamenlijk alle tweets. Heeft iedereen dezelfde hoofdgedachte er uit gehaald? Hoe is er geformuleerd? Snap je wat de ander bedoeld? Een eenvoudig voorbeeld waarbij niet het middel, maar het doel centraal staat, namelijk het formuleren van de kerngedachte. Tegelijkertijd maken ze zich echter ook vaardigheden rond het middel eigen. Een mooie dubbelslag. Door deze variatie in werkvorm, zal bovendien ook de motivatie voor Begrijpend Lezen nog eens toenemen!

gratis whitepaper social media in het onderwijs
Nu blijken er in de praktijk ook haken en ogen te zitten aan het gebruik van social media. En daarbij: Waar begin je? Om scholen te helpen bij hun oriëntatie op het gebruik van social media in het onderwijs hebben de onderwijsadviseurs van Station to Station een whitepaper opgesteld. Een document met heel veel aandachtspunten om scholen te helpen om concreet en goed voorbereid aan de slag te gaan. Deze whitepaper is gratis te downloaden vanaf de website.

Wil je als school een inspiratiesessie of training voor de leraren of docenten organiseren, een informatieve ouderavond of workshops voor ouders? We helpen u graag verder! Meer informatie vindt u op de website: www.stationtostation.nl. Neem vrijblijvend contact met ons op, bel 0348- 44 69 63, mail naar info@stationtostation.nl of via het contactformulier.

dinsdag 15 november 2011

Leraar heeft geen tijd om te experimenteren met ICT-gebruik in zijn les!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Leraar heeft geen tijd om te experimenteren met ICT-gebruik in zijn les!”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

‘De werknemer 2.0 trekt het werk niet naar zich toe, maar inspireert en daagt anderen uit een bijdrage te leveren’ was gisteren de spreuk van de dag op de Coachingskalender. Na de discussie viel mijn oog er op. Het sluit mooi aan op de discussie van vandaag. Of beter nog: het geeft mooi weer waar we in het onderwijs dagelijks mee bezig zijn! Kinderen inspireren en uitdagen, zodat ze zelf aan de slag gaan en daar ook gemotiveerd voor zijn. Daar ben je niet in je eentje mee bezig. Je hebt een team van collega’s om je heen, die datzelfde doen. Werknemer 2.0, of in dit kader Leraar 2.0, betekent dan ook dat je deelt met je collega’s: opgedane ervaringen, kennis, ideeën, materialen. Elkaar enthousiast maken en samen het wiel uitvinden.

Als het gaat om het gebruiken van ICT in de les valt er heel wat te delen met elkaar. Wat zijn er veel mogelijkheden en tools die je in kunt zetten! Haast oneindig veel! En dat is meteen een verzuchting die regelmatig klinkt: ‘Er zijn zoveel mogelijkheden, ik weet niet waar ik moet beginnen!’ Geen overzicht dus. Daar is prima op in te spelen in dit geval. Er zijn diverse sites met complete overzichten van zeer handige tools, programma’s, tips en trucs speciaal gericht op het onderwijs. Zelf op zoek gaan is niet nodig, dat hebben anderen al gedaan! En wil je het nog concreter? Of zelf op papier? Dat kan! Denk aan bijvoorbeeld BoekTweePuntNul of onze eigen ‘Lessen met ICT’. Je kunt zo aan de slag!

Zo gemakkelijk blijkt het echter ook weer niet. ‘Ik zal toch eerst het één en ander moeten uitproberen voordat ik het zomaar in mijn les kan gebruiken!’ zo is een veel gehoorde opmerking. En zo is het ook. Je zult je moeten voorbereiden op je les en dus zelf moeten gaan uitproberen, bijstellen, passend maken voor jouw les, jouw situatie en jouw leerlingen. Dat kost tijd!

En daarmee zijn we bij de stelling van deze discussie. Leraren hebben immers geen tijd?! Er zijn zoveel zaken, naast het lesgeven, die ook tijd kosten. Er wordt steeds meer van scholen en dus van leraren gevraagd. ‘Ik weet dat je veel met ICT kan in je les, maar het kost me zoveel tijd om me daar in te verdiepen! Die tijd heb ik gewoon niet!’
Anderen brengen daar tegen in, dat het inzetten van ICT juist ook weer tijd oplevert. Je investeert eerst tijd, maar die verdien je later weer terug! Denken op de langere termijn dus! Investeren in efficiëntie, kwaliteit en verrijking van je lessen. Helaas leeft breed het gevoel, dat het gebruik van ICT-middelen meer tijd kost, dan dat het tijd oplevert. En dus wordt er voor gekozen om de kostbare tijd maar anders in te zetten.

Dat is het conflict waar vele ICT-coördinatoren en ICT-enthousiaste leraren dagelijks tegen aan lopen. Zelf de voordelen zien, deze ook delen, maar de boodschap komt niet over! Frustraties over en weer. Is het: niet kunnen? Niet willen? Heeft het te maken met persoonlijkheid of mentaliteit? Met overvraagt worden? Faalangst? Angst om de vertrouwde werkwijze en methodes los te laten?

Móet je dan perse ICT-middelen inzetten? Het is maar één van de middelen en niet altijd per definitie beter. Toch? Aan de andere kant: kinderen groeien op in een wereld waar ICT zo in verweven is, dat je er binnen het onderwijs niet omheen kunt. Niet willen gebruiken in je les is dus eigenlijk geen optie. Tenzij goed onderbouwd! Er kunnen goede redenen zijn om de computer niet in te zetten, maar ándere middelen in te zetten. Als leraar ga je uit van je lesdoelen en de specifieke doelen voor individuele leerlingen. Op basis van zijn professionaliteit kan de leraar er voor kiezen om een ander middel te gebruiken, omdat hij/zij inschat, dat daarmee de doelen beter gehaald zullen worden. Deze keuze mag dan echter niet voortkomen uit het niet kennen van de middelen, gebrek aan eigen vaardigheden, onwil, niks met computers hebben, enzovoort. Het moet dan echt een didactische keuze zijn.

Om alle leraren op dat niveau keuzes te laten maken, zal er ruimte moeten zijn voor kennis delen, voor samen ontwikkelen, voor scholing en dat alles vanuit een duidelijke visie op onderwijs. Het vraagt om leraren, die boven de leerstof staan en het curriculum kennen. Leraren die zelf arrangeren om de leerlingen optimaal te kunnen laten leren. Die durven te experimenteren en naar nieuwe wegen durven zoeken. Daarin hoef je niet het wiel zelf uit te vinden. Maak gebruik van de kennis van je ICT-coördinator en van andere collega’s.
Terecht werd tijdens de discussie opgemerkt, dat dat niet alleen voor ICT-middelen geldt, maar voor alle middelen. Wat doe je als je zelf niet muzikaal bent, maar een collega wel? Wat kun je dan aan elkaar hebben? Heb je moed om je collega om hulp te vragen? Of de mogelijkheid te onderzoek om je collega in jouw klas muziek te laten geven en jij in zijn klas geschiedenis? Heb je het lef om eens iets nieuws uit te proberen, zonder direct zicht te hebben op het verloop en de resultaten? Durf je jezelf te ontplooien?

Experimenteren hoeft niet iets groots en geweldigs te zijn. Gebruik eens een andere tool voor je wiskundeles, laat het boekverslag eens op een andere manier doen, laat je leerlingen een presentatie maken met Prezi in plaats van Powerpoint, probeer eens een kant en klare les uit rond een web 2.0-toepassing. Ervaar eens wat het doet met jezelf en vooral ook met de leerlingen. Laat je collega’s ook zien wat leerlingen gedaan hebben of beter nog: laat het hen zelf presenteren!
Begin met wat je wilt bereiken en ga dan op zoek naar mogelijkheden om dat te bereiken. En nogmaals: Heb je zelf niet de ideeën, vraag dan je ICT-coördinator of andere collega’s om raad. Maak gebruik van andermans expertise! En wat de tijd betreft: Tijd heb je niet, maar tijd maak je!

En voor de ICT-coördinatoren en –enthousiastelingen: Waak ervoor je collega’s te overvoeren. Durf te doseren! Doe niet alsof er niets anders bestaat dan ICT, alsof ICT gebruiken in je les de zevende hemel is. LAKS dus: Langzaam Aan in Kleine Stapjes! En begin niet bij het middel, maar bij het te bereiken doel! Laat van daar uit de meerwaarde zien.

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @amberwalraven , @Sjaboepaan , @TwietAnita , @pavl , @GUPAGEBO , @jvennink , @karinwinters , @ruudleuverink , @J_Karstens , @pbkoning71 , @jelmerevers , @JannekeGielisse , @devlies , @RicardoEshuis , @dancing_prinzes, @jong_leren

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 18 oktober 2011

Hoe vernieuwend is Het leren van de toekomst?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Hoe vernieuwend is 'Het leren van de toekomst'?”  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

De afgelopen weken vond op het Ichtus College in Kampen het Kennisnet-project ‘Het leren van de toekomst' plaats. “Tijdens het experiment gaat een 2e jaars VMBO-klas ervaringen opdoen met de mogelijkheden van een leeromgeving waarin innovatieve technologische oplossingen optimaal worden benut. Tijdens deze proef onderzoekt Kennisnet welke bijdragen ICT-toepassingen leveren aan de kwaliteit van het onderwijs.”, lezen we op de projectwebsite.

Hoewel het experiment nog enkele dagen loopt en de onderzoeksresultaten nog niet bekend zijn, namen we het toch alvast als onderwerp voor onze discussie. Een schot voor de boeg zullen we maar zeggen. De vraag die we centraal stelden, was de vraag in hoeverre je kunt spreken van vernieuwing of nog scherper: Zien we hier echt het leren van de toekomst?

De discussie leverde diverse reacties op die betrekking hadden op verschillende invalshoeken.

Leren van de toekomst?
Allereerst de vraag in hoeverre je echt kunt spreken over ‘leren van de toekomst’. Nemen we bijvoorbeeld mee wat Tex Gunning (lid van de Raad van Bestuur van AkzoNobel) onlangs zei in een lezing , namelijk dat we “kinderen opleiden voor de wereld van gisteren”, dan is dat een terechte vraag. Ook in de bekende filmpjes, zoals Shift Happens en Shift Up Education wordt hetzelfde gesteld. We lopen in feite altijd achter de feiten aan in ons onderwijs. Het begrip ‘leren van de toekomst’ is in die zin niet de juiste benaming. Het is eigenlijk meer het onderwijs zoals het nu overal zou moeten zijn.

Kijken we naar de middelen, die nu tijdens het experiment werden gebruikt, dan zien we dat al meer scholen hier mee aan het experimenteren zijn en vaak al verder zijn dan dit experiment. Vergelijken we het met sommige andere landen, dan geldt dat nog eens temeer. Het feit, dat wij een ander onderwijssysteem hebben zal daar ongetwijfeld mee te maken hebben.

Laten we dus zeggen, dat het experiment voor Nederlandse begrippen vernieuwend is en voor veel scholen ook inderdaad ‘leren van de toekomst’. Maar dat zegt meer over de scholen, dan over het experiment. Op de project-website wordt dat ook verwoord: “In het project willen we laten zien wat er nu al kan. Ook al noemen we het de “toekomstige” leeromgeving, gaat het eigenlijk niet over toekomst. Onze boodschap is dat het nu al kan. We kunnen nu al versnellen met behulp van ICT om betere leeropbrengsten te bewerkstelligen. Dit vraagt wel om goede balans tussen het gebruik van ICT en de manier van lesgeven. Het project biedt hiervoor een etalage.”

Visie
Daarmee komen we ook meteen bij de vraag wat je wilt bereiken met de inzet van deze innovatieve technologie. Wat zijn de motieven om deze ‘innovatieve technologische oplossingen’ te gaan gebruiken? Wat is het doel, dat je wil bereiken? Nu kan ‘het ruiken aan de mogelijkheden’ zoals iemand het tijdens de discussie noemde natuurlijk ook een doel zijn. Immers, je moet soms eerst ergens mee experimenteren en in de praktijk uitproberen wat je wel en niet kunt met een bepaalde toepassing voordat je onderwijsinhoudelijke doelen er aan kunt koppelen. Dit experiment wil daarin een bijdrage leveren voor andere scholen, die ook willen vernieuwen.

Dat betekent wel, dat je lering trekt uit deze experimentele fase en op basis daarvan vervolgstappen zet om dat wat je wilt behouden ook echt te borgen in je onderwijs. Koppelen aan langere termijn doelen en die ook steeds voor ogen houden. Die doelen moeten vervolgens ook voor iedereen helder zijn, dus voor docenten én leerlingen.

Communicatie
Dat brengt ons bij de communicatie hierover en dan met name de communicatie met leerlingen. In feite het onderwerp van Discussie dinsdag van vorige week: De behoefte van leerlingen aan het gebruik van ICT.. In hoeverre komen de ingezette innovatieve middelen tegemoet aan de behoeften van leerlingen? Een vraag die we nog wel eens vergeten te stellen.

De leerlingen die aan het experiment deel mochten nemen, hebben via een blog hun ervaringen gedeeld. Opvallend is hoe vaak het woord ‘leuk’ voorkomt in hun berichten: leuk om met de iPad te werken, leuk dat we vaker de laptop mochten gebruiken, leuk om nieuwe dingen te doen (robotica, 3D printing, augmented reality, webcam, touchtable), leuk om de instructiefilmpjes te bekijken. Het gebruik van andere of nieuwe materialen maakt dus het onderwijs leuk of in elk geval leuker. En dat is natuurlijk een belangrijk gegeven. Motivatie is een belangrijke voedingsbodem voor leren.

Er waren ook leerlingen overigens, die wat kritischer waren. Want hoewel de ene leerling stelt het heel prettig te vinden, dat er allemaal instructiefilmpjes beschikbaar waren voor de verschillende vakken, geeft een andere leerlingen aan dat super vervelend te vinden en liever gewoon uitleg te willen hebben, omdat ze dan de instructie beter begrijpen. Ook gaf een leerling aan, dat het onrustiger was in de klas en weer een ander dat de laptop zo traag werd van al die dingen die je moest downloaden. Wat de één prettig vind, is voor de ander juist niet prettig. Wat dat betreft niets nieuws onder de zon. Wel is het van belang om te constateren, dat niet elk middel voor elke leerling geschikt is. Onderwijs op maat betekent ook: middelen op maat. En dat betekent soms dus een ouderwetse mondelinge instructie! En ‘leuk’ is dus niet altijd ‘beter’.

Het is dus zoeken en uitproberen. Daarbij is ook de wet van de communicerende vaten van toepassing: Door het gebruik van andere middelen, zal ook de inhoud mee veranderen. Verander je de inhoud, dan zullen de middelen weer mee moeten veranderen. Maar in beide gevallen met als doel om de leerling zo goed mogelijk onderwijs te geven, dat bij hém past. Een docent zal dus moeten kijken naar de leerstof, de lesdoelen en de leerlingenbehoeften en op basis daarvan kiezen voor het juiste middel met als focus het leerrendement.

Vaardigheden en Mediawijsheid
Naar aanleiding van de opmerkingen van de leerlingen werd tijdens de discussie ook aangegeven, dat de vaardigheden ook een duidelijke rol blijken te spelen, zowel aan de kant van de docent als aan de kant van de leerling. Om de middelen effectief in te kunnen zetten, zal er aandacht moeten zijn voor het op peil brengen van de vaardigheden. Datzelfde geldt ook voor de mediawijsheid van betrokkenen. Tijdens de discussie waren we het er over eens, dat docenten en leerlingen daarbij veel van elkaar kunnen leren. Te weinig kennis van zaken zal leiden tot het niet (effectief) gebruiken van bepaalde middelen of het verwateren daarvan. Daarbij is het wel van belang om op te merken, dat de vaardigheden niet op zichzelf staan, maar dat er vervolgens ook aandacht is voor de toepassing van deze vaardigheden. Dat is een minstens even grote uitdaging!

En: Je hoeft niet alles te weten! Als je er maar voor open staat, een lerende houding hebt en de juiste vragen weet te stellen en niet bang bent om leerlingen verantwoordelijk te maken! Niet overal apps voor uit de kast halen, maar ze zelf kritisch leren nadenken! Oftewel: hun eigen 'apps' leren gebruiken! De docent maakt leerlingen mediawijs en de leerlingen maken de docent mediavaardig.

Dit alles geeft overigens ook aan, dat apart ICT-beleid niet meer van deze tijd is, maar verweven moet zijn in het totale onderwijsbeleid.

Tot slot een citaat van een van de deelnemers: “Leren moet steeds meer op werken lijken, want werken is steeds meer leren!” Dat is pacht echt ‘Leren van de toekomst’! We wachten met spanning op de resultaten van het experiment op het Ichtus College in Kampen!

Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar heb je wel een standpunt hier over? Reageer dan op dit blog of via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT
Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven. Op discussiedinsdag.yurls.net vind je alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook die van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @WouterSchimmel , @karinwinters , @FransDroog , @GUPAGEBO , @michelboer , @ruudleuverink , @Sjaboepaan , @jong_leren , @MariekeSimonis , @inabel , @M_Masselink , @ellishouben81 , @compie67 , @_JuuT_ , @jelmerevers


Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 29 maart 2011

ICT-vaardigheidsniveau van leerlingen, die de basisschool verlaten is belabberd!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Het ict-vaardigheidsniveau van leerlingen die de basisschool verlaten is belabberd!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Enige weken geleden hadden we een discussie met als onderwerp “Een Leerlijn ICT is volkomen achterhaald!”. Daarin kwam al naar voren, dat ICT zo geïntegreerd is in ons dagelijks leven, dat het vreemd is om dat niet te doen in ons onderwijs. Er zijn tal van mogelijkheden om ICT als middel in te zetten binnen de reguliere lessen. Stel je daarbij als leerkracht of docent eerst de vraag wat je onderwijsdoel is en bekijk dan hoe ICT een middel kan zijn om dat doel te bereiken en in welke vorm.
Ook de vaardigheden, die dat vervolgens van de leerlingen vraagt kwam aan bod. Eén van de conclusies was, dat een basisleerlijn ICT-vaardigheden zowel voor de leerkracht als de leerling een belangrijke leidraad vormt om de kwaliteit te bewaken.

De stelling van vandaag was een verzuchting van een VO-docent. Leerlingen kunnen vanalles met hyves, msn en YouTube. Maar als ze informatie op moeten zoeken en verwerken, dan wordt het zweten. Daarvoor ontbreken de vaardigheden.
Nu zullen er in de praktijk grote verschillen zijn. Veel basisscholen hebben een leerlijn ICT-vaardigheden en laten leerlingen gericht oefenen om zich deze vaardigheden eigen te maken; al dan niet geïntegreerd in andere vakken. Veel scholen echter hebben deze leerlijn niet of hebben hem alleen maar op papier staan. En op veel scholen is de uitvoering afhankelijk van de vaardigheden van de leerkracht, die daar vaak ook niet op wordt aangesproken.
De vraag naar de oorzaak van een dergelijke verzuchting van VO-docent laat zich dus op meerdere manieren beantwoorden als we kijken naar het PO. Maar we moeten ook kijken naar het VO. Is voldoende duidelijk wat leerlingen moeten beheersen binnen het VO als het gaat om ICT-vaardigheden? Ook dat zal per school verschillen. Wanneer het VO een duidelijk competentieprofiel zou opstellen met een duidelijk omschreven startniveau, dan zou dit het PO in staat stellen om daar met hun leerlijn op aan te sluiten. Deze lijn kan overigens ook weer worden doorgetrokken richting MBO en HBO.

Ook hierbij ontstond weer een discussie over de vaardigheden van de leerkrachten en docenten zelf. Allereerst geldt, dat zij kennis moeten hebben van de middelen en mogelijkheden. Zonder dat zullen ze het ook niet gaan inzetten en ook niet hun leerlingen kunnen inspireren en uitnodigen. Of ze zelf alle programma’s e.d. ook moeten beheersen is maar de vraag. Wanneer ze de leerlingen voldoende kunnen faciliteren en begeleiden, dan zijn leerlingen ook prima in staat om zelf op ontdekking te gaan en elkaar te helpen. Blijkt echter, dat hun eigen vaardigheid een belemmerende factor is, waardoor ook de afspraken binnen de leerlijn in gevaar komen, dan zal moeten worden ingegrepen. Door hulp van een collega, ondersteuning van een ICT-coördinator, inzet van een vakdocent of door scholing. Vanuit het management zal daar oog voor moeten zijn. Zij zullen het bespreekbaar moeten maken en dit moeten faciliteren.

Toch maar weer een digitaal rijbewijs invoeren? Niet in de vorm zoals we die hebben gehad. Daarbij kregen leerkrachten en docenten allerlei programma’s en vaardigheden voorgeschoteld, waar ze in de praktijk niets mee konden. Het heeft alleen toegevoegde waarde wanneer het ook echt is toegespitst op dat wat nodig is om de leerlingen goed en eigentijds onderwijs te geven. Vaardigheden en programma’s, die ze ook daadwerkelijk zullen moeten gebruiken in de praktijk.

Belangrijke aandachtspunten voor zowel de leerkracht of docent als voor de leerling zijn: veilig internetten, gevolgen inzien van reageren op Internet, sociale netwerken, informatieverwerking, zoekvaardigheden, documentbeheer, enzovoort. Dat kan via een aparte leerlijn maar wel met een koppeling naar en integratie in de verschillende vakken.
In dit kader verwijzen we ook naar bijv. de Kennisbasis ICT en de Inventarisatie ICT-competenties. Goed om kennis van te nemen!

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @myrandreas , @digikennis , @ YorickSaeijs , @robertdevilee , @MarcelMarkvoort , @karinwinters , @Boupas , @JohnLeeGain , @RobbertZ80 , @MarjoleinEdel , @MevrouwtjeT , @kletskous , @sabineverbeek , @marboneveld , @Afwels , @PascalMarcelis , @florinablokland , @Sjaboepaan

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 1 maart 2011

Als ICT-budget geen issue was

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Als ICT-budget geen issue was, dan …?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Met dit onderwerp gaan we niet op zoek naar luchtkastelen. Budget wordt vaak als snel aangedragen als reden waarom de inzet van ICT in het onderwijs niet gaat zoals iedereen zou willen. Maar wat wil iedereen dan precies en waarom? Stel nu, dat je de vrije hand hebt wat betreft budget, wat ga je dan aanschaffen en/of doen? Waar zou je heen willen als het gaat om integratie van ICT in je onderwijs?

Goede apparatuur
Het eerste, dat genoemd werd, was het vervangen van alle verouderde computers. Niet kijken naar de minimale eisen, maar gaan voor een optimale configuratie. De software die beschikbaar komt voor het onderwijs stelt steeds hogere dan wel andere eisen aan de computers, maar ook aan de netwerken. Scholen hebben dan als snel weer het gevoel achter de feiten aan te lopen. Een belangrijk punt is dus het zorgen dat de infrastructuur meegroeit of aangepast wordt op datgene wat er mee gedaan moet worden. Heel concreet bijvoorbeeld: een kleinere harde schijf en in plaats een betere videokaart en meer werkgeheugen, want de computer hangt toch in een netwerk.
Aansluitend bij voorgaande: een serverloze school. Alle software staat “in the cloud” en alle documenten staan online opgeslagen. Een goede internetverbinding is dan noodzakelijk en ook in dit geval worden wat andere eisen gesteld aan de configuratie van de werkstations.
Kort samengevat: alles moet het altijd en overal doen.
Wanneer de apparatuur up-to-date is, wordt wellicht ook meteen de ICT-coördinator ontlast, die nu vaak geconfronteerd wordt met storingen als gevolg van onvoldoende capaciteit van bijvoorbeeld de werkstations. Daarnaast is de apparatuur dan ook sneller en profiteren dus alle gebruikers van minder wachttijd. Ook een goed servicecontract is daarbij haast een voorwaarde.

Scholing
Scholing werd ook als belangrijk punt genoemd. Goed werkende apparatuur is één ding, maar er goed mee werken hoort daar bij. Deels hangt dat samen, want mensen haken af als ze geen vertrouwen hebben in de apparatuur. Maar los daarvan: Vaak wordt er geïnvesteerd in de hardware, maar niet in de mensen, die er mee moeten werken. Dat gaat vanzelf wel, zo wordt vaak gedacht. In de praktijk blijkt, dat daardoor het rendement veel kleiner is, dan wanneer er geïnvesteerd was in scholing van de leerkrachten. Op de meeste scholen blijkt, dat de mogelijkheden van software, van digiborden, van laptops, van tablets of van wat ook maar is aangeschaft deels onbenut blijven. Uiteraard verschilt dat per leerkracht, maar feit blijft, dat er veel meer uit te halen valt. Voorwaarde is dan wel, dat er tijd en ruimte is voor het personeel om zich hier in te verdiepen en zicht dit eigen te maken. Het betreft dan overigens niet alleen de ICT-vaardigheden, maar ook kennis van de mogelijkheden en ook belangrijk: het klassenmanagement. Discussiepunt daarbij is wel in hoeverre scholing óók een eigen verantwoordelijkheid is van de leerkracht zélf.
Tijd voor de ICT-coördinator om het onderwijskundige proces te bewaken, collega’s te begeleiden, te overleggen met de directeur en de Intern Begeleider en beleidslijnen uit te zetten is daarbij eveneens een wens die leeft en nu vaak ondersneeuwt als gevolg van beperkte formatie en budget.

Elke leerling een eigen computer
Een andere wens is de aanschaf van tablets in plaats van computers. Ze zijn minder kwetsbaar dan laptops en hebben meer mogelijkheden. Ook zijn ze beter op te bergen en handzamer om mee te werken. Elke leerling een eigen computer (in welke vorm dan ook) biedt de leerkracht de mogelijkheid om de leerlingen veel meer op maat te laten werken. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden voor de eigen inbreng van de leerling, wat zich vertaalt in een grotere leeropbrengst.
Anderen twijfelen overigens aan de noodzaak om voor elke leerling een eigen computer aan te schaffen, althans in het Primair Onderwijs. Leerlingen gaan vooralsnog echt niet alles op de computer doen en daarom kan er middels een goede organisatiestructuur ook prima met minder computers gewerkt worden. Alleen zul je dan wel moeten loslaten, dat alle leerlingen op hetzelfde moment ook hetzelfde doen.
De vraag kwam hierbij naar voren of er voldoende educatieve software is om echt onderwijs op maat te geven voor alle leerlingen in het geval ze allemaal een eigen computer zouden hebben. Het antwoord is ja. Maar waarom alleen educatieve software? Ook met andere software zijn er veel mogelijkheden voor het onderwijs. Daarbij zal er echter meer van de leerkracht worden gevraagd qua voorbereiding en creativiteit. Dan kun je zelfs met gratis middelen erg leuke en zinvolle opdrachten laten doen. Ook hier komen visie en vaardigheden weer om de hoek kijken.

Tegenstellingen
In de discussie werd gesignaleerd, dat voor wie de inzet van ICT in het onderwijs echt een uitdaging vindt eerder geneigd zal zijn om nieuwe computers, tablets of andere apparatuur zal wensen terwijl anderen eerder zouden willen investeren in tijd en scholing. Een deelnemer aan de discussie gaf daarbij aan: “Voorlopers investeren zélf in tijd. Volgers krijgen de middelen, maar veranderen omdat het moet.”

Wat zou nu de gemiddelde leerkracht antwoorden op de vraag wat hij of zij zou doen met ICT-geld. “Iets doen aan de hoeveelheid nakijkwerk! Dan gaan ze echt wel harder lopen!” voorspelde één van de discussiedeelnemers. En daar zijn natuurlijk mogelijkheden voor. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden met stemkastjes bij het digibord of digitale methodetoetsen. Kritische vraag daarbij: Kijken deze leerkrachten ook regelmatig naar de resultaten van het leerlingvolgsysteem van educatieve software? Gebruiken ze deze software ook om leerstofonderdelen te toetsen of wordt deze software alleen maar ingezet als extra oefenmiddel?
En wat als ze moesten kiezen tussen minder nakijkwerk of meer leerrendement of leerplezier? Daar wordt je immers uiteindelijk op afgerekend? En geeft dat ook niet meer voldoening? Een echt dilemma hoeft het overigens niet te zijn. Wanneer er goed over nagedacht wordt kan het ook prima gecombineerd worden.

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @henkheurter , @rvdzwan , @Gijs1982 , @Boupas , @gerritdekoster , @peterteriele , @Laagwater , @DeOverdracht , @henkvangils , @Bica10 , @Marathonkeje , @robertdevilee , @Kletskous

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 22 februari 2011

E-portfolio - meerwaarde of niet?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “E-portfolio - meerwaarde of niet?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Vandaag aandacht voor het E-portfolio. Kennisnet heeft er een aparte site over gemaakt. We citeren vanaf deze site: “Een e-portfolio is een middel om competenties te kunnen opslaan, beheren en tonen. In competentiegericht onderwijs staat de vaardigheid van het handelen voorop. De traditionele toetsvormen schieten tekort om deze vaardigheden te toetsen. Het gebruik van portfolio’s biedt de mogelijkheid om producten (werkstukken, video’s etc.), reflectie, feedback en vastgelegde sturing van leeractiviteiten op te slaan. Ter ondersteuning van competentiegericht leren en werken ontstaat steeds meer de behoefte aan een (digitaal) portfolio.”(Bron: Kennisnet – E-portfolio)

In bovenstaand citaat komt al duidelijk naar voren, dat het vraagt om een duidelijk kader en een duidelijke onderwijsvisie. Hoe ziet dat kader er uit? Waarin ligt de meerwaarde precies? Tijdens de discussie daarover kwamen verschillende aspecten naar voren.


Functie
Het eerste aspect is het doel, dat je wilt bereiken met een E-portfolio. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd. In de praktijk lijkt in het Primair Onderwijs vooral de expositiemogelijkheid het doel te zijn. Leerlingen kunnen laten zien wat ze gemaakt en gedaan hebben. In het geval van creatieve werkstukken is het leuker, zeker voor jongere kinderen, om het werkstuk zelf te laten zien in plaats van een foto ervan. Aan de andere kant is het probleem van menig ouder: Waar bewaar je al die werkstukken in huis! In dit geval is op de korte termijn het gemaakte werkstuk zelf leuker, maar op de lange termijn een foto handiger en duurzamer. Daarnaast kan in het portfolio ook meer van het proces zichtbaar gemaakt worden. Wat ging goed en wat niet en hoe is daarmee omgegaan? Welke leerpunten zijn er uit voortgekomen?
Richting Voortgezet Onderwijs en MBO/HBO zal de nadruk meer liggen op het leveren van ‘bewijs’, dat bepaalde doelen zijn behaald of aan bepaalde competenties wordt voldaan. Ook hier zal het proces meer in beeld zijn. Daarbij kan zowel de medeleerling of –student als de docent feedback geven. Richting het arbeidsproces komt dan het bekwaamheidsdossier in beeld.

Doelgroep
Voortvloeiend uit het doel, dat je voor ogen hebt, zal ook de doelgroep worden bepaald. Wie mag het E-portfolio inzien? Uiteraard de leerling zelf en de leerkracht of docent. Ook medeleerlingen kunnen een belangrijke doelgroep zijn om elkaar feedback te geven. Daarnaast kunnen ook de ouders een doelgroep zijn. In MBO en HBO kan ook gedacht worden aan bijvoorbeeld stagebedrijven en een rol spelen in beroepsoriëntatie en loopbaanbegeleiding. Maar nogmaals: de doelgroep hangt af van het doel, dat je hebt met het portfolio.

Voordelen
Een E-portfolio biedt verschillende voordelen:
  • mogelijkheid om ook video- en geluidsfragmenten toe te voegen of bijvoorbeeld presentatiebestanden
  • overal toegankelijk
  • mogelijkheden voor interactie en feedback
  • doorgaande lijn zichtbaar maken en analyseren
  • geeft inzicht in iemands kwaliteiten en competenties
  • hulpmiddel om sturing te geven aan iemands studieloopbaan
  • mogelijkheden tot meer adaptief onderwijs geven
  • overzichtelijker dan papieren portfolio
  • gevoelsmatig meer officieel karakter
Aandachtspunten
Tegelijk zijn er ook aandachtspunten wanneer je een E-portfolio wilt gaan gebruiken.
  • Privacy – Wie heeft toegang tot je portfolio? Is dit per onderdeel aan te geven? Overzien de leerlingen de consequenties van publicatie? Is dat besproken, evenals een gedragscode?
  • Inhoud – Wat zet je wel en niet in je portfolio? In hoeverre mag je dat zelf bepalen of wordt dat bepaald? Zijn er binnen de school afspraken over wat er in komt en ook hoe er feedback wordt gegeven en wordt beoordeeld volgens dezelfde normen? Welke rol speelt het leerlingvolgsysteem hierbij?
  • Visie op onderwijs – Sluit het gebruik van het portfolio aan op de visie op onderwijs en vloeit het daar uit voort? Of is het iets dat op zichzelf staat?
  • Toekomst – Is er een doorgaande lijn? Wordt er in het Voortgezet Onderwijs gevraagd naar de eventuele aanwezigheid van een portfolio? En in het MBO en HBO? Wordt er vervolgens ook echt iets mee gedaan? Of is het principe van ‘een leven lang leren’ slechts een illusie?
  • Praktisch – Wordt er regelmatig een backup gemaakt?
Tot slot nog even over het principe van ‘een leven lang leren’: Willen we dat echt waar gaan maken in het onderwijs en het E-portfolio daar een plek in geven, dan vraagt dat om een brede visie en zullen we van onze eilandjes af moeten komen en de handen ineen slaan. Het onderwijs zal gezamenlijk moeten optrekken. In elke fase van zijn studieloopbaan kan de leerling dan weer worden voorbereid op de volgende. In het PO kan het bijvoorbeeld de ICT-vaardigheden en mediawijsheid leren om met een E-portfolio te kunnen werken, in het VO de reflectie- een feedbackvaardigheden, in het MBO en HBO de procesmatige analyse. Zullen scholen en onderwijsinstellingen ooit zo samen gaan werken als zij wel van hun leerlingen vragen? En zullen de verschillende E-portfoliosystemen ooit compatible worden met elkaar?

Tot zover het verslag van de discussie. We zijn ons ervan bewust, dat slechts een beperkt aantal aspecten aan bod zijn geweest en het dus slechts een globale kijk is op het E-portfolio. Voor wie zich verder wil verdiepen verwijzen we naar de links op onze Yurls-pagina.
Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @marlijnnijboer , @FransDroog , @michelboer , @Wiswijzer2 , @jvennink , @Gijs1982 , @sienjaal , @barthoekstra , @WouterSchimmel , @priscilladens , @marbionline , @mstrmatthijs , @mevrouwtjeT , @PascalMarcelis

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 8 februari 2011

ICT-leerlijn bepaald door onderwijsinhoud en ervaring

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Een Leerlijn ICT is volkomen achterhaald!” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting. Hoewel de gebruikte voorbeelden op het basisonderwijs zijn gericht, zijn de principes breed toepasbaar.

Veel scholen, stichtingen of verenigingen zijn weer druk bezig met hun beleidsplannen voor de komende jaren. Ze ontkomen daarbij niet aan de vraag hoe ICT daarin een plekje krijgt. Wordt het een apart plan, wordt het een paragraaf of gaan we voor volledige integratie? Al eerder voerden we er met #netwijs Discussie Dinsdag een discussie over.
Een andere vraag, daar mee samenhangend is, is de vraag hoe wordt omgegaan met de vaardigheden van leerlingen als het gaat om de inzet van ICT in het onderwijs. Wat doen we met de eisen die de Inspectie aan de scholen stelt, bijvoorbeeld in het Waarderingskader ICT? Is er naast een leerlijn rekenen, een leerlijn wereldoriëntatie ook een leerlijn ICT-vaardigheden? Of gaan we ook hier voor integratie?

De vraag laat zich niet direct met ja of nee beantwoorden, zo bleek tijdens de discussie. Dat ICT en de daarbij horende vaardigheden geen doel op zich mogen zijn, daarover is iedereen het snel eens. Toch is dat op veel scholen nog wel de praktijk. Leerlingen leren bij kleuters muisvaardigheden, gaan in groep 3 met Paint aan de slag, in groep 4 met Microsoft Word, enzovoort. het doel is uiteindelijk, dat ze in groep 8 zelfstandig werkstukken in Word en presentaties in Powerpoint kunnen maken.
Hier zijn wat vragen bij te stellen. Hoe ga je deze vaardigheden aanleren? De praktijk op veel scholen is, dat er maar een beperkt aantal computers beschikbaar zijn. Gaan ze er dan om beurten mee aan de slag? Hoe vaak is een leerling dan aan de beurt en hoe lang duurt het dan voordat hij/zij de vaardigheid beheerst? Welk materiaal wordt er voor gebruikt en staan daarin de relevante vaardigheden om het uiteindelijke doel te bereiken? En wat als de leerlingen de vastgestelde vaardigheden al beheersen? Mogen ze dan verder met de vaardigheden, die gepland staan voor een volgend schooljaar? Of gaan we verdiepen?
Gaan we voor het integreren van ICT in de dagelijkse lespraktijk, hetgeen bij alle deelnemers de voorkeur heeft, hebben we dan dat probleem niet? Feit is, dat kinderen al heel jong hun eerste ervaringen opdoen met de computer en andere (digitale) apparatuur. Ze komen dus met ervaring de school binnen.

Laten we een vergelijking maken met schrijven. Hebben we een leerlijn ‘Potlood en pen’? Als we kinderen leren schrijven, hebben ze al een heel traject achter de rug. Thuis hebben ze al heel wat ervaring achter de rug met wasco, potloden en stiften. Spelenderwijs ontdekken ze de mogelijkheden en onmogelijkheden. Eenmaal op school gaat dat proces verder. Door het aanbieden van diverse materialen wordt spelenderwijs de motoriek gestimuleerd. Zelfs het spelen met bijvoorbeeld klei is een goede oefening in dat proces, al zien kinderen daar zelf geen enkel verband tussen. Ook de ontdekking, dat je met potloden een heel ander resultaat krijgt, dan met bijvoorbeeld stiften en dat beide ook weer naders gebruikt moeten worden, zijn belangrijke leerervaringen. Langzamerhand komen dan de schrijfoefeningen, de aandacht voor de potloodhantering, enzovoort. Ook wordt de link gelegd tussen het gesproken en geschreven woord.
Het ene kind kan al wat woordjes lezen als het naar school gaat, of eigenlijk moeten we zeggen: herkent al sommige woordjes, voor het andere kind zijn niet meer dan vreemde tekentjes. Bij sommige leerlingen lijkt het allemaal vanzelf te gaan. Bij de ander moet de juf of meester regelmatig bijsturen of eens apart gaan oefenen met bepaalde vaardigheden. De leerkracht heeft daarbij altijd een hoger doel in het achterhoofd: Uiteindelijk willen we, dat kinderen leren lezen en schrijven. En dat is weer nodig om goed te kunnen communiceren.

Dit voorbeeld illustreert, dat we te maken hebben met een leerproces waarin de leerling van punt A naar B gaat. Om daar te komen, zijn er vaardigheden nodig. Soms heeft het kind zich deze spelenderwijs zelf eigen gemaakt. In andere gevallen is daar stimulans en begeleiding nodig. De leerkracht weet als professional welke middelen en werkvormen daarvoor geschikt zijn en op welk moment. Is een leerling reeds bij punt B aangekomen, dan richten we de aandacht op het volgende punt. We willen immers, dat het kind zich verder ontwikkelt?

Terug naar de ICT-vaardigheden. We willen graag, dat leerlingen in groep 6 een werkstuk digitaal inleveren. Daar stellen we uiteraard enige eisen aan. De tekst moet opgemaakt zijn, de spelling moet in orde zijn, de teksten mogen niet zomaar van internet geplukt zijn, er moeten plaatjes bij staan, enz. Dit vraagt de nodige vaardigheden. Op het gebied van tekstverwerken, maar ook op het gebied van het zoeken naar en verwerken van informatie. Hoe controleer je of de informatie die je hebt gevonden ook klopt? Zaken, die niet van elkaar te scheiden zijn. Ook hier geldt, dat de leerkracht moet kunnen beoordelen welke vaardigheden nodig zijn en of dat ook daadwerkelijk het geval is bij de leerlingen. En wanneer dat niet het geval is, welke begeleiding nodig is.
Als vervolg hierop kan ook gekeken worden naar verschillende programma’s die je kunt gebruiken om een werkstuk te maken. Of naar de mogelijkheid om de werkstukken online te publiceren. Daarbij gaat het er niet alleen om hoe je dat doet, maar ook om de zaken waar je rekening mee moet houden: bronvermelding, beeldrechten, privacy, etc. Daarmee maak je het werkstuk nog meer betekenisvol (ook mensen buiten school kunnen het lezen), maar koppel je het ook met meerdere leerdoelen. Een aardrijkskundewerkstuk komt zo in een breed kader te staan.

We bieden op school een breed pakket aan vakgebieden aan. Bij veel van die vakken kan ICT worden ingezet: om lesstof in te oefenen of die te verwerken, om informatie te zoeken, om te communiceren, enzovoort. Wil ik leerlingen een telefoongesprek laten oefenen, zoals de taalmethode voorschrijft, dan kan ik ze dat laten doen met hun hand als telefoon. Maar ik kan ook gebruik maken van bijvoorbeeld Skype. Door dat gewoon te doen, maken de leerlingen vanzelf kennis met het middel. Het kan ook zijn, dat er iets mis gaat. Een leerling sluit per ongeluk het programma af. Weet de leerling (of één van de anderen) hoe je het programma weer opstart? Dit zou aanleiding kunnen zijn om een moment te plannen om concreet met een bepaalde vaardigheid te oefenen om ervoor te zorgen, dat het de volgende keer beter loopt en mijn lesdoel (een gesprek voeren via de telefoon) niet (weer) in gevaar komt.

Zo kunnen we tal van voorbeelden noemen. Als leerkracht weet je de lesdoelen van een bepaalde les. Je kent de middelen, die je daarvoor in kunt zetten. En je kunt bepalen welke vaardigheden daarvoor nodig zijn en of de leerlingen deze beheersen. Je maakt daarbij een keuze of je dat vooraf doet of alleen wanneer dat nodig blijkt. Dat leerlingen ook zelf veel kunnen uitvogelen, blijkt uit de inmiddels steeds meer bekende experimenten van Sugatra Mitra.
Voor de meer gevorderde leerlingen kan ook gedacht worden aan de mogelijkheid om te experimenteren met Open Source-programma’s. Hoe zit de software in elkaar en hoe kunnen we die manipuleren? Leuk om eens iemand uit te nodigen, die daar in thuis is en die met een groepje leerlingen aan de slag te laten gaan.

Om de juiste middelen in te kunnen zetten, betekent het dus wel, dat kennis van ICT-middelen voor de leerkracht noodzakelijk is. Om daarin als team verder te komen, kan een leerlijn een goed hulpmiddel zijn om ervoor te zorgen, dat leerlingen een bepaald minimumaanbod krijgen. In feite is de leerlijn dan meer een stok achter de deur voor de leerkrachten, dan een weergave van de ontwikkeling die leerlingen moeten doormaken.
Gaandeweg zal in de praktijk blijken welke vaardigheden daarbij belangrijk zijn om aan te leren en ook in welk stadium. Zo kan typvaardigheid bijvoorbeeld een onderdeel zijn, dat waardevol is om een structurele plek te geven. Ook zaken die we vaak onder Mediawijsheid vatten verdienen zeker de aandacht. Maar ook hierbij geldt weer, dat telkens gezocht moet worden naar een geïntegreerde aanpak. Daarmee sla je een dubbelslag en verhoog je het rendement van je onderwijs.

Tot zover het uitgewerkte verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @AndresProgress , @JaapSoft , @Mennovh , @olafiolio , @elkedas , @TomV , @karinwinters , @eRKa58 , @Marathonkeje , @flovanlieshout , @Wiswijzer2 , @Kletskous , @mariekemove , @ardhuizinga , @ellishouben81 , @MevrouwtjeT , @sienjaal , @PascalMarcelis , @Helikon

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 21 september 2010

Innovatie met ICT in het onderwijs, een must of een hype?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Innovatie met ICT in het onderwijs, een must of een hype?” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

De stelling riep al voor de discussie begon de nodige reacties op. Kort samengevat: De stelling is een open deur en niet meer van deze tijd. De vraag is echter of je daarmee weg komt. En of je daarmee iedereen die werkzaam is in het onderwijs recht doet, hoort en serieus neemt. Hoewel de stelling wellicht wat zwart-wit is, is nog lang niet iedereen het eens over het feit, dat alle apparaten en innovatieve toepassingen, die de school binnen worden gebracht ook daadwerkelijk een verbetering van het onderwijs betekenen.

Inveseren versus bezuinigen
Jaarlijks worden door scholen duizenden euro’s uitgegeven aan ICT. Dat wordt besteed aan de infrastructuur, dus de computers, printers, accesspoints, kabels, etc. en het onderhoud daarvan. Maar ook aan bijvoorbeeld software-licenties. Leerkrachten worden geconfronteerd met het feit, dat na 4 jaar alle computers in school ineens worden vervangen door splinternieuwe. En dat terwijl er met de oude niets mis was! En dan wordt er ook nog een rijtje Ipads aangeschaft. Tegelijkertijd krijgen dezelfde leerkrachten ook te horen, dat er geen geld beschikbaar is om eindelijk het plein eens op te knappen of het klaslokaal een likje verf te geven. Ziedaar het spanningsveld waarin veel ICT-coördinatoren zich bevinden.
Natuurlijk valt er best het een en ander uit te leggen. Want de leerkracht, die vandaag zegt, dat het onzin is om al die computers te vervangen, komt morgen klagen, dat zijn computer veel te traag is en niet eens fatsoenlijk een filmpje kan afspelen. Of dat hij 3 dagen moet wachten op een nieuwe lamp voor de beamer. Een gevalletje van twee walletjes willen eten. Regeren is vooruitzien en dat vraagt wel eens tijdig investeren ook al lijkt het nu nog niet nodig.

Visie en beleid
Aan de andere kant: Het valt niet te ontkennen, dat er veel geld in ICT wordt geïnvesteerd, terwijl op andere fronten bezuinigd moet worden. Op materiaal en vaak ook op personeel. Is dat te verkopen?
Als het goed is wel. Elke school heeft zijn visie en het te voeren beleid geformuleerd en daar een passende begroting onder gelegd, waarin keuzes zijn gemaakt vanuit visie en beleid. Daarbij heeft de school wel ook rekening te houden met bovenschools beleid en gezamenlijke afspraken en met geoormerkte gelden.

Beperken we ons nu tot de inzet van ICT in het onderwijs, dan zou de school een beleidsplan moeten hebben, waarin vanuit het algemene schoolplan visie en beleid m.b.t. ICT helder zijn verwoord en financieel onderbouwd. Verwacht mag worden, dat de school daarbij modern en kwalitatief goed onderwijs wil nastreven, dat de kinderen voorbereid op hun toekomst. In het beleidsplan zou verwoord moeten staan welke doelen nagestreefd worden en waarom, hoe dat te realiseren en wat het beoogde effect is. Op basis daarvan kan geëvalueerd worden en is ook vast te stellen of het de investering waard is geweest.
Heel concreet: Wat willen we met ons rekenonderwijs? Wat hebben we daarvoor nodig? Wat is er al beschikbaar? Wat moeten we zelf nog ontwikkelen of aanschaffen? Wat verwachten we als resultaat? En tot slot: Wat is het resultaat dat we geboekt hebben en hoe vertalen we dat naar andere vakgebieden?

Dat scholen actief ICT in hun onderwijs moeten betrekken en innovatief bezig moeten zijn, staat buiten kijf. Het is zo verweven met alles wat we doen in de samenleving en het dagelijks leven, dat je je er als school niet aan kunt ontrekken. Kinderen hebben er recht op onderwijs te krijgen met moderne middelen. Immers zij moeten er mee om kunnen gaan wanneer ze toetreden tot de maatschappij. En dan hebben we het niet alleen over vaardigheden, want daar hoeven we vaak niet heel veel meer aan te doen. Maar vooral ook de reflectie er op. Welk middel is op welk moment het beste is en waarom? Hoe kan ik er optimaal gebruik van maken? Welke voor- en nadelen zijn er? En mogelijke gevaren? Leren omgaan met verantwoordelijkheden en keuzes leren maken.

Must of hype
Een must dus! Maar het heeft ook zijn grenzen. Want het is onmogelijk om overal aan mee te doen en achteraan te rennen. Zoals één van de discussie-deelnemers het zei: “Niet alle ICT en is een must voor elke docent. Een hype is het pas, als er ondoordacht gebruik van wordt gemaakt”. Dus wanneer de koppeling met visie en beleid wordt losgelaten en je niet meer aan elkaar kunt uitleggen wat nu werkelijk de meerwaarde is voor het onderwijs op jullie school. Wanneer je niet verder komt, dan dat het leuk is en de kinderen er zoveel plezier aan beleven. Of: Dat zou je ook eens moeten proberen! Wanneer we als school met alle winden mee gaan waaien, doen we de leerlingen ook tekort.

Mogen we dan niet meer experimenteren en nieuwe dingen uitproberen? Zoeken naar innovatieve toepassingen en mogelijkheden? Zeker wel. Ook dat heeft alles met onderwijs te maken: samen ontdekken. Maar evalueer het dan ook. Wat hebben we ontdekt en geleerd en hoe houden we dat vast? Wat gaan we er mee doen en wat kunnen anderen ermee? Hoe ga ik mijn opgedane kennis delen en uitbreiden. Zit ik met mijn visie en beleid nog op de juiste koers of moet ik gaan bijsturen? Niet de ICT als doel op zich, maar ingebed en geïntegreerd. Praat er eens over op de vrijdagmiddag onder het genot van een hapje en een drankje door regelmatig een ICT-café te organiseren en deel je ervaringen. Laat zien wat het oplevert! Kijk terug wat er al bereikt is in de afgelopen tijd.

Dat vraagt om leerkrachten en docenten die betrokken zijn, weten wat er te koop is en de vertaalslag weten te maken. Investeren is scholing, oefensessies en tijd voor de leerkracht om het zich eigen te maken. Gelukkig is ook 10% van hun uren bedoeld voor nascholing. Of zitten deze al vol …

Innovatie met ICT in het onderwijs, een must of een hype? Een must voor wie met beide benen op de grond staat, een hype voor wie niet weet te onderscheiden en voor wie visie en beleid vieze woorden zijn!

Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie. Heeft u zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 22 juni 2010

Kennis rond onderwijs en ICT lijkt leerkracht niet te bereiken.

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Kennis rond onderwijs en ICT lijkt leerkracht niet te bereiken. Waar zit de uitdaging?”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Met enige regelmaat valt er gratis bij mij een brochure van Kennisnet in de bus, uit de onderzoeksreeks. “Deze reeks heeft als doel het onderwijs te informeren over wat werkt met ict”, zo valt op de website te lezen. In de praktijk blijkt dat doel echter maar ten dele gehaald. Veel mensen, die in het onderwijs werkzaam zijn blijken de reeks niet te kennen. Erg jammer, want ze bevat waardevolle informatie, die door scholen gebruikt kan worden, wanneer zij bezig zijn met visieontwikkeling.

Nu is Kennisnet niet de enige bron van informatie voor scholen als het gaat om de inzet van ICT, of Nieuwe Media zo u wilt, maar de vraag is of via de andere kanalen meer succes wordt geboekt. Bereikt de informatie de man of vrouw voor de klas? Of komt het niet verder dan de geïnteresseerde ict-coördinator, die zijn of haar uiterste best doet om collega’s enthousiast te krijgen? Waar ligt de grens tussen dingen aangereikt krijgen en zelf actief de ontwikkelingen volgen, tussen consumeren en zelfstudie?

Terecht wordt in de discussie opgemerkt, dat de hoeveelheid beschikbare informatie en de snelheid van de ontwikkelingen enorm is. Er zal dus iemand binnen de school moeten zijn, die het kaf van het koren scheidt. Centrale vraag daarbij is: Wat is onze visie op onderwijs en welke informatie sluit daar het beste bij aan? Als je als school van mening bent, dat de leerkracht of docent degene is, die informatie overdraagt aan de leerlingen, is het weinig relevant je uitgebreid te verdiepen in het zoeken van informatie op internet door leerlingen. Heb je als school begaafdheid als speerpunt, dan is het zinvol je team te voeden met informatie over hoe nieuwe media daarbij zinvol en effectief ingezet kunnen worden. Wanneer de informatiestroom, zo gefilterd, bij de leerkracht aankomt is de kans op een geïnteresseerde ontvangst groter.

ICT-coördinatoren lopen er regelmatig tegenaan, dat collega’s zelf de informatie al filteren, namelijk vanuit de gedachte dat ICT iets is wat er ook nog eens bij komt. Als ik net doe of het er niet is, dan gaat het misschien vanzelf wel weg. Hoewel het feit, dat leerkrachten en docenten een forse workload hebben, niet valt te ontkennen, gaan ze met deze houding toch tekort door de bocht. Ten eerste, omdat de ontwikkelingen er nu eenmaal zijn en ook echt wel door gaan. Ten tweede, omdat ze dan hun ogen sluiten voor het feit, dat het in het onderwijs draait om het voorbereiden van leerlingen op de maatschappij en zo mogelijk op de maatschappij zoals deze er uit ziet op het moment, dat de leerling volwassen is en geacht wordt zichzelf te redden. Dat is een maatschappij waarin ICT of Nieuwe Media volledig zijn geïntegreerd in bijna alle dingen, die we doen. Alle reden dus om ICT ook volledig te integreren in ons onderwijs en het niet als iets opzichzelfstaands te bestempelen.

In de discussie kwamen verschillende concrete tips naar voren om als school hier aan te werken. We delen ze in op categorie:

Informeren en Enthousiasmeren
  • Laat leerkrachten ervaren wat het met de leerbeleving van kinderen doet wanneer ICT wordt ingezet tijdens de lessen, ánders dan als oefenmiddel.
  • Zorg voor inspirerende voorbeelden, die aansluiten bij de visie van de school en de situatie van de leerkrachten.
  • Geef als ICT-coördinator eens een voorbeeldles in de klas van een collega of vraag één van de andere vaardige collega’s dat te doen.
  • Geef tijdens elke teamvergadering of op een vaste dag tijdens de lunch een korte presentatie voor alle leerkrachten: Laat een interessant filmpje zien (bijv. van leraar24), toon een paar handige RSS-feeds, laat een educatieve website zien. Zorg wel, dat het aansluit bij speerpunten binnen de school!
Scholing
  • Geef leerkrachten de kans om te doen en te ervaren. Een praktische training waarin ze veel kunnen oefenen op hun eigen niveau en aansluitend op hun situatie. Geef daarbij keuzemogelijkheden, zodat ze zelf een vorm van regie hebben.
  • Bekijk de mogelijkheid om de trainer, ook tijdens de lessen eens in de klassen te laten kijken en te laten coachen on-the-job.
  • Een training moet praktisch en direct toepasbaar zijn en zorgen voor een plezierige leerervaring voor de leerkrachten en later voor hun leerlingen.
Visie, Beleid en Organisatie
  • Vermijd het woord ICT en spreek over “veranderingen” of ”nieuwe werkvormen”.
  • Spreek over de opbrengsten en niet over de techniek.
  • Geef de leerkrachten de tijd om zich de dingen eigen te maken.
  • Heb niet alleen aandacht voor de vaardigheden, maar ook voor het klassenmanagement.
  • Ontdek waar de angst zit, want dat is het vaak, en help deze stapje voor stapje te overwinnen.
  • Faciliteer als school de leerkrachten, door een vast percentage van de niet-lesgebonden uren te reserveren voor zelfstudie (om breed alle ontwikkelingen rond onderwijs, didactiek, etc. bij te houden).
  • Maak als team duidelijke afspraken en spreek elkaar daar op aan.
Tot zover het verslag van de discussie. Er valt nog veel meer over te zeggen! Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost.
Op discussiedinsdag.yurls.net vindt u nog enkele interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussie.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 2 februari 2010

Inzet van ICT in het onderwijs leidt tot betere leerresultaten

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Inzet van ICT in het onderwijs leidt tot betere leerresultaten.” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.
Om de stelling te onderschrijven ga je al snel op zoek naar onderzoeksrapporten. Kennisnet biedt ons een ruim overzicht aan van onderzoeken en brochures waar we dankbaar gebruik van kunnen maken. Het onderwerp staat volop in de belangstelling.

Voorheen gebruikte de inspectie het ooit beruchte Waarderingskader ICT. Als ict-er had je daarmee een mooi instrument om je eigen school te toetsen. Hoever zijn we en wat moeten we nog doen?
Met het gebruik van dergelijke kaders of andere instrumenten loop je echter ook gemakkelijk in de valkuil, dat je het als een checklist ziet, waarbij de lijst zelf het doel wordt en het echte doel uit het oog wordt verloren, namelijk: goed onderwijs geven.

Met dat doel voor ogen is het natuurlijk wel goed om als school in beeld te brengen hoe je er voor staat en hoe het gesteld is met de competenties en vaardigheden van de leerkrachten. Van hen wordt immers verwacht, dat ze kwalitatief goed en eigentijds onderwijs geven. Je wilt dat het rendement van je onderwijs zo groot mogelijk is.
De deelnemers waren het er over eens, dat inzet van ICT zeker kan leiden tot betere prestaties bij leerlingen. Let daarbij op het woord “kan”. Tussen ict-inzet en beter onderwijs is geen = te plaatsen. Allereerst hangt het af van de competenties van de leerkracht. Is hij/zij in staat om vanuit de lesdoelen en de behoefte van de leerlingen het juiste ict-hulpmiddel op het juiste moment en op de juiste wijze in te zetten? Dat vraagt dus:
  • Kennis van ict – Welke programma’s, websites en tools kan ik inzetten en hoe?
  • Kennis van de leerling – Wat heeft deze leerling in deze situatie en bij dit vak nodig?
  • Kennis van de leerstof – Welke doelen komen er aan bod? Hoe zitten de leerlijnen van de verschillende leergebieden in elkaar?
Dat vereist dus goed opgeleide en bijgeschoolde leerkrachten. Laat de leerkrachten de juiste comptenties ontwikkelen, die aansluiten bij de onderwijsdoelen en er op gericht om antwoord te geven op de vraag: Wat heeft deze leerling bij deze les nodig om optimaal te kunnen leren? Handelingsgericht werken dus! Uit onderzoek blijkt dat het leerplezier en het leerresultaat zeker verbeteren. ICT kan daarbij dus een een uitstekend hulpmiddel zijn, mits op de juiste wijze ingezet. Scholen zouden hun leerkrachten daarvoor moeten faciliteren met de juiste middelen, scholing en tijd.

Voorbeelden hoe je ict in zou kunnen zetten:

  • Je vindt Verhalend Ontwerpen belangrijk? Dat kan ook erg goed op het digibord of de computer! Photostory, Moviemaker, @Trip, Animoto, Glogster ... kun je allemaal gebruiken.
  • Spellingscategorie ch / g aanleren: eerst auditief samen met leerkracht in sessie 1. Dan oefent de leerling deze categorie verder auditief achter de pc met bijv. NIB spellingswerk sessie 2, 3, en 4. Dan controleert de leerkracht de vorderingen in het LVS en koppelt deze in sessie 6 terug samen met de leerling: leerdoel wel/niet bereikt?
  • Laat leerlingen met motorische problemen hun dictee op de computer laten doen. Zo leg je de focus op de spelling i.p.v. op het schrijven.
Enkele algemene tips van de deelnemers:

  • Gebruik de ICT Pabo-tool
  • 23 Onderwijsdingen voor het PO komt eraan! Maakt je team Web2.0 bewust en vaardig!
  • Bestudeer de onderzoeken en brochures op Kennisnet
  • Stel als school een kwaliteitskaart op (bijv. WMKPO) om de competenties regelmatig te meten
  • Gebruik de Assessmenttool ICT om speerpunten uit te halen om aan te werken
  • Hang de leerlijnen op in je klas.
  • Stel je doelen niet te hoog! Begin met kleine stapjes. Blijf dicht bij jezelf. (LAKS -> Langzaam Aan Kleine Stapjes)
  • Don't fix what ain't broken. Sluit aan bij de ontwikkeldoelen van de school. Is rekenen je speerpunt? Hoe ga ik mijn rekeninstructie dan zo effectief mogelijk maken met het digibord? Breng focus aan en je zult merken dat je veel gerichter te werk kan gaan.
  • Niet elk kind hoeft aan de beurt te komen; alleen zij die het nodig hebben!
  • Biedt ICT-vaardigheden aan vanuit de gedachte: “use to learn” en “learn to use”.
  • Koppel je ICT-leerlijn aan je bestaande curriculum. Wel een leerlijn, maar niet apart op het rooster.
Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zij n terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!