Posts tonen met het label laptops. Alle posts tonen
Posts tonen met het label laptops. Alle posts tonen

dinsdag 13 november 2012

Bring your own device gaat niet zonder Bring your own content!


Het onderwerp vandaag op #netwijs Discussie Dinsdag was “Bring your own device gaat niet zonder Bring your own content!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

‘Bring your own device’, ook wel afgekort als ‘BYOD’ wil zeggen, dat leerlingen (en leerkrachten) hun eigen apparaat meenemen en daar op werken. Voor de één is dat een laptop, voor de ander een tablet en voor weer een ander een SmartPhone. Je eigen apparaat is het gereedschap waar je mee werkt, waarmee je toegang hebt tot diverse gereedschappen en bronnen ongeacht waar je bent.

Wat betreft het gebruik zijn er verschillende mogelijkheden:
  • Het kan slechts gaan om het toegang verlenen tot een online omgeving, waarbij een browser en internettoegang dus voldoende is.
  • Het kan ook gaan om de verschillende mogelijkheden of gereedschappen die je tot je beschikking hebt op het device. Daarmee voeg je dus extra middelen toe, naast de bestaande.
  • Of het kan gaan om een combinatie van beide.
In het eerste geval zullen er minder obstakels zijn, dan in het tweede geval. In dat geval gaat er namelijk nog iets anders meespelen. Met een laptop kun je weer andere dingen dan met een tablet of SmartPhone. Ook kun je met het ene merk device weer andere mogelijkheden dan een ander. Bovendien speelt dan ook nog mee het verschil tussen bijvoorbeeld een Android-tablet en een iPad, etc. Met deze verschillen zul je dan terdege rekening moeten houden.

Nu wordt er in Nederland heel veel volgens lesmethoden gewerkt, gemaakt door uitgeverijen. Zijn die materialen die je wilt gebruiken al digitaal beschikbaar, zijn ze webbased, zijn ze interactief en platform-onafhankelijk? Momenteel is het aanbod heel erg divers. Alle boeken de deur uit en alles digitaal doen is daarom nog geen optie  … tenzij … tenzij je je eigen materialen gaat ontwikkelen als school. Uiteraard kunnen de lesmethoden daarbij prima dienst doen als leidraad, zodat je wel de leerlijn en de doelen van de methode volgt, maar daar invulling aan geeft met je eigen materialen.

Bij OBS De Zevensprong in Almere wordt al veel mee geëxperimenteerd met verschillende devices. Er is een goede internetverbinding waar leerlingen gebruik van kunnen maken met de verschillende devices. Zo kunnen ze gebruik maken van bijvoorbeeld de vele online Web 2.0-toepassingen. “Ik gebruik BYOD, omdat nu al 70% webased is. Daar heb ik geen app voor nodig alleen internet!” aldus Eric Redegeld. “Er is bijna voor alles wel een online oplossing. Ik voorzie, dat binnen nu en twee jaar methodes met apps komen of online toepassingen via IP verification zoals nu op de pc.”
Bij het Stanislas College loopt momenteel een BYOD-project waarbij leerlingen zélf lesmateriaal ontwikkelen. Ze verwerken de geleerde lesstof tot instructie voor andere leerlingen. Daarbij wordt eveneens gebruik gemaakt van de vele gratis webtools. Uiteindelijk is het de bedoeling dat ze elkaars materialen ook weer gaan waarderen en ze dus met elkaar ook de kwaliteit bewaken. “Wat opvalt is dat deze brugklassers veel minder vaardig en mediawijs zijn dan door docenten/volwassenen wordt gedacht.” aldus Wiebe Albers. Goede begeleiding is dus noodzakelijk. “Wanneer je hier als school mee start denk dan goed na over waar je naar toe wilt (visie) en hoe je daar denkt te komen (aanpak). Neem de tijd om te inventariseren wat er al is en gedaan wordt, en wie je zou kunnen ondersteunen.”

Om zo aan de slag te kunnen gaan zul je als leraar de nodige kennis moeten hebben. Allereerst van de leerlijnen en doelen, maar ook van de beschikbare mogelijkheden. Aan de andere kant geldt ook, dat je gebruik moet durven maken van de kennis die leerlingen zélf hebben op dit gebied of gewoon samen gaan experimenteren en ontdekken. Daar zul je tijd in moeten steken en eveneens in de organisatie. Ga ook niet alleen het wiel uitvinden maar maak gebruik van wat anderen al hebben ontdekt. Leg verbindingen met anderen en wissel met elkaar uit.

Tot slot nog een vraag die bleef hangen: ‘Bring your own device’ doet veronderstellen dat leerlingen (of beter gezegd: de ouders) zélf een device aanschaffen en deze ook zelf beheren. Naast de kosten voor aanschaf zijn er daarnaast wellicht ook kosten voor de aanschaf van eventuele apps (wanneer je meer wilt dan alleen internettoegang). Kun je dit van (alle) ouders vragen? Wat zijn de alternatieven?

Met andere woorden: Genoeg om verder over na te denken! Maar ga ondertussen wel aan de slag! Met afwachten kom je niet voorruit en blijven veel kansen en mogelijkheden liggen!

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening of ervaringen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @WiebeA , @mariekemove , @Sjaboepaan , @compie67 , @Klasseplan

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

dinsdag 2 maart 2010

Elke leerling een eigen laptop!

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Een laptop voor elke leerling” In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

In een kort artikeltje op de site van het AVS wordt in dit kader Openbare basisschool De Snippeling in Deventer genoemd. Een project met een duidelijke visie; ook richting ouders. Tegelijk ook een project, dat gesubsidieerd wordt. En zo zijn er meer. Bijvoorbeeld op basisschool De Talententoren in Sterksel. En in 2007 verscheen er al een rapport “Veldverkenning Laptop-per-Leerling”.

Op de markt verschijnen verschillende modellen handzame mini-laptops, e-book-readers en dergelijke apparaten, die vooral kindvriendelijk en makkelijk hanteerbaar moeten zijn. Ieder probeert op zijn manier met zijn product de markt te veroveren.

De interessante vraag hierbij is: Waarom zou elke leerling een eigen laptop moeten hebben? En vervolgens komen er nog veel meer vragen bij: Vanaf welke leeftijd? Hoe zit het met de bekostiging? Krijgt de ict-coördinator het niet razend druk?

In de discussie kwam duidelijk naar voren, dat het essentieel is om eerst als school een heldere visie te hebben op onderwijs en de rol van ict daarbij. Wanneer het daar aan ontbreekt, moet je er niet aan willen beginnen. Dan wordt de techniek leidend in plaats van het onderwijs. Als school moet je helder hebben, waarom je van mening bent dat het geven van een laptop aan elke leerling zorgt voor beter onderwijs, dat kinderen voorbereid op hun toekomst.
Leerkrachten en leerlingen halen hun kennis en informatie niet meer uit boeken maar van bijvoorbeeld het internet. Geen statische plaatjes, maar filmpjes en animaties. Lesboeken en werboeken helemaal digitaal. Alle informatie is overal en altijd beschikbaar. Voor de leerkracht ontstaat er een nieuwe onderwijssituatie, die hem veel kan opleveren, maar ook wat kost. Je moet goed nadenken over organisatie binnen de school en over klassenmanagement. Beschik je als leerkracht over voldoende vaardigheden om de leerlingen in deze nieuwe onderwijssituatie te kunnen begeleiden? Neem je als team de tijd om je hier op voor te bereiden en je te scholen?
Als belangrijke voorwaarde werd naar voren gebracht, dat het werken door alle leerlingen op een laptop gecombineerd zou moeten worden met een elektronische leeromgeving. Daarbinnen kan op een overzichtelijke en gestructureerde manier leerstof worden aangeboden op maat, waar leerlingen ook altijd bij kunnen, dus ook thuis. Zo voorkom je ook, dat je alleen maar aantekeningen van het bord gaat maken in Word i.p.v. je schriftje.

Over de vraag vanaf wanneer te beginnen liepen de meningen niet ver uiteen. Tot en met groep 4 zijn er nog veel vaardigheden met de leerlingen te oefenen, willen ze goed met de computer overweg kunnen. Daarbij kun je denken aan bijvoorbeeld het leren lezen en schrijven, het zelfstandig werken en basis-computervaardigheden. Vanaf groep 4 zou je dan een zinvolle start kunnen maken. Daarbij moet ook nagedacht worden over de typvaardigheid van leerlingen. Hebben ze deze niet, dan duurt een verhaaltje typen op de computer heel erg lang! Opdrachten moeten dus afgestemd worden op de vaardigheden, die de kinderen hebben.

Wat betreft de financiering werden verschillende aspecten genoemd: Subsidie aanvragen, ouders laten (mee-)betalen, besparen op papier, werkboeken en leerboeken en dat reserveren voor laptops, vooraf goed begroten, enzovoort. Het hangt natuurlijk heel erg af van de omstandigheden op de school en de beschikbare middelen. Belangrijk is om ook dit aspect al ver in het voren goed te doordenken en mee te nemen in het nadenken over je visie als school. Wanneer je vandaag je visie opstelt, heb je niet morgen het budget ervoor. Planmatig aanpakken dus! Vergeet ook de geldende arbo-regels over werkplekken en het gebruik van laptops niet. Ook daar kan geld in gaan zitten! Denk ook aan infrastructurele zaken. Is je schoolnetwerk er op berekend? Is je internetverbinding geschikt voor zoveel dataverkeer?

Kortom: Het is niet iets wat je zomaar de school binnen haalt. Er gaat een heel proces van denkwerk aan vooraf. Alles staat en valt op een goed onderbouwde en eigentijdse visie op onderwijs.

Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zij n terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!