Posts tonen met het label onderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderzoek. Alle posts tonen

donderdag 2 mei 2013

Wat werkt met ICT in het onderwijs

Op woensdag 24 april werd de jaarlijkse conferentie "Wat werkt met ICT in het onderwijs" georganiseerd door Kennisnet in het Diligentia Theater in Den Haag. Tijdens het congres delen onderzoekers en onderwijsprofessionals in korte pitches van 5 minuten de onderzoeksoogst van het afgelopen jaar. Dit jaar werd niet alleen onderzoek dat door Kennisnet werd geregisseerd, maar ook extern onderzoek uit Nederland en België gepresenteerd.

Kennisnet is een wetenschappelijk tijdschrift 4W gestart over opbrengsten en werking van ict in het onderwijs. 4W verschijnt elk kwartaal en biedt een actueel overzicht van wat we weten over ict voor leren, organiseren en professionaliseren. Aanmelden is gratis en zou ik zeker doen!

Er werden tijdens de conferentie in totaal vijftien pitches gegeven rondom vijf onderzoeksgebieden:
  1. Meten en maatwerk
  2. Mediawijsheid
  3. Taal en Rekenen
  4. Onderwijstijd
  5. Professionalisering
Vijftien onderzoeken
In één dag ben je snel op de hoogte van vijftien onderzoeken over "Wat werkt met ICT in het onderwijs". Na elke pitch was er ook gelegenheid om kennis te maken met de onderzoekers en vragen te stellen.

De dag werd geopend door Sanna Järvelä met een Keynote rondom het onderwerp ‘Socially shared regulation of learning – Preparing students to the 21st century learning’

Zelfregulering
Wat mij is bijgebleven van deze presentatie is dat leerstrategieën makkelijk aan te leren zijn, maar dat leerlingen deze stategieën niet (altijd) uit zichzelf toepassen. De vaardigheid op zichzelf aanleren is niet genoeg. Het gaat ook om motivatie. Daarbij spelen emoties een belangrijke rol om de leerstategie ook daadwerkelijk te gebruiken als je hem nodig hebt.

Goede studenten reguleren zichzelf  en elkaar. Het bestuderen van je eigen kennis en vaardigheden en dit onderhouden en uitbreiden is een levenslang proces. Zelfregulering kun je leren en steeds beter in worden. Nadenken over je eigen denken... Welke taak  moet ik volbrengen? Welke doelen ga ik stellen? Wat is mijn planning? Welke strategie kies ik? De aanpak doet me denken aan de beertjesmethode van Meichenbaum.

Co reguleren
Co reguleren is elkaar helpen in het samenwerkingsproces. Elkaar feedback geven. Plannen. Vragen stellen etc. Wat is ons doel? Wat is hiervoor de beste strategie? Wat is de beste strategied waar we het allemaal overeens zijn?
Computer Suported Collabrative Learning
Hierbij gaat het om het samenwerkend leren, maar dan is er een technisch middel dat de samenwerking ondersteund. Dit kan bijvoorbeeld een smartphone, tablet of pc zijn. Om succesvol te zijn als school moet er een goed theoritisch concept aan ten grondslag liggen en heb je creatieve leerkrachten nodig. Een voorbeeld hiervan is de UBIKO school.
Hieronder de twee presentaties die mij het meest zijn bijgebleven in positieve zin:

Leren ‘leren’ van een virtuele agent
Kinderen moeten dus leren hoe ze moeten leren. Zij beschikken niet over voldoende metacognitieve vaardigheden om te weten hoe ze moeten leren. In het onderwijs is er onvoldoende aandacht voor het aanleren van deze vaardigheden. Inge Molenaar heeft aan de Radboud Universiteit een virtuele agent ontwikkeld die leerlingen helpt om op een actieve manier te leren en te reflecteren op hun eigen leerproces door het geven van feedback. Dit leidt ook tot beter groepsleren.

Schrijfonderwijs
Het schrijven van teksten is een complex proces: geschreven teksten van leerlingen tussen groep 6 en groep 8 van de basisschool laten nauwelijks verbetering zien.
Het computerprogramma Tio-schrijven is een leeromgeving voor schrijvers in ontwikkeling en levert leerwinst op, zo wijst onderzoek van Theo Pullens verbonden aan de Avans Hogeschool uit.

 Lees alle verslagen over alle onderwerpen op de website van Kennisnet.

dinsdag 26 april 2011

Onderzoek naar Onderwijs en ICT beter afstemmen en zorgvuldiger gebruiken

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Samenhang aanbrengen in onderzoek naar effect van ICT in het onderwijs”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Aanleiding voor de discussie was een eerdere blogpost op ons Edublog naar aanleiding van de Vlootschouw 2011 van Kennisnet. Daarin komen enkele vragen naar voren. De stelling van vandaag is één daarvan.

“Die samenhang aanbrengen is toch logisch? Daar zijn we het toch snel over eens?” Dit was een eerste reactie die binnenkwam. Maar is dat inderdaad logisch? Bij verschillende gepresenteerde onderzoeken is het maar de vraag in hoeverre dat gebeurt is. In een uitgebreide reactie stelt onderzoekster Amber Walraven dat er wel degelijk naar andere onderzoeken wordt gekeken, maar dat van veel onderzoeken de resultaten (nog) niet gepubliceerd zijn en je er dus als onderzoeker geen kennis van kunt nemen. De vlootschouw bood hiervoor een mooie gelegenheid.

Even buiten de discussie om: Binnen de Netwijs Opleiding is één van de opdrachten het doen van literatuuronderzoek. Ook de deelnemers aan de opleiding geven aan, dat er zo weinig goed onderzoeksmateriaal te vinden is, althans Nederlandstalig.
Omdat van veel onderzoeken de resultaten niet (breed) bekend zijn, is overlap en herhaling ook niet te voorkomen. Een belangrijke stap die dus wellicht gezet moet worden, is het inrichten van een centraal punt waar dergelijke onderzoeksresultaten kunnen worden verzameld en waar ook een overzicht te vinden is van nog lopende onderzoeken. Deels is dat er al via SURFnet en Kennisnet, maar blijkbaar nog onvoldoende. Wellicht zou het beter in kaart brengen behulpzaam kunnen zijn bij het beter informeren van het onderwijsveld en het beter op elkaar afstemmen en/of samenwerken bij onderzoeken. Dat zou ook kostenbesparend kunnen zijn: bepaalde fasen van onderzoek zouden wellicht korter kunnen, waardoor eerder dieper kan worden onderzocht. Ook voor de kwaliteit kan dat bevorderend zijn.

Binnen de scholen ligt er ook een verantwoordelijkheid: nemen zij voldoende kennis van onderzoeken die gedaan zijn en laten zij hun visie en beleid hierdoor beïnvloeden? Hier ligt een schone taak voor de driehoek van directie – ICTcoördinator – IBer. Maar ook van de individuele leerkracht en docent mag verwacht worden dat ze bijblijven, overigens niet alleen wat betreft het gebruik van ICT. In vergelijking met het bedrijfsleven wordt daar nog wel eens te gemakkelijk en vrijblijvend mee omgegaan. Eigen ervaringen (en materialen) delen hoort daar zeker bij.

Toch is enige filtering, waarbij gekeken wordt naar wat voor de school wel en niet relevant is en past bij de visie op onderwijs, ook zeker van belang. De genoemde driehoek zou daar een belangrijke rol in kunnen spelen. Daarbij kunnen ook de drie G’s meegenomen worden, waarvoor de meeste leerkrachten en docenten gevoelig zijn: Gemak – Gewin – Genot.

Voor zowel de leerkrachten en docenten als voor de onderzoekers geldt overigens, dat de snelheid van de ontwikkelingen en mogelijkheden niet is bij te benen. De vraag is echter of dat noodzakelijk is. Niet alles hoeft onderzocht te worden om gebruikt te worden en goed te werken. Veel belangrijker is de algemene vraag, en die is eigenlijk van alle tijden: Welke zaken spelen een rol wil iets effect hebben op het leren en wanneer? Op basis daarvan in combinatie met de eigen onderwijsvisie kan de school keuzes maken in welke middelen wel en niet worden ingezet en wanneer dat gebeurt.

Een ander belangrijk punt tot slot is de zorgvuldigheid in het gebruik van onderzoeksgegevens. De resultaten komen voort uit onderzoek in vaak een beperkte periode, een beperkte groep en een beperkte onderzoeksvraag. Binnen de kaders van het onderzoek kan een positief effect blijken te hebben. Dat wil echter nog niet zeggen, dat het zomaar veralgemeniseerd kan worden. Welke rol spelen commerciële belangen daarbij een rol? Als gesteld wordt, dat iets uit onderzoek blijkt, dan is het goed ook kennis te nemen van de kaders en randvoorwaarden. Het gezond verstand gebruiken en niet alles zomaar geloven. Gelukkig zijn we in het onderwijs mediawijs genoeg, toch?

Tot zover het verslag van de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen, maar heb je wel waardevolle aanvullingen, inspirerende voorbeelden, opmerkingen of interessante links? Plaats jouw reactie onder deze blogpost.

Op discussiedinsdag.yurls.net vind je van alle discussies de bijbehorende interessante aanvullende links, die genoemd werden tijdens de discussies. Heb je zelf een suggestie voor een interessant onderwerp? Mail naar discussiedinsdag@gmail.com om het door te geven.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @jvennink , @Picture_my_day , @Sjaboepaan , @Gijs1982 , @VisieenPassie , @TanjavandenBerg , @amberwalraven , @warempel , @JaapSoft , ICTAda

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

vrijdag 22 april 2011

Samenhang aanbrengen in onderzoek naar effect van ICT in het onderwijs

Gisteren vond in Utrecht de Vlootschouw 2011 van Kennisnet plaats. Een groot aantal onderzoekers kregen de gelegenheid om in 5 minuten een presentatie te geven over hun onderzoek en de resultaten daarvan. Allemaal uiteraard rond onderwijs en ICT. In rondetafelgesprekken kon vervolgens met de onderzoekers verder worden doorgepraat en in de Expogallerij kon het één en ander worden bekeken. Een leuk en inspirerend format.

Voor wie het gemist heeft: Op de site van Kennisnet kunnen de presentaties (binnenkort) worden teruggekeken. Van verschillende onderzoeken waren de resultaten overigens al gepresenteerd in de Onderzoeksreeks van Kennisnet. Van andere onderzoeken gebeurt dat in een later stadium.

Een vraag, die velen bezighield, was de vraag hoe we het verhaal van al deze onderzoeken bij de leerkracht en docent krijgen. Een onderwerp, dat we ook tijdens #netwijs Discussie Dinsdag al wel eens besproken hebben. Goed om daar aandacht voor te hebben. Want het gaat er immers om wat er in de klas gebeurt. De leerkracht of docent, die met de leerlingen aan het werk is. Dat is degene die de middelen en de mogelijkheden moet kennen en ze op het juiste moment en meest effectieve wijze weet in te zetten.

Al deze onderzoeken riepen bij mij ook wel vragen op. Iets wat ik steeds weer terughoorde in de presentaties was de motivatie van de leerlingen. Vrijwel altijd blijkt deze aanzienlijk te verbeteren. Wat mij bezighoudt is de vraag waarom de motivatie van de leerlingen zo achteruit gaat in het ons onderwijs. En als het gaat om de invloed van ICT-gebruik hierop: Hoe lang is dit effect zichtbaar? Onderzoeken hebben vaak betrekking op een korte periode en een beperkte groep leerlingen. Hoe lang zouden de leerlingen gemotiveerd blijven door de inzet van dat bepaalde computerprogramma of die nieuwe applicatie of een nieuw divice. Zou het niet zo zijn, dat op de langere termijn bekeken de motivatie ook weer afneemt net als bij welke werkvorm of welk middel dan ook? In hoeverre is de toegenomen motivatie echt specifiek gevolg van de inzet van ICT en in hoeverre van de afwisseling in werkvorm?

Een andere vraag, die ik ook heb gesteld tijdens de Vlootschouw, is de vraag in hoeverre onderzoekers kijken naar elkaars onderzoek en de resultaten daarvan. Ik zie in verschillende onderzoeken overlap en dwarsverbanden. Zouden we niet veel meer winst kunnen behalen wanneer hier meer naar gekeken wordt? Nu wordt het onderwijs, of beter gezegd de leerkracht en docent geconfronteerd met tal van losse onderzoeksgegevens. Een hele lijst van zaken die een positief effect hebben op de kwaliteit van het onderwijs, de motivatie en de leerresultaten. De gereedschapskist wordt voller en voller. Aan de professional in de klas de taak om het juiste gereedschap op de juiste wijze, op het juiste moment om voor de juiste leerling in te zetten. Vanuit de onderwijsvisie van de school uiteraard! Maar zouden we de docent of leerkracht niet veel meer kunnen helpen door ook in kaart te brengen wat het effect is van de combinatie van verschillende gereedschappen?
Een concreet voorbeeld: Als we uit onderzoek weten, dat kleuters die een taalachterstand hebben, baat hebben bij de inzet van een bepaald computerprogramma waarmee leerlingen op een gerichte manier oefenen met de woordenschat en daarbij geconstateerd wordt dat het effect eigenlijk alleen dan langdurig effect heeft wanneer het op het juiste moment wordt ingezet. Bliven we dat dan binnen hetzelfde onderzoek verder onderzoeken? Of kunnen we dan met de gegevens uit ander onderzoek gaan combineren, bijvoorbeeld die waar uit blijkt, dat er een bepaalde vergeetcurve is en je op het juiste moment bepaalde leerstof moet gaan herhalen.
Zo zijn er veel meer verbanden te leggen.

Dit gezegd hebbende, voelt het ook weer als een open deur. Want we weten toch al lang, dat er voor allerlei zaken sprake is van een gevoelige periode, van een eigen leerstijl, van gevoeligheid voor afwisseling in werkvormen, enzovoort. Wat maakt, dat we bij rond de inzet van ICT in het onderwijs daar ineens allerlei nieuwe ontdekkingen zouden doen als het gaat om de wijze waarop kinderen (en volwassenen) leren? Is het het middel, dat verantwoordelijk is voor de positieve effecten of is dat de leerkracht die het middel hanteert? Hij of zij moet, zoals gezegd, de middelen en de mogelijkheden kennen, maar dan wel in samenhang. Met elkaar, maar ook in samenhang met de visie van de school en met wat de leerlingen op die school nodig hebben. Dat vraagt om een professionele ICT-coördinator, die samen met de directeur en de IB-er het team voorlicht en begeleid en hen helpt samenhang aan te brengen.

vrijdag 29 januari 2010

Verslag Conferentie Lessen uit onderzoek

Op 28 januari 2010 heb ik deze conferentie bijgewoond in het Beatrixgebouw in Utrecht. De dag stond in het teken van kritische beschouwingen over onderzoek in het onderwijs. Er werden resultaten en ervaringen van diverse programma's voor onderzoek in de school gepresenteerd zoals Expeditie durven, delen, doen, Leren met meer Effect, De Academische Opleidingsschool en Kennis van Waarde Maken. Ook werd er aandacht besteed aan welke programma's op het gebied van onderzoek in het onderwijs er de komende tijd worden opengesteld voor deelname, zoals Onderwijs Bewijs en Innovatie Impuls;

De dag was goed opgezet met voldoende keuzeonderdelen en interactiemomenten. Na een plenaire start konden we aanschuiven bij diverse onderwerpen.

Leonardo da Vinci college Leiden

www.davinci-leiden.nl/

Maakt gebruik van de Delen, durven, doen subsidie van de VO – raad, waardoor momenteel 11 innovatie trajecten in de school zijn opgezet.
De sprekers Wouter Schenke (onderzoekscoördinator) en Renée van Velzen (docent onderzoeker) hebben de opzet van deze onderzoeken toegelicht en een aantal succesfactoren eruit gelicht.
Allereerst moet het onderzoek iets bijdragen aan de schoolontwikkeling.

Succesfactoren bij onderzoek op je school:
- werken volgens visie en plan
- samenwerken met onderzoeksinstituut
- vaste onderzoeksmiddag
- coördinator onderzoek
- cursus tot docentonderzoeker
- connecties met andere projecten
- blijven communiceren
- aanbevelingen specifiek voor eigen lespraktijk
- bijdrage aan schoolontwikkeling
- kwaliteitsbewaking.

De uitdaging bij een onderzoek blijft:
Wanneer is iets ‘af’ en wanneer ga je resultaten publiceren?

Het onderzoek en innovatie traject van Renée van Velzen
Virtueel museum
Alles wat leerlingen maken moet toch eigenlijk bewaard blijven?!
- leerlingen gingen in een extra uur de omgeving (techniek) opzetten
- daarna zou de kunst (het gemaakte werk) ook uitgeleend kunnen worden, waardoor het ook in economie lessen gebruikt kan worden.

Nog een voorbeeld van een innovatie traject:
Top trajecten
Ouders komen 10 x op school om workshops te geven aan leerlingen om hen een taal te leren, of ambachten zoals speksteenbewerken, etc.

Een ander voorbeeld van een innovatieproject:
Leerlingen Onderwijzend Leren (LOL)
Leerlingen geven korte lessen op een basisschool. De leerlingen krijgen een korte cursus over hoe ze de les moeten geven op de basisschool, contacten worden gelegd met basisscholen., zodat de leerlingen van het Da Vincicollege zich o.a. alvast kunnen oriënteren of het leraarschap iets voor hen zou kunnen zijn.

Effecten tot nu toe:

Schoolleiding ziet dat leerkrachten zich ontwikkelen en dat de innovaties hun vruchten afwerpen, dat leerlingen enthousiast zijn en dat de ouderbetrokkenheid vergroot wordt.
Door deze innovaties goed gestructureerd te laten plaatsvinden door sommige docenten van het Da Vinci college zelf die hiervoor getraind zijn en die gecoördineerd en gecoacht worden door het onderzoeksinstituut waarborg je kwaliteit en continuïteit.
De subsidie loopt af, maar talentontwikkeling van docenten en leerlingen blijft doorgaan, er moet nog bekeken worden in welke vorm.
Het Learnerreport wordt gebruikt als evaluatiemiddel.

Waarom wat werkt niet altijd werkt, zeker niet in het onderwijs
(Joost Meijer Kohnstamm Instituut Universiteit van Amsterdam)
(Gebaseerd op Gert Biesta, educational theory 2007)
- Effectiviteit voor wat?
- Interventie om wat te bereiken?
- Wat is wenselijk?

Alleen evidence based? Of juist ook kennis uit observatie mee laten wegen? We kunnen leerlingen laten verwoorden wat hun strategie is geweest. Kortom gebruik niet één onderzoeksmethode, maar combineer!

Empirische cyclus A.D. de Groot
  1. formuleren theorie
  2. kennis opdoen door exploratie, systematische observaties
  3. Formuleren hypothesen door afleiding uit theorie en exploraties of observaties
  4. Toetsen, eventueel in randomized control trials
  5. Eventueel bijstellen of verwerpen theorie.

Ronde tafelgesprekken van 15 minuten
Tijdens de ronde tafelgesprekken maken de deelnemers gezamenlijk een mindmap rondom een bepaald onderwerp. Een erg inspirerende werkvorm, waarbij je snel vanuit diverse invalshoeken een onderwerp kunt uitdiepen.

Ik heb onderstaande ronde tafelgesprekken bijgewoond:

1. Geef leerkrachten en leerlingen een stem in onderzoek
(Michelle van Berchum Verdonck, Kloster & Associates)
Bij het opzetten van een onderzoek binnen de school komt de vraag al snel naar voren wie informatie kan geven voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag. Waarom, wanneer en hoe betrekken we leerkrachten en leerlingen?



2. Een laptop per leerling
(Rick Weys Proven partners)
Laptops in het onderwijs zorgen voor beter en toekomstgericht onderwijs.

3. Hoe effectief zijn mijn digitale leermiddelen?
(Paul Vermeulen Zelfstandige, Advies en management)
Leraren werken meer en meer met (open) digitale leermaterialen: hoe kan een leraar bewijzen dat zijn keuzes voor bepaalde typen leermaterialen effectief (verantwoord) is?

Uitdaging van de kennisparadox
(Dr. Sylvia Peters, platform beta techniek en Prof. Dr. Jan de Lange)
Op zoek naar praktisch bruikbare kennis!

Er is enorm veel onderzoek voor en over onderwijs gedaan, maar deze is tot nu toe: eenzijdig, heeft weinig gevolgen voor de onderwijspraktijk, weinig vraag gestuurd, veel accent op evidence based.

Soorten onderzoek:

  • Exploratief onderzoek
  • Ontwerp- en ontwikkelingsonderzoek
  • Implementatie onderzoek
  • Vraaggestuurd onderzoek
  • Quasi experimenteel onderzoek
  • Kwalitatief en kwantitatief, etc.

Juist combinaties van soorten onderzoek leiden tot innovatie!

Een voorbeeld hiervan is het VTB pro programma
http://www.vtbpro.nl/

Het Programma VTB-Pro stelt 5000 leraren en 5000 aankomende leraren in staat zich te verdiepen en te bekwamen in het domein wetenschap en techniek in het basisonderwijs. Een vakgebied dat over veel meer dan alleen techniek en natuur op een hoog en abstract niveau gaat. Het gaat om vragen stellen, om nieuwsgierigheid, om onderzoekend leren en de implementatie daarvan op de eigen school. Niet ver weg in een laboratorium, maar juist heel dichtbij in de alledaagse praktijk.

Talentkaart
In kaart brengen van talenten, mogelijkheden en kwaliteiten van kinderen van 3-6 jaar op het gebied van exacte wetenschappen in brede zin.

20/20 (20 leerlingen in 20 jaar volgen) studie:
Het volgen van de ontwikkeling van inzichten van kinderen over langere tijd.
Speelgoed als uitgangspunt om tot inzichten te komen zoals meten, schaal, tellen, combinatoriek, constructie, etc. Er zijn 140 activiteiten

Bekijk de website om een indruk te krijgen van dit onderzoek. http://www.talentenkracht.nl/

Een uitgebreid videoverslag van de conferentie zal binnenkort verschijnen op http://onderzoek.kennisnet.nl Ook kunt u daar de opbrengsten van de mindmaps terugvinden.

Al met al een erg inspirerende en leerzame dag!

woensdag 18 maart 2009

Digiborden in het primair onderwijs

Het digitale schoolbord doet haar intrede. Al meer dan 60% van de scholen voor primair onderwijs heeft er één of meer hangen. Kennisnet heeft een brochure gepubliceerd waarin wordt ingegaan op de onderwijsinhoudelijke invoering van het digibord.