donderdag 22 april 2010

Diploma-uitreiking Netwijs opleiding Groningen

Op 21 april zijn in Groningen aan vier deelnemers diploma's uitgereikt in het kader van de Netwijs Opleiding ICT coördinator Primair Onderwijs.
Alle deelnemers hebben in een presentatie teruggeblikt op de opleiding en aangegeven wat ze in het afgelopen jaar hebben geleerd en hoe ze in de toekomst het geleerde willen gaan toepassen.
De presentaties blonken uit qua creativiteit: klik hier voor een voorbeeld.
Uiteraard is de feestelijke bijeenkomst vastgelegd via enkele foto's.


woensdag 21 april 2010

ICT-coördinator is geen taak maar een functie!

Het onderwerp gisteren van Discussie Dinsdag was “ICT-coördinator moet een functie worden en geen taak”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting van de boeiende discussie.

De discussie spitste zich toe op drie onderwerpen: de inhoud van het werk, het feit of het een taak of functie is en de benaming. Allereerst de inhoud van de werkzaamheden. Dat de ict-coördinator niet bezig moet zijn met techniek leidde tot weinig discussie. Techniek moet zijn uitbesteed en/of bovenschools geregeld zijn. Daar moet een leerkracht geen omkijken naar hebben, ook niet als aparte taak of functie. Op school dient les gegeven te worden en daarvoor de juiste faciliteiten te hebben, die centraal beheerd worden. Kun je dan helemaal je handen er van af halen? Het blijft techniek en soms is een vorm van eerste hulp noodzakelijk. Vanuit die gedachtegang zou dat een taak kunnen zijn, die in niet-lesgebonden tijd uitgevoerd zou kunnen worden. Verder dan eerste hulp mag het niet gaan. Voor de rest moet de school met de beherende partij een goed SLA (Service Level Agreement) hebben afgesloten, waarin helder verwoord staat wat over een weer verwacht wordt, duidelijke termijnen, beschikbare alternatieven, etc.
Wat doet de ICT-coördinator dan wel? Met onderwijs bezig zijn! Dat is immers het vak wat gekozen is? Hoe geef je de kinderen van nu onderwijs op maat, dat hen voorbereid op hún toekomst en met middelen die nu beschikbaar zijn. Hoe zet je de computer met al zijn randapparatuur en andere (multi-)media-middelen in om dat te bereiken en te versterken. Dat moet de uitdaging zijn van de ict-coördinator.

Vanuit deze inhoud moeten we dan beoordelen of we te maken hebben met een taak of een functie. Feitelijk gezien heeft elke leerkracht of docent de plicht om zich in te zetten voor kwalitatief goed en eigentijds onderwijs. Daarvoor moeten ze op de hoogte zijn van de mogelijkheden; ook op ict-gebied, en daarvoor moeten ze voldoende vaardigheden hebben en zich daarvoor laten bijscholen. Wanneer elke leerkracht en docent die taak voldoende handen en voeten gaat geven en daarin zijn of haar eigen verantwoordelijkheid neemt, kan de ict-coördinator, samen met de directeur en de intern begeleider, zich bezig houden met het opstellen van visie en beleid en dat ook bewaken. Ook kan hij of zij collega’s gaan begeleiden en coachen op de werkvloer om zo samen het beleid van de school uit te voeren. Weerstanden proberen te voorkomen of helpen wegnemen en natuurlijk de rol van inspirator en motivator op zich nemen. Zo vormgegeven is dat een functie binnen de school net als die van zijn sparringpartners: de directeur en de intern begeleider. Daarbij past ook een andere salarisschaal vanwege de verantwoordelijkheid die het met zich meebrengt en de scholing die er voor nodig is om de functie te kunnen beoefenen.
Daarnaast kan de school er voor kiezen om voor elke leerkracht taakuren te reserveren om zich de mogelijkheden eigen te maken van ict binnen zijn of haar dagelijkse lespraktijk, samen te oefenen met collega’s tijdens een werkvergadering en onderling kennis en ervaring te delen. Scholen zouden ook moeten formuleren wat er op dit gebied van hun leerkrachten verwacht wordt. Een lijst van vaardigheden en competenties. Dat geldt overigens ook voor de verschillende functionarissen binnen de school. Ook van hen moet er een taakomschrijving liggen waarin ook de ict-vaardigheden en –competenties zijn opgenomen.

Maar welke naam dekt nu het beste de lading? ICT-coördinator heeft door de jaren heen enigszins een bijsmaak gekregen. We zien het beeld opdoemen van de leerkracht met interesse in computers, die elke week aan het prutsen is om de boel weer aan de praat te krijgen, een nieuw programma te installeren, kabeltjes trekken of een collega uit de brand te helpen met een computer die “niets” meer doet. Vooral bezig met techniek dus, meer systeembeheerder dan coördinator. Informatie, Communicatie en Technologie; dekt dat wat er nu aan mogelijkheden en beschikbaar is?
Wordt het misschien tijd voor een nieuwe naam, die meer weergeeft van datgene waar het binnen scholen om moet gaan? Er werden in de discussie verschillende suggesties gedaan: Mediaspecialist, Coördinator Digitale Ondersteuning, Coördinator Digitale Leermiddelen, Onderwijs & Media-Specialist, Nieuwe Media Aanjager, Multimedia-coördinator,
De termen media en mediawijsheid zijn containerbegrippen geworden. Volgens de Van Dale wordt onder “media” verstaan: "hulpmiddel" of "al wat dient tot overdracht van informatie". Dat lijkt dus de lading onvoldoende te dekken. Onderwijs & Media-specialist lijkt vooralsnog het best de inhoud van de functie weer te geven. Het leidt in elk geval af van de techniek en bepaalt je bij de inhoud. Maar, wie een beter suggestie heeft is welkom! Plaats je suggestie en argumentatie als reactie onder dit artikel!

Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zijn terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

vrijdag 9 april 2010

Diploma uitreiking Netwijs Opleiding ICT coördinator PO

De groepen die de Netwijs Opleiding ICT coördinator primair onderwijs zijn gestart in februari 2009 zijn inmiddels afgestudeerd. Een indruk van wat zij tijdens de opleiding hebben geleerd is samengevat in onderstaand filmpje.

De presentaties waren weer erg origineel en divers. De Prezi van één van de deelnemers vinden jullie onder het filmpje.



Dit is de Prezi van één van de deelnemers Arjen Meijer:



Aanmelden voor de Netwijs Opleiding voor de groepen die starten in september 2010 in combinatie met de Lerarenbeurs kan al vanaf 1 april 2010. Wees er snel bij, want de Lerarenbeurs wordt toegekend op volgorde van aanvraag.

Hier vind je meer informatie: Netwijs Opleiding ICT coördinator PO

dinsdag 6 april 2010

Een revolutie in het onderwijs?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Smartphones en handheld computers gaan zorgen voor een revolutie in het onderwijs”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Overal om ons heen zien we kinderen en jongeren in de weer met computers op zakformaat, al dan niet met de mogelijkheid om te internetten, te bellen, te filmen, etc. Ze zijn er handiger mee en hebben het sneller onder de knie dan de meeste van hun ouders, leerkrachten en docenten. Ook hun manier van communiceren, informatie opzoeken en uitwisselen en het toepassen van allerlei applicaties geven een ander beeld. Wat betekent dat voor het onderwijs? Gaan we een revolutie tegemoet?

Het artikel “A Is for App: How Smartphones, Handheld Computers Sparked an Educational Revolution” voorspelt van wel. Er wordt een vergelijk getrokken met Sesamstraat. Waar anderen zeer sceptisch, maakten de initiatiefnemers van Sesamstraat gebruik van de opkomst van de televisie om kinderen op een nieuwe manier cijfers en letters aan te leren in de voorschoolse periode om ze iets te leren.
Met de middelen van nu, zo zegt het artikel, is het niet anders. Wel met dit verschil: het is nu interactief. Kinderen zijn actief bezig in plaats van alleen maar te consumeren. Door daar op aan te sluiten en ze mogelijkheden te bieden, krijgen we slimmere kinderen, aldus het artikel.

In ons eigen artikel “ICT in het onderwijs over 5 jaar” verwezen we al naar het project “Het leren van de toekomst”. Het project loopt nog en er moet nog geëvalueerd worden. Of de kinderen er daadwerkelijk slimmer van zijn geworden, zal na een project van drie weken niet te meten zijn. We zijn benieuwd naar de opbrengsten van dit project. Voor het Jeugdjournaal verklaren sommige kinderen leren zo veel leuker te vinden. Anderen vonden de gewone manier ook prima. Toch vraagt het wel het nodige van iedereen om een dergelijk project te draaien en helemaal, wanneer je alleen nog maar zo wilt lesgeven.

Veel hangt af van de infrastructuur, de beschikbare middelen en de motivatie van alle deelnemers. Leerkrachten en docenten moeten op sommige punten de lesmethodes loslaten en de leerstof vanuit de doelen van de les op een heel andere manier bij de leerlingen brengen. De doelen staan vast, maar de weg er naar toe is flexibel.
Daarbij moeten leerlingen zoveel mogelijk actief worden ingeschakeld. Niet de techniek zelf moet centraal staan, maar de mogelijkheden, die het biedt om met de onderwijsinhoud bezig te zijn. Goed nadenken over inhoud en didactiek is de basis. Overleg ook met de leerlingen wat ze leuk vinden en probeer daar op aan te sluiten. Vinden ze Hyves leuk, probeer dan zinvolle opdrachten te bedenken om daar wat mee te doen. Leerlingen zijn dan dus niet zomaar aan het chatten en krabbelen, maar werken aan een concrete opdracht.
Om het goed op te zetten is het belangrijk om leerkrachten, die nog niet zover zijn, goed begeleid worden en leerlingen moeten materiaal hebben waar ze zelfstandig mee aan de slag kunnen en een goede organisatie uiteraard. Wanneer leerlingen zelfstandig aan het werk zijn, kan de leerkracht meer tijd besteden aan bijv. de zorgleerlingen.
Laat leerlingen zelf op onderzoek gaan en de mogelijkheden van een applicatie ontdekken. Laat ze vervolgens hun kennis en ervaring weer delen, door ze als vraagbaak in te zetten. Een voorbeeld daarvan is MindsharePower. Zo zijn de leerlingen heel betekenisvol bezig.
Door smartphones en handheld computers in te zetten, maak je onderwijs ook minder afhankelijk van een bepaalde plek. Je hoeft niet perse in de klas te zitten. Ook buiten op straat of in het park heb je allerlei applicaties bij de hand om bijvoorbeeld informatie op te zoeken, die je op dat moment nodig hebt of wat je op dat moment wilt vastleggen.
Kost het voor de leerkracht niet veel meer tijd? In het begin misschien wel, maar daarna levert het tijd op. Bovendien ben je heel bewust bezig met het vak waar je voor hebt gekozen: onderwijs geven. Gaan we een revolutie tegemoet? Gaat de overheid hier in investeren of de scholen zelf? Krijgen we niet enorme verschillen tussen scholen en gaan scholen elkaar zo beconcurreren? Wordt het onderwijs er echt beter van? De toekomst zal het leren. Over vijf jaar spreken we discussiëren we verder en kijken we terug!

Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zijn terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

dinsdag 30 maart 2010

Delen van lesmateriaal - Komt het ooit van de grond?

Het onderwerp vandaag op Discussie Dinsdag was “Het delen van lesmateriaal zal in Nederland nooit van de grond komen”. In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Het internet biedt diverse mogelijkheden om lesmateriaal, in welke vorm dan ook te delen. Er zijn diverse platforms ontwikkeld al dan niet gesubsidieerd vanuit de overheid. Maar weten leerkrachten en docenten ze te vinden? Zijn ze alleen geïnteresseerd in het halen van materiaal of delen ze zelf ook hun materiaal met anderen? Hoe komt het dat sommige platforms of initiatieven niet van de grond komen?

De deelnemers aan de discussie brachten hiervoor zaken naar voren, die hier in meespelen:

Motivatie van de leerkracht / docent
Waarom zou je je materiaal met anderen gaan delen, terwijl jij er zoveel tijd in het gestoken? Wat krijg je er voor terug? In de praktijk blijkt dat voor veel mensen en argument om materiaal zelf te houden. Het feit dat je het zelf ook prettig vindt om materiaal van anderen (her) te gebruiken, weegt daar onvoldoende tegen op.
Zelfs binnen scholen kom je tegen, dat leerkrachten graag gebruik maken van wat een ander heeft gemaakt, maar zelf geen bijdrage leveren. Bij hen, die wel tijd steken in het maken van materiaal komt dan een keer het moment waarop hij of zij zegt: ik hou het in het vervolg voor mijzelf. Delen moet een win-win-situatie zijn. Iets daarvan zie je ook bij Klascement: Brengen levert punten op en halen kost punten. Een extra prikkel in de vorm van een beloning maakt mensen eerder bereid.

Vaardigheden
Is iedere leerkracht en docent in staat om zelf goed lesmateriaal te ontwikkelen? Of is hij of zij meer geïnteresseerd in aanvullingen op de les in de vorm van tools, animaties of filmpjes. Bij Wikiwijs wordt de arrangeertool meer gebruikt dan de contentbuilder, zo bracht een deelnemer aan de discussie in. Is daaruit de conclusie te trekken, dat we het arrangeren aan de leerkracht moeten overlaten en de het ontwikkelen van content aan de specialist? Immers elke docent is toch ook geen auteur bij een uitgeverij? Het zijn twee verschillende competenties, die apart aandacht moeten krijgen in de opleiding van docenten en leerkrachten.
“Lesmateriaal maken is een creatief proces. Sleutelwoord daarbij: durven. Leren, selecteren, verbinden, aanpassen en delen. Dat leidt tot creativiteit in je les en leerlingen merken dat.” Aldus het artikel Creativity in Education.

Kwaliteit
Op veel websites waar lesmateriaal te vinden is laat (een deel van) het materiaal kwalitatief te wensen over. Niet alles wat je van internet plukt is zomaar te gebruiken in je les. Misschien wel van waarde voor de maker zelf, maar lang niet altijd door derden.
De beheerders van website en portals zouden er goed aan doen meer te gaan voor kwaliteit, dan kwantiteit. Screen het ingestuurde materiaal op basis van een aantal duidelijke kwaliteitskenmerken of laat bezoekers van de website dat doen. Scheidt het kaf van het koren. Neem daarbij ook de copyright mee als criterium. Een goede aanzet is de Handreiking Kwaliteit digitaal leermateriaal van Kennisnet.

Overzicht
Weten de leerkrachten en docenten zich een weg te banen door het woud van websites, portals en platforms? Wat is goed en wat niet? Een snoeibeurt zou niet verkeerd zijn. Ook bundeling van krachten kan de kwaliteit ten goede komen. Of wellicht meer gericht zijn op een specifieke doelgroep en niet alles willen aanbieden. Zorg dat de gebruiker weer overzicht krijgt!
Universaliteit
Niet alle scholen hebben dezelfde onderwijsvisie. Daarom is niet elk materiaal voor elke leerkracht geschikt. Je zult op basis daarvan materiaal dat je hebt gedownload weer moeten screenen en aanpassen. Het zou helpen, wanneer content meer universeel is en ook makkelijk aan te passen aan de eigen situatie. Meer het accent op het delen van formats en sjablonen, die je zelf kunt aanpassen en invullen.

Zal het delen in Nederland ooit goed van de grond komen? Wie het weet mag het zeggen. Er over discussiëren helpt om de zaken scherp te krijgen. Waarom willen we delen en hoe zorgen we dat het voor iedereen rendement heeft en vooral ook de kwaliteit van het onderwijs bevordert?

Tot zover het verslag van de discussie. Heeft u zelf nog aanvullende opmerkingen of ideeën? Plaats ze als reactie op deze blogpost. De links die genoemd zijn tijdens de discussie zijn terug te vinden op discussiedinsdag.yurls.net.

Volgende week houden weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen twaalf en twee op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

maandag 29 maart 2010

Serie: Digiborden en het jonge kind (5)

In de serie ‘Digiborden en het jonge kind’ kijken we dit keer naar mogelijkheden van het ondersteund aanbieden van liedjes en versjes.
Het zingen van liedjes en het opzeggen van versjes is een traditionele
activiteit in de onderbouw van het basisonderwijs .
Sommige leerkrachten vinden het aanbieden van een (nieuw) liedje lastig. Niet elke leerkracht zingt graag. Daarnaast is het niet niks om te zingen, u zelf eventueel op een instrument te begeleiden, het liedje aan te leren en ondertussen ook nog uw leerlingen in het oog te houden.
Met de ideeën uit deze blogpost geeft u een nieuwe impuls aan het gebruik van versjes en liedjes in uw klas. Met het digibord zijn er veel verschillende mogelijkheden. We hebben er twee voor u uitgewerkt.

Activiteit 1
Aanbieden van een liedje met een filmpje.
Maak een video opname van een liedje. U kunt het natuurlijk zelf doen, maar het is veel leuke om een aantal leerlingen uit uw klas het liedje te laten zingen.
U kunt hiervoor een digitale videocamera gebruiken, maar natuurlijk ook de video functie die op de meeste mobieltjes zit. Voordeel daarvan is dat het vaak meteen in een goed digitaal formaat staat. De filmpjes kunt u uploaden naar Youtube of de TVFlat.

Twee leuke voorbeelden ziet u hier:
De olifant heeft de allerdikste billen
Clowntje piet

Activiteit 2
Aanbieden van een liedje met ondersteuning van gebaren en beelden.
Maak bij een liedje een serie eenvoudige illustraties met tekst.
Voor dit voorbeeld hebben we gebruik gemaakt van Sumo Paint. Hiermee kunt u eenvoudig en snel leuke tekeningen maken. Talent en of veel ervaring is hierbij niet nodig.
De plaatjes slaat u op en plaatst u in een PowerPoint presentatie of gebruikt u in Microsoft Photo Story. Goede uitleg daarover vindt u in de vorige blogpost van deze serie.
U kunt het liedje zelf zingen en opnemen op de computer. Hiervoor heeft u slechts een simpele microfoon nodig. Zowel PowerPoint als Photo Story hebben hiervoor een ingebouwde functie.
Bent u niet zo toonvast dan kunt u natuurlijk altijd een mp3 of midi file gebruiken om bij de tekeningen te plaatsen.

Voor een leuk voorbeeld kunt u kijken op de volgende site:Little Fingers that Play
Deze kleuterjuf heeft al heel wat leuke liedjes op haar site geplaatst. (Engelstalig)